Integraal gemeentelijk waterplan Nissewaard 2026-2030
Tekst van het document
Watergang
Inrichting en beheer van watergangen moeten worden afgestemd aan de hand van de (nog vast te stellen) functies per watergang. Eerste opzet functies: - waterberging; - waterafvoer; - wateraanvoer; - grondwater; - schoon; - recreatief; - ecologisch; - historisch; - verkoelend.
H5 Waterhuishouding – inrichtingsniveau voor alle gebieden Onderwerp
Ontwerp- en gebruikseisen (en evt prestatie-eisen)
Ontwerp - Algemeen
Ontwerp en inrichting van waterlopen en oevers dienen vooraf overlegd te worden met de gemeente en het Waterschap.
Klimaatadaptatie Biodiversiteit & natuurinclusief
Groene oplossingen gebaseerd op natuurlijke processen en structuren hebben de voorkeur boven technische oplossingen: groen, tenzij... Dit betekent dat er alleen voor een technische oplossing (bijv. beschoeiing) gekozen wordt als een natuurlijke oplossing (bijv. natuurvriendelijke oever) niet mogelijk is. Bij de afweging tussen groene natuurlijke en technische oplossingen worden maatschappelijke kosten en baten van de aanleg- en beheerfase betrokken. De (maatschappelijke) baten van groen kun je bepalen met behulp van TEEB Stad (zie bronverwijzing). Deze richtlijn geldt altijd.
Biodiversiteit
Met het project "kreken kweken" moet 8 km aan kreken teruggebracht worden op het eiland Voorne-Putten. Hiermee wil de gemeente de natuurlijke meandering terugbrengen in de oude kreken. Dit moet de biodiversiteit verhogen en meer recreatiemogelijkheden bieden waar mogelijk.
Watergangen - Profiel Bij aanleg van watergangen wordt vooraf onderzoek uitgevoerd om te bepalen hoe diep de watergang kan zijn, zonder dat opbarsting ontstaat of een groot risico op ongewenste zoute kwel.
De waterdiepte is bij voorkeur, vanuit ecologisch oogpunt, 1,20 m. Als dit niet haalbaar is, wordt een minimale diepte van 1,00 m aangehouden. Nieuw aan te leggen oevers sluiten qua inrichting en beheer aan op het aanwezige netwerk van gewenste oevers (zie nog op te stellen uitvoeringsplan). De plasberm is bij voorkeur 1,00 m breed (minimaal 0,50 m). De bodembreedte is minimaal 1,00 m. De onderwatertaluds zijn niet steiler dan 1:3. Doodlopende watergangen leggen we niet aan.
86/101
Bestaand water dat wordt gedempt moet gecompenseerd worden. Waterkwaliteit
Ten aanzien van het behouden/ verbeteren van de waterkwaliteit (en ecologische kwaliteit) word een ecoscan uitgevoerd. Deze moet input gaan leveren om per watergang kwaliteit en habitats te kunnen gaan markeren. Watergangen, gelabeld met een bepaalde doelkwaliteit, dienen op dit niveau te worden onderhouden. In verband met waterkwaliteit heeft iedere watergang voldoende zon en wind. Dit houdt in dat minimaal 60% van de watergang op het middaguur zon heeft. Bomen langs watergangen zijn soorten met weinig bladval om teveel voedingsstoffen in het water te voorkomen.
Oevers - Ontwerp en inrichting
Voorkeursvolgorde aanleg oevers; als a. niet mogelijk is, b. enz. a. Natuurvriendelijke oever b. Natuurlijke oever c. Onderwaterbeschoeiing d. Bovenwaterbeschoeiing Bij reconstructie wordt nagegaan of beschoeiing vervangen kan worden door een natuurvriendelijke of natuurlijke oever. Ook bij vervanging geld bovenstaande voorkeursvolgorde. De aanleg van steigers, overhangende elementen of dergelijken zijn niet toegestaan. Daar waar het oppervlaktewater grenst aan particulier bezit wordt onderwaterbeschoeiing geplaatst met een natuurlijke oever boven het waterpeil. De oever is in eigendom en beheer van de particuliere grondeigenaar. Deze constructie dient in het koopcontract te worden vastgelegd. Uitzondering zijn (een deel van) de bestaande particuliere oevers in Spijkenisse waar het onderhoud in de koopcontracten aan de gemeente is toegewezen. In deze gevallen zal de gemeente het beheer en onderhoud op zich nemen. Oevers moeten een inrichting hebben die aansluit bij de openbare ruimte en de functies van de watergang Per situatie wordt door de projectontwikkelaar/initiatiefnemer voor de stabiliteit van de oeverconstructie een berekening gemaakt. Deze berekening wordt ter goedkeuring aan de gemeente aangeboden.
