Bijlage 8 - Notitie Arcadis over Reikwijdte en Detailniveau
Tekst van het document
Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
31 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
In het MER zal naast een contour die overeenstemt met de wettelijke norm voor de maximale jaarlijkse slagschaduwduur (5 uur en 40 minuten per jaar) ook twee andere contouren van slagschaduwduur in beeld worden gebracht, de contour van 0 en van 15 uur slagschaduw per jaar. Binnen de contouren wordt het aantal woningen en bedrijven bepaald. Tevens wordt aangegeven of voldaan kan worden aan de wettelijke normen voor slagschaduwhinder en of mitigerende maatregelen, bijvoorbeeld een stilstandsregeling, noodzakelijk zijn om daaraan te kunnen voldoen.
Veiligheid In het MER wordt een inventarisatie uitgevoerd van relevante objecten en activiteiten in de omgeving. Speciale aandacht gaat uit naar de aanwezigheid van infrastructuur waarlangs transport gevaarlijke stoffen plaats vindt, risicovolle inrichtingen, gasleidingen en hoogspanningslijnen. Onder andere aan de hand van de Handreiking risicozonering windturbines versie 1.1 d.d. 20/05/2020 (HRW2020) wordt gekeken welke veiligheidscontouren rondom de windturbines moeten worden aangehouden en hoe zich dit verhoudt met de aanwezige objecten en activiteiten in de omgeving. Er is een kwantitatieve risicoanalyse nodig om het toegevoegde risico te bepalen op de aanwezige buisleidingen met gevaarlijke stoffen, de hoogspanningsleiding, de jeugdgevangenis en de Seveso bedrijven die binnen de 10-6 contour gelegen zijn van de windturbines. Hierin wordt het beleid van DCMR Milieudienst Rijnmond betrokken te weten: • •
De windturbines in het Rijnmond gebied ten minste uitgevoerd moeten worden conform klasse IEC II (norm IEC 61400-1). Voor de PR 10-5 en 10-6 contouren de volgende vuistregels worden gehanteerd: − PR 10-5: ½ rotordiameter. − PR 10-6: masthoogte + ½ rotordiameter of de maximale werpafstand bij nominaal toerental.
Onderdeel van het aspect veiligheid zijn tevens de potentiële effecten van het windpark op aanwezige straalpaden, scheepvaart- en defensieradardekking. Indien obstakel verlichting noodzakelijk is voor de veiligheid voor vliegverkeer wordt bekeken hoe deze effecten tot geen of zo weinig mogelijk lichthinder zal leiden voor de omgeving.
Waterveiligheid Het voornemen is om de turbines te plaatsen op de primaire waterkering (beschermingszone of kernzone) die in beheer is van het Waterschap en bij Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is de beheerder van de waterkerende kunstwerken waaronder de Hartelkering, het gemaal en de nabijgelegen sluis. Daarnaast worden de turbines geplaatst nabij de regionale waterkering die in het beheer is van het Waterschap. Om de effecten op de waterveiligheid in kaart te brengen wordt onderzoek uitgevoerd. Met de plaatsing, exploitatie en verwijdering van de turbines dient de waterveiligheid gewaarborgd te blijven. In het MER wordt onderzocht of de plaatsing van windturbines effecten heeft op veiligheid van de waterveiligheid.
Waterhuishouding De effecten op grondwater, oppervlaktewater, hemelwaterafvoer en bemalingswater door de plaatsing van de windturbines worden beoordeeld en in het MER beschreven. Op basis hiervan wordt ook de watertoets in het kader van het bestemmingsplan uitgevoerd.
Ecologie soorten De effecten van het Windpark op flora en fauna worden bepaald. Het gaat hierbij voornamelijk om de effecten op vogels en vleermuizen (aanvaring, verstoring en barrièrewerking). Specifieke aandacht is vereist voor soorten waarvoor geldt dat de staat van instandhouding slecht is.
Ecologie gebieden Mogelijke effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 worden in het MER onderzocht. Tevens wordt gekeken naar de effecten van het windpark op de bestaande houtopstanden en groenstructuren in het gebied.
Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
32 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
Landschap & Cultuurhistorie Het beoordelingskader voor het aspect Landschap & Cultuurhistorie is de Handreiking Waardering landschappelijke effecten windenergie (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, 2013). Deze is aangevuld met één criterium voor cultuurhistorie.
Lichthinder Verlichting van de turbines is mogelijk nodig voor vliegveiligheid. Het MER onderzoekt welke verlichting noodzakelijk is voor de windturbines en op welke manier dit wordt waargenomen in de omgeving. Het effect van obstakel verlichting wordt beoordeeld en er worden indien nodig mogelijke maatregelen voorgesteld om het effect te beperken. Er zal daarbij gekeken worden naar bruikbare beschikbare technieken om hinder te beperken.
