Memo beantwoording vragen raadsleden
Tekst van het document
Memo aan
van
de leden van de raad
wethouders Soeterboek, Struijk en Bal
datum
pagina
6 oktober 2021
1 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020 In de memo bij het bestuursverslag sociaal domein over 2020 hebben wij u in de gelegenheid gesteld (technische) vragen voorafgaand aan de behandeling in de commissie te stellen. In deze memo staan antwoorden op de ingediende vragen. Vragen ONS 1. Vraag Cliëntervaringen in Nissewaard blz.8: Over het algemeen zijn de ervaringen met jeugdhulp in 2020 iets minder positief dan in 2019. Alleen de tevredenheid over de snelheid waarmee hulp wordt geboden is gestegen naar 55% (was in 2019 47%). Over welke zaken zijn de cliënten minder positief? En wat kunnen we hieraan doen? Antwoord: Op pagina 29 staat een uitgebreidere weergave van de rapportage cliëntervaringen Jeugdhulp. Hier is (onder andere) te lezen dat minder mensen de hulp hebben gekregen zoals afgesproken, minder mensen geven aan dat de hulp de beste oplossing heeft opgeleverd en minder mensen voelen zich beter door de hulp. In de rapportage wordt door I&O Research aangegeven dat er vermoedelijk verband bestaat met corona. Verwachting is daarom dat wanneer de hulp weer meer fysiek kan plaatsvinden en groepsbijeenkomsten weer meer kunnen doorgaan, de ervaringen positiever worden.
2. Vraag Cliëntervaringen minimaregelingen en schuldhulpverlening blz.19: Stichting Leergeld: Stichting Leergeld zet zich ervoor in dat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen deel kunnen nemen aan sport en culturele activiteiten. Voor ruim de helft (55%) van de 19 inwoners die bekend zijn met de Stichting Leergeld is het aanvraagproces duidelijk, voor een op de tien (11%) niet. Ook is ongeveer de helft (53%) tevreden over hoe zij zijn geholpen bij de stichting, wederom geldt dat ongeveer een op de tien ontevreden is (9%). Voor iets minder dan de helft is de bijdrage voldoende voor hun kinderen, voor 16 procent is de bijdrage niet voldoende. Welke acties worden er aan deze conclusies verbonden? Antwoord: Nog dit jaar vindt de evaluatie van het armoedebeleid plaats. Deze cliëntervaringen worden in de evaluatie meegenomen en we bespreken dit ook met Stichting Leergeld. Overigens werkt Stichting Leergeld momenteel aan professionalisering van hun werkwijze. Naar aanleiding van de evaluatie kunnen acties en wijzigingen worden voorgesteld.
Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
2 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
3. Vragen Ontwikkeling Wmo-gebruik (exclusief centrumtaken) blz.31 en 32: Er wordt aangegeven dat het aantal aanvragen van een Wmo voorziening is gestegen. Is er bekend welke mensen meer aanvragen hebben gedaan, mn huishoudelijk hulp? Bijvoorbeeld naar leeftijd, inkomensgroep etc. Hoe groot is de wachtlijsten voor Wmo voorzieningen momenteel? Antwoord: Wat we zien is dat het gebruik van Wmo-voorzieningen in de meer draagkrachtige wijken is gestegen sinds de invoering van het abonnemenstarief ten opzichte van daarvoor. Ook zien we dat de gemiddelde leeftijd waarop huishoudelijke hulp voor het eerst wordt toegekend, al jaren stijgt. Het zijn vooral ouderen die huishoudelijke hulp aanvragen. Wel is onderzoek gedaan naar de voorzieningen begeleiding en dagbesteding. De uitkomsten van dit onderzoek worden momenteel verwerkt en geanalyseerd. Op een aanvraag voor een Wmo-voorziening moet binnen acht weken na aanvraag worden beslist. De gemiddelde doorlooptijd van een Wmo aanvraag in de periode 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021, moment van melding tot aan afhandeling, bedraagt gemiddeld 83 dagen. De gemiddelde wachttijd in deze periode is 38 dagen. De wachttijd is een onderdeel van de doorlooptijd. De wachttijd betreft het aantal dagen tussen de melding voor de Wmo en de aanvraag voor een voorziening van de Wmo.
4. Vraag Doelstelling 1 kinderen en jeugdigen blz.39: De ‘referentieniveaus’ beschrijven welke basiskennis en -vaardigheden leerlingen moeten beheersen voor taal en rekenen. Het fundamentele niveau (F-niveau) is de basis die zo veel mogelijk leerlingen moeten beheersen. Bij taal op niveau 1F moet je denken aan teksten met een eenvoudige structuur en met vaak gebruikte woorden. Bij rekenen wordt op niveau 1F met eenvoudige getallen gerekend. In onderstaande grafiek is te zien dat Nissewaard duidelijk meer kinderen heeft die onder het fundamentele niveau presteren dan andere gemeenten. (..) Doel is eind 2022 binnen die range te zitten. Wat zeggen de onderwijsbesturen in de gemeente Nissewaard over dit doel die de gemeente stelt? Is dit haalbaar? Antwoord: We zijn met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties intensief aan de slag om met name het taalniveau bij kinderen met risico op of met reeds opgelopen achterstanden te verbeteren. Dit krijgt een extra impuls met het onderwijskansenbeleid. Alle organisaties erkennen dat we hierin een inhaalslag te maken hebben in Nissewaard. In het samenwerkingskader dat gezamenlijk is opgesteld met de kinderopvangorganisaties, schoolbesturen en zorg (jeugdgezondheidszorg en – voor-schoolmaatschappelijk werk), wordt van de informatie uit het bestuursverslag gebruik gemaakt.
We delen de gezamenlijke ambitie en het streven is deze te behalen, alhoewel we erkennen dat dit zeer ambitieus is.
