CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Beantwoording technische vragen bestuursverslag Sociaal Domein 2024

Commissie Sociaal Domein 30 oktober 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Bestuursverslag Sociaal Domein 2024 (icm agendapunt 6A)8.574 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo aan

van

de leden van de raad

wethouders Stengs en Postma

datum

pagina

6 oktober 2025

1 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024 In de memo bij het bestuursverslag sociaal domein over 2024 hebben wij u in de gelegenheid gesteld (technische) vragen voorafgaand aan de behandeling in de commissie te stellen. In deze memo staan antwoorden op de ingediende vragen in volgorde van ontvangst. Om de leesbaarheid te bevorderen, zijn de vragen doorgenummerd.

Lijst Verweij 1. In het verleden is de vraag al vaker gesteld. Het percentage vrijwilligers in Nissewaard is significant lager dan in de rest van Nederland. Ondanks mogelijke inspanningen verandert hier niets in. Wat kan er worden gedaan om meer mensen geïnteresseerd te krijgen voor vrijwilligerswerk? Antwoord: Het percentage vrijwilligers in Nissewaard ligt structureel lager dan het landelijke gemiddelde. Dit heeft meerdere oorzaken die grotendeels samenhangen met de specifieke kenmerken van Nissewaard als zogenoemde New Town. Het onderzoek “Zorgen voor New Towns” van najaar 2024 benoemt enkele achterliggende factoren:  broze sociale cohesie: bewoners van New Towns hebben gemiddeld minder binding met hun buurt en elkaar, mede door veel verhuisbewegingen en diversiteit in leefstijlen. Hierdoor is er minder vanzelfsprekende bereidheid om zich vrijwillig in te zetten.  vergrijzing en selectieve migratie: jongere, hoger opgeleide bewoners vertrekken relatief vaak, terwijl ouderen en huishoudens met lagere inkomens blijven. Dit verkleint de pool van actieve vrijwilligers en vergroot de druk op een kleinere groep betrokken inwoners.

Om mensen geïnteresseerd te krijgen en te houden in vrijwilligerswerk wordt geïnvesteerd in de sociale basis, met onder andere inzet op waardering van vrijwilligers, een vrijwilligerscentrale voor het koppelen van vraag en aanbod en trainingen en het bevorderen van samenwerking binnen Nissewaard. Overigens zijn er ook vrijwilligers die zichzelf niet als zodanig zien en dus niet in de cijfers naar voren komen. 2. Graag mogelijke achtergronden voor het grote aantal WMO-cliënten in Nissewaard t.o.v. de rest van Nederland. Het probleem van vergrijzing speelt namelijk in heel Nederland. Antwoord: Ook het hoge aantal Wmo-cliënten heeft deels te maken met de specifieke kenmerken van Nissewaard als New Town. Door de snelle groei in de jaren ’70 en ’80 zijn veel bewoners in dezelfde levensfase ingestroomd. Dat betekent dat vergrijzing zich geconcentreerd en versneld

Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

2 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

voordoet. Hierdoor ontstaat een gelijktijdige hoge zorgvraag, in tegenstelling tot gemeenten met een meer gespreide bevolkingsopbouw. Nissewaard loopt als het ware vóór op andere gemeenten, waar het de vergrijzing betreft. Ook kan een rol spelen dat de inwoners van New Towns gemiddeld een minder goede gezondheid hebben, dan in andere gemeenten. De gezondheidssituatie in Nissewaard scoort in vergelijking met andere New Towns nog lager. Door de broze sociale cohesie ontbreekt vaak het informele vangnet dat in andere gemeenten door sociale structuren wordt opvangen. Hierdoor wordt vermoedelijk sneller een beroep gedaan op formele Wmo-voorzieningen. 3. Wijkcentra worden maar door 22% van de inwoners bezocht en slechts 6 op de 10 mensen weten van het bestaan ervan af. Wij vragen ons af of gezien de kosten/subsidies het voortbestaan van sommige wijkcentra niet eens tegen het licht gehouden moet worden. Tevens willen wij weten hoeveel betaalde functies bestaan binnen deze wijkcentra en aan welke bedragen wij moeten denken. Antwoord: De vraag suggereert dat weinig inwoners gebruik maken van de wijkcentra. De vraag is echter of deze percentages/aantallen wel laag te noemen zijn. Wijkcentra zijn bedoeld voor alle inwoners, maar in de praktijk vervullen ze vooral een belangrijke rol voor ouderen en kwetsbare groepen.

Er is nagenoeg geen informatie gevonden over wijkcentra-bezoek in andere gemeenten. Alleen in het inwonersonderzoek van Nijmegen uit 2019 wordt een percentage van 14% genoemd, zijnde het percentage inwoners dat regelmatig een wijkcentrum bezoekt. De wijkcentra zelf ontvangen geen subsidie. Veel van de gebouwen zijn in eigendom van de gemeente Nissewaard. Subsidie wordt wel verleend aan de gebruikers van wijkcentra, met name de wijkgroepen. De kosten van de 4,67 fte bemensing wijkcentra bedragen circa € 250.000 per jaar, exclusief overhead. Deze mensen zijn in gemeentelijke dienst. Het aantal fte kan laag worden gehouden omdat veel gewerkt wordt met vrijwilligers. De wijkcentra hebben een belangrijke functie in het bevorderen van ontmoeting tussen inwoners en daarmee het bevorderen van sociale cohesie. Het college is er, op basis van de huidige financiële situatie van de gemeente Nissewaard, geen voorstander van om op de uitgaven die gerelateerd zijn aan wijkcentra te bezuinigen. 4. Er is regionale actieve betrokkenheid geweest rondom dementie. Zoals u weet is de mogelijkheid voor mensen met beginnende dementie om naar bijvoorbeeld winkels en andere voorzieningen te gaan (middels veilige routes en duidelijke oriëntatie niet aanwezig.

Ondanks dat dit onderwerp verschillende malen door onze fractie onder de aandacht werd gebracht, verwachten wij geen enkele actie, omdat College en ondernemers naar elkaar wijzen. Is dit onderwerp bij het regionale verleg aan de orde gekomen en zo ja, op welke termijn kunnen wij eventueel een plan van aanpak verwachten? Antwoord: Wij nemen deel aan het regionale overleg ‘Ketenzorg Dementie’ op Voorne-Putten, Rozenburg en Goeree-Overflakkee. Er is een meerjarenplan opgesteld met speerpunten. Hierin is geen expliciete aandacht voor de toegankelijkheid van voorzieningen voor mensen met beginnende dementie. Het document legt voor de groep met beginnende dementie en hun omgeving de nadruk op vroegtijdige signalering, laagdrempelige informatievoorziening, mantelzorgondersteuning en integrale begeleiding, zeker ook voor jonge mensen met dementie. Er wordt gewerkt vanuit de gedachte dat een vroege start van ondersteuning helpt om mensen langer zelfstandig thuis te laten

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

3 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

wonen en overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. Tijdens de recente evaluatie is besloten dat de huidige speerpunten worden voortgezet in het nieuwe meerjarenplan, met uitzondering van het afgeronde speerpunt omtrent dagbesteding. 5. Op welke gronden kan vrijstelling/ontheffing worden verleend m.b.t. de Wet Inburgering 2021? Het gaat hier om 14 personen. Antwoord: De Wet Inburgering 2021 kent enkele mogelijkheden tot vrijstelling of ontheffing van de inburgeringsplicht. Deze zijn strikt omschreven in de wet- en regelgeving:  vrijstelling op basis van reeds behaalde diploma’s: personen die in Nederland of daarbuiten een diploma of certificaat hebben behaald dat aantoont dat zij voldoende kennis van de Nederlandse taal en maatschappij hebben, kunnen vrijstelling krijgen.

