CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7a MER - Extern advies MER

Gemeenteraad 2 november 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen op het Windparkproject Brielse Maasdijk, Vvgb WBM2.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Parallelweg 1

Gemeente Nissewaard T.a.v. dhr. H. Nichting h.nichting@nissewaard.nl

Postbus 843 3100 AV Schiedam T 010 – 246 80 00 E info@dcmr.nl W www.dcmr.nl

Ons kenmerk

Uw kenmerk

2284885_5186420

Datum

29 september 2023

Contact

Afdeling

Bijlagen

info@dcmr.nl

Reguleren Advies en Omgeving

-

Onderwerp

Advies Milieueffectrapport (MER) Windpark Brielse Maasdijk analyse akoestische onderzoeken

Geachte heer Nichting,

Op 14 augustus 2023 heeft DCMR een adviesaanvraag ontvangen van de gemeente Nissewaard. De vraag betreft de toets van aanvullende informatie op het Milieueffectrapport (MER) Windpark Brielse Maasdijk HVC Landwind. Het oorspronkelijke MER is in het kader van de vergunningaanvraag door de initiatiefnemer HVC Landwind op 16 december 2022 ingediend. U heeft DCMR gevraagd te toetsen of het MER met de aanvullende informatie voldoende is voor de besluitvorming over de omgevingsvergunning. Op 28 september 2023 (kenmerk 2236588_5163355) hebben wij u per brief antwoord gegeven op bovenstaande vraag. Aanvullend op dit advies zijn wij van mening dat het onze taak is om de gemeente over milieuonderwerpen duiding en transparantie te geven. Wij hebben deze duiding en transparatie in deze adviesbrief toegevoegd omdat de documenten van de aanvraag dit niet geeft en er milieutechnische kennis noodzakelijk is om de aangeleverde informatie te kunnen doorgronden. Dit advies is voor ons dan ook een advies zoals wij dat in onze rol als onderdeel (en verlengstuk) van de gemeente denken te moeten aanleveren gelet op de ons ter beschikking gestelde informatie. samenvatting DCMR constateert dat de akoestische informatie lastig is te doorgronden (zeker voor bestuurders, gemeenteraad en burgers).

Hierdoor is analyse en interpretatie van de informatie over aantallen geluidgehinderden en energieopbrengst lastig. Ons advies is om op basis van de beschikbare akoestische gegevens een aanvullende analyse uit te voeren, daarvoor is in deze brief een aanzet gedaan. Hiermee kan het aantal geluidgehinderden afgezet tegen de energieopbrengst in beeld worden gebracht. Indien gewenst kan DCMR deze analyse nader toelichtingen.

Blad 1 van 6

Ons kenmerk

2284885_5186420

Het MER geeft niet een directe vergelijking van de locatiealternatieven (aantallen geluidbelaste woningen gegeven) met de normstellingsvarianten (aantallen geluidgehinderden gegeven). Met de beschikbare gegevens is die vergelijking wel nauwkeurig te maken. Deze analyse is echter niet uitgevoerd in het MER. DCMR heeft op basis van de beschikbare informatie een dergelijke analyse wel gemaakt, deze is in deze adviesbrief bijgevoegd. Omdat een dergelijke analyse ontbreekt is ook niet inzichtelijk gemaakt dat: • normstellingsvariant 5 in combinatie met alternatief A4.2 en B 4.2 tot de minste geluidhinder leidt; • alternatieven met windturbines oostelijk van de Hartelbrug (zoals het VKA) leiden tot een factor 10 meer geluidgehinderen dan alternatieven A4.2 en B4.2 met alleen turbines ten westen van de Hartelbrug. Daarbij hebben de eerstgenoemde alternatieven hooguit een factor 2 meer energieopbrengst. Het advies is deze informatie te betrekken bij de besluitvorming. Hierna volgt een uitgebreidere toelichting. Toelichting Het MER bevat een grote hoeveelheid tekst, informatie, figuren en tabellen. Om zicht te houden op de hoofdlijnen die voor de beoordeling van de geluidaspecten van belang zijn, en op de redeneerlijn die leidt tot de in het advies gegeven conclusies, zijn die hoofdlijnen samengevat.