Oevers Natuurvriendelijke oever / Natuurlijke oever
Een uitklimvoorziening aanbrengen voor dieren op plaatsen waar de kans op te water raken groter is zoals bij bosranden, ruig begroeide oevers. In watergangen en waterpartijen, in geval van een harde oever, minimaal één fauna uittrede plaats per 100 meter aanbrengen. Natuurvriendelijke oevers hebben een talud van 1:4 of flauwer en hebben bij voorkeur een plasberm. De maatvoering van de oever wordt afgestemd op de beoogde natuurdoeltypen en het onderhoudsmaterieel. Natuurvriendelijke oevers in de nabijheid van speelvoorzieningen voor kinderen worden veilig gemaakt door het toepassen van een brede plasberm van minimaal 1,0 m. Een natuurlijke oever heeft dezelfde kenmerken als een natuurvriendelijke oever, behalve dat het talud steiler dan 1:4 mag zijn en geen (onderwater)beschoeiing nodig heeft.
87/101
Beschoeiingen Damwand
Damwand uitvoeren in staal. De aannemer mag een alternatief indienen, als aangetoond wordt dat de leeftijd van 50 jaar gehaald wordt en aan de stijfheids eisen voldoet.
Beschoeiingen Materiaal
Bovenwaterbeschoeiing: in overleg met de waterbeheerder zoeken naar duurzame beschoeiing Onderwaterbeschoeiing: FSC naaldhout plank, plank duurzaamheidsklasse 1 met een kopmaat van 200 x 200 x 25 mm. Palen van FSC, klasse 1 diameter 80 mm, 2 meter lang en geplaatst om de halve meter. De schotten zijn voorzien van gronddoek PP16 en vastgezet met verzinkte slotbouten M8.
Beschoeiingen Ontwerp
Levensduur: minimaal 30 jaar. De hoogte en de diepte van de beschoeiing/damwanden in overleg met de gemeente bepalen. De constructie wordt uitgevoerd in palen met opgeklampt schot (alternatief na goedkeuring gemeente: damwand). Beschoeiing wordt aan de grondkerende zijde voorzien van een grondkerend geotextiel (in geval van samengestelde elementen). Indien de constructie niet zo uitgevoerd kan worden dient de beschoeiing als damwand te worden uitgevoerd. Door middel van een constructieberekening dient te worden aangetoond dat de damwandconstructie in sterkte en stabiliteit voldoet aan de vigerende normen (indien noodzakelijk verankering toepassen). Indien beschoeiing of damwanden worden aangebracht wordt hierlangs op ca. 0,20 m onder het normale waterpeil een onderwaterbanket van ca. 0,5 m breed aangebracht.
Watergangen & Duikers
Het dimensioneren van watergangen en duikers wordt gedaan in overleg met gemeente en Waterschap. Voor duikers in watergangen geldt: - Minimale duikerafmetingen in hoofdwatergangen Ø1000 mm - Minimale duikerafmetingen in toevoerwatergangen Ø800 mm - Minimale duikerafmetingen in overige watergangen (kleinere sloten) Ø600 mm - Duikers aanleggen met 30% lucht. - De uitstroom van riool overstorten en regenwateruitstroom moet binnen bovenkant 0,10 m onder (normaal) waterpeil eindigen - Varianten zoals kokerprofielen zijn in overleg met de gemeente mogelijk - Aan beide zijden van de duiker wordt de waterbodem met betonnen matten afgedekt. Dikte van de matten en maten in overleg met de gemeente.
Duikers Bereikbaarheid
De duiker dient bereikbaar te zijn voor inspectie- en onderhoudsmaterieel, vanaf het water en/of vanaf de oever.
Duikers - Kabels en leidingen
Bij duikers in de bebouwde kom worden kabels en leidingen bij voorkeur naast de duiker geplaatst.
Duikers - Ontwerp
In de duiker geen put aanleggen Duikers worden onderheid en voorzien van stootplaten tenzij aangetoond wordt, door middel van een berekening, dat dit niet nodig is.
88/101
Duiker aan beide zijden voorzien van taludbakken of taludbuizen. Daarnaast moeten de duikers voorzien van een passende taludbeëindiging; minimaal spieeind. Er wordt in de constructie rekening gehouden met de functie en het gebruik van de watergang, waterstand en de waterstandfluctuaties. Er wordt rekening gehouden met verkeersklasse bovengelegen wegtype en maximale belasting. De belastingsklasse, als gevolg van een noodbereikbaarheidsplan, moet minimaal klasse 45 zijn. Duikers - Dekking
De dekking is minimaal 0,4 m.
Duikers - Verval
Het maximaal verval in duikers moet voldoen aan: - Tot 20 m: 2 mm; - Vanaf 20 m: maximaal 2 mm + verhang watergang.
