Integraal Beleidskader Sociaal Domein Nissewaard 2022 (14-11-2022) DEF
Tekst van het document
•
(Preventief) toerusten van inwoners om hun zelfoplossend vermogen te vergroten en voorzieningen te bieden die ‘de sociale basis’ van inwoners versterken, bijvoorbeeld door -
fysieke en mentale vitaliteit te bevorderen,
-
in te zetten op mentale weerbaarheid van jeugdigen en leren omgaan met grenzen,
-
kennis en vaardigheden rondom sociale en opvoedkundige kwesties te vergroten,
-
sociale steunstructuren vóór en dóór inwoners te bevorderen en te faciliteren,
-
in praktische (persoonsgebonden) randvoorwaarden te voorzien waardoor iemand kan blijven zorgen voor
zichzelf en eventuele gezinsleden. •
Begeleiden en/of opvangen van inwoners die niet in staat zijn zonder die hulp uit de (‘gestapelde’) probleemsituatie te komen, zodanig dat de diverse problematieken in samenhang en/of systemisch worden aangepakt en de situatie structureel verbetert of stabiliseert, tegen de laagste maatschappelijke kosten op de lange termijn.
•
Voortdurend zoeken naar de balans tussen een hulpvaardige overheid en een overheid die inwoners -naar vermogen en op maat- aanspreekt op eigen verantwoordelijkheden.
We gaan voor een wijze van sturen en regisseren van het sociaal domein, die het realiseren van onze doelen op basis van onze overtuigingen, missie en visie bevordert en ondersteunt. Dat doen we met en binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen.
22
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
4.
De beleidslijnen
Het integraal beleidskader is bedoeld om richting te geven aan de wijze waarop we onze doelen de komende jaren gaan realiseren. De doelen die in 2015 vastgesteld zijn blijven, zoals al eerder genoemd, onverkort van kracht. •
Kinderen en jeugdigen groeien gezond, kansrijk en veilig op en zijn straks als volwassenen in staat te functioneren in de samenleving.
•
Inwoners kunnen voor zichzelf en hun directe omgeving zorgen.
•
Inwoners zijn sociaal betrokken en dragen naar vermogen bij aan de samenleving.
Op basis van de voorgaande hoofdstukken kunnen we voor onszelf een opdracht destilleren voor wat betreft de wijze waarop we de komende jaren als gemeente Nissewaard onze doelen in het sociaal domein willen bereiken. Een opdracht die het fundament legt onder de beleidslijnen waarop we de komende jaren verder bouwen. OPDRACHT: We bereiken onze doelen op de volgende wijze: a) vanuit een positief mensbeeld, b) met de focus op een drietal integrale maatschappelijke opgaven, c) door het omvormen van mindset, beleid en voorzieningen, d) gericht op het maximaliseren van de baten met de beschikbare middelen De uitwerking naar de beleidslijnen is gefundeerd op de vier invalshoeken van deze ‘opdracht’. Ze bieden richting én laten tegelijkertijd ruimte om wendbaar te zijn, zodat we in kunnen spelen op de actualiteit en dynamiek die zich aandient en op politieke keuzes van het moment. Deze wendbaarheid is onmisbaar om het sociaal domein toekomstbestendig te maken. We zullen werkende weg en lerende wijs concreet beleid ontwikkelen en (uitvoerings) plannen maken en deze bijstellen. Dat alles binnen de kaders van deze richtinggevende beleidslijnen.
4.a Vanuit een positief mensbeeld Een mensbeeld is een doordachte en samenhangende voorstelling van wat het betekent mens te zijn. Binnen het sociaal domein is zo’n mensbeeld heel bepalend. Niet alleen omdat we daar keuzes op baseren die onze inwoners in hun dagelijks leven raken, maar ook omdat het mensbeeld bepalend is voor de wijze waarop we in persoonlijke contacten en in andere vormen van communicatie, inwoners bejegenen. •
Vertrouwen
Binnen het sociaal domein staan onze inwoners en hun vraagstukken centraal. We benaderen hen vanuit vertrouwen en verwachten ook van inwoners dat zij te goeder trouw zijn als zij hulp vragen. •
We gaan er van uit dat inwoners het liefst -op hun eigen manier- voor zichzelf (en hun naasten) willen zorgen en de regie en verantwoordelijkheid in eigen hand willen nemen of houden.
•
We gaan er van uit dat inwoners die dat tijdelijk of blijvend niet lukt en daardoor in de problemen (dreigen te) raken, graag geholpen worden bij het oplossen van die problemen én willen leren hoe zij toekomstige problemen kunnen voorkomen;
•
We gaan er van uit dat inwoners die hulp mijden dat doen uit onvermogen of uit angst (nog meer) regie te verliezen.
23
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
•
Respect
In lijn met ons gemeentelijke dienstverleningsconcept zijn we via verschillende kanalen, goed bereikbaar voor onze inwoners en bejegenen we hen respectvol. We realiseren ons dat het voor veel inwoners een grote stap is -soms na lang aarzelen- om hulp te vragen en we handelen daarnaar. •
We treden inwoners vriendelijk, begripvol en waardenvrij tegemoet.
•
We maken echt contact met hen en zijn oprecht in onze intenties
•
We informeren inwoners begrijpelijk, handelen inzichtelijk en navolgbaar, werpen geen onnodige bureaucratische drempels op en komen afspraken na.
•
We brengen inwoners die hun ondersteuningsvraag verkennen niet in een positie die hen vanwege afhankelijkheid van de overheid weerhoudt om volledig open(hartig) te zijn; de actuele ondersteuningsvraag staat centraal.
•
Toegespitst op oplossend vermogen en eigen regie
Vanuit onze overtuiging dat inwoners het liefst voor zichzelf willen kunnen zorgen en daarover zelf de regie willen voeren, streven we ernaar dat inwoners zo veel mogelijk onafhankelijk kunnen zijn en blijven van professionele instanties, tenzij dat niet haalbaar of verantwoord is. •
We helpen inwoners om hun moeilijkheden zoveel als mogelijk op eigen kracht, met hulp van het eigen netwerk en in de eigen leefwereld op te lossen.
•
We faciliteren inwoners die anderen ondersteunen, individueel of in georganiseerd verband, zodanig dat zij zich op hun beurt gewaardeerd voelen en gemotiveerd blijven.
•
We bieden als dat (aanvullend) nodig is professionele ondersteuning. Dat doen we zo licht en kort als mogelijk en zo zwaar en lang als noodzakelijk. Dat gebeurt altijd in afstemming en in samenhang met alle betrokkenen (integraal). Het doel staat voorop: de inwoner zodanig faciliteren, of te stabiliseren dat hij/zij (weer) zoveel mogelijk de eigen regie kan voeren.