Voorbeelden zijn een Nederlands diploma voortgezet onderwijs of een inburgeringsdiploma volgens de Wet Inburgering 2013;  ontheffing wegens aantoonbare inspanning (inspanningsverplichting): Als een inburgeringsplichtige kan aantonen dat hij/zij maximale inspanningen heeft geleverd, maar desondanks het vereiste niveau niet kan behalen, kan de gemeente ontheffing verlenen;  ontheffing bij medische of psychische belemmeringen: als iemand door een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking structureel niet in staat is om (delen van) het inburgeringstraject te volgen, kan een ontheffing worden verleend. Dit moet worden vastgesteld door een onafhankelijk arts of deskundige;  ontheffing op leeftijdsgrond: personen die op of na het moment van inburgeringsplicht al de AOW-leeftijd hebben bereikt, worden vrijgesteld. Inwoners met de nationaliteit van een EU-land, IJsland, Liechtenstein, Noorwegen of Zwitserland vallen van rechtswege niet onder de inburgeringsplicht. Een vrijstellingsbeschikking is dan niet nodig. 6. Het aantal aanmeldingen minnelijke schuldhulpverlening is vanaf 2021 met 22,9% toegenomen. Hoe verklaart u dit? Antwoord: Het aantal aanmeldingen is in 2024 met 22,9% toegenomen ten opzichte van 2023. Ten opzichte van 2021 is het aantal aanmeldingen in 2024 toegenomen met 35,4%. Het is een landelijk beeld dat het beroep op schuldhulpverlening stijgt.

Landelijk worden hiervoor een aantal redenen gegeven, zoals inzet van vroegsignalering, achterstallige corona-schulden bij ondernemers, gestegen prijzen voor levensonderhoud, toename van online gokken en kortere schuldhulptrajecten. Met name dat laatste is de reden dat het aantal schuldhulptrajecten eind 2024 lager ligt dan eind 2021. 7. Het aantal signalen m.b.t. vroeg signalering is sterk toegenomen. Toch wordt slechts een heel klein percentage bereikt. Zijn er andere manieren om dit percentage mogelijk te kunnen verhogen? Antwoord: Mogelijk dat door extra inzet te plegen op grond van de signalen, het bereik kan worden vergroot. In het kader van de regiodeal New Towns wordt hiertoe een project opgestart.

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

4 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

8. Slechts 31% van bijstandsgerechtigden maken gebruik van bijzondere bijstand. Uit meerdere gesprekken met bijstandsgerechtigden werd ons duidelijk dat bijzondere bijstand slechts in enkele gevallen werd verleend. Kortom dat het merendeel van de aanvragen niet werd toegewezen. Is er een mogelijkheid dat de voorwaarden voor cliënten niet geheel duidelijk zijn of dat u mogelijk te star bent met het toekennen van aanvragen? Wij hebben kennis mogen nemen van het feit dat bijzondere bijstand werd afgewezen v.w.b. kosten openbaar vervoer om een stervend familielid te kunnen bezoeken. Antwoord: Wij kunnen niet herleiden op welke basis u komt tot een percentage van 31% van de bijstandsgerechtigden die gebruik maakt van bijzondere bijstand. Wij kunnen dit percentage dan ook niet bevestigen. Ook herkennen wij het beeld niet dat het merendeel van de aanvragen bijzondere bijstand wordt afgewezen. Gemeentelijk minimabeleid in de vorm van bijvoorbeeld een collectieve ziektekostenverzekering geldt ook als bijzondere bijstand. Individuele bijzondere bijstand is bedoeld voor noodzakelijke kosten die niet uit de bijstandsnorm kunnen worden betaald. De beoordeling hiervan gebeurt altijd op basis van wetgeving, jarenlange jurisprudentie en uiteraard persoonlijke omstandigheden.

Van alle aanvragen individuele bijzondere bijstand, van bijstandsgerechtigden en niet-bijstandsgerechtigden samen, wordt circa 28% afgewezen. 9. 69% van de cliënten is tevreden met het keukentafel gesprek. Bijna 1/3 dus niet. Is er voor deze groep een mogelijkheid genomen beslissingen aan te vechten? Antwoord: Er zijn meerdere enquêtevragen gesteld over het keukentafelgesprek. De 69% waarop u doelt, is het percentage dat tevreden is met de oplossing uit het keukentafelgesprek. U geeft aan dat bijna een derde niet tevreden is. Uit de volledige rapportage cliëntervaringsonderzoek Wmo blijkt echter dat 14% neutraal is en 17% niet (helemaal) tevreden is met de oplossing uit het keukentafelgesprek. Naar aanleiding van een keukentafelgesprek is er altijd de mogelijkheid een Wmo-aanvraag in te dienen, ook als het keukentafelgesprek heeft geleid tot de conclusie dat een Wmo-voorziening niet de meest passende oplossing is. Op dat moment volgt altijd een beschikking, waarmee de inwoner in bezwaar kan gaan.

ChristenUnie-SGP 10. Blz. 3: Op 1 juli 2025 waren 103 van de 143 inspanningen uit de aangepaste Ontwikkelagenda deel 2 gerealiseerd, oftewel 72%. Er worden ook voorbeelden genoemd. Welke inspanningen staan zoal voor dit jaar (2025) op de planning? Antwoord: Een greep uit de inspanningen 2025:  Aanpassen van diverse subsidieregelingen en afspraken rondom bezuiniging en transformatie met grote subsidiepartners  Communicatiecampagne ‘praat vandaag over morgen’  Realiseren van diverse bezuinigingstaakstellingen  Plan van aanpak sterke samenleving / plan sociale basis opstellen  Inclusie-agenda vormgeven

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

5 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

  

Implementatie wetsvoorstellen ‘van school naar duurzaam werk’ en ‘Participatiewet in balans’ Voortzetting inspanningen taskforce jeugd en opgaveteam Wmo Vormgeven lokale voorzieningen beschermd thuis en doortonwikkeling regionale samenwerking centrumtaken Wmo

11. Blz. 4/5: Het afgelopen half jaar kwam landelijk steeds meer informatie beschikbaar, waaruit is gebleken dat een stevig lokaal team meer behelst dan de meeste gemeenten nu hebben vormgegeven. Wat waren de voornaamste ontdekking(en) hierbij? Antwoord: een ‘stevig lokaal team’ is een samenhangende groep van professionals vanuit verschillende onderdelen van het sociaal domein dat dichtbij inwoners/gezinnen laagdrempelig, nietgeïndiceerde ondersteuning biedt. De (samenwerkings)vorm waarin deze ondersteuning wordt uitgevoerd, is aan iedere gemeente zelf om in te vullen. De voornaamste aanvullende informatie is dat ‘het team’ echt integraal moet werken en sociaal domein-breed. Ook is het noodzakelijk om op belangrijke plekken in de leefwereld aanwezig te zijn, zoals school en huisarts. Er wordt outreachend samengewerkt met andere organisaties in de sociale basis en er wordt vanuit ‘het team’ integraal basishulp geboden. Het grote verschil met de situatie in Nissewaard betreft de samenhang (tussen organisaties en tussen deeldomeinen) en samenwerking met andere organisaties buiten het sociaal domein. In de huidige situatie binnen Nissewaard zijn de losse functies wel voorhanden, bijvoorbeeld met schoolmaatschappelijk werk en de praktijkondersteuner jeugd bij huisartsen, maar ontbreekt de samenhangende aanpak.