Duikers Stroomsnelheid
De stroomsnelheid is maximaal 0,6 m/s.
Duikers - Fundering
Waar nodig de duikers op een nader te dimensioneren fundering plaatsen. Deze fundatie kan worden gerealiseerd doormiddel van paalfunderingen en betonnen sloven, op houten schotten; op zand of grondverbetering. Het type fundering is afhankelijk van de grondslag en belasting. Keuze in overleg met de gemeente.
Onderhoudsvoorzienin In waterlopen waar het onderhoud vanaf het water wordt uitgevoerd, wordt per gen - Boothelling “pand” (gedeelte tussen twee dammen/duikers) van de waterloop een boothelling (halfverharding) van minimaal 4 m breed en helling 1:5 of flauwer aangelegd. Onderhoudsvoorzienin De minimale lengte van een “pand” van een watergang die vanaf het water wordt gen - Maaiboottracé onderhouden is 200 m. Een en ander afhankelijk van de situatie. Eisen m.b.t. de doorvaarbaarheid van duikers en bruggen: - De doorvaartbreedte is minimaal 4,50 m - De waterdiepte is minimaal 0,80 m - De doorvaarthoogte is minimaal 1,10 m. Onderhoudsvoorzienin Langs watergangen en oevers die vanaf de kant worden onderhouden is de gen onderhoudsstrook vlak, obstakelvrij, en minimaal 5 m breed. Onderhoudspaden Indien bomen geplant worden is de onderlinge afstand minimaal 10 m bij “gewoon” onderhoud. Indien een verlengde giek nodig is voor het onderhoud bedraagt de minimaal afstand 15 m. Voorkeursvolgorde van onderhoud: 1. Onderhoud vanaf de kant: onderhoudspaden aan beide zijden van de watergang 2. Onderhoud vanaf de kant: onderhoudspad aan één zijde van de watergang, maximale breedte op de waterlijn 3 m 3. Varend onderhoud, minimale breedte op de waterlijn 6 m 4.
Varend onderhoud in combinatie met onderhoud van plasdrasstrook vanaf de kant (dan ook onderhoudspad nodig) Onderhoudsvoorzienin Ontwerp conform standaarddetail > Helling is 1:4 of flauwer gen - Boothelling
89/101
Verharding van de boothelling doorzetten tot onder circa 25 cm onder gemiddeld waterpeil. Onderhoudsvoorzienin Onderzijde verharding opsluiten met beschoeiing van hardhouten planken 50*200 gen - Boothelling mm, duurzaamheidsklasse 1 (FSC) en hardhouten palen 100*100*4000 mm Materiaal (FSC) Toepassen Betomat PE-GR, dikte 11 cm, grasbetontegel op geotextiel (Leverancier Holcim). Toepassen van een straatlaag van 50 mm dik Toepassen vulling grasbetontegels met RA Positive BVB Grassubstrate (van BVB Landscaping) of TerraViva grastegelmengsel (van Acterra NV), afwerken tot 1 cm onder de rand, conform voorschriften leverancier. Toepassen fundering van menggranulaat, dikte fundering 300 mm. Zijkanten van de Betomat PE-GR opsluiten met opsluitband 100x200mm in de kleur grijs.
90/101
H5 Riolering - Stedenbouwkundige niveau voor alle gebieden Onderwerp
Beleidseisen (en evt gebruikerseisen)
Algemeen Waterplan
Voor elke (nieuwbouw)ontwikkeling dient een waterplan te worden gemaakt. Dit plan bevat aspecten als waterhuishouding, rioleringsplan, grondwater en klimaatadaptatie. Hierin wordt de samenhang tussen riolering en oppervlaktewater in kwalitatieve en kwantitatieve zin aangegeven en de relatie met groen, natuur en maaiveld(hoogte). Het waterplan dient door de gemeente en waterschap goedgekeurd te worden. Het relevante beleid van het Waterschap Hollandse Delta is te vinden in de 'Nota toetsingskaders en beleidsregels voor het watersysteem 2014', d.d. 1-6-2024. 1. Voor nieuwbouw (openbare ruimte + gebouwen) geldt (gebaseerd op de Maatlat klimaatadaptieve groene gebouwde omgeving); - Een bui 10 (T=10, 37,5mm in 45minuten) uit de kennisbank riolering mag niet leiden tot water op straat (vanuit het rioolstelsel), berekening volgens C2100 kennisbank riolering - Ten behoeve van het tegengaan versneld afstromen van hemelwater, dient er minimaal 50 mm berging over het totaal (nieuw en bestaand) verhard oppervlak te worden gerealiseerd op het perceel (geldt voor zowel particulier als openbaar). De berging dient tussen de 24 en 48 uur weer leeg te zijn, tenzij deze is voorzien van een geautomatiseerd ledigingsysteem. - Vloerpeil van gebouwen is minimaal 20 cm boven de as de weg als een flauwe hellingbaan mogelijk is voor toegankelijkheid.
