CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2027 GRJR

Gemeenteraad 25 februari 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Informele zienswijze Kadernota 2027 GRJR17.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Naast de specifieke transformatie van de gesloten voorzieningen wordt met de systeemaanbieders gewerkt aan goedkopere alternatieve hulp voor jeugdigen uit deze doelgroep. In het reguliere hulpaanbod zijn lacunes waardoor bijvoorbeeld moet worden teruggegrepen op 1-op-1 begeleiding in open instellingen. Dit is zowel om zorginhoudelijke als financiële redenen onwenselijk. 

Vanaf 2025 loopt een RBOK-project om voor de benodigde alternatieven een maatschappelijke businesscase op te stellen. Dit moet in 2026 leiden tot de eerste alternatieve zorgvormen onder meer voor de jeugdigen die voorheen met een machtiging van de rechter naar de gesloten jeugdhulp werden verwezen.

16

Sturing op aanbod door inkoop en contractering

Per 2023 is de jeugdhulp opnieuw ingekocht en zijn meerjarige jeugdhulpcontracten gesloten. Gedurende de contractperiode is onderhoud nodig aan het contractportfolio. Bij de grote contracten met zogenaamde systeemaanbieders is veel aandacht voor de inzet van onderaannemers. Vertrekpunt daarbij is de acceptatie- en leveringsplicht van de gecontracteerde hoofdaannemer, maar er is zicht nodig op de onderliggende realiteit van inzet van onderaannemers. Daarnaast is een flexibele schil (van zogenaamde flexaanbieders) ingekocht, om voor casuïstiek die niet ondanks de acceptatieplicht van systeemaanbieders niet (tijdig) door hen kan worden opgepakt toch hulp beschikbaar te hebben. Hiermee kan ook de inzet van losse maatwerkcontracten worden beperkt. Deze flexibele schil is een dynamisch onderdeel van het portfolio waardoor er doorlopend bijstellingen kunnen zijn. Regionaal contractmanagement

De kerntaak van de GRJR bij alle beschreven ontwikkelingen is het contract- en zorglandschapsmanagement. De programmamanager zorglandschap, contract- en accountmanagers zijn de verbindende schakels van de inkoop en subsidies tussen gemeenten en aanbieders. Dit betreft zowel systeem- en prestatieaanbieders als flexaanbieders, gesloten jeugdhulpaanbieders, gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming/jeugdreclassering en Veilig Thuis. De regiovisie en de inkoop- en subsidieafspraken zijn hierin leidend. Account- en contractmanagers zijn verantwoordelijk voor het geheel van activiteiten dat ervoor zorgt dat alle contractpartijen en gesubsidieerde instellingen aan hun verplichtingen voldoen en kunnen voldoen. Daarnaast speelt account- en contractmanagement in op wijzigende omstandigheden om de bestuurlijke doelstellingen te behalen. Thema’s hierbij zijn onder andere de RBOK, de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Andere aandachtsgebieden binnen contractmanagement zijn: sturing op kostenbewuste zorgbemiddeling, minder maatwerkcontracten, passende en betaalbare zorg op basis van landelijke contracten (LTA), vermindering van wachttijden en juiste uitvoering van hoofd- en onderaannemerschap. Contractmanagement stuurt data gedreven op de afgesproken prestaties, KPI’s en budgetvolumes.

Contractmanagement signaleert en bespreekt knelpunten, ook op zorgkwaliteit. En contractmanagement stelt de bedrijfsvoering van aanbieders aan de orde, vooral waar het gaat om overhead, efficiënt werken, ziekteverzuim, in- en uitstroom. Met de inzet van audits controleert contractmanagement de uitvoering op deze aspecten. Gestuurd wordt om afspraken na te komen, samenwerking te bevorderen en oplossingsgericht te werk te gaan. Met als ultiem doel een dekkend zorglandschap en daarmee goede jeugdhulp in de regio binnen de budgettaire kaders. 

Regionaal contractmanagement moet verbonden zijn aan lokaal contractmanagement, de lokale wijkteams en lokaal beleid. Aanbieders opereren niet alleen regionaal maar vaak ook lokaal. Deze verbinding en samenwerking over en weer moet hechter zodat de informatievoorziening over de regionale aanbieders verbetert en contractmanagement daarmee nog strakker kan sturen op de uitvoering van contracten.

Regionale belangenbehartiging

De Jeugdregio heeft een taak in de belangenbehartiging namens de regio bij landelijke partijen. Dat bestaat uit het nauwlettend volgen van landelijke ontwikkelingen en daarbij inbreng geven 17

vanuit de regio Rijnmond. Daarnaast is er een actieve lobby waarbij het regionale Programmateam Jeugd en de belangenbehartiger van de Jeugdregio samenwerken. Dit gaat inhoudelijk veelal over de Hervormingsagenda Jeugd en de daaruit volgende regelgeving, standaardisaties en richtlijnen. Regionale sturingsinformatie en informatiestrategie

De Jeugdregio verzorgt regionale dashboards waarmee per gemeente, aanbieder en opdracht het gebruik en de kosten van de regionaal ingekochte hulp kan worden gemonitord. Naar aanleiding van onderzoek naar verbetering van de datakwaliteit (c.q. de backofficetaken) gaat de regio over op het elektronische berichtenverkeer tussen aanbieders en gemeenten als primaire bron voor deze dashboards. De Jeugdregio streeft naar een platform voor datadeling zodat in alle processen die de regio en gemeenten raken dezelfde data worden gebruikt. Het delen van informatie over jeugdigen in lokale jeugdzorg zou helpen om breder zicht te krijgen op hoe, hoe vaak en op welke manier kinderen en gezinnen te maken krijgen met zorg in de jeugdhulp- en jeugdbeschermingsketen. Dit is op dit moment niet de ambitie van alle gemeenten. Zicht op ‘kind in de keten’ is daarom niet geheel mogelijk. De GI’s zijn binnenkort na vele jaren van voorbereiding allemaal aangesloten op het berichtenverkeer. Naar aanleiding van het rekenkameronderzoek moet worden geconcludeerd dat de sturingsinformatiebehoefte breder is dan de beschikbare informatie over gebruik en kosten. Er is geen inzicht in de oorzaken van de hulpvraag, de werkelijke inzet van de hulp en het resultaat van de ingezette hulp. Hierdoor kan er moeilijk op deze factoren worden gestuurd.

De informatiestrategie voor de komende jaren moet hier antwoord op bieden. 

Gemeenten bepalen in hoeverre ze willen samenwerken als het gaat om gegevensdeling op het gebied van lokale jeugdhulp. Jeugdhulp Rijnmond legt in 2026 een notitie voor met de mogelijke informatiestrategie voor de komende jaren.

Landelijke Hervormingsagenda en kostenbeheersing Jeugd De kosten van de jeugdhulp stijgen onbeheersbaar terwijl de rijksoverheid de gemeenten hiervoor onvoldoende compenseert. De VNG en de Rijksoverheid hebben over financiële maatregelen een akkoord gesloten in de vorm van de landelijke Hervormingsagenda Jeugd. Met daarbij afspraken die meer helderheid moeten geven over de inhoudelijke opgaven, de financiën en de opdracht van een zogenoemde deskundigencommissie. Aan de hand van de gedane inspanningen van betrokken partijen (met name gemeenten), geeft de deskundigencommissie zwaarwegend advies over onder andere de benodigde financiële middelen voor de toekomst. Deze commissie kwam in 2025 met een eerste rapport. De Hervormingsagenda Jeugd bevat veel afspraken om de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te krijgen. Doel is om het stelsel en de uitvoering te verbeteren en over (wettelijke) grenzen heen te gaan. De Hervormingsagenda is verdeeld in zes opgaven (implementatielijnen): 1. Afbakenen en verduidelijken wat jeugdzorg is (reikwijdte van de Jeugdwet); 2. Stevige lokale teams (incl. stevigere verbinding met aangrenzende domeinen) en toegang; 3. Terugdringen residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk; 4. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren; 5. Regionale en landelijke inkoop en organisatie van de specialistische zorg; 6.

Verbeteren inzicht in het functioneren van het jeugdstelsel met data en monitoring.