Bodem Bij een bestemmingswijziging is het van belang dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Het MER stelt de bodemkwaliteit van het plangebied vast en concludeert of er maatregelen nodig zijn, indien de bodemkwaliteit niet voldoet aan de beoogde nieuwe bestemmingen.
Luchtkwaliteit In het MER wordt bekeken in hoeverre de realisatie van de windturbines stikstofuitstoot met zich meebrengt en of er mogelijke significante effecten zijn op de omliggende Natura 2000 gebieden. Voor de gebruiksfase is er geen uitstoot te verwachten. Wel wordt er beschreven in hoeverre de windturbines verspreiding van de aanwezige stoffen met zich meebrengt, met name fijn stof afkomstig van onder andere het wegverkeer en industrie. Ook de bijdrage aan en het mogelijke effect op verspreiding van stoffen bij calamiteiten bij de industrieën in de omgeving wordt beschreven.
Archeologie Het MER onderzoekt of er archeologische verwachtingswaarden worden aangetast. Dit als gevolg van het plaatsen van de windturbines, elektrakabels en overige infrastructuur. Het onderzoek concludeert of er maatregelen nodig zijn om deze mogelijk aanwezige waarden te beschermen.
Elektriciteitsopbrengst De belangrijkste reden om windparken te realiseren is te voorzien in het opwekken van duurzame energie. Voor de alternatieven wordt daarom in het MER berekend hoeveel energie (MWh) wordt opgewekt. Aan de hand hiervan kan worden bepaald welke uitstoot van schadelijke stoffen het Windpark vermijdt in vergelijking met de situatie dat dezelfde energie door conventionele wijzen wordt opgewekt, bijvoorbeeld kolenverbranding. Hiervoor wordt een kwantitatieve vergelijking gemaakt met de emissies van de huidige ‘brandstofmix’ die in Nederland wordt gebruikt voor de opwekking van elektriciteit. Het MER legt kwantitatief vast hoeveel energie het kost om turbines te produceren en te plaatsen.
Ruimtegebruik De huidige functie van het gebied is een waterkering. Onderdeel van de effectbeoordeling is het bepalen van de invloed op het bestaande ruimtegebruik. Dit vindt plaats door de oppervlaktes die benodigd zijn per alternatief aan bebouwd oppervlak (windturbine inclusief opstelplaats en toegangswegen) te bepalen. Aangezien de positie van toegangswegen nog niet in detail bekend zal zijn worden hier aannames voor gedaan.
Recreatie De omgeving van het plangebied wordt nu op meerdere manieren recreatief gebruikt. Zo maakt de Brielse Maasdijk onderdeel uit van een recreatieve fietsroute (knooppuntenroute) en wordt de dijk gebruikt voor hardloopevenementen, wordt het voedingskanaal gebruikt door vissers en vindt er dagrecreatie plaats op de oevers aan de oostzijde van de evenementenlocatie. Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
33 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
Het gebied is tevens in de Verordening Ruimte van de Provincie Zuid-Holland aangeduid als recreatieve beschermingszone. Ook maakt het meest westelijke stukje van het voedingskanaal (ten westen van de Hartelkering) deel uit van het recreatietoervaartnet. Eventuele effecten op de recreatieve functie van het gebied wordt in het MER kwalitatief beoordeeld.
4.3
Scoremethodiek
Per beoordelingscriterium (zie Tabel 3) wordt in het MER voor alle alternatieven aangeven of er sprake is van een kans op een positief effect of kans op een negatief effect of dat er geen effecten te verwachten zijn. Hierbij wordt uitgegaan van een zevenpuntenschaal (zie Tabel 3). In de methodiek krijgt de referentiesituatie altijd de score neutraal (0). Per aspect en beoordelingscriterium worden, waar nodig, aandachtspunten en kansen geformuleerd, waarmee mogelijke effecten kunnen worden voorkomen of geminimaliseerd. Tabel 3 Scoremethodiek
Score
Toelichting
++
De ingreep leidt tot zeer positieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie
+
De ingreep leidt tot positieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie
0/+
De ingreep leidt tot beperkt positieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie
0
De ingreep heeft geen nadelige effecten
0/-
De ingreep leidt tot beperkt negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie
-
De ingreep leidt tot negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie
--
De ingreep leidt tot zeer negatieve effecten ten opzichte van de referentiesituatie
4.4
Mitigerende maatregelen, leemten in kennis en evaluatie
Mitigerende maatregelen De negatieve milieueffecten ten gevolge van windturbines kunnen door middel van het uitvoeren van mitigerende maatregelen verzacht worden of teniet worden gedaan. In het MER worden deze maatregelen en het effect hiervan beschreven. Daarbij wordt ook ingegaan op de gevolgen van toepassing van mitigerende maatregelen. Voor een aantal maatregelen geldt dat dit tot een lagere energieproductie kan leiden. Compenserende maatregelen Indien er geen mitigerende maatregelen mogelijk zijn, kan worden overgegaan op compenserende maatregelen. Deze maatregelen zijn dus pas nodig als er geen mitigerende maatregelen mogelijk zijn.