Als er onvoldoende ruimte is voor een flauwe hellingbaan mag het water op straat bij een bui van 90 mm/uur niet hoger dan tot 5 cm onder de drempel komen. De hoogte van de vloerpeilen worden gecontroleerd door de afdeling vergunning en handhaving/woningtoezicht van de gemeente Nissewaard. - Een blokbui van 90 mm in één (T=250) uur mag niet leiden tot schade aan gebouwen, infrastructuur en vitale en kwetsbare functies en leidt tot maximaal 20 cm waterdiepte op straat en blijft minimaal 5 cm onder de drempel (voor golfvorming). Op vitale wegen mag niet meer dan 5 cm tot 15cm (in overleg met riool- en wegbeheerder) water staan. De wegen moeten 3 uur na de bui weer te gebruiken zijn (water op straat hoeft niet volledig weg te zijn). Dit aantonen door middel van een 1D2D berekening of berging + afvoer berekening (afhankelijk van de projectfase en schaal van het project).
Waterrobuuste nieuwbouw ontwikkeling
2. Het Waterschap Hollandse Delta eist voor een toename van de verharding vanaf 500 m2 dat er 14% extra oppervlaktewater bij komt per vierkante meter extra verharding. 3. Bij nieuw te ontwikkelen projecten vroegtijdig keuzes (vanaf fase functioneel ontwerp) maken rondom de meest
91/101
Waterrobuuste herinrichting in bestaande gebied
Water- en verdrogingsrobuust
passende, integrale waterbeheersmaatregelen, zoals groene daken, open water, half verhardingen etc. Deze maatregelen vastleggen in het bestemmingsplan. Voor een herinrichting van alleen het openbaar gebied, waarbij de gebouwen nog niet worden vervangen: - Een blokbui van 70 mm in één (T=100) uur mag niet leiden tot schade aan gebouwen, infrastructuur en vitale en kwetsbare functies en leidt tot maximaal 20 cm waterdiepte op straat en blijft minimaal 5 cm onder het laagste vloerpeil. Op vitale wegen mag niet meer dan 5 cm tot 15cm (in overleg met riool- en wegbeheerder) water staan. De wegen moeten 3 uur na de bui weer te gebruiken zijn (water op straat hoeft niet volledig weg te zijn). Dit aantonen door middel van een 1D2D berekening - Woningen niet (verder) afkoppelen, zodat gemengd riool op zowel 100% vuilwater als 100% hemelwater van particulier terrein wordt ontworpen. HWA ontwerpen op 100% afkoppelen (particuliere en openbare verharding). - Als er wel wordt afgekoppeld (bijvoorbeeld bij renovatie van woningen of bedrijfspanden) dan de voorkeur geven aan het creëren van berging op eigen terrein. Indien mogelijk 50 mm over het totaal verhard oppervlak. - Berging op particulier terrein kan, in overleg met de gemeente, worden uitgevoerd in het openbaar gebied als dit efficiënter is. 1.
Om verdroging, verzilting en wateroverlast bij ‘de buren’ zoveel mogelijk te voorkomen geldt voor het privaat en openbaar gebied de volgende voorkeursvolgorde voor nieuwbouw en bestaand bebouwd gebied. Vanaf 'b' is motivatie nodig waarom bovenstaande opties niet mogelijk of onvoldoende zijn. Voorkeursvolgorde: a. Regenwater dat op het perceel valt benutten als grijswater b. Regenwater vasthouden op het perceel (of wegdeel) waar het valt en in de bodem infiltreren (bv. grindkoffers, infiltratiekolken, IT-riolering) c. Regenwater vasthouden op het perceel waar het valt en vertraagd afvoeren naar oppervlaktewater d. Regenwater bergen in een lokale waterberging (bv. wadi's) e. Regenwater vertraagd afvoeren naar het oppervlaktewater f. Regenwater afvoeren naar het oppervlaktewater 2. We passen groene voorzieningen (zoals wadi’s) toe, tenzij daar aantoonbaar onvoldoende ruimte voor is. Dan zijn technische voorzieningen zoals ondergrondse berging en infiltratiesystemen toegestaan. 3. De initiatiefnemer/ ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het opstellen van een grondbalans (kosten) en een maaiveldhoogteplan waarin wordt aangetoond dat bovenstaande maatregelen werken. De gemeente Nissewaard, team Beheer toetst het plan ter goedkeuring.