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
3 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
Vragen VVD 1. Aangegeven is (zie pagina 8) dat de bekendheid m.b.t. Wmo voorzieningen en mantelzorgondersteuning een aandachtspunt is. Kunt u aangeven hoe u dit gaat verbeteren? Antwoord: Momenteel wordt gewerkt aan verbetering van het mantelzorgbeleid. Hierin zal ook aandacht zijn voor betere bekendheid van mantelzorgondersteuning. Het plan hiervoor zal eind 2021/begin 2022 in de commissie sociaal domein worden geagendeerd.
2. Punt 4.7 Cliëntenervaring Jeugdwet 2020: Opmerkelijk is de daling (pagina 29, 79% naar 67%) van het aantal cliënten zich beter voelde door de hulp. Dit lijkt een noemenswaardige daling. Verder in de alinea staat dat Corona mogelijk daar een oorzaak van zou kunnen. Dit kunnen we niet helemaal plaatsen daar het gaat om de hulp die geboden is. Kunt u dit nader verklaren? Antwoord: De tekst over de cliëntervaring komt uit het rapport van I&O Research, die deze onderzoeken uitvoert. In de hoofdtekst van het rapport wordt nog extra toelichting gegeven. Hieruit blijkt dat in 6 van de 10 gevallen de hulp anders was door corona. Hieronder enkele citaten van cliënten hieromtrent. Dit zou een (gedeeltelijke) verklaring kunnen zijn. • “Alles verloopt moeizamer en duurt nog langer. Dit is een groot probleem.” • “Fysieke afspraken werden telefonische afspraken.” • “Door deze verandering ging het slechter met zijn ontwikkeling. Hij had geen structuur en doelstelling meer.” • “Ik zit meer binnen en alleen op mijn kamer.” • “In plaats van elke week therapie is er de afgelopen acht maanden maar zeven keer therapie geweest. Dit heeft op deze manier geen effect.” • “Mijn kind loopt achter en zal verkeerd worden ingeschat wat betreft de vervolgopleiding.” • “Het is minder duidelijk als het online is.” • “Online is het minder persoonlijk en oppervlakkiger.”
3. Punt 5 Wmo: N.a.v. het bestuursverslag over 2019 heeft de fractie van de VVD een vraag gesteld m.b.t. het hoge gebruik van WMO voorzieningen t.o.v. landelijk. U gaf aan dat nader onderzoek waarom dit zo afwijkt op het wensenlijstje staat. Op pagina 33 (bestuursverslag over 2020) geeft u aan dat het streven om in 2022 het gebruik van WMO voorzieningen terug te brengen naar 15% hoger dan het landelijk gemiddelde niet haalbaar is ondanks dat wel de juiste beweging is ingezet. Heeft er inmiddels nader onderzoek plaatsgevonden naar het hoge gebruik van Wmo voorzieningen in onze gemeente? Wanneer kunnen we dit verwachten? Hoe komt u tot de conclusie dat er een juiste beweging is ingezet, als het effect niet het beoogde resultaat geeft? Wat verstaat u onder de juiste beweging? Antwoord: Er is gekeken naar mogelijke aanknopingspunten voor verder onderzoek; oftewel mogelijke redenen die dit kunnen verklaren naast de al benoemde redenen in het bestuursverslag
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
4 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
over 2018. Onderzoek heeft uitgewezen dat het grote verschil zit in ‘Hulpmiddelen en diensten’ (bijvoorbeeld een rolstoel, een woningaanpassing of een vervoersdienst) en ‘Ondersteuning Thuis’ (met name dagbesteding en begeleiding), terwijl ‘Hulp bij het Huishouden’ en ‘Verblijf en Opvang’ juist binnen de bandbreedte van de 50% meest gemiddelde gemeenten van Nederland blijven. Er zijn geen verdere aanknopingspunten gevonden die voldoende basis boden voor nader onderzoek. Overigens wordt in multidisciplinair verband (combinatie van datascience, financiën, beleid en uitvoering) bepaald welk onderzoek prioriteit heeft, op basis van geconstateerde ontwikkelingen. Met de juiste beweging wordt bedoeld dat het verschil tussen Nissewaard en het landelijk gemiddelde kleiner is geworden. Het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners is immers in Nissewaard minder hard gestegen dan in Nederland gemiddeld.
4. N.a.v. het bestuursverslag over 2019 heeft de fractie van de VVD de opmerking gemaakt over het onduidelijke beeld m.b.t. mantelzorgers. Zoals toen ook aangegeven, vinden wij het erg belangrijk hier meer zicht op te hebben. In de beantwoording gaf u aan dat het vinden van een betere meetmethodiek opgenomen is in het programma Toekomstbestendig Sociaal Domein. Kunt u aangeven of deze meetmethodiek al in ontwikkeling is? En kunnen we verwachte dat de resultaten van deze meetmethodiek opgenomen worden in het bestuursverslag over 2021? Antwoord: Omtrent een betere meetmethodiek voor mantelzorgers zijn onvoldoende aanknopingspunten gevonden. Mantelzorg is vaak onzichtbaar en natuurlijk onderdeel van iemands leven, waardoor er geen overkoepelende registratie is. We zullen daarom gebruik moeten blijven maken van de gezondheidsmonitor en de Nissewaard Peiling, waarin gevraagd wordt of mensen mantelzorger zijn. Mochten we bij de doorontwikkeling van het mantelzorgbeleid mogelijkheden zien voor verbetering van de meetmethodiek, dan nemen we dat uiteraard mee.
Vragen PvdA 1. Hs. 3,4 pag. 14; aantal vrijgestelden van arbeidsplicht blijft hoog. Vraag blijft dan ook hoeveel van deze mensen eigenlijk naar het UWV zouden moeten? Kan dit aantal onderzocht worden? Antwoord: Wanneer er vrijstelling is van de arbeidsplicht, betekent dit niet per definitie dat er recht is op een uitkering van het UWV. Hiervoor gelden aanvullende voorwaarden. Bij bijstandsgerechtigden wordt voor aanvang van de uitkering en bij wijziging van de omstandigheden rondom arbeidsgeschiktheid altijd gekeken naar de mogelijkheden voor een beroep op voorliggende voorzieningen, zoals een uitkering vanuit het UWV. We gaan er daarom van uit dat er geen bijstandsgerechtigden zijn die recht zouden hebben op een uitkering van het UWV.