Situatieschets De vergunning wordt aangevraagd voor het afwijken van het bestemmingsplan en voor de bouw- en exploitatie van een windpark op de Brielse Maasdijk met een gezamenlijk vermogen van maximaal 35 megawatt (MW). Dit voldoet aan de doelstelling om in dit plangebied tenminste 18 MW te realiseren. Het voorkeursalternatief bevat drie turbines westelijk en twee oostelijk van de Hartelbrug, met een ashoogte van 125 – 154 m, een rotordiameter van 163 m en een generatorvermogen van 5 – 7 MW per turbine. Er is nog niet bekend welk type windturbine geplaatst wordt. Geluidhinder is te verwachten in de buurten Schiekamp-Noord en Hoogwerf-Noord van Spijkenisse, omdat het ritmisch geluid van de windturbines daar luider kan zijn dan het overige omgevingsgeluid. Aanleiding voor lokale geluidnormen Omdat de geluidnormen voor windturbines uit het Activiteitenbesluit buiten werking zijn als gevolg van een uitspraak van de Raad van State, is de opgave een geluidnorm te onderbouwen en vast te stellen die is toegesneden op de lokale situatie. De Gemeente Nissewaard zal een normenkader vaststellen in de Verklaring van Geen Bedenkingen (VvGB). Voor de onderbouwing van de norm wordt daarbij rekening gehouden met de aanwezige geluidbelasting door de industrie in de Botlek, de rijksweg A15, de Havenspoorlijn en het wegverkeer over de Hartelbrug en de Groene Kruisweg.

In nachten met zuidelijke windrichtingen valt de overige geluidbelasting weg, wordt het ritmisch geluid van de windturbines overheersend en daardoor extra hinderlijk. De doelstelling van de locatie specifieke norm is om de hinder in deze relatief rustige nachten (die van belang worden geacht ter compensatie van de hoge geluidbelastingen gedurende de overige tijd) zoveel mogelijk te voorkomen.

Blad 2 van 6

Ons kenmerk

2284885_5186420

Uit de nulmeting (zonder windturbines) blijkt dat het achtergrondgeluid in de basis circa 35 dB(A) is 1. Hierop baseren is een streefwaarde ‘WNC35’ voor het windturbinegeluid gebaseerd. In het memo van 27 mei 2023 heeft Arcadis hiermee gerekend. Belangrijkste uitgangspunten voor de geluidberekeningen De in het MER onderzochte alternatieven zijn beschreven in MER deel A 2 paragraaf 3.3.2. Het gaat om alternatieven met vier tot zes windturbines, die op zeven posities kunnen staan. De gehanteerde geluidproductie van de windturbines staat in MER deel B paragraaf 8.3, tabel 8-5: o LWmax 106 dB(A) o LE nacht 103 dB Voor de alternatieven wordt gerekend met een zogenaamd ‘mitigerend ontwerp’, waarmee wordt bedoeld dat de geluidbelasting wordt beperkt tot 47 dB Lden. Effecten alternatieven (bij geluidnorm 47 dB Lden) De effecten zijn samengevat in paragraaf 4.3 tabel 4-3, en uitgebreider beschreven in paragraaf 8.5. De figuren in paragraaf 8.5.1 laten voor elk alternatief het gebied zien waar substantiële geluidhinder te verwachten is, namelijk in de gebieden waar woningen binnen de 40 dB Lden contour liggen3. De genoemde tabellen geven aantallen geluidgevoelige objecten binnen de geluidcontouren, voor het hele onderzoeksgebied (straal van 2,3 km rond de windturbine-posities) en voor de woonwijken van Spijkenisse-noord (Hoogwerf en Schiekamp).

De meeste geluidhinder is te verwachten in de buurten Schiekamp-Noord en Hoogwerf-Noord (85 – 99 % van het totaal), het resterende percentage betreft voornamelijk de westelijke rand van Hoogvliet. In onderstaande tabel is de opbrengst per alternatief vergeleken met het aantal geluidbelaste woningen (dit is een vergelijking die niet op deze manier in het MER is gemaakt).

