Bijlage 7 - Onderzoek-afstandsnormen-windturbines(61243232.1)
Tekst van het document
37
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
zijn door het Grondwettelijk Hof de vernietigingsberoepen verworpen die tegen het validatiedecreet waren ingediend [39]. Door het validatiedecreet is de Vlaamse Regering gelast met de opdracht om binnen een termijn van 3 jaar na de inwerkingtreding, en dus uiterlijk op 23 juli 2023, nieuwe landelijke sectorale milieuvoorwaarden voor windturbines vast te stellen en de daartoe vereiste plan-m.e.r. procedure te hebben doorlopen. In Vlaanderen speelt dus een vergelijkbare problematiek als in Nederland en wordt een vergelijkbare plan-m.e.r. procedure doorlopen. Door het validatiedecreet zijn in tegenstelling tot in Nederland de landelijke normen voor windparken echter nog wel steeds van toepassing, maar tot uiterlijk 23 juli 2023.
Wallonië Op 13 februari 2014 had de Waalse regering sectorale voorwaarden aangenomen die gelden voor windparken met een totaal elektrisch vermogen gelijk aan of groter dan 0,5 MW [40]. Naar aanleiding van het zogenaamde D’Oultremont arrest van het Europese Hof van Justitie op 27 oktober 2016 heeft de Belgische Raad van State op 16 november 2017 voornoemde sectorale voorwaarden voor windparken vernietigd omdat ze niet waren onderworpen aan een voorafgaande strategische milieubeoordeling zoals vereist op grond van de Europese Richtlijn Strategische Milieubeoordeling [18]. Naar aanleiding van deze uitspraken heeft de Waalse overheid alsnog een strategische milieubeoordeling uitgevoerd [41] en op basis hiervan op 25 februari 2021 nieuwe sectorale voorwaarden vastgesteld [42].
2.4.2
Afstandsnorm
Vlaanderen In Vlaanderen geldt geen afstandsnorm, met uitzondering van de situatie waarin op basis van het heersende achtergrondgeluid een geluidniveau boven de richtwaarde voor windturbinegeluid wordt toegestaan. In deze situatie geld dat de afstand van de windturbines tot woningen meer dan driemaal de rotordiameter moet bedragen [43].
Wallonië In Wallonië geldt geen wettelijke afstandsnorm, maar er is wel een referentiekader voor de inpassing van windturbines dat een aanbeveling geeft voor afstanden tot woningen [44]. Dit kader heeft geen bindende of regulerende waarde, maar dient ter ondersteuning bij beslissingen op vergunningaanvragen voor windparken. Voor windturbines met een vermogen van meer dan 1 MW wordt een afstand van viermaal de tiphoogte tot woongebieden aanbevolen. De afstand tot individuele woningen mag korter zijn met een minimum van 400 meter, indien de visuele effecten worden beperkt door hoogteverschillen en lokale visuele obstakels zoals vegetatie en maatregelen zoals schermwanden. Voor windturbines met een vermogen van 100 kW tot 1 MW geldt een minimumafstand van 350 meter tot woningen [44].
2.4.3
Geluidnorm
Vlaanderen In Vlaanderen moet het specifieke geluid in open lucht van windturbines ter plaatse van het dichtstbijzijnde bewoonde gebouw van derden of het dichtstbijzijnde woongebied of woonuitbreidingsgebied worden beperkt tot de richtwaarden zoals samengevat in Tabel 6 of tot het achtergrondgeluid uitgedrukt in het statistische niveau LA9522 [43] [45]. Het specifieke geluid betreft het equivalente geluidniveau (LAeq) onder lichte meewindcondities uitgaande van het brongeluid van de windturbine bij 95% van het nominale vermogen. Bij 95% van het nominale vermogen komt het brongeluid over het algemeen overeen met de maximale geluidemissie van een windturbine. De geluidoverdracht van de windturbines naar de omgeving wordt berekend conform de internationale norm ISO 9613-2:1996.
22 Dit betreft het A-gewogen geluidniveau dat 95% van de tijd wordt overschreden.
38
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Tabel 6. Richtwaarden voor windturbinegeluid Vlaanderen [45].
Richtwaarden voor het specifiek geluid in de open lucht in dB(A) Dag Avond Nacht 44 39 39
Gebiedsbestemming Woongebieden, landelijke gebieden en gebieden voor verblijfrecreatie, en woongebieden of delen van woongebieden op minder dan 500 m gelegen van gebieden voor ambachtelijke bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen, van dienstverleningsgebieden of van ontginningsgebieden, tijdens de ontginning Woongebieden of delen van woongebieden op 48 minder dan 500 m gelegen van industriegebieden, agrarische gebieden en recreatiegebieden uitgezonderd gebieden voor verblijfsrecreatie Gebieden of delen van gebieden, uitgezonderd 50 woongebieden of delen van woongebieden, gelegen op minder dan 500 m van industriegebieden Industriegebieden, dienstverleningsgebieden, 60 gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en ontginningsgebieden tijdens de ontginning Overige gebieden 44 – 55
43
43
45
45
55
55
39 – 50
39 – 50
Wallonië De grenswaarden voor windturbinegeluid voor windparken in Wallonië met een vermogen groter dan 0,5 MW zijn vermeld in Tabel 7 [42]. Indien uit het akoestisch onderzoek na ingebruikname van het windpark blijkt dat het omgevingsgeluid, dat heerste op het meetpunt, de identificatie van het specifieke geluid van het windpark verhinderd en de oorsprong van dit omgevingsgeluid niet te herleiden was naar een ander windpark, wordt de inrichting geacht te voldoen aan de geluidsnormen. Voor de beoordeling van het geluid wordt uitgegaan van de parameter LAr,part,1h. Dit is gedefinieerd als het A-gewogen equivalente geluidniveau over een periode van 1 uur van het specifieke geluid van de inrichting gecorrigeerd met een eventuele toeslag voor tonaal of impulsachtig geluid. Voor tonaal geluid wordt afhankelijk van de sterkte van het tonale karakter een toeslag van 2 tot 6 dB(A) toegepast [46]. De geluidoverdracht van de windturbines naar de omgeving wordt berekend conform de internationale norm ISO 9613-2:1996.
Tabel 7. Grenswaarden voor windturbinegeluid Wallonië, uitgedrukt in LAr,part,1h [dB(A)] [47].
Gebiedstype
Dag (7-19 uur)
I. Woongebieden en woningen in 45 plattelandsgebieden II. Landbouw-, bos-, groen-, natuur- en 45 parkgebieden III. Alle zones, met inbegrip van de zones 55 bedoeld in I en II, wanneer het meetpunt 39
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
Grenswaarde LAeq (dB (A)) Overgangsperiode (6-7 uur en 19-22 uur) Nacht (22-6 uur) 43
43
45
43
50
45
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Gebiedstype
Dag (7-19 uur)
zich op minder dan 500 m van de winningszone, winningsafhankelijkheden, industriële economische activiteit of specifieke economische activiteit, of minder dan 200 m van de gemengde economische activiteitzone bevindt, waarin het windpark volledig is gelegen IV. Recreatie, openbare dienstverlening 55 en gemeenschapsvoorzieningen
2.4.4
Grenswaarde LAeq (dB (A)) Overgangsperiode (6-7 uur en 19-22 uur) Nacht (22-6 uur)
50
45
Slagschaduwnorm
Vlaanderen In Vlaanderen geldt voor alle relevante slagschaduwgevoelige objecten een grenswaarde van 8 uur effectieve slagschaduw per jaar en 30 minuten effectieve slagschaduw per dag, met uitzondering van slagschaduwgevoelige objecten in een industriegebied [43]. Voor laatstgenoemde objecten geldt een grenswaarde van 30 uur effectieve slagschaduw per jaar en 30 minuten effectieve slagschaduw per dag, met uitzondering van woningen. Voor woningen in industriegebied geldt dezelfde grenswaarde als woningen die elders zijn gelegen, dus ook 8 uur effectieve slagschaduw per jaar en 30 minuten effectieve slagschaduw per dag. Een slagschaduwgevoelig object is gedefinieerd als een binnenruimte waar slagschaduw van windturbines hinder kan veroorzaken. Dit omvat naast woningen objecten zoals ziekenhuizen, rusthuizen, schoolgebouwen en kantoorgebouwen. Als zich binnen de contour van 4 uur verwachte slagschaduw per jaar een slagschaduwgevoelig object bevindt, dient de windturbine met een automatische stilstandsvoorziening te worden uitgerust.