2.
Hs. 4.1, pag. 22, tabel 11: aantal jongeren in buitengebied met jeugdhulp 102%. Verklaring percentage? Boven 100% lijkt me niet logisch. Ergo; alle jongeren in buitengebied ontvangen jeugdhulp?
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
5 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
Antwoord: Op pagina 22 boven de kaart is de volgende toelichting hierover opgenomen: Het buitengebied kent (afgerond) meer jongeren met jeugdhulp dan inwoners tot 18 jaar (zie tabel 11). Dit heeft te maken met justitiële jeugdinrichting De Hartelborgt. De Hartelborgt biedt plaats aan 105 jongeren van 12 tot 24 jaar, die om strafrechtelijke redenen zijn opgenomen in de jeugdinrichting. Verreweg het grootste deel van de 50 jeugdigen met jeugdhulp in het buitengebied, verblijft in De Hartelborgt. Met de wijziging van het woonplaatsbeginsel (zie hoofdstuk 8) in 2022 kan hierin mogelijk wijziging komen. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp wordt door het CBS altijd afgerond op vijftallen, waardoor de aantallen en percentages niet exact zijn.
3.
Pagina 6; Hoofdstuk 2. Samenvatting, Werk, inkomen armoede en schulden: In de wijken Gildenwijk, Groenewoud en Akkers ligt het percentage [bijstandsgerechtigden] aanzienlijk hoger. Wordt er extra ingezet of is er een plan van aanpak om dit te verbeteren?
Antwoord: Vanuit de Participatiewet kennen we geen wijkgerichte aanpak. We zien dat er meer bijstandsgerechtigden zijn in wijken met woningen in de sociale huursector en minder bijstandsgerechtigden in wijken met veel koopwoningen.
4.
Pagina 6; Hoofdstuk 2. Jeugdhulp: Vraag: In de wijken Gildenwijk, Simonshaven en Sterrenkwartier ligt het percentage [jeugdigen met jeugdhulp] aanzienlijk hoger. Zijn de oorzaken bekend waarom deze wijken aanzienlijk hoger scoren en is er een plan van aanpak om dit te verbeteren?
Antwoord: Uw conclusie is niet correct. Gildenwijk kent een hoog percentage jeugdigen met jeugdhulp, maar Simonshaven en Sterrenkwartier niet. De benoemde wijken zijn de wijken waar het percentage jeugdigen met jeugdhulp niet is gedaald. In alle andere wijken is het percentage over 2020 gedaald. Er zijn geen oorzaken bekend van de verschillen tussen wijken, anders dan de vermoedelijke oorzaak van bevolkingssamenstelling. In het kader van wijkanalyses en wijkaanpakken wordt data op wijkniveau gebruikt en verrijkt met ervaringen uit de praktijk van met name professionals die in de wijken actief zijn. Dit leidt tot verschillende prioriteiten/aandachtspunten per gebied, zoals financiële problematiek of echtscheidingsproblematiek.
5.
Pagina 14; Hoofdstuk 3.4 Populatie in de bijstand: Het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd moet feitelijk zijn het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd (pensioen is n aar eigen keuze eerder op te nemen). Bent u het daar mee eens? Uw vermoeden dat er vanwege het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd er juist minder uitkeringsgerechtigden zijn is wat mij betreft een verkeerde conclusie omdat feitelijk de groep boven de 55 jaar en ouder langer moeten doorwerken vanwege het ophogen van de AOW leeftijd naar in 2024 67 jaar. Hierdoor zullen er juist meer
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
6 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
uitkeringsgerechtigden moeten zijn. Vraag: Is het niet zo dat de uitkeringen stoppen bij 65 jaar oud en dat de Sterftecijfers vanwege Covod 19 zeker in deze leeftijdscategorie veel hoger is dan voor de pandemie, hierdoor een daling van uitkeringen heeft plaatsgevonden? Antwoord: Het is correct dat de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bedoeld. De belangrijkste reden van de daling van 55-plussers in de uitkering is het bereiken van de leeftijd waarop AOW wordt ontvangen en geen recht meer bestaat op een gemeentelijke uitkering. Deze reden van uitstroom was in 2020 met 73 sterk hoger dan in voorgaande jaren (2019: 43 en 2018: 33), waardoor het aantal 55-plussers in de uitkering is gedaald. In 2020 zijn 12 personen boven de 55 jaar met een bijstandsuitkering overleden. In 2018 en 2019 waren dat er 9. De reden van overlijden is niet bekend, waardoor onduidelijk is of er verband met corona bestaat.
6.
Pagina 37; Hoofdstuk 5. Maatschappelijke ondersteuning: Hoe gaat u ervoor zorgen dat alle cliënten deze vorm van ondersteuning van een mantelzorgconsulent kennen?
Antwoord: Momenteel wordt gewerkt aan verbetering van het mantelzorgbeleid. Hierin zal ook aandacht zijn voor betere bekendheid van mantelzorgondersteuning. Het plan hiervoor zal eind 2021/begin 2022 in de commissie sociaal domein worden geagendeerd.
7.
Pagina 43 en 44; Hoofdstuk 6.3 Doelstelling 3: sociaal betrokken inwoners die meedoen: Hoe gaat u bereiken dat de percentages vrijwilligers in Nissewaard omhoog gaan en op zijn minst het landelijke gemiddelde gaat halen? Zijn daar uitgewerkte plannen voor op komen die nog?
