CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage mer-beoordeling - Luchtkwaliteit

Gemeenteraad 15 oktober 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Mer-beoordelingsbesluit woningbouw Haven-Noord (Molenzicht)6.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Luchtkwaliteit

Luchtkwaliteit – bopa

Bezoekadres: Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle

Notitie

11180-59833-20 Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Bopa

Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584

Datum

Referentie

Behandeld door

15 augustus 2025

11180-59833-20

M.J.M. Blankvoort/CVr

1

Inleiding

In opdracht van Estate Invest is door Cauberg Huygen B.V. een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in verband met het realiseren van het project Molenzicht aan de Veerweg te Spijkenisse. Het betreft de bouw en het gebruik van 30 woningen. Het voornemen is in strijd met het geldende planologische regime, waartoe een aanvraag om buitenplanse omgevingsplanactviteit (Bopa) noodzakelijk is. Onderdeel van die aanvraag is een onderzoek naar de effecten op de lokale luchtkwaliteit. In voorliggende notitie wordt verslag gedaan van de uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek. 2

Planinformatie

Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van Spijkenisse, direct ten zuiden van de Groene Kruisweg en ten westen van de Oude Maas. Het plan voorziet in de realisatie en gebruik van 30 woningen. In afbeelding 1 is de situatie weergegeven.

Afbeelding 1: situatie 3

Wettelijk kader luchtkwaliteit

3.1

Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) en aanverwante regelgeving inwerking getreden. Het voornemen wordt geïnitieerd na 1 januari 2024. Gelet hierop is het nieuwe recht conform de Ow van toepassing. Het voornemen is niet in overeenstemming met het vigerende omgevingsplan. Gelet hierop is een wijziging van het Omgevingsplan of een aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) vereist. Daartoe moet ingevolge artikel 2.1, vierde lid Ow sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij in ieder geval rekening gehouden wordt met het belang van het beschermen van de gezondheid.

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Bopa

11180-59833-20 15 augustus 2025 Pagina 2

3.2

Besluit kwaliteit leefomgeving

Ter bescherming van de gezondheid zijn in paragraaf 2.2.1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) omgevingswaarden op rijksniveau gegeven: − stikstofdioxide (NO2): 40 µg/m3 jaargemiddelde; 200 µg/m3 uurgemiddelde; max. 18 overschrijdingen per jaar toegestaan; − stikstofoxide (NOx): 30 µg/m3 jaargemiddelde; − fijnstof (PM10): 40 µg/m3 jaargemiddelde; 50 µg/m3 daggemiddelde; daarbij zijn 35 overschrijdingen per jaar toegestaan; − zeer fijnstof (PM2,5): 25 µg/m3 jaargemiddelde; − benzeen (C6H6): 5 µg/m3 jaargemiddelde; − zwaveldioxide (SO2): 20 µg/m3 jaargemiddelde; 125 µg/m3 daggemiddelde; daarbij zijn 3 overschrijdingen per jaar toegestaan; − lood (Pb): 0,5 µg/m3 jaargemiddelde; − koolmonoxide (CO): Hiervoor geldt een ten hoogste toelaatbare concentratie van 10.000 μg/m3 als hoogste acht-uurgemiddelde van een dag, 98-percentiel. − Ozon (O3): 120 µg/m3 als hoogste acht-uurgemiddelde concentratie van een dag, waarbij 25 overschrijdingen per jaar zijn toegestaan. In grote delen van Nederland liggen de concentraties van luchtverontreinigende stoffen onder de in het Bkl opgenomen omgevingswaarden. Voor deze locaties zijn in het Bkl geen instructieregels opgenomen.

Een uitzondering hierop vormen een aantal locaties waar nog overschrijdingen voor NO 2 of PM10 zijn of waar de achtergrondconcentraties van NO2 of PM10 nog dusdanig zijn dat niet kan worden uitgesloten dat activiteiten leiden tot een overschrijding van de omgevingswaarden voor deze stoffen. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn de instructieregels voor luchtkwaliteit gegeven, die aansluiten op de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit in paragraaf 2.2.1 Bkl. Ingevolge artikel 5.50 Bkl en artikel 5.51 Bkl moeten voor een aantal activiteiten de Rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht worden genomen: − Artikel 5.50 Bkl heeft betrekking op: a. de aanleg van een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving van ten minste 100 m; b. een wijziging van een wegtunnelbuis waarbij de tunnelbuislengte met ten minste 100 m toeneemt; of c. de aanleg van een autoweg of een autosnelweg de aanleg van wegtunnels danwel auto(snel)wegen. − Artikel 5.51 Bkl heeft betrekking op: a. de aanleg of wijziging van wegen, vaarwegen en spoorwegen, niet zijnde een activiteit als bedoeld in artikel 5.50, eerste lid; b. activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen; of c.

milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving waarover regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht, in aandachtsgebieden die zijn genoemd en aangewezen in artikel 2.38 van de Omgevingsregeling. Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Bopa

11180-59833-20 15 augustus 2025 Pagina 3

De aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof zijn de volgende agglomeraties en gemeenten: − Amsterdam/Haarlem − Arnhem − Eindhoven − Etten-Leur − ‘s-Gravenhage/Leiden − Rotterdam/Dordrecht; en − Utrecht. De andere aandachtsgebieden voor fijnstof zijn de volgende gemeenten: − Asten − Barneveld − Bernheze − Ede − Leudal − Nederweert − Scherpenzeel en − Venray. Artikel 5.53 Bkl bepaalt, kort en goed gezegd, dat als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) geen beoordeling nodig is of aan de omgevingswaarden wordt voldaan, zogenaamde ‘niet in betekenende mate’ bijdragen (NIBM). Deze bijdrage is bepaald op 3% van de grenswaarde van NO 2 en PM10, wat neerkomt op de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel NO2 als PM10 van 1,2 µg/m3 of minder (Stb. 2018, 292, p. 705). 4

