Bijlage mer-beoordeling - Flora en fauna
Tekst van het document
Flora en fauna quickscan
Hoofdkantoor: Heugterbroekdijk 31 6003 RA WEERT
Opdrachtgever:
Vestiging Maastricht: Florijnruwe 111-8 6218 CA MAASTRICHT
Datum: 9 december 2024
ESTATE Invest T.a.v. de heer L. Boone De Hofjes 16 3241 ML Middelharnis
Onderwerp: Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
Opgesteld door: De heer M.J.M. Coenen Geachte heer Boone, Hierbij ontvangt u de rapportage inzake het quickscan onderzoek Ecologische Waarden, uitgevoerd ter plekke van ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse, zie figuur 1.
Figuur 1: Onderzoekslocatie “Molenzicht”, Spijkenisse
Aanleiding Er zijn voornemens om de bestaande bebouwing te slopen en er nieuwbouw te realiseren. Vanwege dit voornemen is het vanuit de Omgevingswet (Bal) noodzakelijk om zicht te krijgen of er effecten optreden ten aanzien van bijzondere en/of beschermde natuurwaarden (planten en dieren) en om vanuit dat kader de ingreep te toetsen aan de verbodsbepalingen van de Omgevingswet. 06 462 55 985 info@ecolybrium.nl www.ecolybrium.nl
KVK nummer: 68599544 Bankrek.: NL19 KNAB 0257477624 BTW-nummer: NL857514313B01
Om dit te kunnen beoordelen is het noodzakelijk dit via een quickscan ecologische waarden vast te stellen, waarbij ter plekke onderzocht wordt of er bijzondere en/of beschermde soorten planten en dieren op de ingreeplocatie voorkomen, of gebruik maken van het gebied (bijvoorbeeld als essentieel foerageergebied). Op basis van een dergelijk onderzoek wordt eveneens inzichtelijk of er noodzaak bestaat voor het uitvoeren van nader soortgericht onderzoek naar het voorkomen van specifieke soorten/soortgroepen.
Onderzoeksmethodiek Om zicht te krijgen op de aanwezigheid van beschermde soorten is de ingreeplocatie onderzocht op 15 november 2024. Hierbij zijn alle gebouwen (met uitzondering van de nog aanwezige en bewoonde huizen en bedrijven) vanaf de binnenzijde en de buitenzijde onderzocht en beoordeeld of er mogelijk vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten en jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig zijn. Voorts is gekeken of er in het gebied en op de muren van de bebouwing beschermde en/of bijzondere (muur)planten groeien die hun groeiplaatsen verliezen door de werkzaamheden.
Foto 1: Beeld van de leegstaande loodsen op het terrein
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
2
Foto 2: In het noordelijke deel zijn nog woningen aanwezig die gesloopt worden
Huidige situatie In de huidige situatie bestaat de locatie uit een afwisseling van (leegstaande) bedrijfshallen en woningen. Verder is er nog ene leegstaande voormalige bedrijfswoning aanwezig waar, door vandalisme, de ramen en het interieur vernield zijn. Het gebied is verder nagenoeg geheel verhard met beton, asfalt en betonklinkers. Er groeien nauwelijks bomen en struiken. Ook waterlopen, poelen, vijvers of andere natuurlijke habitats ontbreken er.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
3
Foto 3: Op en rond het terrein is nauwelijks sprake van enig groen. Het groen wat aanwezig is bestaat uit een zeer eentonige vegetatie en is vooral uit gebrek aan onderhoud spontaan ontstaan. De bomen die er staan zijn jong en slecht ontwikkeld.
