CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen 2 Nissewaard-VVE-Beleid-2021-2026

Gemeenteraad 23 februari 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Gemeentelijk Onderwijskansenbeleid8.865 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VVE-beleid gemeente Nissewaard < 2021-2026

<

<

Inhoud

<

1

Inleiding

5

Gemeentelijk beleid voorschoolse en vroegschoolse educati

2

Huidige stand van zaken en kaders

6

Overdracht en doorgaande lijn

3

Visie op VVE-beleid

7

Opbrengsten VVE in beeld: Resultaatafspraken VVE

4

Beleid start VVE: Doelgroepdefinitie en toeleiding

8

Samenwerking en structuur VVE

Juli 2021 © Copyright 2021 Gemeente Nissewaard

<

1 <

<

4

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Inleiding VVE staat voor voor- en vroegschoolse educatie. Directe aanleiding voor de herijking van het VVE-beleid betreft de constatering van de Onderwijsinspectie dat de gemeente Nissewaard meer regie kan voeren op het VVE-beleid. Betrokken partijen (kinderopvang en onderwijs) hebben in gesprekken hun ambities en wensen kenbaar gemaakt voor dit nieuwe VVE-beleid. Het conceptdocument is 14 juli 2021 besproken met alle betrokkenen.

<

<

5

2 <

<

6

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Huidige stand van zaken en kaders 2.1 Wat is VVE Voorschoolse Educatie (VE) is stimulering van de brede ontwikkeling met focus op taalontwikkeling van peuters (2- 4 jaar) en valt onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. VVE-peuters gaan meer dagdelen naar de peuteropvang dan niet-VVE-peuters. Als er VVE-peuters op een groep aanwezig zijn, moet er gewerkt worden met een VVE-programma en worden er hogere eisen gesteld aan de pedagogisch medewerksters die voor de groep staan. De Onderwijsinspectie en GGD controleren of VVE-peuters een rijk taalaanbod krijgen. Vroegschoolse Educatie is stimulering van de brede ontwikkeling met focus op taalontwikkeling bij kleuters (4-6 jaar) en valt onder de verantwoordelijkheid van het onderwijs. Het onderwijs mag Vroegschoolse Educatie naar eigen inzicht inrichten. De Onderwijsinspectie controleert of VVE-kleuters een rijk taalaanbod krijgen en of het om een beredeneerd aanbod gaat. De jeugdgezondheidszorg indiceert jonge kinderen met (risico) op taalachterstand. Jaarlijks ontvangen nu circa 208 kinderen in gemeente Nissewaard deze indicatie. De inschatting is dat door de verbreding van de doegroepdefinitie over een periode van 2 jaar het aantal 2-4-jarigen met een indicatie op (mogelijke) taalachterstand zal toenemen.

<

2.2 Peutervoorzieningen in Nissewaard In de gemeente Nissewaard zijn anno 2021 ongeveer 1.750 peuters in de leeftijdsgroep 2 tot 4 jaar. Het betreft ongeveer 1.500 peuters zonder een VVE-indicatie en circa 260 peuters met een VVE-indicatie (17% van totaal aantal peuters). De gemeente Nissewaard werkt voor het verzorgen van peuteropvang en VE samen met 6 verschillende organisaties die in totaal op 25 locaties een VE-aanbod verzorgen. Hieronder worden alle VE-locaties weergegeven in de gemeente Nissewaard die vanaf 1 juni 2021 een aanbod hebben. Tabel 1

Overzicht van de VE-locaties

Naam houder

Locaties VVE

Kern(en)

Partou (14)

Balou, Donderkopjes, Hommeltje, Kaboutertjes,

Spijkenisse

Kleine Reus, Waterwiebels, Cosykids, Flierefluiters, Hummelhonk, Woeste Willem, Dikkie Dik, Jip en Janneke, Kleine Beer, Waterwiebels Klein maar Dapper (4)

Maaswijk, Schenkel, Vriesland, Vogelenzang

Spijkenisse

RDV Kids (1)

Speelboot

Spijkenisse

SKNissewaard (3)

Vliegerdt, Kinderkresj, Klein Nibbeland

Abbenbroek, Heenvliet, Zuidland

Kinderkoepel (2)

Heenvliet, Zuidland

Heenvliet, Zuidland

Mundo (1)

Kickerhoff

Spijkenisse

7

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

2.3 Huidige en nieuwe landelijke kaders VVE en recente ontwikkelingen De gemeente en haar partners hebben te maken met landelijke kaders, wet- en regelgeving. Veranderingen en (tijdelijke) wijzigingen van de landelijke kaders, wet- en regelgeving kan (tijdelijk) gevolgen hebben voor het VVE-beleid en de uitvoering hiervan door de diverse partners. Dit kan betekenen dat het beleid tussentijds aangepast moet worden. Voor de komende beleidsperiode zijn er een aantal landelijke ontwikkelingen waar de gemeente Nissewaard rekening mee moet houden in de vormgeving van VVE-beleid vanaf 2021:

1. Gemeentelijk VVE-beleid (WPO 167) De gemeenten zijn regievoerder voor VVE in hun gemeente. Dit betekent allereerst het formuleren van helder vve-beleid vanuit de gemeente met duidelijke ambities en concrete doelen. Daarnaast vraagt het om voldoende sturing en coördinatie vanuit de gemeente om VVE tot stand te brengen en te borgen in de gemeente, gericht op de volgende onderdelen: definitie doelgroepkind, bereik, toeleiding, doorgaande-lijnresultaten, VVE-coordinatie op gemeentelijk niveau.

2. OAB kader 2021-2026 In het kader van het OAB (onderwijsachterstandsbeleid) ontvangt de gemeente middelen van het Rijk om achterstanden te voorkomen door vroegtijdig Voorschoolse Educatie te organiseren en mogelijk (op basis van lokaal beleid) andere interventies in te zetten. Het Rijk heeft per 1 januari 2019 de verdeelsleutel van de OAB-middelen herzien en in een periode van 4 jaar zal iedere gemeente toegroeien naar een nieuw OAB-budget. Voor het jaar 2020 ontving de gemeente Nissewaard ruim € 3,2 miljoen aan OAB-middelen, in 2021 is dit gestegen dit naar bijna € 3,5 miljoen. Naar verwachting stijgt dit naar circa € 3,5-3,6 miljoen in 2022. Na 2022 vindt er herijking plaats, signalen duiden op geen grote wijzigingen en dus durven we met enige voorzichtigheid vast te stellen dat we ook in de jaren 2023-2026 circa € 3,5 miljoen aan OAB-middelen per jaar zullen gaan ontvangen.

3. 960 uur aanbod Voorschools vanaf 2020 en VVE-coach/beleidsmedewerker vanaf 2022

<

Het Rijk stelt dat er twee factoren van belang zijn voor effectieve Voorschoolse Educatie bij doelgroeppeuters. Ten eerste de kwaliteit van de Voorschoolse Educatie en ten tweede de intensiteit van het aanbod. De kwaliteit van Voorschoolse Educatie wordt vanuit het Rijk via aanvullende landelijke eisen met enige regelmaat aangescherpt en zal vanaf 2022 een verdere impuls krijgen door de verplichte aanstelling van een pbm’er op een VVE-groep. Ten aanzien van de intensiteit van het aanbod geldt tot en met juli 2020 dat een voorschools aanbod minimaal 10 uur per week is. Dit is vanaf 1 augustus 2020 opgehoogd naar gemiddeld 16 uur per week.