•
Wederzijdse plichten
Als overheid willen we er door inwoners op aangesproken worden, als we niet handelen volgens de hiervoor beschreven wijze. Dat betekent concreet dat inwoners een respectvolle en waardevrije bejegening mogen verwachten, evenals duidelijke informatie en afspraken die nagekomen worden. Ook mogen inwoners verwachten dat zij adequaat geholpen worden de route naar passende en samenhangende ondersteuning te vinden. Tenslotte kunnen inwoners altijd bespreekbaar maken als zij vinden dat de geboden ondersteuning hen niet dichter bij een duurzame verbetering van de situatie brengt of heeft gebracht. Als inwoners zich niet houden aan de gemaakte afspraken of opgelegde plichten dan zijn we alert. We bespreken in hoeverre dat gedrag onbedoeld is en voortkomt uit onbegrip of onvermogen, dan wel moedwillig is. Als het onbedoeld is hebben we daarvoor begrip. We zijn echter duidelijk naar inwoners die zich moedwillig ‘berekenend’ of ‘ondermijnend’ gedragen. Dat accepteren we niet reageren met gepaste maatregelen als inwoners •
met opzet onjuiste informatie geven en daarmee misleiden; dat is fraude
•
medewerkers onder druk zetten door voorzieningen te claimen; dat is intimidatie
24
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
4.b Met focus op een drietal integrale maatschappelijke opgaven De inventarisatie van de huidige situatie in het Nissewaardse sociaal domein en van de ontwikkelingen die een rol gaan spelen in de toekomstige behoefte aan ondersteuning en voorzieningen (beschreven in hoofdstuk 2), geven een beeld van de maatschappelijke opgaven waar Nissewaard voor gesteld wordt. We zien dat Nissewaard te maken heeft met bovengemiddelde problematiek op een aantal deelgebieden van het sociaal domein. Alles overziend concentreert zich de problematiek in Nissewaard rondom drie integrale maatschappelijke opgaven: 1) behouden en herstellen van bestaanszekerheid van inwoners, 2) bevorderen van kansengelijkheid van inwoners en 3) faciliteren van inwoners om zelfstandig thuis te (blijven) wonen. Bestaanszekerheid is voorwaardelijk om überhaupt aan de andere twee opgaven te kunnen werken. Alle drie deze opgaven vragen om een samenhangende aanpak, vanuit meerdere deel-beleidsvelden binnen het sociaal domein én vanuit aanpalende beleidsvelden, bijvoorbeeld op gebied van economie, wonen en fysieke leefomgeving. Hierna beschrijven we de inhoud van de drie opgaven. •
Opgave 1: behouden en herstellen van bestaanszekerheid
Bestaanszekerheid is niet alleen de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, maar ook de zekerheid om betaalbaar te kunnen wonen, toegang tot betaalbare zorg te hebben en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen voor onverwachte uitgaven. Dit zijn noodzakelijke voorwaarden om de rust en ruimte te vinden die nodig zijn om je als mens te kunnen ontwikkelen, verantwoordelijkheid te kunnen nemen en om mee te kunnen doen in de samenleving. Bestaansonzekerheid is een vraagstuk waar landelijk veel aandacht voor is omdat het een zeer ingrijpend en complex vraagstuk is en steeds meer mensen bestaansonzekerheid ervaren. De negatieve effecten van bestaansonzekerheid op andere leefgebieden kunnen erg groot zijn, waardoor de kwetsbaarheid van de inwoners die dat treft, over de hele linie toeneemt. De slechte inkomenspositie van een deel van onze Nissewaardse inwoners kan, zeker in combinatie met de stijgende energie- en voedselprijzen, de bestaanszekerheid van deze inwoners in gevaar brengen. De spanningen die hieraan gepaard gaan zorgen ervoor dat er nauwelijks mentale ruimte is om tot oplossingen te komen, waardoor financiële problemen maar ook problemen in andere levensgebieden zich steeds meer gaan stapelen en er een situatie ontstaat waar iemand niet meer zonder hulp uitkomt.
Voor kinderen die opgroeien in een dergelijke situatie heeft deze problematiek z’n weerslag op de schoolprestaties, op de ontwikkelmogelijkheden en op het mentaal en sociaal welbevinden. Bestaansonzekerheid kan zulke ernstige vormen aannemen dat deze uitmondt in een crisissituatie, zoals niet meer verantwoord voor de kinderen kunnen zorgen, woning-uitzetting, energie-afsluiting, zware depressie of gewelddadigheid. Behoud en herstel van bestaanszekerheid is een maatschappelijke opgave die in de meest basale behoefte van mensen voorziet. De uitdaging is om te voorkomen dat inwoners in een situatie van bestaansonzekerheid terecht komen en als het gebeurt om de schadelijke effecten te beperken en weer zo snel en duurzaam mogelijk stabiliteit in de inkomens-, woon- en leefsituatie te brengen. Bestaanszekerheid is een randvoorwaarde om zelfstandig te kunnen wonen, te functioneren en mee te doen en krijgt daarom altijd prioriteit ten opzichte van andere problematieken, met uitzondering van problematiek rondom veiligheid.
25
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
•
Opgave 2: bevorderen kansengelijkheid
Kansengelijkheid is het beginsel dat iedereen met dezelfde talenten evenveel kans heeft om die te ontwikkelen en te benutten. De werkelijkheid is echter anders. Kansenongelijkheid concentreert zich vooral bij inwoners met een lage sociaaleconomische status (SES), met een migratieachtergrond en met meervoudige complexe problematiek. Zij wonen veelal in de wijken met de laagste huren. We zien daarnaast dat kansenongelijkheid in veel gevallen intergenerationeel wordt overgedragen. De verschillende crises waarmee we momenteel te maken hebben, maken pijnlijk duidelijk dat de afstand tussen kansrijk en kansarm groter wordt onder moeilijke omstandigheden en dat die ook verschillende hoedanigheden aanneemt. Van oudsher wordt kansenongelijkheid als een kloof tussen arm en rijk geduid. Inmiddels onderscheidt het Sociaal en Cultureel Planbureau ook ‘nieuwe’ tegenstellingen zoals die tussen jongeren en ouderen, tussen werknemers met een vast contract en flexwerkers, tussen inwoners met een koopwoning en degenen die huren. Voor sommigen aanleiding om niet meer van een ‘tweedeling’ te spreken maar van een ‘meerdeling’. Er is al veel onderzoek gedaan naar kansenongelijkheid en die wijzen allemaal en al jarenlang uit dat het hebben van minder kansen leidt tot minder financieel perspectief, tot minder maatschappelijke participatie en tot een verminderde gezondheid.