92/101
Bijlage 3: Afwegingskader Water en bodem sturend Als hulpmiddel voor het vergaren van adequate gebiedskennis voorafgaand aan de keuze over de wenselijkheid van een ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente bij de intaketafel is het volgende afwegingskader opgesteld. ➢ Aanleiding De Kamerbrief Water en bodem sturend (2022) zette het belang van het wateren bodemsysteem voor ruimtelijke keuzes op de agenda. De reden is dat het water- en bodemsysteem in Nederland (en ook in Nissewaard) steeds meer tegen haar grenzen aan zit door intensief gebruik en toename van weersextremen. De opbouw en inrichting van het water- en bodemsysteem op een ontwikkelingslocatie bepaalt welke inspanning nodig is om een ontwikkeling klimaatadaptief in te richten. Met het doel een veilige, aantrekkelijke en gezonde wijk of bedrijventerrein te ontwikkelen met lage beheerkosten en beperkte risico’s op schade en calamiteiten. De gecombineerde sturingskaart van het ‘Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve bebouwde omgeving’ geeft aan dat bijna de hele gemeente Nissewaard valt in twee categorieën: nieuwbouw kan, mits de inrichting volgens de Landelijke maatlat gebeurt plus een middelgrote of grote aanvullende inspanning om klimaatadaptief te bouwen.
Dit betekent dat we voor nieuwbouw op elke locatie in gemeente Nissewaard rekening moeten houden met hogere ontwikkelkosten om te voldoen aan de ‘Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve bebouwde omgeving’. Doen we dat niet dan zijn de gemeente en inwoners of ondernemers later alsnog veel geld kwijt aan beheerkosten, reageren op calamiteiten, schade en gezondheid. ➢ Doel afwegingskader Doel is om aan de intaketafel vanuit het perspectief van water, bodem en klimaatadaptatie een weloverwogen keuze te kunnen maken of de aangedragen locatie een geschikte locatie is voor de functies uit het voorstel. Of om verschillende locaties tegen elkaar af te wegen. ➢ Beknopt onderzoek Om een weloverwogen keuze te kunnen maken is informatie nodig over het water- en bodemsysteem op deze locatie(s), de kansen en voorwaarden voor een ontwikkeling. Hiervoor moeten minimaal de onderstaande vragen worden beantwoord door middel van een beschrijving en achterliggende kaarten ter onderbouwing. De benodigde kaarten zijn op de volgende locaties te vinden: Overzicht klimaatadaptatie, Klimaatonderlegger Provincie Zuid-Holland,
Dinoloket, en Wet- en regelgeving Waterschap Hollandse Delta.
93/101
➢ Afweging Het onderzoek geeft een goed beeld over hoe geschikt de locatie(s) is voor de beoogde ontwikkeling en welke randvoorwaarden, technische maatregelen en acceptatie er nodig. Ook hebben we een inschatting van de extra ontwikkelkosten. Vragen die helpen bij het maken van de afweging zijn: ➢ Hoe reëel is het dat het definitieve ontwerp de benodigde randvoorwaarden en technische maatregelen bevat? ➢ In hoeverre accepteren we de risico’s voor inwoners, ondernemers, instellingen en gemeente? ➢ Kunnen we de grondexploitatie (inclusief beheerkosten) rond krijgen met de extra ontwikkelkosten? Onderzoeksvragen 1. Hoe is het water- en bodemsysteem opgebouwd op deze locatie? (bodemopbouw, grondwaterfluctuatie, oppervlaktewater) 2. Wat is de functie van het water- en bodemsysteem op deze locatie voor de omgeving? (bv. waterdoorvoer, waterberging, noodoverloop, biodiversiteit, natuur) 3. Wat zijn de huidige knelpunten en mogelijk toekomstige knelpunten bij de gebeurtenissen: ➢ langdurige droogte ➢ langdurige hittegolven ➢ extreme neerslag (150-200 mm in 48 uur) ➢ langdurige neerslag ➢ zeespiegelstijging van 1 -3 meter ➢ Dijkdoorbraak 4. Welke landschapselementen kunnen wij benutten bij een ontwikkeling? 5. Wat betekent een veerkrachtig water- en bodemsysteem op deze locatie? (randvoorwaarden, technische maatregelen, te accepteren risico’s, eisen waterschap) 6.
Wat zijn de ingeschatte extra ontwikkelkosten op deze locatie? (K€/ha)
94/101
Bijlage 4: Lijst met afkortingen en definities De woorden en verklaringen in deze lijst zijn (voor een groot deel) afkomstig uit de voormalige NEN 3300 Buitenriolering Termen en definities en de publicatie “Ontwatering in stedelijk gebied”. AFKORTINGEN AMvB
Algemene Maatregel van Bestuur
BAL
Besluit activiteiten leefomgeving
BBL
Besluit bouwwerken leefomgeving
BBV
Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten
BKL
Besluit kwaliteit leefomgeving
BRP
basisrioleringsplan
DIT
Drainage-Infiltratie-Transport
DPRA
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie
DWA
droogweerafvoer
GWT
Gemeentelijk Watertaken Plan
GWSW
Gegevenswoordenboek Stedelijk Water.