4. Gevolgen corona-uitbraak en Nationaal Programma Onderwijs Maart 2020 brak de coronacrisis uit in Nederland. Kinderopvang en scholen moesten bijna 2 maanden volledig dicht, later in het jaar volgde een tweede sluiting van de kinderopvang en scholen. Thuiseducatie/onderwijs werd snel als alternatief georganiseerd. Snel kwamen er signalen dat juist kinderen uit lage sociaal economische milieus hierdoor verdere ontwikkelachterstand opliepen. Immers hebben zij in de (thuis)omgeving een beperkte educatieve stimulering, sociaal-emotionele ondersteuning of geen/minder toegang tot digitale leermiddelen. Deze achterstand bleek snel uit landelijke en internationale studies1. In de gemeente Nissewaard is daarom in de tweede lock down besloten dat doelgroepkinderen in de voorschool vanaf 3,5 jaar weer naar de voorschool konden om zo een goede overgang naar het basisonderwijs te kunnen krijgen en om nog ontwikkelwinst te behalen. De verwachting is dat door de lock down het onvoorspelbaar is wat VVE-kinderen nog kunnen inhalen zowel op de voorschool als in de vroegschool qua achterstanden in de resterende tijd. Hier wordt dan ook extra aandacht aan besteed. Naast de gevolgen voor de kinderen die al op de VVE-groep zaten had de corona ook impact voor kinderen die geïndiceerd moesten worden door de Jeugdgezondheidszorg.

Door de corona moest er een andere manier gevonden worden om te kunnen indiceren (telefonisch/beeldcontact, peuterconsult) waardoor kinderen soms pas later geïndiceerd werden en door de sluiting van de voorschool ook pas later op de VE-groep konden beginnen. Komende twee jaar zullen hiervan de effecten nog zichtbaarder worden.

1

zie o.a.: https://goab.eu/pathtoimg.php?image=Actueel/factsheet02_nco_leerlingkenmerken_def.pdf

8

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Om de achterstanden voor alle leerlingen door de coronabeperkingen in te lopen, werd februari 2021 het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) gelanceerd. De gemeenten spelen een belangrijke rol bij het NPO – zij kunnen alle uitvoerende partijen verbinden zodat de kinderen worden ondersteund op meer dan alleen hun cognitieve ontwikkeling. VVE-partners in Nederland staan de komende tijd voor een dubbele uitdaging aangaande het wegwerken van ontwikkel­achterstand. Te weten in de breedte het wegwerken van de opgelopen achterstanden als gevolg van de coronabeperkingen.

Nieuw kabinet, nieuwe OAB-periode Dit beleidsdocument bestrijkt de periode 2021-2026, zodat we een meerjarige focus hebben. Er is een nieuw kabinet in de maak en verder loopt eind 2022 deze GOAB-periode af en start de nieuwe GOAB-periode 2023-2026. Experts verwachten geen rigoureuze aanpassingen in het OAB voor de komende 5 jaren. Mochten zich alsnog nieuwe ontwikkelingen voordoen, maken we een aanvulling op dit beleidskader.

<

<

9

3 <

<

10

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Visie op VVE-beleid Gezamenlijk zijn wij, de voorschool, vroegschool en gemeente Nissewaard, gestart met het benoemen vanuit welk vertrekpunt wij VVE-beleid opstellen en met elkaar gaan uitvoeren. Onderstaande visie geldt als een meerjarenuitgangspunt van waaruit de partners samenwerken. De partners zetten zich gezamenlijk hiervoor in en delen de verantwoordelijkheid om deze visie te verwezenlijken.

De gezamenlijke gedeelde visie luidt: De VVE-partners in Nissewaard geven jonge kinderen de beste kansen om zich te kunnen ontplooien en ontwikkelen zodat hun start in het onderwijs en de maatschappij zo goed mogelijk is. In de eerste zes jaar maakt het kind de grootste ontwikkeling door. Dit is dan ook hét moment om preventief in te zetten op de taalontwikkeling. Door het stimuleren van de taalontwikkeling en verminderen van taalachterstanden worden de ontwikkelingskansen van jonge kinderen vergroot. In deze visie staat het jonge kind centraal. Uit onderzoek blijkt dat investeren op jonge leeftijd loont (Cattan, Crawford & Dearden, 2014)2. Uit recente gesprekken tussen VVE-partners en uit cijfers hebben we een goed beeld verkregen wat we al goed doen en wat verbeterd kan worden in Nissewaard. Goed zijn de korte, onderlinge lijnen en de wil om samen de beste randvoorwaarden te creëren voor jonge kinderen. Een verbeterslag is te maken rond het bereik en rond de inhoudelijke doorgaande lijn. Hierbij is het goed dat we een gezamenlijk doel benoemd hebben: bij alle doelgroeppeuters zo mogelijk

<

een achterstand voorkomen of een achterstand te verkleinen. Hierdoor kunnen alle jonge kinderen zo goed mogelijk voorbereid en met eerlijke kansen starten op de basisschool/groep 3. De gemeente Nissewaard zet met het VVE-beleid dus in op het voorkomen en bestrijden van taalachterstanden. VVE-beleid maakt onderdeel uit van een integraal beleid voor het jonge kind. Immers door peuteropvang en VVE komen professionals in aanraking met jonge kinderen en hun ouders. Hierdoor zijn er tal van mogelijkheden om andere beleidsmatige speerpunten te koppelen, zoals jeugdzorg, ontwikkeling van integrale maatschappelijke centra, armoedebestrijding of aanpak laaggeletterdheid. Voor VVE betekent dit dat voor ieder doelgroepkind gekeken dient te worden of er alleen een taalprobleem is of dat er ook andere problematieken spelen bij het kind/in het gezin. Professionals die deze kinderen en hun ouders regelmatig zien, hebben een belangrijke signalerende taak hierin. Daarnaast is een goede (warme) overdracht en goede vroegtijdige communicatie tussen voorschoolse en vroegschoolse partners essentieel om het best passende educatie/onderwijs/zorgaanbod voor kinderen te bieden. Samenwerking en afstemming tussen peuter- en kinderopvang en onderwijs is hierdoor enorm belangrijk. Verder vinden de partners het van groot belang om ouders te ondersteunen bij de (taal)ontwikkeling van hun kind.

Voor het VVE-beleid vraagt dit om aandacht voor ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap met ouders.

2 Presentatie van dr. Paul Leseman (https://www.enschede.nl/sites/default/files/Paul%20Leseman%20-%20keynote%20 Enschede%2014%20februari%202118.pdf) en een artikel van Cattan, Crawford en Dearden (https://www.ifs.org.uk/uploads/ publications/comms/R99.pdf)

11

<

4 <

<

12

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Beleid start VVE: Doelgroepdefinitie en toeleiding Dit hoofdstuk beschrijft wat we gezamenlijk doen om ervoor te zorgen, dat de juiste peuters bij een VE-locatie komen. Dit bestaat uit drie onderdelen: 1. Bepalen welke jonge kinderen in aanmerking komen voor VVE: de doelgroepdefinitie VVE; 2. Bepalen wie de indicatiestelling verzorgt; 3. De toeleiding naar VVE: welke inzet wordt door wie gedaan om ouders te overtuigen om hun VVE-kind naar een VE-locatie toe te laten gaan.

4.1 Doelgroepdefinitie VVE In goed overleg hebben we begin 2021 met elkaar de doelgroepdefinitie VVE geherformuleerd. Deze luidt nu:

<

<

Doelgroepdefinitie VVE: 1. Kinderen met een risico op spraak/taalachterstand. 2. Kinderen met een geconstateerde spraak/taalachterstand. 3. Kinderen met een (risico op) spraak/taalachterstand in combinatie met een zwakke sociaal-emotionele ontwikkeling.

Toelichting begrip ‘risico’ op spraak/taalachterstand De gemeente Nissewaard vindt het belangrijk dat het kind centraal staat in de beoordeling voor het afgeven van de VVE-indicatie. Daarbij vertrouwt de gemeente Nissewaard op de deskundigheid en expertise van de Jeugdgezondheidszorg CJG Rijnmond in het afgeven van de VVE-indicatie. De gemeente Nissewaard laat dan ook de beoordeling of het kind een mogelijk risico loopt bij de Jeugdgezondheidszorg. Er worden dan ook in deze doelgroep definitie geen criteria opgenomen waarop kinderen die een mogelijk risico lopen gescreend kunnen worden. De jeugdgezondheidszorg hanteert criteria bij het anticiperen welk kind een mogelijk risico kan lopen naast de beoordeling van de spraak/taalontwikkeling van het kind:

• Onvoldoende Nederlands taalaanbod in de thuissituatie; • De ouder of verzorgende heeft een laag opleidingsniveau (geen startkwalificatie: geen havo of ten minste mbo niveau 2). Vaststellen daadwerkelijke achterstand De jeugdgezondheidszorg bepaalt met behulp van JGZ richtlijnen of er bij een kind sprake is van of een risico loopt op een taal/spraakachterstand’. Vaststellen zwakke sociaal-emotionele ontwikkeling Voor het vaststellen van sociaal-emotionele achterstanden gebruikt de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) een passend onderzoek en observaties. Dit zijn eigen observaties of observaties van de kinderopvang die met behulp van het erkend ontwikkelingvolgsysteem zijn gemaakt waarbij gekeken wordt naar de SLO-doelen op sociaal-emotioneel gebied.