De inwoner met de verminderde kansen komt steeds meer op achterstand. Kansenongelijkheid komt al tot uitdrukking in de vroege kinderjaren en is sterk afhankelijk van de gezinssituatie en zelfs van de postcode waar een jeugdige opgroeit. In Nissewaard zien we dat jeugdigen op meerdere aspecten op achterstand staan in vergelijking met de meeste andere Nederlandse gemeenten. Dat komt onder andere naar voren in de data over de schoolprestaties, schooladvies, opleidingsniveau en schooluitval en in data over het aantal kinderen dat opgroeit in gezinnen met een laag inkomen. Daarnaast is het aantal kinderen en hun ouders dat van jeugdhulp gebruik maakt in Nissewaard groter dan in de meeste andere gemeenten. Dat betekent dat we in Nissewaard een grotere uitdaging hebben dan de meeste ander gemeenten om kansen voor jeugdigen te vergroten. Voor wat betreft volwassenen zien we in de data dat een deel van onze inwoners op achterstand staat vanwege (een combinatie van) een gering inkomen, een relatief laag opleidingsniveau, minder goede fysieke of mentale gezondheid of gebrekkige taalbeheersing. Van oudsher zijn met name in Spijkenisse altijd relatief veel woningen beschikbaar geweest voor de minst draagkrachtigen. We kennen daarom een aantal wijken waar relatief veel inwoners met minder kansen en meer problemen met elkaar samenleven.
Het bevorderen van kansengelijkheid beschouwen we in Nissewaard als een belangrijke opgave. We willen de negatieve spiraal die kansenongelijkheid met zich meebrengt doorbreken. Om verschillen kleiner te maken moeten we voor degenen die qua kansen op achterstand staan iets extra’s doen, onder het motto ‘ongelijke aanpak voor gelijke kansen’. Het ligt voor de hand om al zo vroeg mogelijk te investeren in kansengelijkheid van jeugdigen, omdat zij nog een heel leven voor zich hebben, waarin zij de in de jeugdjaren opgelopen achterstand nog kunnen inlopen. Met name kansengelijkheid bevorderen op gebied van onderwijs en vrije tijd spelen een grote rol hierin. Voor wat betreft onderwijs is daarmee niet gezegd dat het behalen van een VWO-diploma nog steeds de beste indicator is voor kansengelijkheid. Juist de enorme behoefte aan ‘vakkrachten’ rechtvaardigt meer nadruk op een goed niveau van beroepsonderwijs voor onze jeugdige populatie.
26
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
De uitdaging is om inwoners die minder kansen hebben in beeld te hebben en met name door de inzet van selectieve preventie vanuit meerdere invalshoeken, fysiek en sociaal, de negatieve, intergenerationele spiraal van kansenongelijkheid te doorbreken. Op de korte termijn is de uitdaging om selectief voorzieningen en regelingen voor deze doelgroep in te zetten die voorwaardelijk zijn om in het ‘hier en nu’ volwaardig mee te kunnen doen (sociale inclusie). Op langere termijn is een integrale aanpak van de leefbaarheid van wijken een belangrijk vliegwiel. •
Opgave 3: faciliteren van zelfstandig thuis wonen
Evenals elders in Nederland heeft ook Nissewaard de komende twee decennia te maken met een forse groei van het aandeel (steeds) oudere inwoners dat zelfstandig woont. Een steeds groter deel van hen zal vanwege overlijden van de partner alleen wonen. Vanwege de veelal afnemende fysieke en vaak ook mentale redzaamheid, zijn er geschikte woningen en woonvormen nodig voor deze rap groeiende groep oudere inwoners. Daarnaast moeten voldoende verpleegkundige zorg- ondersteunings- en ontmoetingsvoorzieningen in de buurt en in de thuissituatie beschikbaar zijn. Ook is een woonomgeving nodig die toegankelijk is en tot ontmoeten en bewegen uitnodigt, zodat ook ouderen, fysiek en mentaal, zo vitaal mogelijk kunnen blijven. Het grote volume ouderen waarmee we te maken hebben vormt hier de belangrijkste uitdaging, waarbij we rekening moeten houden dat na 2040 de piek voorbij is. Maar ook voor (jong)volwassen inwoners die kwetsbaar zijn is zelfstandig wonen de norm. Veelal gaat het om verstandelijke of psychische kwetsbaarheid, waardoor er sprake is van verminderd vermogen om het eigen leven goed op de rit te krijgen en te houden. Bij deze groep gaat het niet zozeer over de fysieke woning maar om de mentale ondersteuning die nodig is voor een stabiele leefsituatie. De geboden ondersteuning aan deze groep behelst vaak geïndiceerde begeleiding door een professional.
Deze begeleiding willen we aanvullen met en deels vervangen door flexibele en toegankelijke voorzieningen, die deze inwoners meer in hun ‘sociale basis’ ondersteunen en faciliteren. De uitdaging hier is de ondersteuning anders vorm te geven, minder institutioneel en meer gericht op verbondenheid, zingeving en levensvreugde in het dagelijks leven. Het is voor iedereen belangrijk, maar zeker voor mensen die kwetsbaar zijn, dat ze zich gesteund weten door anderen, opgenomen zijn in sociale netwerken, voldoende contacten hebben en steun van de omgeving ervaren. Maar het is even belangrijk dat inwoners ervaren dat zij daar zélf ook een rol in hebben en aan bijdragen. Inwoners stimuleren actief en in contact met anderen te zijn (of te blijven) en te bevorderen dat zij ‘durven vragen’ en ‘durven geven’ is hiervoor een fundament. Dat is de uitdaging die te vangen is onder de noemer ‘het versterken van de samenleving’. Tot slot betekent het faciliteren van zelfstandig thuis wonen, ook het faciliteren van mantelzorgers. Het is van essentieel belang dat zij hun intensieve zorg-rol kunnen blijven volhouden. Dat betekent dat er meer nodig is dan toegankelijke mogelijkheden voor ontmoeting en dagbesteding voor de verzorgde, die de mantelzorger tegelijkertijd ook even ‘lucht’ kunnen geven.
Het kan nodig zijn juist de mantelzorger centraal te stellen en het voor de mantelzorger gemakkelijker te maken hulp te krijgen om de draaglast te verminderen en/of de mentale draagkracht te vergroten. Mantelzorgers zijn echter vaak onzichtbaar en daarom vraagt het waarschijnlijk blijvend extra aandacht hen te bereiken.
