CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Meicirculaire 2022 gemeentefonds; Toelichting financiele mutaties meicirculaire 2022

Commissie Leefomgeving 31 augustus 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Meicirculaire 2022 Gemeentefonds (ter advisering in commissie Bestuur)6.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: Toelichting financiële mutaties meicirculaire 2022 In deze toelichting wordt nader ingegaan op: a. Meicirculaire 2022; b. Stelpost Loon- en prijsontwikkelingen 2023 – 2026; c. Aandeel Sociaal domein onbestemde middelen; d. Geactualiseerd begrotingssaldo 2022 – 2026 en verloop stelpost Sociaal domein; e. Overige mededelingen meicirculaire 2022 / actualiteiten. a. Meicirculaire 2022 Na de verwerking van de meicirculaire 2022 ontstaat ten opzichte van de Perspectiefnota 2023 het volgende financiële beeld. 2022 Totaal lopende prijzen meicirculaire 2022 Stand Perspectiefnota 2023 Resultaat meicirculaire 2022

197.662.5921 192.801.097 4.861.495

2023

2024

2025

2026

203.928.955 211.539.207 218.774.171 209.226.931 193.596.853 195.436.951 198.329.421 191.192.421 10.332.102 16.102.256 20.444.750 18.034.510

Het resultaat onderverdeeld in de verschillende categorieën:

Resultaat meicirculaire 2022 Onbestemd Bestemde taakmutaties Bestemde DU's / IU's Sociaal domein Onverklaard verschil BZK Totaal

2022 4.861.495

2023 10.332.102

2024 16.102.256

2025 20.444.750

2026 18.034.510

1.589.089 1.149.224 903.723 1.219.459

8.324.513 9.974.871 387.657 -13.725.933 5.370.994 10.332.102

13.807.417 -92.382 388.627 -6.026.823 8.025.417 16.102.256

18.728.339 -94.982 390.287 -6.617.938 8.039.044 20.444.750

12.505.394 -103.277 111.957 -6.657.735 12.178.171 18.034.510

4.861.495

Hieronder volgt de verdeling per categorie met een toelichting. Onbestemde middelen Onbestemde middelen Accres Schrappen oploop opschalingskorting Volkshuisvestingsfonds (uitname accres) Woningbouwimpuls (uitname accres) Ontwikkeling uitkeringsbasis Uitkeringsfactor WOZ-waarden Hoeveelheidsverschillen Suppletie-uitkering herverdeeleffect 2023 Herverdeeleffect 2023 e.v. Mutaties PPN 2023: - Regeerakkoord 1

2022 2023 2024 2025 2026 4.887.698 12.071.021 19.467.452 24.431.158 13.134.212 1.891.312 2.520.579 3.158.043 -709.242 -710.589 -698.801 -472.828 -469.257 -470.347 -187.988 657.959 13.907 -26.815 53.754 -27.025 -665.415 16.915 -26.827 -26.034 -71.464 -272.165 186.628 498.874 588.966 641.071 5.907.829 5.267.029 4.412.629 4.412.629 -6.335.029 -6.335.029 -6.335.029 -6.335.029 -1.529.000

-2.973.000

-6.380.000

-7.475.000

-338.000

Hierbij is rekening gehouden met het genomen voorschot Energietoeslag ad € 3.021.900.

1

- Extra inzet LPO Regeerakkoord - Herverdeeleffect gemeentefonds Totaal onbestemde middelen

-1.302.000 1.589.089

-1.911.000 -1.911.000 -1.911.000 -1.911.000 638.000 1.913.000 3.000.000 3.000.000 8.324.513 13.807.417 18.728.339 12.505.394

Onbestemde mutaties Van de onbestemde mutaties dient het loon- en prijs deel van het accres (loon- en prijscompensatie) in mindering gebracht te worden. Daarbij uiteraard rekening houdende met het reeds geraamde deel in de Perspectiefnota 2023. Dit deel van het accres wordt immers verrekend met de stelpost Loonen prijsstijging zoals hierboven uiteengezet. Daarmee resteert nog een saldo van € 0,3 miljoen in 2022 oplopend tot € 5 miljoen in 2026. In de gecombineerde commissie van 23 juni 2022 is door de wethouder Financiën reeds aangegeven dat indien de meicirculaire 2022 voldoende ruimte biedt, het voorstel met betrekking tot het instellen van een reserve Kapitaallasten ad € 25 miljoen ten laste van de Algemene reserve heroverwogen zou worden. Gegeven het resterende saldo wordt dan ook het voorstel gedaan om deze reserve niet in te stellen en de € 2 miljoen structureel te dekken ten laste van het resterende saldo van de onbestemde mutaties uit de meicirculaire 2022. Daarmee resteert een saldo van € 0,3 miljoen in 2022 oplopend tot € 3 miljoen in 2026. Gezien de vele onzekerheden die met de meicirculaire 2022 samenhangen, wordt voorgesteld om deze gelden als stelpost te parkeren op het begrotingssaldo.

Onbestemde mutaties Deel loon- en prijsontwikkeling accres Reeds geraamd PPN 2023 Saldo Vervallen voorstel reserve Kapitaallasten Saldo onbestemde middelen op stelpost begrotingssaldo

2022 1.589.089 2.574.304 -1.302.000 316.785

2023 8.324.513 5.621.132 -1.911.000 4.614.381 -2.000.000

2024 13.807.417 9.865.066 -1.911.000 5.853.351 -2.000.000

2025 18.728.339 13.641.763 -1.911.000 6.997.576 -2.000.000

2026 12.505.394 9.370.745 -1.911.000 5.045.649 -2.000.000

316.785

2.614.381

3.853.351

4.997.576

3.045.649

Accres Met de PPN 2023 is een tweetal voorschotten ‘genomen’ op het accres uit de meicirculaire 2022. 2022 Mutatie accres Nissewaard meicirculaire 2022 t.o.v. septembercirculaire 2021 Voorschot accres PPN 2023 Voorschot LPO PPN 2023 Nog te verwerken accres