Wallonië In Wallonië geldt voor slagschaduwgevoelige zones een grenswaarde van 30 uur/jaar en 30 minuten per dag. Als de effecten uitgaande van de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw 23 deze grenswaarde dient de exploitant alle beschikbare middelen toe te passen om de slagschaduw te verminderen en de grenswaarde te respecteren [42]. Een slagschaduwgevoelige zone is gedefinieerd als een binnenruimte van een toegestaan gebouw waarin personen gewoonlijk verblijven of een regelmatige activiteit uitoefenen die hinder van slagschaduw kunnen ondervinden.
2.4.5
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
Vlaanderen Bij het ontwerp van de regelgeving voor geluid is uitgegaan van de basisprincipes van het Vlaams Reglement betreffende de Milieuvergunning (VLAREM). Daarbij werden de volgende uitgangspunten in acht genomen [48]: • • •
Er mag geen onaanvaardbare hinder optreden bij omwonenden. Er moet differentiatie zijn van de normering per gebiedsbestemming: de toegestane geluidniveaus op een industriegebied moeten hoger kunnen zijn dan deze in een woongebied. Het oorspronkelijke omgevingsgeluid moet meegewogen worden in de normering.
23 Dit is de maximale slagschaduw die theoretisch kan optreden, uitgaande van zonneschijn gedurende daglichturen, windturbines
die altijd in bedrijf zijn en rotorbladen die altijd loodrecht op de lijn van de zon naar de ontvanger staan. 40
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
De regelgeving voor slagschaduw is afgeleid van de Duitse richtlijn “Hinweise zur Ermittlung und Beurteilung der optischen Immissionen von Windenergieanlagen (WEA-Schattenwurf-Hinweise)” [14]. Hierbij is ook gekeken naar de regelgeving in andere landen waaronder Nederland. In eerste instantie werd voor alle slagschaduwgevoelige objecten in industriegebieden ook een grenswaarde van 8 uur per jaar gehanteerd [48]. Dit leidde echter tot veel stilstand voor turbines in industriegebieden, waarna de grenswaarde voor objecten in industriegebieden uitgezonderd woningen is bijgesteld tot 30 uur effectieve slagschaduw per jaar [43].
Wallonië De geluidnormering zoals opgenomen in het door de Raad van State vernietigde besluit van 13 februari 2014 [40] is in het planMER vergeleken met de voorwaardelijke WHO-advieswaarde van 45 dB Lden [41]. Hieruit bleek dat de grenswaarde in woongebieden, plattelandsgebieden en in land- en bosbouwgebieden aan deze advieswaarde voldoet, maar dat de grenswaarde voor industriegebieden, recreatiegebieden en gemeenschapsvoorzieningen deze advieswaarde overschrijden. De grenswaarden zijn in het planMER ook vergeleken met de grenswaarden voor windturbinegeluid in andere landen. In voornoemd besluit van 13 februari 2014 werd voor woongebieden in de zomerperiode voor de nachtperiode een 3 dB(A) strengere grenswaarde gehanteerd dan voor de rest van het jaar. Dit was ingevoerd zodat personen in zomerse omstandigheden met een open raam kunnen slapen. Een specifiek geluidsniveau van 43 dB(A) buiten heeft echter geen significant effect op de slaap in de slaapkamer, zelfs niet bij open ramen. In de praktijk zal waarschijnlijk de hinder groter zijn als de mensen ’s avonds buiten verblijven. Daarom is besloten om geen strengere grenswaarde voor de zomerperiode te hanteren maar voor de overgangsperiode van de nacht naar de dag (van 06.00 tot 07.00 uur) en voor de overgangsperiode van de avond naar de nacht (van 19.00 tot 22.00 uur) dezelfde grenswaarde te hanteren als voor de nachtperiode.
Laatstgenoemde aanpassing betreft de enige aanpassing van de grenswaarden voor het geluid ten opzichte van het vernietigde besluit van 13 februari 2014. De overschrijding van de voorwaardelijke WHO-advieswaarde voor industriegebieden, recreatiegebieden en gemeenschapsvoorzieningen werd gezien de beperkt hogere waarde in de nachtperiode aanvaardbaar geacht. De normering voor slagschaduw in het vigerende besluit van 25 februari 2021 [42] is gelijk aan die in het vernietigde besluit van 13 februari 2014. In het planMER is beschreven dat deze normering overeenkomt met de aanbeveling van de Hoge Gezondheidsraad [41]. Ten opzichte van het besluit van 2014 is het toepassingsgebied van de schaduwgrenswaarden wel uitgebreid tot elke zone binnen een gebouw waarin een persoon gewoonlijk verblijft of een regelmatige activiteit uitvoert en wordt blootgesteld aan het effect van bewegende schaduwen.
2.5
Denemarken
2.5.1
Afstandsnorm
In Denemarken geldt een afstandsnorm tot woningen van minimaal viermaal de tiphoogte van de windturbine [49]. Deze afstand geldt niet voor de woning van de eigenaar van de windturbines en voor windturbines voor huishoudelijk gebruik in de onmiddellijke nabijheid van bestaande gebouwen met een hoogte van maximaal 25 meter. Deze afstandsnorm is in 1999 ingevoerd om visuele hinder door onder andere lichtschitteringen, slagschaduw en obstakelverlichting te voorkomen. Het wordt opgemerkt dat voor moderne windturbines lichtschitteringen nagenoeg zijn geëlimineerd door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen [50]. De afstandsnorm en de geluidnorm (zie §2.5.2) moeten beide worden nageleefd. In sommige gevallen kan het betekenen dat de windturbines op meer dan viermaal de tiphoogte van woningen moeten worden geplaatst om aan de geluidnormen te voldoen.
2.5.2
Geluidnorm
In Denemarken zijn de geluidnormen voor windturbines vastgelegd in ‘Bekendtgørelse om støj fra vindmøller’, het Uitvoeringsbesluit geluid windturbines [51]. Denemarken maakt qua normering onderscheid tussen woningen in stedelijke gebieden en woningen in een landelijke omgeving.
41
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Op een hoogte van 1,5 meter is een beoordelingsniveau Lr toegestaan van ten hoogste: • •
Op woningen in stedelijke gebieden, vakantiewoningen, etc.: – 37 dB(A) bij een windsnelheid van 6 m/s op 10 meter hoogte; – 39 dB(A) bij een windsnelheid van 8 m/s op 10 meter hoogte; Op woningen in een landelijke omgeving, op de hoogst belaste positie op minder dan 15 meter afstand van de naastgelegen woning: – 42 dB(A) bij een windsnelheid van 6 m/s op 10 meter hoogte; – 44 dB(A) bij een windsnelheid van 8 m/s op 10 meter hoogte.
Het beoordelingsniveau Lr (rating level) betreft het A-gewogen equivalente geluidniveau LAeq bij voornoemde windsnelheden plus een eventuele toeslag voor duidelijke hoorbare tonen. Bij een windsnelheid van 8 m/s op 10 meter hoogte is het brongeluid van een windturbine over het algemeen gelijk aan de maximale geluidproductie van de windturbine. Bij een windsnelheid van 6 m/s op 10 meter hoogte heeft een windturbine de maximale geluidproductie over het algemeen nog niet bereikt. Aanvullend is een norm opgenomen voor laagfrequent geluid. Hiervoor wordt de parameter LpALF gehanteerd, het Agewogen laagfrequente geluidniveau voor het frequentiebied van de 10 t/m 160 Hz tertsbanden. Voor het laagfrequente geluidniveau LpALF geldt een grenswaarde van 20 dB binnenshuis voor zowel woningen in een stedelijke als een landelijke omgeving bij een windsnelheid van 6 m/s en 8 m/s op 10 meter hoogte. De geluidnormen gelden niet voor woningen van de eigenaren van de windturbines. Voor eventuele tonale geluiden geldt afhankelijk van de sterkte van de toon een strafcorrectie van 0 tot en met 6 dB. Denemarken heeft een eigen methode ontwikkeld voor de berekening van de overdracht van het geluid van de windturbines naar de omgeving, ook voor het laagfrequente deel van het windturbinegeluid. Deze methode is in het Uitvoeringsbesluit geluid windturbines [51] vastgelegd.
