Bijlage Mer-beoordeling - Bodemonderzoek
Tekst van het document
Verkennend bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse
projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 13 augustus 2025
www.anteagroup.nl
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse Antea Nederland B.V. projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 13 augustus 2025
Auteur(s) C.A.H.M. Berends
Opdrachtgever Gemeente Nissewaard Postbus 25 3200 AA SPIJKENISSE
Verantwoording toepassing beoordelingsrichtlijnen (BRL's) Zie betreffende bijlage rapport
Gecontroleerd ir. H.E. Oosterbaan
datum 11 augustus 2025
beschrijving definitief revisie 00
vrijgave T. Burgers
b.a.
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Inhoudsopgave 1
Samenvatting
4
2
Inleiding
5
3
Vooronderzoek
6
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Asbest PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek en hypothese
6 7 7 9 9 10 10
4
Verrichte werkzaamheden
12
4.1 4.2
Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek
12 12
5
Onderzoeksresultaten
14
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Grondwater Voorlopige veiligheidsklasse
14 15 15 16 18 19
6
Conclusie en aanbevelingen
20
6.1 6.2
Conclusies Aanbevelingen
20 20
Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16
Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Vooronderzoek Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Veldwerkfoto's Toetsing grondmonsters Toetsing grondwatermonsters Normwaarden grond en grondwater Toelichting normwaarden grond en grondwater (Indicatieve) toetsing Besluit bodemkwaliteit Normwaarden Besluit bodemkwaliteit Toelichting toetsingskader Besluit bodemkwaliteit Analysecertificaten PFAS-toetsing Toelichting uitgevoerd PFAS-onderzoek Verantwoording uitvoering onderzoek Tekening
blad 3 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
1
Samenvatting Onderdeel Onderzoekslocatie Uitgevoerd onderzoek Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Aanleiding Omvang werk Doel Resultaten grond Resultaten grondwater Resultaten PFAS Voorlopige veiligheidsklasse (CROW-publicatie 400) Te volgen procedure Aannemer BRL SIKB 7000 noodzakelijk (protocol 7001 of 7005) Milieukundige begeleiding noodzakelijk (BRL SIKB 6000, protocol 6005) V&G-plan noodzakelijk (CROW-publicatie 400) Grondwateronttrekking nodig Rapport opgesteld door Projectnummer Antea Group Contactpersoon Antea Group
Omschrijving Halfweg te Spijkenisse Verkennend bodemonderzoek grond en grondwater Gemeente Nissewaard de heer J. Moelker De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein Halfweg te Spijkenisse, inclusief de daarbij behorende wijziging van het omgevingsplan (TAM-IMRO) en toekomstige aanvraag van een omgevingsvergunning Meer dan 25 m3 Vaststellen bodemkwaliteit ten behoeve van omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen De gehalten aan de onderzochte stoffen overschrijden plaatselijk de interventiewaarde voor zink. Deze verontreiniging is voldoende afgeperkt. De concentraties aan de onderzochte stoffen overschrijden de signaleringswaarde niet Landbouw/Natuur, Wonen en Industrie, Niet toepasbaar Basishygiëne Meld- en informatieplicht voorafgaand aan de werkzaamheden (proceduretermijn melding 4 weken; informatieplicht 1 week); informatieplicht na afronding van de werkzaamheden (uiterlijk 1 week). Ja Nee Ja Ja C.A.H.M. Berends 0499411.103 Tomas Burgers, tomas.burgers@anteagroup.nl, (06) 108 821 30
blad 4 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
2
Inleiding In opdracht van de Gemeente Nissewaard is door Antea Group in juni en juli 2025 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het bedrijventerrein Halfweg te Spijkenisse. De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein inclusief de daarbij behorende wijziging van het omgevingsplan (TAM-IMRO). Doel van het onderzoek is nagaan of de kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) een belemmering vormt voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en aanvraag van een omgevingsvergunning. Tevens zal ter hoogte van het nieuw te realiseren transformatorstation de nulsituatie worden vastgelegd, waarmee een toetsingsgrondslag wordt verkregen om een eventuele verontreiniging die ontstaat tijdens het gebruik vast te stellen. Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740: 2023 +C1: 2024 'Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek'. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring waarvan gebruik kan worden gemaakt voor het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. Wel is de rapportage geschikt om een inschatting te kunnen maken van de mogelijke toepassingen.
In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.
blad 5 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
3
Vooronderzoek Bij toepassing van de NEN 5740 moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Voor het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2023 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. uitvoeren van een nul- of eindonderzoek bodem. uitvoeren van de (milieubelastende) activiteit graven in grond (exclusief tijdelijk uitnemen) en inschatten van arbeidshygiënische risico’s. In dit hoofdstuk worden de bij de aanleiding behorende onderzoeksaspecten besproken. In bijlage 2 worden deze onderzoeksaspecten onderbouwd met de antwoorden op de verplichte onderzoeksvragen. In tabel 3.1 zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 3.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Bodemloket Omgevingsdienst DCMR Topotijdreis.nl Nota bodembeheer gemeente Veendam
3.1
Website, contactpersoon of archief www.bodemloket.nl dcmr.nazca4u.nl www.topotijdreis.nl Overheid.nl lokale wet- en regelgeving
Datum raadplegen juli 2025 juni 2025 juni 2025 juli 2025
Locatiegegevens De onderzoekslocatie ligt aan de Malledijk te Spijkenisse en is op te splitsen in twee delen. In figuur 3.1 is de ligging van het plangebied weergegeven: deelgebied A is momenteel in gebruik als agrarisch perceel; deelgebied B is een groenstrook, grotendeels langs een parkeerplaats van het bedrijf WD Europe B.V. en langs een openbare weg. Het gehele onderzoeksgebied heeft een oppervlakte van circa 6,7 ha en staat kadastraal bekend als gemeente Spijkenisse, sectie M, nummers 15, 120 en 122. De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 16. Momenteel is deelgebied A in gebruik als agrarisch gebied en het noordoostelijke deel (deelgebied B) is een groenstrook langs een weg en parkeerplaats. In de toekomstige situatie wordt deelgebied A ontwikkeld tot bedrijventerrein, waarbij tevens een nieuw transformatorstation zal worden gerealiseerd. In deelgebied B zal nieuwe boven- en ondergrondse infrastructuur (ontsluitingsweg en kabel-/leidingtracé) worden gerealiseerd.
blad 6 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Figuur 3.1: Plangebied (bron: PDOK)
3.2
Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 5.1 en bijlage 3. Over de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: freatische grondwaterstand: 1,2 m –mv.; regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket: noordelijk; verticale grondwaterstroming tot 10 m -mv.: inzijging; voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: ja. Ten noorden van het onderzoeksgebied loopt een zijtak van de rivier ‘Oude Maas’; voorkomen van brak/zout grondwater: nee; ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee; ophogingen/dempingen/bodemvreemde lagen bekend: ja, de vermoedelijke dempingen zijn aangegeven op de tekening in bijlage 16; is het grondwatersysteem beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie): nee. De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGV-TNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden.