Leemten in kennis In het MER wordt aangegeven of belangrijke informatie niet beschikbaar is en welke gevolgen dit heeft voor de effectbepaling en -beoordeling. Waar mogelijk wordt aangegeven welke aanvullende onderzoeken deze leemten kunnen wegnemen.
Evaluatie In het MER wordt aangegeven welke milieuaspecten tijdens en na het realiseren van het voornemen onderwerp van monitoring en evaluatie dienen te zijn, met als doel na te gaan wat de daadwerkelijk optredende milieueffecten zijn. Eventueel kunnen op basis daarvan maatregelen getroffen worden. Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
34 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
5
PROCEDURE EN BESLUITVORMING
Ter ondersteuning van de besluitvorming over de bestemmingsplannen en de benodigde vergunningen voor Windpark Brielse Maasdijk wordt een m.e.r.-procedure doorlopen. Besluitvorming gaat over de locatie en over de voorwaarden waaronder het initiatief kan worden gerealiseerd en geëxploiteerd. Achtereenvolgens worden de relevante besluiten voor het initiatief besproken en worden de stappen in de m.e.r.-procedure toegelicht. Eveneens is aangegeven op welke wijze kan worden gereageerd op deze notitie reikwijdte en detailniveau.
5.1
Wijziging bestemmingsplannen
De planologische inpassing van het voornemen vindt plaats via een wijziging of een afwijking op het bestemmingsplan op gemeentelijk niveau. De gemeenten Nissewaard en Rotterdam zijn Bevoegd Gezag voor het vaststellen van de planologische inpassing. Het windpark wordt planologisch geregeld in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan wordt de ruimte voor windturbines aangewezen en de voorwaarden waaronder de windturbines kunnen worden gerealiseerd. De voorwaarden hebben met name betrekking op de locaties en afmetingen van de windturbines en de bijbehorende voorzieningen. Het op te stellen MER vormt een bijlage bij het (ontwerp) bestemmingsplan (indien relevant) 10 en de ontwerp vergunningen (omgevingsvergunning en waterwetvergunning). In het plan en de vergunningen worden de resultaten van het MER gemotiveerd meegewogen met alle andere relevante belangen die in het kader van de ruimtelijke ordening tegen elkaar dienen te worden afgewogen.
5.2
Vergunningen
De eerste stappen in een goed vergunningenproces zijn het opstellen van een vergunningeninventarisatie en vergunningenstrategie. De inventarisatie geeft inzicht in de vergunningen die nodig zijn, de verantwoordelijke bevoegde gezagen, de te doorlopen procedures, om wat voor soort vergunning het gaat en welke indieningsvereisten gelden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar de zogenoemde ‘hoofdvergunningen’ die nodig zijn voor de toestemming om tot realisatie over te gaan en de ‘uitvoeringsvergunningen’, de vergunningen ten behoeve van de uitvoering (zoals vergunningen voor opslag of tijdelijke wegen). Nu is al duidelijk dat de hoofdvergunningen in een gecoördineerde procedure worden meegenomen. De coördinatie vindt plaats op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de gemeente is hiervoor in principe het bevoegd gezag. Naar verwachting zijn de volgende vergunningen onderdeel van de gecoördineerde procedure (niet uitputtend): •
• • •
Het gebied valt niet onder één bestemmingsplan. In het gebied zijn twee beheersverordeningen en een bestemmingsplan vigerend. De windturbines passen niet in de vigerende planologische regels. In de Verordening Ruimte van de provincie Zuid-Holland is de locatie wel aangewezen als windpark. Er is een aanpassing van de bestemmingsplanregels nodig of een omgevingsvergunning strijdig gebruik. Omgevingsvergunning bouwen en mogelijk ook milieu. Waterwetvergunning vanwege gebruik van een waterstaatswerk (BG = Waterschap Hollandse Delta en Rijkswaterstaat). Ontheffing Natuurbeschermingswet (soortbescherming en eventueel gebiedsbescherming) (BG= Provincie Zuid-Holland).
10
Indien gekozen wordt voor een afwijking op het bestemmingsplan vervalt de bestemmingsplan procedure en is de m.e.r.-plicht uitsluitend gebaseerd op de omgevingsvergunning en waterwetvergunning. Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
35 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
Omgevingswet Op 1-1-2022 treedt de Omgevingswet in werking. Vanaf dat moment hebben gemeenten formeel geen bestemmingsplannen meer, maar een Omgevingsplan. De gemeenten hebben nog tot 2029 de tijd om hun Omgevingsplannen vast te stellen. Een Omgevingsplan bevat regels voor de fysieke leefomgeving en is daarmee veel breder van opzet dan een bestemmingsplan, waar alleen regels voor een goede ruimtelijke ordening in beschreven staan. Vanaf 1-1-2022 gaan alle bestemmingsplannen op in het Omgevingsplan van de gemeente. Op grond van het overgangsrecht worden bestaande ruimtelijke plannen, beschouwd als onderdeel van het omgevingsplan. Daarnaast geeft het overgangsrecht aan dat procedures die zijn gestart vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden afgerond op basis van het oude recht. Mogelijk zijn de vergunningaanvragen al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ingediend. In dat geval is het oude recht nog van toepassing op de te doorlopen procedures.