HWA
hemelwaterafvoer
IBA
installatie voor individuele behandeling van afvalwater
IT
Infiltratie-Transport
KBSW
Kennisbank Stedelijk Water (Stichting RIONED)
KRW
Europese Kaderrichtlijn Water
NEN
Nederlandse norm
NPR
Nederlandse praktijkrichtlijn
R&I
Reiniging en Inspectie
RIOB
Reiniging, inspectie, onderzoek en beoordelen
RWA
regenweerafvoer
RWZI
rioolwaterzuiveringsinstallatie
OW
Omgevingswet
SSW
Systeemoverzicht Stedelijk Water
UWWTD
Urban Waste Water Treatment Directive – Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater II
VNG
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
WADI
Water Afvoer Door Infiltratie
WRP
Water- en rioleringsprogramma
95/101
WSP
Waterservicepunt
TERMEN EN DEFINITIES stedelijk afvalwater en hemelwater
aangroei
verzameling van organismen die zich op de buiswand hebben vastgehecht of in slierten aan de buiswand hangen
aantasting
een wijziging van de structuur van de buiswand als gevolg van (bio)chemische of mechanische processen
afkoppelen
het niet meer inzamelen en naar de RWZI transporteren van hemelwater
afvalwater
alle water waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (opmerking: hieronder wordt dus ook afvloeiend regenwater begrepen)
afvoerend oppervlak
het naar de riolering afwaterende oppervlak
afzetting
aankoeking van slib, vet en kalk op de buiswand; tevens afzetting van bodemmateriaal anders dan zand ter plaatse van een buisverbinding of scheur
basisinspanning
Term die de waterkwaliteitsbeheerders gebruiken voor het aanduiden van de inspanningen die elke gemeente moet uitvoeren of uitgevoerd hebben om de vuiluitworp uit de riolering tot een bepaald niveau te reduceren
basisrioleringsplan
document (tekening + toelichting en berekeningen) met de huidige situatie van de riolering en de uit te voeren verbeteringsmaatregelen om aan de normen te voldoen
bedrijfsafvalwater
afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is;
beheer
zie rioleringsbeheer
bemalingsgebied
een rioleringsgebied waaruit het afvalwater door een gemaal wordt verwijderd
beoordelen
het toetsen van een parameter aan de bijbehorende maatstaf en het geven van een oordeel over de uitkomsten van de toetsing
bergbezinkkelder
reservoir voor de tijdelijke opslag van afvalwater waarin tevens slibafzetting plaatsvindt met een voorziening om het slib te kunnen verwijderen en waaruit overstortingen kunnen plaatsvinden
berging
de inhoud van de riolering uitgedrukt in m3 of mm/ha
bergingsverlies
de vermindering van berging door permanente vulling in de riolering als gevolg van verzakkingen
beslisboom aan- en afkoppelen verhard oppervlak
hulpmiddel voor gemeenten en particulieren om verantwoorde beslissingen te nemen bij het aan- en afkoppelen van verhard oppervlak in West-Nederland op wijk- en straatniveau
classificatie
de indeling van toestandsaspecten in klassen
controleren
controle, toezicht houden op (bijvoorbeeld op de naleving van voorschriften, op het beheer van een zaak, op de werking van een machine
droogweerafvoer (dwa)
de hoeveelheid afvalwater die per tijdseenheid in een droogweersituatie via het rioolstelsel wordt afgevoerd
drukriolering
riolering waarbij het transport plaatsvindt door middel van pompjes en persleidingen
dwa-rioolstelsel
zie vuilwaterrioolstelsel
96/101
emissiespoor
onderdeel van het tweesporenbeleid van waterkwaliteitsbeheerders gericht op het tot een bepaald niveau terugbrengen van de emissies (vuiluitworp) uit een rioolstelsel, ongeacht de werkelijke waterkwaliteit
externe overstort
rioolput voorzien van een overstortdrempel die loost buiten het in beschouwing genomen rioolstelsel, meestal op oppervlaktewater
GWSW
een ontologie, een speciale datastructuur die systemen en processen op het gebied van stedelijk waterbeheer beschrijft. Het GWSW is een verplichte open standaard volgens de pas-toe-of-leg-uit-lijst van Forum Standaardisatie
gemengd rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij huishoudelijk-of bedrijfsafvalwater samen met ingezamelde neerslag door 1 leidingstelsel wordt getransporteerd
gescheiden rioolstelsel
rioolstelsel, waarbij afvalwater exclusief neerslag door een leidingstelsel wordt getransporteerd en neerslag door een afzonderlijk leidingstelsel rechtstreeks naar oppervlaktewater wordt afgevoerd
Huishoudelijk afvalwater
afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden
hydraulisch
waarbij van de leer van de praktische toepassing van waterbeweging gebruik wordt gemaakt
hydraulische berekening
het door rekenen bepalen van het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel
ingrijpmaatstaf
grenstoestand waarbij ingrijpen in de actuele toestand noodzakelijk is en waarbij maatregelen moeten worden opgesteld
inhangend voegmateriaal
voegmateriaal (kit, bitumineuze profielstrip) dat uit de voeg in het doorstroomprofiel is gezakt of gedrukt
inhangende rubberring