1 Zie afbeelding 1-2 in de samenvatting van het rapport (d4091278, GRO B16 van 16 dec. 2022). 2 MER deel A bevat hoofdstukken 1 – 7, deel B bevat hoofdstukken 8 en verder. 3 O.b.v. de ervaringen bij windpark Hartelbrug II, in de maanden dat nog geen geluidbeperking werd

toegepast in de nacht, is dit het gebied waar substantieel klachten te verwachten zijn. Blad 3 van 6

Ons kenmerk

2284885_5186420

Alternatief

Turbines west/oost van Hartelbrug

MWh/jaar @47 dB Lden

Woningen 40 – 47 dB Lden

Geluidbelaste woningen / kWh

Tabel 1: Energieproductie en aantal geluidbelaste woningen voor de alternatieven

A6.1

3/3

120.757

4.071

34

A6.2

4/2

117.372

3.617

31

A5

3/2

103.053

3.364

33

A4.1

2/2

83.627

3.339

40

A4.2

4/0

76.892

439

6

B6.1

3/3

63.129

2.937

47

B6.2

4/2

61.129

2.518

41

B5

3/2

55.109

2.547

46

B4.1

2/2

44.597

2.341

52

B4.2

4/0

42.853

209

5

VKA

3/2

99.741

3.393

34

Uit tabel 1 blijkt dat voor de meeste alternatieven geldt dat een grotere energieproductie (door meer of grotere windturbines te plaatsen) leidt tot min of meer evenredig meer geluidbelaste woningen. Alternatieven A4.2 en B4.2, met uitsluitend windturbines westelijk van de Hartelbrug, wijken hier opvallend van af: deze alternatieven hebben grofweg een factor 10 minder geluidbelaste woningen (wat logisch is omdat er geen windturbines op korte afstand van woonwijken geplaatst worden), terwijl de energieproductie minder dan de helft lager is. Voor alternatief A4.2 valt op dat de energieproductie in MWh/jaar hoger is dan voor alternatief B6.2, dat met 7x5 = 35 MW het maximale vermogen heeft waarvoor de vergunning wordt aangevraagd. Alternatieven A4.2 en B4.2 voldoen beiden aan de projectdoelstelling van tenminste 18 MW. Effecten normvarianten Voor het VKA zijn de effecten in beeld gebracht voor vijf normstellingsvarianten (in MER bijlage HH), aan de hand van aantallen ‘gehinderden’ en ‘ernstig gehinderden’ (niet woningen binnen contouren): 1. 47 dB Lden en 41 dB Lnight voor alle gevoelige objecten. 2. 45 dB Lden voor alle gevoelige objecten. 3. 45 dB Lden en 39 dB Lnight voor woonwijken en 47 dB Lden en 41 dB Lnight voor gevoelige objecten in het buitengebied 4.

47 dB Lden en 41 dB Lnight voor alle gevoelige objecten en aanvullend een grenswaarde van WNC-35 voor woonwijken tussen 23:00 en 05:30 uur bij wind uit zuidelijke richtingen. 5. 45 dB Lden en 39 dB Lnight voor alle gevoelige objecten en aanvullend een grenswaarde van WNC-35 voor woonwijken tussen 23:00 en 05:30 uur bij wind uit zuidelijke richtingen. Voor de alternatieven zijn indicatief de resultaten afgeleid van die voor het VKA, zie tabel 2. Blad 4 van 6

Ons kenmerk

2284885_5186420

Turbines west/oost

Alternatief

Tabel 2: MWh/jaar en aantallen gehinderden per normvariant indicatie MWh/jaar per normvariant 1

2

3

indicatie gehinderden* per normvariant 4

5

1

2

3

4**

5**

A6.1 3/3 120.757 115.569 120.757 119.633 114.869 984 781 984 888 679 A6.2 4/2 117.372 112.330 117.372 116.280 111.649 874 694 874 789 603 A5 3/2 103.053 98.626 103.053 102.094 98.029 813 645 813 734 561 A4.1 2/2 83.627 80.034 83.627 82.849 79.550 807 641 807 728 557 A4.2 4/0 76.892 73.589 76.892 76.177 73.143 106 84 106 96 73 B6.1 3/3 63.129 60.417 63.129 62.542 60.051 710 564 710 641 490 B6.2 5/2 61.129 58.503 61.129 60.560 58.149 609 483 609 549 420 B5 3/2 55.109 52.741 55.109 54.596 52.422 616 489 616 555 425 B4.1 2/2 44.597 42.681 44.597 44.182 42.423 566 449 566 511 391 B4.2 4/0 42.853 41.012 42.853 42.454 40.764 51 40 51 46 35 VKA 3/2 99.741 95.456 99.741 98.813 94.878 820 651 820 740 566 *) Ongeveer de helft van dit aantal betreft ‘ernstige hinder’. **) Voor varianten 4 en 5 zijn de aantallen een overschatting, omdat de dosis-effectrelatie geen rekening houdt met de windrichting-afhankelijke geluidbeperking. Het werkelijk aantal zal waarschijnlijk lager zijn dan variant 2. Ook uit tabel 2 blijkt dat alternatieven A4.2 en B4.2, met uitsluitend windturbines westelijk van de Hartelbrug, grofweg een factor 10 minder geluidhinder veroorzaken dan de andere alternatieven, terwijl de energieproductie nog niet de helft lager is.

