CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigd bestemmingsplan C. Villeriuslaan, Spijkenisse; Bijlage bij de toelichting

Gemeenteraad 14 september 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Gewijzigd bestemmingsplan C. Villeriuslaan, Spijkenisse38.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Zie voor een impressie van het plangebied de afbeeldingen in figuur 3.2.

Figuur 3.2. Impressie van het plangebied. Linksboven bosperceel ten oosten van de Hekelingseweg met op de voorgrond het grasveld. Rechtsboven aanzicht bosperceel ten noorden van scholencomplex Penta College en sporthal Den Oert. Linksmidden aanzicht Penta College met schoolplein en fietsenstalling. Rechtsmidden impressie van het groen rond het Penta College. Linksonder aanzicht scholencomplex MY college met schoolplein. Rechtsonder aanzicht Praktijkcollege Spijkenisse en Praktijkschool de Sluis.

20136/AQT301FF/EvD Definitieve rapportage 8 januari 2021

9

3.3

Beoogde situatie en activiteiten De activiteitenomschrijving is opgesteld aan de hand van plattegronden, ontwerptekeningen en de mondeling en schriftelijk door de opdrachtgever verstrekte informatie. Het gaat in dit geval om een grote herindeling van het plangebied. De gemeente Nissewaard is voornemens de bospercelen te kappen en de schoolgebouwen van Penta college en MY college te slopen. Hiervoor in de plaats zullen de scholen op de percelen met fase A en B herbouwd worden (zie figuur 3.3). Op het grasveld ten oosten van Den Oert zullen appartementencomplexen gebouwd worden (Fase D) en op de locatie van de voormalige scholen zal een mix van appartementen en grondgebonden woningen gerealiseerd worden (Fase C, E, F, G en H). Het bosperceel ten oosten van de Hekelingseweg zal plaats maken voor een mix van bedrijven en wonen (Fase 1 t/m 4).

Figuur 3.3. Fasering herinrichting gebied Heijwegenlaan e.o.

De werkzaamheden zullen een aantal jaren in beslag nemen. Hierbij zullen als eerste de scholen verplaatst worden, waarna de nieuwbouw van de appartementen en woningen kan aanvangen op de vrijgekomen percelen. De ontwikkeling van Fase 1 t/m 4 staat los van de andere fasen. Het is nog niet duidelijk wanneer dit uitgevoerd zal worden. Deze activiteiten vormen de basis van de toetsing aan de Wet natuurbescherming.

3.4

Veldbezoek Het plangebied is bezocht in de ochtend van 25 november 2020. De weersomstandigheden tijdens dit oriënterend onderzoek waren droog, onbewolkt met een temperatuur van 5°C, windkracht 3 Bft uit het zuiden. Tijdens de inventarisatie zijn aanwezige natuurwaarden in het plangebied bekeken. Beschermde soorten worden alleen op basis van regionale verspreidingsgegevens en het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten, anders worden ze meegenomen in de toetsing.

20136/AQT301FF/EvD Definitieve rapportage 8 januari 2021

10

4

RESULTATEN GEBIEDSBESCHERMING Onderstaand wordt bepaald wat de afstand is van het plangebied tot beschermde natuurgebieden of gebieden die behoren tot een ecologische verbindingszone en wordt getoetst of de geplande activiteiten mogelijk een negatief effect kunnen hebben op deze beschermde natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing noodzakelijk is/zijn.

4.1

Natura 2000-gebieden

Het Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ bevindt zich op circa 1,8 km afstand ten noordoosten/oosten van het plangebied, zie figuur 4.1. Het Natura 2000-gebied ‘Haringvliet’ is gelegen op circa 5,7 km afstand van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand.

Figuur 4.1. Positie van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden.

