Handboek Nissewaard 22-3-2023
Tekst van het document
Functie Het zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt in het omgevingsplan bereikt door het zodanig stellen van regels over activiteiten en de locaties waar die activiteiten wel of juist niet verricht mogen worden dat onderling evenwicht ontstaat. Dat kan door gebieden een functie te geven en die gebieden te begrenzen met coördinaten waardoor ze op een kaart als functie worden weergegeven, in combinatie met het stellen van regels over bij die functie behorende activiteiten. Voor de toepassing van functie-aanduidingen (het geven van functies aan gebieden en die gebieden begrenzen met coördinaten waardoor ze op een kaart als functie worden weergegeven) is het noodzakelijk de annotatie Functie toe te voegen. Voor de annotatie Functie zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Functie: de naam van de functie. Het bevoegd gezag is vrij in de keuze van de naam. ● Functiegroep: dit is de categorie waartoe de functie behoort. Functiegroep wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waar de regel over de functie geldt. Bij het werken met functie-aanduidingen worden in het regeltekstonderdeel over een specifieke functie alleen regels opgenomen over functie-gerelateerde activiteiten.
Omgevingswaarde Omgevingswaarden zijn normen die de gewenste staat of kwaliteit van (een onderdeel van) de fysieke leefomgeving, de toelaatbare belasting door activiteiten en/of de toelaatbare concentratie of depositie van stoffen als beleidsdoel vastleggen. Voor de annotatie Omgevingswaarde zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Omgevingswaarde: de naam van de omgevingswaarde. Het bevoegd gezag is vrij in de keuze van de naam. ● Omgevingswaardegroep: dit is de categorie waartoe de omgevingswaarde behoort. Omgevingswaardegroep wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● Waarde: de waarde die een omgevingswaarde op een bepaalde locatie heeft. Waarden kunnen numeriek zijn, maar ook in woorden worden beschreven. Wanneer de waarde numeriek is moet ook een eenheid worden opgegeven. Eenheid is de grootheid waarin numerieke waarden worden uitgedrukt. ● Verplichtingsoort: de soort verplichting die door het vaststellen van de omgevingswaarde wordt opgelegd. De verplichtingsoort wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waar de regel over de omgevingswaarde geldt. ● Termijn: de termijn waarbinnen aan de verplichting moet zijn voldaan. Termijn is een optionele eigenschap die gebruikt kan worden wanneer in de regel een termijn wordt gesteld.
Optioneel worden bij een Omgevingswaarde één op meer geometrische referentiepunten of referentielijnen opgenomen: punten of lijnen waarop aan (een bepaalde waarde van) de omgevingswaarde moet worden voldaan. Hiervoor gelden de volgende regels: ● Het is niet toegestaan om bij één Omgevingswaarde zowel referentiepunten als een referentielijn op te nemen. ● Voor elk referentiepunt en elke referentielijn kan optioneel de hoogte worden bijgehouden door middel van een getal met daarbij een eenheid. Toegestane eenheden zijn 'meter t.o.v. NAP', 'meter t.o.v. maaiveld' en 'meter t.o.v. peil'. Om een ligging onder NAP, maaiveld of peil aan te geven moet het getal een negatieve waarde krijgen. Omgevingsnorm Het bevoegd gezag kan ervoor kiezen om in een omgevingsplan normen, niet zijnde omgevingswaarden, die in een waarde worden uitgedrukt, op verschillende locaties verschillende waarden te geven en die inzichtelijk weer te geven, bijvoorbeeld op een kaartbeeld. In Tabel 4.3 staan voorbeelden van omgevingsnormen gegeven. Voor de annotatie omgevingsnorm zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Omgevingsnorm: de naam van de omgevingsnorm. Het bevoegd gezag is vrij in de keuze van de naam. ● Omgevingsnormgroep: dit is de categorie waartoe de omgevingsnorm behoort. Voor Omgevingsnormgroep geldt een uitbreidbare waardelijst.