27
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
4.c Door het omvormen van mindset, beleid en voorzieningen Met het vaststellen van het TidW-concept werden richtinggevende keuzes gemaakt over hoe het getransformeerd sociaal domein in Nissewaard er op hoofdlijnen uit zou moeten zien en hoe het zou moeten functioneren. Gaandeweg en gevoed door ervaringen, wordt steeds duidelijker wat voor Nissewaard de belangrijkste pijlers zijn voor het omvormingsproces. Dat zijn normaliseren, signaleren en integreren en deze pijlers lichten we hierna toe. •
Normaliseren
Normaliseren is de pijler die zich richt op herstel van het gewone leven en op oplossingen die ingebed zijn in het gewone alledaagse functioneren. Normaliseren houdt in dat hulp niet vanzelfsprekend vanuit speciale instituten geboden wordt, maar meer in de eigen leefwereld en op plekken waar inwoners al komen zoals buurthuis, school, bibliotheek, verpleeghuis of gezondheidscentrum. Het gaat om laagdrempelige aanpakken en combineren van informele en formele hulp. Normaliseren betekent ook dat de het eigen oplossend vermogen van inwoners, onderlinge hulp en inzetten van ervaringsdeskundigheid een grotere rol gaan spelen in het herstel en behoud van het zelfstandig functioneren. Het gaat in essentie over de zienswijze dat kwetsbaarheid bij het leven hoort en dat moeilijkheden niet altijd professionele hulp vereisen. Normaliseren appelleert eraan het gewone leven centraal te stellen. Deze benadering heeft consequenties voor de wijze waarop we preventie inzetten en ondersteuning bieden en organiseren. Het betekent meer schakelen met de sociale omgeving van inwoners. Het betekent ook dat mogelijkheden, belangstelling en (basale) behoeften van inwoners meer centraal staan dan bijvoorbeeld diagnoses en indicaties. Het betekent ook dat de rol van de traditionele 1 op 1 hulpverlening verschuift naar groepsgewijze hulpverlening waarin inwoners elkaar onderling steunen.
Tenslotte biedt ook het gebruik van de digitale middelen, die steeds belangrijker worden in de sociale leefwereld van inwoners, mogelijkheden om hulpverlening laagdrempeliger te maken en beter aan te laten sluiten bij de behoefte aan contactmomenten van inwoners. Overigens neemt dit alles niet weg dat we steeds heel goed moeten inschatten wat de aard en de ernst van de problematiek is die inwoners ervaren en in hoeverre professionele en zelfs zeer specialistische hulp wél noodzakelijk is, anders schieten we ons doel voorbij. Normaliseren is een middel om ons doel te bereiken, maar is geen oplossing voor iedereen en voor alle problemen. •
Signaleren
Signaleren is ook een pijler waarop de transformatie en stelselwijziging is gestoeld en gaat vooral over zo vroegtijdig mogelijk anticiperen op mogelijke problematiek zodat die voorkomen kan worden of minder (snel) verergert. Signaleren gaat over preventie. We kijken dan naar de risico’s die mensen lopen om in de problemen te komen. Hoe groot een risico is, is afhankelijk van de kans dat iets gebeurt en de gevolgen ervan áls het gebeurt (risico = kans x gevolg). We kunnen een onderscheid maken naar algemene preventie, selectieve preventie en reageren op individuele signalen. Het is algemeen bekend dat het niet goed mogelijk is om te meten wat het effect is van algemene preventie. Het is in het sociale domein (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het medische domein) niet of nauwelijks aan te tonen welke problematiek er niét optreedt door algemene en breed ingezette voorlichting of bewustwordingscampagnes. Toch wordt de inzet van ‘algemene preventie’, zoals bijvoorbeeld bewegen om langer vitaal te blijven, over het algemeen 28
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
gezien als een zinvolle investering. De inzet van selectieve preventie kan echter beter onderbouwd worden. Dit gaat over het bereiken en contact maken met inwoners die aantoonbaar een grotere kans lopen op problematiek met grote gevolgen. Zoals al eerder genoemd is er steeds meer inzicht in de factoren die daarin een rol spelen. Zo zijn het langdurig hebben van een (te) laag inkomen of schoolverzuim en/of vroegtijdig het onderwijs voorspellers voor (ernstige) problemen op de langere termijn. Ook het intergenerationeel overdragen van problemen vormt een risico. Een nog specifieker signaal is het bereiken van de 18-jarige leeftijd van een jeugdige die in het kader van Jeugdwet behandeld of ondersteund wordt. Het is dan altijd nodig om tijdig actie te ondernemen en te onderzoeken wat na de Jeugdwet aan ondersteuning nodig is. Signalen vanuit de leefwereld over vermoede risico’s die een inwoner loopt, bereiken ons ook direct via de inwoner of via iemand uit de directe leefomgeving zoals familie, woningbouwcorporatie, huisarts of school. Vaak gaat het dan om situaties die al problematisch zijn. Het is dan zaak om er zo snel mogelijk ‘op af te gaan’ om erger te voorkomen. Uiteraard speelt privacygevoeligheid hierbij een rol en dat vraagt extra voorzichtigheid. •
Integreren
Integreren is de derde belangrijke pijler voor een getransformeerd sociaal domein. De decentralisatie van verantwoordelijkheden in 2015 werd expliciet gekoppeld aan de mogelijkheden voor meer integratie en samenwerking tussen formele en informele hulp, tussen verschillende disciplines en tussen de verschillende wet- en regelgeving. Het adagium ‘één gezin, één plan’ is hierop gebaseerd. Destijds was de overweging om te decentraliseren dat het gemeenteniveau het beste besturings-niveau zou zijn om op basis van de specifieke lokale situatie geïntegreerd beleid te voeren, een geïntegreerd voorzieningenaanbod te ontwikkelen en integrale samenwerking tot stand te brengen. In Nissewaard zien we ‘het centraal stellen van de inwoner’, als de belangrijkste invalshoek om tot de gewenste integratie en samenhang te komen. In de praktijk blijken wet- en regelgeving, privacy-protocollen, financieringsstromen en cultuurverschillen, die integratie nog steeds te bemoeilijken. Niet alle, maar wel veel van die moeilijkheden zijn te overbruggen, door de beleids- en regelruimte die er is optimaal te benutten. Dat is mogelijk als iedereen vanuit de verschillende beleidsvelden en disciplines de intentie heeft mee te werken aan de ‘beste oplossing’ voor de inwoner.