Toetsing luchtkwaliteit

Onderhavig voornemen betreft het gebruik van 30 woningen in Spijkenisse. De betreffende planlocatie is daarmee gelegen in (één van de) aandachtsgebieden die zijn genoemd en aangewezen in artikel 2.38 van de Omgevingsregeling. Omdat tevens sprake kan zijn van een toenamen van verkeersintensiteit is artikel 5.51 Bkl van toepassing. Gelet hierop moet bij de vaststelling van het omgevingsplan of Bopa het aspect luchtkwaliteit beoordeeld worden. Daarover gaan de volgende hoofdstukken. 5

Emissiebronnen

Binnen de planvorming zijn enkele emissiebronnen van NOx en fijnstof te identificeren. Het betreft de extra voertuigbewegingen. Het plan is gesitueerd in de schil centrum van Spijkenisse. Gelegen in de wijk ‘De Elementen’ in de buurt Bedrijventerrein Haven-Noord. Deze buurt heeft met een gemiddelde adressendichtheid van 1.829 adressen per vierkante kilometer een sterk stedelijk karakter (schil centrum). Het project telt in totaal 30 woningen. Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Bopa

11180-59833-20 15 augustus 2025 Pagina 4

Voor de verkeersgeneratie is voor de berekening uitgegaan van CROW kentallen. Voor de woningen is uitgegaan van de CROW kentallen voor koop appartementen > 100 m 2. De verkeersgeneratie is bij dit type woning 7,2 per etmaal. Dit resulteert in 216 vervoersbewegingen per etmaal voor het project. 6

Berekeningen en rekenresultaten

6.1

Rekenmethode

In voorliggend onderzoek is ervoor gekozen om door middel van de NIBM-tool1 de bijdrage aan de lokale luchtkwaliteit te berekenen van NO2 en PM10 vanwege de verkeersgeneratie. 6.2

Rekenresultaten

In afbeelding 2 zijn de invoergegevens alsmede rekenresultaten weergegeven van de NIBM-tool.

Afbeelding 2: rekenresultaten 6.3

Beoordeling

Uit de berekeningen blijkt dat de bijdrage van NO 2 en PM10 aan de lokale luchtkwaliteit vanwege de verkeersgeneratie van het plan, niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Ingevolge artikel 5.53 Bkl is dan geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarden van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) wordt voldaan. Het aspect luchtkwaliteit vormt dus geen belemmering.

1 https://iplo.nl/publish/pages/237044/nibm-tool_versie_14-4-2025-beveiligd.xlsx

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Bopa

11180-59833-20 15 augustus 2025 Pagina 5

6.4

Luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied vanwege aspect gezondheid

Teneinde te bepalen of de lokale luchtkwaliteit kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten, zijn ook de absolute concentraties voor NO2 en PM10 beoordeeld. Daartoe is in afbeelding 3 een uitsnede gegeven van de kaart van het CIMLK.2

Afbeelding 3: heersende achtergrondconcentraties Uit afbeelding 3 blijkt het volgende: − De jaargemiddelde achtergrondconcentratie NO2 ter hoogte van het plangebied bedraagt 17,16 µg/m³. − De jaargemiddelde achtergrondconcentratie PM10 ter hoogte van het plangebied bedraagt 14,92 µg/m³. Uit voormelde gegevens blijkt dat de heersende achtergrondconcentraties ruim lager zijn dan de omgevingswaarden uit het Bkl. Daarnaast heeft de Wereldgezondheidsorganisatie WHO ook advieswaarden gegeven in relatie tot gezondheidsaspecten.3 Voor NO2 geldt een advieswaarde van 20 µg/m3, voor PM10 geldt eveneens een advieswaarde van 20 µg/m3. De heersende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied zijn eveneens lager dan de advieswaarden van de WHO. Dus ook vanuit gezondheidsaspecten zijn er geen beperkingen.

2 Bron: Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, https://www.cimlk.nl/kaart 3 https://www.who.int/en/news-room/fact-sheets/detail/ambient-(outdoor)-air-quality-and-health

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Bopa

11180-59833-20 15 augustus 2025 Pagina 6

7

Samenvatting en conclusie

In opdracht van Estate Invest is door Cauberg Huygen B.V. een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in verband met het realiseren van het project Molenzicht aan de Veerweg te Spijkenisse. Binnen de planvorming zijn enkele emissiebronnen van NOx en fijnstof te identificeren. Het betreft de extra voertuigbewegingen. Uit de berekeningen blijkt dat de bijdrage van NO 2 en PM10 aan de lokale luchtkwaliteit vanwege de verkeersgeneratie van het plan, niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Ingevolge artikel 5.53 Bkl is dan geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarden van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) wordt voldaan. De heersende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van de planlocatie zijn tevens ruim lager dan de Omgevingswaarden uit paragraaf 2.2.1 en ook lager dan de advieswaarden van de WHO. Dus ook vanuit gezondheidsaspecten zijn er geen beperkingen. Gelet op bovenstaande bevindingen is het aspect luchtkwaliteit niet belemmerend voor vergunningverlening.

Cauberg Huygen B.V.