En dat voor alternatief A4.2 de energieproductie hoger is dan voor alternatief B6.2, dat het maximale vermogen heeft waarvoor de vergunning wordt aangevraagd (35 MW). Alternatief A4.2 heeft met 4x7 MW niet het hoogste opgestelde vermogen, maar levert op jaarbasis wel een hogere energieproductie. Ook in normstellingsvariant 5. Normstellingsvariant 5 geeft in alle gevallen de minste geluidhinder, zelfs inclusief de overschatting van de aantallen gehinderden die voor normstellingsvarianten 4 en 5 onvermijdelijk in de berekening zit (zie onderschrift tabel 2). Keuzes VKA en normstellingsvariant Het VKA is bepaald o.b.v. de effecten die zijn beschreven in MER deel A en deel B. Het VKA wijkt af van de bandbreedte die de beoordeelde alternatieven weergeven. Dit is toegelicht in MER bijlage D, de “Nota Voorkeursalternatief Windpark Brielse Maasdijk, HVC Wind” van 11 november 2022 (d4091305). Dit betekent dat alternatieven A4.2 en B4.2 niet zijn betrokken in de bepaling van het VKA, aangezien deze alternatieven pas in mei 2023 zijn geïntroduceerd en onderzocht in de aanvullende informatie bij het MER. Deze twee alternatieven blijken buitengewoon relevant voor het onderdeel geluidhinder. Windturbine 3 (WT3) blijkt een belangrijk rol te spelen in de keuze van een VKA. Vanwege veiligheidsaspecten is er door HVC voor gekozen om WT3 te laten vervallen, zie paragraaf 4.3.3.4

Blad 5 van 6

Ons kenmerk

2284885_5186420

van het MER. WT3 ligt op korte afstand van het hoogspanningsstation en bijbehorende kabels. Dit is toegelicht in paragraaf 11.4.4 van het MER. Een verschuiving van WT3 in westelijke richting is wel onderzocht in het MER, maar blijkt niet haalbaar. Een verschuiving van WT3 in oostelijke richting is niet onderzocht in het MER. Het MER maakt niet duidelijk welke (on)mogelijkheden hier expliciet voor zijn. Het MER laat zien dat er aandachtspunten zijn voor de inpassing van de windturbines, maar maakt niet expliciet duidelijk dat inpassing van vier windturbines aan de westzijde van de Hartelbrug onmogelijk is. Bezien vanuit het aspect geluidhinder is hiermee de door HVC gemaakte keuze voor het VKA (met twee windturbines oostelijk van de Hartelbrug) niet navolgbaar. De windturbine-opstelling van het VKA veroorzaakt onevenredig veel geluidhinder, terwijl die vermijdbaar is met een windturbineopstelling zoals in alternatief A4.2, met behoud van hoge jaarlijkse energieproductie (MWh/jaar). Voor de normstellingsvarianten kiest HVC voor variant 3, de gemeente kiest in de ontwerp-VVGB voor variant 5. Bij de normstellingsvarianten is een vergelijkbaar patroon te zien als bij de alternatieven: Variant 3 resulteert in 5 % extra energieproductie, maar ook ruim 30 % meer geluidhinder dan in normstellingsvariant 5 (zie tabel 2).

Belangrijkste aspecten van de beoordeling De extra geluidhinder die optreedt in het voorstel van HVC voor het VKA in combinatie met normstellingsvariant 3, is onevenredig veel groter dan de extra energieproductie in alternatief A4.2 bij normstellingsvariant 5.

Hoogachtend, namens de directeur DCMR Milieudienst Rijnmond,

G. Doezeman teammanager afdeling Reguleren, Advies en Omgeving

DCMR maakt gebruik van digitaal vaststellen, daarom ontbreekt een zichtbare handtekening

Blad 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13328631/1