3.3
Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Uit het historisch kaartmateriaal (zie figuur 3.2) blijkt dat de locatie vanaf minstens 1900 in gebruik was als landbouwgebied. Sindsdien is de situatie niet wezenlijk veranderd.
blad 7 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Figuur 3.2: Historisch kaartmateriaal van het onderzoeksgebied (bron: Topotijdreis).
Bekende gegevens Uit het bodeminformatiesysteem van de Milieudienst Rijnmond (DCMR) blijkt dat er geen gegevens bekend zijn met betrekking tot bodembedreigende activiteiten of eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse. In de omgeving van de locatie zijn wel enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. Hierbij zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetoond. Daarnaast blijkt dat er binnen het plangebied diverse gedempte sloten aanwezig zijn. Het is niet bekend welk dempingsmateriaal is gebruikt en daarom kan niet worden uitgesloten dat gebruik is gemaakt van verontreinigd materiaal.
blad 8 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Bodemkwaliteitskaart (Bkk) Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Nissewaard blijkt dat het onderzoeksterrein in een gebied ligt waar de algemene kwaliteit van de boven- en ondergrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw’ (aan de landelijke achtergrondwaarden). Er gelden lokale toetsingsnormen binnen de gemeente Nissewaard. Volgens de Nota bodembeheer hanteert de gemeente de lokale maximale waarden van de gemeente Rotterdam. Deze zijn opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2: Lokale Maximale Waarden (standaardbodem bodembeleid Rotterdam). Getal tussen haakjes betreft de landelijke norm.
3.4
Stof
Maximale waarden Natuur
Maximale waarden Landbouw
Maximale waarden Wonen
Maximale waarden Industrie
Arseen
20
30 (20)
40 (27)
76
Barium
190 (-)
280 (-)
550 (-)
920
Cadmium
0,6
1 (0,6)
3,7 (1,2)
13 (4,3)
Kobalt
15
25 (15)
50 (35)
190
Koper
40
60 (40)
100 (54)
190
Kwik
0,15
2 (0,15)
4,8 (0,83)
4,8
Lood
50
200 (50)
300 (210)
530
Minerale Olie
190
300 (190)
500 (190)
1000 (500)
Molybdeen
1,5
10 (1,5)
88
190
Nikkel
60 (35)
60 (35)
75 (39)
100
PAK
1,5
5,5 (1,5)
11 (6,8)
40
PCB
0,02
0,1 (0,02)
0,25 (0,04)
0,5
Zink
140
200 (140)
350 (200)
720
Asbest Ter hoogte van het onderzoeksgebied zijn tussen 1986 en 1992 verscheidene sloten gedempt (bron www.topotijdreis.nl). Slootdempingen zijn in het verleden vaak uitgevoerd met bouw- en sloopafval van lokale afkomst, waaronder puin dat asbesthoudend materiaal kan bevatten. Dit was vooral het geval vóór het algehele asbestverbod in 1993. Bij individuele percelen bouwland zijn de sloten echter vaak dicht geploegd en in dergelijke gevallen is de aanwezigheid van bodemverontreiniging op voorhand niet aannemelijk. Verder zijn in die periode niet alleen de sloten binnen het onderzoeksgebied gedempt, maar deze dempingen waren een onderdeel van een grootschalige demping van het (omringende) gebied. Grootschalige dempingen zijn minder verdacht op asbest omdat het materiaal in deze gevallen meestal grond betreft van binnen of buiten het gebied en dus geen bouw- en sloopafval.
3.5
PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) PFAS is een niet-natuurlijke stofgroep van gefluoreerde koolwaterstoffen die decennialang zijn gebruikt in vele producten en (industriële) processen. PFAS zijn persistente, mobiele en nauwelijks biologisch afbreekbare stoffen en kunnen in hogere concentraties schadelijke gevolgen hebben voor mens, dier en milieu. PFAS horen tot de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) of potentieel Zeer Zorgwekkende Stoffen (pZZS). De meest bekende PFAS zijn PFOS, PFOA en HFPO-DA (GenX). Vanwege het wijdverbreide (historische) gebruik en emissies van PFAS in combinatie met de stofeigenschappen is er in Nederland sprake van een diffuse verontreiniging in de (water)bodem, grondwater en het oppervlaktewater. Er is in 2019 een Handelingskader PFAS van kracht geworden waarin de hergebruiksmogelijkheden van PFAShoudende grond en baggerspecie staan beschreven (geactualiseerd in 2023). Door het RIVM is op 12 juli 2019 een adviespakket PFAS gepubliceerd waarop de grond/baggerspecie in dit kader onderzocht dient te worden. GenX maakt geen deel uit van het standaard adviespakket. Analyse op GenX dient alleen plaats te vinden indien
blad 9 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
de locatie verdacht is op het voorkomen van de stof. In het geval van tijdelijke uitname van grond is voor wat betreft de milieuhygiënische kwaliteit van de locatie sprake van het stand still-principe aangezien eventueel met PFAS verontreinigde grond op locatie wordt teruggezet. Voor deze situaties wordt het niet noodzakelijk geacht de grond op PFAS te onderzoeken. Wel dient, bijvoorbeeld in het geval van een puntbron, rekening te worden gehouden met het feit dat PFAS is opgenomen in de veiligheidsklassebepaling van CROW-publicatie 400. In de Nota bodembeheer van de gemeente zijn specifieke toetsingswaarden voor PFAS opgenomen. Voor de bodemfuncties ‘landbouw’ en ‘natuur’ geldt voor PFOA/ PFOS/overig PFAS respectievelijk 1,24/1,10/0,80 μg/kg ds. Voor de bodemfuncties ‘wonen’ en ‘industrie’ worden de waarden uit het THK gebruikt. Voor de waarden onder grondwaterniveau en/of dieper dan 2,0 m -mv. worden de achtergrondwaarden die in het THK staan gehanteerd. Met betrekking tot de nabije omgeving van de onderzoekslocatie (<25 m) zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s met een verdenking tot het verspreiden van PFAS voorkomen. Deze lijst is gebaseerd op rapportages van het expertisecentrum PFAS en de huidige beschikbare kennis.
Gezien de afwezigheid van op PFAS verdachte puntbronlocaties in de directe omgeving, wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige bron van PFAS-verontreiniging op deze locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in de bodem kan leiden. In verband met het in kaart brengen van eventuele risico’s en de mogelijke afvoer van grond voor de toekomstige bouw en herontwikkeling, wordt onderzoek naar PFAS uitgevoerd.
3.6
Terreinverkenning Op 23 juni 2025 is direct voorafgaand aan het uitvoeren van het veldwerk een terreininspectie uitgevoerd door de betrokken veldwerkers van Antea Group. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op bodemverontreiniging. Foto’s van de terreininspectie zijn opgenomen in bijlage 4.