De heer mr. ing. M.J.M. Blankvoort MBA Senior adviseur

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Bopa

11180-59833-20 15 augustus 2025 Pagina 7

Luchtkwaliteit – Omgevingsplan deel 1

Bezoekadres: Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle

Notitie

11180-59833-21 Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 1

Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584

Datum

Referentie

Behandeld door

15 augustus 2025

11180-59833-21

M.J.M. Blankvoort/CVr

1

Inleiding

In opdracht van Estate Invest is door Cauberg Huygen B.V. een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in verband met het realiseren van het project Molenzicht aan de Veerweg te Spijkenisse. Het betreft de bouw en het gebruik van 450 woningen en 3210 m2 aan commerciële ruimte. Het voornemen is in strijd met het geldende planologische regime, waartoe een wijziging van het Omgevingsplan noodzakelijk is. Onderdeel van die wijziging is een onderzoek naar de effecten op de lokale luchtkwaliteit. In voorliggende notitie wordt verslag gedaan van de uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek. 2

Planinformatie

Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van Spijkenisse, direct ten zuiden van de Groene Kruisweg en ten westen van de Oude Maas. Het plan voorziet in de realisatie en gebruik van 450 woningen en 3210 m2 aan commerciële ruimte. In afbeelding 1 is de situatie weergegeven.

Afbeelding 1: situatie 3

Wettelijk kader luchtkwaliteit

3.1

Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) en aanverwante regelgeving inwerking getreden. Het voornemen wordt geïnitieerd na 1 januari 2024. Gelet hierop is het nieuwe recht conform de Ow van toepassing. Het voornemen is niet in overeenstemming met het vigerende omgevingsplan. Gelet hierop is een wijziging van het Omgevingsplan of een aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) vereist. Daartoe moet ingevolge artikel 2.1, vierde lid Ow sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij in ieder geval rekening gehouden wordt met het belang van het beschermen van de gezondheid.

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 1

11180-59833-21 15 augustus 2025 Pagina 2

3.2

Besluit kwaliteit leefomgeving

Ter bescherming van de gezondheid zijn in paragraaf 2.2.1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) omgevingswaarden op rijksniveau gegeven: − stikstofdioxide (NO2): 40 µg/m3 jaargemiddelde; 200 µg/m3 uurgemiddelde; max. 18 overschrijdingen per jaar toegestaan; − stikstofoxide (NOx): 30 µg/m3 jaargemiddelde; − fijnstof (PM10): 40 µg/m3 jaargemiddelde; 50 µg/m3 daggemiddelde; daarbij zijn 35 overschrijdingen per jaar toegestaan; − zeer fijnstof (PM2,5): 25 µg/m3 jaargemiddelde; − benzeen (C6H6): 5 µg/m3 jaargemiddelde; − zwaveldioxide (SO2): 20 µg/m3 jaargemiddelde; 125 µg/m3 daggemiddelde; daarbij zijn 3 overschrijdingen per jaar toegestaan; − lood (Pb): 0,5 µg/m3 jaargemiddelde; − koolmonoxide (CO): Hiervoor geldt een ten hoogste toelaatbare concentratie van 10.000 μg/m3 als hoogste acht-uurgemiddelde van een dag, 98-percentiel. − Ozon (O3): 120 µg/m3 als hoogste acht-uurgemiddelde concentratie van een dag, waarbij 25 overschrijdingen per jaar zijn toegestaan. In grote delen van Nederland liggen de concentraties van luchtverontreinigende stoffen onder de in het Bkl opgenomen omgevingswaarden. Voor deze locaties zijn in het Bkl geen instructieregels opgenomen.

Een uitzondering hierop vormen een aantal locaties waar nog overschrijdingen voor NO 2 of PM10 zijn of waar de achtergrondconcentraties van NO2 of PM10 nog dusdanig zijn dat niet kan worden uitgesloten dat activiteiten leiden tot een overschrijding van de omgevingswaarden voor deze stoffen. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn de instructieregels voor luchtkwaliteit gegeven, die aansluiten op de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit in paragraaf 2.2.1 Bkl. Ingevolge artikel 5.50 Bkl en artikel 5.51 Bkl moeten voor een aantal activiteiten de Rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht worden genomen: − Artikel 5.50 Bkl heeft betrekking op: a. de aanleg van een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving van ten minste 100 m; b. een wijziging van een wegtunnelbuis waarbij de tunnelbuislengte met ten minste 100 m toeneemt; of c. de aanleg van een autoweg of een autosnelweg de aanleg van wegtunnels danwel auto(snel)wegen. − Artikel 5.51 Bkl heeft betrekking op: a. de aanleg of wijziging van wegen, vaarwegen en spoorwegen, niet zijnde een activiteit als bedoeld in artikel 5.50, eerste lid; b. activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen; of c.

milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving waarover regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht, in aandachtsgebieden die zijn genoemd en aangewezen in artikel 2.38 van de Omgevingsregeling. Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 1

11180-59833-21 15 augustus 2025 Pagina 3

De aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof zijn de volgende agglomeraties en gemeenten: − Amsterdam/Haarlem − Arnhem − Eindhoven − Etten-Leur − ‘s-Gravenhage/Leiden − Rotterdam/Dordrecht; en − Utrecht. De andere aandachtsgebieden voor fijnstof zijn de volgende gemeenten: − Asten − Barneveld − Bernheze − Ede − Leudal − Nederweert − Scherpenzeel en − Venray. Artikel 5.53 Bkl bepaalt, kort en goed gezegd, dat als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) geen beoordeling nodig is of aan de omgevingswaarden wordt voldaan, zogenaamde ‘niet in betekenende mate’ bijdragen (NIBM). Deze bijdrage is bepaald op 3% van de grenswaarde van NO 2 en PM10, wat neerkomt op de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel NO2 als PM10 van 1,2 µg/m3 of minder (Stb. 2018, 292, p. 705). 4