Aanwezigheid natuurwaarden Broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) Ter plekke van de nog aanwezige woningen zijn geen mogelijke nestlocaties van huismussen, gierzwaluwen en huiszwaluwen aanwezig zijn, vanwege het ongeschikt zijn van de dakopbouw voor huismussen (geen pannendak), het ontbreken van witgeverfde bekistingen onder regengoten waar huiszwaluwen onder nestelen) en het ontbreken van geschikte invliegmogelijkheden voor gierzwaluwen onder de dakconstructie. De loodsen zijn eveneens ongeschikt voor broedvogels om te broeden, vanwege de constructie ervan. De loodsen zijn allemaal opgebouwd uit metalen wanden en daken, waar geschikte broedplekken ontbreken. Op en rond de ingreeplocatie is nauwelijks sprake van groen waar een hoge diversiteit van vogels zullen broeden. Vogels die hier wel gebruik van kunnen maken zijn soorten als heggemus, merel, roodborst en andere algemeen voorkomende soorten. Door het verwijderen van de vegetatie en door de herinrichting van het terrein zal de gunstige staat van instandhouding van deze soorten echter niet in het geding komen. Als er in de nieuwe situatie weer nieuw groen aangeplant wordt keren deze broedgelegenheden op terrein weer terug. Effecten op broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten) zijn uit te sluiten. De ingreeplocatie is ongeschikt om als broedplek te dienen.
Nader onderzoek is niet aan de orde, evenals het treffen van mitigerende maatregelen. In het kader van de vigerende natuurwetgeving kan geconcludeerd worden dat er geen knelpunten optreden ten aanzien van broedvogels. Om te voorkomen dat er onverhoopt broedvogels verstoord worden tijdens het broedseizoen adviseren we om de meest verstorende werkzaamheden (zoals het verwijderen van het groen) uit te voeren buiten de periode half maart-half augustus.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
4
Foto 4: In de loodsen zijn geen geschikte broedplekken voor vogels aanwezig
Foto 5: De door vandalisme verstoorde woning is eveneens geen geschikte broedlocatie voor vogels
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
5
Vleermuizen De loodsen en de, door vandalisme vernielde, woning is voor vleermuizen ongeschikt om te dienen als vaste rust- en verblijfplaats. Er zijn geen invliegopeningen aanwezig die toegang geven tot de spouwmuur (bij de woning op foto 5) en de loodsen zijn door hun bouwconstructie ongeschikt voor vleermuizen om als vaste rust- en verblijfplaats te dienen. De woningen aan de noordzijde en de panden aan de westzijde van de ingreeplocatie (panden waar autoherstelbedrijven in zitten) kunnen wel dienstdoen als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen, omdat hier wel sprake is van open stootvoegen en openingen onder het dakbeschot (achter de houten muurplanken) waar vleermuizen gebruik van kunnen maken.
Foto 6: Open stootvoegen die toegang bieden tot achterliggende spouwmuur. Deze spouwmuur vormt op haar beurt een potentiële verblijfplaats voor vleermuizen.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
6
Foto 7: Open stootvoegen en ruimte onder de muurplaten waar vleermuizen gebruik van kunnen maken
Foto 8: De metalen platen op de loodsen zijn, vormen geen geschikte verblijfplaatsen omdat deze metalen platen in de zomer veel te warm worden.
Op en rond de locatie is nauwelijks begroeiing aanwezig die dienst kan doen als primaire vliegroute of als essentieel foerageergebied. Er zullen zeker vleermuizen foerageren, maar de aantallen en de diversiteit aan soorten zal niet heel divers zijn. Effecten op vaste rust- en verblijfplekken zijn, door de geschiktheid van een aantal gebouwen voor vleermuizen, niet geheel uit te sluiten. Dit betreft de woningen aan de noordzijde en de bedrijfspanden aan de westzijde. Om effecten in beeld te krijgen is nader vleermuisonderzoek ter plekke noodzakelijk. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
7
Effecten op essentieel foerageergebied en primaire vliegroutes van vleermuizen zijn wel uit te sluiten, vanwege het ontbreken van een opgaande, goed ontwikkelde en aaneengesloten, vegetatie (van bomen en struiken). Gericht onderzoek naar deze functies is niet noodzakelijk. Tijdens het vleermuisonderzoek, noodzakelijk in het kader van het verkrijgen van het beeld op aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen, wordt dit wel meegenomen. Vaatplanten (muurplanten) Op en rondom de bebouwing zijn geen bijzondere en/of beschermde vaatplanten aangetroffen die enige hinder kunnen ondervinden, of hun groeiplaats verliezen door de beoogde werkzaamheden. Een goed ontwikkelde bloemrijke vegetatie (zoals schraal grasland) is niet aanwezig. In een van de rioolputten zijn enkele tongvarens aangetroffen, die door de juiste combinatie van vocht en schaduw gekiemd zijn tussen de kieren van het betonwerk, zie figuur 2 voor de vindplaats. Deze soort is niet zwaar beschermd in het lader van de Omgevingswet, maar omdat de soort niet heel algemeen voorkomt in deze regio, adviseren we om deze groeiplaatsen en deze planten te behouden, daar waar mogelijk.