2023

2024

2025

2026

4.887.698 12.071.021 19.467.452 24.431.158 13.134.212 -1.529.000 -2.973.000 -6.380.000 -7.475.000 -338.000 -1.302.000 -1.911.000 -1.911.000 -1.911.000 -1.911.000 2.056.698 7.187.021 11.176.452 15.045.158 10.885.212

In deze circulaire is door het Rijk een nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder berekend conform de systematiek zoals deze is vastgesteld in het door de regeringspartijen gesloten Coalitieakkoord en de daaruit volgende Startnota. Voor 2022 tot en met 2025 wordt de bestaande normeringssystematiek toegepast. Dat leidt ten opzichte van de septembercirculaire 2021 tot een toename, door zowel hogere inflatie als beleidsintensiveringen. Vanaf 2026 is het accres vastgezet op een plus van € 840 miljoen bovenop de stand van de Miljoenennota 2022. Over dat bedrag vindt nog wel een indexatie plaats voor de loon- en prijsontwikkeling. In 2027 wordt geen volume-accres meer toegerekend.

2

Schrappen oploop opschalingskorting In het kader van het Coalitieakkoord Rutte IV is de geplande verhoging van de opschalingskorting gedurende de jaren 2023, 2024 en 2025 opgeschort. De bedragen die er bij horen zijn cumulatief € 400, € 535 en € 675 miljoen. Dat laatste bedrag wordt in 2026 alsnog gekort, zoals eerder al verwerkt in de circulaires. Volkshuisvestingsfonds / Woningbouwimpuls Aan gemeenten wordt via een specifieke uitkering gedurende de jaren 2023 - 2026 een bedrag van € 150 miljoen beschikbaar gesteld in het kader van Volkshuisvesting. In de jaren 2023 tot en met 2025 wordt het accres met datzelfde bedrag afgeroomd. Voor Nissewaard betekent dit financieel een min voor de jaren 2023 – 2025 van - € 709.242 tot - € 698.801. Voor de Woningbouwimpuls geldt een soortgelijke regeling. Aan gemeenten wordt via een specifieke uitkering (spuk) gedurende de jaren 2023 - 2032 een bedrag van € 100 miljoen beschikbaar gesteld. Gedurende de jaren 2023 tot en met 2025 wordt dit bedrag afgeroomd van het accres. Voor Nissewaard een minpost van - € 472.828 in 2023 tot - € 470.347 in 2025. In het Coalitieakkoord wordt vermeld dat dat er bij deze spuk-regeling sprake is van 50 procent cofinanciering. Ontwikkeling uitkeringsbasis Wanneer gesproken wordt over de ontwikkeling van de uitkeringsbasis, impliceert dat de ontwikkeling van landelijke aantallen.

Hierbij blijft de ‘koek’ hetzelfde, maar deze moet worden verdeeld over grotere of kleinere aantallen. De uitkeringsbasis stijgt in 2022 als gevolg van hogere aantallen inwoners. Dat leidt tot een daling van de uitkeringsfactor met 2 punten. Dit betekent voor Nissewaard een minpost van -€ 187.988. Uitkeringsfactor In de septembercirculaire 2021 hebben gemeenten een voorschot op de onderschrijding BCFplafond2 ontvangen van € 216 miljoen. De afrekening bedraagt € 335 miljoen, zodat nu een nabetaling in het uitkeringsjaar 2022 wordt ontvangen van € 119 miljoen. De afronding van de uitkeringsfactor leidt eveneens tot een plus. Bij elkaar een forse plus voor Nissewaard van € 657.959 aflopend naar een bescheiden min van € 27.025 in 2026. WOZ-waarden De waarden van de woningen binnen gemeenten vormen middels een formule (WOZ-waarden x rekentarief) een minpost op de hoogte van de algemene uitkering. Het Rijk stelt de rekentarieven vast. In de algemene uitkering bestaan drie WOZ-waarden:  Eigenaren woningen;  Eigenaren niet-woningen;  Gebruikers niet-woningen. Door marktontwikkelingen kunnen de WOZ-waarden sterk fluctueren hetgeen de laatste jaren heeft geleid tot sterke waardestijgingen. Het is staand beleid van het Rijk om deze fluctuaties (deels) te corrigeren door middel van verhoging of verlaging van de rekentarieven.

In 2022 leidt dit voor Nissewaard tot een minpost van -€ 665.415. Dit is hoofdzakelijk te wijten aan de forse stijging van de

2

Met onderschrijding BCF-plafond wordt bedoeld het deel van het BTW-compensatiefonds dat niet door gemeenten benut is voor het declareren van de BTW op overheidstaken. Deze onderschrijding vloeit dan weer terug naar het Gemeentefonds.

3

woningprijzen. Door de correctie van de rekentarieven (waardepeildatum 01-01-2022) zijn de marktfluctuaties voor de jaren 2023 – 2026 gedempt, € 16.915 in 2023 tot - € 71.464 in 2026. Hoeveelheidsverschillen Naast de mutaties in de algemene uitkering die worden veroorzaakt door wijzigingen in de maatstafgewichten en de wegingsfactoren als gevolg van beleidsmatige maatregelen, wordt een deel van de mutatie veroorzaakt door wijzigingen in de aantallen. In de jaren 2023 en verder heeft de herverdeling van het gemeentefonds grote invloed op de aantallen. Er zijn maatstaven verdwenen, gewijzigd en er zijn nieuwe maatstaven bijgekomen. Dit is ook de reden dat niet kan worden achterhaald welke maatstaven in 2023 en verder het verschil veroorzaken. Het bedrag van - € 272.165 in 2022 is een saldo van zowel positieve als negatieve bedragen. Hieronder de maatstaven met de grootste impact in 2022: Maatstaf Bijstandsontvangers Lage inkomens Ouders met langdurig psychisch medicijngebruik Uitkeringsontvangers -/- bijstandsontvangers Jongeren < 18 jaar Omgevingsadressendichtheid (OAD) Woonruimten / bodemfactor

Bedrag -€ 307.000 -€ 120.000 -€ 119.000 -€ 135.000 € 239.000 € 206.000 € 114.000

Suppletie-uitkering herverdeeleffect 2023 / Herverdeeleffect Zoals bekend is er voor de zogenaamde nadeelgemeenten (en ook voor voordeelgemeenten) een ingroeipad in het leven geroepen. Voor Nissewaard ziet dat er als volgt uit.

