Korte Schenkeldijk vastgestelde regels
Tekst van het document
KORTE SCHENKELDIJK SPIJKENISSE Bestemmingsplan 9 augustus 2022
1/2
2/2
DATUM KENMERK
9 augustus 2022 20201725
PROJECTLEIDER IDENTIFICATIE
ing. W.IJ. Groenen NL.IMRO.1930.BPSPtuincentrum-3001
AUTEUR STATUS
I. Penning Tervaststelling
3
Inhoudsopgave
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
73
Artikel 1
Begrippen
73
Artikel 2
Wijze van meten
77
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
79
Artikel 3
Gemengd
79
Artikel 4
Verkeer ‐ Verblijfsgebied
81
Artikel 5
Water
82
Artikel 6
Leiding ‐ Riool
83
Artikel 7
Waarde ‐ Archeologie 2
84
Artikel 8
Waarde ‐ Archeologie 3
86
Hoofdstuk 3
Algemene regels
89
Artikel 9
Anti‐dubbeltelregel
89
Artikel 10
Algemene bouwregels
90
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
91
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
92
Artikel 13
Overige regels
93
Hoofdstuk 4
Overgangs‐ en slotregels
95
Artikel 14
Overgangsrecht
95
Artikel 15
Slotregel
96
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Rho adviseurs voor leefruimte
Staat van Horeca‐activiteiten
20201725
4
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
REGELS
75
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Korte Schenkeldijk Spijkenisse met identificatienummer NL.IMRO.1930.BPSPtuincentrum-3001 van de gemeente Nissewaard. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aanbouw een aan een hoofdgebouw toegevoegde, afzonderlijke ruimte die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm) ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.6 afwijking een afwijking als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo, zoals deze luidt op het moment van vaststelling van het plan. 1.7 archeologische waarde de in het kader van dit plan aan het gebied toegekende waarde gekenmerkt door voorwerpen of bewoningssporen van vroegere samenlevingen direct onder het aardoppervlak. 1.8 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.9 bestaand a.
ten aanzien van bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning; b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het bestemmingsplan rechtskracht heeft verkregen. 1.10 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
76
1.11 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.12 bevoegd gezag het bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.13 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.14 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.15 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.16 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.17 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.18 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.19 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
1.20 brutovloeroppervlakte het oppervlak gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingswanden, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimtes omhullen. Dit is met inbegrip van ruimten, zoals keukens, toiletten, bergruimten en dergelijke. 1.21 buitenopslag het opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen op de onbebouwde gronden van de bedrijfspercelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke. 1.22 dakvlak hellend of horizontaal vlak van het dak. 1.23 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
77
1.24 erf al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat, blijkens de kadastrale gegevens behoort tot het bouwperceel waarop dat gebouw is geplaatst. 1.25 erfafscheiding de afscheiding van een erf. 1.26 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27 gevellijn denkbeeldige dan wel op de verbeelding aangegeven lijn die strak langs de gevel van een gebouw loopt tot aan de bouwperceelsgrenzen. 1.28 hoofddakvlak het dakvlak van een hoofdgebouw, dat vanwege de constructie en/of afmetingen en/of in visueel opzicht als belangrijkste kan worden aangemerkt, waarbij een dakkapel, dakopbouw of dakuitbouw niet als hoofddakvlak wordt beschouwd. 1.29 hoofdgebouw een gebouw, dat door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.30 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. 1.31 kap een gesloten bovenbeëindiging van een gebouw, bestaande uit tenminste twee elkaar snijdende, hellende vlakken.
1.32 nutsvoorzieningen de voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. 1.33 onderdoorgang een op de verbeelding aangegeven gebied waar, binnen het bouwvlak een doorgang mogelijk moet zijn waarboven bebouwing mag worden opgericht. 1.34 overkapping een bouwwerk voorzien van een gesloten dak en met aan ten hoogste één zijde een gesloten wand. 1.35 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen ten behoeve van een ander tegen vergoeding.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
78
1.36 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.37 tuincentrum detailhandelsvestiging waarvan het hoofdassortiment bestaat uit boomkwekerijproducten, planten, bloembollen, bloemen, attributen voor de inrichting en het onderhoud van tuinen, balkons en terrassen waaronder tuinmeubilair, alsmede de daarbij benodigde hulpmaterialen. 1.38 voorgevel de gevel van een hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie dan wel gelet op de uitstraling ervan als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.39 voorgevel(rooi)lijn de gevellijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan. 1.40 vrijstaand bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet in de perceelsgrens zijn gebouwd.
1.41 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuw en, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater. 1.42 zijdelingse bouwperceelsgrens de kadastrale grens van een bouwperceel tussen twee bouwpercelen, die voor- en achterzijde van een bouwperceel verbindt.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
79
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand van gebouwen onderling alsmede afstanden van bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de bouwperceelsgrens worden daar gemeten, waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2.3 bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.5 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, waarbij in geval van een hellend dakvlak de druiplijn wordt bepaald door de horizontale snijlijn van het oplopende dakvlak met het daaronder gelegen buitenwerkse gevelvlak.