Indien dit niet mogelijk is, adviseren we om de planten tijdelijk van hun groeiplek te verwijderen en na afronding van de werkzaamheden ergens een nieuwe groeiplek te geven in het gebied, om daarmee de soort te behouden en bi te dragen aan het behoud van de biodiversiteit van het gebied en de directe omgeving. Effecten op beschermde vaatplanten zijn geheel uit te sluiten. Wel adviseren we om tijdens de werkzaamheden de tongvarens intact te houden.
Foto 9: Een van de tongvarens
Overige soorten Andere beschermde soorten, zoals amfibieën, reptielen, vissen, libellen, dagvlinders, grondgebonden zoogdieren en andere ongewervelden zijn niet aangetroffen en of te verwachten, omdat er geen geschikt habitat op locatie aanwezig is. Effecten op bovengenoemde soortgroepen zijn in het geheel uit te sluiten vanwege het ontbreken van optimaal ontwikkelde leefgebieden en het niet aanwezig zijn van verblijfplaatsen en/of voortplantingsplaatsen. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
8
Conclusies Uit het quickscan onderzoek kan worden geconcludeerd dat: Er geen nestlocaties aanwezig zijn van broedvogels met jaarrond beschermde nesten, omdat de daken en de bebouwing zelf geheel ongeschikt zijn qua bouwstijl. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Alleen in de woningen aan de noordzijde en de bedrijfspanden aan de westzijde (autoherstelbedrijven) mogelijk sprake is van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen, door de aanwezigheid van open stootvoegen en er ruimte is onder de beplating onder de dakranden van de woningen. Om een gedegen effectbeoordeling te kunnen maken is nader vleermuisonderzoek hier noodzakelijk. De loodsen ongeschikt zijn om als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen te dienen, vanwege de constructie ervan met metalen platen. Er geen sprake is van essentiële foerageergebieden en of primaire vliegroutes van vleermuizen, aangezien er geen goed ontwikkelde hoogopgaande en diverse vegetatie van bomen en struiken aanwezig is op de ingreeplocatie. Effecten op deze functies zijn dan ook uit te sluiten. Er tongvarens groeien in minimaal een rioolput. Het behouden van deze groeiplek en de planten, zelf draagt bij aan het behoud van de soort en de biodiversiteit in het gebied en de regio. We adviseren dan ook om de tongvarens intact te houden of indien noodzakelijk te verplanten in de toekomstige nieuwe situatie.
Ter plekke van de ingreeplocatie het voorkomen van andere beschermde soorten zoals, planten, libellen, dagvlinders, vissen, reptielen, amfibieën, grondgebonden zoogdieren en overige ongewervelden uit te sluiten is, vanwege het ontbreken van optimaal ontwikkelde leefomstandigheden (zoals poelen, vijvers, schrale graslanden, kruidenrijke en bloemrijke plekken). Effecten op deze soortgroepen treden dan ook niet op.