5.3
De m.e.r.-procedure
Het voornemen van HVC voor de ontwikkeling van het Windpark Brielse Maasdijk is gedeeld met de gemeente Nissewaard en de Provincie Zuid-Holland. In februari 2020 heeft de initiatiefnemer HVC Landwind een voorovereenkomst gesloten met de gemeente Nissewaard waarin is vastgelegd dat de gemeente bereid is, onder voorwaarden, medewerking verleent aan de benodigde procedures voor realisatie en exploitatie van de windturbines in het gebied Brielse Maasdijk.
Figuur 12 laat zien welke stappen ondernomen worden om tot realisatie van het windpark te komen.
Figuur 12 Procedure om te komen tot realisatie van het windpark
Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
36 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
Hieronder worden de stappen toegelicht. Actuele informatie over het project en de gemeente Nissewaard kunt u vinden op: • •
Windenergie Nissewaard: https://www.nissewaard.nl/duurzaamheid/duurzaamheid_to/windenergie-1.htm Project Windpark Brielse Maasdijk: Webadres projectsite invoegen https://www.windbrielsemaasdijk.nl/
1) Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) en openbare kennisgeving De NRD beschrijft de reikwijdte en detailniveau voor de m.e.r.-procedure en vormt de eerste formele stap in de m.e.r.-procedure. Het doel van deze notitie is betrokkenen en belanghebbenden te informeren over de inhoud en diepgang van het op te stellen MER. Het doel is eveneens reacties te kunnen meenemen in de uit te voeren onderzoeken. De notitie kan door het bevoegd gezag worden voor advies voorgelegd aan de Commissie voor de m.e.r. maar dit is niet verplicht. De binnengekomen reacties en adviezen worden samengevat en beantwoord in een bijlage bij het MER. In paragraaf 5.3 is aangegeven op welke wijze reactie op deze notitie kan worden gegeven. Het bevoegde gezag geeft openbaar kennis van het voornemen om een m.e.r.-plichtig besluit voor te bereiden. Daarin staat: • • • • •
Dat stukken ter inzage worden gelegd. Waar en wanneer dit gebeurt. Dat er gelegenheid is zienswijzen in te dienen. Aan wie, op welke wijze en binnen welke termijn. Of de Commissie m.e.r. vrijwillig om advies zal worden gevraagd over het opstellen van het MER 11 .
De openbare kennisgeving vindt tegelijk plaats met de publicatie van deze notitie reikwijdte en detailniveau.
Zienswijzen indienen, raadpleging adviseurs en betrokken bestuursorganen Het bevoegd gezag raadpleegt de adviseurs en de overheidsorganen die bij de voorbereiding van het plan moeten worden betrokken over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Het bevoegd gezag heeft daarnaast besloten om de Commissie vrijwillig om advies te vragen m.e.r. over de NRD. Raadpleging gebeurt verder door deze notitie reikwijdte en detailniveau naar de wettelijke adviseurs (onder andere de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de RCE), betrokken bestuursorganen zoals de provincie Zuid en, de Commissie m.e.r. 12 te zenden met het verzoek om advies. De notitie reikwijdte en detailniveau wordt in het kader van de hiervoor beschreven openbare kennisgeving voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd, zodat eenieder een reactie in kan dienen ten aanzien van de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER. Voorafgaand aan dit proces is de concept NRD besproken met de voor het project ingestelde bewonersplatform en de omgevingsadviesraad. De gemeente geeft in een nota van antwoord reactie op de ingediende zienswijzen en adviezen en geeft aan wat zij verwacht daarvan terug te zien in het MER en de onderzoeken voor het MER. Het NRD en de nota van antwoord zijn het vertrekpunt voor het MER.