Thuis in Nissewaard is hier een aanzet toe, maar moet verder worden doorontwikkeld om te voldoen aan alle vereisten van het stevig lokaal team, als onderdeel van de sociale basis. 12. Blz. 8: Gemiddeld schommelt het aantal vrijwilligers in Nederland tussen de 40% en 50%. Uit de Nissewaard Peiling blijkt dat het percentage inwoners uit Nissewaard dat vrijwilligerswerk verricht, is gedaald van 34% in 2020 en 2022 naar 26% in 2024. Wat is de oorzaak van deze daling? Antwoord: In ieder geval is de vraagstelling aangepast in de laatste Nissewaard Peiling, waardoor er mogelijk minder mensen hebben aangegeven vrijwilliger te zijn. Het is onduidelijk of er feitelijk minder vrijwilligers zijn in Nissewaard dan in 2020 of 2022. 13. Blz. 10: Aan het begin van de volgende raadsperiode zal bekeken worden welke doelstelling rondom mantelzorgondersteuning wenselijk is voor de komende vier jaar. Welke doelstelling wordt op dit moment tot aan de volgende raadsperiode gehanteerd? Antwoord: In de Ontwikkelagenda is hieromtrent het volgende opgenomen: ‘Het aantal mantelzorgers dan met ondersteuningsaanbod wordt bereikt is hoger dan in 2021’. 14. Blz. 15: In de leeftijdsopbouw zien we dat de groep tot 45 jaar een stijging laat zien. Dit lijkt verband te houden met de algehele stijging van het aantal bijstandsgerechtigden. Waarom is de

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

6 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

stijging in deze leeftijdscategorie het hoogst? Antwoord: De stijging in de leeftijdscategorie tot 45 jaar hangt samen met bredere landelijke ontwikkelingen. Landelijk zien we een toename van het aantal bijstandsuitkeringen, vooral onder jongere leeftijdsgroepen (tot 45 jaar). Deze ontwikkeling heeft ook in Nissewaard effect. 15. Blz. 15/16: Van oudsher heeft Nissewaard een hoog percentage alleenstaande ouders in de bijstand. Na een daling, stijgt het nu weer langzaam. Welke maatregelen worden op dit moment genomen om Nissewaard binnen de range te houden? Antwoord: Vanuit de Ontwikkelagenda is hierop apart inspanning gepleegd. Er is een samenwerking met de re-integratiebureau VierL aangegaan voor de doelgroep alleenstaande ouders. Hiernaast is de leerlijn ondersteuning kinderopvang opgezet voor deze doelgroep. In november 2024 is een nieuw traject gestart middels externe financiering van het landelijke actieplan ‘dichterbij dan je denkt’ dat eveneens gericht is op kinderopvang. Hiermee hopen we voldoende extra inspanning te hebben gepleegd op deze doelgroep. 16. Blz. 19: De stijging van het aantal beëindigingen schuldsanering komt doordat de duur van een schuldhulpverleningstraject per 1 juli 2023 is gehalveerd van 36 tot 18 maanden.

Heeft die halvering problemen opgeleverd bij de mensen om wie het gaat of tijdens het traject of is deze halvering zonder gevolgen? Antwoord: De duur van de schuldregeling vanuit de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) is teruggebracht van 36 naar 18 maanden. Dit is vervolgens eveneens doorgevoerd in minnelijke schuldhulpverleningstrajecten. Doel is om mensen sneller perspectief te bieden, omdat ze sneller weer financiële ruimte krijgen, en de doorstroming naar de Wettelijke Schuldsanering (Wsnp) te verbeteren. Door de kortere aflosperiode kunnen meer mensen sneller uit de schulden komen, wat stimuleert om eerder hulp te zoeken. Het is dus een verbetering voor mensen met schuldproblematiek. 17. Blz. 21: Het Jeugdfonds en Stichting leergeld worden dus steeds beter gevonden. Dat is gunstig. Is hier een oorzaak van bekend? Antwoord: Zowel wijzelf als gemeente, als beide organisaties, hebben ingezet op vergroting van de bekendheid bij inwoners en partners/doorverwijzers. 18. Blz. 23: Wel heeft ongeveer een op de tien inwoners moeite met het begrijpen van de aanvraagformulieren en weet een even groot deel niet waar zij terechtkunnen met vragen (bij intakegesprek Participatiewet). Is daar mogelijk iets aan te doen? Antwoord: Op de website van Nissewaard staat een filmpje waarin het aanvraagproces, waaronder het invullen van het formulier, wordt uitgelegd.

Als inwoners hulp nodig hebben met het invullen van het aanvraagformulier, kan contact worden opgenomen met de gemeente. Deze informatie is op de

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

7 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

website van de gemeente Nissewaard te vinden. Men kan ook altijd bellen met Thuis in Nissewaard of contact opnemen met Stimos of het Informatiepunt Digitale Overheid in de Boekenberg. 19. Blz. 24: Armoederegelingen. Wat doet de gemeente zoal om de bekendheid aan armoederegelingen in de gemeente vergroten? Antwoord: Wij informeren inwoners actief over de verschillende armoederegelingen via onze website en sociale mediacampagnes. Verder wijst onder meer ons preventieteam, bij een melding vanuit de vroegsignalering, de persoon in kwestie op de verschillende armoederegelingen en ook klantmanagers wijzen hun klanten op regelingen tijdens bijvoorbeeld hun dienstverleningsgesprekken. Ook informeren wij onze partners over de verschillende regelingen die zij aan hun cliënten kunnen communiceren. Daarbij komt dat partijen als Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur zelf ook campagnes opzetten waarbij zij mensen op hun regelingen wijzen. Tot slot kennen wij als gemeente de individuele inkomenstoeslag ambtshalve toe aan burgers waarvan wij weten dat zij hier recht op hebben, omdat zij bijvoorbeeld een bijstandsuitkering ontvangen. Met de automatische toekenning van de individuele inkomenstoeslag lopen wij als gemeente voorop. Ambtshalve toekenning is onderdeel van de aankomende wetswijziging rond de Participatiewet in Balans. 20. Blz.

26: Recent is wel een stijging te zien in pgb’s, met name voor kinderdagcentra. Is hier een verklaring voor te geven? Antwoord: De gemeente Nissewaard heeft, samen met Voorne aan Zee, een vast aantal plekken ingekocht bij een kinderdagcentrum. Hierdoor is er een wachttijd voor nieuwe plaatsingen. Indien ouders deze wachttijd onwenselijk vinden, kunnen zij kiezen voor een pgb, waarmee ze bij een andere aanbieder sneller terecht kunnen. 21. Blz. 28: In 2023 en 2024 heeft geen verdere daling doorgezet van casussen jeugdbescherming, terwijl dit landelijk wel heeft plaatsgevonden. Waarom is deze problematiek in Nissewaard hardnekkiger dan elders? Antwoord: Het onderzoek “Zorgen voor New Towns” van najaar 2024 benoemt dat in New Towns huiselijk geweld relatief vaak voorkomt. Dit zou een verklaring kunnen zijn. 22. Blz. 30: In totaal nemen 90 peuters die baat zouden hebben bij vve, niet deel aan het aanbod VVE. Waarom niet? Antwoord: Voor- en vroegschoolse educatie is niet verplicht. Ouders kunnen dit weigeren, of kunnen aangeven dat ze reguliere gastouder- of kinderopvang voldoende vinden. 23. Blz. 33: We hebben uitvoering gegeven aan het Nationaal Programma Onderwijs. Nissewaard krijgt vanuit het Rijk incidentele middelen om samen met het onderwijs en kinderopvang een plan te maken voor kinderen met o.a. sociaal-emotionele achterstanden/problematiek die

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

8 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

tijdens de coronacrisis zijn ontstaan. Hebben we deze gelden inmiddels ontvangen en waar worden deze gelden voor ingezet? Antwoord: De gemeente Nissewaard heeft van het Rijk over de periode 2022 tot en met juli 2025 middelen ontvangen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Hierna stopt NPO. Deze gelden zijn gedurende de looptijd ingezet voor interventies die sociaal-emotionele en educatieve achterstanden bij kinderen en jongeren als gevolg van de coronacrisis helpen verkleinen. De inzet bestond onder andere uit jongerenwerk op school, inzet van een jongerencoach, groepstrainingen voor zowel het primair als voortgezet onderwijs, uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk en thuisprogramma’s voor de doelgroep VVE-kinderen. Daarnaast is een deel van het budget beschikbaar gesteld aan schoolbesturen, zodat zij dit naar school- en leerlingbehoefte konden besteden, mits passend binnen de NPO-doeleinden. 24. Blz. 37: De vergelijking met Nederland in de grafiek, laat zien dat er in Nissewaard een beduidend groter aandeel inwoners is met een indicatie voor een Wmo-voorziening dan landelijk gemiddeld. Is hier een oorzaak/oorzaken voor aan te wijzen? Antwoord: Zie antwoord op vraag 2. 25. Blz. 40: Het aantal meldingen voor beschermd Wonen is binnen de gehele regio Zuid-Hollandse Eilanden gestegen met ruim 36%, van 278 meldingen in 2023 naar 379 meldingen in 2024.