13

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Uitsluiting VVE bij ontwikkelstoornis Het kan zijn dat een peuter wel aan de criteria voor een VVE-indicatie voldoet, maar dat er hiernaast sprake is van een ontwikkelingsstoornis. In dat geval geeft JGZ geen indicatie af. Achterstand die veroorzaakt wordt door een ontwikkelingsstoornis vraagt andere en gespecialiseerdere ondersteuning/interventies dan het aanbod van VVE. De JGZ verwijst dan door naar passende ondersteuning en zorg. Wanneer er sprake is van een spraak/taalstoornis waarbij JGZ inschat dat VVE de ontwikkeling van het kind bevordert als onderdeel van het totale behandelplan kan er een uitzondering worden gemaakt.. Hierbij is de voorwaarde dat er een plan wordt opgesteld in overleg met bijvoorbeeld (voor) schoolmaatschappelijk werk, logopedie, jeugdzorg of kinderopvang. Tot slot wordt dit plan tijdens de deelname van het kind aan de VVE-groep met regelmaat geëvalueerd met de betrokken partijen voor het antwoord op de vraag of het nog steeds de juiste plek is voor het kind. De gemeente voert op dit moment het gesprek met de partners wie de regierol heeft in het opstellen en evalueren van dit plan.

4.2 Indicatiestelling In de gemeente Nissewaard is en blijft de JGZ de enige instantie die de indicatie voor VVE kan afgeven. De JGZ ziet nagenoeg alle kinderen tussen 0-2 jaar. Met name tijdens het geboorteconsult en het 14 maanden consult wordt onderzocht wat de risico’s zijn op een spraak-/taalachterstand. Met 14 maanden wordt vooral gekeken wat de ontwikkeling is van het kind qua taal, sociaal-emotioneel en motorisch. Bij risico of zorgen over de taal-/ spraakontwikkeling wordt er rond 24 maanden op basis van de JGZ richtlijnen bepaald of een kind een VVE indicatie krijgt. Dit wordt bij 24 maanden (of eerder tijdens een extra contactmoment) nogmaals gedaan. Op basis van de JGZ richtlijnen wordt bepaald of een kind een VVE indicatie krijgt. Over indicering en toeleiding zijn duidelijke afspraken gemaakt die periodiek worden geëvalueerd en gemonitord. Deze staan in bijlage 1.

<

Indien een voorschoolse organisatie na entree van een kind twijfelt of de juiste keuze is gemaakt door de JGZ, kan die een extra consult aanvragen bij de JGZ om na te gaan of het kind alsnog een VVE-indicatie kan krijgen.

Onze doelen voor 2021-2026 1. De jeugdgezondheidszorg streeft er naar om alle jeugdigen in beeld te hebben.

Wat gaan we doen 1. De jeugdgezondheidszorg indiceert welke kinderen tot de doelgroep behoren op basis van VVE-doelgroepdefinitie (ongeacht of een ouder wel of geen VVE-locatie wilt bezoeken).

4.3 Toeleiding en bereik Uit recente cijfers blijkt dat het bereik voorschoolse educatie in Nissewaard anno 2021 circa 60% is (155 van de 260 geïndiceerde peuters). Dit is onder het landelijke gemiddelde van circa 85-90%. Dit vraagt om aanscherping van ons toeleidingsbeleid. Ook moet er rekening worden gehouden dat de doelgroepdefinitie is verruimd en dat hierdoor het aantal geïndiceerde kinderen ook nog zal toenemen. De JGZ is de organisatie die de toeleiding naar de VVE verzorgt3. Ze hebben immers in beeld welke kinderen een VVEindicatie hebben en kunnen in gesprek gaan met hun ouders om hen te wijzen op de voordelen van opvang bij een VVE-locatie en waar zij dan terecht kunnen in hun buurt. Wanneer het kind is ingeschreven op de VVE-groep geeft de kinderopvang dit door aan de JGZ. De JGZ registreert dit en kan zo in de gaten houden of alle kinderen met een

3 CJG Rijnmond en gemeenten zijn bezig uniforme afspraken te maken over de VVE. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in taken die tot het basispakket behoren en taken die aanvullend door gemeenten worden ingekocht. ‘

14

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

VVE-indicatie aankomen op een VVE-locatie. Bij de indicatiestelling geven ouders toestemming voor het delen van gegevens tussen kinderopvang en JGZ. Na plaatsing in een VVE-groep neemt de VVE-locatie contact op met de jeugdverpleegkundige om te melden dat er is gestart met VVE. Dit geeft tevens de mogelijkheid inhoudelijke vragen en bijzonderheden m.b.t de ontwikkeling van het kind te delen. Dit kan alleen na toestemming van de ouders. Over de monitoring en rapportage van het bereik van VVE worden nog afspraken gemaakt.

Onze doelen 2021-2026 1. Bereik van minimaal 95% van alle VVE-geïndiceerde peuters in 2025 en verder. 2. Zicht op redenen van non-bereik van alle ouders van VVE-kinderen die geen voorschools aanbod afnemen.

Wat gaan we doen 1. DDe kinderopvang signaleert en de jeugdgezondheidszorg signaleert en indiceert doelgroepkinderen met een risico op of reeds bestaande taal/spraakachterstand naar VVE. Tevens zorgen de jeugdgezondheidszorg en de kinderopvang voor een sluitende toeleiding voor de doelgroepkinderen. 2. De jeugdgezondheidszorg verwijst zo vroeg mogelijk (liefst voor 2 jarige leeftijd) gezinnen en kinderen door naar de bestaande preventieve interventies en programma’s die vrij toegankelijk zijn binnen de gemeente. 3. Ieder kwartaal en jaarlijks monitoren wij het bereik voorschoolse educatie van alle VVE-kinderen. Hierbij is het streven zicht te krijgen op de redenen van het non-bereik.

<

<

15

5 <

<

16

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Gemeentelijk beleid voorschoolse en vroegschoolse educatie Dit hoofdstuk beschrijft het gemeentelijk beleid rond voorschoolse en vroegschoolse educatie. Gezamenlijke verantwoordelijk­ heid ervaren door alle partners voor het vormgeven van het voorschools en vroegschools educatie, is van belang om het gemeentelijke VVE-beleid te laten slagen. Zowel de kinderopvangorganisties als de scholen hebben hierin de hoofdrol waarbij de gemeente de regie voert. Echter zit er wel een verschil in relatie tussen de gemeente en de kinderopvang en de gemeente en het onderwijs. Zo heeft de gemeente met de kinderopvang een subsidierelatie waardoor directe sturing gegeven kan worden op invulling en organisatie van de voorschoolse educatie. Het onderwijs (schoolbesturen/scholen) is sinds 2006 in de lead voor de invulling en organisatie van de vroegschoolse educatie. Dit maakt dat het extra belangrijk is om tot goede onderlinge samenwerking en afstemming te komen. Zowel de kinderopvang als het onderwijs hebben uitgesproken te willen werken aan het VVE-beleid om tot afstemming en afspraken te komen. Dit hoofdstuk bevat de volgende onderdelen:

<

• • • • • • • • •

Keuze VVE-programma voorschoolse educatie Keuze kindvolgsysteem voorschoolse educatie Kwaliteit voorschoolse educatie Aanvullende lokale kwaliteits eisen voor- en vroegschoolse educatie Toezicht op kwaliteit voor- en vroegschoolse educatie Invulling 960 uur voorschoolse educatie VVE-coach op de VVE-groep voorschoolse educatie Ouderbetrokkenheid voor- en vroegschoolse educatie Zorg aan VVE-kinderen voor- en vroegschoolse educatie

5.1 Keuze VVE-programma voorschoolse educatie Het gemeentelijk beleid ten aanzien van de VVE-programma’s in Nissewaard is dat organisaties zo veel mogelijk werken met het VVE-programma Startblokken. Werkt een organisatie met een ander programma dan gaat de gemeente hierbij wel vanuit dat men een programma kiest dat opgenomen staat in de databank van het NJi met effectieve interventies, erkend als zijnde een integraal VVE-programma4. Ieder VVE-programma dient op minimaal 4 domeinen van de ontwikkeling van een jong kind te bevatten: taal, ontluikend rekenen, motoriek en sociaal emotionele ontwikkeling. In de VVE-programma’s zijn dus elementen ingebouwd om ieder VVE-kind een passend aanbod te doen. Deze verantwoordelijkheid ligt primair bij de VVE-aanbieders. Indien de VVEaanbieders merken dat het lastig is, een passend aanbod voor deze kinderen aan te bieden, signaleren zij dit in de Projectgroep OAB.

5.2 Keuze kindvolgsysteem voorschoolse educatie In de gemeente Nissewaard wordt zo veel mogelijk door de organisaties met het kindvolgsysteem Edumaps (OVM) gewerkt.

4

https://www.nji.nl/nl/Databank/Databank-Effectieve-Jeugdinterventies/Erkende-interventies?thema=VVE

17

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

5.3 Kwaliteit voorschoolse educatie Het gemeentelijk beleid is dat de landelijke kwaliteitseisen gevolgd dienen te worden. De landelijke kwaliteitseisen voor VE staan overzichtelijk weergegeven in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie5. De afgelopen jaren is een aantal nieuwe kwaliteitseisen opgenomen. Voor de volledigheid worden de belangrijkste eisen hieronder weergegeven, zodat de bestaande en nieuwe VVE-aanbieders weten waaraan zij moeten voldoen als ze VE-Peuteropvang of VE in kinderopvangsetting willen aanbieden. Opleidingsplan In het Besluit basisvoorwaarde kwaliteit voorschoolse educatie staat in artikel 4 lid 4 het volgende: ‘De houder van een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden, stelt jaarlijks voor elke locatie voorschoolse educatie een opleidingsplan vast dat in elk geval tot uitdrukking brengt op welke wijze de kennis en vaardigheden van de beroepskracht voorschoolse educatie met betrekking tot de kennis en vaardigheden, genoemd in het tweede lid, onder a tot en met e, worden onderhouden.

De houder geeft op concrete en toetsbare wijze uitvoering aan het opleidingsplan, evalueert het plan jaarlijks en stelt het plan aan de hand van de evaluatie zo nodig bij.’ Pedagogisch beleidsplan In het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie staat in artikel 4a het volgende: ‘De houder beschrijft in het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, op zo concreet en toetsbaar mogelijke wijze: a. de voor het kindercentrum kenmerkende visie op de voorschoolse educatie en de wijze waarop deze visie is te herkennen in het aanbod van activiteiten, b. de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling,

<

c. de wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd, d. de wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, e. het inrichten van een passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgd en het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie, en f.

de wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie.

De houder geeft uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat de onderwerpen van het eerste lid betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij.’ Opleidingseisen pm’ers in een VVE-groep In het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie staat op hoofdlijnen in artikel 4 het volgende:

• Lid 1: minimaal mbo-3 niveau • Lid 2: certificaat afgerond VVE-keuzedeel • Lid 3a: 3F taalniveau NB: er zijn geen harde eisen ten aanzien van nascholing in de wet. Echter, aanbieders van VVE-programma’s moeten om als erkende VVE-interventie opgenomen te zijn/blijven, waarborgen dat eens in de drie jaar de pm’er een bijscholing volgt in het gekozen VVE-programma. Daarmee wordt dit onderdeel door aanbieders van VVE-programma als verplicht onderdeel aangeboden. De gemeente Nissewaard vindt bijscholing van medewerkers belangrijk en wenst ook dat pm’ers minstens eens in de vijf jaar bijgeschoold worden. Dit is echter beleid van organisaties zelf of men dit in de praktijk ook toepast.

5

https://wetten.overheid.nl/BWBR0027961/2019-02-09

18

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Overige landelijke kwaliteitseisen We noemen hieronder kort een aantal andere landelijke kwaliteitseisen die al langer gelden, zodat helder is dat hieraan ook voldaan moet worden:

• De verhouding tussen het aantal beroepskrachten voorschoolse educatie en het feitelijk aantal aanwezige kinderen in een groep waaraan voorschoolse educatie wordt aangeboden, bedraagt ten minste één beroepskracht voorschoolse educatie per acht kinderen (artikel 3).

• Een groep kinderen waaraan voorschoolse educatie wordt aangeboden bestaat uit ten hoogste 16 feitelijk aanwezige kinderen (artikel 3).

• Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling (artikel 5).

5.4 Aanvullende lokale kwaliteitseisen voor voor- en vroegschoolse educatie De gemeente Nissewaard gaat vanaf 1 augustus 2021 de volgende eisen/afspraken opnemen voor voorschoolse en vroegschoolse educatie partners:

• • • •

Werken met een VVE-aanspreekpunt VVE-coach op de voorschool die VVE geschoold is per 1-1-’22 (zie gemeentelijke functie/taakomschrijving) Actieve deelname aan de LEA, OAB werkgroep en ROK bijeenkomsten Pedagogisch medewerkers en leerkrachten die werken met VVE-doelgroepkinderen hebben scholing gehad hoe men het meest effectief de taalontwikkeling kan stimuleren bij jonge kinderen.

• Ouders/verzorgers worden mondeling en schriftelijk geïnformeerd door de voorschoolse voorziening over het VE-programma en door de vroegschool over het beredeneerd aanbod en de doelen (resultaatgericht werken) die worden nagestreefd. De voorschool en de vroegschool betrekken ouders om deze doelen te behalen en de (educatieve)

<

ontwikkeling te stimuleren van het kind in de thuissituatie.

5.5 Toezicht op kwaliteit voor- en vroegschoolse educatie Het is van belang te monitoren of de voorschool en de vroegschool de gevraagde kwaliteit ook leveren. De GGD en Inspectie van het Onderwijs houden hier toezicht op en signaleren aan de gemeente op welke onderdelen organisaties achter blijven ten opzichte van de landelijke en lokale eisen. Daarnaast gaan we met elkaar de komende jaren de kwaliteitsdialoog VVE voeren in de LEA om met elkaar vast te stellen hoe goed de kwaliteit is en wat we hierbij kunnen verbeteren. In 2021 zal een nulmeting en kwaliteitsmeting worden uitgevoerd in de voorschool en vroegschool. De afspraken van doorgaande lijn (basisafspraken en richtlijnen zie bijlagen 3) zullen gemonitord worden door een jaarlijkse evaluatie van de VVE-aanspreekpunten en de input vanuit de ROK-overleggen. De resultaatafspraken (zie hoofdstuk 7 en bijlage 8) zullen jaarlijks gemonitord worden doordat de voor- en vroegschool de resultaten delen met de gemeente. In de LEA zal jaarlijks de kwaliteitsdialoog gevoerd worden. Dit jaarlijkse dialoog wordt vastgelegd en kan leiden tot conclusies ter verbetering of aanpassingen van het beleid. In grotere gemeenten wordt dit toezicht soms uitgebreid door bijvoorbeeld onderlinge visitaties of externe audits. Voor de gemeente Nissewaard achten wij dit niet nodig.

Indien VVE-organisaties belangstelling hebben om het toezicht uit te breiden, kunnen zij dit via de werkgroep OAB kenbaar maken.