11 Indien gekozen wordt voor een afwijking op het bestemmingsplan vervalt de bestemmingsplan procedure en is de m.e.r.-plicht
uitsluitend gebaseerd op de omgevingsvergunning en waterwetvergunning. 12 Meer informatie over de rol van de Commissie m.e.r. vindt u op https://www.commissiemer.nl/onze-diensten/wat-doet-de-commissiemer Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
37 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
2, 3 en 4) Opstellen Milieueffectrapport (MER) Het MER beschrijft en vergelijkt de milieugevolgen van de verschillende manieren waarop het plan of project kan worden uitgevoerd. Voor windenergie gaat het bijvoorbeeld om alternatieven voor mogelijke opstellingen en/of verschillende aantallen en kenmerken van windturbines. De inhoudelijke vereisten aan een milieueffectrapport (MER) zijn vastgelegd in artikel 7.7 en artikel 7.23, eerste lid van de Wet milieubeheer. Samengevat moet het MER in elk geval bevatten/beschrijven: Het doel van het project. • • • • • • • •
Een beschrijving van het project en de ‘redelijkerwijs in beschouwing te nemen’ alternatieven, zowel (bijvoorbeeld) qua ligging als qua inrichting. Welke plannen er eerder voor deze activiteit zijn vastgesteld en welke alternatieven daarin waren opgenomen. Voor welk(e) besluit(en) het MER wordt gemaakt en welke besluiten met betrekking tot het project al aan het MER vooraf zijn gegaan. Een beschrijving van de ‘huidige situatie en de autonome ontwikkeling’ in het plangebied. Welke gevolgen het project en de alternatieven hebben voor het milieu en een motivering van de manier waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven en een vergelijking van die gevolgen met de ‘autonome ontwikkeling’. Effect beperkende c.q. mitigerende maatregelen. Leemten in kennis. Een publiekssamenvatting.
Gestart wordt met het onderzoeken en beoordelen van de alternatieven (MER fase 1). De milieueffecten worden onderzocht en beoordeeld. Uit het onderzoek naar alternatieven uit MER fase 1 volgt een voorkeursalternatief. In een afweging van alle belangen wordt een voorkeursalternatief (VKA) gezocht wat het beste past binnen de belangen afweging tussen omwonenden, initiatiefnemer en andere belanghebbenden. Het MER is één van de informatiebronnen om tot een dergelijke belangenafweging te komen. Dat VKA wordt ter bespreking voorgelegd aan de gemeenteraad van Nissewaard en de voor het project ingestelde omgevingsraad. Op basis van de bespreking wordt een definitieve keuze gemaakt voor het meest wenselijke alternatief. Het gekozen alternatief kan een combinatie zijn van in de MER onderzochte alternatieven. In dat geval kunnen er soms aanvullende milieuonderzoeken nodig zijn of een verduidelijking op reeds uitgevoerde onderzoeken. Als dat het geval is, worden die verwerkt in het MER rapport. Dit is MER fase 2.
5) Zienswijzen MER Het MER wordt voor een periode van 6 weken ter inzage gelegd. Ter inzagelegging gebeurt gelijktijdig met de ter inzagelegging (6 weken) van de ontwerpbestemmingsplannen (indien relevant) en de ontwerpvergunningen (de zogenaamde ontwerpbesluiten), aangezien dit op basis van de gemeentelijk coördinatieregeling gelijk oploopt. Eenieder kan zienswijzen indienen op het MER, de ontwerpbestemmingsplannen (indien relevant) en de ontwerpvergunningen. De termijn is daarvoor zes weken vanaf het moment dat de stukken ter inzage worden gelegd.
6) Nota van beantwoording MER In de nota van beantwoording MER worden alle zienswijzen beantwoord. De MER en de nota van beantwoording worden vervolgens in de gemeenteraad behandeld en vastgesteld. Eventuele bezwaren die belanghebbenden hebben tegen het vastgestelde MER rapport kunnen worden ingediend in de vergunningsprocedure voor verlening van een omgevingsvergunning voor het project.
Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
38 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
7) Vaststellen bestemmingsplannen en vergunningen inclusief motivering Het bevoegd gezag stelt de definitieve bestemmingsplannen (indien relevant) vast en verleent de definitieve vergunningen. Daarbij geeft het bevoegd gezag aan hoe rekening is gehouden met de in het MER beschreven milieugevolgen en wat de overwegingen zijn met betrekking tot de in het MER beschreven alternatieven, de zienswijzen en het advies van de Commissie voor de m.e.r.
8, 9, 10, 11) Bekendmaken bestemmingsplannen en besluiten De definitieve besluiten worden bekendgemaakt en ter inzage gelegd voor een periode van 6 weken. Alleen belanghebbenden die (tijdig) een zienswijze hebben ingediend op de ontwerpbesluiten hebben de mogelijkheid om tegen de definitieve besluiten beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
12) Realisatie Indien de Raad van State besluit de verleende vergunningen in stand te laten worden de vergunningen onherroepelijk. De voorbereidende werkzaamheden om de windturbines te kunnen bestellen en bouwen gaan dan van start.
Evaluatie In het MER wordt aangegeven welke milieuaspecten tijdens en na het realiseren van het windpark onderwerp van monitoring en evaluatie dienen te zijn, met als doel na te gaan wat de daadwerkelijk optredende milieueffecten zijn. Eventueel kunnen op basis daarvan maatregelen getroffen worden.