3.7
Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft over het algemeen geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Ook wordt niet verwacht dat de activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Voor de deelgebieden A en B is de strategie voor een (grootschalig) onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV(G)-NL) aangehouden. Voor het (toekomstige) transformatorstation is de strategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) aangehouden in het kader van het vastleggen van de nulsituatie. Voor PFAS is de strategie voor een verdachte, homogene, niet-lijnvormige locatie aangehouden (VED-HO-NL) (zie tabel 3.3). Tabel 3.3: Onderzoeksopzet deellocaties Locatie (oppervlakte in m2)
Hypothese
Strategie (*1)
Deellocatie A (ca. 6 ha) Deellocatie B (ca. 6.400 m2) Locatie toekomstig transformatorstation (ca. 250 m2)
onverdacht onverdacht verdacht
ONV-GR-NL ONV-NL VEP
Gedempte sloten maatwerk maatwerk PFAS verdacht VED-HO-NL Toelichting 1 : Toelichting gebruikte onderzoekstrategieën: ONV-NL : Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie ONV-GR-NL : Onderzoeksstrategie voor een grootschalig niet-lijnvormige onverdachte locatie VEP : Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern VED-HO-NL : Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming
blad 10 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Asbest De locatie wordt als onverdacht ten aanzien van het voorkomen van asbest aangemerkt omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten waarbij asbest op of in de bodem terecht is gekomen. Als zintuiglijk asbestverdachte materialen worden aangetroffen, dient alsnog onderzoek te worden uitgevoerd. PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) Er is aanleiding voor het uitvoeren van onderzoek naar PFAS in de grond omdat er sprake zal zijn van de afvoer van grond.
blad 11 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
4
Verrichte werkzaamheden
4.1
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden (zie tabel 4.1) zijn uitgevoerd op 24 en 25 juni en 16 en 24 juli 2025 conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 15 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. Tabel 4.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boring (diepte in m -mv) Deellocatie A 1) 01 t/m 35 (0,50 à 3,00) 1
Peilbuis (filtertraject in m -mv) 01 (1,70-2,70) 04 (2,00-3,00) 15 (2,00-3,00) 20 (2,00-3,00) 25 (2,00-3,00) 31 (2,00-3,00) 35 (2,00-3,00)
Deellocatie B 101 t/m 116 (0,50 à 1,50) 110 (2,00-3,00) trafocellen nieuw transformatorstation T01 t/m T04 (2,50) T04 (0,50-2,50) 1) boring 17 is verricht net buiten het uiteindelijke onderzoeksgebied.
Tijdens de terreininspectie en bij het uitvoeren van de boringen is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal.
4.2
Laboratoriumonderzoek In tabel 4.2 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 4.2: Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Monsternaam
Traject (m -mv)
Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)
Laboratoriumanalyse
Grond DM05-3 DM05b-2 DMM01 DMM02
0,55-0,80 0,40-0,70 1,60-2,00 0,50-1,00
Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
DMM03
0,40-0,90
DMM04
0,40-0,90
E-M109 E-M116 E-MM01
0,00-0,50 0,00-0,50 1,00-1,50
E-MM02
0,00-0,50
05 (0,55-0,80) 05b (0,40-0,70) 05a (1,60-2,00), 05b (1,70-2,00) 16 (0,50-1,00), 16a (0,50-1,00), 16b (0,50-1,00) 06 (0,40-0,90), 06A (0,40-0,90), 06b (0,40-0,90) 13 (0,40-0,90), 13A (0,40-0,90), 13B (0,40-0,90) 109 (0,00-0,50) 116 (0,00-0,50) 101 (1,00-1,50) 105 (1,00-1,50) 103 (0,00-0,50) 111 (0,00-0,50) 103 (0,00-0,50) 110 (0,00-0,20) 110 (0,20-0,70) 111 (0,00-0,50) 112 (0,00-0,50) 113 (0,00-0,25)
Zink (Zn), Lutum + Organische stof Zink (Zn), Lutum + Organische stof Zink (Zn), Lutum + Organische stof Zink (Zn), Lutum + Organische stof Zink (Zn), Lutum + Organische stof Zink (Zn), Lutum + Organische stof
Aanvullend onderzoek zink M103-1 0,00-0,50 M110-1 0,00-0,20 M110-2 0,20-0,70 M111-1 0,00-0,50 M112-1 0,00-0,50 M113-1 0,00-0,25
1
Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
Na het verrichten van de veldwerkzaamheden is de onderzoekscontour iets aangepast waardoor boring 17 zich net buiten deze contour bevindt. Dit heeft geen invloed op de conclusies en aanbevelingen van het onderzoek.
blad 12 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard Monsternaam M114-2 M115-1 MM01
Traject (m -mv) 0,20-0,50 0,05-0,55 0,00-0,50
MM02(P)
0,00-0,50
MM03 MM04(P)
0,40-0,90 0,50-1,40
M04-4 PFAS-MM01
0,90-1,20 0,00-0,50
PFAS-MM02
0,00-0,50
PFAS-MM03
0,50-1,00
PFAS-MM04
0,00-0,50
PFAS-MM05
0,50-2,00
TMM01
0,50-1,30
Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv) 114 (0,20-0,50) 115 (0,05-0,55) 05 (0,00-0,25), 20 (0,00-0,40), 22 (0,00-0,50), 28 (0,00-0,50), 31 (0,00-0,30), 33 (0,00-0,50), T04 (0,00-0,30) 02 (0,00-0,50), 08 (0,00-0,50), 10 (0,00-0,50), 14 (0,00-0,40), 17 (0,00-0,30), 18 (0,00-0,50), T02 (0,00-0,50) 13 (0,40-0,90), 14 (0,40-0,90) 06A (0,90-1,10), 07 (0,50-1,00), 13A (0,90-1,40), 14 (0,90-1,40), 17 (0,90-1,30) 04 (0,90-1,20) 07 (0,00-0,50), 10 (0,00-0,50), 21 (0,00-0,50), 29 (0,00-0,50) 02 (0,00-0,50), 09 (0,00-0,50), 20 (0,00-0,40) 05 (0,55-0,80), 16 (0,50-1,00), 32 (0,50-1,00), T01 (0,50-0,90) 102 (0,00-0,50), 105 (0,00-0,50), 106 (0,00-0,50), 112 (0,00-0,50), 113 (0,00-0,25) 101 (0,50-1,00), 105 (0,50-1,00), 110 (1,50-2,00), 115 (0,70-1,20) T01 (0,50-0,90), T02 (0,80-1,20), T03 (1,00-1,30)
Laboratoriumanalyse Zink (Zn), Lutum + Organische stof Zink (Zn), Lutum + Organische stof Standaardpakket grond incl. LUOS (1)
PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) PFAS (28) Handelingskader Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) PFAS (28) Handelingskader Lutum + Organische stof PFAS (28) Handelingskader Lutum + Organische stof PFAS (28) Handelingskader Lutum + Organische stof PFAS (28) Handelingskader Lutum + Organische stof PFAS (28) Handelingskader Lutum + Organische stof Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof
Grondwater 01-1-1 1,70-2,70 01 (1,70-2,70) Standaardpakket grondwater (2) 04-1-1 2,00-3,00 04 (2,00-3,00) Standaardpakket grondwater (2) 110-1-1 2,00-3,00 110 (2,00-3,00) Standaardpakket grondwater (2) 15-1-1 2,00-3,00 15 (2,00-3,00) Standaardpakket grondwater (2) 20-1-1 2,00-3,00 20 (2,00-3,00) Standaardpakket grondwater (2) 25-1-1 2,00-3,00 25 (2,00-3,00) Standaardpakket grondwater (2) 31-1-1 2,00-3,00 31 (2,00-3,00) Standaardpakket grondwater (2) 35-1-1 2,00-3,00 35 (2,00-3,00) Standaardpakket grondwater (2) T04-1-1 0,50-2,50 T04 (0,50-2,50) Minerale olie (C10-C40) Toelichting 1: het standaardpakket grond bestaat uit de stoffen: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, molybdeen, koper, kwik, lood, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB's; som 7), minerale olie (GC; inclusief voorbehandeling), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-totaal, 10 stuks volgens VROM), percentages lutum, organische en droge stof; 2: het standaardpakket grondwater bestaat uit de stoffen: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, xylenen, styreen en ethylbenzeen) en naftaleen, vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie (GC).