een niet gescheurde rubberring die zichtbaar is of een gescheurde rubberring waarvan een gedeelte in het doorstroomprofiel hangt
inspectie
het waarnemen, herkennen en beschrijven van de toestand
lekkage
het intreden of uittreden van water via voegen, scheuren, langs inlaten of door de buiswand
maatstaf
grenswaarde (getalsmatig) op basis waarvan geconcludeerd wordt of aan een functionele eis wordt voldaan
obstakels
voorwerpen in het riool die geen functie in rioleringstechnische zin hebben en geen deel uitmaken van een normale afvalwaterstroom
onderhoud
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij de toestand van objecten ongewijzigd gehandhaafd wordt
onderzoek
het verzamelen, ordenen, analyseren en verwerken van gegevens, zodanig dat informatie kan worden afgeleid over de toestand en het functioneren van de buitenriolering
overstorting
de lozing van afvalwater via een overstortdrempel naar oppervlaktewater
overstort(put)
rioolput voorzien van een overstortdrempel
pompovercapaciteit
(poc) het deel van de pompcapaciteit dat beschikbaar is voor de regenwaterafvoer. Het andere deel van de capaciteit is beschikbaar voor de afvalwaterafvoer tijdens droog weer
randvoorziening
vloeistofdichte voorziening als onderdeel van het rioolstelsel die als doel heeft de lozing van vuil uit het rioolstelsel op oppervlaktewater te verminderen
regenwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
97/101
regenwaterrioolstelsel
rioolstelsel alleen bestemd voor de inzameling en het transport van neerslag
renovatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een ingrijpende toestandswijziging wordt doorgevoerd; evenaren technische staat van nieuwaanleg
reparatie
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij een beperkte toestandswijziging wordt doorgevoerd
riolering
het samenstel van riolen, rioolputten en bijbehorende voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater
rioleringsbeheer
zorg voor het functioneren van de buitenriolering
riool
samenstel van buizen tussen twee putten bestemd voor de inzameling en/of het transport van afvalwater
rioolput
constructie toegang gevend tot het rioolstelsel (te herkennen aan gietijzeren deksels in de weg)
rioolwaterzuiveringsinrichting
het totaal van de grond, gebouwen en apparatuur voor de zuivering van afvalwater (RWZI)
rwa-riool
zie regenwaterriool
rwa-rioolstelsel
zie regenwaterrioolstelsel
scheuren
het geheel van scheuren, barsten en breuken
stedelijk afvalwater
stedelijk afvalwater is huishoudelijk afvalwater of een mengsel van huishoudelijk afvalwater met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater, grondwater of ander afvalwater.
verbeterd gescheiden rioolstelsel
gescheiden rioolstelsel met voorzieningen waardoor de neerslag slechts bij wat grotere regenbuien naar oppervlaktewater wordt afgevoerd. Het meest vervuilde deel van de neerslag wordt 'geborgen' in de riolering en naar de zuivering afgevoerd.
verbeteren
het aanpassen van het oorspronkelijke functioneren
vervangen
herstel van het oorspronkelijke functioneren, waarbij het bestaande object wordt verwijderd en een nieuw gelijkwaardig object wordt teruggeplaatst
visuele inspectie
het op directe wijze dan wel op indirecte wijze via optische hulpmiddelen inspecteren van de toestand
vrijvervalriool
riool waardoor afvalwater door middel van de zwaartekracht wordt getransporteerd
vuilemissie
zie vuiluitworp
vuiluitworp
het totaal aan stoffen (niet zijnde water) geloosd uit een rioolstelsel op het oppervlaktewater via overstorten . Hierbij kan gedacht worden aan biologisch afbreekbare stoffen die bij afbraak in het water zuurstof verbruiken (BZV), aan stikstof en fosfaten en aan zware metalen
vuilwaterriool
riool alleen bestemd voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag
vuilwaterrioolstelsel
rioolstelsel voor de inzameling en het transport van huishoudelijk en bedrijfsafvalwater, niet zijnde neerslag
waarschuwingsmaatstaf
grenstoestand waarbij de actuele toestand discutabel is en nader onderzoek nodig is
wadi
systeem voor hemelwater afvoer door drainage en infiltratie
98/101
waterkwaliteitsdoelstelling
doelstelling voor de kwaliteit van een oppervlaktewater nodig om dat water een bepaalde functie te kunnen laten vervullen
water op straat
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau
wateroverlast
het optreden van waterstanden boven maaiveldniveau waarbij hinder of schade wordt ondervonden
wortelingroei
de wortels van bomen of planten, die door voegen, scheuren of via gebouw of kolkaansluitingen het riool zijn ingegroeid
zandinloop
het intreden van zand via buisverbindingen of scheuren
zand en vuilophoping
opgehoopt materiaal met een losse structuur
TERMEN EN DEFINITIES grondwater Afsluitende laag:
Laag in de bodem die zo wordt genoemd vanwege zijn eigenschap dat hij grondwater slecht doorlaat.