5.4
Informatie en inspraak
Voor wat betreft de onderhavige notitie kunnen schriftelijke reacties gedurende de inspraaktermijn onder vermelding van ‘Notitie reikwijdte en detailniveau Windpark Brielse Maasdijk' worden gestuurd naar het bevoegd gezag. Tevens bestaat de mogelijkheid een via e-mail een zienswijze in te dienen. U kunt hiervoor contact opnemen met de volgende contactpersonen. • •
De heer Simons, te bereiken via e-mail m.simons@nissewaard.nl De heer Lafort, te bereiken via e-mail p.lafort@nissewaard.nl
Adres Bevoegd gezag: Gemeente Nissewaard Raadhuislaan 106 3201 EL Spijkenisse https://www.nissewaard.nl/
De NRD wordt gepubliceerd op: https://www.nissewaard.nl/duurzaamheid/duurzaamheid_to/windenergielocatie-brielse-maasdijk-hartel-oost.htm
Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
39 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
BIJLAGE 1 BRONDOCUMENTEN Hieronder volgt een lijst van brondocumenten die mogelijk relevant zijn voor het MER. Bij de diverse onderzoeken voor het MER wordt de relevantie van deze documenten nagegaan en meegenomen. Deze lijst is niet limitatief en kan, mede naar aanleiding van zienswijzen verder worden aangevuld.
Nr
Brondocument VPE Nota gezondheidseffecten windturbines, Versie 2 20190411 Handreiking risicozonering windturbines versie 1.1 d.d. 20/05/2020 (HRW2020) PZH, 20 februari 2019, Omgevingsverordening Zuid-Holland Arcadis, 8 mei 2020 Voortoets gebiedsbescherming Hartelkanaal RVO, 7 mei 2020, Monitor Wind op Land 2019 Gemeenten Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne, 4 oktober 2018, Leidraad Windenergie VoornePutten RIVM, report 2020-0150, Health effects related to wind turbine sound: an update
Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
40 van 42
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
BIJLAGE 2 BESTUURSOVEREENKOMST NISSEWAARD EN PROVINCIE
Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
41 van 42
GEMEENTE
'?,îffHonaun N I S S E\)flAA R D Bestuursovereenkomst overdracht bevoegdheden inzake realisatie windopgave gemeente Nissewaard
Partijen: Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, op grond van het mandaatbesluit van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor de provinciale organisatie 2019 vertegenwoordigd door programmamanager Energietransitie, mevrouw A.M. van Ewijk-Hoevenaars, hierna te noemen: "Gedeputeerde Staten", en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard, ten deze vertegenwoordigd door de heer F. Van Oosten, burgermeester, hierna te noemen: "het college".
Overwegende dat:
.
De provincie Zuid-Holland actief wil bijdragen aan een schone, betaalbare en toekomstbestendige energievoorziening, waarbij naast het beperken van energieverbruik, de inzet van in Nederland opgewekte, schone energie kansen biedt om te innoveren en concurrerend te blijven en bij te dragen aan het beschermen van het klimaat. De provincie doet dit samen met andere partijen;
.
De gemeente Nissewaard de ambitie nastreeft om in 2040 volledig overgeschakeld te zijn op CO2-vrije duurzame energiebronnen, zorgvuldig om te gaan met grondstoffen en bestand te zijn tegen de
veranderingen in het klimaat.
.
De gemeente zich door ondertekening van het convenant Windenergie regio Rotterdam heeft gecommitteerd aan de realisatie van 18 MW windenergie;
o Het Rijk, het lnterprovinciaal Overleg (lPO), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en circa veertig andere organisaties op 31 januari 2013 een Nationaal Energieakkoord hebben gesloten over de realisatie van 6000 MW (54 PJ) operationeel windvermogen in 2020;
.
Op grond van dat akkoord in juni 2013 in IPO-verband is afgesproken dat de provincies de ruimte die nodig is voor de opgave (voor Zuid-Holland is dat 735,5 MW) uiterlijk op 30 juni 2014 planologisch hebben vastgelegd in de provinciale structuurvisie eniof verordening;
.
De gemeente en de provincie, alsmede de andere gemeenten binnen stadsregio Rotterdam en het Havenbedrijf , op 21 juni 2012 het Convenant realisatie windenergie stadsregio Rotterdam, d.d. 2'1-062012 (Yerder te noemen het Convenant) hebben gesloten, waarin de deelnemers als inspanningsverplichting op zich hebben genomen tenminste 100 MW en additioneel 50 MW in de regio Rotterdam te realiseren;
a
Provinciale Staten op I juli 2014 het provinciale beleid op het gebied van windenergie op land hebben
vastgelegd in de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) en in de Verordening ruimte 2014 de'locaties windenergie' hebben aangewezen waar gemeenten in hun bestemmingsplannen nieuwe windturbines mogen toestaan;
ln 2015 bleek dat de opgave van 150 MW in de regio Rotterdam niet haalbaar was met de a
oorspronkelijk aangewezen locaties in het Convenant; De deelnemers aan het Convenant gezamenlijk zijn gaan zoeken naar mogelijkheden om de daarin geformuleerde doelstelling alsnog te halen; Middels een partiële herziening VRM-windenergie Provinciale Staten op 20 december 2017 op verzoek van de gemeenten in de Rotterdamse regio 16 nieuwe locaties voor windenergie hebben aangewezen,
a a
ln de gemeente Nissewaard de locatie Hartel-Oost en Plaatweg als zodanig is aangewezen; De ervaring leert dat er nog locaties afvallen op weg naar realisatie en Gedeputeerde Staten er veiligheidshalve voor kiezen een groter aantal MW aan locaties voor windenergie aan te wijzen;
a
Partijen zich dan ook genoodzaakt zien om ter uitwerking en op onderdelen aanpassing van het Convenant, nadere afspraken met elkaarte maken;
a
De VRM per 1 april 2019 door Provinciale Staten beleidsneutraal is omgezet naar het Omgevingsbeleid
en de Omgevingsverordening; a
a
ln het Omgevingsbeleid ook is opgenomen dat de exploitant bij de ontwikkeling van een locatie windenergie een participatieplan dient op te stellen en de omgeving daarbij dient te betrekken; De gemeente derhalve voornemens is om ten behoeve van de realisatie van de locatie Brielse Maasdijk-Hartel-Oost en Plaatweg te zorgen voor de daarvoor benodigde besluitvorming door het bevoegd gezag;
Voorts overwegende dat:
.