Toetsing luchtkwaliteit

Onderhavig voornemen betreft het gebruik van 450 woningen en 3210 m2 aan commerciële ruimte in Spijkenisse. De betreffende planlocatie is daarmee gelegen in (één van de) aandachtsgebieden die zijn genoemd en aangewezen in artikel 2.38 van de Omgevingsregeling. Omdat tevens sprake kan zijn van een toenamen van verkeersintensiteit is artikel 5.51 Bkl van toepassing. Gelet hierop moet bij de vaststelling van het omgevingsplan of Bopa het aspect luchtkwaliteit beoordeeld worden. Daarover gaan de volgende hoofdstukken. 5

Emissiebronnen

Binnen de planvorming zijn enkele emissiebronnen van NOx en fijnstof te identificeren. Het betreft de extra voertuigbewegingen. De verkeersintensiteit van de wegen is bepaald op basis van het op 01-04-2025 door RHDHV aangeleverde verkeersmodel Haven-Noord. Er is een autonome situatie en plansituatie beoordeeld. In de plansituatie is de nieuwe ontsluitingsroute via de Tramdijk meegenomen. Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 1

11180-59833-21 15 augustus 2025 Pagina 4

Uit voornoemd verkeersmodel van RHDHV blijkt dat de verkeersgeneratie van het plan ten hoogste 2.151 motorvoertuigen betreft. 6

Berekeningen en rekenresultaten

6.1

Rekenmethode

In voorliggend onderzoek is ervoor gekozen om door middel van de NIBM-tool1 de bijdrage aan de lokale luchtkwaliteit te berekenen van NO2 en PM10 vanwege de verkeersgeneratie. 6.2

Rekenresultaten

In afbeelding 2 zijn de invoergegevens alsmede rekenresultaten weergegeven van de NIBM-tool.

Afbeelding 2: rekenresultaten 6.3

Beoordeling

Uit de berekeningen blijkt dat de bijdrage van NO 2 en PM10 aan de lokale luchtkwaliteit vanwege de verkeersgeneratie van het plan, niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Ingevolge artikel 5.53 Bkl is dan geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarden van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) wordt voldaan. Het aspect luchtkwaliteit vormt dus geen belemmering.

1 https://iplo.nl/publish/pages/237044/nibm-tool_versie_14-4-2025-beveiligd.xlsx

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 1

11180-59833-21 15 augustus 2025 Pagina 5

6.4

Luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied vanwege aspect gezondheid

Teneinde te bepalen of de lokale luchtkwaliteit kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten, zijn ook de absolute concentraties voor NO2 en PM10 beoordeeld. Daartoe is in afbeelding 3 een uitsnede gegeven van de kaart van het CIMLK.2

Afbeelding 3: heersende achtergrondconcentraties Uit afbeelding 3 blijkt het volgende: − De jaargemiddelde achtergrondconcentratie NO2 ter hoogte van het plangebied bedraagt 17,16 µg/m³. − De jaargemiddelde achtergrondconcentratie PM10 ter hoogte van het plangebied bedraagt 14,92 µg/m³. Uit voormelde gegevens blijkt dat de heersende achtergrondconcentraties ruim lager zijn dan de omgevingswaarden uit het Bkl. Daarnaast heeft de Wereldgezondheidsorganisatie WHO ook advieswaarden gegeven in relatie tot gezondheidsaspecten.3 Voor NO2 geldt een advieswaarde van 20 µg/m3, voor PM10 geldt eveneens een advieswaarde van 20 µg/m3. De heersende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied zijn eveneens lager dan de advieswaarden van de WHO. Dus ook vanuit gezondheidsaspecten zijn er geen beperkingen.

2 Bron: Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, https://www.cimlk.nl/kaart 3 https://www.who.int/en/news-room/fact-sheets/detail/ambient-(outdoor)-air-quality-and-health

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 1

11180-59833-21 15 augustus 2025 Pagina 6

7

Samenvatting en conclusie

In opdracht van Estate Invest is door Cauberg Huygen B.V. een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in verband met het realiseren van het project Molenzicht aan de Veerweg te Spijkenisse. Binnen de planvorming zijn enkele emissiebronnen van NOx en fijnstof te identificeren. Het betreft de extra voertuigbewegingen. Uit de berekeningen blijkt dat de bijdrage van NO 2 en PM10 aan de lokale luchtkwaliteit vanwege de verkeersgeneratie van het plan, niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Ingevolge artikel 5.53 Bkl is dan geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarden van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) wordt voldaan. De heersende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van de planlocatie zijn tevens ruim lager dan de Omgevingswaarden uit paragraaf 2.2.1 en ook lager dan de advieswaarden van de WHO. Dus ook vanuit gezondheidsaspecten zijn er geen beperkingen. Gelet op bovenstaande bevindingen is het aspect luchtkwaliteit niet belemmerend voor vergunningverlening.

Cauberg Huygen B.V.