2.5.3
Slagschaduwnorm
In Denemarken is geen wettelijke norm voor slagschaduw vastgesteld, maar er is wel een landelijke richtlijn van maximaal 10 uur slagschaduw per jaar [50]. Dit betreft de slagschaduwduur rekening houdend met de wind- en zonneschijnstatistieken, dus het reële aantal uren slagschaduw. Over het algemeen wordt deze aanbeveling opgevolgd [52]. Als niet aan de 10 uur per jaar slagschaduw wordt voldaan dienen er maatregelen te worden getroffen om de berekende schaduwduur tot 10 uur per jaar te reduceren, zoals het stilzetten van de windturbine op potentiële slagschaduwmomenten. De slagschaduw van windturbines wordt tot op de afstand beschouwd waarbinnen minimaal 20% van het zonneoppervlak door het rotorblad van de windturbine wordt afgedekt. De slagschaduw bij een stand van de zon van minder dan 3° graden boven de horizon wordt in de berekeningen buiten beschouwing gelaten [50].
2.5.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
In 1991 is voor het eerst een wettelijke geluidnorm voor windturbines vastgesteld [53]. Sinds 1991 is deze vier keer herzien, namelijk in 2006 [54], in 2011 [55], in 2015 [56] en in 2019 [51]. In 1991 gold een geluidnorm van 45 dB(A) voor woningen in het buitengebied en van 40 dB(A) voor woningen in stedelijke gebieden bij een windsnelheid van 8 m/s op 10 meter hoogte. Deze normstelling is destijds afgeleid uit de normering voor industriële inrichtingen, maar is hier door verschillen in de beoordelingsmethode niet direct mee te vergelijken [52]. In deze periode waren windturbines veelal ‘stall’ gereguleerd. De windturbines hadden rotorbladen met een vaste instelhoek ten opzichte van de as. Er gold een min of meer lineaire relatie tussen de windsnelheid en de geluidproductie van de turbine. Hiermee gaf een grenswaarde bij een windsnelheid van 8 m/s op 10 meter hoogte indirect ook een grenswaarde voor andere windsnelheden. Met de komst van de ‘pitch’ gereguleerde windturbines ontstond er een andere relatie tussen de windsnelheid en de geluidproductie. Om aan dezelfde geluidbescherming te kunnen blijven voldoen, is in 2006 ook een grenswaarde ingevoerd voor het geluid bij een windsnelheid van 6 m/s op 10 meter hoogte. Deze grenswaarde is 42
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
2 dB strenger dan bij 8 m/s [54]. Daarnaast is door een wijziging in de rekenmethodiek de grenswaarde met 1 dB verminderd naar 44 dB(A) bij 8 m/s voor woningen in een landelijke omgeving en 39 dB(A) bij 8 m/s voor woningen in stedelijke gebieden [57]. Het voorschrift is in 2006 ook geactualiseerd met geluidemissiemetingen gebaseerd op de internationale IEC 61400-11 norm. In 2011 is de norm herzien naar aanleiding van publieke zorgen over laagfrequent geluid van windturbines. Er is toen een rekenmethode voor laagfrequent geluid geïntroduceerd en een grenswaarde voor laagfrequent geluid van 20 dB binnenshuis [55]. In de norm is voorgeschreven met welke geluidisolatie moet worden gerekend voor de bepaling van het laagfrequente binnenniveau [14]. Dit is gebaseerd op metingen aan 14 verschillende Deense woningen in het buitengebied en in dorpen, waarbij in totaal 26 verblijfsruimten zijn doorgemeten. Er is gekozen om in de berekeningen uit te gaan van een niveauverschil buiten-binnen de woning waaraan circa 67% van de woningen voldoet [58]. In 2015 is de enige wijziging de toevoeging van een artikel dat regelt dat de grenswaarden niet van toepassing zijn op tijdelijke woningen voor vluchtelingen als de gemeenteraad dispensatie of toestemming heeft verleend op grond van de Wet ruimtelijke ordening [56].
De gedachte achter een normering bij een windsnelheid van 8 m/s op 10 meter hoogte is dat bij hogere windsnelheden de geluidemissie van de windturbines gelijk blijft. In 2016 is nader onderzoek gedaan naar de relatie tussen de windsnelheid en de geluidemissie voor verschillende type windturbines. Hieruit blijkt dat de geluidemissie van windturbines als functie van de windsnelheid toeneemt tot een windsnelheid van circa 7 m/s op 10 meter hoogte. Bij hogere windsnelheden blijft de geluidemissie nagenoeg constant [59]. In 2019 is er een wijziging doorgevoerd met betrekking tot de toeslag voor tonaal geluid. De standaard 5 dB toeslag voor tonaal geluid is gewijzigd in een toeslag van 0 tot en met 6 dB afhankelijk van de mate van tonaliteit [51]. Deze methode correspondeert beter met de toename van hinder die wordt veroorzaakt door een toename in de sterkte van de tonaliteit. Ook zijn in 2019 voor de berekening van laagfrequent geluid aparte geluidisolatiewaarden voor vakantiewoningen opgenomen en is de berekeningsmethode voor windturbines op zee geactualiseerd. Samenvattend is in 1991 de basis gelegd voor de huidige normering voor windturbinegeluid. Daarna zijn meerdere malen wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd, laatstelijk in 2019. Met uitzondering van de aanpassing in 2015 heeft iedere revisie geleid tot een lichte verbetering van de bescherming voor omwonenden.
2.6
Duitsland – Beieren, Nedersaksen en NoordrijnWestfalen
2.6.1
Afstandsnorm
Algemeen In Duitsland is de basis voor de algemene afstandsnormen voor windturbines vastgesteld door toevoeging van artikel §249 (3) van het Baugesetzbuch (BauGB) (laatste wijziging 10 September 2021) [60]. Hierin staat vermeld dat de Duitse deelstaten zelf een minimale afstand mogen definiëren voor de plaatsing van windturbines. Een minimumafstand mag daarbij niet meer bedragen dan 1.000 meter vanaf het hart van de mastvoet van de turbine tot het dichtstbijzijnde gebouw met woonbestemming. Tabel 8 geeft een overzicht van het Duitse ‘Fachagentur Windenergie an Land’ van de afstandsadviezen per deelstaat in oktober 2021 [61]. Hierna wordt meer in detail ingegaan op de deelstaten Beieren, Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen. Er is voor deze drie deelstaten gekozen, omdat Beieren in de publieke discussie vaak genoemd wordt en de deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen aan Nederland grenzen.