Het Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ is onderdeel van de delta van de grote rivieren Rijn en Maas. Het staat onder invloed van de getijden is het enige nog resterende zoetwatergetijdengebied in Nederland. Het gebied is van internationaal belang vanwege de uitgestrekte wilgenbossen, droogvallende slikken en riet- en biezenvelden. Het Natura 2000-gebied ‘Haringvliet’ vormt nu een groot zoetwaterbekken, dat alleen via Spui, Oude Maas en Nieuwe Waterweg nog in verbinding staat met de Noordzee. Aan de oevers van VoornePutten, de Hoeksche Waard en Goeree-Overflakkee bestaat het landschap uit grasgorzen, riet- en biezenvelden, begroeide en onbegroeide zand- en slikplaten grenzend aan het open water. Een deel van de rietlanden en zilte gorzen is door begrazing omgevormd in grasland van brakke bodem (zilverschoonverbond), terwijl onbegraasde delen zich ontwikkeld hebben tot riet, brakke ruigte en struweel. Negatieve effecten door de geplande ontwikkeling worden door de afstand en de tussenliggende infrastructuur uitgesloten. Nader onderzoek in het kader van gebiedsbescherming is niet noodzakelijk.

20136/AQT301FF/EvD Definitieve rapportage 8 januari 2021

11

Stikstofdepositie Stikstofdepositie is de hoeveelheid stikstof, die in de vorm van NOX (stikstofoxiden) of NH3 (ammoniak), neerdaalt op de bodem. Verschillende bronnen, zoals bouwwerktuigen, verkeer en mest, hebben een stikstofuitstoot. In Nederland is in 118 van de 161 Natura 2000-gebieden, de stikstofdepositie hoger bevonden dan ten minste één habitat of soort kan verdragen. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming vergunning1. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Voornes Duin’ bevat stikstofgevoelige habitatten en ligt op ongeveer 15,5 kilometer afstand. Bij de bouw van bijvoorbeeld 100 - 250 woningen is er op een afstand van 10 kilometer een stikstofdepositie van 0,01 mol/ha/jaar te verwachten2,3. In vergelijking met de bouwplannen van de gemeente Nissewaard is in de bouwfase en de gebruiksfase op een afstand van 15,5 kilometer geen stikstofdepositie te verwachten door het project. Hierbij wordt tevens aangenomen dat het project over een periode van drie tot vier jaar gerealiseerd zal worden in fasen. Een stikstofdepositieberekening ten behoeve van de beoogde werkzaamheden is volgens Aqua-Terra Nova niet noodzakelijk.

4.2

Ecologische verbindingszones

Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)4, zie figuur 4.2. Het plangebied bevindt zich op circa 250 meter van een natuurgebied het Mallebos dat deel uitmaakt van het NNN. Het betreft hier een bosgebied met waterpartijen ten zuidwesten van het plangebied. Het NNN kent geen externe werking. Negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Nadere toetsing in het kader van de Wet Natuurbescherming is niet noodzakelijk.

Figuur 4.2. Positie van het plangebied ten opzichte van het NNN.

20136/AQT301FF/EvD Definitieve rapportage 8 januari 2021

12

5

RESULTATEN SOORTBESCHERMING In dit hoofdstuk worden eventuele effecten van de geplande werkzaamheden op aanwezige natuurwaarden uitgewerkt. Daarnaast wordt antwoord gegeven op de vraag of, en zo ja, in welke mate beschermde plant- en diersoorten, beschermd door de Wet natuurbescherming, door de beoogde activiteiten kunnen worden geschaad. Indien er schade op kan treden, dan wordt aangegeven of hiervoor aanvullende maatregelen en/of een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is/zijn. In onderstaande resultatenoverzicht is een onderscheid gemaakt tussen de bospercelen en de delen van het plangebied waarin gebouwen staan.

5.1

Vaatplanten

Alle strikt beschermde vaatplanten en hun standplaats zijn beschermd. Veel beschermde vaatplanten zijn te vinden in specifieke habitats in natuurgebieden, maar sommige soorten kunnen in een stedelijke omgeving voorkomen. Hierbij gaat het vaak over muur- en kadeplanten.