19

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

5.6 Invulling 960 uur voorschoolse educatie In paragraaf 2.3 is gemeld dat er vanaf 1 augustus 2020 nieuwe eisen zijn over het aantal uur dat VVE-peuters voorschoolse educatie volgen. Dit is verhoogd naar minimaal 960 uur in 1,5 jaar tijd. In de gemeente Nissewaard zijn in 2020 op hoofdlijnen afspraken gemaakt hoe dit in de gemeente wordt ingevuld. Gezamenlijk zijn de volgende beleidsuitgangspunten opgesteld:

1. VVE-aanbod start vanaf 2 jaar Kinderopvangorganisaties binnen de gemeente Nissewaard bieden vanaf 2 jaar voorschoolse educatie. Voor het verplichte aanbod van 960 uur tellen alle gemaakte uren in de leeftijd 2-2,5 jaar niet mee. Voorschoolse educatie aan 2-2,5 jarigen van 320 uur wordt vergoed uit de GOAB-middelen. Voor doelgroepkinderen van 2 tot 2,5 jaar is het opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen de pedagogisch medewerker, de ouders en het kind het belangrijkste doel, naast het intensief werken aan de taalontwikkeling. Daarnaast is het doel om in deze periode in te zetten op de ouderbetrokkenheid bij het ontwikkelproces van het kind en de mogelijkheden om de educatieve ontwikkeling thuis voort te zetten.

2. VVE-aanbod vanaf 2,5 jaar Vanaf 2,5 tot 4 jaar dient er een aanbod te zijn van 960 uur vanaf 1 augustus 2021. Dit komt gemiddeld neer op een aanbod van 16 uur per week wanneer er 40 weken per jaar wordt aangeboden. De gemeente wil de aanbieders vrij laten om daarin de gewenste vorm te kiezen, met de kanttekening dat het in de basis gaat om peuteropvang met dagdelen van maximaal 6 uur. De gemeente stelt middelen beschikbaar om het VVE-aanbod te subsidiëren met een minimum van 960 uur. Voor het VVE-aanbod in kinderdagopvangsetting geldt dat kinderen minstens drie keer per week komen, omdat hierbij door het Rijk is bepaald dat maximaal 6 uren per dag mogen meetellen.

3. Verhouding VVE-uren met en zonder ouderbijdrage 50%-50% De verhouding van het aanbod voor VVE-uren met ouderbijdrage en VVE-uren zonder ouderbijdrage wordt vastgesteld

<

op 50%-50%. Bij een aanbod van 16 uur per week komt dat daarmee neer op 8 VVE-uren waar ouders een inkomens­ afhankelijke bijdrage voor betalen en 8 VVE-uren waar ouders geen ouderbijdrage voor betalen. Dit wordt dus losgekoppeld van dagdelen die kunnen variëren tussen 3 en 4 uur. We kiezen ervoor om 50% van de VVE-uren gratis beschikbaar te stellen om de financiële toegankelijkheid van VVE te verhogen. Bij de toepassing van de inkomensafhankelijke ouderbijdrage wordt er gebruik gemaakt van de circa 40 staffels van de tabel Kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Dit om een volledige harmonisatie van ouderbijdrage te hebben tussen ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag.

4. ‘no-show’ voorschoolse educatie De gemeente dient te voldoen aan de aanbodverplichting VVE van 960 uur in 1,5 jaar tijd. Het kan echter voorkomen dat VVE-peuters een contract hebben voor deze 960 uur, maar in werkelijkheid structureel een lager aantal uur per week/maand afnemen. Met de aanbieders is afgesproken dat zij in principe bekostigd worden voor 960 VVE-uren. Wanneer echter blijkt dat er wekelijks structureel minder uren afgenomen worden, zal de aanbieder hierover in gesprek gaan met de ouders. Bij structurele afwezigheid wordt aangenomen dat ook de aanbieder minder kosten hoeft te maken en worden die uren niet meer bekostigd. Dit gebeurt op basis van vertrouwen. De aanbieder dient hiervoor de eerste stap te zetten door contact te zoeken met de ouders. Dit heeft invloed op het bereik en de monitoring daarvan. Hier worden nog aanvullende afspraken over gemaakt tussen gemeente, aanbieders en JGZ. De afwezigheid van het kind kind wordt geregistreerd door de aanbieder en de JGZ, zodat er zicht wordt gehouden welke peuters een volledig aanbod afnemen en welke niet.

5.7 Voorbereiding VE-coach voorschoolse educatie In paragraaf 2.3 is vermeld dat vanaf 2022 verplicht een VVE-coach/beleidsmedewerker op de locatie moet staan. Het Rijk heeft de uitwerking hiervan op 15 oktober 2019 bekend gemaakt. De normering voor de inzet wordt 10 uren per ingeschreven VVE-doelgroeppeuter op 1 januari. De taken van de pbm’er zijn:

• Coachen van de pm’ers in de VE-groepen en/of • VE-beleid formuleren en implementeren in de organisatie/locatie.

20

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Sinds 1 januari 2019 is vanwege de Wet IKK de inzet van een pbm’er op iedere groep in de kinderopvang/peuteropvang verplicht gesteld, los van het gegeven of dit een VVE-groep is of niet. De kwalificatie-eis van de extra aan te stellen VE-coach in de VE-groep per 2022 is wettelijk vastgelegd. Voor VE-aanbieders zou de uitbreiding het eenvoudigst te realiseren zijn, als de bestaande pbm’er(s) een urenuitbreiding krijgt/krijgen vanaf 2022. Indien dit niet lukt, dient er extra personeel aangenomen te worden of bestaand personeel omgeschoold te worden. Het gemeentelijk standpunt voor de organisaties is om de afgesproken functie en taakinvulling te hanteren. Aanvullend op de wetgeving wordt als voorwaarde gesteld dat de VVE-coach ook VVE geschoold en gecertificeerd is. De gemeente gaat een extra subsidie vanaf 2022 beschikbaar stellen per VE-kind die 1 januari van het subsidiejaar staat ingeschreven.

5.8 Ouderbetrokkenheid voor- en vroegschoolse educatie Ouderbetrokkenheid bij de VVE is erg belangrijk. Immers actieve ouders die meedoen met de activiteiten van het VVE-programma van hun kind dragen enorm bij aan de (taal)ontwikkeling van hun kind. Het vraagstuk ligt voor of er één gemeentebreed initiatief/programma uitgerold moet worden om de ouderbetrokkenheid te stimuleren of dat het aan de voorschoolse en vroegschoolse partners zelf gelaten wordt om dit in te vullen. In paragraaf 5.3 is aangegeven dat het een wettelijk taak is voor de voorscholen om in het pedagogisch beleidsplan te beschrijven hoe de organisatie ouders betrekt. Het gemeentelijk standpunt luidt mede daarom dat er een gemeenschappelijk beleidsplan komt over de basis waarop de voorschool en vroegschool ouderbetrokkenheid invullen, hier zal door de werkgroep OAB nader onderzoek en invulling aan worden gegeven. Er zijn ouders die slecht Nederlands beheersen, voornamelijk omdat ze van origine niet Nederlands zijn. Er is een palet aan ondersteuning voor deze ouders, zoals scholing, Digi-taalhuis, Instapje en Opstapje. Ouderbetrokkenheid bij VVE voor deze

<

ouders is complex, omdat vaak de wil er wel is om betrokken te zijn, maar de mogelijkheden daartoe beperkt zijn. De gemeente staat open om breed gedragen succesvolle interventies met het veld te verkennen voor mogelijke invoering. Hoe beter de ouders de Nederlandse taal machtig zijn, des te beter dit is voor de taalontwikkeling van jonge kinderen in de thuisomgeving.

Doel: • Ouders/verzorgers zijn betrokken bij de ontwikkeling van het kind in de voor- en vroegschool en kunnen de educatieve ontwikkeling ook voortzetten in de thuissituatie.