43
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Tabel 8. Afstandsadviezen windturbines voor deelstaten Duitsland [61]
Deelstaat
BadenWürttemberg Beieren Brandenburg
Woongebieden Individuele Spa en woongebou- klinieken wen en gefragmenteerde woongebieden Beoordeling per Beoordeling Beoordeling geval per geval per geval 10 H regeling* 10 H regeling -
Commerciële en industriële gebieden
Toerisme/ vrijetijd/ recreatiegebieden
Beschermde natuur en cultuur gebieden
Beoordeling Beoordeling Beoordeling Beoordeling per geval per geval per geval per geval Beoordeling per geval -
Aanbeveling: 1.000 m, kleinere afstand is mogelijk Bremen (Stad) 420 m (AW) / 250 m, echter Beoordeling Beoordeling Beoordeling Beoordeling Beoordeling 620 m (W)**, meestal 450 per geval per geval per geval per geval per geval meestal m vanwege 450 m vanwege visueel visueel beklemmend beklemmend effect effect Hamburg 500 m 300 m Hessen 1.000 m 1.000 m, in 1.000 m, in 1.000 m, in Individuele enkele geval- enkele enkele gevallen per len minder gevallen gevallen gebied meer minder Mecklenburg1.000 m 800 m 1000 m voor 1.000 m Aanbeveling Voor-Pommeren gezondheids1.000 m zrg Nedersaksen 2 H = 400 m als 2 H = 400 m 2 H = 400 m harde grens als harde als harde grens grens Noordrijn1.000 m Beoordeling Beoordeling Beoordeling Beoordeling Beoordeling Beoordeling Westfalen per geval, per geval, per geval per geval, per geval per geval naleving naleving naleving immissiewaar immissiewaar immissiewaar de ‘TA Lärm’ de ‘TA Lärm’ de ‘TA Lärm’ Rijnland-Pals 1.000 m, WT > 500 m 800 m Min. 800 m, Beoordeling 200 m max. 6.000 m per geval totaalhoogte: 1.100 m, i.g.v. ‘repowering’ in individuele gevallen een 10% kortere afstand Saarland Beoordeling per Beoordeling 20 m, in de geval, afhankelijk per geval praktijk niet van type turbine relevant Saksen-Anhalt 1.000 m Beoordeling 1.200 tot Minimaal 500 m 1.000 m, 1.000 m, per geval 5.000 m 1.000 m, 10 x Beoordeling Beoordeling H per geval per geval
44
Aanbeveling 1.000 m
Campings
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Deelstaat
SleeswijkHolstein Thüringen
Woongebieden Individuele Spa en woongebou- klinieken wen en gefragmenteerde woongebieden 800 m 400 m -
Campings
Commerciële en industriële gebieden
Toerisme/ vrijetijd/ recreatiegebieden
Beschermde natuur en cultuur gebieden
800 m
400 m
-
Beoordeling per geval Rennsteig beoordeling per geval
WT < 150 m: 750 600m m, WT > 150 m: 1.000m Bandbreedte 400 tot 1.100 m, 300 tot 800 tot 400 tot 20 tot 400 tot 300 tot Beieren: 10 H, 1.000 m, 5.000 m 1.000 m 1.000 m, 1.000 m, 1.000 m, beoordeling per beoordeling beoordeling beoordeling beoordeling geval per geval per geval per geval per geval * De minimale afstand van 10 maal de tiphoogte (10H) conform § 35 Abs.1 Nr.5 BauGB. Een andere afstand is mogelijk in het kader van de gemeentelijke ruimtelijke ordening of indien de installatie een project vertegenwoordigt in de zin van § 35 lid 1 BauGB, zoals de energievoorziening voor een agrarisch bedrijf dient. ** AW = Algemeen woongebied, W= woongebieden puur bestaand uit woningen. *** WT = windturbine
Beieren In Beieren is in artikel 82 van de Beierse bouwverordening [62] als voorwaarde voor bouwplanningsrechten in de buitenruimte een minimumafstand voor windturbines vastgelegd van 10 maal de tiphoogte. Dit kan in de praktijk neerkomen op afstanden van meer dan 2.000 m. Binnen deze afstand zijn in Beieren windturbines in principe niet toegestaan.
Nedersaksen In Nedersaksen wordt een vuistregel gehanteerd voor een minimaal in acht te nemen afstand tot woningen om een visueel beklemmend effect van de rotatiebewegingen van de rotorbladen te voorkomen. Deze op jurisprudentie (OVG Münster, arrest van 04.07.2018 – 8 A 47/17 -, Rn. 86) gebaseerde vuistregel luidt als volgt [63]: • • •
Als de afstand tussen een windturbine en een woning minder dan tweemaal de tiphoogte (2 H) bedraagt, zal dit voor de meeste projecten bij de woning tot visueel beklemmende effecten leiden. Als de afstand twee- tot driemaal de tiphoogte (2 H tot 3 H) bedraagt, is een gedetailleerd nader onderzoek naar de specifieke situatie nodig. Als de afstand tussen een windturbine en een woning minimaal driemaal de tiphoogte (3 H) bedraagt, leidt de beoordeling van de specifieke situatie over het algemeen tot de conclusie dat er geen sprake is van visueel beklemmende effecten. Er vindt dan in het algemeen geen nader onderzoek plaats.
Om deze reden wordt in Nedersaksen in het algemeen een minimale afstand van tweemaal de tiphoogte tot woningen aangehouden. Alleen indien uit nader onderzoek blijkt dat in de specifieke situatie geen sprake is van visueel beklemmende effecten kan hiervan worden afgeweken. Voor afstanden van minder dan driemaal de tiphoogte is altijd onderzoek nodig naar de specifieke situatie.
Noordrijn-Westfalen In Noordrijn-Westfalen moet voor windturbines een afstand van 1.000 meter worden aangehouden tot woningen in gebieden met ontwikkelingsplannen (art. 30 Baugetzbuch, BauGB) en binnen de aangrenzende bebouwde wijken (art. 34 BauGB), mits woningen niet alleen in uitzonderlijke gevallen zijn toegestaan of binnen het toepassingsbied van de statuten volgens artikel 35 lid 6 van BauGB vallen [64]. Dit betekent dat de minimumafstand van 1000 meter niet geldt voor individuele woningen en gefragmenteerde woongebieden. Vergunningen die al vóór 15 juli 2021 ingediend of verleend waren vallen niet onder de voornoemde regeling. 45
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
2.6.2
Geluidnorm
Duitsland heeft geen specifieke geluidnormen voor windturbines, maar de wetgeving voor inrichtingen is ook op windturbines van toepassing. Voor windturbines gelden dus dezelfde geluideisen als voor inrichtingen. Deze geluideisen zijn vastgelegd in ‘TA Lärm 1998’ (Technische instructie voor bescherming tegen geluid) [65]. In Duitsland wordt het beoordelingsniveau Lr gebruikt24. Het beoordelingsniveau Lr (rating level) betreft het A-gewogen equivalente geluidniveau LAeq gecorrigeerd voor de gemiddelde meteocondities, voor tijden van de dag met een verhoogde gevoeligheid en met een eventuele toeslag voor tonaal of impulsachtig geluid. De richtwaarden die gelden voor verschillende typen gebieden met gevoelige objecten zijn weergegeven in Tabel 9 [65] [66].
Tabel 9. Grenswaarden voor windturbinegeluid in Duitsland per type gebied [65]
Type gebied Spa’s, ziekenhuizen en verzorgingstehuizen Pure woongebieden Algemene woongebieden en kleinschalige landbouwgebieden Dorpsgebieden, kerngebieden en gemengde gebieden Stedelijke gebieden Commerciële zones Industriële zones
Grenswaarden beoordelingsniveau Lr [dB(A)] Duitsland Dag (06:00-22:00 uur) Nacht (22:00 – 06:00 uur) 45 35 50 55
35 40
60
45
63 65 70
45 50 70
Voor tonaal geluid wordt een toeslag KT van 3 of 6 dB toegepast, afhankelijk van de sterkte van de hoorbaarheid van de tonen. Laagfrequent geluid wordt bepaald en beoordeeld op basis van de Duitse norm DIN45680 [67] en het bijbehorende supplement [68]. De geluidoverdracht van de windturbines naar de omgeving wordt berekend conform de internationale norm ISO 9613-2:1996, met aanpassingen conform het zogenaamde Interimsverfahren [69].
2.6.3
Slagschaduwnorm
Duitsland heeft een uitgebreide richtlijn voor het berekenen en beoordelen van slagschaduw. Deze richtlijn “Hinweise zur Ermittlung und Beurteilung der optischen Immissionen von Windenergieanlagen (WEA-Schattenwurf-Hinweise)” (Richlijn voor het bepalen en beoordelen van de optische immissies van windturbines) [14] is in 2002 door de ‘Länderausschuss für Immissionsschutz’ uitgegeven en geactualiseerd in 2019 [70]. De richtlijn is sinds 2002 door vele deelstaten overgenomen en wordt algemeen toegepast op windturbines en windparken in Duitsland. De slagschaduw van windturbines wordt tot op de afstand beschouwd waarbinnen minimaal 20% van het zonneoppervlak door het rotorblad van de windturbine wordt afgedekt. Op grotere afstanden is de slagschaduw te diffuus om hinder te veroorzaken. Daarnaast wordt geen slagschaduw beoordeeld bij zonnehoeken lager dan 3° ten opzichte van de horizon. Bij een lagere stand van de zon is het zonlicht te zwak en wordt er veel zonlicht afgeschermd door vegetatie en gebouwen. De volgende ruimtes worden volgens de Duitse richtlijn beschouwd als gevoelig: • • •
Woonkamers, inclusief lounges. Slaapkamers, inclusief slaapkamers in lodges, ziekenhuizen en sanatoria. Klaslokalen in scholen, universiteiten en vergelijkbare instituten
24 Het beoordelingsniveau L
46
r is een equivalent, gecorrigeerd A-gewogen geluidniveau.