●
Waarde: de waarde die een omgevingsnorm op een bepaalde locatie heeft. Waarden kunnen numeriek zijn, maar ook in woorden worden beschreven. Wanneer de waarde numeriek is moet ook een eenheid worden opgegeven. Eenheid is de grootheid waarin numerieke waarden worden uitgedrukt. ● Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waar de regel over de omgevingswaarde geldt. ● Geldigheid: de periode waarin de norm van toepassing is. Geldigheid is een optionele eigenschap die gebruikt kan worden wanneer een norm slechts in een bepaalde periode geldt. Optioneel worden bij een Omgevingsnorm één of meer geometrische referentiepunten óf één referentielijn opgenomen: punten of lijnen waarop aan (een bepaalde waarde van) de omgevingswaarde moet worden voldaan. Hiervoor gelden de volgende regels: ● Het is niet toegestaan om bij één Omgevingsnorm zowel referentiepunten als een referentielijn op te nemen. ● Voor elk referentiepunt en elke referentielijn kan optioneel de hoogte worden bijgehouden door middel van een getal met daarbij een eenheid. Toegestane eenheden zijn 'meter t.o.v. NAP', 'meter t.o.v. maaiveld' en 'meter t.o.v. peil'. Om een ligging onder NAP, maaiveld of peil aan te geven moet het getal een negatieve waarde krijgen. Tabel 4.3: voorbeelden van omgevingsnormen
Beperkingengebied Een beperkingengebied is een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar, vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een activiteit die in een beperkingengebied wordt verricht, wordt in het wettelijke systeem beperkingengebiedactiviteit genoemd. Voor de annotatie Beperkingengebied zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Beperkingengebied: de naam van het beperkingengebied. Voor Beperkingengebied geldt een uitbreidbare waardelijst. ● Beperkingengebiedgroep: de categorie waartoe het beperkingengebied behoort. Beperkingengebiedgroep wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst.
●
Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waar de regel over het beperkingengebied geldt.
Thema Doel van het annoteren van Thema is het kernachtig weergeven van de grondgedachte achter een onderdeel van het wijzigingsbesluit. Voor het annoteren van Thema is de volgende eigenschap nodig: ● Thema: de naam van het thema. Voor Thema geldt een uitbreidbare waardelijst. Onderwerp Waar Thema aangeeft wat de grondgedachte achter een onderdeel van het wijzigingsbesluit is, is Onderwerp een korte, inhoudelijke weergave van waar een onderdeel van het wijzigingsbesluit over gaat. Voor het annoteren van Onderwerp zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Onderwerp: de naam van het onderwerp. Voor Onderwerp geldt een uitbreidbare waardelijst. ● Locatie: met de eigenschap Locatie wordt de koppeling gelegd met het gebied waarop het onderwerp van toepassing is. Relatiekwalificatie Een regel kan in een bijzondere relatie tot een andere regel staan. De andere regel kan in het omgevingsplan zelf of in een ander wijzigingsbesluit (ook van een ander bevoegd gezag) staan. Het gaat om een gekwalificeerde relatie: de ene regel is een uitzondering, aanvulling of afwijking op een andere regel. Voor de annotatie Relatiekwalificatie zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Relatiekwalificatie: de naam van de gekwalificeerde relatie. Relatiekwalificatie wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst.
● Referentie: De identificatie van de regel (de 'bronregel') waarop de verbijzonderende regel een afwijking, aanvulling of uitzondering is. Deze identificatie bestaat uit de "workIdentifier" van de regel waarnaar de relatie wordt gelegd. De "workIdentifier" is een unieke Identifier die is opgebouwd volgens de standaard Akoma Ntoso Naming Convention. Verwijzing Een tekstelement kan een verwijzing naar een ander tekstelement of ander document bevatten. Voor het maken van de verwijzing wordt gebruik gemaakt van de generieke xml-elementen IntRef (voor de verwijzing naar een ander tekstelement in hetzelfde document) en ExtRef (voor de verwijzing naar (tekstelementen in) een ander document). Feitelijk is dit geen vorm van annoteren. Regelkwalificatie Regelkwalificatie is een annotatie die vastlegt tot welke soort een regel behoort. Voor de annotatie Regelkwalificatie zijn de volgende eigenschappen nodig: ● Regelkwalificatie: de naam van de regelkwalificatie. Regelkwalificatie wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. ● InstructieregelVoorInstrument: het instrument waarvoor de instructieregel is bedoeld. InstructieregelVoorInstrument wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. Deze eigenschap is verplicht wanneer Instructieregel is gekozen als waarde voor Regelkwalificatie.