blad 13 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
5
Onderzoeksresultaten
5.1
Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen en de veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat de bodem vrijwel volledig uit klei bestaat plaatselijk onderbroken door een zandlaag tussen circa 0,5 en 1,0 m -mv. Op enkele locaties is ook een veenlaag aangetroffen vanaf circa 2,0 m -mv. tot de maximaal geboorde diepte. In het opgeboorde materiaal is minder dan 1% bijmenging aangetroffen. Conform de NEN 5725 (bijlage A) blijft de aanname ‘onverdacht’ zoals gesteld in het vooronderzoek van kracht omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten en er geen asbesthoudend materiaal aanwezig is. De veldwaarnemingen zijn weergegeven in tabel 5.1. Tabel 5.1: Veldwaarnemingen Boring (einddiepte, m -mv) 01 (2,70) 04 (3,00) 04 (3,00) 04 (3,00) 05 (2,00) 05 (2,00) 05a (2,00)
Diepte (m -mv) 1,65-2,20 0,00-0,30 0,90-1,20 1,95-2,30 0,00-0,25 0,55-0,80 1,60-2,00
05b (2,00) 05b (2,00) 05b (2,00) 06A (2,00) 09 (0,50) 15 (3,00) 20 (3,00) 22 (0,50) 25 (3,00) 28 (0,50) 30 (0,50) 31 (3,00) 33 (0,50) 35 (3,00) T04 (2,50) T04 (2,50) T04 (2,50) 101 (1,50) 103 (0,50) 105 (1,50) 109 (0,50) 110 (3,00) 110 (3,00) 111 (0,50) 112 (0,50) 113 (0,50) 116 (0,50)
0,00-0,40 0,40-0,70 1,70-2,00 1,10-2,00 0,00-0,50 1,75-2,70 0,00-0,40 0,00-0,50 2,80-3,00 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,30 0,00-0,50 1,80-2,30 0,00-0,30 1,60-2,10 2,10-2,50 1,00-1,50 0,00-0,50 1,00-1,50 0,00-0,50 1,50-2,30 2,70-3,00 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,25 0,00-0,50
Waarneming
Grondsoort
zwak plantenrestenhoudend sporen baksteen matig ijzerconcretieshoudend zwak plantenrestenhoudend sporen baksteen sporen baksteen matig slibhoudend, zwak plantenrestenhoudend sporen baksteen zwak kooldeeltjeshoudend matig slibhoudend sporen plantenresten zwak plantenrestenhoudend matig plantenrestenhoudend sporen baksteen resten baksteen zwak plantenrestenhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen zwak plantenrestenhoudend sporen baksteen zwak plantenrestenhoudend zwak plantenrestenhoudend sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen resten koolas zwak slibhoudend resten hout sporen baksteen resten hout resten hout resten beton
zand klei klei veen klei klei klei klei klei klei klei klei klei klei klei veen klei klei klei klei veen klei klei veen klei klei klei klei klei veen klei klei klei klei
De grondwatergegevens zijn opgenomen in tabel 5.2. Tabel 5.2: Veldgegevens grondwater Peilbuis (filter, m -mv) 01 (1,70-2,70) 04 (2,00-3,00) 15 (2,00-3,00)
Grondwaterstand (m -mv) 1,92 1,39 1,25
Belucht? nee nee nee
pH (-) 7,33 7,15 7,05
EC (µS/cm) 1.736 1.654 1.481
Troebelheid (NTU) 7 13 7
blad 14 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard Peilbuis (filter, m -mv) 20 (2,00-3,00) 25 (2,00-3,00) 31 (2,00-3,00) 35 (2,00-3,00) 110 (2,00-3,00) T04 (0,50-2,50)
Grondwaterstand (m -mv) 1,16 1,34 1,05 1,05 1,40 1,02
Belucht? nee nee nee nee ja ja
pH (-) 6,95 6,61 6,99 7,21 7,15 7,15
EC (µS/cm) 1.519 560 1.594 1.787 3.470 1.244
Troebelheid (NTU) 10 86 8 7 33 234
In het grondwater uit de peilbuizen 04, 25, 110 en T04 is een verhoogde troebelheid (>10 NTU) gemeten. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. In dit onderzoek wordt voor geen van de onderzochte matig/slecht oplosbare organische parameters de interventiewaarde overschreden. De eventuele overschatting van de concentratie als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. De zuurgraad (pH) en het elektrische geleidingsvermogen (EC) wijken niet af van een natuurlijke situatie. Het elektrische geleidingsvermogen (EC) van het grondwater uit peilbuis 110 is relatief hoog.
5.2
Analyseresultaten
5.2.1
Toetsingskader Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) De getoetste analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 5 en bijlage 6. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 12. De resultaten zijn getoetst aan de landelijke interventiewaarden bodemkwaliteit uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Aangezien hiervoor op dit moment nog geen aangepaste BOTOVA-gevalideerde software beschikbaar is, is gebruik gemaakt van de bestaande BOTOVA-software en/of wel beschikbare software. De interventiewaarden bodemkwaliteit zijn opgenomen in bijlage 7. De toetswaarden voor grondwater zijn op provinciaal niveau geregeld. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 8. Er kunnen lokale toetsingswaarden van toepassing zijn. Hier is bij dit onderzoek sprake van. De lokale toetsingswaarden zijn opgenomen in tabel 3.2 en bijlage 10. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 9. De normwaarden zijn opgenomen in bijlage 10 en in bijlage 11 is het toetsingskader opgenomen. PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 13.