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
• Kantoren, laboratoria, werkplaatsen, trainingsruimten en vergelijkbare werkplekken Buitenlocaties als terrassen en balkons naast gebouwen worden beschouwd als gevoelige gebieden tussen 06:00 uur en 22:00 uur. Het middelpunt van de ramen wordt gebruikt als de beoordelingshoogte voor binnenruimtes. Buitenshuis is de beoordelingshoogte 2 meter. In Duitsland wordt maximaal 30 uur per jaar en 30 minuten per dag slagschaduw toegestaan uitgaande van de astronomisch maximaal mogelijke situatie (worst-case uitgangspunt). Wanneer de windturbine is voorzien van een automatische stilstandsvoorziening die de windturbine afschakelt op momenten dat er slagschaduw wordt verwacht, is er maximaal 8 uur per jaar aan reële slagschaduw toegestaan. Hierbij wordt dan rekening houdend met de gemiddelde meteorologische omstandigheden betreffende wind en zonneschijn.
2.6.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
Aan de afstandsnorm in Beieren ligt geen specifiek onderzoek ten grondslag [71]. In de toelichting [72] voor de vaststelling van de afstandsnorm van 10 maal de tiphoogte is beschreven dat de ontwikkelingen in de rotordiameter en de totale hoogte van windturbines invloed hebben op de acceptatie voor de bouw van windturbines onder de bevolking, met name in hun directe leefomgeving. Met deze ontwikkelingen kan in de wet voor de bescherming tegen immissies onvoldoende rekening worden gehouden, omdat de geluidoverlast door de nieuwere windturbines vergelijkbaar is ondanks hogere prestaties en de grotere hoogte. De wet beoogt een juist evenwicht te vinden tussen de betrokken publieke belangen zijnde de bevordering van hernieuwbare energie enerzijds en de bescherming van de natuur en het imago van het platteland en voor het visueel overweldigende effect anderzijds. De afstand van tienmaal de tiphoogte is aanzienlijk ruimer dan de minimale afstand van ten hoogste 1.000 meter die in artikel §249 (3) van het Baugesetzbuch is gesteld [60]. De wetgevende macht van staatswetgever om een minimumafstand te bepalen is echter niet onbeperkt. De federale basisbeslissing mag noch juridisch, noch feitelijk worden ondermijnd door een afstandsregeling bepaald op grond van de staatswet.
De bepaling van de minimumafstand van tienmaal de tiphoogte in Beieren overschrijdt het in de federale wet vastgelegde ontwerpkader niet en is niet in strijd met de grondrechten van de Beierse grondwet [73]. De afstandsnorm van minimaal tienmaal de tiphoogte in Beieren is dus wettelijk toegestaan, ook al is deze ruimer dan de minimale afstand van ten hoogste 1.000 meter die in artikel §249 (3) van het Baugesetzbuch is gesteld. Uit een recent mediabericht blijkt wel dat de nieuwe minister van Economische Zaken en Klimaatbescherming Robert Habeck kritisch is over de afstandsnorm in Beieren [74]. Hij wil deze minimale afstand van tienmaal de tiphoogte in Beieren verwerpen. “Habeck verwees in de “Neue Osnabrücker Zeitung” naar de bepaling in het regeerakkoord dat duurzame energie in de toekomst “in het algemeen belang” moet zijn. “Daar zijn ze bevoorrecht mee”, aldus de Groene politicus. “En in Beieren kan dat betekenen dat de zeer hoge voorgeschreven afstanden tussen windturbines en woonwijken ineffectief worden.” [74] De afstandsnorm in Nedersaksen is gebaseerd op jurisprudentie [63] en wordt gehanteerd om visueel beklemmende effecten te voorkomen. In Nedersaksen wordt in het algemeen een minimale afstand van tweemaal de tiphoogte tot woningen aangehouden.
Alleen indien uit nader onderzoek blijkt dat in de specifieke situatie geen sprake is van visueel beklemmende effecten kan hiervan worden afgeweken. Voor afstanden van minder dan driemaal de tiphoogte is altijd onderzoek nodig naar de specifieke situatie. Bij de beoordeling van een specifieke situatie moet rekening worden gehouden met bijvoorbeeld de hoogte, rotordiameter en locatie van de windturbine, de locatie van verblijfsruimten en ramen in de richting van de turbine(s), de topografie, tussenliggende objecten en vegetatie, de visuele zonwering, de positie van de rotor rekening houdend met de overheersende windrichting, de kijkhoek, de belasting door bestaande turbines en dergelijke. In de toelichting van artikel 30 van het Baugetzbuch van Noordrijn-Westfalen is vermeld dat de wet beoogt een juist evenwicht mogelijk te maken tussen de betrokken publieke belangen en zorgen, namelijk bevordering van hernieuwbare energie enerzijds en bescherming van natuur en landschap en voor visueel overweldigende effecten anderzijds [75]. De Duitse geluidnormen voor windturbines zijn conform de geluidnormen voor inrichtingen. Aan de Duitse slagschaduwnorm van maximaal 30 uur per jaar en 30 minuten per dag astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw liggen onderzoeken van Pohl et al. uit 1999 [12] en Pohl et al. uit 2000 [13] ten grondslag.
In het onderzoek van 1999 is de correlatie tussen de slagschaduw en de hinderbeleving onderzocht en of de norm 47
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
afdoende bescherming biedt. Het onderzoek van Pohl et al. uit 2000 bevat onderzoek naar stressfactoren door slagschaduw uitgevoerd in een laboratorium met gebruik van proefpersonen. De hoofdconclusie van het onderzoek van Pohl et al. van 1999 [12] is dat bij een gewogen slagschaduwduur – de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduwduur gecorrigeerd voor het gewogen aantal belaste ruimten – van meer dan 15 uur per jaar de onderzochte personen zich ernstig gehinderd voelen. In het onderzoek zijn vier opties beschouwd om de hinder door slagschaduw te beperken: 1. Grenswaarde van 15 uur per jaar voor de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw. 2. Grenswaarde van 15 uur per jaar voor de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw, met dien verstande dat deze mag worden overschreden als de gewogen slagschaduw niet meer dan 15 uur per jaar bedraagt. 3. Grenswaarde van 30 uur per jaar voor de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw. 4. Grenswaarde van 30 uur per jaar voor de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw, met dien verstande dat deze mag worden overschreden als de gewogen slagschaduw niet meer dan 15 uur per jaar bedraagt. In het onderzoek zijn de voor- en nadelen van voornoemde opties beschreven. Blijkens de grenswaarde van 30 uur per jaar astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw is in de Duitse richtlijn voor optie 3 gekozen.
Hierbij zullen de nadelen van optie 1 (zeer conservatieve grenswaarde), optie 2 (grotere onderzoeksbelasting) en optie 4 (grotere onderzoeksbelasting) een belangrijke rol hebben gespeeld. Het nadeel van optie 3 dat deze grenswaarde in een beperkt aantal gevallen mogelijk onvoldoende bescherming zou kunnen bieden is hierbij blijkbaar geaccepteerd. In de door Pohl et al. [12] onderzochte gevallen is dit laatste is dit echter niet voorgekomen. Uit het onderzoek van 2000 van Pohl et al. [13] bleek dat in de eerste 20 minuten van blootstelling slagschaduw een fysieke (stress) reactie kan veroorzaken. Bij een langere blootstellingsduur compenseert het lichaam dit (gewenning). Deze compensatie kost energie en heeft op de langere termijn mogelijk een negatief effect. Op basis hiervan is gekozen voor een norm van maximaal 30 minuten per dag astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw.
2.7
Frankrijk
2.7.1
Afstandsnorm
Frankrijk hanteert voor windturbines met een ashoogte van meer dan 50 meter een minimale afstand van 500 meter tot woningen en woongebieden [76].