Is in z’n algemeenheid aan te geven hoe de regio ZHE, waar Nissewaard deel van uitmaakt, daar mee omgaat? Antwoord: In de zomer 2023 is de opgave vernieuwd beschermd wonen en opvang gestart. Er is gewerkt aan het vernieuwen en voorzetten van de samenwerking in de regio en een vernieuwd zorglandschap. De toegang, waar de meldingen binnen komen, is hier ook onderdeel van. Als regio is er ingezet op de professionalisering van de lokale toegang van de vier gemeenten. We werken met aandachtsfunctionarissen die, vanuit de eigen gemeente, eerst een lokale screening op de melding doen voordat er bij de regionale toegang in Nissewaard aangemeld wordt. Door de aanpassing in werkwijze heeft de toename van het aantal meldingen in 2024 niet geleid tot een langere wachttijd voor het afgeven van een indicatie. Het aantal afgehandelde meldingen was hoger dan het aantal binnengekomen meldingen. Dat betekent dat de regionale toegang de wachttijd voor het afhandelen van de meldingen in 2024 juist verlaagd heeft. Dit heeft zich in 2025 ook voortgezet.

Nissewaard Lokaal 26. Pag 7 De geconstateerde rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden bleven in 2024 onder de goedkeuringstolerantie / Aan zorgaanbieders die voor minder dan € 75.000 per jaar aan hulp en ondersteuning leveren, vragen wij geen goedkeurende accountantsverklaring. In 2024 zijn er rechtmatigheids-onzekerheden van 1,6 mln. welke concrete acties lopen hierop om het bedrag te verlagen dit jaar? Op welke wijze borgt het college dat aanbieders onder de € 75.000 per jaar grens toch verantwoord uitgaven doen?

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

9 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

Antwoord: In het huidige proces werken we met belrondes, waarbij inwoners die zorg ontvangen bevraagd worden over de levering van de zorg die ze beschikt gekregen hebben. Voor de vorige accountant waren deze acties voldoende en was er dus geen onzekerheid over 2023, zoals staat toegelicht in het bestuursverslag van vorig jaar. Het is de wens om de huidige belrondes te gaan vervangen door een digitale controle op levering via het systeem Basisbeeld (zie voor meer informatie over Basisbeeld de presentatie in de commissie SOD van 18 januari 2024). Deze optie wordt momenteel onderzocht. Daarnaast is het ook de wens om bij een herindicatie de inwoner te bevragen op de geleverde zorg. 27. De stelpost sociaal domein wordt vanaf 2028 negatief. Zijn er aanvullende taakstellingen in voorbereiding? Zou dit nog ten koste kunnen gaan van voorzieningen? Antwoord: Er zijn geen aanvullende taakstellingen in voorbereiding. 28. In 2024 was er een overschot BUIG. Kan het college aangeven hoe dit overschot is verwerkt? Is dit toegevoegd aan de algemene middelen of wordt dit aan de reserve sociaal domein toegevoegd? Antwoord: Vanuit het overschot op BUIG is structureel € 500.000 toegevoegd aan het reintegratiebudget.

Daarnaast wordt jaarlijks voor alle openeindregelingen binnen het sociaal domein een prognose gemaakt voor uitgaven, welke gedurende het jaar wordt bijgesteld indien nodig via de turaps. Als er een overschot is op BUIG, wordt dit verrekend met de stelpost sociaal domein. Als er bij de jaarrekening nog een overschot op de uitgaven uitkeringen blijkt, dan wordt dit overschot gestort in de reserve sociaal domein. 29. Bij de hervormingsagenda jeugd is veel onduidelijkheid over de financiële effecten. Hoe wordt in de begroting rekening gehouden met dit risico? besparing versus dekking. Antwoord: Dit is opgenomen in de risicoparagraaf (punt 9, pagina 44 van het bestuursverslag). 30. Is er een duidelijke(re) verklaring voor het aantal gestegen Wmo-voorzieningen. Het college noemt dat dit vermoedelijk een gevolg is van vergrijzing. Waarom is dit een vermoeden, welke oorzaken zouden er nog meer kunnen zijn? Antwoord: Er wordt gesproken over ‘vermoeden’ omdat dit een voor de hand liggende verklaring is, maar niet expliciet is onderzocht. Zie verder antwoord op vraag 2. 31. Op welke wijze monitort het college op dit moment de effecten van de transformatie en versterking van de sociale basis? Antwoord: De monitoring van de transformatie vindt plaats op basis van de gestelde doelen in de Ontwikkelagenda en het jaarlijkse bestuursverslag.

De versterking van de sociale basis is in ontwikkeling, waarbij voor eind 2025 indicatoren zijn benoemd. In hoofdstuk 3 van het

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

10 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

bestuursverslag staan indicatoren die nu worden gemeten omtrent de sociale basis. 32. het verslag meldt dat de uitstroom uit de bijstand niet volledig is onderzocht? waarom niet? Antwoord: Alle onderzoeken kosten geld en/of capaciteit, ook als dit intern wordt gedaan. We hebben geen prioriteit gegeven aan dit onderzoek. 33. pag 15. Van oudsher heeft Nissewaard een hoger percentage alleenstaande ouders in de bijstand. Dit leidt ook tot een hoger percentage ‘kinderen in bijstandsgezinnen’. Uit onderzoek blijkt dat kinderen waarvan de ouder(s) een bijstandsuitkering hebben/heeft, grotere kans hebben op sociale uitsluiting, jeugdhulp en verminderde kansen voor de toekomst dan kinderen uit andere gezinnen. Binnen de Ontwikkelagenda is het doel opgenomen om (in 2026) binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten te zitten, wat betreft het percentage kinderen in een bijstandsgezin. Welke interventies en ontwikkelingen worden hier specifiek op ingezet of zijn hiervoor in ontwikkeling? welke interventies en ontwikkelingen zijn er landelijk (succesvol) voor deze groep ouders en kunnen ook in Nissewaard worden ontwikkeld? Antwoord: Zie antwoord op vraag 15. In de arbeidsmarktregio wordt informatie uitgewisseld. Er zijn op dit moment geen succesvolle interventies bekend die wij aanvullend zouden kunnen inzetten. 34. pag.