Als die gezamenlijke intentie ontbreekt of bepaalde belangen of (wettelijke) invalshoeken gaan domineren, dan ‘vervormt’ dat het eigenlijke vraagstuk en is er eigenlijk geen sprake meer van integraliteit. De kunst is om het vraagstuk van de inwoner dat voorligt ‘heel’ te houden en de schotten op te trekken. Voor zover dat wettelijk mogelijk is, laten we daarom geen enkele ruimte voor het in standhouden van schotten als dat ten koste gaat van de ‘beste oplossingen’ voor inwoners én van een doelmatige inzet van middelen. Een andere benadering van integraal werken, betreft het systemisch werken. Dat is aan de orde als er sprake is van meervoudige en zeer ernstige problematiek die verweven is in het gehele gezins-, familie- of sociale systeem, zoals bijvoorbeeld in situaties van huiselijk geweld of ernstige opvoedproblematiek. Het doorbreken van patronen in het hele systeem is (vaak) voorwaardelijk om tot duurzame oplossingen voor de actuele problemen te komen, maar ook om te voorkomen dat problematiek zich niet vanzelfsprekend voortzet in de volgende generatie(s).
29
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
Integraal werken betekent ook gezamenlijk samenwerken -voor inwoners, cliënten, huurders, patiënten, leerlingenvanuit verschillende disciplines. Elkaar kennen en elkaar weten te vinden is een kritische succesfactor. Omdat we ons steeds meer richten op de leefwereld van de inwoner ligt het voor de hand om ten behoeve van de gewenste integrale aanpak van sociale vraagstukken, waar dat toegevoegde waarde heeft gebiedsgerichte netwerken te stimuleren en te faciliteren. Behalve dat integraal werken wordt ingezet om de doelgerichtheid te vergroten, kan integraal werken ook ingezet worden om de doelmatigheid te vergroten. Het gaat dan om de doelmatige inzet van mensen en middelen. Bijvoorbeeld door het verbinden en combineren van initiatieven of door het delen van kennis, deskundigheid, taken, systemen en accommodaties. Rondom deze vorm van integreren spelen schotten eveneens nog een belemmerende rol, terwijl dit overall gezien besparingen kan opleveren. Dit alles pleit voor het maken van integrale afwegingen en keuzes en het inzetten van integrale werkwijzen. De gewenste situatie is dat door afstemming van beleid en in het verlengde daarvan van de uitvoeringspraktijk, zowel binnen het sociaal domein als in samenhang met de aanpalende domeinen, win/win situaties ontstaan.
En dat dit tot uitdrukking komt in een hoger maatschappelijk rendement van de (gezamenlijk) in te zetten beschikbare middelen.
4.d Gericht op maximaliseren van baten met de beschikbare middelen De mogelijkheden binnen het sociaal domein worden begrensd door de beschikbare financiële middelen. De landelijke trend is dat de uitgaven van gemeenten voor het sociaal domein hoger uitvallen dan de gemeenten -met name op basis van de rijksinkomsten- begroten. Dat zien we ook in de gemeentelijke begroting en verantwoording van Nissewaard. De ingeschatte besparingen die de stelselwijziging in 2015 volgens het Rijk zou moeten gaan opleveren blijken vooralsnog niet haalbaar te zijn. Hoewel de Rijksoverheid voor onderdelen incidenteel extra middelen overweegt en die soms ook daadwerkelijk toekent, is het nog volstrekt onduidelijk in hoeverre de structureel ter beschikking gestelde middelen op de langere termijn afdoende zijn. We zullen de middelen die wél beschikbaar zijn, zo rendabel mogelijk moeten inzetten. Dat is nodig om het sociaal domein nu en in de toekomst betaalbaar te houden. We willen immers voorkomen dat er vanwege schaarse middelen vergaande keuzes gemaakt moeten worden die onze meest kansarme en kwetsbare inwoners raken. Daarvoor zetten we de volgende strategie in: •
we gaan onze doelen deels op een andere wijzen realiseren in lijn met de transformatie-gedachte zoals eerder beschreven;
•
we gaan gerichter sturen op resultaten en beoogde effecten, door keuzes beter te onderbouwen op basis van kwantitatieve en kwalitatieve inzichten en door de effectiviteit van de ingezette voorzieningen op structurele basis te volgen; dat impliceert dat we op basis van voortschrijdend inzicht steeds bezien welke voorzieningen qau aard of volume aanpassingen behoeven;
•
we initiëren en benutten afstemmings- en samenwerkingsmogelijkheden waarmee we een groter maatschappelijk effect kunnen realiseren dan wat de organisatieonderdelen of (externe) partijen afzonderlijke zouden kunnen bereiken met gelijkblijvende middelen; de som van de gezamenlijke inzet is meer dan de som van de afzonderlijke delen (1+1 = 3).
Zoals al genoemd heeft de gemeente Nissewaard gekozen voor een ‘hek’ rondom de middelen die voor het sociaal domein beschikbaar zijn. Dit betekent dat er binnen het sociaal domein speelruimte is voor keuzes. 30
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
5.
Ontwikkeling sturings- en regierol
De verantwoordelijkheden die in 2015 naar gemeenten kwamen, brengen veel sturingsvragen met zich mee omdat het sociaal domein zo’n brede scope heeft, middelen schaars zijn en sociale problematiek ingewikkeld is. Tegelijkertijd brengt de transformatie van het sociaal domein veel aspecten met zich mee die met een attitudeverandering te maken hebben van zowel professioneel betrokkenen als van de inwoners en die de samenleving als geheel raken. Omdat de term ‘sturen’ doet veronderstellen dat we als gemeente vanuit onze positie en financieringsrol de werkelijkheid naar onze hand kunnen zetten en dat maar zeer ten dele het geval is, gebruiken we ook de term ‘regisseren’ als er een andere manier nodig is om onze doelen te bereiken. Onze sturende rol neemt verschillende verschijningsvormen aan. We gaan in dit hoofdstuk in op a) sturing op de effectiviteit van voorzieningen, b) regie op samenwerking in partnerschap, c) sturing door professionalisering van de opdrachtgeversrol en d) sturing op ‘maximaliseren van het rendement van ingezette middelen’.
5.a Sturen op de effectieve inzet van voorzieningen Vanuit onze gemeentelijke inhoudelijke en financiële verantwoordelijkheid is het noodzakelijk te sturen op een effectieve inzet van voorzieningen. We kunnen een euro maar één keer inzetten. De voorzieningen moeten in elk geval beschikbaar zijn en blijven voor inwoners die dat het hardst nodig hebben. Effectieve inzet van voorzieningen moet in de uitvoeringspraktijk worden gerealiseerd. •
Sturen op instroom, doorstroom en uitstroom
We sturen op instroom, doorstroom en uitstroom, vanuit de gedachte dat de ingezette ondersteuning ‘zo licht en kort als mogelijk en zo zwaar en lang als nodig’ moet zijn. •
We zetten in op het bereiken van die inwoners die een reëel risico lopen om op enig moment in de problemen te raken en dan afhankelijk van ondersteuning worden. We willen tijdig anticiperen op (ernstigere) problemen in de toekomst.