18

De maatregelen tellen op landelijk niveau op tot een bedrag van ruim €1 miljard (in 2027) waar gemeenten verantwoordelijk voor zijn om zelf terug te verdienen. De €1 miljard betekent vrij vertaald voor onze regio circa €87 mln. De gemeenten zijn direct verantwoordelijk voor opgave (2) Stevige lokale teams en toegang en voor opgave (5) Regionale en landelijke inkoop en organisatie. In onze regio is door de deelnemende gemeenten een programmateam gevormd dat hier verdere uitwerking aan geeft. Het programmateam is samengesteld uit medewerkers van deelnemende gemeenten en de uitvoeringsorganisatie en staat onder aansturing van een programmamanager die in opdracht van het Directeurenoverleg werkt. Veel zaken liggen immers beleidsmatig bij gemeenten maar vragen tegelijkertijd regionale afstemming zowel tussen de gemeenten als met de Jeugdregio. De Jeugdregio Rijnmond is stevig vertegenwoordigd op landelijk niveau, bestuurlijk en ambtelijk, om de belangen van gemeenten te vertegenwoordigen. De ontwikkeling van stevige lokale teams is van cruciaal belang voor het slagen van de beoogde hervorming en besparing. De doorontwikkeling naar Stevige Lokale Teams is een verantwoordelijkheid van gemeenten zelf. Opgave 5 moet grotendeels op landelijk en regionaal niveau uitgevoerd worden. Door bijvoorbeeld standaardisatie gaan bedrijfsvoeringskosten van aanbieders (en gemeenten) omlaag.

In dit verband zijn er landelijke contractstandaarden gemaakt en komt er een algemene maatregel van bestuur waarin wordt bepaald welke zorgvormen ten minste regionaal moeten worden ingekocht. Ook is een ministeriële regeling aangekondigd waarin wordt voorgeschreven welke administratieve processen op regionaal niveau moeten worden uitgevoerd. Dit werkt bij aanbieders door in een lager overheadpercentage in de tarieven. In het licht van de Hervormingsagenda heeft de regio met Jeugdregio Rijnmond al een goede basis. Niet alleen zijn we al een gemeenschappelijke regeling, we hebben ook een inhoudelijke visie op transformatie, die richting geeft aan onze inkoop. De haalbaarheid van gekozen maatregelen (in aansluiting op de huidige taakstelling) is dus vooral afhankelijk van externe factoren, zoals de autonome groei van de vraag naar jeugdhulp en de ontwikkeling op tarieven. En ook van afbakening van de reikwijdte van de Jeugdwet (lijn 1 van de Hervormingsagenda), waarvan ongewis is of het nieuwe kabinet dit voortvarend oppakt. De gemeenten hebben elk een eigen verordening jeugdhulp en zijn elk op eigen wijze bezig met de aanpassingen daarvan. Door ontbrekende wetgeving blijkt het lastig om tot uniformiteit te komen op punten die direct de inzet van regionaal gecontracteerde jeugdhulp raken.

Het implementatieplan van de Hervormingsagenda bevat ook beoogde ombuigingsmaatregelen die in onze regio deels al in gang zijn gezet. De opbrengst van de transformatie van de jeugdhulp moet zijn dat lokale inzet tot vermindering van aantal trajecten en/of kosten van regionaal ingekochte jeugdhulp moet leiden. De landelijk voorgerekende besparingen zijn voor onze regio niet allemaal even realistisch omdat de bijbehorende maatregelen in onze regio al zijn toegepast. Voor de lobby richting de rijksoverheid en de VNG vervullen de gemeente Rotterdam en Jeugdregio Rijnmond een trekkersrol. Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing

In samenhang met de Hervormingsagenda loopt de Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing (RBOK). Deze opdracht bevat tal van maatregelen binnen de regio om de kostenstijging af te remmen. Het bedrag waarmee de groei kan worden beperkt hangt af van het moment van en nauwkeurigheid waarmee het maatregelenpakket wordt geïmplementeerd. Ook 19

is het effect op lopende zorg nog relatief klein. Daarmee kent het volledige effect van de maatregelen een lange doorlooptijd. De financiële ambitie van de RBOK is in februari 2024 als volgt afgezet tegen de groei tot en met 2028 zoals in de vorige Kadernota voorspeld: • • • • •

2024 2025 2026 2027 2028

10% van de geprognosticeerde groei 25% van de geprognosticeerde groei 50% van de geprognosticeerde groei 100% van de geprognosticeerde groei 100% van de geprognosticeerde groei

€1,7 mln. €5,0 mln. €11,7 mln. €27,5 mln. €32,6 mln.

cumulatief €6,6 mln. cumulatief €18,3 mln. cumulatief €45,8 mln. cumulatief €78,4 mln.

De beoogde besparingen ontstaan deels door strakke inkadering van inzet van jeugdhulp, maar deels ook door te zorgen voor minder instroom in en snellere uitstroom uit die hulp. Dat betekent dat de opbrengsten ook in grote afhankelijkheid staan van lokale inzet in aanpalende beleidsterreinen. 

De financiële effecten van de RBOK moeten tot uiting komen in neerwaartse druk op de voortdurende uitgavenstijging van de regionaal ingekochte jeugdhulp. Als dit in de realisatiecijfers tot uiting komt werkt het ook door in de begrotingsadviezen die de GRJR aan gemeenten afgeeft. We hebben de ambitie om het doorgaande effect voor de komende jaren in te schatten en te betrekken bij de begrotingsadviezen.

Het besparingseffect van de RBOK-maatregelen zal de komende jaren per gemeente variëren. Toekomstige effecten die nog niet in de realisatiecijfers tot uiting komen worden niet in de begrotingsadviezen voor 2026 en verder opgenomen, maar kunnen door gemeenten mits voldoende onderbouwd in de eigen begroting worden verwerkt. Waar mogelijk vervult de GRJR hierbij een adviserende rol. Effecten van concrete plannen die door gemeenten zijn onderbouwd kunnen worden toegevoegd aan de begrotingsadviezen.

Jeugdbeschermingsketen De Jeugdregio zorgt naast jeugdhulp voor jeugdbescherming/jeugdreclassering en Veilig Thuis. De drie in onze regio werkzame zogenaamde gecertificeerde instellingen (GI’s) en Veilig Thuis (VT) worden door de Jeugdregio gesubsidieerd. Een belangrijk deel van deze taken heeft een directe wettelijke grondslag. Deze diensten zijn onderdeel van de zogenaamde beschermingsen veiligheidsketen (verder: jeugdbeschermingsketen). In de keten werken gemeenten samen met lokale veiligheidspartners en met landelijk georganiseerde partijen zoals de Raad voor de kinderbescherming (RvdK) en rechtbanken. Ook Veilig Thuis is een schakel in deze keten. Jeugdbescherming/jeugdreclassering

Na een geruime tijd waarin de GI’s en daarmee de bescherming van jeugdigen landelijk onder grote druk stonden, is sinds de invoering van een landelijke bepaalde caseload en landelijke tarieven voor jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringstaken verbetering zichtbaar in het uitvoeren van de taak door de GI’s. De verscherpte bestuurlijke sturing op de GI’s die in 2023/2024 is ingezet blijft echter nodig gezien de signalen van met name Jeugdbescherming Rijnmond bij de subsidieaanvraag 2026. De Jeugdregio is genoodzaakt toch weer (tijdelijk) extra subsidie te verlenen voor knelpunten. 

De landelijke lobby moet erop gericht zijn dat de landelijke tarieven voor Jeugdbescherming en Jeugdreclassering niet afdoende zijn voor Jeugdregio’s, zoals Rijnmond, waar de problematiek bij jeugdigen en gezinnen aantoonbaar zwaarder is dan elders in het land.