Suppletie-uitkering herverdeeleffect 2023 Herverdeeleffect Nissewaard 2023 e.v. Verschil Aantal inwoners (min BZK) Nadeel Nissewaard per inwoner Bestemde taakmutaties Bestemde Taakmutaties Energietoeslag Voorschot Energietoeslag Cruciale jeugdzorg subsidieregeling continuïteit Toezicht en handhaving EPBD III Prenataal huisbezoek Brede aanpak dak- en thuisloosheid Einde lening inburgeringsplicht Valpreventie bij ouderen Jeugdzorg Saldo bestemde taakmutaties

2023 5.907.829 -6.335.029 -427.200 85.440 -5,00

2022 3.787.803 -3.021.900

2024 5.267.029 -6.335.029 -1.068.000 85.440 -12,50

2025 4.412.629 -6.335.029 -1.922.400 85.440 -22,50

2026 4.412.629 -6.335.029 -1.922.400 85.440 -22,50

2023

2024

2025

2026

-61.964 10.036.835 1.149.224 9.974.871

-92.382

-94.982

-103.277

-92.382

-94.982

-103.277

-46.228 5.190 -10.888 418.161 17.086

4

Met betrekking tot de Energietoeslag, Cruciale jeugdzorg subsidieregeling continuïteit en Prenataal huisbezoek werd door het ministerie van BZK op 29 juli jl. een nieuwe verdeling van deze middelen gepubliceerd. Deze nieuwe verdeling zal in de septembercirculaire 2022 worden verwerkt. Voor Nissewaard zijn voor de Cruciale jeugdzorg en Prenataal huisbezoek de consequenties ongeveer - € 1.000. De middelen voor de Energietoeslag zullen in september omlaag gecorrigeerd worden met - € 145.000. Energietoeslag / Voorschot energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming voor huishoudens met een laag inkomen, heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van € 679 miljoen beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van € 175 miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op € 854 miljoen. Overigens wordt er met de septembercirculaire 2022 nog eens € 500 miljoen beschikbaar gesteld voor de energietoeslag. Voor Nissewaard een budget van € 3.787.803.

Hiervan is reeds € 3.021.900 als voorschot besteed. Cruciale jeugdzorg subsidieregeling continuïteit In mei 2019 hebben de VNG en het Rijk afspraken gemaakt over de inrichting van een subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ met een looptijd tot eind december 2021. Hiertoe is destijds € 20 miljoen vanuit de € 420 miljoen aan tijdelijke extra middelen Jeugdhulp voor gemeenten apart gehouden op de begroting van het ministerie van VWS. Via de subsidieregeling kunnen aanbieders van cruciale jeugdhulp tijdelijke liquiditeitssteun ontvangen indien dit noodzakelijk is om continuïteit van zorg te garanderen. Er is afgesproken dat de middelen na afloop van de subsidieregeling weer worden toegevoegd aan het gemeentefonds. Dit voorjaar zijn de VNG en het Rijk overeengekomen om de looptijd van de subsidieregeling ‘continuïteit cruciale jeugdzorg’ te verlengen. VNG en Rijk hebben daarnaast besloten om de hoogte van de beschikbare middelen voor de subsidieregeling vast te stellen op € 10 miljoen (een verlaging van € 10 miljoen ten opzichte van de eerder beschikbaar gestelde € 20 miljoen). Afgelopen decembercirculaire 2021 is, door vertraagde besluitvorming over de verlenging van de subsidieregeling, al € 18,9 miljoen van de eerder beschikbare € 20 miljoen teruggestort in het gemeentefonds. De overige € 1,1 miljoen was destijds uitgekeerd aan liquiditeitssteun.

In deze circulaire is daarom eenmalig € 8,9 miljoen uitgenomen om het budget voor de subsidieregeling weer op € 10 miljoen te brengen. Aan het einde van de subsidieregeling vloeien deze financiële middelen weer terug in het gemeentefonds. Voor Nissewaard een eenmalige minpost in 2022 van -€ 46.228. Toezicht en handhaving EPBD III De algemene uitkering wordt in 2022 met € 1,797 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving. Informatie over de jaren 2023 en verder volgt in een volgende circulaire. Nissewaard ontvangt € 5.190 in 2022.

5

Prenataal huisbezoek In 2021 is structureel vanaf 2022 in totaal € 5,3 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd voor de uitvoering van het wetsvoorstel ‘Prenataal huisbezoek door de jeugdgezondheidszorg (PHB JGZ)’. Daarbij was uitgegaan van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel per 1 januari 2022. Het wetsvoorstel is evenwel niet per 1 januari 2022 in werking getreden maar treedt per 1 juli 2022 in werking. De niet benodigde middelen voor het 1e halfjaar van 2022 worden teruggeboekt naar het ministerie van VWS. Hierbij is wel rekening gehouden met de (extra) kosten die gemeenten eventueel al hebben gemaakt als gevolg van de inwerkingtreding (15% van € 2,65 miljoen). Daarom wordt nu € 2,25 miljoen teruggeboekt. Een bescheiden minpost in 2022 van -€ 10.888 voor Nissewaard. Brede aanpak dak- en thuisloosheid Het kabinet zet in op het voorkomen van dakloosheid, om- en afbouw van de maatschappelijke opvang en de realisatie van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassenen. Van de structureel beschikbare € 65 miljoen wordt in 2022 € 61,9 miljoen verstrekt aan centrumgemeenten maatschappelijke opvang/beschermd wonen. De overige € 3,1 miljoen blijft op de VWS-begroting en wordt gebruikt voor landelijke subsidies, monitoring en opdrachten.