De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 12. De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit het Handelingskader PFAS. Voor PFAS zijn in het Besluit activiteiten leefomgeving (bijlage IIa) en in het Besluit bodemkwaliteit geen normen en/of toetsingsmogelijkheden opgenomen. Het Handelingskader PFAS geeft voor grond echter wel invulling aan de zorgplicht en de toepassingsnormen voor grond. De resultaten zijn daarnaast ook getoetst aan de INEV-waarden (Indicatieve niveaus voor ernstige bodemverontreiniging) die voor PFAS zijn vastgesteld. Het toetsingskader is uitgewerkt in bijlage 14. Er is ook sprake van lokale toetsingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. De resultaten zijn tevens aan deze waarden getoetst.
blad 15 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
5.2.2
Grond In tabel 5.4 zijn de grondmonsters weergegeven met per monster de parameters waarvan de gehalten de indexwaarden overschrijden. In de laatste kolom is een conclusie op monsterniveau weergegeven. In de laatste kolom is tevens een conclusie op monsterniveau weergegeven (indicatief) voor het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) (vrijkomende grond). Tabel 5.4: Overschrijdingstabel grond met indexwaarden Monstergegevens
Grondsoort en Waarnemingen
Omschrijving (diepte in m -mv.)
Boring (diepte in m -mv.)
DM05-3 (0,55-0,80)
05 (0,55-0,80)
klei sporen baksteen
DM05b-2 (0,40-0,70)
05b (0,40-0,70)
DMM01 (1,60-2,00)
05b (1,70-2,00), 05a (1,60-2,00)
DMM02 (0,50-1,00)
16a (0,50-1,00), 16 (0,50-1,00), 16b (0,50-1,00) 06A (0,40-0,90), 06 (0,40-0,90), 06b (0,40-0,90) 13B (0,40-0,90), 13 (0,40-0,90), 13A (0,40-0,90) 109 (0,00-0,50)
DMM03 (0,40-0,90) DMM04 (0,40-0,90) E-M109 (0,00-0,50)
Toetsing op stofniveau
Eindoordeel
Index1) >0 en =<0,5
Index1) >0,5 en =<1
-
-
Index1) >1 (>interventie waarde) -
klei zwak kooldeeltjes-houdend klei matig slibhoudend, zwak plantenrestenhoudend klei -
-
-
-
-
-
-
klei
-
-
-
zand
-
-
-
klei resten koolas
PCB, koper, cadmium, kwik, lood, PAK minerale olie, kobalt, zink -
zink
-
-
-
-
-
E-M116 (0,00-0,50)
116 (0,00-0,50)
klei resten beton
E-MM01 (1,00-1,50)
105 (1,00-1,50), 101 (1,00-1,50)
klei sporen baksteen
E-MM02 (0,00-0,50)
111 (0,00-0,50), 103 (0,00-0,50)
klei sporen baksteen
PCB, kobalt, nikkel, koper, cadmium, kwik, lood, PAK
-
zink
Aanvullend onderzoek zink M103-1 103 (0,00-0,50) (0,00-0,50)
klei sporen baksteen
-
-
-
M110-1 (0,00-0,20)
110 (0,00-0,20)
klei
-
-
-
M110-2 (0,20-0,70)
110 (0,20-0,70)
zand
-
-
-
M111-1 (0,00-0,50)
111 (0,00-0,50)
klei sporen baksteen
-
-
zink
Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Industrie
Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Overschrijding interventiewaarde Bbk: Sterk verontreinigd
Voldoet aan interventiewaarde* Bbk: Landbouw/natuur* Voldoet aan interventiewaarde* Bbk: Landbouw/natuur* Voldoet aan interventiewaarde* Bbk: Landbouw/natuur* Overschrijding interventiewaarde* Bbk: Sterk verontreinigd*
blad 16 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard Monstergegevens
Grondsoort en Waarnemingen
Omschrijving (diepte in m -mv.)
Boring (diepte in m -mv.)
M112-1 (0,00-0,50)
112 (0,00-0,50)
M113-1 (0,00-0,25)
Toetsing op stofniveau
Eindoordeel
Index1) >0 en =<0,5
Index1) >0,5 en =<1
klei resten hout
-
-
Index1) >1 (>interventie waarde) zink
113 (0,00-0,25)
klei resten hout
-
-
-
M114-2 (0,20-0,50)
114 (0,20-0,50)
klei
-
-
-
M115-1 (0,05-0,55)
115 (0,05-0,55)
klei
zink
-
-
MM01 (0,00-0,50)
33 (0,00-0,50), 28 (0,00-0,50), 22 (0,00-0,50), 05 (0,00-0,25), 31 (0,00-0,30), 20 (0,00-0,40), T04 (0,00-0,30) 14 (0,00-0,40), 18 (0,00-0,50), T02 (0,00-0,50), 17 (0,00-0,30), 10 (0,00-0,50), 02 (0,00-0,50), 08 (0,00-0,50) 13 (0,40-0,90), 14 (0,40-0,90)
klei sporen baksteen
-
-
-
klei
-
-
-
Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur
zand
-
-
-
07 (0,50-1,00), 13A (0,90-1,40), 14 (0,90-1,40), 17 (0,90-1,30), 06A (0,90-1,10) 13 (0,00-0,40), 06 (0,00-0,40), 09 (0,00-0,50), 12 (0,00-0,50), 11 (0,00-0,50) 07 (0,00-0,50), 34 (0,00-0,50)
klei
-
-
-
Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur
klei zwak plantenrestenhoudend
-
-
-
Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur
klei
-
-
-
M04-4 (0,90-1,20)
04 (0,90-1,20)
-
-
-
TMM01 (0,50-1,30)
T03 (1,00-1,30), T02 (0,80-1,20), T01 (0,50-0,90)
klei matig ijzerconcretieshoudend klei
-
-
-
Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur
MM02(P) (0,00-0,50)
MM03 (0,40-0,90) MM04(P) (0,50-1,40)
MM05 (0,00-0,50)
MM06 (0,00-0,50)
Overschrijding interventiewaarde* Bbk: Sterk verontreinigd* Voldoet aan interventiewaarde* Bbk: Landbouw/natuur* Voldoet aan interventiewaarde* Bbk: Landbouw/natuur* Voldoet aan interventiewaarde* Bbk: Landbouw/natuur* Voldoet aan interventiewaarde Bbk: Landbouw/natuur
Toelichting 1 : Index = (GSSD – waarde landbouw/natuur) / (Interventiewaarde – waarde landbouw/natuur). Indien de index hoger is dan 0,5 kan aanvullend onderzoek nodig zijn. - : Geen overschrijding van de toetsingswaarde. * : Bepaald aan de hand van een beperkt aantal parameters
PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) In tabel 5.5 zijn voor de stoffen de PFOA, PFOS en overige PFAS de meetwaarden en toetsingsresultaten in grond weergegeven.
