CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage mer-beoordeling - Archeologie

Gemeenteraad 15 oktober 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Mer-beoordelingsbesluit woningbouw Haven-Noord (Molenzicht)10.859 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

a) Rapportage algemeen De rapportage wordt opgesteld conform de eisen uit de KNA-specificatie LS06. De rapport-titel bevat een directe verwijzing naar de gemeente, het plangebied en de uitgevoerde KNA-onderzoeksfase(n). Delen van het rapport, zoals de samenvatting en de verklarende woordenlijst, zijn bedoeld voor de opdrachtgever en zijn de verantwoordelijkheid van de uitvoerder. Deze delen van het rapport worden niet getoetst en mogen geen unieke of afwijkende informatie bevatten. Het rapport dient een overzicht van alle geraadpleegde literatuur en bronnen te bevatten, inclusief kaarten, digitale bronnen en geraadpleegde archieven, instellingen en personen. Het uitgevoerde onderzoek, de resultaten, de analyse, de conclusie en de aanbevelingen dienen toetsbaar en controleerbaar te zijn; de rapportage dient daarom helder en volledig te zijn en dient alle essentiële informatie te bevatten. In het rapport dient expliciet de doel- en vraagstelling van het onderzoek te worden geformuleerd. De in het rapport opgenomen kaart of kaarten dienen te voldoen aan de algemene cartografische standaarden. Kaarten horen schaalvast te worden afgedrukt op een gebruikelijke en relevante schaal. Alle kaarten en afbeeldingen dienen voorzien te zijn van de begrenzing van het plangebied (voor zover mogelijk).

-

-

-

b) Rapportage resultaten Van alle geraadpleegde kaarten dient, voor zover essentieel, een afbeelding opgenomen te worden, met daarop aangegeven de begrenzing van het plangebied. In het rapport dient, indien van toepassing, een kaart (of kaarten) opgenomen te worden met daarop aangegeven de resultaten van het onderzoek. De voorgenomen bodemingrepen worden hierop ook aangegeven. c) Rapportage conclusies en aanbevelingen In het rapport dient een zinsnede te worden opgenomen, dat over de onderzoeksresultaten en het uitgebrachte advies contact opgenomen dient te worden met de bevoegde overheid. d) Rapportage aanlevering Het concept-rapport wordt digitaal geleverd aan het bevoegd gezag, met tekst en figuren, bij voorkeur in één bestand (.doc of .pdf). Het rapport dient te zijn voorzien van een versienummer en datum. Indien een gewijzigde versie van het rapport wordt vervaardigd, dienen deze gegevens te worden aangepast. In het rapport (in het colofon) of in een begeleidend schrijven dient te worden aangegeven aan wie het commentaar kan worden gericht (auteur of projectleider; bij voorkeur emailadres).

12. Goedkeuring rapportage - Pas na goedkeuring van het rapport door het bevoegd gezag kan het onderzoek worden afgesloten. - De goedkeuring van het rapport wordt schriftelijk door het bevoegd gezag medegedeeld aan de opdrachtgever, een kopie van het schrijven gaat naar de uitvoerder van het onderzoek. In het schrijven wordt tevens gemeld of het advies al of niet wordt onderschreven en als besluit voor eventueel verder onderzoek wordt overgenomen door het bevoegd gezag. 13. Overig - Indien het bureauonderzoek informatie oplevert over nieuwe vondsten of vindplaatsen of nieuwe informatie over reeds bekende vondsten of vindplaatsen, dan dient die informatie te worden doorgegeven aan Archis.

Blad: 5/8

Niet-gravend Inventariserend Veldonderzoek 1. Algemeen - Het inventariserend veldonderzoek dient te worden uitgevoerd volgens het KNA-protocol 4003 ‘Inventariserend Veldonderzoek - Overig’ en te voldoen aan alle daarin vermelde specificaties (zie www.sikb.nl) - De randvoorwaarden van het onderzoek worden beschreven in het Programma van Eisen niet-gravend Inventariserend Veldonderzoek, ook wel het Programma van Eisen-boren genoemd (bestaande uit deze ‘Richtlijnen’ en de gebieds-specifieke onderzoekseisen). Samen met de resultaten van het al uitgevoerde Bureauonderzoek wordt het Plan van Aanpak niet-gravend Inventariserend Veldonderzoek gemaakt. - Het PvA dient voorafgaand aan de uitvoering van het veldonderzoek door de bevoegde overheid inhoudelijk te worden getoetst en goedgekeurd. - De ‘Richtlijnen’ hebben betrekking op archeologisch onderzoek door middel van boringen. Op onderzoekslocaties die zich daartoe lenen, moet aanvullende informatie worden verzameld door bijvoorbeeld inspectie van baggerspecie of van opgeschoonde sloottaluds. 2. Opstellen Plan van Aanpak a) Plan van Aanpak algemeen - Het PvA dient te voldoen aan de eisen van KNA-specificatie VS01.