Veilig Thuis

De GRJR subsidieert Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR), het meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, een van de partijen in de veiligheidsketen voor gezin en kind. VTRR ziet een verschuiving in de zwaarte van meldingen en een toename van meldingen, wat leidt tot meer inzet waarop de subsidie meebeweegt. De prestaties van alle Veilig Thuis organisaties in Nederland zijn, volgens het inspectieonderzoek dat in het najaar van 2024 is

20

verschenen, onder de maat. Alle Veilig Thuis organisaties zijn sindsdien aan de slag om te verbeteren op de kpi’s, zoals de termijn waarbinnen er contact wordt opgenomen met het kind/gezin. Ook VTRR. De inhoudelijke sturing doet de GRJR in samenspraak met de drie centrumgemeenten Maatschappelijke Opvang: Vlaardingen, Rotterdam en Nissewaard. De financiering voor de 0-18 doelgroep van VTRR verloopt vanuit de GRJR via alle deelnemende gemeenten, de financiering van de 18-100 doelgroep via de centrumgemeente. In 2025 is een kostprijsonderzoek uitgevoerd met mogelijke gevolgen voor de tarieven, de financieringsafspraken en de niet-wettelijke taken. De stijgende kosten en volumes zijn in 2025 reden geweest om het Veilig Thuis budget in de begroting structureel te verhogen. Met een verbeterplan moet de beheersing van deze ontwikkeling worden gegarandeerd. Toekomstscenario en kostenbeheersing Kind- en Gezinsbescherming

Er wordt landelijk gewerkt aan verbetering van de veiligheidsketen voor kinderen en gezinnen. Deze keten is complex en knelt. Er is onvoldoende samenhang en te weinig samenwerking. Dit leidt tot inefficiënt werken. De betrokken partijen moeten meer gezinsgericht gaan werken, transparanter en eenvoudiger (geen overdrachten of dubbele taakuitvoering) en meer lerend werken. De komende jaren maakt de regio, als onderdeel van een landelijk gefaciliteerde en gefinancierde beweging, een ontwikkeling door die leidt tot realisatie van de beoogde werkwijze. De ontwikkeling vindt plaats vanuit vier perspectieven: • Van de cliënt, die sneller beter passende ondersteuning en hulp ontvangt; • Van de professional, die op een andere manier gaat werken; • Van de organisatiestructuur, waar inrichtingskeuzes gemaakt worden; • Van het juridisch kader, waar het anders werken binnen moet passen. In het Toekomstscenario ligt mede de basis voor de aanpak in stevige lokale teams. Het regionaal uitvoeren van taken beperkt zich tot het bundelen van expertise en bevoegdheden waar het passender is om deze te beleggen op regionaal niveau in Regionale Veiligheidsteams (RVT’s). Dat vraagt om doorontwikkeling van de lokale teams evenals regionale afstemming; de ontwikkeling van sterke lokale teams en de invoering van de RVT’s zijn communicerende vaten.

Anders werken vraagt veranderingen in de inrichting van het systeem. Gemeenten, GI’s, VT en RvdK zijn gezamenlijk eigenaar van de ontwikkeling en voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk voor inrichting van het systeem dat de nieuwe manier van werken ondersteunt. Dit systeem zal bestaan uit goed functionerende lokale teams die nauw samenwerken met expertisepartners als RvdK, GI’s, VT, justitiepartners, specialistische hulp en GGZ voor jeugd en volwassenen en expertiseplatforms. Naar aanleiding van het landelijk besluit over hoe de Regionale Veiligheidsteams eruit moeten gaan zien, zijn er landelijk terugtrekkende bewegingen ontstaan bij de betrokken partijen. Het rijk blijft vooralsnog op het standpunt dat grote delen van de drie organisatie GI, VT en RvdK samengevoegd moeten worden. Op dit moment is onvoorspelbaar op welke termijnen een en ander gaat plaatsvinden. Regionale opdracht toekomstscenario

De inrichting van de nieuwe manier van werken wordt momenteel regionaal beproefd. De proeftuin in diverse gemeenten (Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee en Rotterdam) wordt gefinancierd uit rijkssubsidies en loopt door in 2026. Buiten de proeftuinen werken we aan de doelstellingen van het Toekomstscenario met eigen middelen en eigen mensen. Voor de uitvoering van de opdracht stelt de stuurgroep de volgende drie prioriteiten:

21

1. Ontwikkel een regionale aanpak waarbij ervaringen uit de praktijk (‘regionaal beproeven’) en landelijke inzichten benut worden voor (door)ontwikkeling, uitwerking en versteviging van beleid en uitvoering binnen de kind- en gezinsbeschermingsketen van 0 tot 100 in de regio. 2. Werk vanuit een cyclische transformatiestrategie waarin ontwikkelvermogen op alle niveaus centraal staat: stimuleer verandervermogen, motivatie en samenwerking en implementeer werkzame elementen in de gehele regio. 3. Ontdubbel, werk slimmer met minder, focus op preventie en vroeginterventie en voorkom dat te snel aan beschermingsmaatregelen wordt gedacht: wanneer is het goed genoeg? Monitoring en evaluatie zijn gericht op een lerende ontwikkeling: leidt de uitvoering van de eerste uitwerking tot de gewenste resultaten, blijft de ontwikkeling in lijn met de visie, hoe kan die ontwikkeling verder geconcretiseerd en versterkt worden? Dit kan heel passend ingevuld worden met een actieonderzoek. De projectgroep Toekomstscenario coördineert en monitort deze ontwikkeling.

22

2.3 Taak- en rolverdeling De kaderstelling, sturing en uitvoering van de jeugdhulp in Rijnmond is een samenspel van de volgende partijen: Jeugdregio (bestuur en uitvoeringsorganisatie), individuele gemeenten, gecontracteerde jeugdhulpaanbieders en gesubsidieerde organisaties GI’s en Veilig Thuis. Elk van deze partijen heeft een eigen juridische basis en positie in het stelsel, met bijbehorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. De Jeugdregio neemt hierbij een bijzondere positie in op basis van een taakverdeling en samenwerking met gemeenten. Om de inzet van de Jeugdregio te focussen en tegelijk af te bakenen is het nodig de verdeling van taken en rollen helder voor ogen te houden. Taakverdeling Jeugdregio en gemeenten De taakverdeling tussen Jeugdregio en gemeenten is: • De Jeugdregio voert de door gemeenten gedelegeerde taken uit om jeugdhulp in te kopen en jeugdbescherming, jeugdreclassering en Veilig Thuis te subsidiëren; • De gemeenten voeren zelf de taak uit om te beslissen over inzet van hulp op casusniveau, zij vormen de toegang tot de hulp met eigen front- en backofficeorganisaties.

De uitvoerende taken van de Jeugdregio behorend bij inkoop en subsidiëring zijn: • Sturen op het zorglandschap en op gecontracteerde en gesubsidieerde partijen met als doel dat het aanbod van diensten passend, nabij, voldoende beschikbaar en betaalbaar is; • Informatievoorziening over kosten en gebruik van gecontracteerde en gesubsidieerde diensten (binnen afgebakende dataverzameling, dat betekent ook: niet op alle informatiebehoeften die gemeenten wellicht hebben); • In samenhang met deze taken het verzorgen van de verantwoording door en financiële afwikkeling met contract- en subsidiepartijen en gemeenten. Deze taakverdeling werkt door in de planning&control taken van de Jeugdregio en gemeenten. In de bijlage is deze taakverdeling voor alle daaronder vallende processen uitgewerkt (zoals al in de vorige kadernota). Rolverdeling bij sturing op drie niveaus De Jeugdregio vervult met deze taken een overkoepelende en verbindende rol. De Jeugdregio heeft bij de inkoop 2023 in de notitie Sturing en Bekostiging vastgelegd hierbij drie sturingsniveaus te onderscheiden, waarop ook de informatiefunctie stoelt: Sturing op zorglandschapsniveau

Overzien van het hele zorglandschap, zorgen voor beschikbaarheid van jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering, signaleren van lacunes en sturen op passend aanbod. Deze rol ligt volledig bij de Jeugdregio en wordt ingekaderd door beleidskeuzes van gemeenten (bijvoorbeeld om lichte ambulante hulp lokaal in te kopen). Voor de beleidsmatige sturing is er het AOJ of het programmateam in opdracht van de Directeuren van de gemeenten in Rijnmond, waarin gemeenten van elkaar leren en elkaars werk benutten voor de lokale beleidsontwikkeling. Sturing op actorniveau

Verwijzende instanties, gemeenten en aanbieders met elk een eigen positie en verantwoordelijkheid hebben veelal een eigen wettelijke basis (dit geldt op grond van de Jeugdwet ook voor de zorgaanbieders) en kunnen niet of niet volledig centraal worden gestuurd. 23

Wel is het uitoefenen van opdrachtgeverschap voor de regionaal gecontracteerde en gesubsidieerde partijen een specifieke sturende rol van de Jeugdregio, waarbij de Jeugdregio kaders kan stellen in de rol van opdrachtgever en toeziet op nakoming van de contract- en subsidieverplichtingen. Daarnaast kan de Jeugdregio overleg tussen gemeenten stimuleren. Sturing op casusniveau