Voor de verdeling geldt de Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang (stand 2022, septembercirculaire 2021). Informatie over de besteding van middelen vanaf 2023 volgt later. Nissewaard ontvangt als centrumgemeente in 2022 € 418.161. Einde lening inburgeringsplicht In 2022 ontvangen gemeenten € 2,625 miljoen voor de ondersteuning van ELIPs. Het betreft inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Gemeenten kunnen hiermee inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden. Nissewaard ontvangt in 2022 € 17.086. Valpreventie bij ouderen Het kabinet heeft valpreventie als kostenbesparende preventiemaatregel in het Coalitieakkoord opgenomen. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zvw en Wlz. Er dient geïnvesteerd te worden in het opschalen van beweegprogramma’s, het uitvoeren van de multifactoriële interventie en de organisatie van opsporing en screening. De maatregelen die nodig zijn voor implementatie worden komende periode met alle relevante stakeholders, zo ook de gemeenten, uitgewerkt. Dit leidt vanaf 2023 tot een taakstellende besparing in het gemeentefonds: € 10 miljoen in 2023, oplopend naar € 16,667 miljoen structureel vanaf 2027. Voor Nissewaard een minpost in 2023 van -€ 61.964 tot -€ 103.277 in 2026.

Jeugdzorg Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel € 1,454 miljard extra beschikbaar voor de jeugdzorg. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van € 374 miljoen op de jeugdzorguitgaven in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen). Vanuit de € 1,454 miljard is, vooruitlopend op de nadere invulling van de hervormingsagenda, € 9 miljoen overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2023. De besteding van deze middelen vindt plaats in samenspraak met de VNG. Het overige deel (€ 1,445 miljard, Nissewaard: € 10.036.835) is toegevoegd aan de algemene uitkering aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg.

6

Bestemde decentralisatie- en integratie-uitkeringen (DU’s en IU’s) DU's / IU's 2022 2023 MO/OGGz (DU) -17.688 -17.850 Gezond in de stad (DU) 22.330 Vrouwenopvang (DU) 295.261 281.250 Sociale acceptatie LHBTI 10.000 emancipatiebureau (DU) Uitvoeringskosten klimaatakkoord (DU) 500.870 Handhaving quarantaine (covid1.467 19) (DU) Extra capaciteit BOA's (DU) 44.233 44.233 Centrale stemopneming (DU) 20.000 Versterking dienstverlening gemeenten (systeemleren) (DU) 33.990 Inburgering (IU) 27.250 34.000 Armoedebestrijding kinderen (DU) 12.034 Totaal 903.723 387.657

2024 -17.850

2025 -17.850

2026 -17.850

281.250

281.250

1.023

44.233

44.233

44.233

34.376 34.584 12.034 388.627

35.109 35.511 12.034 390.287

35.957 36.560 12.034 111.957

MO/OGGz (DU) Met ingang van 2022 is de verdeling van de DU MO/OGGz ten opzichte van de septembercirculaire 2021 gewijzigd door de actualisatie van maatstaven en de verwerking van gemeentelijke fusies. Dit resulteert voor Nissewaard in een structurele verlaging van deze DU met € 17.688 in 2022 tot € 17.850 in 2026. Gezond in de stad (DU) Met de septembercirculaire 2021 zijn de GIDS-middelen voor 2022 toegekend. In verband met de verlenging van het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS). Met deze meicirculaire 2022 wordt het bedrag van Nissewaard verhoogd met € 22.330. Vrouwenopvang (DU) De DU Vrouwenopvang wordt in 2022 verhoogd met € 21 miljoen en met ingang van 2023 met € 20 miljoen in het kader van kind- en gezinsbescherming Voor Nissewaard een plus van € 295.261 in 2022 en met ingang van 2023 een plus van € 281.250. Sociale acceptatie LHBTI - emancipatiebureau (DU) Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI-personen verder te bevorderen. In een traject binnen de Regenboogsteden dat zich richt op veiligheid in de wijken wordt gewerkt aan de veiligheid van alle bewoners in de context van de directe leefomgeving, de wijk met expliciete aandacht voor LHBTIpersonen. Nissewaard ontvangt eenmalig € 10.000 in 2022.

Uitvoeringskosten klimaatakkoord Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget van € 40 miljoen. Dat is onvoldoende om de reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Daarom wordt van de toekomstige uitvoeringsmiddelen € 74,331 miljoen naar 2022 verschoven via een verhoging van de DU. Van de initiële € 40 miljoen gaat € 38,260 miljoen naar het gemeentefonds en € 1,740 miljoen naar het BCF.

7

Dat betekent dat via het gemeentefonds in 2022 een totaalbedrag van € 112,591 miljoen beschikbaar wordt gesteld. Over de restant middelen vindt nader overleg plaats. In 2022 ontvangt Nissewaard voor de uitvoeringskosten van het klimaatakkoord € 500.870. Handhaving quarantaine (covid-19) Gemeenten ontvangen voor de bezwaarprocedure van het handhaven van de quarantaineplicht in 2022 een bedrag van € 0,3 miljoen. De middelen worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners. Een plusje van € 1.467 in 2022 voor Nissewaard. Extra capaciteit BOA’s Er is structureel € 200 miljoen vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid om onder meer de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel € 25 miljoen voor de BOA’s beschikbaar gesteld. Naast onder meer € 5,5 miljoen voor de groene BOA en een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de BOA’s in alle domeinen, wordt € 13 miljoen vrijgemaakt voor de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte. De € 13 miljoen loopt via het gemeentefonds, het resterende bedrag niet. Als verdeelsleutel wordt een standaard basisbedrag en een variabel aanvullend bedrag op basis van inwoneraantal gehanteerd. Nissewaard ontvangt met ingang van 2022 € 44.233.