•
We zetten in op een goede informatie- en adviesfunctie, die inwoners de weg wijst naar activiteiten, ontmoetings- en laagdrempelige ondersteuningsmogelijkheden én die inwoners stimuleert samen met mensen in hun omgeving moeilijkheden op te lossen. We spreken het eigen regie-vermogen van inwoners aan.
•
We ondersteunen inwoners die méér nodig hebben en investeren daartoe in een brede vraagverheldering. Dat houdt in dat wanneer een inwoner ondersteuning vraagt, er wordt ingegaan op wat er aan moeilijkheden speelt in de verschillende levensgebieden en daarnaast wat het lerend en oplossend vermogen van de inwoner is. De vraagverheldering leidt tot een gedeeld beeld van de problematiek(en) en van het gewenste resultaat van de ondersteuning en eventueel van het probleem dat als eerste opgepakt moet worden. Een goede vraagverheldering is een eerste stap om tot ‘de beste oplossing’ te komen.
•
We sturen op ‘de beste oplossing’. Daaronder verstaan we een oplossing die o
tot duurzame verbetering of stabilisatie van de situatie leidt
o
waarin de inwoner de eigen regie maximaal behoudt,
o
wettelijk gezien mag en dus rechtmatig is
o
en die op de lange termijn de minste maatschappelijke kosten met zich mee brengt.
31
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
•
Tenslotte sturen we op een meer gestroomlijnde en samenhangende aanpak bij complexe en/of meervoudige ondersteuning. We introduceren ‘casusregie’ als rol de die gemeente beter wil beleggen om bij samengestelde ondersteuning aan inwoners de onderlinge afstemming van meerdere vormen van ondersteuning te coördineren. Daarnaast introduceren we de gemeentelijke functie ‘procesregisseur’. Deze regisseur heeft mandaat om over disciplines en wetgeving heen prioriteiten te stellen en daartoe besluiten te nemen.
•
Sturen op passend basisaanbod
We sturen op zodanige aanpassingen in het basisaanbod dat het benutten en versterken van het eigen oplossend vermogen van inwoners meer centraal komt te staan. Het gaat om het oplossend vermogen bij persoonlijke problemen of die van mede-inwoners, maar ook om inzet van inwoners bij het organiseren van activiteiten en ontmoeting. We sturen op de beschikbaarheid van voldoende ontmoetingsmogelijkheden, waar voor iedereen een plek is. Dat hoeft niet één plek voor iedereen te zijn. Door in te zetten op (ontmoetings-) voorzieningen voor specifieke groepen die nu afhankelijk zijn van geïndiceerde begeleiding, willen we een verschuiving te weeg brengen van het persoonsgebonden aanbod naar het basisaanbod. Voor wat betreft de locaties waar ontmoeting en ondersteuning kunnen plaatsvinden, is het uitgangspunt dat de locaties waar al veel mensen komen en de locaties die al beschikbaar zijn zoveel mogelijk hiervoor ingezet worden. •
Sturen op passend persoonsgebonden (geïndiceerd) aanbod
We sturen op zodanige aanpassingen in het persoonsgebonden aanbod dat een meer flexibele inzet van ondersteuning mogelijk is en dat doen we door varianten qua intensiteit en duur in te bouwen. Dat is nodig om beter te kunnen afbouwen of juist te kunnen intensiveren (basis/intensief) of om vinger aan de pols te kunnen houden (waakvlam) of om in te spelen op de incidentele behoefte aan hulp van de inwoner (strippenkaart). Overigens wil dit niet zeggen dat ondersteuning altijd afgebouwd kan worden. Zeker bij inwoners die geen perspectief op verbetering hebben zal ondersteuning blijvend nodig zijn. Door nadrukkelijker dit perspectief mee te nemen in het bepalen van de duur van de indicatie, voorkomen we onnodige onzekerheid bij inwoners en onnodige (administratieve) belasting van de schaarse capaciteit. Net zoals we dat met de invulling van het basisaanbod doen, sturen we ook binnen het persoonsgebonden aanbod op het benutten en versterken van het eigen oplossend vermogen van inwoners en op het behoud van de eigen regie naar vermogen. Tenslotte volgen we op meer structurele basis in hoeverre de ingezette ondersteuning bijdraagt aan het doel waarvoor die is ingezet en stellen we dat zo nodig bij.
Zo kan bijvoorbeeld de begeleiding naar werk om te voorzien in sociaal contact en in eigen inkomen geen haalbare optie blijken en is het beter om in te zetten op een ander doel zoals een zinvolle dag-invulling. •
Sturen via een Handelingskader voor de uitvoeringspraktijk
Met het inzetten van een Handelingskader voor alle professionals in het sociaal domein, sturen we op een eenduidige attitude en benadering van problematiek en oplossingsrichting. We willen daarmee bereiken dat de hulp en ondersteuning, onafhankelijk van de rol van de organisatie die voor de uitvoering verantwoordelijk is, vanuit dezelfde visie en vanuit dezelfde afwegingen wordt verleend. Dat maakt ook samenwerken aan integrale oplossingen beter mogelijk. Het Handelingskader is een ‘redeneer-lijn’ en is gebaseerd op dit integraal beleidskader. Het Handelingskader is een tussenstap in de vertaling van dit beleidskader naar concrete werkwijzen voor de uitvoeringspraktijk.
32
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
5.b Samenwerking in partnerschap Verantwoordelijkheid voor het sociaal domein impliceert het bewerkstelligen van afstemming en samenwerking tussen de vele partners die erbij betrokken zijn. Voorwaarde is dat al deze partners de visie van Nissewaard op het sociaal domein ondersteunen. De rollen en posities die de partners innemen verschillen sterk, maar de inzet van alle partners is nodig om de doelen te behalen. Dit samenspel goed te laten verlopen vraagt bij uitstek om een regisserende rol. •
Intern partnerschap tussen gemeentelijk beleidsvelden
Zoals in het voorgaande al is aangegeven is er een wisselwerking tussen het sociaal domein en aanpalende domeinen. Het streven is dat de beleidsvelden elkaar versterken en de ingezette middelen in het ene beleidsveld ook maatschappelijk rendement opleveren in het andere domein. Het creëren van toegevoegde waarde door goede afstemming en integrale afwegingen tussen de gemeentelijke beleidsvelden, is de essentie van intern partnerschap binnen de gemeentelijke organisatie. Afhankelijk van de gemeentelijke rol in de verschillende beleidsvelden en de aard (strategisch, tactisch of operationeel) zal daaraan gericht invulling gegeven moeten worden door bestuur, directie, management of medewerkers. •
Rollen van externe binnen de samenwerking
We onderscheiden partners naar de feitelijke rol die ze in het sociaal domein hebben. -
TidW-vrijwillig uitvoerende partners. Zij dragen belangeloos bij aan het basisaanbod (= TidW) en de gemeente voorziet eventueel in randvoorwaarden om dit mogelijk te maken.