- De fase(n) van het beoogde Inventariserend Veldonderzoek (verkenning, kartering en/of waardering) dient(en) specifiek te worden benoemd in het PvA, inclusief per onderzoeksfase de bijbehorende doelstelling en relevante onderzoeksvragen. - In het geval dat het Inventariserend Veldonderzoek in een deel van het plangebied plaatsvindt, dient het onderzoeksgebied duidelijk te worden omschreven in het PvA. Hierbij dient de oppervlakte van het onderzoeksgebied te worden vermeld. - De locatie en de begrenzing van het plangebied en, indien van toepassing, het onderzoeksgebied dienen te worden weergegeven op een recente topografische kaart, op relevante schaal. - De voorgenomen inrichting en de aard, omvang en diepte van de daarbij voorgenomen bodemingrepen dienen te worden vermeld en indien essentieel op kaart aangegeven. -

-

b) Plan van Aanpak onderzoeksvoorstel Het onderzoeksvoorstel dient gemotiveerd en onderbouwd te zijn, inclusief een verwijzing naar een methode uit de KNA-Leidraad IVO Karterend Booronderzoek (of, indien niet van toepassing, een andere relevante publicatie zoals RAAP-rapport 1000). Het karterend onderzoek dient geschikt te zijn om de te verwachten vindplaatsen ook daadwerkelijk op te sporen, waarbij de minst destructieve en/of intensieve methode geselecteerd dient te worden. Indien ervoor wordt gekozen om in eerste instantie nog niet alle typen vindplaatsen te karteren, dan moet nadrukkelijk worden vermeld dat dit in een later stadium nog moet gebeuren. Bij een booronderzoek dient het boorsysteem (raai of grid), de onderzoeksintensiteit (boringen/ha), het aantal boringen, het type boor met boordiameter (tot/vanaf welke diepte), de boordiepte en de waarnemingsmethode (zeven, snijden) specifiek te worden vermeld. De voorgestelde methode dient verder te voldoen aan de KNA-specificatie VS03.

3. Uitvoering inventariserend veldonderzoek Het bevoegd gezag stelt een aantal specifieke eisen aan de uitvoering van het inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. - De x-/y-coördinaat van de boorpunten kunnen handmatig (met bijvoorbeeld een meetlint) worden bepaald, waarbij de meetfout maximaal 1,0 meter mag bedragen (tenzij in het PvE anders aangegeven). - De z-coördinaat wordt bepaald met een meettoestel (GPS, waterpas, total station e.d.), waarbij de meetfout maximaal 3 cm bedraagt (tenzij in het PvE anders aangegeven). Bij het vaststellen van de z-coördinaat mag geen gebruik worden gemaakt van het AHN. - De methode van inmeten van boorpunten of waarnemingen en de meetfout/nauwkeurigheid (maximale afwijking) moeten worden vermeld.

Blad: 6/8

-

De boorkernen dienen volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB) of een direct daarvan afgeleide methode te worden beschreven. Hierbij wordt extra benadrukt dat: . De begrenzing van de laagvlakken tot op de cm nauwkeurig dient te worden vastgesteld. . De aard van de grenzen dient te worden vastgesteld (bijvoorbeeld erosief). Bedoeld is in elke boorbeschrijving bij elke laagbegrenzing. Een overgang kan worden gekarakteriseerd als: diffuus; geleidelijk; scherp/abrupt; erosief.

4. Rapportage inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek zullen in de vorm van een rapport worden gepresenteerd. Het (definitieve) rapport wordt aan de opdrachtgever geleverd. Daarnaast wordt het gestuurd naar het bevoegd gezag, Archeologie Rotterdam (BOOR), de provincie Zuid-Holland, de Koninklijke Bibliotheek en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, conform de toeleveringseisen van betreffende instanties. -

-

-

Blad: 7/8

a) Rapportage algemeen De rapportage wordt opgesteld conform de eisen uit de KNA-specificatie VS05. De rapporttitel bevat een directe verwijzing naar de gemeente, het plangebied en de uitgevoerde KNA-onderzoeksfase(n). Het uitgevoerde onderzoek, de resultaten, de analyse, de conclusie en de aanbevelingen dienen toetsbaar en controleerbaar te zijn; de rapportage dient daarom helder en volledig te zijn en moet alle relevante informatie bevatten. Delen van het rapport, zoals de samenvatting en de verklarende woordenlijst, zijn bedoeld voor de opdrachtgever en zijn de verantwoordelijkheid van de uitvoerder. Deze delen van het rapport worden niet getoetst en mogen geen unieke of afwijkende informatie bevatten. De uitvoerder en de autorisator (senior archeoloog/-prospector) van het inventariserend onderzoek en de datum van uitvoering dienen in het rapport te worden vermeld. De resultaten van het Bureauonderzoek, inclusief de gespecificeerde archeologische verwachting (zie Richtlijnen voor Bureauonderzoek) en eventueel ander eerder uitgevoerd onderzoek, dienen in het rapport te worden opgenomen. In het rapport dient(en) expliciet de fase(n) van het uitgevoerde Inventariserend Veldonderzoek (verkenning, kartering en/of waardering) te worden benoemd, inclusief per onderzoeksfase, de bijbehorende doelstelling en relevante onderzoeksvragen.