Figuur 2: Vindplaats tongvarens en onderzoeksgebied naar vleermuisverblijven
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
9
Bijlage 1 Geraadpleegde bronnen www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl (NDFF) Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieukerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orthoptera). – Nederlandse Fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden 416 blz., 14 platen. Turin, H., 2000. De Nederlandse loopkevers, verspreiding en oecologie (Coleoptera: Carabidae). – Nederlandse Fauna 3. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, Leiden 666 blz., 16 platen, met cd-rom. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). - Nederlandse Fauna 7. Leiden. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie), 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. - Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
10
Bijlage 2 Wettelijk kader De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Omgevingswet wordt door het Rijk verbeeld als een gebouw in aanbouw en bestaat uit een: Hoofdspoor: de Omgevingswet; de vier Algemene Maatregelen van Bestuur; ➢ het Omgevingsbesluit; ➢ Besluit kwaliteit leefomgeving; ➢ Besluit activiteiten leefomgeving; ➢ Besluit bouwwerken leefomgeving; de Omgevingsregeling. Invoeringsspoor (bestaande wetten en regels): de Invoeringsregeling; het Invoeringsbesluit; de Invoeringswet. Aanvullingspoor (beleidsontwikkelingen op het gebied van natuur, bodem, geluid en grondeigendom die uiteindelijk opgaan in het hoofdspoor): Aanvullingsregelingen Aanvullingsbesluiten Aanvullingswetten De fundering van de nieuwe Omgevingswet is het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Dat is één digitaal loket, waarin alle wet- en regelgeving over de leefomgeving samenkomt (Omgevingsloket). In het kader van regelgeving rond beschermde soorten zijn met name de Omgevingswet, het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en Besluit Activiteiten Leefomgeving van belang. In de navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de relevante delen van de wet, besluiten en regelingen gegeven.
Algemene bescherming In het Besluit activiteiten leefomgeving is een zorgplicht ten aanzien van soorten opgenomen. In het algemeen moet voorkomen worden dat bij het doden of vangen van een dier, dat dier onnodig lijdt. Verder is aangegeven dat bij flora- en fauna-activiteiten of andere activiteiten, waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat dit leidt tot nadelige effecten ten aanzien van natuurbescherming, de volgende zaken verplicht zijn: Neem alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om gevolgen te voorkomen; Voor zover gevolgen niet kunnen worden voorkomen: Beperk die gevolgen zoveel mogelijk of maak deze ongedaan; Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: Laat de activiteit achterwege zover dat redelijkerwijs kan worden gevraagd.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
11
Voor flora- en fauna-activiteiten geldt specifiek het volgende: a) Voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie of in de directe nabijheid beschermde soorten of voor beschermde soorten leefgebieden of groeiplaatsen aanwezig zijn. b) Als deze aanwijzingen er zijn wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten. c) Als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten; d) Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen. e) Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben. f) Het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen.
Categorieën De wet onderscheidt drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: 1. Vogelrichtlijnsoorten (§ 11.2.2 Besluit activiteiten leefomgeving) 2. Habitatrichtlijnsoorten (§ 11.2.3 Besluit activiteiten leefomgeving) en 3. Andere soorten (§ 11.2.4 Besluit activiteiten leefomgeving). Vogelrichtlijnsoorten Alle van nature in Nederland in het wild levende soorten vogels, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten, die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan, dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd. Habitatrichtlijnsoorten In deze categorie vallen: alle in het wild levende dieren, zoals genoemd in: ➢ bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, ➢ bijlage II bij het Verdrag van Bern; ➢ bijlage I bij het Verdrag van Bonn. planten van soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied, zoals genoemd in: ➢ bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; ➢ bijlage I bij het Verdrag van Bern. Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat in het Besluit activiteiten leefomgeving § 11.2.3 ‘soorten habitatrichtlijn’ in de titel heeft, wordt deze term echter wel gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
12
Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een ‘nationale kop’ op de Europese bescherming. Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen in bijlage IX onder A bij het Besluit activiteiten leefomgeving.