17 In de Ontwikkelagenda is als doel opgenomen dat 90% van de doelgroep die onder de huidige Wet inburgering 2021 valt, binnen drie jaar moet zijn ingeburgerd. Op 31 december 2024 zijn er in totaal 375 lopende inburgeringstrajecten (57 uit 2022 en 161 uit 2023 en 157 uit 2024). Is er bekend hoeveel van deze personen ook vrijwilligerswerk doen en/of lid zijn van een vereniging (wat het inburgeringsproces positief zou kunnen beïnvloeden). Antwoord: Dit is niet in de data-systemen opgenomen en dus niet te achterhalen. 35. p30 We zien dat vrijwel alle verwijzers een daling laten zien, behalve de huisarts. Het aandeel jeugdhulptrajecten waarvan de verwijzer huisarts is, bedraagt nu ruim 46%. De gemeentelijke verwijzingen bedragen iets minder dan een derde van alle verwijzingen. Het aandeel van de huisartsen en de gemeente als verwijzer groeit ten opzichte van voorgaande jaren, met name omdat het aandeel ‘geen verwijzer’ sterk afneemt. Dit maakt duidelijk dat de invloed van de huisarts op het aantal jeugdigen met jeugdhulp zeer groot is. In de beantwoording van 24 juni op onze gezamenlijke schriftelijke vragen radenbijeenkomst 28 mei GRJR (uw kenmerk 4546817) is er uitgelegd dat er een onderzoek loopt naar de huisartsroute en een volledige beantwoording onze vraag pas mogelijk was na afronding van die analyse.

In algemene zin geldt: als huisartsen meer verwijzen naar Team Jeugd via de lokale toegang, leidt dat tot een toename van het aantal aanvragen bij Team Jeugd. Dit vraagt direct om extra inzet van de klantmanagers. Het lopende onderzoek brengt in kaart wat daarvoor nodig is en welke meerwaarde het heeft. De uitkomsten van deze analyse worden eind september of begin oktober verwacht. Deze uitkomsten zullen

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

11 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

worden gedeeld zodra niet alleen de analyse is afgerond, maar er ook een plan is opgesteld op basis van die analyse. Wij zouden graag zien dat de uitkomsten van deze analyse worden gedeeld en de motie NJI keuzehulp in deze analyse kan worden betrokken. Is het mogelijk om de uitkomsten hiervan te delen met de raad? Antwoord: Zodra dit mogelijk is, zullen de uitkomsten met de raad worden gedeeld.

JONG Nissewaard 36. p. 9: Er wordt aangegeven dat het percentage volwassen inwoners dat sterk eenzaam is in 2024, 9% is. Cijfers van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 van GGD’en, CBS en RIVM stelt dat in Nissewaard het percentage sterke eenzaamheid 13,3% is. Kunt u dit verschil duiden en aangeven welk percentage betrouwbaarder is en waarom? Antwoord: De Gezondheidsmonitor bevraagt inwoners vanaf 19 jaar, is landelijk vergelijkbaar, met een groot en representatief steekproefkader. De Nissewaard Peiling richt zich op inwoners vanaf 18 jaar, is een lokale vragenlijst met een grote diversiteit aan vragen en met mogelijk deels andere vraagstellingen of wegingen. Ook worden de onderzoeken op een ander moment in de tijd uitgevoerd. Hierdoor kunnen de uitkomsten verschillen, ondanks dat in beide onderzoeken betrouwbare meetmethoden zijn gebruikt (zie ook bijlage 1 in het bestuursverslag over 2020 inzake het meten van vrijwilligerswerk en eenzaamheid). Het doel in de Ontwikkelagenda is dat niet méér mensen zich sterk eenzaam voelen dan landelijk. Uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 blijkt dat het percentage sterk eenzamen landelijk (13,2%) en in Nissewaard (13,3%), vergelijkbaar is. Hiermee staat de conclusie uit het bestuursverslag dat het doel is behaald, nog overeind. 37. p. 26-27: Het bestuursverslag laat zien dat er administratief het e.e.a.

fout gaat, onder andere ten gevolge van stelselwijziging. Hoe zorgt de ambtenarij ervoor dat de cijfers weer betrouwbaar worden? Antwoord: Bij overgang naar andere systemen zijn we altijd alert op betrouwbaarheid. Ook bekijken we of cijfers onverklaarbaar zijn gestegen of gedaald, waarna wordt uitgezocht wat hier speelt en waar mogelijk wordt gecorrigeerd. Dit is bijvoorbeeld het geval geweest bij schoolverzuim. Het is niet mogelijk altijd 100% betrouwbaarheid in cijfers te bieden. Zelfs het CBS moet aanpassingen doen, zoals ook vermeld staat op pagina 26. 38. p.31-32: Bij de goede ontwikkeling van het percentage voortijdig schoolverlaters wordt aangegeven: “Waarschijnlijk is dit mede te danken aan de inzet van de (inmiddels gemeentelijke) medewerkers op het gebied van leerplicht en voortijdig schoolverlaten, alsmede de uitbreiding van het zorgaanbod en de verbeterde samenwerking met regiogemeenten en de MBO-scholen.” Kunt u een breder inkijkje geven in het beleid dat gevoerd wordt om vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan?

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

12 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

Antwoord: Het Doorstroompunt ZHE waar Nissewaard onder valt is onderdeel van de regio Rijnmond. Het beleid van wat gevoerd wordt om VSV tegen te gaan is vastgesteld in het VSV programma Rijnmond (2020 2025). Dit richt zich op het terugdringen van voortijdig schoolverlaten door kwetsbare jongeren van 18–23 jaar preventief en curatief te begeleiden, met extra aandacht bij de overstap naar vervolgonderwijs of werk. Het programma werkt via drie actielijnen: loopbaanoriëntatie in het VO, ondersteuning in het MBO en preventieve inzet in de subregio’s. Het Doorstroompunt speelt hierin een centrale rol als schakel tussen VO, MBO en gemeenten: het volgt jongeren in hun overstap, signaleert risico’s op uitval en coördineert passende ondersteuning en nazorg. Met de komst van de wet ‘Van school naar duurzaam werk’ wordt het VSV-beleid vanaf januari 2025 verder versterkt door een integrale aanpak te bevorderen die onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar laat aansluiten. Ook wordt de doelgroep vergroot naar 18-27 jaar. 39. p.37-38: Hoe verklaart u de enorme kloof tussen Nissewaard en het Nederlandse gemiddelde voor het aantal wmo cliënten per 1000 inwoners. Antwoord: Zie antwoord op vraag 2. 40. p. 40: Een aantal vragen over de multiproblematiek-huishoudens.

A) Waarom wordt ervoor gekozen om voor slechts 20 multiproblematiek-huishoudens een doorbraakaanpak te ontwikkelen, is het niet mogelijk om dit breder in te zetten? B) Wanneer verwacht het college dat de Wams officieel in werking treed? C) Bestaat er een mogelijkheid om als vooruit te lopen op de Wams, bijvoorbeeld door al een gecoördineerde aanpak te realiseren voor multi-problematiekhuishoudens, zoals de Wams immers ook voorschrijft aan gemeenten? Zo nee, waarom niet? D) Waarom wordt ervoor gekozen om dit te doen vanuit de taskforce jeugd en waren de kosten voor het ontwikkelen van de doorbraakaanpak reeds meegenomen in de begroting van de taskforce Jeugd? Antwoord: We werken met de doorbraakaanpak indien de reguliere werkwijze niet passend is. Doorbraakregie is medio 2024 ingericht, naar aanleiding van het creëren van de gemeentelijke toegang tot jeugdhulp (dit behelsde het splitsen van JOT in deel hulpverlening in het basisaanbod en deel gemeentelijke indicatiestelling en regievoering). Bij de besluitvorming gemeentelijke toegang zijn ook de financiën voor het uitvoeren van doorbraakregie geborgd. Doorbraakregie beperkt zich niet tot 20 gezinnen. Vanuit de taskforce jeugd is als inspanning opgenomen om een bezuiniging te realiseren door inzet van een doorbraakaanpak bij 20 gezinnen. De Wams kent nog geen beoogde ingangsdatum.