De heer mr. ing. M.J.M. Blankvoort MBA Senior adviseur

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 1

11180-59833-21 15 augustus 2025 Pagina 7

Luchtkwaliteit – Omgevingsplan deel 2

Bezoekadres: Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle

Notitie

11180-59833-22 Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 2

Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584

Datum

Referentie

Behandeld door

15 augustus 2025

11180-59833-22

M.J.M. Blankvoort/CVr

1

Inleiding

In opdracht van Estate Invest is door Cauberg Huygen B.V. een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in verband met het realiseren van het project Molenzicht aan de Veerweg te Spijkenisse. Het betreft de bouw en het gebruik van 460 woningen en 3090 m2 aan commerciële ruimte. Het voornemen is in strijd met het geldende planologische regime, waartoe een wijziging van het Omgevingsplan noodzakelijk is. Onderdeel van die wijziging is een onderzoek naar de effecten op de lokale luchtkwaliteit. In voorliggende notitie wordt verslag gedaan van de uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek. 2

Planinformatie

Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van Spijkenisse, direct ten zuiden van de Groene Kruisweg en ten westen van de Oude Maas. Het plan voorziet in de realisatie en gebruik van 460 woningen en 3090 m2 aan commerciële ruimte. In afbeelding 1 is de situatie weergegeven.

Afbeelding 1: situatie 3

Wettelijk kader luchtkwaliteit

3.1

Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) en aanverwante regelgeving inwerking getreden. Het voornemen wordt geïnitieerd na 1 januari 2024. Gelet hierop is het nieuwe recht conform de Ow van toepassing. Het voornemen is niet in overeenstemming met het vigerende omgevingsplan. Gelet hierop is een wijziging van het Omgevingsplan of een aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) vereist. Daartoe moet ingevolge artikel 2.1, vierde lid Ow sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij in ieder geval rekening gehouden wordt met het belang van het beschermen van de gezondheid.

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 2

11180-59833-22 15 augustus 2025 Pagina 2

3.2

Besluit kwaliteit leefomgeving

Ter bescherming van de gezondheid zijn in paragraaf 2.2.1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) omgevingswaarden op rijksniveau gegeven: − stikstofdioxide (NO2): 40 µg/m3 jaargemiddelde; 200 µg/m3 uurgemiddelde; max. 18 overschrijdingen per jaar toegestaan; − stikstofoxide (NOx): 30 µg/m3 jaargemiddelde; − fijnstof (PM10): 40 µg/m3 jaargemiddelde; 50 µg/m3 daggemiddelde; daarbij zijn 35 overschrijdingen per jaar toegestaan; − zeer fijnstof (PM2,5): 25 µg/m3 jaargemiddelde; − benzeen (C6H6): 5 µg/m3 jaargemiddelde; − zwaveldioxide (SO2): 20 µg/m3 jaargemiddelde; 125 µg/m3 daggemiddelde; daarbij zijn 3 overschrijdingen per jaar toegestaan; − lood (Pb): 0,5 µg/m3 jaargemiddelde; − koolmonoxide (CO): Hiervoor geldt een ten hoogste toelaatbare concentratie van 10.000 μg/m3 als hoogste acht-uurgemiddelde van een dag, 98-percentiel. − Ozon (O3): 120 µg/m3 als hoogste acht-uurgemiddelde concentratie van een dag, waarbij 25 overschrijdingen per jaar zijn toegestaan. In grote delen van Nederland liggen de concentraties van luchtverontreinigende stoffen onder de in het Bkl opgenomen omgevingswaarden. Voor deze locaties zijn in het Bkl geen instructieregels opgenomen.

Een uitzondering hierop vormen een aantal locaties waar nog overschrijdingen voor NO 2 of PM10 zijn of waar de achtergrondconcentraties van NO2 of PM10 nog dusdanig zijn dat niet kan worden uitgesloten dat activiteiten leiden tot een overschrijding van de omgevingswaarden voor deze stoffen. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn de instructieregels voor luchtkwaliteit gegeven, die aansluiten op de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit in paragraaf 2.2.1 Bkl. Ingevolge artikel 5.50 Bkl en artikel 5.51 Bkl moeten voor een aantal activiteiten de Rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht worden genomen: − Artikel 5.50 Bkl heeft betrekking op: a. de aanleg van een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving van ten minste 100 m; b. een wijziging van een wegtunnelbuis waarbij de tunnelbuislengte met ten minste 100 m toeneemt; of c. de aanleg van een autoweg of een autosnelweg de aanleg van wegtunnels danwel auto(snel)wegen. − Artikel 5.51 Bkl heeft betrekking op: a. de aanleg of wijziging van wegen, vaarwegen en spoorwegen, niet zijnde een activiteit als bedoeld in artikel 5.50, eerste lid; b. activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen; of c.

milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving waarover regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht, in aandachtsgebieden die zijn genoemd en aangewezen in artikel 2.38 van de Omgevingsregeling. Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 2

11180-59833-22 15 augustus 2025 Pagina 3

De aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof zijn de volgende agglomeraties en gemeenten: − Amsterdam/Haarlem − Arnhem − Eindhoven − Etten-Leur − ‘s-Gravenhage/Leiden − Rotterdam/Dordrecht; en − Utrecht. De andere aandachtsgebieden voor fijnstof zijn de volgende gemeenten: − Asten − Barneveld − Bernheze − Ede − Leudal − Nederweert − Scherpenzeel en − Venray. Artikel 5.53 Bkl bepaalt, kort en goed gezegd, dat als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) geen beoordeling nodig is of aan de omgevingswaarden wordt voldaan, zogenaamde ‘niet in betekenende mate’ bijdragen (NIBM). Deze bijdrage is bepaald op 3% van de grenswaarde van NO 2 en PM10, wat neerkomt op de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel NO2 als PM10 van 1,2 µg/m3 of minder (Stb. 2018, 292, p. 705). 4