Op grond van artikel 9f, eerste en tweede lid van de Elektriciteitswet 1998 Gedeputeerde Staten het bevoegde gezag zijn, met uitsluiting van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan (tenzij dit een bestuursorgaan van het Rijk is) voor de besluitvorming en voor de coördinatie en voorbereiding van de besluiten die nodig zijn voor het oprichten van een windpark met een capaciteit van ten minste 5 maar niet meer dan 100 MW;
.
Gedeputeerde Staten, op grond van artikel 9f, zesde lid, sub a, van de Elektriciteitswet, deze bevoegdheidstoedeling niet van toepassing kunnen verklaren, indien, gelet op de omvang, de aard en ligging van het betreffende windpark redelijkerwijze niet te verwachten valt dat uitoefening van deze bevoegdheden door Gedeputeerde Staten de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of
r
daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden; De gemeente al geruime tijd in gesprek is met grondeigenaren, initiatiefnemers en bewoners met het oogmerk om op de voorgestelde locatie voor windenergie in Nissewaard te komen tot duurzame opwekking van energie door de plaatsing van windturbines, waardoor de veruvachting gerechtvaardigd is dat de hiervoor bedoelde versnelling wordt gerealiseerd;
Komen het volgende overeen:
Añikel 1: Definities
a. Locatie windenergie: de locatie(s) voor de plaatsing van windturbines op het grondgebied van de gemeente, zoals bedoeld in paragraaf 6.2.9 van de door Provinciale Staten vastgestelde Omgevingsverordening en de bijbehorende kaart, zoals deze luidt ten tijde van het sluiten van deze overeenkomst.
2
b. Participatieplan: plan waarbij is aangegeven via welke participatievormen omwonenden in het proces zullen/kunnen worden betrokken (participatie in planning, financiële participatie en/of participatie in exploitatie).
c. Convenant: Convenant realisatie windenergie stadsregio Rotterdam, door partijen ondertekend op 21 juni 2012.
Artikel 2: Verplichtingen gemeente
a. Het college neemt de inspanningsverplichting op zich dat bij voorkeur voor 31-12-2020 of zo spoedig mogelijk daarna, op de locatie windenergie Hartel-Oost en Plaatweg windturbines worden gerealiseerd met een totaal opgesteld vermogen van ten minste 18 MW. Onder deze inspanningsverplichting valt ook het actief zoeken naar een initiatiefnemer indien deze niet of niet meer beschikbaar is.
b. lndien het college een ontvankelijke aanvraag op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ontvangt, al dan niet in combinatie met een verzoek tot wijziging dan wel afwijking van het bestemmingsplan, gericht op de realisatie van windturbines op de locatie windenergie, spant het college zich tot het uiterste in om daarover zo spoedig mogelijk te beslissen. Het college neemt een aanvraag zo spoedig mogelijk in behandeling en streeft naar voortvarende besluitvorming daarover. Daarbij worden geen eisen gesteld anders dan voortvloeiende uit de nationale en provinciale kaders en de Leidraad Windenergie Voorne-Putten;
c. Het college spant zich tot het uiterste in dat ten behoeve van de realisatie van de windturbines op de locatie voor windenergie Hartel-Oost en Plaatweg, het ontwerpbestemmingsplan en/of de benodigde ontwerpbesluiten, aangewezen op grond van artikel 9d van de Elektriciteitswet 1998, uiterlijk op 31-03 2020 of zo spoedig mogelijk daarna ter inzage zijn gelegd en dat de gemeenteraad vervolgens conform artikel 3.8 Wro een besluit zal nemen omtrent de vaststelling van dat bestemmingsplan;
d. Het college past bij de voorbereiding en bekendmaking van de in het lid b. bedoelde besluiten de gemeentelijke coördinatieregeling uit de artikelen 3:30 tot en met 3.32 Wro toe, en spant zich voorts tot het uiterste in om de besluitvorming over en de realisatie van de locatie(s) windenergie te bespoedigen e
Het college spant zich er, met het oog op het gewenste maatschappelijk draagvlak voor in om - in
samenspraak met de initiatiefnemer - ervoor te zorgen dat de omgeving zoveel mogelijk in het windpark kan participeren c.q. kan meeprofiteren van de geplande ontwikkelingen. Met het oog daarop bevordeft het college dat door de initiatiefnemer zo spoedig mogelijk een participatieplan worden opgesteld.