Mogelijk wordt deze meegenomen met de wetswijziging Wmo waarin ook het stevig lokaal team wordt verankerd (zie antwoord op vraag 11). Met de doorbraakaanpak, maar ook met casusregie zoals dat binnen meer teams in onze gemeente wordt uitgevoerd, werken we al zoveel als mogelijk gecoördineerd. Privacy-regels, of het schermen hiermee door andere partijen, belemmeren momenteel een brede gecoördineerde aanpak zoals in de Wams is bedoeld.

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

13 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

CDA 41. In dit bestuursverslag is, net als voorgaande jaren, te lezen dat sommige cijfers door diverse redenen sterk afwijken. Wat is er nodig om ervoor te zorgen dat de ruis in het cijfermatige rapportages niet meer voorkomen? Voorbeelden daarvan: 2.3: Hierdoor is deze grafiek niet betrouwbaar. Dit geldt ook voor meerdere tabellen in het hoofdstuk. Hierdoor kunnen over het totaal van jeugdhulp(trajecten) in 2024 geen eenduidige conclusies worden getrokken 3.1 verschillende opmerkingen over de waarde van de Nissewaard Peiling en de vraagstelling in de Nissewaard Peiling De noot onderaan blz. 9: vermoedelijk is dit een onjuist percentage De noot onderaan blz. 14: cijfers kunnen met terugwerkende kracht nog worden aangepast Onderdeel 5.1: meerdere opmerkingen over het niet betrouwbaar zijn van cijfers Antwoord: Zie antwoord op vraag 37. 42. We lezen verschillende passages over visie en inrichting van het Sociaal Domein; we hebben een ontwikkeling doorgemaakt van Thuis in de Wijk, naar Thuis in Nissewaard; nu lijkt het er op dat we weer een koerswijziging aan het voorbereiden zijn; herkent u deze waarneming? Antwoord: Nee, wij herkennen deze waarneming niet.

Wij zien deze ontwikkelingen als doorontwikkelingen van dezelfde grote beweging die met de decentralisaties werd beoogd, namelijk passend ondersteuning, dichtbij inwoners, met oplossingen die zo goed mogelijk aansluiten bij het ‘normale’ leven. Doorontwikkeling zien wij als noodzakelijk doordat de maatschappij, omstandigheden, wetgeving, jurisprudentie en ervaringen uit de praktijk blijven veranderen. 43. blz 4. In de tekst lezen we dat de gemeente actief werkt aan het realiseren van de maatschappelijke doelen met de instrumenten die vanuit wettelijke kaders ter beschikking zijn gesteld. Eèn van die instrumenten is voldoende passende voorzieningen die inwoners effectief kunnen ondersteunen bij hun hulpvragen. Wat zijn voldoende passende voorzieningen, is dat ergens opgenomen en wie bepaald wat voldoende passende voorzieningen zijn? Antwoord: Op dit moment bepalen gemeenten wat voldoende passend is. Dit gebeurt bijvoorbeeld door hiervoor kaders te stellen in de verordeningen. Er lijkt wel een ontwikkeling gaande dat de wetgever een minimum aan voorzieningen wil gaan borgen in de Jeugdwet. 44. blz.4 we lezen dat er gewerkt aan de Nissewaardse sociale basis; is dat het onderwerp van de thema avond die op 2 december op de agenda staat? Antwoord: Correct. 45. blz. 4.

Is aan te geven hoeveel inwoners via de voorkant (eigen kracht, preventie en algemeen toegankelijke voorzieningen) van Thuis in Nissewaard worden geholpen en wat is het aantal inwoners welke via de Thuis in Nissewaard Ingang doorstromen naar de persoonsgebonden

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

14 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

voorzieningen? Antwoord: Hoeveel inwoners via de ‘voorkant’ worden geholpen is niet aan te geven omdat dit niet centraal wordt geregistreerd. Ieder organisatie die subsidie ontvangt houdt een eigen administratie bij omtrent aantallen. Uit de evaluatie van Thuis in Nissewaard Ingang blijkt dat er 33.129 telefonische contacten zijn geweest in 2024 en 1.758 contacten via het contactformulier. In totaal zijn 474 vraagverhelderingen gevoerd, daarmee is dus slechts 1,35% van alle contacten naar vraagverheldering doorgeleid. De meeste vragen om persoonsgebonden voorzieningen zijn direct na het eerste contact doorgeleid naar de gemeentelijke toegang. Door het uitblijven van het afgesproken registratiesysteem, zijn geen gegevens beschikbaar hoeveel vraagverhelderingen hebben geleid tot een aanvraag persoonsgebonden voorziening. 46. blz 5: wat behelst het specifieke project welke nodig is om de visie en vormgeving van een stevig lokaal team te kunnen ontwikkelen? Antwoord: zie antwoord op vraag 11. 47. blz 5. Wanneer kan de raad geïnformeerd worden over de uitslag van de scan waarbij gebruikt wordt gemaakt van een VNG-verkenningsinstrument? Antwoord: De scan is voor intern gebruik binnen de gemeente en zal geen rapportage opleveren. Hierdoor is de scan niet geschikt om zelfstandig te lezen. 48. blz 5.

We lezen dat monitoring binnen de Jeugdhulp en de WMO noodzakelijk is omdat anders de hulp die we niet zelf kunnen uitvoeren steeds wordt verlengd met als gevolg dat kosten oplopen. Dit blijkt uit opgedane ervaringen. Is bekend om welke bedragen het gaat? Antwoord: totaalbedragen zijn niet bekend. Wel zijn we in het kader van het onderzoek ‘huisartsenroute’ momenteel financiële gegevens in kaart aan het brengen, die hier vermoedelijk enig inzicht in kunnen bieden. Zodra dat onderzoek volledig gereed is, zullen wij dit naar u als raad toezenden. 49. blz 5. We lezen in het slotdeel van 1.2 dat om grip en sturing te hebben op het sociaal domein er voldoende en toegankelijke informatie moet zijn en een werkwijze om hieraan opvolging te hebben. Er moet een duidelijke visie en regelgeving zijn. Zoals het staat beschreven voelt het als een wens en oproep aan de politiek om hieraan te gaan werken. Klopt deze observatie? Vervolgens lezen we dat wanneer taken niet zelf worden uitgevoerd er verschillende beschreven instrumenten zijn om op casus niveau te kunnen sturen. Vanuit de tekst lijkt het alsof het nog niet duidelijk is hoe de regievoering en sturing plaatsvindt. Klopt dat? Antwoord: Deze passage is niet bedoeld als oproep, maar als een beschrijving van de (huidige) manier van werken.

Het beleidskader sociaal domein is onze visie, er wordt continu gewerkt aan verbetering van onze regelgeving (verordeningen, nadere regels en beleidsregels). De regievoering en sturing wordt met voorbeelden toegelicht in diezelfde passage.

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

15 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

50. blz. 7 Rondom de invulling van de taakstellingen leveren de verschillende inspanningen resultaat, maar de volledige invulling van alle taakstellingen is onzeker. Wij nemen aan, dat die informatie terug te zien is bij de begroting 2026? Antwoord: Bij de begroting 2026 wordt een deel van de taakstellingen ingevuld. Ook in de tweede turap zal nog voor een beperkte hoeveelheid invulling van taakstellingen plaatsvinden. Echter nog niet alle taakstellingen in het sociaal domein zijn vanaf 2026 (volledig) behaald. Toelichting daarop is eveneens in de begroting te lezen. 51. blz. 8 daar lezen we de volgende zin: Naar aanleiding van ontwikkelingen en keuzes op het gebied van de sterke samenleving, oftewel de sociale basis, zal dit hoofdstuk worden aangepast. Hoe moeten we deze zin interpreteren? Antwoord: Op grond van de doorontwikkeling van de sociale basis, zullen de indicatoren die we in het hoofdstuk sterke samenleving gebruiken, mogelijk worden aangevuld of gewijzigd. De reden hiervan is dat de nieuwe indicatoren beter aansluiten op de gewenste ontwikkeling van de sociale basis. 52. blz 15. Het aandeel uitkeringsgerechtigden die langer dan 3 jaar een uitkering ontvangen is gedaald. Vervolgens wordt aangegeven dat mogelijk de inzet op uitkeringsgerechtigden met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt zijn vruchten begint af te werpen. Maar dat is niet onderzocht.