Toetsing luchtkwaliteit

Onderhavig voornemen betreft het gebruik van 460 woningen en 3090 m2 aan commerciële ruimte in Spijkenisse. De betreffende planlocatie is daarmee gelegen in (één van de) aandachtsgebieden die zijn genoemd en aangewezen in artikel 2.38 van de Omgevingsregeling. Omdat tevens sprake kan zijn van een toenamen van verkeersintensiteit is artikel 5.51 Bkl van toepassing. Gelet hierop moet bij de vaststelling van het omgevingsplan of Bopa het aspect luchtkwaliteit beoordeeld worden. Daarover gaan de volgende hoofdstukken. 5

Emissiebronnen

Binnen de planvorming zijn enkele emissiebronnen van NOx en fijnstof te identificeren. Het betreft de extra voertuigbewegingen. De verkeersintensiteit van de wegen is bepaald op basis van het op 01-04-2025 door RHDHV aangeleverde verkeersmodel Haven-Noord.

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 2

11180-59833-22 15 augustus 2025 Pagina 4

Uit voornoemd verkeersmodel van RHDHV blijkt dat de verkeersgeneratie van het plan ten hoogste 2.946 motorvoertuigen betreft. 6

Berekeningen en rekenresultaten

6.1

Rekenmethode

In voorliggend onderzoek is ervoor gekozen om door middel van de NIBM-tool1 de bijdrage aan de lokale luchtkwaliteit te berekenen van NO2 en PM10 vanwege de verkeersgeneratie. 6.2

Rekenresultaten

In afbeelding 2 zijn de invoergegevens alsmede rekenresultaten weergegeven van de NIBM-tool.

Afbeelding 2: rekenresultaten 6.3

Beoordeling

Uit de berekeningen blijkt dat de bijdrage van NO 2 en PM10 aan de lokale luchtkwaliteit vanwege de verkeersgeneratie van het plan, niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Ingevolge artikel 5.53 Bkl is dan geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarden van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) wordt voldaan. Het aspect luchtkwaliteit vormt dus geen belemmering.

1 https://iplo.nl/publish/pages/237044/nibm-tool_versie_14-4-2025-beveiligd.xlsx

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 2

11180-59833-22 15 augustus 2025 Pagina 5

6.4

Luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied vanwege aspect gezondheid

Teneinde te bepalen of de lokale luchtkwaliteit kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten, zijn ook de absolute concentraties voor NO2 en PM10 beoordeeld. Daartoe is in afbeelding 3 een uitsnede gegeven van de kaart van het CIMLK.2

Afbeelding 3: heersende achtergrondconcentraties Uit afbeelding 3 blijkt het volgende: − De jaargemiddelde achtergrondconcentratie NO2 ter hoogte van het plangebied bedraagt 17,16 µg/m³. − De jaargemiddelde achtergrondconcentratie PM10 ter hoogte van het plangebied bedraagt 14,92 µg/m³. Uit voormelde gegevens blijkt dat de heersende achtergrondconcentraties ruim lager zijn dan de omgevingswaarden uit het Bkl. Daarnaast heeft de Wereldgezondheidsorganisatie WHO ook advieswaarden gegeven in relatie tot gezondheidsaspecten.3 Voor NO2 geldt een advieswaarde van 20 µg/m3, voor PM10 geldt eveneens een advieswaarde van 20 µg/m3. De heersende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied zijn eveneens lager dan de advieswaarden van de WHO. Dus ook vanuit gezondheidsaspecten zijn er geen beperkingen.

2 Bron: Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, https://www.cimlk.nl/kaart 3 https://www.who.int/en/news-room/fact-sheets/detail/ambient-(outdoor)-air-quality-and-health

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 2

11180-59833-22 15 augustus 2025 Pagina 6

7

Samenvatting en conclusie

In opdracht van Estate Invest is door Cauberg Huygen B.V. een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in verband met het realiseren van het project Molenzicht aan de Veerweg te Spijkenisse. Binnen de planvorming zijn enkele emissiebronnen van NOx en fijnstof te identificeren. Het betreft de extra voertuigbewegingen. Uit de berekeningen blijkt dat de bijdrage van NO 2 en PM10 aan de lokale luchtkwaliteit vanwege de verkeersgeneratie van het plan, niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Ingevolge artikel 5.53 Bkl is dan geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarden van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) wordt voldaan. De heersende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van de planlocatie zijn tevens ruim lager dan de Omgevingswaarden uit paragraaf 2.2.1 en ook lager dan de advieswaarden van de WHO. Dus ook vanuit gezondheidsaspecten zijn er geen beperkingen. Gelet op bovenstaande bevindingen is het aspect luchtkwaliteit niet belemmerend voor vergunningverlening.

Cauberg Huygen B.V.