Centrale stemopneming Gemeenten die deelnamen aan het experiment centrale stemopneming ontvangen voor hun deelname een vergoeding van in totaal € 0,535 miljoen. Het gaat om 34 gemeenten bij de verkiezingen in maart 2022 (€ 0,525 miljoen) en 1 gemeente bij de verkiezingen in november 2021 (€ 0,010 miljoen). Nissewaard ontvangt in 2022 € 20.000. Versterking dienstverlening gemeenten (systeemleren DU) Er was al € 5 miljoen beschikbaar via de algemene uitkering voor systeemleren. In deze circulaire worden de middelen van de decentralisatie-uitkering Systeemleren met ingang van 2023 additioneel toegevoegd aan de algemene uitkering. Voor de jaren 2023 tot en met 2027 is na deze toevoeging in totaal een bedrag van € 10 miljoen per jaar beschikbaar. Nissewaard ontvangt in 2023 € 33.990 oplopend tot € 35.957 in 2026. Inburgering (IU) Bij de IU Inburgering spelen twee mutaties een rol. Dat is de toevoeging van middelen ten behoeve van de leerbaarheidstoets zoals in de tabel hiervoor te zien is. De tweede beweging is de overheveling van de IU Inburgering naar de algemene uitkering (AU) met ingang van 2023. In de overzichten van het min BZK is noch de beëindiging van de IU Inburgering, noch de plus in de AU te zien.

Geadviseerd wordt om het budget van de IU Inburgering aan te houden en de overheveling als bestemde taakmutatie met ingang van 2023 naar de AU door te voeren ten laste van het ‘Onverklaarde verschil’. Hiermee wordt de IU Inburgering conform de meicirculaire 2022 met ingang van 2023 beëindigd. De mutaties zien er dan volgt uit (zie ook onder d. Effect meicirculaire 2022 op begrotingssaldi 2022 – 2026). Meicirculaire 2022 Inburgering IU Inburgering AU Leerbaarheidstoets AU

2022 27.250

2023 -362.745 +362.745 +34.000

2024 -352.626 +352.626 +34.584

2025 -341.356 +341.356 +35.511

2026 -336.084 +336.084 +36.560 8

Armoedebestrijding kinderen (DU) Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling van de middelen voor het jaar t+1 en verder van de DU Armoedebestrijding kinderen. Voor Nissewaard betekent dit een structurele plus van € 12.034. Restant Sociaal domein Restant Sociaal domein Beschermd wonen (IU) Participatie (IU) LPO 2022 Participatie (IU) Voogdij/18+ (IU) LPO 2022 Voogdij/18+ (IU) Wmo Huishoudelijke hulp Vrijval stelposten Jeugdhulp: Extra middelen Jeugd (€ 300 miljoen, meicirculaire 2019) Extra middelen Jeugd (Arbitragecommissie, 75%) Extra middelen Jeugd (2de Turap 2021) Mutatie PPN 2023: Regeerakkoord Jeugd arbitrage 25% Totaal

2022 644.196 314.345 260.918

2023 982.744 -194.481

2024 982.606 -228.168

2025 982.442 -273.359

2026 982.271 -303.572

27.719 28.399 -6.999.200 -6.999.200 185.879 189.540

29.235 -6.999.200 194.984 -552.040

30.395 -6.999.200 201.151 -568.780

-6.617.938

-6.657.735

-1.636.440 -4.278.975 109.821

1.219.459

-1.923.000 -13.725.933 -6.026.823

Beschermd wonen De IU Beschermd wonen stijgt door een viertal mutaties namelijk:  De toekenning van LPO 2022;  De toekenning van volume-indexatie voor 2023 en verder;  De correctie van de volume-indexatie 2022;  De toekenning van additionele LPO naar aanleiding van de toename van salarissen in het zorgdomein. In februari 2022 is de Tweede Kamer geïnformeerd over het uitstel van de invoering van het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectieve verdeelmodel Beschermd wonen. Dit was gepland voor 2023. Een nieuwe datum voor de invoering is niet genoemd. Participatie IU / LPO 2022 Participatie Bij de IU Participatie en de overheveling van ‘nieuw Wajong’ en ‘Nieuw Begeleiding (excl. Beschut werk)’ zijn er hiaten te onderkennen in de bijgeleverde informatie. Nieuw begeleiding blijkt met de WSW nog onderdeel te zijn van de IU Participatie. En de dekking van Nieuw Wajong moet komen uit het onverklaarde verschil van BZK. De middelen voor Nieuw Wajong komen er dan als volgt uit te zien. Meicirculaire 2022 Nieuw Wajong LPO Nieuw Wajong 2022 Totaal Nieuw Wajong

2023 194.481 27.719 222.200

2024 228.168 28.399 256.567

2025 273.359 29.235 302.594

2026 303.572 30.395 333.967

9

Voogdij/18+ / LPO 2022 Voogdij/18+ Het budget € 6.999.200 van de IU Voogdij/18+ wordt met ingang van 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2022 zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2021, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon- en prijsbijstelling 2022. De LPO 2022 wordt bij het budget gevoegd. Wmo Huishoudelijke hulp Het kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. Deze aanpassing dient met ingang van 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van € 552.040 in 2025 tot € 568.780 in 2026. De maatregel vergt een aanzienlijke implementatietijd. De beoogde ingangsdatum is daardoor 1 januari 2025. Extra middelen Jeugd (€ 300 miljoen, meicirculaire 2019) / Extra middelen € 1,4 miljard (Arbitragecommissie, 75%) / Extra middelen Jeugd (2de Turap 2021) / Regeerakkoord Jeugd arbitrage 25% Zie ook onder bestemde taakmutatie Jeugdzorg. Met de verwerking van € 1,4 miljard (Nissewaard € 10.036.835) in 2023 kunnen de begrote middelen zoals vastgesteld door de Arbitragecommissie vrijvallen. Per saldo valt dit negatief (-€ 4.690.959) uit voor Nissewaard. Het onverklaarde nadelige verschil Jeugdzorg is als volgt opgebouwd.