Antwoord: Binnen het programma toekomstbestendig sociaal domein, thema versterken van de samenleving, is vrijwilligers(ondersteuning) een speerpunt. Met de vrijwilligersdag van 2 oktober jl. en de informatie die daar is vergaard, alsmede de vragenlijst die naar aanleiding van deze dag nog wordt verspreid, hopen we voldoende input te verkrijgen om verbeteracties te kunnen inzetten om vrijwilligers(organisaties) beter te kunnen ondersteunen en vrijwilligerswerk te stimuleren. Er volgt hierover dus nog nadere informatie.
8.
Pagina 47; Hoofdstuk 7.3 Financiële ontwikkelingen in 2020 en 2021: Het goed om te zien dat er vanuit de rijksmiddelen er ca. € 18,75 miljoen beschikbaar wordt gesteld voor jeugdhulp/ zorg. Graag zien wij de exacte bedragen in de begrotingen 2022 t/m 2025 tegemoet waaruit te zien is waaraan de extra beschikbare rijksbijdrage te zien is? Waarmee de speerpunten Jeugdhulp genoemd op blz. 57 en 58 op zijn minst gerealiseerd worden.
Antwoord: De in het bestuursverslag opgenomen bedragen betreffen indicatiebedragen. Er werd reeds benoemd dat het bedrag, door actualisatie van de maatstaven, nog zou wijzigen. In de diverse
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
7 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
circulaires van het Rijk zullen de bedragen bekend worden gemaakt. In de septembercirculaire 2021 wordt het bedrag voor Nissewaard en andere gemeenten voor 2022 echter niet concreet benoemd. Na analyse wordt vooralsnog uitgegaan van een bedrag ad € 6.938.909 voor het jaar 2022. Dit geeft een nadeel ad € 178.272 t.a.v. het opgenomen indicatiebedrag. Voor de jaren 2023 t/m 2025 zijn in de meerjarenbegroting de extra inkomsten Jeugd ingeschat op 75% van het bedrag dat de arbitragecommissie heeft aanbevolen als extra middelen voor Jeugdhulp. Dit is gedaan met toestemming van de toezichthouder. Onzeker is nog of een nieuw kabinet het advies van de arbitragecommissie gaat overnemen. Via de besluitvorming omtrent de circulaires, zult u op de hoogte gehouden worden van de rijksmiddelen voor jeugdhulp voor Nissewaard.
9.
Pagina 55; 8.4 Maatschappelijke ondersteuning: Goed om te zien dat er al wel stappen zijn ondernomen om de samenwerking tussen gemeente (sociaal domein) en het zorgdomein (huisartsen, zorgverzekeraars, acute zorg) te versterken. Zijn er nog meer ontwikkelingen te benoemen die er aan gaan komen op het gebied van Acute Zorg?
Antwoord: Het bestuursverslag beperkt zich tot onderwerpen binnen het sociaal domein of onderwerpen in samenhang met het sociaal domein. Zo werken we momenteel aan een gezondheidsbeleidsplan. Ook krijgt de (verplichte) samenwerking tussen zorgverzekeraar CZ en gemeenten (BAR en ZHE) opnieuw vorm. De samenwerking is gericht de afstemming tussen het sociaal domein (Jeugdwet en Wmo) en het zorgdomein (Zvw en Wlz). Over ontwikkelingen sec op het gebied van Acute Zorg wordt u separaat op de hoogte gehouden.
Vragen CU/SGP 1. Blz. 6: energiebijdrage is gedaald met 7,6%. Wat betekent dat, nu de energiekosten momenteel enorm stijgen? Wordt er nu weer een stijging verwacht van de minimavoorzieningen? Wordt hier op geanticipeerd? Antwoord: Het gebruik van de minimavoorziening energiebijdrage is gedaald met 7,6%. Dit betekent vermoedelijk dat minder mensen in aanmerking kwamen voor de bijdrage of dat minder mensen de bijdrage hebben aangevraagd, of een combinatie van beide. In de evaluatie van het armoedebeleid eind 2021 zal ook de energiebijdrage worden betrokken en erop worden geanticipeerd indien nodig. Bij de energiebijdrage moeten we ook afwachten of hier vanuit het Rijk op geanticipeerd gaat worden.
2. Blz. 7: In 2020 is het aantal aanvragen voor hulp in de Wmo sterk gestegen, maar een groot deel van de indicaties is blijkbaar geëindigd op 31 december, waardoor er een daling lijkt te zijn ten opzichte van 31 december 2019. Betekent dit ook dat de Wmo trajecten korter waren dan andere jaren? Antwoord: Eind 2020 zijn inderdaad veel indicaties geëindigd. Indicaties moeten altijd een bepaalde duur hebben en einde van het jaar vormt een ‘natuurlijk moment’ voor indicaties met een langere
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
8 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
periode. Indicaties worden niet automatisch verlengd; dit vergt een nieuwe aanvraag. Het kan zijn dat de nieuwe aanvraag niet tijdig is gedaan om reeds in december een nieuwe indicatie te laten ingaan. In dat geval zit er dus een korte periode zonder indicatie, tussen de oude indicatie die was afgelopen en de nieuwe indicatie die nog niet is ingegaan. Overigens wordt een deel van de indicaties niet opnieuw aangevraagd. Momenteel werken we aan een vernieuwde werkwijze, waarin we indicaties gaan monitoren. We willen tijdens de indicatie monitoren of de ondersteuning het gewenste effect heeft en voor afloop van de indicatie al gaan bepalen in hoeverre de ondersteuning voortzetting (al dan niet op dezelfde wijze of bij dezelfde aanbieder) noodzakelijk is. We hebben geen reden om aan te nemen dat de trajectduur korter is geworden.