In het rapport dient een verwijzing te bevatten naar het PvE en PvA, waarvan alle essentiële onderdelen dienen te worden opgenomen in het rapport. Het rapport dient voorzien te zijn van alle essentiële kaarten en afbeeldingen. De in het rapport opgenomen kaart of kaarten dienen te voldoen aan de algemene cartografische standaarden. Kaarten behoren schaalvast afgedrukt te worden op een gebruikelijke en relevante schaal. Alle kaarten en afbeeldingen dienen voorzien te zijn van de begrenzing van het plangebied en, indien van toepassing, van het onderzoeksgebied. Indien een waarderend onderzoek is uitgevoerd, dient van iedere vindplaats een waardestelling volgens KNA-specificatie VS06 te zijn opgenomen. De opdrachtgever (naam bedrijf/instelling, contactpersoon, adres, telefoonnummer, e-mail adres) van het onderzoek dienen in het rapport te worden vermeld. b) Rapportage resultaten De boorkernbeschrijvingen dienen tevens de meest van toepassing zijnde interpretaties (in elk geval de onderscheiden stratigrafische eenheden) te bevatten. De in het veld onderscheiden stratigrafische eenheden dienen (zorgvuldig) te worden beschreven. Voor de onderscheiden stratigrafische eenheden wordt (ook) de conventionele benaming gebruikt: Afzettingen van Duinkerke (0, I, II en III), Hollandveen en Afzettingen van Calais (I, II, III en IV), Hellevoeterzand en dergelijke.

In het rapport dient een kaart met de boorpunten te worden opgenomen. In het rapport dient een kaart (of kaarten) te worden opgenomen met daarop aangegeven de resultaten van het onderzoek per boorpunt (aanwezigheid archeologische indicatoren en vondsten alsmede de aard, datering en diepteligging van de indicatoren en het stratigrafische

-

-

-

niveau waarop zij zijn gevonden). Voor zover essentieel worden op de kaart ook de voorgenomen bodemingrepen aangegeven. Om de interpretaties binnen de profielen controleerbaar te maken, worden bij het tekenen van de profielen de boorstaten weergegeven en wordt de (litho)stratigrafische informatie van de boorkernbeschrijvingen goed herkenbaar bij de boorstaten geplaatst. In het PvE wordt aangegeven van welke boorraai(en) met gebruikmaking van de boorstaten een profiel getekend moet worden. In het (de) profiel(en) wordt de oxidatie-reductiegrens aangegeven. c) Rapportage conclusies en aanbevelingen In de conclusie moet een terugkoppeling naar de gespecificeerde archeologische verwachting en eventueel eerder uitgevoerd onderzoek worden opgenomen, met een verklaring van eventuele afwijkingen. De geformuleerde onderzoeksvragen dienen beantwoord te worden (voor zover van toepassing). Indien vervolgonderzoek wordt geadviseerd, dient (indien essentieel) een beleidsadvieskaart met daarop de nader te onderzoeken delen van het plangebied te worden opgenomen, eventueel met de voorgestelde onderzoeksmethode. Het advies dient afgestemd te zijn op de voorgenomen bodemingrepen en dient rekening te houden met het archeologiebeleid van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Nissewaard, Rotterdam, Schiedam en Voorne aan Zee.

Indien vindplaatsen zijn gewaardeerd, dan dient een selectieadvies te worden opgesteld, dat een redengevende omschrijving geeft van het advies. Indien van aangetroffen vindplaatsen geoordeeld wordt dat ze in aanmerking komen voor plaatsing op de lijst van terreinen met vastgestelde archeologische waarde (archeologisch monument), dan moet daarvoor een aanbeveling met motivatie worden opgenomen. In het rapport dient een zinsnede te worden opgenomen, dat over de onderzoeksresultaten en het uitgebrachte advies contact opgenomen dient te worden met de bevoegde overheid. d) Rapportage aanlevering Het conceptrapport wordt geleverd aan het bevoegd gezag, met tekst en figuren, bij voorkeur in één bestand (.doc of .pdf). Het rapport dient te zijn voorzien van een versienummer en datum. Indien een gewijzigde versie van het rapport wordt vervaardigd, dienen deze gegevens te worden aangepast. In het rapport (in het colofon) of in een begeleidend schrijven dient te worden aangegeven aan wie het commentaar kan worden gericht (auteur of projectleider; bij voorkeur e-mail adres).

5. Goedkeuring rapportage - Pas na goedkeuring van het rapport door het bevoegd gezag kan het onderzoek worden afgesloten. - De goedkeuring van het rapport wordt schriftelijk door het bevoegd gezag medegedeeld aan de opdrachtgever, een kopie van het schrijven gaat naar uitvoerder van het onderzoek. In het schrijven wordt tevens gemeld of het advies al of niet wordt onderschreven en als besluit voor eventueel verder onderzoek wordt overgenomen door het bevoegd gezag. 6. Overig - Indien het niet-gravend Inventariserend Veldonderzoek informatie oplevert over nieuwe vondsten of vindplaatsen, dan wel nieuwe informatie geeft over reeds bekende vondsten of vindplaatsen, dan dient zulke informatie te worden doorgegeven aan Archis.

Blad: 8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15986432/1