Regels In de Omgevingswet staat dat het zonder omgevingsvergunning verboden is om een flora- en faunaactiviteit te verrichten. De definitie van een flora- en fauna-activiteit is ‘activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten’. In het Besluit activiteiten leefomgeving is dit nader gespecificeerd. Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor: a) het opzettelijk doden of opzettelijk vangen; b) het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren of het opzettelijk wegnemen van nesten; c) het rapen en onder zich hebben van eieren; d) het opzettelijk storen, tenzij het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Het verbod geldt voor Habitatrichtlijnsoorten voor: a) het opzettelijk doden of opzettelijk vangen; b) het opzettelijk verstoren; c) het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren; d) het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; e) het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van beschermde planten.
Het verbod geldt voor Andere soorten voor: a) het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende individuen; b) het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; c) het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van Andere soorten (planten). Hierboven is voor Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten aangegeven dat verstoring niet is toegestaan. Niet iedere verstoring in het kader van de wet is relevant is. Het moet gaan om verstoring die voor soorten in potentie wezenlijke gevolgen heeft. Een tijdelijke verandering van gedrag valt hier niet zonder meer over. Zie voor meer informatie het volgende kader.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
13
Juridisch kader verstoring beschermde soorten Niet iedere toename van verstoringsbronnen leidt tot een daadwerkelijk effect dat in het kader van de wet is voorzien als verstoring. Voor een individu dat sprake is van opzettelijke verstoring als niet in de directe omgeving (tijdelijk) uitwijkmogelijkheden voor handen zijn en de functionaliteit van het leefgebied door verstoring wordt aangetast. Dit is verschillende keren bevestigd door de Raad van State. Hieronder staan twee delen van uitspraken waarin dit bevestigd is: ECLI:NL:RVS:2009:BI3701: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 21 november 2007 in zaak nr. 200607283/1) geldt als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving, moet worden aangemerkt als een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van de Ffw.” ECLI:NL:RVS:2020:1125: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 23 juni 2010 ECLI:NL:RVS:2010:BM8836), geldt bij de uitleg van artikel 10 van de Flora- en faunawet als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving een opzettelijke verontrusting is in de zin van die bepaling.
Het tijdelijk (doen) wegvluchten voor werkzaamheden naar een rustiger plek kan niet worden aangemerkt als opzettelijke verontrusting in de zin van deze bepaling. De Afdeling volgt deze interpretatie eveneens ten aanzien van het in het vierde lid van artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb neergelegde verbod van opzettelijke storing.”
Gedragscodes en vrijstellingen Het verbod om een flora- en fauna-activiteit uit te voeren zonder omgevingsvergunning geldt niet voor activiteiten die vallen onder een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: Aantoonbaar worden uitgevoerd in overeenstemming met de gedragscode Plaatsvinden in het kader van: ➢ het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; ➢ een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; ➢ een bestendig gebruik; ➢ ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Vrijstelling In het algemeen geldt het verbod om een flora- en fauna-activiteit uit te voeren zonder omgevingsvergunning niet voor gevallen, te gebruiken middelen en/of soorten die zijn opgenomen in het omgevingsplan, de waterschapsverordening, de omgevingsverordening of een ministeriële regeling of een programma. Hierbij moet wel worden voldaan aan de voorwaarden, zoals die ook gelden voor de aanvraag van een omgevingsvergunning (zie tekst onder kopje “Omgevingsvergunning”).