Wat gaan we doen 1. Er wordt een gemeentelijk ouderbeleid ontwikkeld. 2. Ouders/verzorgers worden mondeling en schriftelijk geïnformeerd door de voorschoolse voorziening over het VE-programma en door de vroegschool over het beredeneerd aanbod en de doelen (resultaatgericht werken) die worden nagestreefd. 3. De voorschool en de vroegschool betrekken ouders om deze doelen te behalen en de (educatieve) ontwikkeling te stimuleren van het kind in de thuissituatie.

5.9 Zorg aan VVE-kinderen Sinds 2015 valt jeugdzorg onder de verantwoordelijkheid van gemeenten. Dit geldt dus ook voor zorg die geboden moet worden aan VVE-kinderen. Er is een mogelijk grijs gebied op het moment dat de zorgondersteuning taalbevorderende elementen bevat. Immers ondersteuning van een logopedist zou kunnen worden geïnterpreteerd als wegwerken van mogelijke onderwijsachterstanden en dus ligt dan de vraag voor of dit onder VVE-beleid valt of niet. Het Besluit basiskwaliteit voorschoolse educatie geeft echter voldoende richtlijnen om hierover duidelijkheid te verschaffen. Voorschoolse educatie moet worden aangeboden in een kindercentrum. Daarmee is logopedische ondersteuning dus geen onderdeel van het gemeentelijk VVE-beleid.

21

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

VVE heeft een rol als toegankelijk voorportaal voor de jeugdzorg. Door VVE komen organisaties laagdrempelig in contact met kwetsbare gezinnen. Dit biedt andere organisaties de mogelijkheid om signalen van (voor)scholen op te pikken en in de setting van de (voor)school in contact te komen met deze gezinnen. Alle signalen die VVE-professionals krijgen over een kind of het gezin zijn van groot belang ,om waar mogelijk en nodig te delen met andere zorgprofessionals. De intentie is uitgesproken om gezamenlijk een plan te ontwikkelen voor het opzetten van een voorschools ondersteuningsteam. Tot het moment dat dit plan klaar is zal er een tijdelijke pilot worden opgezet waarin onderzocht zal worden wat in ieder geval de basis moet zijn om met name te zorgen dat elk kind tijdig de juiste zorg krijgt al in de voorschool (vroegsignaleren en preventief werken) en hoe het kind op de meest passende plek het (regulier) onderwijs instroomt wanneer het kind niet zonder extra ondersteuning het regulier onderwijs in kan.

Doel: • Kinderen met extra zorgvragen krijgen tijdig passende zorg, een passende overdracht en stromen in op de meest passende onderwijsvorm.

Wat gaan we doen 1. Het samenwerkingsverband voor passend onderwijs geeft advies (zorg en onderwijs gerelateerd) en ondersteunt op de kinderopvang wanneer er twijfel is of een kind (zorgpeuter) zonder extra ondersteuning in het regulier basisonderwijs kan instromen of bij uitstroom naar het S(B)O en begeleidt het kind naar de juiste plek in het onderwijs. 2. De VE-coach heeft hier ook een belangrijke taak in het bewaken van doelen per kind en coaching/ intervisie aan de pedagogisch medewerkers op het gebied van kind ontwikkeling en pedagogisch/educatief handelen.

<

<

22

6 <

<

23

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Overdracht en doorgaande lijn In dit hoofdstuk bespreken wij het beleid om te zorgen dat de inspanningen van voorschoose educatie een goed vervolg krijgen tijdens de vroegschoolse educatie (groepen 1 en 2) van het basisonderwijs. Hierbij zijn twee onderdelen van belang:

• een goede en tijdige overdracht van de ontwikkeling van het VVE-doelgroepkind; • een inhoudelijke doorgaande lijn VVE: een inhoudelijke logisch vervolg van het aanbod aan/handelen richting peuters en kleuters.

6.1 Overdracht VVE-kinderen Er is duidelijk beleid opgesteld over de overdracht van VVE-kinderen. Dit beleid willen we de komende jaren continueren. Er vindt altijd een ‘warme’ overdracht plaats van de gegevens over het VVE-kind, oftewel de voor- en basisschool bespreken face to face met elkaar hoe het kind ervoor staat. Dit gesprek vindt plaats als het kind ongeveer 3 jaar en 9 maanden oud is. Alle voorscholen en vroegscholen zijn op de hoogte van dit uitgangspunt. De specifieke afspraken rondom de (warme) overdracht zijn te vinden in bijlagen 2, 3 en 4. In dit hoofdstuk willen we benadrukken dat een goede warme overdracht waarbij ieder in zijn/haar professionaliteit wordt

<

gewaardeerd van groot belang is voor een goede overgang van voorschool naar vroegschool. Zeker sinds de invoering van Passend onderwijs is het voor het onderwijs van groot belang te weten of een 4-jarig kind bij hen op school op de juiste plek is. Informatie vanuit de voorschool is enorm belangrijk om deze afweging goed te kunnen maken. Het is daarom in ieders belang dat er altijd een goede, warme overdracht plaatsvindt van VVE-kinderen. Voor de volledigheid melden we dat de warme overdracht rond 3 jaar en 8 maanden niet het enige moment is dat de ontwikkeling van peuters besproken wordt. Voor VVE-kinderen waarbij zorgen zijn over hun ontwikkeling, is afgesproken dat al eerder (intentie is uitgesproken voor 3 jaar en 3 maanden) met medeweten en/of samen met ouders dan de overdracht er een overleg plaatsvindt tussen de voorschool en het samenwerkingsverband met eventueel zorgpartijen zoals VSMW, SWV, JGZ of JOT (zie bijlage 2). De voorschool neemt het initiatief voor dit overleg. In dit overleg wordt de ontwikkeling van het betreffende kind besproken, wat bijdraagt aan een passend aanbod voor dit kind in zowel voorschool als toekomstige basisschool.

Onze doelen 2021-2026 1. De gegevens van 100% van de VVE-kinderen en zorgkinderen worden warm overgedragen. 2. De gegevens van 100% van de reguliere kinderen worden overgedragen.

6.2 Doorgaande lijn VVE De gemeente heeft wettelijk de taak goede afspraken met partners te maken over de doorgaande lijn VVE (WPO artikel 167 lid 1.a3). Zoals eerder in hoofdstuk 5 aangegeven zit er een verschil tussen de voorschoolse educatie en de vroegschoolse educatie. Ondanks dit verschil werken de partijen op een constructieve manier samen vanuit gelijkwaardigheid en erkenning van ieders professionaliteit. Door zowel de kinderopvang als het onderwijs is uitgesproken te willen werken aan het verstevigen van de doorgaande lijn voorschool-vroegschool. Hier zullen de VVE-aanspreekpunten vanuit gezamenlijkheid invulling aan geven.

24

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Beleidsmatig spreekt de gemeente uit dat er een sterke doorgaande lijn binnen VVE wenselijk is. De gemeente heeft in samenspraak met de partijen op dit punt enkele voor de doorgaande lijn versterkende afspraken geformuleerd (zie bijlagen 3). Dit zijn:

• Tussen de voorschool en de vroegschool is sprake van VVE-coördinatie door middel van een VVE-aanspreekpunt op de kinderopvanglocatie en een VVE-aanspreekpunt op de basisschool.

• De VVE-aanspreekpunten (voor- en vroegschool) geven met elkaar invulling aan de afstemming over de doorgaande lijn ((warme)overdracht, aanbod, pedagogisch klimaat, educatief handelen, ouderbetrokkenheid, zorg en begeleiding) met als doel een doorgaande ontwikkelingslijn te realiseren.

• Kinderopvang, school, samenwerkingsverband en jeugdgezondheidszorg zijn verbonden, versterken elkaar en werken samen op zowel inhoud als proces rondom het kind om de doorgaande leerlijn te garanderen.

• Door de betrokken partners worden activiteiten ontwikkeld om de samenwerking te vergroten en te versterken tussen voorschool en vroegschool.

• De kinderopvang en basisscholen betrekken -zoveel mogelijk gezamenlijk- ouders bij het VVE-aanbod/beredeneerd aanbod en geven stimuleren educatieve activiteiten mee voor in de thuisomgeving zodat hier ook een doorgaande lijn ontstaat (zie hoofdstuk 5.8).