● Normadressaat: het bestuursorgaan dat of de organisatie die de taak of de bevoegdheid waarover de instructieregel gaat moet uitvoeren. Normadressaat wordt gekozen uit een limitatieve waardelijst. Deze eigenschap is verplicht wanneer ‘uitoefening taken en bevoegdheden’ is gekozen als waarde voor de eigenschap InstructieregelVoorInstrument, en mag alleen in dat geval gebruikt worden. Regelkwalificatie kan alleen worden toegepast op een regeltekst, d.w.z. op Artikel of Lid.
Bijlage 6
Toepasbare regels maken
Bron: VNG Realisatie rapport Wat zijn toepasbare regels Toepasbare regels zijn begrijpelijke vertalingen van juridische regels voor zowel de gebruiker als voor de software. We kunnen met toepasbare regels antwoord geven op vragen over juridische regels van een initiatiefnemer (dit kunnen inwoners of ondernemers zijn, maar ook een bevoegd gezag). Een initiatiefnemer komt aan de hand van een vraag-en-antwoord-spel tot de conclusie of hij voor zijn initiatief wel of geen vergunning moet aanvragen of meldingen moet indienen. Binnen het Omgevingsloket worden toepasbare regels gebruikt voor de vergunningscheck, het aanvraagformulier en de maatregelen. ● Bij de vergunningscheck zorgen toepasbare regels ervoor dat de initiatiefnemer aan de hand van slimme vragen een conclusie krijgt. ● Bij het aanvraagformulier zorgen toepasbare regels ervoor dat de initiatiefnemer een aanvraag op maat krijgt en dat hij de aanvraag volledig invult. ● Bij maatregelen zorgen toepasbare regels ervoor dat de initiatiefnemer alleen die maatregelen te zien krijgt die voor hem gelden. Opbouw toepasbare regels Het uitwerken van toepasbare regels kan op verschillende manieren; via pseudocode, een vragenboom of een beslistabel, zie Tabel 4.4.
De VNG gebruikt voornamelijk de beslistabel, omdat Excel zich er gemakkelijk voor leent en omdat het lijkt op de beslistabel die gebruikt wordt in de toepasbare-regel-software. Tabel 4.4: typen uitwerking toepasbare regels
Pseudocode
Vragenboom
Beslistabel
Input ● Feiten ● Vraagtypes ● Toelichtingen ● Bronnen ● Beslisregels
Mogelijke uitkomsten ● toestemmingsvrij ● informatieplicht (leidt naar informatieformulier) ● meldingsplicht (leidt naar meldingsformulier) ● vergunningsplicht (leidt naar formulier vergunningsaanvraag) ● neem contact op met ● niet van toepassing ● verbod
Uitgangspunt voor de regels voor uw plan: Wij hebben ervoor gekozen alleen algemene regels en vergunningplicht op te nemen in het omgevingsplan en geen informatie- en meldplicht.