Jeugdzorg (toegekende middelen 2023) Voogdij/18+ (vervallen IU) Extra middelen Jeugd (€ 300 miljoen, meicirculaire 2019) Extra middelen Jeugd Arbitragecommissie 75% Extra middelen Jeugd (2de Turap 2021) Regeerakkoord Jeugd arbitrage 25% Onverklaard nadelig verschil Jeugdzorg

10.036.835 -6.999.200 -1.636.440 -4.278.975 109.821 -1.923.000 -4.690.959

b. Stelpost Loon- en prijsontwikkeling 2023 – 2026 Met ingang van 2019 wordt de algemene uitkering uit het gemeentefonds in Nissewaard inclusief meerjarige indexering voor lonen en prijzen geraamd. Dit wordt in ‘lopende prijzen ramen’ genoemd. Deze meerjarige indexering wordt geparkeerd op de stelpost Loon- en prijsontwikkeling. Bij de opstelling van de begroting van het desbetreffende jaar wordt het saldo van de stelpost LPO aangewend om de loon- en prijsontwikkeling op te vangen. Om te kunnen bepalen welke bedragen er meerjarig beschikbaar zijn voor de toekomstige indexeringen, wordt de algemene uitkering in ‘lopende prijzen’ afgezet tegen de algemene uitkering op het huidige prijspeil (constante prijzen). Dit leidt tot de volgende ontwikkeling van de stelpost LPO. 2022 Stelpost loon- en prijsstijging PPN 2023 Loon- en prijs deel accres meicirculaire 2022 Reeds geraamd bij PPN 2023 Saldo Vrijval - stelpost inflatie

2024

2025

2026

2.267.000

4.539.000

4.539.000

9.865.066

13.641.763

9.370.745

-1.302.000 -1.911.000 -1.911.000 1.272.304 3.710.132 10.221.066 1.272.304 3.710.132 3.710.132

-1.911.000 16.269.763 3.710.132

-1.911.000 11.998.745

2.574.304

2023

5.621.132

10

Saldo stelpost Loon- en prijsstijging

0

0

6.510.933

12.559.631

11.998.745

Van de vrijval ad € 1,27 miljoen in 2022 oplopend tot € 3,7 miljoen in 2025 gaat, conform de gemaakte afspraken met betrekking tot het hek rondom het Sociaal domein, 37 procent naar het Sociaal domein. c.

Aandeel Sociaal domein

Vrijval loon- en prijsstijging 2022/2023 37 procent naar Sociaal domein Saldo inflatie op stelpost begrotingssaldo

2022

2023

2024

2025

2026

1.272.304

3.710.132

3.710.132

3.710.132

0

-470.752

-1.372.749

-1.372.749

-1.372.749

0

801.551

2.337.383

2.337.383

2.337.383

0

Voorgesteld wordt om het resterende saldo ad € 0,8 miljoen in 2022 oplopend tot € 2,3 miljoen in 2025 vooralsnog te parkeren op een stelpost in de begroting als buffer voor nu nog niet gekwantificeerde prijsstijgingen. Daarbij kan onder andere gedacht worden aan duurdere onderhoudscontracten, prijsstijgingen energie en stijging van de kosten van projecten, bijvoorbeeld bij de onderwijshuisvesting. Het aandeel Sociaal domein wordt verrekend met de stelpost Sociaal domein. Zie hierna onder d. d. Effect meicirculaire 2022 op begrotingssaldi 2022 – 2026 Onverklaard verschil BZK Ten aanzien van het onverklaarde verschil wordt voorgesteld om hiervan € 7 miljoen als dekking te gebruiken om het nadeel als gevolg van het wegvallen van de IU Voogdij/18+ op te vangen. Gezien de vele onzekerheden rondom de meicirculaire 2022 wordt dit ook geadviseerd door de betreffende externe specialisten. Daarnaast is in 2023 sprake van een onverklaard nadelig verschil van -€ 4,7 miljoen in de middelen die voor jeugdzorg worden ontvangen in relatie tot middelen die wegvallen. Ook hier is het vermoeden dat dit samenhangt met het onverklaard verschil ministerie BZK. Voorgesteld wordt dan ook om dit nadeel daaruit te dekken. Tenslotte is ook ten aanzien van de IU Participatie sprake van een overheveling naar de algemene uitkering, echter dit is niet te herleiden.

Omdat ook hier vermoed wordt dat er een relatie ligt met het onverklaard verschil ministerie BZK, wordt voorgesteld om ook dit nadeel daaruit te dekken. Gezien de vele onzekerheden die met de meicirculaire 2022 samenhangen wordt ten aanzien van het resterende saldo voorgesteld om deze als stelpost te parkeren op het begrotingssaldo.

Onverklaard verschil ministerie BZK Onverklaard verschil Jeugdzorg Inburgering (IU) Inzet ter dekking van vervallen Voogdij/18+ (IU) Participatie (IU) Saldo onverklaard verschil op stelpost begrotingssaldo

2022 0

0

2023 5.370.994 -4.690.959 -362.745

2024 8.025.417

2025 8.039.044

2026 12.178.171

-352.626

-341.356

-336.084

-6.999.200

-6.999.200

-6.999.200

-194.481

-228.168

-273.359

-303.572

122.809

445.423

425.129

4.536.315

2025

2026

De effecten van de meicirculaire 2022 op de begrotingssaldi van Nissewaard zijn: 2022

2023

2024

11

Saldo PPN 2023 Mutaties meicirculaire 2022: Totaal onbestemde middelen Reeds geraamd PPN 2023 Vrijval LPO - Waarvan 37% naar Sociaal domein Onverklaard verschil min BZK Onverklaard verschil Jeugdzorg Dekking overheveling Voogdij/18+ Participatie LPO 2022 Inburgering Vervallen voorstel reserve kapitaallasten Deel LPO accres Nog te dekken PPN 2023 Aanvulling stelpost LPO Subtotaal mutaties meicirculaire 2022

272.000

1.589.089 1.302.000 1.272.304 -470.752 0

-2.574.304

Saldo begroting

0

233.000

92.000

-4.777.000

8.324.513 13.807.417 1.911.000 1.911.000 3.710.132 3.710.132 -1.372.749 -1.372.749 5.370.994 8.025.417 -4.690.959 -6.999.200 -194.481 -228.168 -362.745 -352.626

18.728.339 1.911.000 3.710.132 -1.372.749 8.039.044

12.505.394 1.911.000 0 0 12.178.171

-6.999.200 -273.359 -341.356

-6.999.200 -303.572 -336.084

-2.000.000 -5.621.132 -197.000

-2.000.000 -13.641.763

-2.000.000 -9.370.745

-2.000.000 -9.865.066

-6.700.000 1.118.337

4.877.573

6.636.157

7.760.088

884.964

1.390.337

4.877.573

6.869.157

7.852.088

-3.892.036

Stelpost Sociaal Domein Rekening houdend met de mutaties uit de meicirculaire 2022 ziet het verloop van de stelpost Sociaal domein er als volgt uit:

Saldo stelpost Sociaal domein PPN 2023 Participatie (IU) Wmo Huishoudelijke hulp - taakstelling eigen bijdrage Wmo Huishoudelijke hulp - eigen bijdragen cliënten Inburgering (IU) Voogdij/18+ (IU) Extra middelen Jeugd (€ 300 miljoen, meicirculaire 2019) Extra middelen Jeugd (Arbitragecommissie, 75%) Extra middelen Jeugd (2de Turap 2021) Mutatie PPN 2023: - Regeerakkoord Jeugd arbitrage 25% Dekking vervallen Voogdij/18+ via algemene uitkering + arbitrage gelden Dekking onverklaard deel Jeugdzorg t.l.v. onverklaarde middelen BZK

2022

2023

2024

681.000

500.000

718.000

778.000 -2.299.000

314.345

-194.481

-228.168

-273.359

-303.572

-552.040

-568.780

27.250 -362.745 260.918 -6.999.200

-352.626 -6.999.200

2025

2026

552.040 568.780 -341.356 -336.084 -6.999.200 -6.999.200

-1.636.440 -4.278.975 109.821 -1.923.000 10.036.835 4.690.959

12

Dekking vervallen IU Inburgering t.l.v. onverklaarde middelen BZK Dekking vervallen Voogdij/18+ t.l.v. onverklaarde middelen BZK Dekking deels vervallen IU Participatie (Nieuw Wajong) t.l.v. onverklaarde middelen BZK Vrijval stelpost loon- en prijsontwikkeling Saldo stelpost Sociaal domein

362.745

352.626

341.356

336.084

6.999.200

6.999.200

6.999.200

194.481

228.168

273.359

303.572

470.752

1.372.749

1.372.749

1.372.749

1.754.265

1.872.749

2.090.749

2.150.749 -2.299.000

e. Overige mededelingen meicirculaire 2022 / actualiteiten Ravijnjaar 2026 In 2026 is het accres € 1.377 miljoen negatief, opgebouwd uit € 2.233 miljoen negatief volumeaccres en +€ 856 miljoen LPO-accres (compensatie voor loon- en prijsstijging). Ook wordt vanaf 2026 het restant van de ophoging van de opschalingskorting van € 675 miljoen weer opgelegd. De VNG beschrijft deze volumekorting van ruim € 2,9 miljard als ‘ravijn’, de minister beschrijft dit als: “Hierdoor dreigt minder financiële ruimte in 2026 te zijn dan in 2025.” De Contourennota (zie bijlage) van mevrouw Lazeroms biedt geen oplossing voor de financiële positie van de gemeenten vanaf 2026. Pas in september 2022 komt de “richting van de oplossing” daarvoor. Onderuitputting De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af-methode wordt het accres genoemd en wordt uitgedrukt in een percentage. Het percentage wordt berekend door de relevante rijksuitgaven in enig jaar te vergelijken met het daaraan voorafgaand jaar.

Als de rijksuitgaven achter blijven bij de planning, wordt dat onderbesteding of onderuitputting genoemd. De vraag die zich dan aandient is of onderuitputting te verwachten is en die hoge accressen nog moeten worden gematigd met een percentage. Het advies van de specialisten van PAUW is om uit te gaan van 15 tot 20 procent onderuitputting voor zover dit een sluitende begroting 2023 niet in de weg staat. In de bovenstaande cijfers is geen rekening gehouden met een dergelijke onderuitputting. Het advies is wel om zeer terughoudend te zijn met de inzet van het begrotingssaldo als dekkingsmiddel. Toename aantal specifieke uitkeringen (SPUKS) Er is een trend gaande dat meer en meer middelen toegekend worden door het Rijk door middel van een spuk. In 2018 waren het er nog 16, in 2021 is dit opgelopen naar 131 spuks. Voor gemeenten heeft het nadelige gevolgen wanneer het Rijk middelen verstrekt met een spuk. 1. Er is geen bestedingsvrijheid voor gemeenten van deze middelen in tegenstelling tot alle middelen uit het gemeentefonds; 2. De besteding van de middelen van een spuk moet (gedetailleerd) worden verantwoord hetgeen leidt tot een forse toename van de administratieve lastendruk; 3. De budgetten van deze middelen worden niet meegenomen met de accresberekening en worden door het Rijk vastgesteld; 4. Spuks belemmeren integraal werken bij gemeenten.

Hieronder een lijst van recente spuks.  Projectleider aanpak huiselijk geweld 13

                     

Infrastructuurprojecten Kosten coördinatie opvang Oekraïners Klimaat en energie (bestuursakkoord) Lokaal sportakkoord € 9 miljoen Zwembaden en ijsbanen Bonus 2021 zorgprofessionals covid-19 Steun gedupeerden toeslagenaffaire Kwijtschelden gemeentebelastingen toeslagenaffaire Kwijtschelden Participatiewetschulden toeslagenaffaire Intelligente verkeersregelinstallaties € 10 miljoen Criminaliteit en overlast asielzoekers € 1,25 miljoen Vervangen ID-kaart Verkeersveiligheid € 102 miljoen Huisvesting aandachtsgroepen € 37,1 miljoen (€ 6.000 per woonruimte) Adrescontrole € 70 per huisbezoek Regiodeals 2023: € 284,2 miljoen Rijksvaccinatieprogramma € 31,7+ miljoen per jaar (nu nog gemeentefonds) Toezicht uitbreiding energiebesparingsplicht (omgevingsdiensten) € 56 miljoen per jaar Schoolgebouwen Oekraïense kinderen € 136,3 miljoen Woningbouwimpuls 4de ronde € 300 miljoen Aanpak radicalisering € 7 miljoen per jaar Ventilatie (onderwijshuisvesting) € 200 miljoen