2.7.2
Geluidnorm
Frankrijk heeft een specifieke wettelijke milieuregeling voor windturbines [77]. Deze is laatstelijk op 10 december 2021 gewijzigd en op 1 januari 2022 van kracht geworden. De gebruikte geluidsparameter is het equivalente geluidniveau (LAeq). De regeling geeft aan dat door de ontwikkeling van windturbines het geluidniveau bij woningen en andere geluidgevoelige objecten niet meer mag toenemen dan: • •
Dagperiode (07.00 tot 22.00 uur): 5 dB(A) ten opzichte van het achtergrondniveau. Nachtperiode (22.00 tot 07.00 uur): 3 dB(A) ten opzichte van het achtergrondniveau.
Geluidniveaus van 35 dB(A) of lager zijn altijd toegestaan. Aanvullend geldt de eis dat op een afstand van 1,2 maal de tiphoogte het geluidniveau niet hoger mag zijn dan 70 dB(A) in de dagperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode. Voor de beoordeling van het geluid wordt uitgegaan van de parameter L 50,10min van de LAeq,1s waarden [78]. Dat wil zeggen het equivalente geluidniveau per seconde dat in een tijdsinterval van 10 minuten meer dan 50% van de tijd wordt overschreden. Eventuele tonale geluiden worden aanvaardbaar geacht zolang ze niet meer dan 30 % van de dag- en nachtperiode optreden.
48
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
2.7.3
Slagschaduwnorm
In de vigerende wettelijke milieuregeling voor windturbines [77] is opgenomen dat bij een windturbine op minder dan 250 meter van een kantoorgebouw door middel van een studie dient te worden aangetoond dat de slagschaduw op het gebouw niet meer bedraagt dan 30 uur per jaar en 30 minuten per dag. In de regeling zijn geen eisen opgenomen ten aanzien van slagschaduw op woningen.
2.7.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
De beschreven normen voor afstand, geluid en slagschaduw zijn gelijk aan de normen in het oorspronkelijke besluit van 26 augustus 2011 [77]. Wel is de geluidnorm ten opzichte van 2011 iets aangescherpt in die zin dat kortstondige verhogingen van 1 tot 3 dB(A) niet langer zijn toegestaan.
2.8
Ierland
2.8.1
Herziening van regelgeving voor windturbines
De effecten van windturbines worden in Ierland sinds 2006 beoordeeld op basis van de Wind Energy Development Guidelines (2006) [79]. Sinds 2013 is Ierland bezig met de herziening van de richtlijnen voor windturbines [80]. In december 2019 is het ontwerp voor de nieuwe richtlijnen gepubliceerd [7]. Dit ontwerp is toen ter inzage gelegd voor inspraak. De inspraakprocedure heeft tot bijna 500 zienswijzen geleid waarvan vele zeer gedetailleerd en technisch van aard waren. Het bestuderen en analyseren van de vele inspraakreacties is tijdrovend geweest en het Ierse Ministerie van Milieu, Klimaat en Communicatie is nog bezig met de vaststelling van de definitieve richtlijn [81]. Op 15 maart 2022 was de herziene richtlijn nog niet gepubliceerd. Om deze reden is in de navolgende paragrafen zowel op de richtlijn uit 2006 als op het in 2019 gepubliceerde ontwerp van de nieuwe richtlijn ingegaan. Gezien de vele inspraakreacties en de lange verwerkingstermijn mag echter worden aangenomen dat de definitieve richtlijn relevant zal afwijken van het ontwerp.
2.8.2
Afstandsnorm
In de Wind Energy Development Guidelines (2006) [79] is geen afstandsnorm opgenomen, maar beschreven dat windturbinegeluid normaliter acceptabel is als de afstand tot geluidgevoelige objecten meer dan 500 meter bedraagt. In de Draft Revised Wind Energy Development Guidelines van 2019 [7] is opgenomen dat de planningsautoriteiten en An Bord Pleanála25 voor de beperking van de visuele impact bij de planontwikkeling en ontwikkelingsbeheerfuncties een afstand van tenminste viermaal de tiphoogte tussen windturbines en woningen met een minimum van 500 meter in acht moeten nemen. Er is echter een uitzondering mogelijk voor bestaande en vergunde woningen of andere gevoelige objecten als de eigenaren hiervan hiermee instemmen en dit schriftelijk bevestigen. In geval van kleinschalige windenergieontwikkelingen die de energie voornamelijk voor gebruik ter plaatse opwekken kan hiervan worden afgeweken. De planningsautoriteiten en An Bord Pleanála mogen voor de beperking van de visuele impact geen grotere afstand hanteren dan hiervoor beschreven.
2.8.3
Geluidnorm
In de thans vigerende Wind Energy Development Guidelines (2006) [79] is beschreven dat over het algemeen een grenswaarde van 45 dB(A) of een maximum toename van 5 dB(A) ten opzichte van het heersende achtergrondgeluid toepasselijk wordt geacht. In stille omgevingen waar een achtergrondgeluid van minder dan 30 dB(A) heerst wordt aanbevolen dat het dagniveau wordt beperkt tot een absoluut niveau van 35 tot 40 dB(A). Voor de nachtperiode wordt een grenswaarde van 43 dB(A) beschreven. Voor de beoordeling van het geluid wordt uitgegaan van de parameter LA90,10 min. Dit betreft het A-gewogen geluidniveau dat binnen een tijdsinterval van 10 minuten meer dan 90% van de tijd wordt overschreden.
25 An Bord Pleanála is de Ierse onafhankelijke wettelijke instantie om beroepen op planning en andere zaken te beoordelen,
evenals directe toepassingen voor strategische infrastructuur en andere ontwikkelingen. 49
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
In de Draft Revised Wind Energy Development Guidelines van 2019 [7] wordt een ‘Relative Rated Noise Limit (RRNL)’ geïntroduceerd, een grenswaarde die afhankelijk is van het heersende achtergrondniveau van het omgevingsgeluid. De RRNL-grenswaarde geeft aan dat het beoordelingsniveau (LA rated, 10min) vanwege windenergieontwikkelingen rekening houdend met de cumulatie met andere bestaande of vergunde windenergieontwikkelingen niet meer mag bedragen dan: • • •
Het achtergrondniveau plus 5 dB(A) bij een beoordelingsniveau in de bandbreedte van 35 tot 43 dB(A). 35 dB(A) bij een achtergrondniveau van minder dan 30 dB(A). 43 dB(A) bij een achtergrondniveau van 38 dB(A) of meer.
Het achtergrondniveau betreft het niveau gemeten als L90,10 min buiten bij de gespecificeerde geluidgevoelige locaties. Het beoordelingsniveau LA rated, 10min voor windturbines betreft het niveau gemeten als L90,10 min buiten bij de gespecificeerde geluidgevoelige locaties plus eventuele toeslagen voor speciale hoorbare karakteristieken van het windturbinegeluid, zoals tonaal geluid en amplitudemodulatie met een modulatiediepte van 3 dB of meer. Geluidgevoelige locaties kunnen woningen zijn met een belang bij de ontwikkeling van het windproject. In dergelijke gevallen kan de relatieve geluidgrenswaarde in overleg tussen alle betrokken partijen op de betreffende geluidgevoelige locaties worden verhoogd. Ook in deze gevallen dient het maximumniveau van 43 dB(A) echter te worden gerespecteerd. Voor tonaal geluid geldt afhankelijk van de sterkte van het tonale karakter een toeslag van 3 tot 6 dB(A) zoals bepaald volgens ISO/PAS 20065:2016 methode. Voor overmatige amplitudemodulatie geldt afhankelijk van de modulatiediepte een toeslag van 3 tot 5 dB(A) bepaald volgens de IoA AMWG methode [82]. In de ontwerp-richtlijn van 2019 [7] is aangegeven dat het voor de modellering van het geluid van windturbines redelijk wordt geacht om de volgende conversiefactor te hanteren om het equivalente geluidniveau (LAeq) te converteren naar het LA90-niveau: LA90 = LAeq – 2 dB.