DINO
Digitale Informatie Nederlandse Ondergrond, een direct benaderbare databank voor grondwatergegevens in beheer bij TNO Grondwater en Geo-Energie in Delft
Doorlatendheid
Het vermogen van de grond om water en/of lucht door te laten
Drainage
De afvoer van water over en door de grond en door het waterlopenstelsel
Drooglegging
De afstand tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld
Freatisch grondwater
Het grondwater in de bovenste bodemlaag, dat (indirect) in contact staat met de atmosfeer. De freatische grondwaterstand is een andere term voor grondwaterspiegel
Geohydrologie
De leer van de grondwaterstroming en de -dynamiek in samenhang met de structuur en de opbouw van de ondergrond.
GHG
Gemiddeld hoogste grondwaterstand. Dit is het gemiddelde van de drie hoogste grondwaterstanden van de afgelopen 8 jaren, gebaseerd op maandelijkse metingen.
GLG
Gemiddeld laagste grondwaterstand. .Dit is het gemiddelde van de drie laagste grondwaterstanden van de afgelopen 8 jaren, gebaseerd op maandelijkse metingen.
Grondwater
Water beneden het grondoppervlak, meestal beperkt tot het water beneden de Grondwaterspiegel
Grondwaterisohypse
Hoogtelijn voor de grondwaterstand of voor de stijghoogte van het grondwater. Een grondwaterisohypsenkaart geeft met lijnen (isohypsen) punten aan met gelijke stijghoogte. De kaart geeft onder andere informatie over de stromingsrichting van het grondwater
99/101
Grondwateronderlast
Problemen die zich voordoen als gevolg van lage grondwaterstanden. Bijvoorbeeld aantasting van houten funderingen als gevolg van droogstand
Grondwateroverlast
Wateroverlast door hoge grondwaterstanden. Bijvoorbeeld plasvorming op binnenterreinen of vocht in kruipruimten
Infiltratie
Intreding van water in de bodem
Kruipruimte
Ruimte onder de begane grondvloer in gebruik voor het bereiken van leidingen voor inspectie, onderhoud of reparatie, en voor ventilatie van de vloer en eventuele houten constructiedelen onder de woning
Kwel
Het uittreden van grondwater
Ontwatering
De afvoer van water uit percelen over en door de grond en eventueel door drains, kleine sloten en greppels naar een stelsel van grote waterlopen, met als functie afwatering
Ontwateringsdiepte
De afstand tussen de hoogste grondwaterstand tussen twee ontwateringsmiddelen (sloot, drain) en het maaiveld.
Onverzadigde zone
Deel van de grond boven de grondwaterspiegel, waarin de bodemporiën zowel water als lucht bevatten. De verzadigde zone is het deel waar de poriën geheel gevuld zijn met water.
Opbolling
Het maximale hoogteverschil tussen de grondwaterspiegel en de waterstand in de drainagebuizen en/of watergangen
Peilbuis
Algemene term voor een buis of soortgelijke constructie met een kleine diameter waarin een grondwaterstand c.q. stijghoogte kan worden gemeten
REGIS
Regionaal Geohydrologisch Informatiesysteem, een interactief informatiesysteem dat beschikt over voor het waterbeheer relevante en actuele gegevens. REGIS wordt beheerd door TNO.
Stijghoogte
Hoogte boven een referentievlak tot waar het water in een peilbuis stijgt. Deze stijghoogte is afhankelijk van de druk van het grondwater ter plaatse van de opening onder in de peilbuis
Wadi
Voorziening voor de opvang, berging en afvoer van neerslag. In een komvormige greppel kan het regenwater infiltreren. Vervolgens kan infiltratie naar het grondwater plaatsvinden of afvoer via een drain.
Zetting
Bodemdaling als gevolg van inklinking, van krimp, door de bouw van kunstwerken, het ophogen van de grond of het aanbrengen van andere materialen
100/101