Als dat niet is onderzocht kan je ook niet bepalen of de inzet op uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt een vervolg moet krijgen? Wordt dit programma gecontinueerd? Antwoord: Wij blijven ons inzetten op de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, temeer omdat het grootste deel van de uitkeringsgerechtigden een afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dit onder andere door wetwijzigingen in het verleden, waardoor er steeds meer mensen met arbeidsbeperkingen in de bijstand komen. 53. blz. 21 over de Rotterdampas: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de registratie van bezoekers verbeterd wordt? Antwoord: De marketingafdeling van de Rotterdampas ondersteunt aangesloten organisaties actief bij het opzetten en bijhouden van acties. Zo worden zij regelmatig benaderd voor het indienen van (nieuwe) acties en/of welk soort actie passend zou zijn. Daarnaast wordt regelmatig contact onderhouden voor afstemming en controle. Tijdens deze momenten wordt ook de registratie besproken. Deze begeleiding en ondersteuning draagt bij aan een betere registratie van Rotterdampasgebruikers bij activiteiten in Nissewaard. 54. blz. 24: onbekendheid met SUN Nissewaard: wij meenden dat SUN Nissewaard niet rechtstreeks voor bewoners toegankelijk is? Antwoord: Het is correct dat aanvragen bij SUN via een professionele hulpverlener moeten gaan.

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

16 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

55. blz 25. Er blijkt in de cijfers van het aantal jeugdigen met jeugdhulp een administratieve onjuistheid te zijn. Wat is er nodig om dit in de toekomst te vermijden? Antwoord: Bij alle ontwikkelingen proberen we zo goed mogelijk rekening te houden met de mogelijkheden voor monitoring en meten. Het is echter niet 100% te vermijden dat er onjuistheden in cijfers komen wanneer bijvoorbeeld registratiesystemen worden aangepast. 56. blz 29, tabel 18. Kan de grote daling worden verklaard van het aantal verwijzingen waar geen verwijzer voor nodig was? Het aantal jeugdhulptrajecten is in 2024 met bijna 1000 verwijzingen gedaald. Wat betekent dit en zet deze daling zich tot nu toe door? Antwoord: Voor het antwoord op deze vraag verwijzen wij naar de tekst in paragraaf 5.2, op pagina 27. Het JOT is per 2024 gesplitst in hulpverlening (wijkteam) en gemeente (indicatiestelling en casusregie). Door een nieuwe wijze van registratie en telling door team jeugd ontbreekt een deel van de trajecten vanuit het wijkteam. Dit zal de daling waarschijnlijk grotendeels verklaren. Deze trajecten via het wijkteam zijn zonder verwijzing, maar zouden normaliter wel meegeteld moeten worden als jeugdigen met jeugdhulp in deze cijfers. 57. blz 41. De helft van de cliënten met een WMO vraag is tevreden over de snelheid waarmee zij worden geholpen.

Wat zijn de oorzaken dat 50% van de WMO-aanvragers niet tevreden zijn met de snelheid waarmee zij worden geholpen? Antwoord: In de volledige rapportage cliënttevredenheidsonderzoek staat dat 50% tevreden is, dit is een daling ten opzichte van eerdere jaren. Het percentage dat ontevreden is, is eveneens gedaald van 16% naar 6%. Er is vooral een veel grotere groep die deze vraag ‘neutraal’ heeft beantwoord (44%). Er is een wachttijd voor het behandelen van Wmo-aanvragen, waardoor aanvragen niet per ommegaande worden beslist. Mogelijk dat dit een verklaring is voor de ontevredenheid met de snelheid. 58. blz 42. Naast de specialistische jeugdhulp waarvoor de GRJR de inkoop doet (€ 30 miljoen), zorgt de gemeente voor de uitvoering van de niet specialistische jeugdhulp. Hoe hoog is het bedrag wat de gemeente kwijt is aan die taak? Antwoord: Ongeveer € 50 miljoen wordt besteed aan taken of producten Wmo en Jeugdwet die andere partijen leveren en die wij via een inkoopopdracht of subsidieverlening bekostigen. Hiervan bestaat € 14 miljoen uit ingekochte individuele jeugdhulp, zoals begeleiding en niet-gespecialiseerde GGZ-behandeling. Ongeveer 6 miljoen bestaat uit gesubsidieerde jeugdhulp zoals de praktijkondersteuner huisartsen en basishulpverlening. 59. blz 46.

Positief te lezen dat de stappen zoals gepresenteerd tijdens de SROI presentatie in de commissie SD verder zijn ontwikkeld en ook mooie resultaten opleveren. Antwoord: deze opmerking behoeft geen antwoord.

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

17 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

ONS 60. ‘Een specifiek project dat onderdeel is van de ontwikkeling van de sociale basis’. Zijn wij hierin al meegenomen vanuit team Jeugd? Blz 5. Hoofdstuk 1.2 Antwoord: De sociale basis is breder dan alleen jeugd. Op 2 december vindt een thema-avond plaats. 61. ‘De geconstateerde rechtmatigheidsfouten en -onzekerheden bleven in 2024 onder de goedkeuringstolerantie. De uitgaven aan uitkeringen en loonkostensubsidie waren ruim lager dan de daarvoor beschikbare rijksuitkering BUIG.’ Is er duidelijkheid waardoor dit gemiddelde lager lag dan dat de beschikbare uitkering BUIG? En hoe kan dit worden aangetoond? Blz 7 Gemeentelijke regie rol Antwoord: De door u geciteerde zinnen uit de samenvatting betreffen twee verschillende zaken. De toelichtende zin over BUIG betreft geen ‘gemiddelde’ maar het totaalbedrag dat we over 2024 van het Rijk hebben ontvangen om de uitkeringen van te betalen. We hadden minder uitgaven aan uitkeringen en loonkostensubsidie dan we van het Rijk aan BUIG-middelen hebben ontvangen, zie ook pagina 43 van het bestuursverslag. Dit kunnen we aantonen omdat de toekenning van BUIGmiddelen door het Rijk via een apart besluit kenbaar wordt gemaakt. De uitgaven zijn uit onze eigen (financiële) administratie duidelijk. De reden van het verschil is dat het Rijk het landelijke macrobudget aan BUIG via objectieve verdeelcriteria over gemeenten verdeelt.

Landelijk moet het macrobudget alle uitkeringslasten dekken, maar per gemeente hoeft dat niet het geval te zijn. Een deel van de verklaring kan zijn dat ons gemiddelde uitkeringsbedrag per jaar, lager ligt dan het landelijk gemiddelde. 62. ‘In 2024 is voor een bedrag van € 2.586.515 aan SROI-opgaven gerealiseerd.’ Op welke manier wordt er binnen de SROI gerealiseerd en dit bijgehouden binnen de gemeente? Blz 7 Gemeentelijke regierol Antwoord: Opdrachtnemers kunnen hun social return verplichting op verschillende manieren invullen, zoals:  het bieden van werkplekken, leerwerkplekken of stages aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt;  het inkopen van producten of diensten bij sociaal ondernemers of werkontwikkelbedrijven;  het verrichten van maatschappelijk relevante activiteiten. Medewerkers die zich met SROI bezighouden werken volgens een vast proces met onder andere gesprekken met de ondernemers over de invulling van de SROI-verplichting, contacten met het werkgeversservicepunt ten behoeve van plaatsbare kandidaten en toezicht op de naleving van de SROI-verplichting. Alle ondernemers met een SROI-opgave registreren hun SROI-resultaten in het registratiesysteem WIZZR, welke worden verwerkt in een dashboard voor intern gebruik. 63.