-
TidW-professioneel uitvoerende partners. Zij dragen bij aan het basisaanbod (= TidW) op basis van een financiering door de gemeente óf zijn onderdeel van de gemeentelijke uitvoering.
-
Specialistische uitvoerende partners sociaal domein. Zij dragen bij aan het geïndiceerde aanbod op basis van financiering door de gemeente, soms in regionaal gemeentelijk verband.
-
Gelieerde partners sociaal domein. Zij dragen bij aan het sociaal domein vanuit een autonome rol en positie in een ander domein (bijvoorbeeld scholen, woningbouwcorporaties, gezondheidscentra, huisartsen) en werken voor dezelfde inwoners en de doelstellingen van deze partners raken die van het sociaal domein.
Ongeacht de bijdrage, de rol of positie van partners is de basis van waaruit we binnen het sociaal domein samenwerken: wederzijds respect voor elkaars expertise en belangen. •
Intensiteit van samenwerking met externe partners
Alle partners spelen een rol in het sociaal domein, maar niet alle partners spelen een gelijke rol in de ontwikkeling en de infrastructuur van het sociaal domein in Nissewaard. •
De vrijwillig uitvoerende partners zijn onmisbaar en dragen in hoge mate bij aan de infrastructuur van het sociaal domein, door hun betrokkenheid bij de inwoners en bij de lokale ontwikkelingen. We koesteren hen, betrekken hen en zorgen voor randvoorwaarden.
33
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
•
Voor wat betreft de professioneel uitvoerend partners is er een deel dat uitstekende expertise en ondersteuning biedt aan onze inwoners en zich daartoe beperkt.
•
Er is ook een deel van de professioneel uitvoerende partners dat juist veel waarde toevoegt aan de ontwikkeling en infrastructuur van het sociaal domein in Nissewaard. Partners die sterk verankerd zijn in de Nissewaardse samenleving, veel lokale kennis en netwerken hebben, die innovatief zijn en gemotiveerd en in staat om medeverantwoordelijkheid te nemen. Partners die mét ons mee willen bouwen aan het sociaal domein en óp wie we kunnen bouwen. Dit zijn partners met wie we een duurzame relatie aangaan, die we actief bij ons beleid en bij de organisatie van het sociaal domein betrekken.
•
Voor gelieerde partners geldt ook dat zij een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkelingen in het sociaal domein, ook vanuit de verwachting dat het bijdraagt aan het realiseren van hun eigen doelstellingen ten behoeve van woningzoekenden, huurders, leerlingen of patiënten. De samenwerking met deze gelieerde partners is ook afhankelijk van de mate waarin zij in Nissewaard verankerd zijn en gemotiveerd zijn om samen te werken. Samen te werken op basis van gedeelde visie en ambitie en op basis van de overtuiging dat samenwerking zorgt voor wederzijdse versterking.
Samengevat betekent dit voor de regievoering op het sociaal domein, dat naast het vorm geven aan zakelijke afspraken ook vormgegeven moet worden aan het samenspel waarin ‘samen ontwikkelen’ centraal staat en dat tot wasdom kan komen. Het streven is dat alle betrokkenen in het sociale domein ook echte verbondenheid met elkaar ervaren (identiteit) en dat ook naar buiten toe uitgedragen (imago).
5.c Professioneel opdrachtgeverschap •
Faciliteren informele initiatieven en organisaties
We faciliteren als gemeente door middel van subsidieverlening veel maatschappelijke initiatieven en organisaties die een informeel karakter hebben. Voorwaarde voor financiële tegemoetkoming is uiteraard dat de initiatieven bijdragen aan onze Nissewaardse maatschappelijke doelen. Gezien de breedte van het sociaal domein gaat het om heel diverse initiatieven. De initiatieven met voldoende toegevoegde waarde koesteren we en faciliteren we graag, al is die beoordeling niet altijd met ‘een schaartje te knippen’. We moeten rekening houden met de begrenzing van onze financiële middelen. In de praktijk zullen we daarom altijd afwegingen en keuzes moeten maken, die zijn gebaseerd op de mate waarin er al in de bijdrage van het initiatief wordt voorzien, welke en hoeveel inwoners er profijt van gaan hebben, in hoeverre de continuïteit voldoende geborgd kan worden en wat de omvang van de financiële support is die wordt gevraagd. •
Belang van goed opdrachtgeverschap
De hiervoor genoemde thematiek valt eigenlijk buiten de scope van deze paragraaf. Deze paragraaf richt zich primair op de zakelijke relatie tussen gemeente en professionele aanbieders van diensten en ondersteuning die deze in opdracht van de gemeente aan inwoners aanbieden. Het gaat voornamelijk om taken in het kader van de Jeugdwet en de Wmo. Onze inwoners hebben direct te maken met de kwaliteit en effectiviteit van de uitvoering door deze aanbieders en de gemeente geeft daar veel geld aan uit. Dit tezamen vereist professioneel opdrachtgeverschap van de gemeente als inkoper en als subsidiënt. Om dezelfde redenen vereist dit ook adequaat intern opdrachtgeverschap voor de sociale dienstverlening die de gemeente in eigen beheer uitvoert.
34
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
•
Zorgvuldig en resultaatgericht
We betrachten zorgvuldigheid bij het kiezen van deskundige en betrouwbare aanbieders. We richten ons op aanbieders die resultaten kunnen bieden die aansluiten bij onze visie, die waarde toevoegen aan het voorzieningenspectrum én aan de ontwikkeling van het sociaal domein. We maken subsidieafspraken over doelen, inspanningen en budgetten en inkoopafspraken over resultaat, kwaliteit, volume en prijs. Maar ook maken we afspraken over de gewenste samenwerking, flexibiliteit, innovatie en communicatie. De afspraken monitoren we zodanig dat we een effectieve, doelmatige en rechtmatige inzet van beschikbare middelen kunnen verantwoorden. We houden elkaar over en weer scherp en wisselen bevindingen uit met het oogmerk het (nog) beter te doen. •
Congruent gemeentelijk handelen
We nemen als gemeente eventuele blokkades weg in de gemeentelijke werkwijze, die het behalen van de afgesproken prestaties door de aanbieders bemoeilijken. Die blokkades kunnen onbewust ingeslopen zijn, omdat de (gemeentelijke) overheid zich als een eigenstandige ‘systeemwereld’ is (moeten) gaan gedragen. Het centraal stellen van de inwoner, diens vraag en diens leefwereld, vereist daarom ook ‘omdenken’ en ‘omvormen’ van werkwijzen van de gemeente zelf. •
Toezicht op aanbieders
We controleren langs meerdere lijnen de kwaliteit en de rechtmatigheid van de externe partijen, namelijk door de GGD, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en onze gemeentelijke toezichthouders rechtmatigheid en accountmanagers. We zijn alert op misleiding door aanbieders, omdat er investeerders zijn die de huidige zorgmarkt als een lucratieve markt zien. We verbinden ‘kwaliteit’ aan ‘rechtmatigheid’, omdat deze hand in hand moeten gaan. •
Kritisch op ‘wie de kosten en wie de baten’
We zijn vanuit onze opdrachtgeversrol kritisch naar ondersteuning die we financieren als gemeente, maar waarvan de opbrengsten bij andere financiers vallen (bijv. bij zorgkantoor en -verzekeraars) of waarvan de toewijzing niet door onszelf plaatsvindt (bijv. huisartsen binnen de Jeugdwet). Om daar meer grip op te krijgen zoeken we de afstemming met betrokken organisaties.