Als activiteiten in een goedgekeurd programma zijn opgenomen, moet het programma wel aan een van de volgende voorwaarden voldoen: ➢ Het programma moet gericht zijn op inrichting, gebruik en beheer van een Natura 2000gebied en gericht zijn op het halen van de instandhoudingsdoelstellingen (voorheen beheerplan). ➢ Het programma moet gericht zijn op een evenwichtige duurzame ontwikkeling, waarbij de belasting van kwalificerende natuurwaarden in Natura 2000-gebieden afneemt of beheer, bescherming, herstel van natuurlijke habitats of de staat van instandhouding van in het wild voorkomende dieren of planten verbetert.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
14
Verder geldt voor beschermde soorten het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren niet in de volgende gevallen: Als de activiteit is toegestaan in het kader van een andere wet én als wordt voldaan aan artikel 9, lid 1 en 2 en artikel 13 van de Vogelrichtlijn voor Vogelrichtlijnsoorten, artikel 16, lid 1 van de Habitatrichtlijn voor Habitatrichtlijnsoorten en de eisen die ook aan de omgevingsvergunning worden gesteld voor Andere soorten. Zie het volgende tekstkader voor de relevante inhoud van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Als de activiteiten vallen onder instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen in het kader van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor andere soorten geldt dat het verbod niet van toepassing is op het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis en het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
15
Bijlage 3 Lijst beschermde soorten Omgevingswet Europees beschermde diersoorten en plantensoorten Beschermde soorten conform art 11.37 Bal: Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn (ca. 700)
Beschermde soorten conform art 11.46, lid 1, onder a en e, Bal: Van nature in Nederland voorkomende soorten van de Habitatrichtlijn, bijlage IV (inclusief Verdrag van Bern, Bijlage I en II voor zover van toepassing)
Beschermde soorten conform art 11.46, lid 1, onder a en e, Bal: Van nature in Nederland voorkomende soorten van de Habitatrichtlijn, bijlage IV Zoogdieren Bever Hamster Hazelmuis Lynx Noordse woelmuis Otter Wolf Wilde kat Vleermuizen Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandts vleermuis Franjestaart Gewone baardvleermuis Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Grote hoefijzerneus Grote rosse vleermuis Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus Laatvlieger Meervleermuis Mopsvleermuis Noordse vleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis
Walvisachtigen Bruinvis Bultrug Dwergpotvis Dwergvinvis Gestreepte dolfijn Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn Gewone vinvis Griend Grijze dolfijn Hille (Butskop) Kleine zwaardwalvis Narwal Noordse vinvis Orka Potvis Spitsdolfijn van Gray Tuimelaar Witflankdolfijn Witte dolfijn Amfibieën Boomkikker Geelbuikvuurpad Heikikker Kamsalamander Knoflookpad Poelkikker Rugstreeppad Vroedmeesterpad
Reptielen Gladde slang Muurhagedis Zandhagedis Schildpadden Dikkopschildpad Kemps’ zeeschildpad Lederschildpad Soepschildpad Vissen Noordzeehouting Europese steur Weekdieren Bataafse stroommossel Platte schijfhoren Insecten (dag/nachtvlinders) Apollovlinder Boszandoog Donker pimpernelblauwtje Grote vuurvlinder Pimpernelblauwtje Teunisbloempijlstaart Tijmblauwtje Zilverstreephooibeestje
Insecten (libellen) Bronslibel Gaffellibel Gevlekte witsnuitlibel Groene glazenmaker Noordse winterjuffer Oostelijke witsnuitlibel Rivierrombout Sierlijke witsnuitlibel Insecten (kevers) Brede geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever Heldenbok Juchtleerkever Vermiljoenkever Planten Drijvende waterweegbree Groenknolorchis Kruipend moerasscherm Zomerschroeforchis
Insecten (Libellen) Mercuurwaterjuffer
Insecten (Haften) Oeveraas
(Uitsluitend) Verdrag van Bern, bijlage I Planten Geel schorpioengras Kleine vlotvaren Liggende raket Tonghaarmuts
(Uitsluitend) Verdrag van Bern, bijlage II Zeezoogdieren Walrus
Insecten (Vlinders) Moerasparelmoervlinder
(Uitsluitend) Verdrag van Bonn, bijlage I Monarchvlinder*
*Monarchvlinder staat niet in Bijlage I van de Conventie van Bonn, wel in Bijlage II. De soort is dus niet beschermd volgens de Ow.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
16
Andere beschermde dier- en plantensoorten A. Soorten zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a Bijzondere soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd en op de rode lijst staan zijn geplaatst; deels ook soorten die vallen onder bijlage V bij de habitatrichtlijn. Ook gaat het om soorten die aanvullende bescherming vragen, ongeacht of het om bedreigde soorten gaat of niet. Voorheen voorzagen de artikelen 3.10 en 3.11 van de Wet natuurbescherming in deze aanvullende landelijke bescherming (Algehele Zorgplicht). Deze lijn geldt ook binnen de Omgevingswet, Artikel 11.27.