3. Blz. 8: Is er in 2019 meer actie ondernomen m.b.t. bekendheid Wmo? (verderop lees ik dat de bekendheid in 2020 ook niet best is. Is hier een verbeterplan voor?) Zijn de wachtlijsten langer of korter dan in 2019, zowel voor jeugdzorg als Wmo? Antwoord: Het is niet bekend waarom de ‘bekendheid waar Wmo-ondersteuning kan worden verkregen’ in het cliëntervaringsonderzoek is gedaald. Ten opzichte van 2019 is het verschil dat er door corona minder (welzijns)activiteiten hebben kunnen plaatsvinden, waardoor ook minder mensen via die route konden worden doorverwezen. Mogelijk is dit een (deel van de) verklaring. Overigens stijgt het aantal Wmo-aanvragen al enkele jaren, waardoor we uit onze eigen cijfers niet herkennen dat de ‘bekendheid waar Wmo-ondersteuning kan worden verkregen’ is afgenomen. Momenteel wordt gewerkt aan een integrale ingang tot ondersteuning in het sociaal domein (welzijn, Wmo, jeugdhulp en schuldhulpverlening). Wanneer deze voldoende is ontwikkeld, wordt hier een publiciteitscampagne op ingezet. Op een aanvraag voor een Wmo-voorziening moet binnen acht weken na aanvraag worden beslist. De gemiddelde doorlooptijd van een Wmo aanvraag in de periode 1 januari 2021 tot 1 oktober 2021, moment van melding tot aan afhandeling, bedraagt gemiddeld 83 dagen. De gemiddelde wachttijd in deze periode is 38 dagen. De wachttijd is een onderdeel van de doorlooptijd.
De wachttijd betreft het aantal dagen tussen de melding voor de Wmo en de aanvraag voor een voorziening van de Wmo. De wachttijd Wmo in 2019 en 2020 is vergelijkbaar. Voor hulp via het JOT en de POH en zijn geen wachtlijsten en dit is een verbetering (bij de JOT’s) ten opzichte van 2019. Voor diverse vormen van specialistische jeugdhulp zijn wel wachttijden, die op onderdelen ook zeer lang zijn. Dit is een landelijk probleem, waarvoor de rijksoverheid extra middelen beschikbaar heeft gesteld om deze te kunnen inlopen. Door een personeelstekort (ook landelijk) is de vraag of een financieel injectie voldoende mogelijkheden biedt. Ten opzichte van 2019 zijn de wachttijden voor specialistische hulp in 2020 niet verbeterd, maar in sommige situaties zelfs verslechterd.
4. Blz. 17: Is bekend hoe de pilot m.b.t. handreiking naar inwoners met schulden er uit gaat zien, op welke manier waarop contact gelegd zal gaan worden? Antwoord: De pilot heeft reeds gelopen. Op 8 december 2020 heeft u de memo ontvangen van de pilot vroegsignalering schuldhulpverlening over op welke manier contact gelegd gaat worden met de inwoners. Februari jl. heeft de evaluatie van de pilot plaatsgevonden. Hierin zijn aanbevelingen
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
9 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
opgenomen op wat voor manier wij contact opnemen met inwoners met (beginnende) schulden. Op dit moment werkt nog steeds de benadering van informeel kaartje versturen en daarna telefonisch onderhoud het beste.
5. Blz. 19: “Thuis in de wijk” is niet goed bekend onder de doelgroep. Is hier actie op ondernomen? Ook de diensten van stichting leergeld zijn niet algemeen bekend, zelfde vraag. Antwoord: Momenteel wordt gewerkt aan een integrale ingang tot ondersteuning in het sociaal domein (welzijn, Wmo, jeugdhulp en schuldhulpverlening). Dit doen we onder de vlag Thuis in de Wijk. Wanneer deze voldoende is ontwikkeld, wordt hier een publiciteitscampagne op ingezet. Uit de evaluatie van het armoedebeleid eind 2021 moet blijken in hoeverre meer ingezet gaat worden op de bekendheid van Stichting Leergeld.
6. Blz. 20: Minder tevredenheid mbt collectieve ziektekostenverzekering; hoeveel minder en waarom? Antwoord: de rapportage over de cliëntervaring door I&O Research geeft slechts duidelijkheid over een van de drie punten waarop tevredenheid wordt gemeten. Bij het overstappen naar de verzekering is de tevredenheid gedaald van driekwart in 2016 naar 70% van de deelnemers in 2020. Voor de onderdelen tevredenheid met de algehele verzekering en duidelijkheid over de maandelijkse kosten, staat niet in het rapport benoemd hoeveel de daling bedraagt, alleen dat de tevredenheid lager is. De reden waarom is niet onderzocht en dus ook niet bekend. In de evaluatie van het armoedebeleid zal op dit onderwerp worden teruggekomen.
7. Blz. 20: Aanvragen energiebijdrage: is dit zoveel moeilijker geworden? Waarom hebben zoveel meer mensen moeite met aanvragen, vergeleken met 2016? Antwoord: Dit is onbekend. Vermoedelijk speelt hierbij een rol dat er vanwege corona minder doorverwijzingen zijn geweest via andere organisaties. We zullen in de evaluatie van het armoedebeleid hiervoor aandacht hebben en erop anticiperen waar mogelijk.
8. Blz. 33: De groep Wmo-cliënten binnen Nissewaard is beduidend groter dan in de rest van Nederland. Deze groep is echter niet homogeen, net als de voorzieningen die vanuit de Wmo worden bekostigd. Is het duidelijk of er bepaalde groepen mensen over vertegenwoordigd zijn in vergelijking tot de rest van Nederland, en wat is hier die oorzaak van? Antwoord: Het vergelijken van de populatie tussen Nissewaard en andere gemeenten is niet mogelijk, zonder diepgaand onderzoek binnen meerdere gemeenten. Dit vergt veel capaciteit, geld en medewerking van andere gemeenten. We hebben hier tot op heden niet voor gekozen.
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
10 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
Voor het overige wordt verwezen naar het antwoord op vraag 3 van de VVD.