Individuele processen van verwijzen, indiceren (arrangeren), toewijzen, op- en afschalen, administreren, et cetera worden uitgevoerd door andere partijen dan de Jeugdregio. Gemeenten hebben hierin door casusregie een sleutelrol, zijn sleutel c.q. toegang naar hulp. De Jeugdregio is betrokken door data te verwerken tot sturingsinformatie op de hogere sturingsniveaus. Verantwoordelijkheid voor Regionale Bestuursopdracht Kostenbeheersing Naar aanleiding van de 2e Bestuursrapportage heeft het AB van de Jeugdregio in februari 2024 een maatregelenpakket voor kostenbeheersing vastgesteld. Om hier daadkrachtig op te sturen heeft het regiobestuur besloten een regionale bestuursopdracht te geven. Opdrachtnemers zijn de secretaris/directeur van de Jeugdregio en de directeuren Jeugd van de deelnemende gemeenten. In het Bestuurlijk Samenwerkings Overleg stemmen gemeentelijke directeuren/bestuurders, de secretaris/directeur en de bestuurders van zorgaanbieders, de GI’s en het RER/ZBT de impact en uitvoering van maatregelen af. Uiteraard zijn er delen die tot de gemeentelijke autonomie behoren en waarop de Jeugdregio dus niet bepalend en sturend is, maar wel als rol heeft om het onderling overleg tussen gemeenten te bevorderen. De gezamenlijke directeuren hebben hiervoor een programmateam opgericht.

De rapportagelijnen lopen enerzijds via het dagelijks bestuur naar het algemeen bestuur van de Jeugdregio en anderzijds via de individuele colleges naar de gemeenteraden. Verantwoordelijkheid voor sturing op groei naar Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming dat landelijk is geformuleerd, wordt in de regio Rotterdam Rijnmond opgevat als regionale opgave waarbij alle betrokken partners op alle niveaus gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor verbetering van de keten. In onze regio is een stuurgroep opgericht met bestuurlijke/directie vertegenwoordiging, die stuurt op de stappen die nodig zijn. De projectgroep Toekomstscenario coördineert en monitort de ontwikkeling.

24

3. Wat gaat het kosten Dit hoofdstuk bevat bestuurlijk relevante, maar tegelijkertijd technische uitgangspunten voor de opstelling van de begroting 2027 en het begrotingsadvies 2027.

3.1 Kostenontwikkeling in de afgelopen jaren Historische ontwikkeling totale regionale kosten jeugdzorg

Onderstaande grafiek2 toont de ontwikkeling van totale kosten van de afgelopen jaren, zoals opgenomen in de jaarrekeningen 2022 t/m 2024 en de 2e Burap 2025. In deze periode stegen de kosten met € 123 mln. naar € 388 mln. In de grafiek zijn de kosten gesplitst in kosten die gerealiseerd zijn door gemeentelijke besluiten (zorgkosten) en GRJR-besluiten (subsidies en uitvoeringskosten).

Historisch indexatie effect

De stijging van € 123 mln. over de jaren 2022 t/m 2025 bestaat uit stijging van de kosten door indexatie en materiële stijging van de zorgkosten. Onderstaande grafiek laat dit per jaar zien.

2 In de overzichten en grafieken zijn de zorgkosten van de MVS-gemeenten buiten beschouwing gelaten, omdat het in

deze kadernota gaat om de kosten vanaf 2023 en verder voor zorg die de GRJR heeft ingekocht voor de deelnemende gemeenten exclusief MVS.

25

3.2 Financiële uitgangspunten GR-begroting De verdere ontwikkeling van de kosten wordt bepaald door verschillende variabelen: indexatie, trendmatige groei en/of krimp en beleidswijzigingen. Hierna worden deze drie aspecten toegelicht. Eerst voor de kosten in de GR-begroting, vervolgens voor de kosten in de gemeentelijke begrotingen. Indexatie van GR-begroting Indexatie van subsidies aan GI’s en VT en van Crisishulp

Voor subsidies geldt (grotendeels) dat er landelijk vastgestelde tarieven gelden die de Jeugdregio moet overnemen. Dit geldt voor de wettelijke taken van jeugdbescherming en jeugdreclassering. Voor het overige indexeert de Jeugdregio subsidies op dezelfde manier als de jeugdhulptarieven. Deze indexatie wordt daarom ook toegepast op de Jeugdregio-begroting en het begrotingsadvies. Volgens de zorgcontracten worden tarieven als volgt geïndexeerd: • 90% verondersteld loondeel met OVA-loonindex en • 10% verondersteld prijsdeel met PPC-prijsindex. De OVA en PPC worden gepubliceerd door de Nederlandse Zorgautoriteit, jaarlijks in voorlopige en definitieve versies. In de contracten is de rekensystematiek met toepassing van deze indexen met juiste peiljaren beschreven3. Deze rekensystematiek is ook in de landelijke contractstandaarden overgenomen. De VNG en het i-Ketenbureau publiceren de uitkomst van de samengestelde indexberekening volgens deze methode op basis van de gepubliceerde OVA en PPC indexen. Vanaf 2025 past Jeugdregio Rijnmond dit gepubliceerde percentage onverkort toe op de jeugdhulpcontracten. In deze kadernota wordt als uitgangspunt voor 2027 nu nog gerekend met het meest recente indexpercentage. Dat is het gewogen indexpercentage voor 2026: 5,13%. Indexatie van uitvoeringskosten

Voor indexering van uitvoeringskosten geldt de richtlijn van gemeenten die aan het begin van het voorafgaande jaar wordt afgegeven door en/of namens colleges van de deelnemende gemeenten. Op 24 september 2025 is in het regionale wethouderoverleg Financiën een nieuwe systematiek afgesproken. Het afgegeven percentage voor 2027 is 3,41%.

3 Raamovereenkomst art.9 lid 5:

“Voor het jaar t wordt de index samengesteld door de voorlopige indexpercentages voor het jaar t te hanteren. In jaar t + 1 wordt geïndexeerd op basis van het voorlopige indexpercentage t + 1, gecorrigeerd met het definitieve indexpercentage jaar t (dit kan zowel een verlaging als verhoging van het percentage betekenen). Er vindt geen verrekening met terugwerkende kracht plaats over het verschil tussen voorlopige en werkelijke indices.” Deze formulering is complex maar wordt door de GRJR en de aanbieders inmiddels geïnterpreteerd als overeenkomstig de bedoeling van de landelijke contractstandaard die in 2023 is gekomen. Daarom maakt de GRJR de overstap van de tot nu toe gehanteerde berekeningswijze naar deze standaard. In de Landelijke Contractstandaard Jeugd staat: “De Gemeente past jaarlijks een indexering toe op de tarieven (inspanningsgerichte en outputgerichte uitvoeringsvariant) en op het taakgerichte budget (taakgerichte uitvoeringsvariant). Deze indexering wordt berekend uit de som van het geprognosticeerde percentage voor het komende jaar (t+1) en het verschil tussen het in het voorgaande jaar (t-1) geprognosticeerde percentage voor het lopende jaar (t) en het definitieve percentage voor het lopende jaar (t).

De percentages zijn verschillend voor de loonkosten en materiële kosten.” De VNG en het Ketenbureau i-Standaarden publiceren jaarlijks deze berekening aan de hand van de officiële OVA en PPC percentages. Daardoor kan het door VNG en ketenbureau gepubliceerde indexpercentage één-op-één worden overgenomen.