De heer mr. ing. M.J.M. Blankvoort MBA Senior adviseur

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 2

11180-59833-22 15 augustus 2025 Pagina 7

Luchtkwaliteit – Omgevingsplan deel 3

Bezoekadres: Stationsweg 2 8011 CZ Zwolle

Notitie

11180-59833-23 Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 3

Postadres: Hoofdweg 76 3067 GH Rotterdam T +31 (0)88-5152505 E info@cauberghuygen.nl W http://www.cauberghuygen.nl K.V.K. 58792562 IBAN NL71RABO0112075584

Datum

Referentie

Behandeld door

15 augustus 2025

11180-59833-23

M.J.M. Blankvoort/CVr

1

Inleiding

In opdracht van Estate Invest is door Cauberg Huygen B.V. een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in verband met het realiseren van het project Molenzicht aan de Veerweg te Spijkenisse. Het betreft de bouw en het gebruik van 730 woningen en 700 m2 aan commerciële ruimte. Het voornemen is in strijd met het geldende planologische regime, waartoe een wijziging van het Omgevingsplan noodzakelijk is. Onderdeel van die wijziging is een onderzoek naar de effecten op de lokale luchtkwaliteit. In voorliggende notitie wordt verslag gedaan van de uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde luchtkwaliteitsonderzoek. 2

Planinformatie

Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van Spijkenisse, direct ten zuiden van de Groene Kruisweg en ten westen van de Oude Maas. Het plan voorziet in de realisatie en gebruik van 730 woningen en 700 m2 aan commerciële ruimte. In afbeelding 1 is de situatie weergegeven.

Afbeelding 1: situatie 3

Wettelijk kader luchtkwaliteit

3.1

Omgevingswet

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) en aanverwante regelgeving inwerking getreden. Het voornemen wordt geïnitieerd na 1 januari 2024. Gelet hierop is het nieuwe recht conform de Ow van toepassing. Het voornemen is niet in overeenstemming met het vigerende omgevingsplan. Gelet hierop is een wijziging van het Omgevingsplan of een aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) vereist. Daartoe moet ingevolge artikel 2.1, vierde lid Ow sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij in ieder geval rekening gehouden wordt met het belang van het beschermen van de gezondheid.

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 3

11180-59833-23 15 augustus 2025 Pagina 2

3.2

Besluit kwaliteit leefomgeving

Ter bescherming van de gezondheid zijn in paragraaf 2.2.1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) omgevingswaarden op rijksniveau gegeven: − stikstofdioxide (NO2): 40 µg/m3 jaargemiddelde; 200 µg/m3 uurgemiddelde; max. 18 overschrijdingen per jaar toegestaan; − stikstofoxide (NOx): 30 µg/m3 jaargemiddelde; − fijnstof (PM10): 40 µg/m3 jaargemiddelde; 50 µg/m3 daggemiddelde; daarbij zijn 35 overschrijdingen per jaar toegestaan; − zeer fijnstof (PM2,5): 25 µg/m3 jaargemiddelde; − benzeen (C6H6): 5 µg/m3 jaargemiddelde; − zwaveldioxide (SO2): 20 µg/m3 jaargemiddelde; 125 µg/m3 daggemiddelde; daarbij zijn 3 overschrijdingen per jaar toegestaan; − lood (Pb): 0,5 µg/m3 jaargemiddelde; − koolmonoxide (CO): Hiervoor geldt een ten hoogste toelaatbare concentratie van 10.000 μg/m3 als hoogste acht-uurgemiddelde van een dag, 98-percentiel. − Ozon (O3): 120 µg/m3 als hoogste acht-uurgemiddelde concentratie van een dag, waarbij 25 overschrijdingen per jaar zijn toegestaan. In grote delen van Nederland liggen de concentraties van luchtverontreinigende stoffen onder de in het Bkl opgenomen omgevingswaarden. Voor deze locaties zijn in het Bkl geen instructieregels opgenomen.

Een uitzondering hierop vormen een aantal locaties waar nog overschrijdingen voor NO 2 of PM10 zijn of waar de achtergrondconcentraties van NO2 of PM10 nog dusdanig zijn dat niet kan worden uitgesloten dat activiteiten leiden tot een overschrijding van de omgevingswaarden voor deze stoffen. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn de instructieregels voor luchtkwaliteit gegeven, die aansluiten op de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit in paragraaf 2.2.1 Bkl. Ingevolge artikel 5.50 Bkl en artikel 5.51 Bkl moeten voor een aantal activiteiten de Rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht worden genomen: − Artikel 5.50 Bkl heeft betrekking op: a. de aanleg van een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving van ten minste 100 m; b. een wijziging van een wegtunnelbuis waarbij de tunnelbuislengte met ten minste 100 m toeneemt; of c. de aanleg van een autoweg of een autosnelweg de aanleg van wegtunnels danwel auto(snel)wegen. − Artikel 5.51 Bkl heeft betrekking op: a. de aanleg of wijziging van wegen, vaarwegen en spoorwegen, niet zijnde een activiteit als bedoeld in artikel 5.50, eerste lid; b. activiteiten die een toename van de verkeersintensiteit veroorzaken op wegen, vaarwegen en spoorwegen; of c.

milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving waarover regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht, in aandachtsgebieden die zijn genoemd en aangewezen in artikel 2.38 van de Omgevingsregeling. Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 3

11180-59833-23 15 augustus 2025 Pagina 3

De aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof zijn de volgende agglomeraties en gemeenten: − Amsterdam/Haarlem − Arnhem − Eindhoven − Etten-Leur − ‘s-Gravenhage/Leiden − Rotterdam/Dordrecht; en − Utrecht. De andere aandachtsgebieden voor fijnstof zijn de volgende gemeenten: − Asten − Barneveld − Bernheze − Ede − Leudal − Nederweert − Scherpenzeel en − Venray. Artikel 5.53 Bkl bepaalt, kort en goed gezegd, dat als sprake is van een zeer beperkte bijdrage aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) geen beoordeling nodig is of aan de omgevingswaarden wordt voldaan, zogenaamde ‘niet in betekenende mate’ bijdragen (NIBM). Deze bijdrage is bepaald op 3% van de grenswaarde van NO 2 en PM10, wat neerkomt op de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel NO2 als PM10 van 1,2 µg/m3 of minder (Stb. 2018, 292, p. 705). 4