Bospercelen

De bospercelen zijn tijdens het uitvoeren van het oriënterend veldbezoek gecontroleerd op mogelijk aanwezige beschermde vaatplanten. Deze zijn niet aangetroffen. De volgende soorten zijn wel aangetroffen in de bospercelen: knotwilg, els, populier, vlier, brandnetel, braam spec., klimop, esdoorn, es, zomereik, iep, meidoorn, rode kornoelje, wilde liguster, sleedoorn, rijsbes, gele kornoelje, rozenbottel, kruipende boterbloem, fluitenkruid en hondsdraf. In de bospercelen kunnen orchideeën voorkomen zoals brede wespenorchis. Deze soort is sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd onder de Wet natuurbescherming. Zowel op basis van verspreidingsgegevens als ook de stedelijke ligging van het plangebied, worden beschermde vaatplanten niet verwacht5. De aanwezigheid van beschermde flora kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.

Gebouwde omgeving

De schoolgebouwen en hun terrein zijn tijdens het uitvoeren van het oriënterend veldbezoek gecontroleerd op mogelijk aanwezige beschermde vaatplanten. Deze zijn niet aangetroffen. De volgende soorten zijn wel aangetroffen: knotwilg, treurwilg, berk, paardenkastanje, tamme kastanje, hazelaar en meidoorn. Rond het Penta College Rietvelden was veel ruimte voor groen en stonden er veel gecultiveerde plantensoorten. Ten tijde van het veldbezoek was groenbeheer bladeren aan het wegblazen met een bladblazer. Rond de schoolgebouwen van My college was weinig groen aanwezig. Enkel langs de gymzaal waren diverse gecultiveerde bomen en struiken aangeplant. Praktijk College Spijkenisse en Praktijkschool de Sluis beschikken over een moestuin en een kas op hun terrein. Ten tijde van het veldbezoek waren leerlingen hier aan het werk. De muren van de gebouwen zijn niet geschikt als ondergrond voor beschermde muurplanten. Zowel op basis van verspreidingsgegevens als ook de stedelijke ligging van het plangebied, worden beschermde vaatplanten niet verwacht5. De aanwezigheid van beschermde flora kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten.

5.2

5.2.1

Vogels

Alle broedende vogels, hun broedplaatsen en de functionele leefomgeving van de broedplaatsen zijn beschermd. Daarnaast zijn rust- en verblijfplaatsen én de functionele omgeving van een aantal vogelsoorten jaarrond beschermd1. In het plangebied worden broedende vogels verwacht, zowel jaarrond beschermde vogels, vogelsoorten uit de categorie 5 en algemeen voorkomende vogels.

Jaarrond beschermde vogels Op voorhand kon niet uitgesloten worden dat de bomen in de bospercelen geschikt zijn voor verblijfplaatsen van uilen en/of roofvogels. Tijdens het veldbezoek is er in de bomen gezocht naar oude nesten. Er zijn op verschillende plaatsen nesten in de bospercelen en omliggende groenstructuren aangetroffen. Er zijn geen grote zichtbare nesten aangetroffen in grote hoge bomen. Het ging voornamelijk om kleinere nesten in lager gelegen bosschages of in elzen of treurwilgen. Buizerd heeft vaak een groot nest in de vork van een grote boom. Dit noemen we een horst. Het buizerdpaar heeft vaak meerdere horsten in een territorium. Daarnaast verkiest een buizerd de nestlocatie op een plaats waar er weinig verstoring is en deze nabij geschikt jachtgebied ligt. Voor de buizerd is dat open polderlandschap, waar hij voornamelijk jaagt op woelmuizen en ware muizen. Tijdens het veldbezoek is een overvliegende buizerd waargenomen, die achternagezeten werd door kauwen en eksters. Het plangebied is niet geschikt als territorium voor buizerd, omdat er geen geschikte nestlocaties gevonden zijn en het niet gunstig gelegen is ten opzichte van jachtgebied. Deze aanwezigheid van deze soort en zijn nestplaats binnen het plangebied kan redelijkerwijs uitgesloten worden.

20136/AQT301FF/EvD Definitieve rapportage 8 januari 2021

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11738178/2