26

Meerjarig indexatie-effect

Het financieel effect van indexatie wordt voor alle jaren in het meerjarenperspectief doorgetrokken. Voor de jaren na 2027 wordt geen indexatie gerekend. De jaren 2028 t/m 2030 worden dus op prijspeil 2027 gepresenteerd, zodat gemeenten geen verwarring hebben over (verschillen in) aannames over de indexatie voor die jaren. Deze keus is gemaakt op verzoek van gemeenten. Trendmatige groei en krimp in GR-begroting In de begroting 2027 van de Jeugdregio wordt per onderdeel met de volgende uitgangspunten over trendmatige groei en krimp gerekend. Crisishulp (opdracht F)

Het aanbod van crisishulp wordt door middel van inkoop beschikbaar gemaakt. Deze beschikbaarheid kan niet zomaar worden afgeschaald als er een periode minder crisishulp nodig bleek. In de bekostiging wordt daarom rekening gehouden met noodzakelijke beschikbaarheid. Het aandeel per gemeente in de gerealiseerde crisishulp bepaalt het aandeel in de kosten van die beschikbaarheid dat in de Jeugdregio-jaarrekening wordt toegerekend aan de betreffende gemeente. Crisishulp geeft een redelijk constant beeld over de jaren. Daarom wordt voor deze hulp in de begroting 2027 gerekend met een nullijn (dat wil zeggen een krimp of groei van 0%, exclusief indexatie). Jeugdbescherming en jeugdreclassering (opdracht G)

Het aanbod van jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt door middel van subsidiëring beschikbaar gemaakt. De subsidieverlening wordt enerzijds gebaseerd op landelijk afgesproken tarieven. Anderzijds wordt gewerkt met een productieprognose. De productierealisatie per gemeente is in de jaarrekening van de Jeugdregio bepalend voor de definitieve bijdrage per gemeente. Jeugdbescherming en jeugdreclassering vertoont verschuivingen tussen verschillende producten maar de totale productie is in geld uitgedrukt inmiddels redelijk stabiel. Het subsidiebeleidskader dan de Jeugdregio voor de bekostiging hanteert is sterk gericht op reductie van deze uitgaven, onder meer door eerder afgesproken verbeterplannen. Daarom wordt hiervoor in de begroting 2027 gerekend met een nullijn (dat wil zeggen een krimp of groei van 0% ten opzichte van begroting 2026, exclusief indexatie). In de risicoparagraaf zal worden aangegeven dat de aanname dat er geen volume-ontwikkeling is een risico vormt voor de begroting. Veilig Thuis (opdracht H)

Het aanbod van Veilig Thuis wordt door middel van subsidiëring beschikbaar gemaakt. Voor de subsidieverlening zijn er geen landelijk afgesproken tarieven. In 2019 en 2025 zijn kostprijsonderzoeken uitgevoerd waarbij de tarieven zijn gebenchmarkt. Daarmee worden de tarieven in de subsidieverlening onderbouwd. Daarnaast wordt gewerkt met een productieprognose. De productierealisatie per gemeente is in de jaarrekening van de Jeugdregio bepalend voor de definitieve bijdrage per gemeente. Veilig Thuis vertoont volumeontwikkelingen die in de praktijk leidden tot te hoge wachttijden. In 2025 is daarom besloten om de begroting voor 2026 structureel te verhogen met €5,5 mln. Dit in combinatie met inzet op stevige verbeterplannen en wachtlijstaanpak. De situatie is nog sterk in beweging maar alle inspanningen zijn gericht op beheersing van deze ontwikkelingen. Zo wordt de basiscapaciteit om de verwachte taakomvang aan te kunnen op peil gebracht, waarmee opnieuw oplopen van wachttijden moet worden voorkomen. Daarnaast is er incidenteel € 4 mln. 27

beschikbaar gesteld om de bestaande wachtlijsten weg te werken en daarmee de verstoring van het primaire proces te doorbreken. Ook is in 2025 onderzoek gestart naar de oorzaak van stijgende aantal meldingen Veilig Thuis. Dit moet in 2026 helpen om het beleid te herzien. Het budget is dus al vanaf 2026 structureel verhoogd en de besluitvorming over de uitkomsten van het kostprijsonderzoek en de subsidieverlening 2026 is nog in voorbereiding. Daarom wordt voor Veilig Thuis in de begroting 2027 gerekend met een nullijn (dat wil zeggen een krimp of groei van 0% ten opzichte van 2026, exclusief indexatie). In de risicoparagraaf zal worden aangegeven dat de aanname dat er geen volume-ontwikkeling is van 2026 naar 2027 een risico vormt voor de begroting. Als er voor opstelling van de begroting nieuwe feiten zijn wordt van dit uitgangspunt onderbouwd afgeweken. Uitvoeringsorganisatie Jeugdregio

De budgetten voor de uitvoering van de Jeugdregiotaken zijn in de begroting 2026 substantieel teruggebracht, alleen de onontkoombare indexatiestijging werd doorgevoerd. De verlaging vanaf 2026 is structureel doorgevoerd. Daarom wordt voor de begroting 2027 gerekend met een nullijn (dat wil zeggen een krimp of groei van 0% ten opzichte van begroting 2026, exclusief indexatie). Beleidswijzigingen in GR-begroting Onder de beleidswijzigingen vallen alle andere wijzigingen dan de indexatie en de trendmatige groei en/of krimp zoals hierboven beschreven. Alleen beleidswijzigingen die goed financieel onderbouwd zijn en verankerd zijn in de organisatie (zowel GRJR als bij de gemeenten) worden in de financiële meerjarenraming opgenomen. Indien dit niet het geval is worden deze als PM post opgenomen en worden deze nader uitgewerkt in de periode richting opstellen van de ontwerpbegroting en/of ontwerpbegrotingswijziging. Verwerking van beleidswijzigingen in de begroting kan alleen kan als ze financieel goed onderbouwd zijn, mede omdat de provincie hierop toeziet. Voor Crisishulp gaan we in de begroting uit van ongewijzigd beleid. Omdat de uitgaven voor Crisishulp nagenoeg constant zijn betekent dit dat hierin geen ontwikkelingen worden voorzien. Voor Jeugdbescherming/jeugdreclassering gaan we eveneens uit van ongewijzigd beleid.

De gevolgen van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming zijn nog niet te overzien. Voor Veilig Thuis gaan we ook uit van ongewijzigd beleid. Er wordt momenteel onderzoek gedaan naar de oorzaken van oplopende aantallen meldingen. Dit leidt mogelijk tot beleidsaanpassingen. Dit is nog niet te overzien.

3.3 Financiële uitgangspunten GR-begrotingsadvies aan gemeenten Deze paragraaf gaat over de gemeentelijke zorgkosten op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten. Deze worden niet door de GR maar door de individuele gemeenten zelf begroot. De Jeugdregio geeft hiervoor informatie en advies. In eerste instantie komt er tegelijk met de ontwerpbegroting van de Jeugdregio in april een prognose voor de gemeenten met het advies die te gebruiken voor de eigen begrotingsonderbouwing, en er waar nodig van af te wijken als daar lokale redenen voor zijn. Bij de definitieve vaststelling van de GR-begroting in september wordt eventueel een geactualiseerde prognose gegeven omdat er dan actuele informatie is. De methodiek waarmee de prognose wordt opgebouwd wordt hieronder toegelicht.

28

Vertrekpunt voor prognose Het vertrekpunt voor de prognose bestaat uit de jaareindeverwachting 2025 zoals opgenomen in de 2e Bestuursrapportage 2025. Deze bevat actuelere informatie dan het vastgestelde begrotingsadvies 2026. De actualisatie wordt dan ook toegepast op de prognose voor 2026 en doorgetrokken naar 2027-2030. Indexatie gemeentelijke zorgkosten op regionale en landelijke jeugdhulpcontracten Indexatie van zorgkosten

In het begrotingsadvies wordt gerekend met indexatie conform de contracten en de door de VNG afgegeven indexpercentages. Hierboven is deze systematiek al toegelicht. In deze kadernota wordt als uitgangspunt voor 2027 nu nog gerekend met het meest recente indexpercentage. Dat is het gewogen indexpercentage voor 2026: 5,13%. Meerjarig indexatie-effect

Het financieel effect van indexatie wordt voor alle jaren in het meerjarenperspectief doorgetrokken. Voor de jaren na 2027 wordt geen indexatie gerekend. De jaren 2028 t/m 2030 worden dus op prijspeil 2027 gepresenteerd, zodat gemeenten geen verwarring hebben over (verschillen in) aannames over de indexatie voor die jaren. Deze keus is gemaakt op verzoek van gemeenten. Trendmatige groei en krimp gemeentelijke zorgkosten op regionale en landelijke contracten Naast de GR-begroting geeft de Jeugdregio begrotingsadvies als input voor de gemeentelijke begrotingen van de kosten van regionaal en landelijk gecontracteerde jeugdhulp. Eerder is getoond dat dat deze zorgkosten elk jaar zijn gestegen. Gezien deze jaarlijkse en structurele stijging wordt ook in deze kadernota rekening gehouden met een stijgende trend in de zorgkosten. Hierbij is de trend per opdracht berekend. Trendanalyse

Om een prognose voor de komende jaren te maken wordt gekeken naar de gemiddelde ontwikkeling van de afgelopen jaren. Hierbij moet een keuze gemaakt worden naar het aantal jaren dat representatief geacht wordt voor de toekomstige groei. Hieronder een overzicht van de gemiddelde gerealiseerde trend per opdracht van de afgelopen 4, 3 en 2 jaar. Gemiddelde trend per opdracht 4 jaar 3 jaar 2 jaar A -5,2% -4,4% -5,1% B 5,8% 3,4% 6,1% C 21,1% 22,0% 21,1% D 7,6% 1,9% 0,4% E 5,7% 4,7% 3,6% LTA 9,9% 10,7% 8,0%

Vooral bij opdracht D valt op, dat het nogal uitmaakt over hoeveel jaar de trend wordt berekend. De verklaring die hiervoor in de 2e burap kan worden gevonden ligt in het effect van ‘de knip naar lokaal’. Vanaf 2023 is een substantieel deel van de daghulp lokaal ingekocht. In eerste instantie was het effect daarvan op de regionale daghulpinzet minder dan verwacht. Meer daghulp dan verwacht bleef doorlopen op de regionale contracten. Maar inmiddels zet de inzet op de lokale contracten door en loopt de inzet op de regionale contracten terug.