Opvallend dat er toch weer meer mensen in de bijstand komen en er minder uitstroom is, hoe kan dit als men verneemt dat er landelijk meer vacatures zijn dat werkelozen? Blz. 14 Instroom en uitstroom

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

18 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

Antwoord: In 2024 was er sprake van een situatie waarin het aantal vacatures hoger lag dan het aantal mensen met een WW- of bijstandsuitkering. Dit betekent echter niet automatisch dat alle werkzoekenden direct konden instromen op een vacature, omdat de match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt beperkt is door opleiding, gezondheid en andere belemmeringen. Zeker voor instromende bijstandsgerechtigden geldt dat de afstand tot de arbeidsmarkt de afgelopen jaren steeds groter is geworden. Dit komt met name omdat de toegang tot vormen van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen strenger is geworden. 64. ‘Het Jeugdfonds en Stichting leergeld worden dus steeds beter gevonden.’ Zijn er ook cijfers van het Jeugdeducatiefonds? Hoeveel scholen maken daar gebruik van, hoeveel kinderen totaal? Blz. 21 Aanpak van armoede Antwoord: Op dit moment zijn 16 scholen aangesloten bij het Jeugdeducatiefonds (JEF). Vanaf 2026 worden dat 17 scholen. In de projectaanvraag wordt echter gesproken over 18 aangesloten scholen en – per 2026 – 19 scholen. Dit verschil ontstaat omdat het JEF nevenlocaties van scholen als aparte ‘school’ meetelt. In 2024 heeft het JEF in Nissewaard ruim 25.000 keer een kind in armoede bereikt. Dit aantal staat niet gelijk aan 25.000 unieke kinderen, omdat een kind meerdere keren gebruik kan hebben gemaakt van de ondersteuning van het JEF. 65.

‘Jongerenpunt Nissewaard in 2024 formeel geopend.’ Zijn er cijfers bekend hoeveel jongeren hier gebruik van hebben gemaakt? Blz. 22 Paragraaf 4.8 Antwoord: Sinds de onofficiële start in november 2023, heeft het Jongerenpunt 167 jongeren gesproken. Vanaf de officiële opening 29 oktober 2024 gaat het om 147 jongeren. 66. ‘Doel in de Ontwikkelagenda is dat dit percentage zich binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten bevindt.’ Hoe gaan we dan voor elkaar krijgen? Blz. 28 Soorten Jeugdhulp Antwoord: Uw vraag heeft betrekking op het percentage jongeren met jeugdhulp met verblijf (grafiek 6). Recent hebben we een inspanning toegevoegd aan de taskforce jeugd, namelijk het versterken van de samenwerking met de Gecertificeerde Instellingen (jeugdbescherming en jeugdreclassering). Met name deze verwijzer verwijst naar jeugdhulp met verblijf. Door de samenwerking te versterken en gezamenlijk te zoeken naar andersoortige oplossingen, hopen we jeugdhulp met verblijf te beperken. Deze inspanning bevindt zich nu in de verkennende fase. 67. ‘Het percentage bereik lijkt na de daling in 2023, nu weer hersteld naar het niveau van 2021 en 2022, maar blijft nog onder het streefdoel. In totaal nemen 90 peuters die baat zouden hebben bij vve, niet deel aan het aanbod.’ Wat doen we als gemeente eraan om deze doelgroep te benaderen voor de VVE plek? Blz.

30 Voor- en vroegschoolse educatie Antwoord: Zie antwoord op vraag 22. Het centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), die de indicatiestelling verzorgt, heeft mede tot taak om ouders te stimuleren gebruik te maken van het vve-aanbod. Indien meer begeleiding nodig is, kan Stichting Push worden ingezet, die daarvoor subsidie ontvangt.

datum

pagina

betreft

6 oktober 2025

19 van 19

Beantwoording technische vragen bestuursverslag SD 2024

68. In 2023 is rondvraag gedaan bij andere gemeenten en bij de organisatie die het systeem voor verzuimadministratie beheert. Hieruit blijkt dat in het systeem het aantal unieke personen wordt geteld, terwijl de gemeente in de eigen administratie alle meldingen apart telt. Daarbinnen zitten dus meldingen over dezelfde persoon. De meeste gemeenten vullen de door de scholen aangeleverde administratie niet aan met eigen gegevens, al is hierover bij veel gemeenten wel onduidelijkheid. Dit is een constatering, wat doen wij met deze informatie, hoe gaan we het anders doen? Blz. 31 Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten Antwoord: Deze constatering is bedoeld als verklaring voor de sterke daling die in de grafiek zichtbaar is. We hebben onze werkwijze aangepast op de in Nederland gangbare registratiewijze. Nu is geen verdere aanpassing nodig. 69. ‘Hierdoor hoeven Wmo-cliënten die huishoudelijke hulp ontvangen, niet periodiek een nieuwe aanvraag te doen. Wel wordt regelmatig door de klantmanager bekeken of de omstandigheden gewijzigd zijn en of dit reden is de indicatie aan te passen.

Er vindt dus wel onderzoek plaats, maar als dit geen reden geeft tot wijziging, is een nieuwe beschikking niet nodig.’ Geldt dit ook voor eigen aanvragen vanuit professionals en inwoners in de ophoging van bijvoorbeeld het aantal uren aan huishoudelijke ondersteuning? Blz 36 Hoofdstuk 6.1 WMO gebruik Antwoord: nee, dat geldt niet voor wijzigingen op verzoek van cliënt of diens netwerk. Als de cliënt aanpassing wil van de beschikte voorziening, waaronder het aantal uren, dan wordt dit verzoek behandeld als een nieuwe melding. Hierop volgt een beschikking. 70. ‘De bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuning is gedaald naar 16%, een afname ten opzichte van voorgaande jaren (2023: 27%).’ Hoe kan het dat de bekendheid van cliëntondersteuners is gedaald ten aanzien van de andere jaren? Worden ze minder aangeboden? Is er minder ruimte vanuit deze voorziening? Blz 41 Cliënt ervaringen Antwoord: Mogelijk dat het verschil in antwoorden tussen 2023 en 2024 (deels) te maken heeft met het lage aantal respondenten dat deze vraag in 2024 heeft ingevuld, namelijk 112 van de 373 respondenten. Over 2023 is niet bekend hoeveel respondenten deze vraag hebben ingevuld. De werkwijze en communicatie omtrent cliëntondersteuning is niet gewijzigd en er heeft geen bezuiniging plaatsgevonden. 71. ‘nabetaling van jeugdlasten; Er is voor ons geen enkele mogelijkheid dit te voorzien of voorkomen.

Deze jeugdigen zijn namelijk bij ons vaak niet bekend, omdat ze door andere verwijzers in de jeugdhulp komen.’ Zou er hiervoor nog een manier zijn om dit stuk te ondervangen in terugbetaling van kosten bij hulp aan jeugdigen? Blz 46, risico 20. Antwoord: Helaas is er geen manier om dit te ondervangen. Wij zijn wettelijk verplicht de kosten met terugwerkende kracht te vergoeden als blijkt dat een jeugdige volgens het woonplaatsbeginsel bij ons hoort. Andersom bekijken wij ook zorgvuldig of er jeugdigen bij ons jeugdhulp ontvangen, die toch onder verantwoordelijkheid van een andere gemeente vallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16090779/3