• Themabijeenkomsten worden georganiseerd door de gemeente voor iedereen die met VVE-doelgroepkinderen werkt in de gemeente Nissewaard. Deze themabijeenkomsten sluiten aan op de onderwerpen waar een verdiepingsslag op gemaakt kan worden gebaseerd op de evaluatie en monitoring. Verder is afgesproken dat voorscholen en vroegscholen ouders actief betrekken. Dit hebben we als volgt afgesproken: 1. Ouders/verzorgers worden mondeling en schriftelijk geïnformeerd door de voorschoolse voorziening over het VE-programma en door de vroegschool over het beredeneerdaanbod en de doelen (resultaatgericht werken) die worden nagestreefd.

<

2. De voorschool en de vroegschool betrekken ouders om deze doelen te behalen en de (educatieve) ontwikkeling te stimuleren van het kind in de thuissituatie. We zien de komende jaren dat de doorgaande lijn verstrekt kan en moet worden. We hebben hierbij een groeimodel voor ogen die bestaat uit drie fasen. We ondersteunen alle VVE-partners om de volgende fase met elkaar te bereiken. De drie fasen zijn:

• Fase 1: basis (wat minimaal verwacht mag worden), • Fase 2: gevorderd (een stap verder in de ontwikkeling van de doorgaande lijn) • Fase 3: droomscenario (wat het beste zou zijn voor het kind, maar lastig te realiseren is)

Doelen 2021-2026 1. Alle voorscholen hebben een sterke doorgaande lijn met de vroegschool.

Wat gaan we doen? 1. De VVE-aanspreekpunten worden aangesteld in zowel de voorschool als de vroegschool. 2. De VVE-aanspreekpunten geven nadere invulling aan de basisafspraken en de richtlijnen doorgaande lijn (zie bijlage 2, 5 en 6). 3. Het groeimodel doorgaande lijn wordt ontwikkeld.

25

<

7 <

<

26

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Opbrengsten VVE in beeld: Resultaatafspraken VVE De gemeente en schoolbesturen zijn wettelijk verplicht om met elkaar afspraken te maken over wat vroegschoolse educatie oplevert op het niveau van kinderen (WPO artikel 167 lid 1b). Dit worden de resultaatafspraken VVE genoemd. In dit hoofdstuk staan de nieuwe Resultaatafspraken VVE. Hierbij hebben we in het verleden gezamenlijk besloten dat ook de voorschoolse sector meedoet en deze keuze trekken we door in de komende beleidsperiode. Scholen, locaties peuteropvang en kinderopvang en de gemeente maken gezamenlijk afspraken over wat de resultaten van VVE zouden moeten zijn. Het delen van ervaringen, inzichten en expertise tussen de betrokken instanties staan hierbij centraal. Het doel van deze dialoog is om gezamenlijk een goed beeld te krijgen hoe de voorschool en vroegschool ervoor staat en welke mogelijke verklaringen hiervoor te geven zijn, maar vooral om met elkaar te bepalen welke consequenties dit zou moeten hebben voor uitvoering of beleid. Deze dialoog zal op verschillende niveaus gevoerd worden: op schoolbestuurlijk-/organisatieniveau, tussen voorschool en vroegschool en tenslotte tussen gemeente en VVE-partners (onderdeel van de kwaliteitsdialoog in de LEA). Bij het meten van de resultaatafspraken VVE staat het begrip taalachterstand centraal.

We formuleren hieronder wat wij hieronder verstaan in het kader van onze resultaatafspraken6.

<

<

Taalachterstand Taalachterstand is een achterstand die op het taaldomein door middel van een observatiesysteem vastgesteld wordt aan de hand van de norm van het desbetreffende systeem.

Nieuwe resultaatafspraken VVE In de gemeente Nissewaard streven we ernaar om ieder kind dat bij aanvang een taalachterstand heeft, een extra groei in ontwikkeling te laten doormaken afgezet tegen de leeftijdgroei. Echter, we weten dat dit streven naar waarschijnlijkheid niet gehaald wordt. Metingen bij andere gemeenten (o.a in Waalwijk, Heusden, Maassluis, Rucphen en Halderberge) geven een beeld dat momenteel bij circa 60% van peuters en kleuters met een taalachterstand een bovengemiddelde groei gehaald wordt. Van kinderen die met een taalachterstand binnenkomen, wordt verwacht dat ze dus een bovengemiddelde groei ontwikkeling doormaken in taal. In de gemiddelde groei is de groei die kinderen die normaal/veel met taal (met name ook thuis) in aanraking komen ook meegenomen. De kinderen met een taalachterstand dienen dus, terwijl er veelal (thuis) weinig taalstimulering plaatsvindt, een sterkere taalgroei door te maken dan deze gemiddelde groei. We hebben goed gekeken naar deze opbrengsten en hoe de eerdergenoemde gemeenten hun resultaatafspraken hebben geformuleerd. Deze afspraken nemen we over, en luiden dus:

De voorschoolse VVE-sector 1. Bij minstens 80% van de peuters met een VVE-indicatie die met een taalachterstand instromen op de voorschool, is deze achterstand op het domein taal bij uitstroom uit de voorschool afgenomen met minimaal 10%. 2. Bij 100% van de peuters met een VVE-indicatie die een risico lopen op een taalachterstand bij de instroom op de voorschool, maar bij instroom nog geen taalachterstand hebben, is geen achterstand op het domein taal bij uitstroom uit de voorschool.

6

Dit staat los van de doelgroepdefinitie VVE, die voorafgaand aan VVE aan kinderen wordt gegeven.

27

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

De vroegschoolse VVE-sector 1. Bij minstens 80% van de kleuters die met een taalachterstand instromen in groep 1, is deze achterstand op het domein taal eind groep 2 afgenomen met minimaal 10%. 2. Bij 100% van de kleuters met een VVE-indicatie die met een risico op een taalachterstand instromen in groep 1, maar bij instroom nog geen taalachterstand meer hebben, is geen achterstand op het domein taal bij uitstroom uit naar groep 3. Deze resultaatafspraken gelden niet voor kinderen die een VVE-indicatie hebben die te maken hebben met een aantoonbare taal- en of spraakstoornis7. Bij deze kwantitatieve resultaatafspraken is ervoor gekozen om het kind centraal te stellen en dus uit te gaan van de eigen ontwikkelingsgroei van het kind. Tevens focussen deze afspraken op de taal-/spraakontwikkeling van het kind. Daarom gaat het bij deze afspraken om afname van de achterstand, gemeten op de eigen ontwikkelingsgroei op het gebied van taal/spraakontwikkeling van een kind met de ambitie om ten minste 10% extra achterstand in te halen. Voor zowel de voorschool als de vroegschool is het belangrijk om de uitkomsten (gemeten d.m.v. observaties en kindvolgsysteem) te verbinden aan vervolgacties voor in de groep of op de locatie. De uitkomsten zijn dan ook niet bedoeld als afrekeningsmodel maar om zicht te krijgen hoe de VVE in de gemeente Nissewaard kan worden doorontwikkeld.

De wijze waarop dit gemeten en besproken wordt, is in de werkgroep OAB verder uitgewerkt en is apart gedocumenteerd.

Wat gaan we doen 1. In het schooljaar 2020-2021 zal een nulmeting en kwaliteitsmeting op VVE worden uitgevoerd. Deze meting zal jaarlijks worden herhaald. 2. Jaarlijks wordt een kwaliteitsdialoog VVE georganiseerd in de Lokale Educatieve Agenda (LEA).

<

3. In het ROK-overleg (regionaal overleg Kindkracht) is het onderwerp Jonge Kind een vast onderwerp op de jaaragenda (minimaal 2x per jaar) waarbij VVE (voortgang, samenwerking, doorgaande lijn) een vast onderdeel is, de kinderopvang deelneemt en minimaal 1x per jaar ook het CJG. 4. Jaarlijks geven kinderopvangorganisaties en schoolbesturen door aan de gemeente welke ontwikkeling de VVEdoelgroepkinderen hebben doorgemaakt: groei gelijk/groter/kleiner dan de leeftijdsgroei. En als er sprake is van een groei kleiner dan leeftijdsgroei, wat zou dan de mogelijke oorzaak en/of redenen hiervoor kunnen zijn. 5. De gemeente voert de regie over de monitoring van het VVE-beleid.