blad 17 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard Tabel 5.5: Analyseresultaten PFAS grond Monster (m -mv)
Boring (m -mv)
MM02(P) (0,00-0,50)
14 (0,00-0,40), 18 (0,00-0,50), T02 (0,00-0,50), 17 (0,00-0,30), 10 (0,00-0,50), 02 (0,00-0,50), 08 (0,00-0,50) 07 (0,50-1,00), 13A (0,90-1,40), 14 (0,90-1,40), 17 (0,90-1,30), 06A (0,90-1,10) 21 (0,00-0,50), 29 (0,00-0,50), 10 (0,00-0,50), 07 (0,00-0,50)
MM04(P) (0,50-1,40)
PFAS-MM01 (0,00-0,50)
PFAS-MM02 (0,00-0,50) PFAS-MM03 (0,50-1,00) PFAS-MM04 (0,00-0,50)
PFAS-MM05 (0,50-2,00)
20 (0,00-0,40), 02 (0,00-0,50), 09 (0,00-0,50) 32 (0,50-1,00), 16 (0,50-1,00), 05 (0,55-0,80), T01 (0,50-0,90) 112 (0,00-0,50), 113 (0,00-0,25), 106 (0,00-0,50), 105 (0,00-0,50), 102 (0,00-0,50) 110 (1,50-2,00), 115 (0,70-1,20), 105 (0,50-1,00), 101 (0,50-1,00)
Meetwaarde (μg/kg d.s.) (1)(2) PFOS PFOA Overige (som) (som) PFAS 1,00 0,97 2,97
Toetsing Handelingskader PFAS categorie 4.1 (3) Landbouw/Natuur
Toetsing lokale waarden
Overschrijding INEVwaarden
n.v.t.
Nee
0,10
0,27
0,20
Landbouw/Natuur
n.v.t.
Nee
0,90
0,77
2,63
Landbouw/Natuur
n.v.t.
Nee
2,40
0,97
6,00
Wonen/industrie
n.v.t.
Nee
0,10
0,10
5,00
Wonen/industrie
n.v.t.
Nee
14,4
1,87
35,33
Niet toepasbaar
n.v.t.
Nee
5,00
0,60
13,42
Niet toepasbaar
n.v.t.
Nee
Toelichting - : geen overschrijding detectiegrens; 1 : PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt. Overige PFAS worden getoetst per stof (dus niet gesommeerd); 2 : gecorrigeerde meetwaarde indien het organische stofgehalte tussen 10 en 30% ligt; 3 : toetsing aan toepassingsnormen voor het toepassen van grond op de landbodem uitgezonderd in grondwaterbeschermingsgebieden (voor overige toepassingsnormen wordt verwezen naar de bijlage 14).
5.2.3
Grondwater In tabel 5.6 zijn de grondwatermonsters weergegeven met per monster de parameters waarvan de concentraties de voorkeurs- of signaleringswaarden van de provincie Zuid-Holland overschrijden. Tabel 5.6: Overschrijdingstabel grondwater Monster 01-1-1 04-1-1 15-1-1 20-1-1 25-1-1 31-1-1 35-1-1 110-1-1 T04-1-1 Toelichting : 1) :
Peilbuis (filter, m -mv) 1 (1,70 - 2,70) 1 (2,00 - 3,00) 1 (2,00 - 3,00) 1 (2,00 - 3,00) 1 (2,00 - 3,00) 1 (2,00 - 3,00) 1 (2,00 - 3,00) 1 (2,00 - 3,00) 1 (0,50 - 2,50)
Overschrijding signaleringsparameter 1) -
Conclusie monster voldoet aan signaleringsparameter voldoet aan signaleringsparameter voldoet aan signaleringsparameter voldoet aan signaleringsparameter voldoet aan signaleringsparameter voldoet aan signaleringsparameter voldoet aan signaleringsparameter voldoet aan signaleringsparameter voldoet aan signaleringsparameter
geen overschrijding; signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering, zie bijlage 8 voor uitleg
blad 18 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
5.3
Voorlopige veiligheidsklasse In tabel 5.7 is de voorlopige veiligheidsklasse weergegeven conform CROW-publicatie 400. Tabel 5.7: Voorlopige veiligheidsklasse monsterniveau Monsternaam
Monstertype
Veiligheidsklasse met maatgevende stof(fen) Vluchtige stoffen Niet-vluchtige stoffen basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne -
DM05-3 grond DM05b-2 grond DMM01 grond DMM02 grond DMM03 grond DMM04 grond E-M109 grond E-M116 grond E-MM01 grond E-MM02 grond Aanvullend onderzoek zink M110-1 grond M110-2 grond M111-1 grond M112-1 grond M113-1 grond M114-2 grond M115-1 grond MM01 grond basishygiëne MM02(P) grond basishygiëne MM03 grond basishygiëne MM04(P) grond basishygiëne MM05 grond basishygiëne MM06 grond basishygiëne M04-4 grond basishygiëne PFAS-MM01 grond PFAS-MM02 grond PFAS-MM03 grond PFAS-MM04 grond PFAS-MM05 grond TMM01 grond basishygiëne 01-1-1 grondwater basishygiëne 04-1-1 grondwater basishygiëne 15-1-1 grondwater basishygiëne 20-1-1 grondwater basishygiëne 25-1-1 grondwater basishygiëne 31-1-1 grondwater basishygiëne 35-1-1 grondwater basishygiëne 110-1-1 grondwater basishygiëne T04-1-1 grondwater basishygiëne Toelichting : niet getoetst/geen stof(fen) van toepassing
basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne basishygiëne
-
blad 19 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
6
Conclusie en aanbevelingen
6.1
Conclusies In het bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Grond In de bovengrond is plaatselijk ter hoogte van de Malledijk (boringen 111 en 112) sprake van een overschrijding van de interventiewaarde voor zink. De omvang van deze verontreiniging is door aanvullend onderzoek in kaart gebracht en aangegeven op tekening 0499411.103-VC1 (bijlage 16). De gehalten aan de overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd ten opzichte van de interventiewaarde. Volgens de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoen de boven- en ondergrond in deelgebied A aan de bodemkwaliteitsklasse voor de zone ‘landbouw/natuur’. Deelgebied B voldoet ook grotendeels aan de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Plaatselijk voldoet de grond aan de klasse ‘industrie’. PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) Er is PFAS boven de rapportagegrens aangetoond. Op basis van het Handelingskader PFAS voldoen de gemeten gehalten in deelgebied A aan de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ en ‘wonen en industrie’ voor hergebruik van de grond. Binnen deelgebied B geldt de bodemkwaliteitsklasse ‘Niet toepasbaar’. Het gehalte aan PFAS overschrijdt in beide deelgebieden de INEV-waarde van PFOS/PFOA niet. Grondwater De grondwaterstand was op 15 juli 2025 circa 1,3 m -mv.
In het grondwater is geen sprake van een overschrijding van de signaleringswaarde. Voorlopige veiligheidsklasse Voor het gehele onderzoeksgebied is de voorlopige veiligheidsklasse ‘basishygiëne’ voor grond en grondwater van toepassing.