9. (pag. 22) Bijzonder grote toename van de jeugdzorg in Simonshaven van 0 naar 10 en dit van de 65 jeugdige bewoners. Wat is daarvan de oorzaak? Antwoord: Het CBS rond hun gegevens af op vijftallen. Daarnaast, om het risico op onthulling van individuen te voorkomen, geeft het CBS de waarden 0 tot en met 7 weer als geheim. In onze geautomatiseerde gegevensverwerking wordt ‘geheim’ – zoals bij Simonshaven in het verslag over 2019 - weergegeven als 0. Het is dus mogelijk dat de stijging slechts van 7 (weergegeven als geheim) naar 8 (weergegeven als 10) is geweest.
10. Schoolverzuim is in Nissewaard boven gemiddeld hoog. Wat kan er extra aan gedaan worden? (pag. 27). Antwoord: De gemeenten op Voorne-Putten willen op gebied van schoolverzuim intensiever inhoudelijk gaan samenwerken. Er wordt ingezet op afstemming tussen leerplicht en RMC, het voortzetten van de samenwerking met ROC’s in de regio, en dit allemaal met het oog op de aanpassing van de RMC-wetgeving. Dit doen we bijvoorbeeld door meer aandacht te besteden aan het pad náár schoolverzuim: nog meer nadruk op preventie, in plaats van acteren wanneer het verzuim al een feit is. De afstemming tussen leerplicht, RMC en arbeidsmarkt is hier een praktisch voorbeeld van: door nauwer samen te werken ontdekken we patronen en kunnen we beleid beter afstemmen op de realiteit. Ook zien we bijvoorbeeld de samenwerking tussen JOZ en het Zadkine in het programma ‘Back 2 School’. Dit programma gaat met jongeren aan de slag om in hun eigen tempo onderwijs en zorg gelijktijdig aan te bieden, zodat jongeren alsnog worden begeleid naar de arbeidsmarkt. Hier is ook over geschreven in Groot Nissewaard, dd. 19-11-2020.
11. Ondersteuning van de mantelzorgers door een mantelzorgerconsulent is vrij onbekend. Hoe werkt dit ? Zijn dit vrijwilligers ? Waarom die onbekendheid ? Antwoord: mantelzorgondersteuning wordt onder andere geboden door MEE en SWO. Dit zijn geen vrijwilligers. Momenteel wordt gewerkt aan verbetering van het mantelzorgbeleid. Hierin zal ook aandacht zijn voor betere bekendheid van mantelzorgondersteuning. Het plan hiervoor zal eind 2021/begin 2022 in de commissie sociaal domein worden geagendeerd.
12. Opmerkelijk is dat boven gemiddeld meer 75 + bewoners zelfstandig wonen in Nissewaard? Stuurt de gemeente daar bewust in ? (pag. 42) Antwoord: Spijkenisse heeft in het verleden sterk ingezet op levensloopbestendige stad. Hierbij werden levensloopbestendige woningen geclusterd en gecombineerd met wijkservicecentra en ontmoetingsmogelijkheden. Deze woningen en voorzieningen bestaan nog steeds. De Herman
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
11 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
Gorterhof met de Mei als ontmoetingsruimte is hier een voorbeeld van. Dit zou een (deel van de) verklaring kunnen zijn voor het hoge aantal zelfstandig wonende 75-plussers.
13. Reserve Soc. Dom. wederom in de min. Jammer ! Bij de verschillende onderdelen op pag. 45 wordt 12 miljoen genoemd voor re-integratie en werkvoorziening voor uitkeringsgerechtigden. Al eerder in het verslag wordt de Regiodeal genoemd ( pag. 51). Deze gelden zijn ook bestemd voor onderwijs om te voorzien aan de vraag naar vernieuwde werkgelegenheid op het platteland. Op welke manieren kan dit gecombineerd worden, zodat er meer mensen aan het werk kunnen op het platteland? Antwoord: Op dit moment wordt gewerkt aan een nadere uitwerking van het Programma Onderwijs en Arbeidsmarkt uit de Regiodeal. Hierin zijn middelen opgenomen om inzet te plegen op 2 zogenaamde lijnen. Ten eerste de lijn onderwijs. Doel hierbij is om het bestaande onderwijs te gebruiken en te kijken wat nodig is om te innoveren en meer aansluiting te vinden tussen de arbeidsmarkt, onderwijs en gemeenten. De tweede lijn is die van human capital. Hiermee moet een netwerk aan bedrijven worden gerealiseerd om meer ontwikkelplekken en arbeidsplaatsen te realiseren. Voor de nadere uitwerking zal gewerkt worden met businesscases welke gericht zijn op de ambitie van het programma. De beoogde resultaten hiervan voor 2025, conform de drie regionale pijlers zijn: • Van school naar werk: Op elk eiland een Campus met duidelijke onderlinge afspraken en koppeling met V(MB)O.
• Van werk naar werk: De Zuid-Hollandse Delta is een voorbeeld voor een leven lang ontwikkelen, ook samen met private opleiders. Duidelijke tevredenheid bij ondernemers, onderwijs en overheden en bedrijfsleven over gerealiseerde samenwerking • Weer aan het werk: Samenwerking arbeidsmarkt intensiveren en vergroten de inzet op inclusiviteit en koppeling. Ontschotting, meer (ontwikkel) kansen creëren voor alle doelgroepen (niemand staat aan de zijlijn) Er geldt altijd cofinanciering voor op te starten projecten. Deze zullen afhankelijk van de exacte inhoud van het project ook uit re-integratiemiddelen worden gefinancierd.
Vragen CDA 1. In de inleiding wordt gerefereerd naar de visie van 2017 en wordt nog eens benadrukt dat het Thuis in de Wijk concept (TidW) belangrijk is als voorveld voor het versterken van de eigen kracht, preventie en algemene toegankelijke voorzieningen. En dat er wordt gewerkt aan het opzetten en verbeteren van het netwerk van organisaties die hierin actief zijn. Vervolgens lezen we alleen in de samenvatting dat er tijdens Corona TidW is ingezet op het beperken van eenzaamheid en in hoofdstuk 3 “Werk, inkomen, armoede en schulden” onder 3.8 Cliëntenervaringen dat er een klein deel van de inwoners met een minimaregeling slechts bekend is met Thuis in de Wijk. Verder wordt in de overige hoofdstukken met geen woord gerept over de rol die Thuis in de Wijk speelt in bijvoorbeeld Jeugdhulp of WMO. Daarnaast lezen we dat er extra is geïnvesteerd in toezichthouders en accountmanagers. Dit roept bij de ons wat vragen op over de status van het Thuis in de Wijk concept.