29

In de vorige kadernota’s werd steeds gekozen voor de vierjaarstrend. Hieronder een vergelijking van de gerealiseerde vierjaarstrends zoals voorgerekend in de kadernota’s 2025 t/m 2027. Het overzicht laat zien hoe deze keus heeft uitgepakt. KN25 KN26 KN27 A -0,3% -2,3% -5,2% B 6,6% 3,4% 5,8% C 20,1% 19,7% 21,1% D 19,1% 16,2% 7,6% E 3,8% 4,8% 5,7% Als voorbeeld opdracht A pleeghulp. In de Kadernota 2025 werd de gerealiseerde vierjaarstrend berekend op -0,3%. In de Kadernota 2025 gingen we ervan uit dat vanaf 2026 en verder de uitgaven voor pleeghulp met dit percentage zouden dalen. Bij de Kadernota 2026 werd de gerealiseerde vierjaarstrend berekend op -2,3%. De daling ging dus harder dan verwacht. Bij de nu voorliggende Kadernota 2027 is de gerealiseerde vierjaarstrend over 2022-2025 voor pleeghulp berekend op -5,2%. Daaruit blijkt dat de daling nog harder gaat dan in de Kadernota 2026 werd gedacht. Financiële impact van trendmatig uitgangspunt voor de komende jaren

De keuze van het begrotingsuitgangspunt voor de trendmatige groei is zeer bepalend voor het financieel meerjarenperspectief. Onderstaande tabel laat zien hoe het totaalbeeld van de gemeentelijke zorgkosten op de regionale en landelijke contracten varieert tussen de verschillende uitgangspunten voor het berekenen van de trendmatige groeiverwachting. Voor 2027 geeft dit al een bandbreedte van € 8 mln. In meerjarenperspectief werkt deze onzekerheid nog veel sterker door tot een bandbreedte van maar liefst € 21 mln. voor 2030.

Totale kosten opdrachten A t/m E per trend in € mln. 2027 2028 2029 4 jaars trend 299,3 323,6 351,4 3 jaars trend 291,4 311,4 334,7 2 jaars trend 293,7 314,9 339,3

2030 383,4 362,0 367,6

Keuze voor trendmatig uitgangspunt per opdracht

Voor de verschillende opdrachten zijn de overwegingen en het uitgangspunt als volgt: Gemiddelde trend per opdracht 4 jaar 3 jaar 2 jaar A -5,2% -4,4% -5,1% B 5,8% 3,4% 6,1% C 21,1% 22,0% 21,1% D 7,6% 1,9% 0,4% E 5,7% 4,7% 3,6% LTA 9,9% 10,7% 8,0%

•

Op opdracht A gaat de daling van de 4-jaarstrend sneller dan verwacht. Zo was in de Kadernota 2025 een daling verwacht van -0,3%, deze is nu -5,2%. Voor de komende jaren houden we er rekening mee dat deze daling doorzet (ondanks het beleid om pleeghulp voorkeur te geven boven residentieel verblijf). Er is geen informatie die reden geeft om aan te nemen dat de dalende trend nóg harder zal gaan; we zien dat de trend gerekend over de

30

•

•

•

•

•

laatste 2 en 3 jaar juist wat lager is. We rekenen voor het begrotingsadvies 2027 daarom met het actuele vierjaarstrendpercentage van -5,2%; Op opdracht B is de trend hoger ten opzichte van de vorige kadernota. Dit kan worden verklaard worden door de hogere kosten van Jeugdhulp+ en de stijging van het tarief in 2025. Gezien de onzekerheid rondom de transitie van de gesloten jeugdhulp wordt de trend van 5,8% gehanteerd voor het begrotingsadvies 2027; Op opdracht C is sprake van een stabiele trendontwikkeling: de trendmatige groei is constant rond 20%. We hanteren daarom voor het begrotingsadvies 2027 het actuele vierjaarstrendpercentage van 21,1%; Op opdracht D is sprake van een steeds minder hard stijgende vierjaarstrend. Van 19,1% in de kadernota 2025 naar 7,8% in deze kadernota. Dit wordt vooral veroorzaakt door de verschuiving van regionale naar lokale daghulp. De vierjaarstrend op D lijkt dan ook geen goede schatting. Aangezien verwacht wordt dat deze trend zich voortzet wordt voor het begrotingsadvies 2027 voor opdracht D uitgegaan van de 2-jaarstrend van 1,9%; Voor opdracht E is ten opzichte van eerdere Kadernota’s een stijgende trend zichtbaar. Het actuele vierjaartrendpercentage is daarom ook hier het uitgangspunt voor het begrotingsadvies 2027; Bij LTA wordt voor het begrotingsadvies uitgegaan van de vierjaarstrend van 9,9%.

Regionaal begrotingsadvies en lokale overwegingen

Belangrijk om bij deze keuzes in de gaten te houden is dat deze trendberekeningen per opdracht op het totaal van de Jeugdregio Rijnmond zijn. De begrotingsprognose van de Jeugdregio is gebaseerd op het gemiddelde beeld. Naarmate een gemeente kleiner is kunnen enkele dure casussen (vooral in opdracht B behandeling met verblijf) grote invloed hebben op de realisatie. De trendlijn op basis van regionale gemiddelden geeft een eerste houvast voor het begroten, omdat het effect van enkele uitschieters daarin veel kleiner is. Het beeld van de werkelijke trends kan tussen individuele gemeenten sterk variëren. De verklaring daarvoor ligt in populatieverschillen, variatie in beleid en uitvoering en toevalsfactoren (zoals incidentele uitschieters). Deze factoren moeten door iedere gemeente afzonderlijk worden gewogen en kunnen reden zijn om onderbouwd af te wijken van de regionale begrotingsprognose. In het begrotingsadvies worden de gerealiseerde percentages per gemeente per opdracht getoond en als dat praktisch haalbaar ook als trend per gemeente doorgerekend in euro’s. Dit is ondersteunende informatie voor de individuele gemeenten om in de eigen begroting waar gewenst af te wijken van de prognose op basis de regionale trendgemiddelden.

De GRJR geeft een hiermee een heleboel informatie waarmee de gemeenten worden ontzorgd, maar de extra analyse daarvan en onderbouwing van keuzes ligt bij de gemeente. Het regionale begrotingsadvies wordt dus methodisch als volgt opgebouwd: - Een regionale historische trendanalyse; - Bepaling van regionale trendmatige percentages als uitgangspunt voor een begrotingsprognose per opdracht; - Prognose per opdracht per gemeente in euro’s, door toepassing van deze uitgangspunten op de jaareindeverwachting per opdracht per gemeente in de 2e burap 2025; - Toevoeging ondersteunend overzicht van de werkelijke trendmatige percentages per opdracht per gemeente. Indien praktisch haalbaar inclusief een gemeentespecifieke trenddoorrekening in euro’s; - Het advies om de afgegeven prognose als vertrekpunt te nemen en vervolgens lokale afwijkingen en andere overwegingen te betrekken bij de gemeentelijke begrotingskeuze. 31

Beleidswijzigingen in gemeentelijke zorgkosten op regionale en landelijke contracten Bij het begrotingsadvies over de zorgkosten zal de GRJR alleen RBOK-effecten meenemen die al blijken uit de regionale realisatiecijfers, en laat de GRJR het aan de gemeente om afwijkend van het advies te begroten met eigen onderbouwingen. In het begrotingsadvies dat aan het AB wordt voorgelegd zal een aparte paragraaf worden opgenomen met de afwijkingen die individuele gemeenten voornemens zijn in hun eigen begrotingsproces toe te passen (uiteraard alleen als voor zover die op dat moment al hebben bepaald en gedeeld met de GRJR). Hiermee houden we duidelijk hoe wordt omgegaan met de beoogde en verwachte effecten van de RBOK.