6.2
Aanbevelingen De voorgenomen werkzaamheden vallen onder de milieubelastende activiteit ‘graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde’. Uitgangspunt is dat géén sprake is van tijdelijke uitname. Het volgende is van toepassing: o Er is wel sprake van een meld- en informatieplicht voorafgaand aan de werkzaamheden (proceduretermijn melding en informatieplicht 4 weken); o De werkzaamheden dienen wel te worden uitgevoerd door een geregistreerde aannemer (BRL SIKB 7000); o De werkzaamheden hoeven niet te worden uitgevoerd onder milieukundige begeleiding (BRL SIKB 6000) mits de voorgenomen werkdiepte van 0,5 m -mv. wordt aangehouden; o Er is wel sprake van een informatieplicht na afronding van de werkzaamheden (uiterlijk 1 week). In het kader van de CROW-publicatie 400 is het wel noodzakelijk om een V&G-plan op te stellen. Voor de voorgenomen graafdiepte moet rekening worden gehouden met grondwateronttrekking. Echter wanneer geen grond wordt afgevoerd, maar sprake is van tijdelijke uitname, is de proceduretermijn van een melding en informatieplicht 1 week. De overige aanbevelingen gelden dan nog steeds.
blad 20 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 13 augustus 2025, definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Opgemerkt wordt dat de conclusies en aanbevelingen zijn gebaseerd op de algemene regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Gemeentes hebben onder de Omgevingswet de mogelijkheid om lokale waarden en regels op te nemen in het omgevingsplan. Indien in het omgevingsplan in de toekomst afwijkende waarden of regels worden vastgesteld, kan dit van invloed zijn op de hierboven genoemde beoordeling en conclusies. Voornoemde conclusies en aanbevelingen zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Antea Group Almere, augustus 2025
blad 21 van 21
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Algemeen Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).
Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-proces-certificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage 'Verantwoording uitvoering onderzoek' is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In het colofon staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. Werkzaamheden ten behoeve van asbestonderzoek conform NEN 5897 (asbest in puin) en overige onderzoeken (te denken valt aan asfalt- en funderingsonderzoek, civieltechnisch onderzoek etc.) vallen buiten de scope van de BRL SIKB 2000. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium.
Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema(AS)3000 zijn uitgevoerd. Toepassing grond Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Er is niet bekeken of er wordt voldaan aan de definitie van grond, zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit d.d. 30 november 2018. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht.
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Asbest Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group volgens de NEN 5740 is uitgevoerd. Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.
Bepaling veiligheidsklassen De voorgenomen werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd met inachtneming van de veiligheidsklassen conform CROW-publicatie 400. Vooral hetgeen in branchepublicaties is aangegeven wordt door de Nederlandse Arbeidsinspectie beschouwd als ‘de stand der techniek’ en dient derhalve zorgvuldig te worden nagekomen. De veiligheidsklassen zijn enerzijds gebaseerd op de schadelijke vermogens van de verontreinigende componenten (SRCarbo-waarden voor niet-vluchtige stoffen en interventiewaarden voor vluchtige stoffen en asbest). Anderzijds zijn deze veiligheidsklassen gebaseerd op de kans dat stoffen zich in hoge mate in de werkomgeving openbaren als gevolg van vluchtigheid en/of beperkte ventilatie. Conform CROW-publicatie 400 zijn op basis van de voor standaard bodem gecorrigeerde analyseresultaten de veiligheidsklassen vastgesteld. Indien grond/grondwater een gehalte/concentratie heeft van maximaal 75% van de SRCarbo-waarden voor niet-vluchtige stoffen, of maximaal de tussenwaarde voor vluchtige stoffen, of maximaal de interventiewaarde/risicogrenswaarde voor asbest/respirabele asbestvezels, is het treffen van veiligheidsmaatregelen in relatie tot verontreinigd(e) grond/grondwater niet noodzakelijk en kan worden volstaan met ‘basishygiënemaatregelen’.
Voor alle overige situaties is een veiligheidsklasse ‘oranje’, ‘rood’ of ‘zwart’, al dan niet met de toevoeging ‘vluchtig’, van toepassing. Opgemerkt wordt dat een aantal stoffen niet worden getoetst. Enerzijds omdat er voor sommige stoffen geen toetswaarden zijn vastgesteld, anderzijds omdat of de individuele parameters uit een som-parameter wordt getoets en niet de som-parameter zelf (bijvoorbeeld som (10) PAK of som (7) PCB of juist de som-parameter wordt getoetst (minerale olie C10-C40) en niet de individuele parameters (bijvoorbeeld minerale olie (C10-C12). De veiligheidsklasse die in dit onderzoek is vastgesteld, betreft de voorlopige veiligheidsklasse. Bij het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklasse zijn aannamen gedaan met betrekking tot de omstandigheden tijdens de uitvoer van de werkzaamheden. Wanneer het werk een geraamde duur van meer dan 30 mensdagen beslaat en er meer dan 20 werknemers op de locatie tegelijk werkzaam zijn, of indien de geraamde duur van het werk meer dan 500 mensdagen beslaat, dan dient eveneens via een kennisgeving aan de Nederlandse Arbeidsinspectie het voornemen tot het tot stand brengen van het werk te worden gemeld.
Omgevingswet Algemeen Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. De verschillende wet- en regelgevingen op het gebied van ruimte, wonen, milieu, natuur en infrastructuur zijn in de Omgevingswet samengevoegd. Het doel van de Omgevingswet is de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving in samenhang aan te pakken, ruimte te geven aan lokaal maatwerk en een snellere besluitvorming door vereenvoudiging van regels en procedures. De Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit uniforme saneringen (BUS) zijn met ingang van 1 januari 2024 vervallen. Onder de Omgevingswet zijn ook taken en bevoegdheden van overheden verschoven en gedecentraliseerd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving, waaronder bodem en milieubelastende activiteiten. De provincies zijn verantwoordelijk voor de algemene grondwaterkwaliteit. Omgevingsdiensten zijn namens de gemeenten verantwoordelijk voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Milieubelastende activiteiten Activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving worden milieubelastende activiteiten genoemd. Voor deze activiteiten zijn de gemeenten in de meeste gevallen bevoegd gezag. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de algemene regels beschreven voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Bovenop deze regels kunnen ook regels van toepassing zijn vanuit het lokale bevoegd gezag en die staan dan beschreven in het Omgevingsplan of de Omgevingsverordening. Graven, saneren en toepassen van grond/bagger/bouwstoffen worden onder de Omgevingswet beschouwd als milieubelastende activiteiten. Naast de algemene zorgplicht zijn in een aantal gevallen aanvullende regels van toepassing. Regelgeving met betrekking tot saneren (BUS) zijn in grote lijnen ondergebracht in het Bal. In het Bal is opgenomen wat de regels zijn omtrent de informatieplicht, melding en evaluatie en eventuele aanvullende eisen. Daarbovenop kan een bevoegd gezag met maatwerkvoorschriften locatie-specifieke aanvullende regels aangeven. Deze lokale regels worden beschreven in het Omgevingsplan. Toetsing en normering Ter bescherming van de leefomgeving, het voldoen aan internationale verplichtingen en het behalen van nationale doelen zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) algemene instructieregels en omgevingswaarden vastgelegd.