Laagfrequent geluid wordt alleen gemeten als er klachten zijn ontvangen. Het wordt dan gemeten als L90 unweighted,10min26 gedurende de nachtperiode in tertsbanden. De grenswaarde per tertsband voor laagfrequent geluid in een woning is weergegeven in Tabel 10. Voor de dagperiode wordt een 5 dB hoger niveau aanvaardbaar geacht. Tabel 10. Grenswaarde per tertsband voor het ongewogen laagfrequente geluidniveau voor het binnen in een woning gemeten windturbinegeluid
Frequentie [Hz] Grenswaarde binnenshuis [dB]
10 92
12,5 87
16 83
20 74
25 64
31,5 56
40 49
50 43
63 42
80 40
100 38
125 36
160 34
In het prognoseonderzoek voor de ontwikkeling van windturbines wordt de geluidoverdracht van de windturbines naar de omgeving berekend conform de internationale norm ISO 9613-2:1996, waarbij de randvoorwaarden van de ‘Good Practice Guide’ van het Institute of Acoustics in acht worden genomen [83]. De controle op de naleving van de grenswaarden voor geluid vindt plaats door middel van geluidmetingen in de omgeving van de windturbines. Waar mogelijk zouden de locaties voor de controlemetingen overeen moeten komen met beoordelingslocaties ter hoogte van woningen of andere gevoelige objecten.
2.8.4
Slagschaduwnorm
In de thans vigerende Wind Energy Development Guidelines (2006) [79] is beschreven dat slagschaduw kan worden vermeden met een zorgvuldige locatiebepaling en ontwerp en het gebruik van relevante software. Het wordt aanbevolen ter plaatse van woningen en kantoren binnen 500 meter afstand van een windturbine niet meer slagschaduw toe te staan dan 30 uur per jaar en 30 minuten per dag. Op afstanden van meer dan tienmaal de rotordiameter van een windturbine is de potentie voor slagschaduw laag. Waar slagschaduw tot een probleem kan leiden zouden ontwikkelaars berekeningen moeten verrichten om het effect te kwantificeren en waar nodig
26 Dit betreft het lineaire geluidniveau dat in een tijdsinterval van 10 minuten 90% van de tijd wordt overschreden.
50
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
maatregelen treffen om het effect te voorkomen of te beperkenzoals het op specifieke tijden stilzetten van een windturbine. In de Draft Revised Wind Energy Development Guidelines van 2019 [7] is opgenomen dat aan alle vergunningen voor windturbines de voorwaarde moet worden verbonden dat er geen slagschaduw zal optreden bij bestaande nabijgelegen woningen of andere gevoelige objecten. De exploitant dient passende maatregelen te treffen om slagschaduw te voorkomen zoals het stilzetten van de windturbines op de momenten dat er slagschaduw zou kunnen optreden.
2.8.5
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
De afstandsnorm van viermaal de tiphoogte tussen windturbines en woningen met een minimum van 500 meter is ingevoerd om de visuele impact van windturbines te beperken. De afstandsnormen zijn niet meer beargumenteerd vanuit geluidhinder, omdat het WHO in 2018 heeft vastgesteld dat er geen bewijs is voor een acceptabele uniforme afstand tussen windturbines en woongebied gezien het feit dat de overdracht van geluid van veel meer factoren afhangt dan alleen afstand. Vanwege de historische ontwikkelingen in Ierland en de nederzettingspatronen op het platteland zou de invoering van een grote niet geluidgerelateerde afstandsnorm zeer grote delen van land uitsluiten voor de ontwikkeling van windenergie dan wel zou de ontwikkeling van windenergie in hoogland- en natuurgebieden worden gestimuleerd die anderszins ongeschikt kunnen zijn voor de ontwikkeling van windenergie. Anderzijds kan een redelijke mate van scheiding tussen windturbines en gemeenschappen een doeltreffend instrument zijn om de windenergie ontwikkelingen in de reeds bestaande contexten te integreren gezien de met name in het afgelopen decennium toegenomen grootte van de windturbines [7]. Met de ‘Relative Rated Noise Limits’ zijn de volgende beperkingen aan windenergie ontwikkelingen opgelegd: • • • •
Het beoordelingsniveau LA rated, 10min van windturbines is maximaal 5 dB(A) hoger dan het achtergrondniveau. Hier is voor gekozen omdat idealiter het windturbinegeluid niet hoger is dan het achtergrondniveau, maar een toename van 5 dB(A) ten opzichte van het achtergrondniveau internationaal een redelijk balans wordt geacht. Het beoordelingsniveau LA rated, 10min van windturbines bedraagt maximaal 43 dB(A). Hiermee wordt gewaarborgd dat het beoordelingsniveau voldoet aan de (voorwaardelijke) aanbeveling van de WHO. In het geval van een specifiek geluidkarakter zoals tonaal geluid of excessieve amplitudemodulatie wordt een strafcorrectie toegepast. Er is een specifieke grenswaarde voor laagfrequent geluid in woningen.
Er is voor gekozen om geen slagschaduw op woningen en andere gevoelige objecten toe te staan. De reden hiervoor is dat slagschaduw goed voorspelbaar is en moderne windturbines de mogelijkheid hebben om het zonlichtniveau te meten en om de windturbine stil te zetten op de momenten dat de condities dusdanig zijn dat er slagschaduw zou optreden. Met een zorgvuldig ontwerp en het gebruik van de juiste technieken en software zouden geen woningen en andere gevoelige objecten aan slagschaduw hoeven te worden blootgesteld.
2.9
Polen
2.9.1
Afstandsnorm
In Polen is in 2016 een minimale afstandsnorm van 10 maal de tiphoogte van een windturbine ingevoerd [84]. Deze afstand geldt tot woningen en gebouwen met een gedeeltelijke woonbestemming. De afstand moet ook voor beschermde natuurgebieden in acht worden genomen. De afstandsnorm is ingesteld vanuit het oogpunt van externe veiligheid. De afstand hoeft niet in acht te worden genomen bij de uitbreiding, renovatie of herbouw van woningen en gebouwen met een gedeeltelijke woonbestemming.
2.9.2
Geluidnorm
Polen kent geen specifieke geluidnormen voor windturbines, maar windturbines moeten in Polen aan de algemene geluidnormen voor inrichtingen voldoen. Het Ministerie van Milieu heeft in 2012 vastgesteld dat voor geluidbronnen in de categorie “overige faciliteiten en activiteiten” geluidnormen voor het equivalente geluidniveau gelden van L Aeq, dag van 45 tot 55 dB en LAeq, nacht van 40 tot 45 dB [85]. Deze wet maakt onderscheid tussen de volgende gebiedstypen:
51
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Tabel 11. Grenswaarden voor geluid voor inrichtingen in Polen [85]
Type gebied
LAeq, dag (8 opeenvolgende uren) 45
Ziekenhuis- en zorginstellingen buiten de stad Gebieden voor eengezinswoningen, 50 gebouwen voor permanent of tijdelijk verblijf van kinderen en jongeren, sociale verzorgingstehuizen en ziekenhuizen in steden Gebieden voor meergezinswoningen en 55 collectieve woningbouw, agrarische bedrijven, recreatiegebieden en woonen verzorgingsgebieden Gebieden in het centrum van steden 55 met meer dan 100.000 inwoners
LAeq, nacht (per nachtelijk uur) 40 40
45
45
Bij een afstand van minimaal 10 maal de tiphoogte van een windturbine zal in de praktijk altijd aan voornoemde geluidnorm worden voldaan.
2.9.3
Slagschaduwnorm
Polen heeft geen wetgeving of richtlijnen met betrekking tot slagschaduw. Op een afstand van 10 maal de tiphoogte zal de slagschaduw echter nihil zijn.
2.9.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
De afstandsnorm van 10 maal de tiphoogte is gebaseerd op de maximale worpafstand van een willekeurig object vanaf een windturbine zoals gepresenteerd in een opinieartikel van Professor Grzegorz Pojmański [86], een astronomiedocent aan de Universiteit van Warschau in Polen. Het artikel is voor zover bekend niet in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd of op een wetenschappelijk congres gepresenteerd. In de onderbouwing van de wet wordt genoemd dat voor de afstandsnorm tevens de beschikbare informatie over geluid, infrageluid, elektromagnetische straling, trillingen, slagschaduw en lichtschitteringen is geanalyseerd [84]. Hiervoor zijn echter geen bronnen gepresenteerd. Er wordt ook aangegeven dat het visuele aspect van belang is bij deze keuze voor de hoogte gerelateerde afstandsnorm. In de risicoanalyse zoals beschreven in voornoemd opinieartikel beargumenteert Pojmański vanuit zijn model dat bij ijsvorming er stukken ijs van de rotorbladen geslingerd kunnen worden tot afstanden van meer dan 600 tot 700 meter.