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
12 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
a. Kunnen we een overzicht krijgen van alle Thuis in de Wijk TidW locaties? b. Kan er per TidW locatie aangegeven worden wat de implementatie status van het TidW concept is en voor welke onderdelen van het sociaal domein bewoners nu bij deze TidW locaties terecht kunnen? c. In het verslag valt niet te lezen dat er wordt geïnvesteerd in TidW? Waarom wordt er wel in toezichthouders en accountmanagers geïnvesteerd en niet in TidW? d. Hoe vaak worden TidW locaties bezocht? e. Welke hulpvragen worden bij TidW neergelegd? Antwoord: Het Thuis in de Wijk-concept in 2017 is het transformatiegedachtegoed voor het sociaal domein. Dit is dus niets iets concreets, maar een beweging om het sociaal domein aan te passen op de gewenste participatiesamenleving en de richting hoe dat zou kunnen. Gaandeweg is dit concept geconcretiseerd, waarbij we hebben gezegd dat alles wat in het voorveld en in de samenleving gebeurt wat in het kader is van dit gedachtegoed, als TidW wordt bestempeld. De transformatie die we in onze regierol vormgeven en bijvoorbeeld in de maatwerkvoorzieningen, noemen we geen TidW (meer). De integrale ingang die momenteel in ontwikkeling is, wordt wel TidW genoemd en zal zo ook naar buiten worden gecommuniceerd als de ontwikkeling daarvoor ver genoeg is.
Ook hebben de organisaties MEE, SWO, Kwadraad, Pameijer en JOZ samen een website TidW en is er een telefoonnummer waarmee men kan bellen (wordt onderdeel van de integrale ingang) en houdt men (op afspraak) spreekuur, momenteel in de Boekenberg (wordt op termijn ook onderdeel van de integrale ingang). Overigens is de samenwerking recent uitgebreid met CJG. Gezamenlijk werken we aan een sociale kaart waarop al het aanbod in het sociaal domein zichtbaar is (momenteel is alleen het vrije tijds-aanbod en vrijwilligerswerk ontsloten via websites). Vanuit het programma Toekomstbestendig sociaal domein is een beleidsplan in voorbereiding voor ontmoetingslocaties, om ontmoeting laagdrempeliger en makkelijker te maken. TidW kan dus niet gezien worden als enkele locaties waar zaken gebeuren, maar is eerder het samenspel van activiteiten en voorzieningen die moeten zorgen dat er een participatiesamenleving ontstaat en dat algemene voorzieningen bekend en toegankelijk zijn. Omdat TidW dus eerder een bundeling is van heel veel activiteiten, dan een heel tastbare inzet, kiezen we ervoor om niet alles TidW te noemen, wat wel binnen dit gedachtegoed valt. Concreet over de vragen: a. Er zijn geen specifieke TidW-locaties.
In feite kunnen alle locaties als TidW worden bezien waar gewerkt wordt aan het versterken van de samenleving of waar (gesprekken in het kader van) algemeen toegankelijk aanbod sociaal domein plaatsvindt. U kunt dan denken aan wijk- of dorpsgebouwen, jongerenontmoetingscentra, Boekenberg, ontmoetingslocaties bij ouderenhuisvesting, sportverenigingen, scholen, kantoorgebouwen waar hulporganisaties, huisartsen of woningcorporaties gevestigd zijn, etc. b. Zie a. c. Er wordt wel degelijk geïnvesteerd in TidW, namelijk alle investeringen die worden gedaan in het versterken van de samenleving (denk aan subsidies, inzet van combinatiefunctionarissen, maar ook het versterken van vrijwilligers/vrijwilligersorganisaties), het basisaanbod van Nissewaard (veelal subsidies, maar ook het versterken van de onderlinge samenwerking, o.a. via wijkanalyses en wijkaanpakken die nu nog alleen voor jeugd zijn, maar wel worden verbreed naar 0-100 en het versterken van de samenwerking tussen MEE, SWO, Kwadraad, Pameijer en JOZ in werkwijze, signalering en doorverwijzing, alsmede de integrale ingang en
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
13 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
de sociale kaart, versterken van de samenwerking met huisartsen zoals met POH of welzijn op recept). De investering in accountmanagers en toezichthouders versterkt onze regierol als gemeente en is eveneens noodzakelijk. We investeren dus in beide. d. Zie a. In de Boekenberg vindt op afspraak (wekelijks) spreekuur plaats van TidW. e. De hulpvragen die bij de TidW-partners binnenkomen zijn heel breed en beslaan het gehele sociaal domein en relatie met aanpalende domeinen, zoals wonen en medische zorg.
2. Een aantal maal wordt aangegeven dat de regierol van de gemeente versterkt moet worden. Wat betekent dit? Antwoord: Voor een uitgebreider antwoord verwijzen we naar pagina’s 4 en 5 van het bestuursverslag. Samenvattend is de gemeente verantwoordelijk voor het goed functioneren van het sociaal domein als geheel. Daarom werkt de gemeente actief aan het realiseren van de maatschappelijke doelen met de instrumenten die ons vanuit wettelijke kaders ter beschikking staan. Dit betekent: • dat de samenleving zodanig wordt versterkt dat er betere condities zijn voor inwoners om problemen te voorkomen en om zichzelf en elkaar te helpen, • dat er voldoende passende voorzieningen zijn die inwoners doelmatig kunnen ondersteunen bij hun hulpvragen, • dat de uitvoerende partners voldoende met elkaar samenwerken waar dit nodig is, • dat de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is, en • dat de rechtmatigheid is gewaarborgd. Dit bij elkaar is regievoering en vergt gemeentelijke inzet, buiten de inzet op specifieke uitvoerende taken.