2.7 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.9 peil a. voor gebouwen die, gelet op de belangrijkste entree of zijde, onmiddellijk aan de weg grenzen of op een kortere afstand dan 5,00 m van de weg geprojecteerd zijn: de hoogte van die weg, met dien verstande dat bij gestapelde hoofdgebouwen een ruimere afstand tot de weg mag worden aangehouden; b. indien in of op het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil; c. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 2.10 ondergeschikte bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als: a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en uitbouwen met een oppervlakte van 2 m2 of kleiner; b. overstekende daken; c.
luifels als geïntegreerd onderdeel van een uitbouw; buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt ten opzichte van de bouwgrens of de maximale bouwhoogte.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
80
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
81
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Gemengd
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een tuincentrum, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'tuincentrum'; b. een sportschool, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'sport'; c. horeca uit ten hoogste categorie 1a van de Staat van Horeca-activiteiten; d. (medisch) kinderdagverblijf; e. kantoor; f. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en wegen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Gebouwen a. gebouwen worden binnen een bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Algemeen Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. de maximum bruto vloeroppervlakte van het tuincentrum bedraagt 3.153 m2; b. de maximum bruto vloeroppervlakte van de sportschool bedraagt 1.500 m2; c.
de maximum bruto vloeroppervlakte voor horeca bedraagt 500 m²; d. de maximum bruto vloeroppervlakte voor een (medisch) kinderdagverblijf bedraagt 1.000 m²; e. de maximum bruto vloeroppervlakte voor een kantoor bedraagt 1.000 m²; f. het gezamenlijk totaaloppervlak van de functies lid 3.1 onder c, d en e bedraagt ten hoogste 1.000 m²; g. detailhandel anders dan een tuincentrum zoals genoemd in lid 3.1 onder a is niet toegestaan; h. buitenopslag van goederen en materialen is niet toegestaan;
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
82
i.
ten aanzien van het nevenassortiment gelden de volgende bepalingen: 1. ten hoogste 20% van het netto verkoopvloeroppervlak wordt voor de verkoop van het nevenassortiment gebruikt; en 2. het nevenassortiment past bij het hoofdassortiment.
3.3.2 Voorwaardelijke verplichting Voorafgaand aan de ingebruikname dienen eventuele ramen aan de noord- en oostzijde van het gebouw op de verdieping te worden voorzien, en in stand worden gehouden, van beglazing met een lage lichtdoorlatendheid of een gelijkwaardige maatregel.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
83
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. toegangswegen, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen ten dienste van de aangrenzende bestemmingen; b. een onderdoorgang ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, nutsvoorzieningen, reclame-uitingen en water. 4.2 Bouwregels Op en onder de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende maxima: a. bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen: 2 m; b. bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten: 9 m; c. bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 3 m.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
84
Artikel 5
Water
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water ten behoeve van aan- en afvoer, waterberging en sierwater; b. waterhuishouding; c. bij deze doeleinden behorende voorzieningen zoals bruggen, duikers, visvlonders en andere vergelijkbare voorzieningen. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen en bouwwerken ten dienste van het verkeer over water toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 5.3 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. steigers en ligplaatsen voor recreatievaartuigen zijn niet toegestaan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
85
Artikel 6
Leiding - Riool
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor een rioolleiding. 6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.2.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Riool zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden; c. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen; d. het aanbrengen van diepgewortelde beplanting en of bomen; e. het vellen of rooien van houtgewas. 6.2.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 6.2.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
6.2.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 6.2.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad en indien door het bevoegd gezag vooraf advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
86
Artikel 7
Waarde - Archeologie 2
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan het bevoegd gezag te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en dieptematen welke genoemd zijn in 7.3.1 7.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Het bevoegd gezag kan in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de hierna in lid 7.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 100 m² beslaan. 7.3.2 Vergunningvereiste Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden: a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
87
7.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van deze verordening en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 7.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan het bevoegd gezag heeft overlegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
88
Artikel 8
Waarde - Archeologie 3
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan het bevoegd gezag te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en dieptematen welke genoemd zijn in 8.3.1. 8.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Het bevoegd gezag kan in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de hierna in lid 8.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 100 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 200 m² beslaan. 8.3.2 Vergunningvereiste Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden: a. b. c. d. e. f.