Ook haalt hij aan dat bij een brand na een blikseminslag tijdens een hevige storm het volgende kan gebeuren (vertaald vanuit het Pools): “Het is onmogelijk om de exacte grootte van de gevaarlijke zone te berekenen, maar als we deze afbeelding bekijken, kan worden aangenomen dat voor sommige brandende fragmenten de valhoek op de grond niet groter is dan 5 tot 10 graden, wat betekent dat ze een afstand kunnen afleggen in de orde van 10 maal de hoogte van de toren.”27 Naast het opinieartikel van Professor Grzegorz Pojmański zijn bij de onderbouwing van het wetsartikel geen andere studies aangehaald.
27 Voor de beoordeling van de externe veiligheid van windturbines is dit een ongebruikelijke benadering. Gewoonlijk wordt er
gekeken naar de kans op een incident zoals het afbreken van een (deel van) een rotorblad, het breken van een mast of het vallen van de gondel of kleine onderdelen, naar de trefkans hiervan op een bepaalde afstand en wat hiervan de gevolgen voor personen en objecten kunnen zijn. 52
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
2.10
Verenigd Koninkrijk
2.10.1
Afstandsnorm
In het Verenigd Koninkrijk gelden geen nationale afstandsnormen voor windturbines.
2.10.2
Geluidnorm
In het Verenigd Koninkrijk wordt het geluid van windturbines beoordeeld op basis van het rapport ‘The Assessment and Rating of Noise from Wind Farms’, ETSU-R-97 van 1996 [9]. Voor de beoordeling van het geluid wordt uitgegaan van de geluidparameter LA90,10 min. Dit betreft het A-gewogen geluidniveau dat in een tijdsinterval van 10 minuten meer dan 90% van de tijd wordt overschreden. In het rapport is vermeld dat het LA90,10 min niveau doorgaans 1,5 tot 2,5 dB(A) minder is dan het equivalente geluidniveau LAeq,10 min. De aanbevolen grenswaarden voor geluid ter plaatse van geluidgevoelige objecten zijn: • Dagperiode (07.00 tot 23.00 uur): het heersende achtergrondniveau gedurende stille perioden plus 5 dB(A) met een ondergrens van 35 tot 40 dB(A) LA90,10 min. Bij de afweging welk niveau binnen deze bandbreedte wordt toegestaan wordt rekening gehouden met het aantal geluidbelaste gevoelige objecten, de invloed van geluidmaatregelen op de elektriciteitsproductie van het windpark en de duur en de hoogte van de blootstelling. • Nachtperiode (23.00 tot 07.00 uur): het heersende achtergrondniveau plus 5 dB(A) met een ondergrens van 43 dB(A) LA90,10 min. De grenswaarde voor de dagperiode is afgeleid van het achtergrondniveau gedurende stille perioden van de dag.
Dit betreft alle avonden van 18.00 tot 23.00 uur, zaterdagmiddag van 13.00 tot 18.00 uur en de gehele zondag van 07.00 tot 18.00 uur. In het rapport werd vastgesteld dat de ondergrens voor de nachtperiode hoger was dan de ondergrens voor de dagperiode. De verklaring hiervoor is dat in de nachtperiode de bescherming van de buitenruimte minder belangrijk wordt geacht en de nadruk ligt op het voorkomen van slaapverstoring. Als het windturbinegeluid een tonaal karakter heeft wordt een toeslag van 5 dB(A) op het geluidniveau toegepast. Het Institute of Acoustics in het Verenigd Koninkrijk heeft een methode ontwikkeld om de amplitudemodulatie van windturbines te beoordelen [82] en WSP | Parsons Brinckerhoff heeft een voorstel uitgewerkt voor een toeslag die afhankelijk is van de modulatiediepte [87]. Deze methode en het toeslagschema zijn echter niet in nationale regelgeving vastgelegd en worden voor zover kon worden nagegaan niet algemeen toegepast. De grenswaarde voor de dag- en nachtperiode kan worden verhoogd tot 45 dB(A) LA90,10 min en de toegestane marge boven het achtergrondniveau kan worden verhoogd, als de gebruiker van het geluidgevoelige object financieel bij het windpark is betrokken.
In het prognoseonderzoek voor de ontwikkeling van windturbines wordt de geluidoverdracht van de windturbines naar de omgeving berekend conform de internationale norm ISO 9613-2:1996, waarbij de randvoorwaarden van de ‘Good Practice Guide’ van het Institute of Acoustics in acht worden genomen [83]. De controle op de naleving van de grenswaarden voor geluid vindt plaats door middel van geluidmetingen in de omgeving van de windturbines.
2.10.3
Slagschaduwnorm
Het Verenigd Koninkrijk kent geen wettelijke norm voor slagschaduw. Volgens de ‘National Policy Statement for Renewable Energy Infrastructure’ [88] moet er een slagschaduwonderzoek worden uitgevoerd als zich binnen een straal van tienmaal de rotordiameter van geplande windturbines gevoelige objecten bevinden. Er is beschreven dat moderne windturbines zijn voorzien van zodanige voorzieningen dat deze automatisch worden stilgezet op de momenten dat er slagschaduw kan optreden. Het betreffende document stelt geen grenswaarden voor de beoordeling van de aanvaardbaarheid van slagschaduw. Gewoonlijk wordt in onderzoeken in Engeland, Schotland en Wales aansluiting gezocht bij de in Duitsland gehanteerde normstelling: •
53
Maximaal 30 uur per jaar en 30 minuten per dag slagschaduw uitgaande van de astronomisch maximaal mogelijke situatie (worst-case uitgangspunt).
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
•
Maximaal 8 uur per jaar reële slagschaduw als de windturbine is voorzien van een automatische stilstandsvoorziening die de windturbine afschakelt op momenten dat er slagschaduw wordt verwacht.
In Noord-Ierland wordt aanbevolen dat de slagschaduw op woningen en kantoren binnen een straal van 500 meter van de windturbines niet meer bedraagt dan 30 uur per jaar en 30 minuten per dag [89].
2.10.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
In de dagperiode is gekozen voor een toename door het windturbinegeluid van maximaal 5 dB(A) ten opzichte van het heersende omgevingsgeluid, met een ondergrens van 35 tot 40 dB(A) LA90,10 min. Dit werd geacht een redelijke bescherming tegen windturbinegeluid te bieden zonder onredelijke beperkingen aan de ontwikkeling van windenergieprojecten op te leggen. Dit werd in vergelijking met in het buitenland gehanteerde normen een relatief strenge eis geacht, maar nodig geacht om de stille landelijke gebieden afdoende te beschermen [9]. In de nachtperiode is een ondergrens van 43 dB(A) LA90,10 min gehanteerd. Dit is gebaseerd op een WHO-richtlijn uit 1980 [90] waarin voor de nachtperiode een equivalent geluidniveau (L Aeq) van 35 dB(A) binnenshuis wordt aanbevolen om slaapverstoring te voorkomen. Uitgaande van een gevelwering van 10 dB(A) bij open ramen werd buitenshuis een equivalent geluidniveau van 45 dB(A) aanvaardbaar geacht, overeenkomend met een niveau van circa 43 dB(A) LA90,10 min,
54
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
3
Geluidbelasting op verschillende afstanden tot windparken
3.1
Uitgangspunten en relevante factoren bepaling geluidbelasting
Om de geluidbelasting op verschillende afstanden tot een windpark in beeld te brengen zijn twee fictieve windparken gemodelleerd. Hierbij is uitgegaan van de varianten zoals weergeven in onderstaande afbeelding: • Een lijnopstelling van drie windturbines. • Een dubbele lijnopstelling van tweemaal vijf windturbines.