3. Pagina 7: Er is extra ingezet, samen met de partners Thuis in de Wijk, op het beperken van eenzaamheid in coronatijd. Kunt u aangeven waar deze extra inzet uit bestaat? Antwoord: tijdens de themabijeenkomsten sociaal domein en in de coronakranten is hier aandacht voor geweest. Er is een uitgebreide communicatie-campagne opgezet en allerlei activiteiten die niet door konden gaan zijn omgezet naar online activiteiten of zaken die wel konden, bijvoorbeeld digitale bingo of dansen op je balkon. Er is meer telefonisch contact geweest, door mensen actief te bellen. Specifiek voor jongeren is gekeken welke activiteiten wel door konden gaan en op welke manier (bijvoorbeeld in de buitenlucht). De aanpak van eenzaamheid wordt hiernaast nog verder doorontwikkeld.
4. We werken samen met partijen om de transformatie te realiseren, waarbij we van onze essentiële partners een grotere verantwoordelijkheid vragen dan van andere partijen. Wat zijn de ervaringen tot nu wat betreft de samenwerking met de bedoelde partijen?
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
14 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
Antwoord: met de TidW-partners MEE, SWO, Kwadraad, JOZ en Pameijer werken we intensief samen en de ervaringen zijn positief. Dit zijn partijen die een stap verder gaan in hun inzet dan formeel wordt verwacht en we ervaren dat we gezamenlijk de transformatie vormgeven. Dit zijn in ieder geval essentiële partijen. Mogelijk dat deze groep uitgebreid gaat worden.
5. Betekent het inzetten van netwerkregisseurs dat de coördinatie tussen de partijen niet optimaal verliep? Is dat nu voldoende geborgd? Antwoord: netwerkregisseurs worden ingezet om samenwerking tussen de grote hoeveelheid (vrijwilligers)organisaties binnen het sociaal domein en in aanpalende domeinen te helpen vormgeven. Voorbeelden van samenwerking met aanpalende domeinen zijn onderwijs en (jeugd)gezondheidszorg, maar ook veiligheid (boa’s en politie) en fysiek domein (bijvoorbeeld samenwerking bij de renovatie van de vuurvogel). Het betreft niet de samenwerking tussen de TidWpartners onderling. De netwerkregisseurs hebben bijvoorbeeld een rol bij de wijkanalyses en wijkaanpakken en in de verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs.
6. Pagina 11: In Gildenwijk, Groenewoud en Akkers ligt het aantal bijstandsgerechtigden per 1000 inwoners sterk hoger dan gemiddeld. Vraag: welke extra inspanningen worden er voor deze doelgroepen (wijken ) verricht om ze aan het werk te krijgen. Antwoord: Vanuit de Participatiewet kennen we geen wijkgerichte aanpak. We zien dat er meer bijstandsgerechtigden zijn in wijken met woningen in de sociale huursector en minder bijstandsgerechtigden in wijken met veel koopwoningen. Overigens is er vanuit armoedepreventie wel gebiedsgerichte inzet.
7. Pagina 14: Vrijstellingen arbeidsplicht: totale vrijstellingen t.o.v. uitkeringen bedraagt 2018: 30,1% 2019: 29,6% 2020: 34,2%. Vraag: in welke gevallen wordt er vrijstelling van de arbeidsplicht gegeven. Antwoord: er wordt vrijstelling van de arbeidsplicht gegeven als een persoon hieraan (om medische redenen) niet kan voldoen. In veel gevallen wordt een onafhankelijk medisch advies gevraagd dat basis vormt van het besluit om al dan niet over te gaan tot (gedeeltelijke) vrijstelling van de arbeidsplicht. Hiernaast is in de Participatiewet (artikel 9 a) geregeld dat een alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft over een kind tot vijf jaar op verzoek ontheven kan worden van de arbeidsverplichting. De ontheffing van de arbeidsplicht ontslaat de alleenstaande ouder echter niet van de re-integratieplicht (artikel 9 lid 1 onderdeel b Participatiewet). Het college is verplicht de ontheven alleenstaande ouder een traject aan te bieden tot behoud of versterking van de arbeidsmarktpositie. Het gaat dan veelal om een scholing of opleidingstraject.
datum
pagina
betreft
6 oktober 2021
15 van 15
beantwoording vragen bestuursverslag sociaal domein over 2020
8. Pagina 17: Vanaf 1 januari 2021 is de wet gemeentelijke schuldhulpverlening gewijzigd. Dat betekent dat gemeenten actief moeten reageren op betalingsachterstanden bij woningbouwcorporaties, energie en zorgverzekeraars. Vraag: Kunt u aangeven hoe vaak dit is voorgekomen en hoe de betrokkenen zijn geholpen. Antwoord: Het bestuursverslag gaat over 2020 en niet over 2021. In de pilotfase die in 2020 heeft gelopen zijn de volgende uitkomsten te benoemen. Er zijn tien aanmeldingen geweest van de woningbouwcorporaties, hiervan hebben we bij vier huisbezoeken afgelegd en één betrokkene verder kunnen helpen. Van de energiemaatschappijen zijn de 333 meldingen binnengekomen en is 27% bekend (geweest) bij de gemeentelijke schuldhulpverlening.
9. Sluiten de speerpunten uit hoofdstuk 9 aan op de visie of moet de visie worden bijgesteld? Antwoord: er is momenteel een beleidskader in de afrondende fase, waarin de beleidsvisie zoals deze was (Thuis in de Wijk-concept en diverse beleidsplannen op grond van diverse wettelijke kaders) wordt aangescherpt op grond van de ontwikkelingen in de afgelopen jaren en voortschrijdend inzicht. Ook wordt in dit beleidskader een eenduidige visie neergelegd, die sociaal domein breed geldend is.