3.4 Financieel meerjarenperspectief De uitgangspunten zijn in onderstaand overzicht vertaald in een indicatief meerjarenperspectief. Dit overzicht geeft een regionaal totaalbeeld. In de begroting en het begrotingsadvies wordt nog de splitsing doorgevoerd tussen zorgkosten gemeenten en subsidie- en uitvoeringskosten GRJR. Hieronder staan de totaalbedragen uitgesplitst naar lasten gemeente (voortvloeiend uit toekenning van hulp en te begroten door de gemeente zelf) en lasten GR (voorvloeiend uit GRbesluiten en te begroten door de GRJR).

GRJR Besluiten Gemeentelijke Besluiten Totaal

2e Burap 2025 *) 97,7 292,3 390,0

Verwachting 2026 102,7 327,8 430,5

Verwachting 2027 108,0 369,0 477,0

Verwachting 2028 108,0 398,0 506,0

Verwachting 2029 108,0 431,1 539,1

Verwachting 2030 108,0 469,1 577,1

*) De incidentele baten en lasten uit de 2e Burap 2025 zijn hierin niet meegenomen. Hieronder het overzicht uitgesplitst naar de opdrachten. Hier zijn de kosten voortvloeiend uit gemeentelijke lasten in gele cellen opgenomen en de lasten door GRJR besluiten in groene cellen.

A B C D E F G H LTA I.4+I.5 J Totaal

2e Burap Verwachting Verwachting Verwachting Verwachting Verwachting 2025 2026 2027 2028 2029 2030 28.405.775 28.375.890 28.346.036 26.862.061 25.455.776 24.123.113 101.870.415 113.041.574 125.437.767 132.758.375 140.506.218 148.706.228 41.604.749 52.507.366 66.267.038 80.232.963 97.142.238 117.615.180 22.377.574 23.950.065 25.633.056 26.119.337 26.614.843 27.119.749 67.498.087 74.792.306 82.874.778 87.579.211 92.550.694 97.804.386 8.651.185 9.094.991 9.561.564 9.561.564 9.561.564 9.561.564 52.192.406 54.869.876 57.684.701 57.684.701 57.684.701 57.684.701 28.249.999 29.699.224 31.222.794 31.222.794 31.222.794 31.222.794 30.554.356 35.154.000 40.446.073 44.459.930 48.872.121 53.722.177 2.478.550 2.605.700 2.739.372 2.739.372 2.739.372 2.739.372 6.143.075 6.458.215 6.789.521 6.789.521 6.789.521 6.789.521 390.026.171 430.549.205 477.002.700 506.009.830 539.139.842 577.088.785

32

Bijlage: Taakverdeling planning&control GRJR/gemeenten conform BBV De taakverdeling tussen gemeenten en GRJR werkt door in de begrotings- en verantwoordingsprocessen. De Commissie BBV heeft hierover in 2024 een bindende uitspraak gedaan. De zorgkosten worden bepaald door gemeentelijke beslissingen over inzet van hulp op casusniveau. Daar gaat het gemeentebestuur over, niet het GRJRbestuur. De zorgkosten dienen daarom door de gemeente zelf te worden begroot en verantwoord. Dit betekent een verschuiving in de planning & control van de zorgkosten naar gemeenten. De GRJR heeft hierbij een informatiefunctie en blijft uiteraard verantwoordelijk voor inkoop/contractmanagement en subsidiëring. De subsidie- en uitvoeringskosten zijn daarom onderdeel van de GRJR-begroting en jaarrekening, maar de zorgkosten niet meer. Hieronder wordt uiteengezet hoe de planning & control producten en financiële processen van de GRJR hierop worden aangepast. De planning & controlprocessen wijzigen NIET voor de subsidies voor Crisishulp (opdracht F)4 jeugdbescherming en jeugdreclassering (opdracht G) en Veilig Thuis (opdracht H) en de uitvoeringskosten (opdracht J). De wijzigingen betreffen ALLEEN de zorgkosten (opdrachten A, B, C, D, E, I (maatwerkcontracten en LTA)).

De volgende processen worden onderscheiden: Begrotingsproces Monitoringsproces Begrotingswijzigingsproces Betaalproces Verantwoordingsproces Afrekeningsproces

Begrotingsproces In het begrotingsproces worden mede op advies van de accountant van de GRJR de stukken ‘opgeknipt’, zodat de zorgkosten niet meer deel uitmaken van het formele begrotingsdocument van de GRJR zoals bedoeld in het BBV. Begroting GRJR voor subsidie- en uitvoeringskosten Voor dit deel verandert er in feite niets ten opzichte van de oude situatie. • De subsidie- en uitvoeringskosten worden begroot door de GRJR, waarbij dekking plaatsvindt door vaststelling van een deelnemersbijdrage per gemeente. Dit betreft de budgetten voor de opdrachten F, G, H, J; • De Ontwerpbegroting 2026 komt in april 2025 in het AB wordt daarna voor zienswijzen aan de raden verzonden. De Definitieve Begroting 2026 wordt vastgesteld in het AB in september 2025; • Volgens wet- en regelgeving moeten deelnemende gemeenten de door de GRJR vastgestelde deelnemersbijdrage overnemen in de gemeentelijke begroting; • Het document Begroting GRJR is ook basis voor het Betaalproces deelnemersbijdrage (zie verderop). Bij de vaststelling van de Begroting stelt het AB ook de deelnemersbijdrage vast. Bijlage Begrotingsadvies GRJR voor regionale zorgkosten jeugdhulp Voor dit deel wordt het anders ten opzichte van de oude situatie. • De zorgkosten worden begroot door de gemeente. De GRJR geeft hiervoor een begrotingsadvies.

Dit betreft de budgetten A, B, C, D, E, I; • Dit komt in een afzonderlijk document ‘GRJR-begrotingsadvies regionale zorgkosten jeugdhulp’ en wordt als bijlage vastgesteld tegelijk met de Ontwerpbegroting van de GRJR in AB april. Voor dit GRJR-begrotingsadvies geldt geen zienswijzeprocedure raden. Het begrotingsadvies kan worden geactualiseerd tegelijk met de Definitieve begroting van de GRJR in AB sept. • College en organisatie van de deelnemende gemeenten maken naar eigen inzicht gebruik van het advies. Het GRJR-begrotingsadvies is voor gemeenten richtinggevend, niet bindend, zij kunnen ervan afwijken. Naar verwachting zal het provinciaal begrotingstoezicht opletten hoe gemeenten hier in de begrotingsonderbouwing mee omgaan; • Het laatst vastgestelde Begrotingsadvies is ook basis voor het Betaalproces zorgkosten (zie verderop). Bij de vaststelling van het Begrotingsadvies stelt het AB ook de gemeentelijke voorschotten in de zorgkosten vast.

4 Opdracht F Crisishulp is juridisch bezien onderdeel van de ingekochte jeugdhulp en geen subsidie, maar financieel

gezien wel. De bekostigingssystematiek maakt dat deze kosten bij de subsidies wordt gerekend.

33

Bijlage Totaaloverzicht regionale kosten jeugdhulp (ter informatie) Dit is nieuw. • Om overzicht te houden ten opzichte van de oude situatie voegt de GRJR bij de begrotingsstukken als informatieve bijlage een apart document “Totaaloverzicht regionale kosten jeugdhulp”. Hierin staat in één oogopslag de bijdrage aan de GRJR-begroting en de te verwachten regionale zorgkosten voor de gemeente volgens het begrotingsadvies; • Om aansluiting te houden met eerdere jaren blijft de GRJR hierbij vooralsnog de indeling A tot en met J gebruiken. Monitoringsproces De GRJR levert twee keer per jaar een bestuursrapportage: voor AB juli en AB okt. De GRJR-bestuursrapportages volgen de aangepaste structuur van de begrotingsstukken. Bestuursrapportage GRJR • Inhoudelijke rapportage taken GRJR. Dit omvat een toelichting op de ontwikkeling in het zorglandschap, de inzet daarop vanuit inkoop/contractmanagement en subsidie/ accountmanagement, en de voortgang van de ondersteunende informatievoorziening en bestuurlijke processen; • Financiële jaareindeverwachting voor de begrote GRJR subsidie-en uitvoeringskosten.