Toetsing luchtkwaliteit

Onderhavig voornemen betreft het gebruik van 730 woningen en 700 m2 aan commerciële ruimte in Spijkenisse. De betreffende planlocatie is daarmee gelegen in (één van de) aandachtsgebieden die zijn genoemd en aangewezen in artikel 2.38 van de Omgevingsregeling. Omdat tevens sprake kan zijn van een toenamen van verkeersintensiteit is artikel 5.51 Bkl van toepassing. Gelet hierop moet bij de vaststelling van het omgevingsplan of Bopa het aspect luchtkwaliteit beoordeeld worden. Daarover gaan de volgende hoofdstukken. 5

Emissiebronnen

Binnen de planvorming zijn enkele emissiebronnen van NOx en fijnstof te identificeren. Het betreft de extra voertuigbewegingen. De verkeersintensiteit van de wegen is bepaald op basis van het op 01-04-2025 door RHDHV aangeleverde verkeersmodel Haven-Noord.

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 3

11180-59833-23 15 augustus 2025 Pagina 4

Uit voornoemd verkeersmodel van RHDHV blijkt dat de verkeersgeneratie van het plan ten hoogste 1.412 motorvoertuigen betreft. 6

Berekeningen en rekenresultaten

6.1

Rekenmethode

In voorliggend onderzoek is ervoor gekozen om door middel van de NIBM-tool1 de bijdrage aan de lokale luchtkwaliteit te berekenen van NO2 en PM10 vanwege de verkeersgeneratie. 6.2

Rekenresultaten

In afbeelding 2 zijn de invoergegevens alsmede rekenresultaten weergegeven van de NIBM-tool.

Afbeelding 2: rekenresultaten 6.3

Beoordeling

Uit de berekeningen blijkt dat de bijdrage van NO2 en PM10 aan de lokale luchtkwaliteit vanwege de verkeersgeneratie van het plan, niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Ingevolge artikel 5.53 Bkl is dan geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarden van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) wordt voldaan. Het aspect luchtkwaliteit vormt dus geen belemmering.

1 https://iplo.nl/publish/pages/237044/nibm-tool_versie_14-4-2025-beveiligd.xlsx

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 3

11180-59833-23 15 augustus 2025 Pagina 5

6.4

Luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied vanwege aspect gezondheid

Teneinde te bepalen of de lokale luchtkwaliteit kan leiden tot negatieve gezondheidseffecten, zijn ook de absolute concentraties voor NO2 en PM10 beoordeeld. Daartoe is in afbeelding 3 een uitsnede gegeven van de kaart van het CIMLK.2

Afbeelding 3: heersende achtergrondconcentraties Uit afbeelding 3 blijkt het volgende: − De jaargemiddelde achtergrondconcentratie NO2 ter hoogte van het plangebied bedraagt 17,16 µg/m³. − De jaargemiddelde achtergrondconcentratie PM10 ter hoogte van het plangebied bedraagt 14,92 µg/m³. Uit voormelde gegevens blijkt dat de heersende achtergrondconcentraties ruim lager zijn dan de omgevingswaarden uit het Bkl. Daarnaast heeft de Wereldgezondheidsorganisatie WHO ook advieswaarden gegeven in relatie tot gezondheidsaspecten.3 Voor NO2 geldt een advieswaarde van 20 µg/m3, voor PM10 geldt eveneens een advieswaarde van 20 µg/m3. De heersende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van het plangebied zijn eveneens lager dan de advieswaarden van de WHO. Dus ook vanuit gezondheidsaspecten zijn er geen beperkingen.

2 Bron: Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, https://www.cimlk.nl/kaart 3 https://www.who.int/en/news-room/fact-sheets/detail/ambient-(outdoor)-air-quality-and-health

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 3

11180-59833-23 15 augustus 2025 Pagina 6

7

Samenvatting en conclusie

In opdracht van Estate Invest is door Cauberg Huygen B.V. een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd in verband met het realiseren van het project Molenzicht aan de Veerweg te Spijkenisse. Binnen de planvorming zijn enkele emissiebronnen van NOx en fijnstof te identificeren. Het betreft de extra voertuigbewegingen. Uit de berekeningen blijkt dat de bijdrage van NO2 en PM10 aan de lokale luchtkwaliteit vanwege de verkeersgeneratie van het plan, niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Ingevolge artikel 5.53 Bkl is dan geen beoordeling nodig of aan de omgevingswaarden van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) wordt voldaan. De heersende concentraties NO2 en PM10 ter plaatse van de planlocatie zijn tevens ruim lager dan de Omgevingswaarden uit paragraaf 2.2.1 en ook lager dan de advieswaarden van de WHO. Dus ook vanuit gezondheidsaspecten zijn er geen beperkingen. Gelet op bovenstaande bevindingen is het aspect luchtkwaliteit niet belemmerend voor vergunningverlening.

Cauberg Huygen B.V.

De heer mr. ing. M.J.M. Blankvoort MBA Senior adviseur

Woningbouwontwikkeling Molenzicht Spijkenisse onderzoek luchtkwaliteit Omgevingsplan 3

11180-59833-23 15 augustus 2025 Pagina 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15986424/1