grondbewerkingen (van welke aard dan ook); het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
89
8.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of voor werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van deze verordening en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten. 8.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan het bevoegd gezag heeft overlegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
90
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
91
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
92
Artikel 10
Algemene bouwregels
10.1 Bestaande afmetingen en afstanden a. in die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud van bouwwerken die in overeenstemming met het bepaalde in de Wabo tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, horizontale dan wel verticale diepte in afwijking daarvan als maximaal toegestaan; b. in die gevallen dat de afstand tot enige grens van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wabo tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven toegestaan, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan; c. in het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde sub a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
93
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
11.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het doen of laten gebruiken van gronden, alsmede gebouwen, onderkomens en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van (de exploitatie van) een seksinrichting, een escortbedrijf en raam- en straatprostitutie; b. het inrichten en/of gebruiken van een aan- of uitbouw als zelfstandige woonruimte; c. het inrichten en/of gebruiken van een vrijstaand bijgebouw als zelfstandige woonruimte en/of voor bewoning; d. het gebruik van gronden en gebouwen voor het opslaan van goederen voor bedrijfsdoeleinden, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; e. het gebruik van gronden als opslagplaats van hout en aannemersmaterialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; f. het gebruik van gronden als opslagplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; g. het gebruik van gebouwen voor zelfstandige kantoren; h. het gebruik van gebouwen voor detailhandel, anders dan genoemd in artikel 3; i. het gebruik van onbebouwde gronden voor het storten c.q.
lozen en/of het opslaan van bagger, grondspecie, puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; j. het gebruik van onbebouwde gronden voor het opslaan van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten, containers, oude en nieuwe bouwmaterialen, voer- en vaartuigen, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen, machines of onderdelen hiervan, afval, puin, grind en brandstoffen; k. het gebruik van onbebouwde gronden voor het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
94
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
12.1 Afwijkingen Het bevoegd gezag kan via een omgevingsvergunning afwijken van de regels in dit plan: a. met betrekking tot gegeven maten, afmetingen en bebouwingspercentages tot maximaal 10% van de voorgeschreven maten, afmetingen en percentages; b. en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit en/of praktische omstandigheden daartoe aanleiding geeft; c. en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. en toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, met dien verstande dat de oppervlakte per gebouwtje ten hoogste 20 m2 bedraagt en de bouwhoogte ten hoogste 3,5m bedraagt; e. met betrekking tot de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde tot niet meer dan 10 m; 2. ten behoeve van waarschuwings- en/of communicatiemasten tot niet meer dan 40 m; 3. ten behoeve van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot niet meer dan 10 m. f.
ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
95
Artikel 13
Overige regels
13.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
96
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
97
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
14.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
98
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan Korte Schenkeldijk Spijkenisse'.
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
BIJLAGEN BIJ DE REGELS
Bijlage 1 Staat van Horeca-activiteiten
Rho adviseurs voor leefruimte
20201725
Bijlage
Staat van Horeca‐activiteiten
1
Categorie I 'lichte horeca' Horecabedrijven die, gelet op hun activiteiten en de aard van de omgeving, overwegend overdag en 's avonds zijn geopend. Dit hoofdzakelijk voor de verstrekking van etenswaren, maaltijden en dranken al dan niet in combinatie met het tegen vergoeding verstrekken van logies. Hierdoor veroorzaken zij slechts beperkte hinder voor omwonenden. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 1a.
Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca Horecabedrijven zoals: ‐ broodjeszaak, crêperie, croissanterie; ‐ cafetaria, koffiebar, theehuis; ‐ lunchroom; ‐ ijssalon; ‐ snackbar.
1b.
Overige lichte horeca Horecabedrijven zoals: ‐ bed & breakfast; ‐ bistro, eetcafé; ‐ hotel; ‐ hotel‐restaurant; ‐ kookstudio; ‐ poffertjeszaak/pannenkoekenhuis; ‐ pension; ‐ restaurant (zonder bezorg‐ en/of afhaalservice); ‐ shoarmazaak/grillroom; ‐ wijn‐ of whiskyproeverij.
1c.
Bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking Horeca bedrijven zoals: ‐ bedrijven genoemd onder 1a en 1b met een vloeroppervlak1) van meer dan 400 m²; ‐ restaurant met bezorg‐ en/of afhaalservice.
Categorie 2 'middelzware horeca' Bedrijven die, gelet op hun activiteiten en de aard van de omgeving, overwegend ook delen van de nacht zijn geopend. Dit hoofdzakelijk voor de verstrekking van dranken al dan niet in combinatie met het verstrekken van etenswaren en maaltijden. Hierdoor kunnen zij aanzienlijke hinder voor omwonen‐ den veroorzaken: Horecabedrijven zoals: bedrijven uit categorie 1 die gelet op de aard van hun omgeving ook delen van de nacht geopend zijn; bar, bierhuis, café, pub; biljartcentrum; café‐restaurant.
1) Zie toelichting op de Staat van Horeca‐activiteiten.
Rho adviseurs voor leefruimte
SvH 2011
Staat van Horeca‐activiteiten
2
Categorie 3 'zware horeca' Bedrijven die voor een goed functioneren ook 's nachts geopend zijn. Dit hoofdzakelijk voor de verstrek‐ king van dranken al dan niet in combinatie met etenswaren en maaltijden en die tevens een groot aan‐ tal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: Horecabedrijven zoals: ‐ bar‐dancing; ‐ dancing; ‐ discotheek; ‐ nachtclub; zalenverhuur/partycentrum (regulier gebruik ten behoeve van feesten en muziek‐ /dansevenementen).
Rho adviseurs voor leefruimte
SvH 2011