Artikel 3: Verplichtingen provincie
a. Gedeputeerde Staten zien, conform het bepaalde in artikel 9f, zesde lid van de Elektriciteitswet 1998, af van de uitoefening van de aan hen in het eerste en tweede lid van dat artikel toebedeelde bevoegdheden inzake de besluitvorming over en de coördinatie en voorbereiding van de besluiten die nodig zijn voor het oprichten van een windpark op de locatie met een capaciteit van ten minste 5 maar niet meer dan 100 MW.
b. Deze bevoegdheden komen bij het college te liggen met ingang van de dag na ondeñekening van deze overeenkomst. lndien echter uit de onder artikel 6 bedoelde rapportages, of anderszins, mocht blijken dat het college niet of niet tijdig voldoet of kan voldoen aan de in artikel 2, sub a tot en met e,
3
opgenomen verplichtingen, zijn Gedeputeerde Staten - na voorafgaand overleg met het college bevoegd om de in artikel 3a genoemde bevoegdheden alsnog zelf uit te oefenen.
-
AÉikel 4: Algemene bepalingen
a. Deze overeenkomst kan uitsluitend schriftelijk worden aangevuld en/of gewijzigd b. lndien zich een situatie voordoet waarin deze overeenkomst niet voorziet en die de voortgang, kwaliteit eniof omvang van de locatie op enigerlei wijze belemmert, zijn partijen gehouden om in nader overleg te treden zodat de gerezen belemmeringen zoveel mogelijk worden weggenomen. c
lndien een partij van mening is dat de doelstelling zoals bedoeld in deze overeenkomst niet meer haalbaar is, brengt deze partij de andere partij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte,
waarna partijen met elkaar in overleg treden.
AÉikel 5 Relatie tussen Bestuursovereenkomst en Gonvenant
a. De afspraken uit deze overeenkomst zijn aanvullend op het gesloten Convenant, de afspraken uit het Convenant blijven onverkort van toepassing;
b. ln het geval dat het Convenant wordt aangepast en/of verlengd, blijven de afspraken uit deze overeenkomst onverkort van kracht, tenzij bij de aanpassing en/of verlenging van het Convenant door partijen anders wordt overeengekomen.
Artikel 6 Voortgang en overleg Partijen zullen ieder half jaar met elkaar in overleg treden met betrekking tot de voortgang van het proces en de uitvoering van onderhavige overeenkomst. Daartoe stelt het college schriftelijk voor 1 juni en 1 december van elk jaar een voortgangsrapportage op met betrekking tot de plan- en besluitvorming rond de realisatie van windturbines op de locatie windenergie.
AÉikel 7 Toepasselijk recht en geschillen
a. Op deze overeenkomst is het Nederlandse recht van toepassing b. lngeval geschillen ontstaan tussen Partijen zullen Partijen middels overleg tot een oplossing trachten te komen. Een geschil is aanwezig, indien één partij dat schriftelijk en gemotiveerd mededeelt aan de ander partij. c.
lndien partijen niet tot een minnelijke oplossing van enig geschil kunnen komen, zullen zij dit ter beoordeling voorleggen aan de bevoegde burgerlijke rechter.
Artikel 8: Inwerkingtreding en werkingsduur Deze overeenkomst treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening en eindigt op het moment dat het college alle op haar uit hoofde van deze overeenkomst rustende inspanningsverplichtingen is nagekomen.
4
Aldus opgemaakt en ondertekend in tweevoud
,, ,fri. L.âr)..r. r*. op ..... t.a....&-.c.........? "", J Namens Gedeputeerde
Zuid-Holland, programmamanager Energietransitie, A,M. van
Ewijk-Hoevenaars
Namens het college van de gemeente Nissewaard, burgermeester F. Van Oosten
5
NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VERSIE H
COLOFON NOTITIE REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU WINDPARK BRIELSE MAASDIJK Versie H KLANT HVC Landwind AUTEUR Jessica van der Giessen PROJECTNUMMER C05057.000335 ONZE REFERENTIE D10019089:38 DATUM 15 januari 2021 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR
VRIJGEGEVEN DOOR
Jessica van der Giessen Projectmanager duurzame ontwikkeling
Karin van der Wel Senior adviseur milieueffectrapportage
Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam Nederland +31 (0)88 4261 261 www.arcadis.com
Onze referentie: D10019089:38 - Datum: 15 januari 2021 Versie H
42 van 42