De volgende vraagsoorten zijn mogelijk: ● Gesloten vragen met ja of nee als antwoord ● Vragen met een keuzelijst met één antwoordmogelijkheid ● Vragen met een keuzelijst met meerdere antwoordmogelijkheden ● Vragen met een getal als antwoord ● Vragen met een datum als antwoord In de VNG handreiking toepasbare regels worden deze input elementen toegelicht en de mogelijke uitkomsten. Maken van toepasbare regels In stap 1 t/m 6 zijn per activiteit juridische regels opgesteld. Als deze stappen goed zijn doorlopen, dan kunnen moeiteloos toepasbare regels worden gemaakt van de regels waarbij dit wenselijk is. Het maken van toepasbare regels kan in eerste instantie zonder software plaatsvinden, u kunt Excel gebruiken om een beslistabel te maken of een vragenboom schetsen op papier. In onderstaande stappen staat uitgelegd hoe toepasbare regels met en zonder software kunnen worden gemaakt. A. Hieronder staan de stappen voor het maken van toepasbare regels zonder software uitgelegd: • Formuleer de vragen en antwoorden voor de vergunningscheck a. Let op: formuleer niet twee vragen in één. • Bepaal de bron. Vragen kunnen ingevuld worden: a. door een initiatiefnemer b. door een register (bijvoorbeeld beschermde bomen) c. via een werkingsgebied (per werkingsgebied kunt u andere vragen voorleggen) • Schets de vragenboom of beslistabel. a. Begin met dominante vragen. b.
Een scopevraag kan eerst voorgelegd worden om te voorkomen dat iemand de vragenlijst onterecht invult. • Formuleer de vragen voor het aanvraagformulier, meestal een combinatie van toepasbare regels voor de vergunningscheck met toepasbare regels voor de indieningsvereisten. a. Een keuzelijst bij indieningsvereisten heeft de voorkeur boven open tekstvelden. • Controleer de toepasbare regels en de juridische regels a. De toepasbare regels worden gecontroleerd op juridische correctheid en begrijpelijkheid van de vragen en antwoorden. b. De juridische regels worden gecontroleerd vanuit de toepasbare regels. Zijn de toepasbare regels een juiste vertaling van de juridische regels? Of Het maken van toepasbare regels met software: Tijdens deze stap gaat u de toepasbare regels zoals u met elkaar hebt vastgesteld in de software verwerken. Er zijn verschillende leveranciers die deze software kunnen bieden. In de meeste gevallen betreft het een online tool die met een abonnement voor een aantal licenties afgenomen kan worden. Elke leverancier biedt hulp en ondersteuning bij het gebruik van de software, de één in de vorm van een handleiding of een korte opleiding. Bij de ander kunt u het maken van toepasbare regels volledig uitbesteden. B.
Beheren functionele structuur De functionele structuur is de kapstok in het DSO-LV waarin alle activiteiten met hun toepasbare regels aan elkaar gekoppeld zijn. Op het hoogste niveau wordt een vaste indeling aangehouden, ontleend aan activiteiten die voortkomen uit de Omgevingswet, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), de Omgevingsverordening, de Waterschapverordening en het Omgevingsplan. Vooralsnog is het idee dat alle activiteiten vanuit het omgevingsplan onder Omgevingsplanactiviteit in de functionele structuur geplaatst dienen te worden. De geüploade toepasbare regelbestanden van alle gemeenten zijn te bekijken via Registratie toepasbare regels (overheid.nl):
Figuur 4.4: registratie toepasbare regels
Mocht het bevoegd gezag voor een activiteit toepasbare regels willen gebruiken, dan moet het de activiteit aanvullen met metadata in RTR. Dit wordt ook wel het toepasbaar maken of het afmonteren van de activiteit genoemd. Dit betekent dat de belangrijke gegevens aan de activiteit toegevoegd worden. C. Registreren werkzaamheden en trefwoorden Aan één activiteit mogen één of meerdere werkzaamheden gekoppeld worden en één werkzaamheid mag naar meerdere activiteiten toe leiden.
Figuur 4.5: registreren werkzaamheden en trefwoorden
D. Uploaden toepasbare regelbestanden Het toepasbare-regelbestand dient geüpload te worden naar de daarvoor bestemde plek in de functionele structuur: i. De verwijzing naar de functionele structuur registreert u via de toepasbare-regelsoftware in de URL van het regelbeheerbestand. ii. Vervolgens klikt u op de knop uploaden en het toepasbare regelbestand wordt in het STTR-formaat aangeboden aan het DSO. Indien er een positieve XSD-validatie heeft plaatsgevonden wordt het bestand geüpload. iii. Voor altijd een proefcheck en aanvraag uit.