7 Tevens kan er sprake zijn van kindgerelateerde factoren die kunnen maken dat een kind toch een spraak-/taalachterstand oploopt (bijv. KNO problematiek, gedragsstoornissen).

28

<

8 <

<

29

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

Samenwerking en structuur VVE Voor de nieuwe beleidsperiode is afgesproken dat VVE-vraagstukken besproken kunnen worden op één of meerdere niveaus: strategisch (LEA), tactisch (werkgroep OAB) en uitvoerend niveau (ROK overleg of VVE-aanspreekpunt duo). De afweging op welk niveau iets besproken wordt, ligt primair bij de gemeenteambtenaar VVE. Als een vraagstuk VVE besproken wordt, zitten er mensen aan tafel die ook acties uitzetten op het niveau waarop wordt gesproken of aanpalende niveau. Tevens zorgen deze mensen voor terugkoppeling binnen de eigen organisatie en de organisaties die worden vertegenwoordigd. In de nieuwe overlegstructuur gaan we ervan uit dat er structureel aandacht wordt besteed aan VVE door middel van de werkgroep OAB, de VVE-aanspreekpunten en de kwaliteitsdialoog in de LEA. niet per se méér overleg plaats hoeft te vinden. We richten het VVE-overleg zo effectief en efficiënt mogelijk. De gemeenteambtenaar zal tezamen met de voorzitter van de werkgroep OAB zorgdragen dat de structuur werkzaam is en dus dat de juiste thema’s op de juiste overleggen aan bod komen. Tevens nemen zij de verantwoordelijkheid voor het opstellen van de agenda, waarbij de overige leden van de overleggen punten voor de agenda kunnen aandragen.

Strategisch niveau: Lokaal Educatieve Agenda Het Lokaal Educatieve Agenda overleg is een bestuurlijk overleg in het kader van de WPO artikel 167a. Het LEA-overleg

<

bestaat uit de bestuurlijke partners: gemeente, schoolbesturen, kinderopvang en andere (niet verplichte) partners, zoals JZG, (V)SMW, bibliotheek . Hier wordt het lokaal beleid op hoofdlijnen vastgesteld en worden de thema’s en bijbehorende doelen bepaald. Dit overleg is daarmee overwegend strategisch en formuleert waar nodig opdrachten of taken voor de onderliggende werkgroepen. Deze werkgroepen kunnen al dan niet ondersteund worden door externe experts. In de gemeente Nissewaard zal de VVE-beleidsambtenaar en voorzitter van de werkgroep OAB de terugkoppeling en communicatie tussen het LEAoverleg en de werkgroep OAB verzorgen. Het LEA-overleg zal 4 à 5 keer per jaar plaatsvinden. Een paar voorbeelden van mogelijke VVE-onderwerpen op de LEA zijn: kwaliteitsdialoog, doorgaande-lijnontwikkeling, uitkomsten resultaatafspraken VVE en beleidsnotitie VVE.

Tactisch niveau: werkgroep OAB Op dit niveau vindt er overleg plaats met (een vertegenwoordiging van kinderopvangorganisaties en schoolbesturen) directeuren, vestigingsmanagers, JGZ-medewerker, beleidsmedewerker en gemeenteambtenaar. In dit overleg komen specifieke thema’s of onderdelen van VVE-beleid aan bod. Het gaat hierbij voornamelijk om gemeentebrede afspraken op het gebied van VVE, zoals bijvoorbeeld de overdracht en doorgaande lijn VVE. De deelnemers aan dit overleg kunnen indien nodig hun achterban (wie ze vertegenwoordigen en de uitvoering) raadplegen voordat definitieve besluiten worden genomen. Wanneer het wenselijk is kunnen ook VVE-aanspreekpunten deelnemen aan dit overleg zodat er goede en directe afstemming met de uitvoering plaats vindt. De werkgroep OAB komt ten minste 5 keer per jaar bijeen om de voortgang en eventuele ontwikkelingen op het gebied van VVE te bespreken.

Uitvoerend niveau: ROK-overleggen Het ROK-overleg vindt plaats per wijk of regio. In het ROK-overleg is er een agendapunt Jonge Kind zijn op de jaaragenda (2x per jaar) waarbij de VVE een gespreksonderwerp is en waarbij de kinderopvang en het onderwijs aanwezig zijn, bij voorkeur ook de VVE-aanspreekpunten van beide partijen. Tijdens dit agendapunt kunnen actie- en knelpunten besproken worden. Thema’s die op dit niveau besproken kunnen worden, zijn bijvoorbeeld: de samenwerking tussen de partners,

30

<

VVE-BELEID GEMEENTE NISSEWAARD 2021-2026

warme overdracht, de doorgaande lijn en het evaluatieformulier. Tevens sluit het CJG (1x per jaar) aan op uitnodiging van de coördinator van het overleg waarbij in ieder geval het volgende besproken wordt: het uitwisselen van informatie of het stellen van vragen over gedrag en ontwikkeling van peuters in het algemeen en het maken van afspraken voor groepsvoorlichting door de JGZ op de voorschoolse voorziening indien hier behoefte aan is. De jeugdgezondheidszorg zal bij deze overleggen aanschuiven om de verbinding tussen alle werkvelden (zorg, onderwijs en opvang) op alle niveaus zo goed mogelijk te borgen. Indien gewenst sluit de gemeente aan bij het Jonge Kind agendapunt. De verbinding en terugkoppeling op tactisch niveau (projectgroep OAB) en uitvoerend niveau (kernoverleg ) zijn het meest belangrijk. Locatieoverleggen (koppeloverleg VVE-aanspreekpunten) Met ingang van de nieuwe beleidperiode is er voor gekozen voor een duidelijke coördinatiestructuur tussen de voorschool en de vroegschool. Binnen de voorschool en de vroegschool wordt een VVE-aanspreekpunt aangewezen (kinderopvang: de pedagogisch coach VE, locatiemanager of zorgmanager; onderwijs: IB’er, onderbouwcoördinator of leerkracht) die tijd vrij maakt voor de overdracht van doelgroepkinderen en zorgkinderen vanuit de voorschoolse voorziening. Deze persoon is verantwoordelijk voor:

• het coördineren, het goed laten verlopen en evalueren van de afspraken rondom de doorgaande lijn samen met de ‘samenwerkingspartner van de kinderopvang of de basisschool;

• het aanleveren van de kwantitatieve gegevens die gevraagd worden tbv de resultaatafspraken rondom de effecten van de voor- en vroegschool richting de gemeente;

• het afstemmen van ontwikkelingen rondom VVE binnen de wijk, de aanlevering van de benodigde informatie voor het agendapunt Jonge Kind op het ROK-overleg en sluit aan waar nodig ten behoeve van het agendapunt Jonge Kind bijvoorbeeld als er een casus besproken wordt. Dit is dus een overleg waarin casuïstiek en de samenwerking, warme overdracht en doorgaande lijn op de specifieke

<

locatie aan bod komt.

<

Evaluatie en monitoring Jaarlijks zal het VVE-beleid worden geëvalueerd op de diverse niveaus. De evaluatie vindt plaats naar aanleiding van signalen uit de praktijk en de resultaten van de monitoring. Ook wijzigingen in uitvoeringskaders, wet- en regelgeving worden in de evaluatie meegenomen. De uitkomsten van de evaluatie kunnen betekenen dat het VVE-beleid wordt aangepast. Hierdoor kan het VVE-beleid worden doorontwikkeld en goed aansluiten bij de geldende context.

31

<

Stadhuis Raadhuislaan 106 3201 EL Spijkenisse Postadres Gemeente Nissewaard Postbus 25 3200 AA Spijkenisse nissewaard.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11088454/1