A. Soorten zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder a Zoogdieren Aardmuis Boommarter Bosmuis Bunzing Damhert Das Dwergmuis Dwergspitsmuis Edelhert Eekhoorn Egel Eikelmuis Gewone bosspitsmuis Gewone zeehond Grote bosmuis Grijze zeehond Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Veldspitsmuis Vos
Waterspitsmuis Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën Alpenwatersalamander Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker Vinpootsalamander Vuursalamander Reptielen Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Vissen Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal Kreeftachtigen Europese rivierkreeft Libellen Beekrombout Bosbeekjuffer
Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel Speerwaterjuffer Kevers Vliegend hert Dagvlinders Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Grote vos Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan
B. Soorten vaatplanten als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, onder c Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis
Groensteel Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Kartuizer anjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkelk Roggelelie
Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubvaren Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
17
Vogels met jaarrond beschermde nesten Conform Ministerie van EZ en provincies N-Br, N-H, Z-H, Zld, Gld, Utr. Vogels jaarrond beschermde nesten
categorie
Vogels waarvan voldoende functioneel leefgebied aanwezig moet blijven
categorie
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Oehoe Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte wouw
4 4 2 3 4 2 3 3 3 4 2 3 4 1 4 4
Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosuil Brilduiker Draaihals Eidereend Ekster Gekraagde roodstaart Glanskop Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Hop Huiszwaluw IJsvogel Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger Koolmees Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw Pimpelmees Raaf Ruigpootuil Spreeuw Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Verklaring: categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
18
Overzicht algemene vrijstellingen soorten per bevoegd gezag Op basis van door PS vastgestelde provinciale verordeningen en Or d.d. 14 februari 2024 Nederlandse Naam
Dr
Fl
Fr
Gld
Gr
Li
NB
NH
O
U
Z
ZH
Ministerie N&S
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x
x x x5 x x x
x x
x x x
x x x x x x
x x x x x x
x x
x x
x x
x x
x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x5 x5 x x5
x
x x
x x x x x
x x x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x
x x x
x x x
x x
x x x
x x x
x x x
x x x x x x
x x x
x x x x
x x x x x x x1 x x x x x x x x x x2 x x x x
x x x
x x x
x x x
x x x x5
x x x
x x x
x x x x
x
x
x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x x
x x
x x
x x
x x x3 x x4 x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
x x
Dr x
Fl x
Fr x
Gld x
Gr x
Li x
NB x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis* Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Eekhoorn Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis* Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis* Vos Wezel Wild zwijn Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Hazelworm Kleine watersalamander Levendbarende hagedis Meerkikker Middelste groene kikker/Bastaardkikker Wettelijke belangen 8.74l, lid 1, b, 6° 8.74l, lid 1, b, 9° 8.74l, lid 1, b, 10° 8.74l, lid 1, b, 11°
ikv RO en gebruik van gebieden voorkomen onnodig lijden ikv bestendig beheer of onderhoud landbouw of bosbouw ikv bestendig beheer of onderhoud overig
ikv bestendig beheer of onderhoud landschappelijke kwaliteiten bepaald gebied (geldt alleen voor vrijgestelde amfibieën) ikv bescherming wilde flora, fauna & habitats, en onderzoek & onderwijs 8.74l, lid 1, b, 12°
NH x
x
x x x
x
O x
U x x
Z x
ZH x
N&S x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x**
x
Schadelijke handelingen art. 11.54, lid 1, onder a Bal art. 11.54, lid 1, onder a Bal art. 11.54, lid 1, onder b Bal
Doden
x**
x**
x**
x
x
x
Vangen
x**
x
x**
x**
x**
x**
x
x
x**
x
x
x
x
Beschadigen of vernielen vast voortplantings- of rustplaatsen
x
x
x**
x
x
x
x
x
x**
x
x
x
x