5.d Maximaliseren van het rendement van ingezette middelen Onze ultieme gemeentelijke verantwoordelijkheid voor het sociaal domein, behelst het voeren van een zodanige regie op het sociaal domein, dat de maatschappelijke doelen gerealiseerd worden, de wijze waarop dat gebeurt aansluit bij onze populatie en bij de actuele maatschappelijke problematiek en dynamiek en dat dit gebeurt binnen de wettelijke en financiële kaders. Dat alles binnen een complex speelveld en met beperkte middelen. De uitdaging is ‘de juiste dingen doen’ en dat gaat over beleid ontwikkelen en keuzes maken (het wat) en over ‘de dingen juist doen’ en dat gaat over de wijze van organiseren en uitvoeren (het hoe). Om hier beter sturing aan te geven en regie op te voeren zijn het systematisch vooruitkijken en terugkijken én het integraal afwegen van keuzes, onmisbaar. •
Versterken beleidscyclus
Om tot een onderbouwing van keuzes te komen is inzicht nodig in verwachte ontwikkelingen en in cijfermatige prognoses, maar ook in de effectiviteit en doelmatigheid van eerder gemaakte keuzes. Daarom zetten we (verder) in op versterking van de beleidscyclus en het daarvoor benodigde instrumentarium. Dat lichten we toe aan de hand van het volgende model.
35
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
Plan - Do - Check - Act ontwikkeling
,wetgeving,
demografie
Plan beleid / €‘s Plan opdracht
n?
eid
l
be
Act bijstelling o.b.v. analyse
e ss
a
np
aa
cht
dra
op
?
sen
pas
aan
uitvoering aanpassen?
Do uitvoering
Check monitoring en analyse
Toelichting Plan:
vaststellen van beleid en middelen en deze vertalen naar (deel) plannen en opdrachten voor de uitvoering
Do:
uitvoeren van de opdrachten en van de plannen in de uitvoeringspraktijk
Check:
evalueren van de resultaten + bij afwijkingen de oorzaak duiden / is het een ‘wat-kwestie of een ‘hoe-kwestie?
Act:
op basis van de analyse bepalen op welk niveau welke aanpassingen nodig zijn en met welke urgentie
•
Kwantitatieve én kwalitatieve inzichten
We versterken de beleidscyclus door naast de beschikbare kwantitatieve data binnen de gemeente, ook kwalitatieve informatie en inzichten van onze inwoners, partners en uitvoerders te benutten. We willen daarmee meer ruimte geven aan (actuele) praktijkervaringen en daarmee voorkomen in een te eenzijdige benadering verzeild te raken uitsluitend gebaseerd op vastlegging van formele gegevens. De al in gang gezette wijkanalyses ‘jeugd’ met betrokken partners zijn daarvan een goed voorbeeld en maken een onderbouwde en gedifferentieerde inzet per geografisch gebied en vanuit verschillende domeinen mogelijk. •
Meerwaarde van evalueren en analyseren
We versterken de beleidscyclus door nadrukkelijker in te zetten op het analyseren van de beschikbare data, zo nodig aangevuld met verdiepend onderzoek. Evaluaties en analyses zijn nodig om de aard en de omvang van benodigde ondersteuning en middelen beter te kunnen prognosticeren en daardoor beter te kunnen plannen en begroten. Maar ook om afwijkingen van de geplande resultaten beter te kunnen interpreteren en te verklaren. Het is essentieel om inzicht te krijgen in de oorzaken van afwijkingen, alvorens te kunnen vaststellen in hoeverre er bijstellingen nodig (en mogelijk) zijn en op welk niveau en zelfs vanuit welk beleidsveld dat dan moet gebeuren. Refererend aan de groene pijlen in het model kan het om de volgende bijstellingen gaan: •
de prognoses zijn ingehaald door onvoorziene externe ontwikkelingen -> bijstellen prognoses
•
het beleid is inadequaat gebleken of was te ambitieus -> bijstellen beleid
•
de opdracht was niet duidelijk of de planning was niet realistisch -> bijstellen opdracht/plan
•
de uitvoering was niet op taak toegerust of er was veel uitval personeel -> bijstellen uitvoering
De meerwaarde van evalueren en analyseren valt of staat met het daadwerkelijk uitvoeren of implementeren van de gewenste aanpassingen.
36
Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022
• Benutten inzichten vanuit factorenmodel We versterken de beleidscyclus door meer inzicht krijgen in de oorzaak-gevolg relaties tussen factoren die van invloed zijn op problematieken van inwoners en op het oplossen ervan. Dat is wenselijk om meer onderbouwd en afgewogen keuzes te kunnen maken; ook over domeinen heen en ook voor de langere termijn. Het zogenaamde factorenmodel levert hiervoor handvatten. Het is gebaseerd op wetenschappelijk bewijs over wat belangrijk is en wat werkt (evidentie) en op echt contact in de praktijk met zowel professionals als inwoners (interactie). Het werken met dit factorenmodel is een kansrijke landelijke ontwikkeling en van de inzichten gebruik te maken. • Coördinatie op beleidscyclus We versterken de beleidscyclus door meer coördinatie aan te brengen, zodanig dat deze cyclus in de beleids- en regiepraktijk meer systematisch toegepast gaat worden. Daarvoor ontwikkelen we een werkwijze, waarin ook de inbreng van onze belangrijkste partners een rol speelt. Tevens is de afstemming met de gemeentelijke P&C-cyclus onderdeel van deze coördinatie, alsmede de jaarplanning van de speerpunten uit het coalitieakkoord, die idealiter als onderdeel van de P&C-cyclus zijn opgenomen. In het ideale plaatje is ook afstemming en integrale afweging op overall gemeentelijk niveau onderwerp van coördinatie, maar dat reikt verder dan het sociaal domein.
37