Bijlage Rapportage gemeentelijk zorgkosten regionale jeugdhulp • Rapport met jeugdhulpgebruik en -kosten en jaareindeverwachting voor de regio als geheel en per gemeente, gespecificeerd naar opdrachten A, B, C, D, E, I; • Gemeenten delen hiervoor informatie over afgegeven toewijzingen met de GRJR. Op basis van het onderzoek centralisatie backoffices beschikt de GRJR vanaf 2026 rechtstreeks over (kopieën van) het berichtenverkeer tussen aanbieders en gemeenten, zodat de GRJR ook de ‘kosten in de pijplijn’ kan inschatten. Ook vraagt de GRJR periodiek productieopgaven bij aanbieders uit waarmee de volledigheid van de informatie wordt getoetst; • De jaareindeverwachting wordt afgezet tegen het begrotingsadvies. De rapportage wordt niet afgezet tegen de gemeentelijke begroting omdat deze niet noodzakelijkerwijs vergelijkbaar is opgesteld. Overig • Naast de bestuursrapportage en bijlage blijft de GRJR met dashboards op gemeenteniveau en ‘tweemaandsrapportages’ op regioniveau doorlopend inzicht geven in de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten; • Gemeenten kunnen alle informatie die de GRJR verstrekt naar eigen behoefte gebruiken als input voor eigen rapportages aan college en raad. Begrotingswijzigingsproces Dit verandert ten opzichte van de oude situatie.

• GRJR-begrotingswijziging kan alleen gaan over de GRJR-begroting van subsidies en uitvoeringskosten (F, G, H, J) en komt indien nodig in april in ontwerp voor zienswijzen en in sept definitief in het AB; • Het begrotingsadvies (A, B, C, D, E, I) wordt niet formeel aangepast in een begrotingswijzigingsprocedure. Monitoring met de bijlage bij de bestuursrapportages volstaat om gemeenten te faciliteren. De gemeente kan op basis van de informatie van de GRJR de eigen begroting desgewenst op elk moment zelf wijzigen; • Als het begrotingsadvies aanzienlijk te laag blijkt waardoor liquiditeitsknelpunten zouden ontstaan zal de GRJR via vaststelling door het AB wel een gewijzigd advies uitbrengen. En andersom ook: als de uitgaven sterk meevallen zal met een gewijzigd advies volgen op grond waarvan de bevoorschotting kan worden verlaagd. Zie verder onder betaalproces. Betaalproces Uitgangspunt is dat de GRJR namens de gemeenten de zorgdeclaraties op regionale contracten na gemeentelijke goedkeuring uitbetaalt. Deze taak blijft bij de GRJR omdat in het kader van het gedelegeerde opdrachtgeverschap en contractmanagement de GRJR moet kunnen sturen met het betaalproces. Er kunnen omstandigheden zijn dat betalingen die wel door een gemeente zijn goedgekeurd moeten worden tegengehouden of verrekend of teruggevorderd in het kader van de afwikkeling van contractuele verplichtingen.

5 De GRJR ziet (naast de casusregie in de lokale teams) ook toe op de prestatielevering door aanbieders (productieverantwoording. De GRJR moet in dat kader over definitieve vergoeding van de totale geleverde zorg kunnen besluiten (zie ook afrekeningsproces). Ook komt het voor dat met aanbieders continuïteitsafspraken moeten worden gemaakt waaronder liquiditeitsmaatregelen.

5

Als de verwachte ministeriële regeling over verplicht regionaal uit te voeren administratieve processen is verschenen (naar verwachting eerste helft 2025) zal worden bezien of het betalingsverkeer bij de GRJR blijft of net als de planning en control verantwoordelijkheden naar de gemeenten kan schuiven.

34

Het betaalproces bestaat in de nieuwe situatie uit twee deelstromen. Subsidie- en uitvoeringskosten • Op basis van de vastgestelde begroting verleent de GRJR subsidies en kan de GRJR opdrachten verlenen in het kader van de uitvoering van de eigen taken; • Bij de begrotingsvaststelling (F, G, H, J) wordt de deelnemersbijdrage aan de GRJR-begroting vastgesteld inclusief betaaltermijnen; • GRJR betaalt ten laste van de subsidiebudgetten (F, G, H), uit ontvangen deelnemersbijdragen, de voorschotten aan subsidieontvangers in afgesproken termijnen. • GRJR betaalt ten laste van de budgetten uitvoeringskosten (J), uit met ontvangen deelnemersbijdragen, partijen die uitvoeringsdiensten verrichten. Zorgkosten Dit verandert ten opzichte van de oude situatie. • Bij de vaststelling van het begrotingsadvies (A, B, C, D, E, I) stelt het AB op basis van dit advies de hoogte van gemeentelijke voorschotten zorgkosten vast met bijbehorende betalingstermijnen. De gemeenten betalen deze voorschotten zodat de GRJR niet zelf geld hoeft te lenen; • GRJR betaalt ten laste van de betreffende gemeente doorlopend declaraties van aanbieders die zijn goedgekeurd door gemeenten; • Mocht de ontwikkeling van de kosten zodanig zijn dat de liquiditeit van de GRJR in gedrang komt, dan zal de GRJR het begrotingsadvies wijzigen en daarbij een verhoging van de gemeentelijke voorschotten vaststellen.

En andersom: vallen de uitgaven sterk mee dan kan met een verlaagd begrotingsadvies de hoogte van de voorschotten worden verlaagd. Facturatie aan gemeenten • Gemeenten ontvangen samengestelde facturen voor de vastgestelde deelnemersbijdrage (cf Begroting GRJR) en de vastgestelde gemeentelijke voorschotten zorgkosten (cf Begrotingsadvies). De facturen zijn gespecificeerd naar dit onderscheid; • Deze facturen worden direct na definitieve vaststelling van de Begroting (e/o begrotingswijziging) verstuurd met daarbij het schema voor betaling in termijnen. Verantwoordingsproces Dit verandert ten opzichte van de oude situatie. Jaarstukken GRJR • De Jaarstukken van de GRJR moeten aansluiten op de begroting GRJR. De Jaarstukken bevatten een inhoudelijk jaarverslag over de taken van de GRJR en een jaarrekening over de subsidies en uitvoeringskosten; • Dit impliceert dat in de jaarstukken zelf geen informatie over de gemeentelijke zorgkosten wordt opgenomen, zodat de rechtmatigheidsverantwoording van de GRJR en het accountantsoordeel van de GRJR ook geen betrekking heeft op deze kosten. Bijlage Eindrapportage gemeentelijke zorgkosten regionale jeugdhulp • Bij de GRJR-jaarstukken komt een bijlage met een eindrapportage van de gemeentelijke zorgkosten.

Verantwoordingsproces gemeentelijke zorgkosten regionale jeugdhulp Uitgangspunten: • De zorgkosten worden verantwoord in de gemeentelijke jaarstukken; • De interne beheersing van en controle op rechtmatigheid (van beschikkingen, toewijzingen en declaratiegoedkeuringen) zijn taken en verantwoordelijkheden van de gemeenten; • Gemeenten zorgen voor de eigen administratie, interne controles, interim-controles en jaarrekeningcontroles. GRJR heeft geen directe toegang tot gemeentelijke administraties. Samenwerking met GRJR • Voor het boekjaar 2024 kunnen gemeenten voor de eigen rechtmatigheidscontrole nog gebruik maken van de GRJR-accountant, vanaf boekjaar 2025 is dat niet meer het uitgangspunt. De reden hiervoor is dat gemeenten, in het kader van het onderzoek centralisatie backofficetaken, ervoor gekozen hebben de gemeentelijke administraties niet te gaan delen met de GRJR, waardoor de GRJR (en GRJR-accountant) niet op doelmatige en verantwoorde wijze deze taken kunnen uitvoeren. Daarnaast is het aan de gemeenten en hun accountants om afspraken te maken over interne beheersing en wijze van verantwoorden. Dit is de huidige stand van inzichten. Er is nog overleg over de toekomstige verdeling van de controlewerkzaamheden beoogd waardoor hierin nog verandering kan komen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16527620/3