Nieuw IV3 informatievoorschrift Het ministerie van BZK heeft eind juni een nieuw IV3 informatievoorschrift gepubliceerd dat vanaf verslagjaar 2023 verplicht is. Naast de verplichte programmabegroting en -rekening, moeten gemeenten ook over de taakvelden rapporteren. Dat taakveldoverzicht is verplicht voorgeschreven op basis van de Informatie voor derden (IV3) voorschriften. Voor het verslagjaar 2023 is het ministerie BZK met een wijziging gekomen ten aanzien van een aantal taakvelden. De taakvelden op het gebied van individuele voorzieningen WMO en Jeugdzorg worden opgedeeld. Het betreft de volgende taakvelden: Het taakveld 6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ wordt opgedeeld in vier nieuwe taakvelden:  6.71a – Hulp bij het huishouden (WMO)  6.71b – Begeleiding (WMO)  6.71c – Dagbesteding (WMO)  6.71d – Overige maatwerkarrangementen (WMO) Het taakveld 6.72 Maatwerkdienstverlening 18- wordt opgedeeld in tien nieuwe taakvelden:  6.72a – Jeugdhulp begeleiding  6.72b – Jeugdhulp behandeling  6.72c – Jeugdhulp dagbesteding  6.72d – Jeugdhulp zonder verblijf overig  6.73a – Pleegzorg  6.73b – Gezinsgericht  6.73c – Jeugdhulp met verblijf overig  6.74a – Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf  6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf  6.74c – Gesloten plaatsing Het taakveld 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ wordt opgedeeld in twee nieuwe taakvelden: 14

 

6.81a Beschermd wonen (WMO) 6.81b Maatschappelijke- en vrouwenopvang (WMO)

Het taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18- wordt opgedeeld in twee nieuwe taakvelden:  6.82a Jeugdbescherming  6.82b Jeugdreclassering Vanwege de korte tijd tussen de aankondiging van de verfijning van de taakvelden en de invoering ervan, is 2023 een overgangsjaar. In het Iv3-model 2023 zijn daarom zowel de 'oude' taakvelden WMO en Jeugd opgenomen als de nieuwe gedetailleerde taakvelden. Voor zowel de begroting 2023 als de jaarrekening 2023 moeten de nieuwe gedetailleerde taakvelden WMO en Jeugd worden ingevuld. Dit betekent dat de verantwoording van de lasten en baten moet plaatsvinden op de nieuwe taakvelden. Verantwoording op de 'oude' taakvelden is voor de begroting en jaarrekening niet meer toegestaan. Het aanleveren van gedetailleerde kwartaaldata is voor het verslagjaar 2023 optioneel en wordt eerst met ingang van 2024 verplicht. Dit betekent dat in de kwartaalleveringen van 2023 de lasten en baten wel nog op de 'oude' taakvelden mogen worden verantwoord. Twee bestaande taakvelden hebben een nieuwe naam gekregen om te verduidelijken wat erop moet worden geboekt.  De naam van het taakveld 6.2 Wijkteams is gewijzigd naar 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen;  De naam van het taakveld 6.4 Begeleide participatie is gewijzigd naar 6.4 WSW en beschut werk.

Wellicht is het overbodig te benoemen dat ook bovenstaande maatregelen met betrekking tot de IV3 leiden tot een verzwaring van de administratieve lastendruk bij gemeenten. Verrekening werkelijke OEM m.i.v. 2024 Uiterlijk met ingang van 2024 moet de verdeling van het gemeentefonds beter aansluiten bij de meerjarige werkelijk ontvangen overige eigen middelen. Dat sprak de Tweede Kamer in juni uit in een motie. Bij de herverdeling per 2023 wordt gerekend met hoge gemiddelde eigen inkomsten voor gemeenten. Gemeenten met een lagere sociaaleconomische status zitten echter ver onder dit gemiddelde. Zij hebben dus veel minder eigen inkomsten dan waar de verdeling van het gemeentefonds van uitgaat. De Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) had aanpassing van de verevening van de overige eigen middelen ook als noodzakelijke voorwaarde gesteld voor invoering van de nieuwe verdeling. Volumeaccressen bevroren op de stand meicirculaire 2022 voor 2022 – 2025 In de septembercirculaire 2021 bent u geïnformeerd over het advies van de ROB over de toekomst van het accres. Daarnaast is er de aangenomen motie van het lid Van Weyenberg waarin het kabinet wordt opgeroepen om “bij de Voorjaarsnota met een voorstel te komen op welke manier gemeenten meerjarige duidelijkheid hebben over de stijging van het reële accres. Dit kan bijvoorbeeld door het vastklikken van de standen bij de Voorjaarsnota”.

Daarop heeft het kabinet de VNG en het IPO het voorstel gedaan voor het bevriezen van de volumecomponent van het accres voor de jaren 2022 – 2025 én de beëindiging van de volumecomponent van het accres met ingang van 2027. Daarmee beoogt het kabinet voor die periode een stabielere financiering van de medeoverheden te realiseren. Op dit moment is het kabinet hierover met de VNG en het IPO in gesprek. Naar aanleiding van de publicatie van de meicirculaire 2022 heeft prof. M.A. Allers van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) van de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoek gedaan in opdracht van de VNG. Daarbij gaat hij uit van: 1. 2022 als basisjaar, met de impliciete veronderstelling dat de bekostiging van gemeenten in 2022 adequaat is; 15

2. De accressen 2022 – 2028 volgens de meicirculaire 2022, waarbij vanaf 2027 het accres alleen bestaat uit loon- en prijscompensatie; 3. Groei van de belastinginkomsten die gelijk is aan de groei in 2017 tot en met 2022, inclusief inflatiecompensatie; 4. Grondexploitatie-inkomsten gelijk is het gemiddelde van 2017 tot en met 2022. Conclusies van het onderzoek tonen tekorten aan voor gemeenten van € 1,9 tot € 3,9 miljard in 2026, € 2,5 tot € 5,1 miljard in 2027 en in 2028 tekorten van € 3,0 tot € 6,2 miljard. Met de nodige slagen om de arm zou dit voor Nissewaard tekorten opleveren in 2026 van € 7,6 tot € 15,6 miljoen, in 2027 € 10,0 tot € 20,4 miljoen en in 2028 een tekort van € 12,0 tot € 24,8 miljoen.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11738159/1