Legenda: x soort is vrijgesteld * voor deze soorten daarnaast uitzondering in/op gebouwen en bijbehorende erven art. 11.54, lid 2, onder a Bal ** de vrijstelling is verleend onder specifieke voorwaarden. Doden is niet altijd voor iedere soort toegestaan. Vangen mag vaak alleen met toegestane middelen. Ga naar de betreffende verordening of regeling voor meer informatie. 1 de vrijstelling geldt in de periode maart- april en juli tot en met november 2 de vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari 3 de vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september 4 de vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober 5 de vrijstelling vervalt per 1 september 2024
Opmerking bij Friesland: Er gelden allerlei aanvullende voorschriften aan de vrijstelling m.b.t. doden, vangen, vrijlaten en beschadigen of vernielen van verblijfplaatsen.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
19
Bijlage 4 Soorten specifieke zorgplicht Flora- en fauna-activiteiten In het Bal zijn meerdere specifieke zorgplichten opgenomen, waaronder in artikel 11.27 dat toeziet op de specifieke zorgplicht voor onder meer flora- en fauna-activiteiten (daarnaast ook voor andere activiteiten, genoemd in artikel 11.22, lid 1, onder b t/m g, zoals het handelen conform een faunabeheerplan, uitoefening jacht, etc.). In het eerste lid is een vergelijkbare zorgplicht opgenomen als onder de algemene zorgplicht, namelijk dat degene die een flora- en fauna-activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben: alle maatregelen neemt die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. In het tweede lid van artikel 11.27 Bal wordt de invulling van de specifieke zorgplicht voor Flora- en fauna-activiteiten nader uitgewerkt.
Hierin staat dat de plicht 'in ieder geval' (dus een nietlimitatieve opsomming) inhoudt dat wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van bepaalde soorten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Verwezen wordt naar de volgende soorten: van nature in Nederland in het wild levende vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX (de nationaal beschermde soorten) of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3˚ Ow. Als deze aanwijzingen er zijn, moet worden vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten. Zijn nadelige gevolgen niet uit te sluiten, dan wordt gevraagd om na te gaan welke nadelige gevolgen kunnen optreden en passende preventieve maatregelen te nemen, de activiteit te staken, of, als dat niet kan, passende herstelmaatregelen te nemen.
Verder wordt er ook gevraagd om tijdens en na het verrichten van de activiteit na te gaan of de getroffen passende preventieve maatregelen de beoogde effecten hebben. De zorgplicht geldt altijd voor alle in het wild levende soorten, ongeacht een eventueel van toepassing zijnde vrijstelling, gedragscode of vergunning. De zorgplicht voor soorten is bovendien niet beperkt tot de dieren en planten zelf, maar ook tot de directe leefomgeving van de soorten. Dat betreft voor dieren de foerageergebieden, rust en vaste verblijfplaatsen en plaatsen voor het grootbrengen van de jongen. Voor meer informatie over de algemene zorgplicht en de specifieke zorgplicht Flora- en faunaactiviteiten, lees dan het artikel ‘Voorstel invulling specifieke zorgplicht FF-activiteiten Ow’. Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
20
Zorgplicht voor Flora- en fauna-activiteiten, Artikel 11.27 Bal (Lid 1 en 2: Lid 3 alleen van toepassing bij jacht)
Lid 1. Degene die een flora- en fauna-activiteit of een activiteit als bedoeld in artikel 11.22, eerste lid, onder b t/m g, verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 11.23, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om de gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Lid 2. Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a.
voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1: van natura in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2: van natura in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3: dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder 3, van de wet; en 4: voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten: c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten: d.
alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen.
Rapportage Quickscan Ecologische Waarden, ingreeplocatie “Molenzicht”, te Spijkenisse. (ons kenmerk: 24-1764)
21