De instructieregels en omgevingswaarden definiëren de bandbreedte en reikwijdte waarbinnen lokaal maatwerk geboden kan worden. Deze instructieregels en omgevingswaarden werken door in de Omgevingsplannen en -verordeningen. Lokale bevoegde gezagen, veelal gemeenten, kunnen afwijkende bodemkwaliteitsnormen ten opzichte van de rijksregels vastleggen, passend bij de functie van een gebied. Onder de Omgevingswet krijgen lokale overheden de bevoegdheid om eigen normen voor bodemkwaliteit vast te stellen en aanvullende eisen en regels op te stellen ten aanzien van bodemonderzoek, bodemgebruik, grondverzet en sanering. De in deze rapportage uitgevoerde toetsingen zijn niet volgens de nieuwe modules van BoToVa gevalideerd omdat Rijkswaterstaat heeft laten weten dat de betreffende modules nog niet gereed zijn. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze pas medio 2024 door Rijkswaterstaat worden opgeleverd. De BoToVa-validatie is echter niet wettelijk verplicht. De uitgevoerde toetsingen zijn derhalve verricht met behulp van de toetsingsservice van Terraindex, die is ontwikkeld in samenwerking met onder ander de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB).
In deze toetsingsservice zijn de huidige BoToVa-toetsingen die voor de Omgevingswet beschikbaar waren ingebouwd en zijn extra aanvullingen hierop gedaan, zoals benoemd in de memo ‘BoToVa wijzigingen Omgevingswet’ van Rijkswaterstaat van 28 november 2023. Overgangsrecht In sommige gevallen is sprake van overgangsrecht. Hiervoor blijft de Wet bodembescherming van kracht. Indien dit voor de locatie van toepassing is, zal dit zijn verwoord in de conclusie.
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Bijlage 2 Vooronderzoek
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie
Zijn er potentiële bronnen van bodembelasting (verdachte (deel)locatie(s)), zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodembelasting, waar liggen ze en wat zijn de mogelijke bodembedreigende stoffen? Nee. Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Boven- en ondergrond: Landbouw/Natuur. Is de bodem asbestverdacht? Nee. Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? De bodem bestaat uit klei (bron: Dinoloket). Voor de rest zijn er geen overige bodemvreemde lagen bekend. Wordt de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater op de locatie beïnvloed door de omgeving? Zo ja, hoe en waar? Ja. Rondom en binnen het onderzoeksgebied liggen kleine sloten. Ten noorden van het onderzoeksgebied loopt een zijtak van de rivier ‘Oude Maas’. Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
De kwaliteit is onbekend doordat er geen onderzoeken in het verleden ter hoogte van het onderzoeksgebied is geweest. Bodemonderzoek is noodzakelijk. Welke hypothese over de bodemkwaliteit en welke strategie is van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende strategieën)? De toegepaste strategie is voor een (grootschalig), niet lijnvormige onverdachte locatie (ONV-(GR)-NL)
Uitvoeren van een nul- of eindonderzoek bodem (ter hoogte van transformatorstation)
Welke milieubelastende (bedrijfs)activiteiten zijn potentieel bodembedreigend (verdachte (deel)locatie(s)) en wat zijn de bodembedreigende stoffen? Geen. Bij nulonderzoek bodem: welke potentieel bodembedreigende milieubelastende (bedrijfs)activiteiten met welke bodembedreigende stoffen zullen in de toekomstige situatie aanwezig zijn? Binnen onderzoeksgebied A zal een transformatorstation aanwezig zijn. Bij eindonderzoek bodem: welke potentieel bodembedreigende milieubelastende (bedrijfs)activiteiten met welke bodembedreigende stoffen zijn op de locatie aanwezig (geweest) tijdens de periode vanaf het vaststellen van het nulonderzoek/de aanvraag van de activiteiten tot aan het moment van de beëindiging van de activiteiten, inclusief tussentijds beëindigde bodembedreigende milieubelastende (bedrijfs)activiteiten? Geen. Wat is de te verwachten bodemkwaliteit ter plaatse van de (bedrijfs)activiteiten? Landbouw/natuur. Niet verontreinigd. Bij nulonderzoek bodem: wat is de te verwachten milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voor de bodembedreigende stoffen bij aanvang van de bedrijfsactiviteit? Landbouw/Natuur. Geen sterke verontreinigingen. Bij eindonderzoek bodem: wat was de (vastgestelde) milieuhygiënische kwaliteit van de bodem voor de bodembedreigende stoffen bij aanvang van de bedrijfsactiviteit? n.v.t.
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. De kwaliteit is onbekend doordat er geen onderzoeken in het verleden ter hoogte van het onderzoeksgebied is geweest. Bodemonderzoek is noodzakelijk.
Uitvoeren van de (milieubelastende) activiteit graven in grond (exclusief tijdelijk uitnemen) en inschatten van arbeidshygiënische risico’s
Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Boven- en ondergrond: Landbouw/Natuur. Zijn er potentiële bronnen van bodembelasting? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodembelasting, waar liggen ze en wat zijn de bodembedreigende stoffen? Nee. Is de bodem asbestverdacht? Nee Is er een vermoeden dat op basis van beschikbare informatie werkzaamheden plaatsvinden binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging? Motiveer het antwoord. De kwaliteit van de bodem is volledig onbekend, echter worden op basis van de verdachte activiteiten geen sterke verontreinigingen verwacht. Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. De kwaliteit is onbekend doordat er geen onderzoeken in het verleden ter hoogte van het onderzoeksgebied is geweest. Bodemonderzoek is noodzakelijk.
Verkennend bodemonderzoek Halfweg te Spijkenisse projectnummer 0499411.103 definitief revisie 00 Gemeente Nissewaard
Bijlage 3 Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen
Projectnaam: Stedin BOPA station Nissewaard Projectnr. 0499411.103
Boring:
01
Datum:
25-6-2025
Boring:
02
Datum:
Boormeester:
9-7-2025
Vincent Bronder
Boormeester:
Jeffrey Glasbergen
X-coördinaat:
79100,04
X-coördinaat:
79213,31
Y-coördinaat:
430639,40
Y-coördinaat:
430628,51
GWS (cm -mv): 100
Z (m t.o.v. NAP): -0.778
0 1
50
Z (m t.o.v. NAP): 0
0
akker
(25)
Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
25
2
(65)
3
90
4
(40)
100
130
5
150
(35)
0
Klei, sterk siltig, sterk roesthoudend, zwak zandhoudend, grijsbruin, Edelmanboor
1
0
akker
(50)
Klei, zwak zandig, zwak humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor