Bijlage 7 - Onderzoek-afstandsnormen-windturbines(61243232.1)
Tekst van het document
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Contactpersoon ERIK KOPPEN Senior adviseur geluid en windenergie
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
6
Begrippenlijst
8
Samenvatting
10
1
Inleiding
20
2
Normen voor windturbines in Nederland en enkele andere Europese landen
22
2.1
Algemeen
22
2.2
Vergelijking van Nederlandse normen met die in andere landen
23
2.2.1
Afstandsnormen
23
2.2.2
Geluidnormen
26
2.2.3
Slagschaduwnormen
31
2.3
Nederland
32
2.3.1
Uitspraak Raad van State inzake milieubeoordeling voor windturbinenormen
32
2.3.2
Afstandsnorm
33
2.3.3
Geluidnorm
33
2.3.4
Slagschaduwnorm
34
2.3.5
Onderzoeken en overwegingen die aan de buiten toepassing verklaarde normen ten grondslag lagen
35
2.3.6
Kritiek op Nederlandse geluidnormen
37
2.4
België
37
2.4.1
Uitspraak Europese Hof van Justitie
37
2.4.2
Afstandsnorm
38
2.4.3
Geluidnorm
38
2.4.4
Slagschaduwnorm
40
2.4.5
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
40
2.5
Denemarken
41
2.5.1
Afstandsnorm
41
2.5.2
Geluidnorm
41
2.5.3
Slagschaduwnorm
42
3
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
3
4
5
2.5.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
42
2.6
Duitsland – Beieren, Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen
43
2.6.1
Afstandsnorm
43
2.6.2
Geluidnorm
46
2.6.3
Slagschaduwnorm
46
2.6.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
47
2.7
Frankrijk
48
2.7.1
Afstandsnorm
48
2.7.2
Geluidnorm
48
2.7.3
Slagschaduwnorm
49
2.7.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
49
2.8
Ierland
49
2.8.1
Herziening van regelgeving voor windturbines
49
2.8.2
Afstandsnorm
49
2.8.3
Geluidnorm
49
2.8.4
Slagschaduwnorm
50
2.8.5
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
51
2.9
Polen
51
2.9.1
Afstandsnorm
51
2.9.2
Geluidnorm
51
2.9.3
Slagschaduwnorm
52
2.9.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
52
2.10
Verenigd Koninkrijk
53
2.10.1
Afstandsnorm
53
2.10.2
Geluidnorm
53
2.10.3
Slagschaduwnorm
53
2.10.4
Onderzoeken en overwegingen die aan de normen ten grondslag liggen
54
Geluidbelasting op verschillende afstanden tot windparken
55
3.1
Uitgangspunten en relevante factoren bepaling geluidbelasting
55
3.2
Bandbreedte in geluidbelasting op verschillende afstanden tot een windpark
59
Slagschaduwduur op verschillende afstanden tot windparken
63
4.1
Uitgangspunten bepaling slagschaduwduur
63
4.2
Slagschaduwduur op verschillende afstanden tot een windpark
63
Effecten van mogelijke afstandsnormen op het voorkomen van gezondheidsheidseffecten
4
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
67
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
5.1
Advies Wereldgezondheidsorganisatie
67
5.2
Actuele inzichten gezondheidseffecten windturbines
68
5.2.1
RIVM onderzoek naar gezondheidseffecten van windturbines
68
5.2.2
Afstand gerelateerde effecten
69
5.3
Percentage ernstig gehinderden vanwege geluid
70
5.3.1
Dosis-effect relatie windturbinegeluid
70
5.3.2
Bandbreedte percentage ernstig gehinderden vanwege geluid op verschillende afstanden tot een windpark
72
6
Voor- en nadelen van afstandsnormen versus normen voor geluid en slagschaduw
76
7
Conclusies
79
8
Aandachtspunten voor nieuwe milieunormen voor windturbines
81
Nawoord door Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (NLVOW)
84
Referenties
86
Bijlagen Bijlage 1 Geluidbelasting op verschillende afstanden tot een windpark uitgaande van een specifiek type windturbine per windturbineklasse
92
Uitgangspunten berekeningen
92
Bandbreedte in geluidbelasting op verschillende afstanden tot een windpark uitgaande van een specifiek type windturbine per windturbineklasse
92
Bijlage 2 Percentage ernstig gehinderden door geluid uitgaande van windparken met een specifiek type windturbine per windturbineklasse Bandbreedte percentage ernstig gehinderden op verschillende afstanden tot een windpark uitgaande van specifieke typen windturbines
95
Bandbreedte percentage ernstig gehinderden vanwege geluid volgens Michaud et al. op verschillende afstanden tot een windpark
97
Colofon
5
95
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
100
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Managementsamenvatting In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is onderzoek verricht om gedeeltelijk invulling te geven aan de op 22 juni 2021 aangenomen motie Erkens/Leijten en aan het in het coalitieakkoord 2021-2025 opgenomen voornemen om heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens vast te stellen. Het doel van het onderzoek is om op basis van bestaande inzichten in beeld te brengen wat de effecten van verschillende afstandsnormen op de hinder voor omwonenden zijn en wat de voor- en nadelen van een afstandsnorm zijn ten opzichte van specifieke normen voor geluid- en slagschaduw. Naast dit onderzoek loopt een verkenning door het RIVM van de mogelijkheden voor een praktijkonderzoek dat de wetenschappelijke inzichten over de gezondheidseffecten van windturbines in Nederland met nieuwe empirische gegevens kan aanvullen. Ook wordt naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State inzake Windpark Delfzijl Zuid momenteel een plan-m.e.r. voor milieunormen voor windturbines uitgevoerd. Het planMER biedt de basis voor de besluitvorming over mogelijke nieuwe landelijke normen. Er is literatuuronderzoek verricht naar de voorheen geldende normen voor windturbineparken in Nederland, hoe deze tot stand zijn gekomen en welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen. Dit onderzoek is ook verricht voor zeven andere Europese landen.
Hierbij is gekozen voor de buurlanden België, Duitsland en (gescheiden door de Noordzee) Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Aanvullend zijn ook Ierland en Polen beschouwd. Ierland omdat hier een ontwerp voor de herziening van de regelgeving voor windturbines is gepubliceerd. Polen omdat hier in de publieke discussie vaak aan wordt gerefereerd. Op verzoek van de bij het onderzoek betrokken klankbordgroep is ook Frankrijk in het onderzoek meegenomen. Het onderzoek heeft zich toegespitst op afstandsnormen en normen voor geluid en slagschaduw, omdat die bepalend zijn voor hinder. Vervolgens is door berekeningen de geluidbelasting en de slagschaduwduur op verschillende afstanden tot twee fictieve windparken in beeld gebracht. Ook is ingegaan op wat mogelijke afstandsnormen betekenen voor het percentage ernstig gehinderden. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn de voor- en nadelen van een afstandsnorm versus belastingnormen voor geluid en slagschaduw in beeld gebracht. Van de acht onderzochte landen hebben Nederland, het Vlaamse Gewest van België en het Verenigd Koninkrijk geen landelijke afstandsnorm. Er is geen enkel land dat de hinder van windturbines alleen door middel van een afstandsnorm reguleert, ofschoon het in Polen en de Duitse deelstaat Beieren door de ruime afstandsnorm van 10 x tiphoogte hier effectief wel op neerkomt.
In de overige beschouwde landen varieert de afstandsnorm van 300 meter tot 1.100 meter en van 2 x de tiphoogte tot 4 x de tiphoogte. Daar waar de reden voor deze afstandsnormen kon worden achterhaald zijn – afgezien van Polen1 - deze vooral ingesteld om de visuele impact van de windturbines te beperken. Dit is ook de onderliggende reden waarom in de onderzochte landen een afstandsnorm altijd met een geluidnorm en meestal met een slagschaduwnorm wordt gecombineerd. De kortste afstanden lijken vooral ingesteld om de visuele impact van de windturbines als object te beperken, met name om visueel beklemmende effecten door de windturbines te voorkomen. In de Duitse deelstaat Nedersaksen wordt hiervoor op basis van jurisprudentie een vuistregel van 2 x de tiphoogte gehanteerd. Hier wordt voor afstanden van minder dan 3 x de tiphoogte altijd onderzoek naar de specifieke situatie nodig geacht om vast te stellen of visueel beklemmende effecten kunnen optreden. De ruimere afstandsnormen lijken ook rekening te houden met andere visuele effecten. Zo hanteert Denemarken een afstandsnorm van 4 x de tiphoogte om de visuele hinder door onder andere lichtschitteringen, slagschaduw en obstakelverlichting te beperken. In Nederland worden de effecten van lichtschittering en slagschaduw met technische maatregelen gemitigeerd.
Ook wordt er gewerkt aan een alternatieve oplossing voor de nachtelijke obstakelverlichting. Een vergelijking van de geluidnormen voor windturbines laat zien dat een uniforme benadering ver te zoeken is. Zo worden er verschillende geluidparameters gebruikt voor de beoordeling van het windturbinegeluid, verschillen de grenswaarden en verschilt het beschermingsniveau voor woonwijken versus woningen in landelijk gebied. Ook gelden er in bepaalde landen vaste grenswaarden en zijn in andere landen de grenswaarden afhankelijk van de bestemming van het gebied of het heersende achtergrondniveau van het omgevingsgeluid. Ook zijn er verschillen in berekeningsmethoden, waardoor ook al zouden de grenswaarden gelijk zijn, de impact van de normen anders kan zijn. De geluidnormen en de impact hiervan zijn daarom lastig te vergelijken. Nederland hanteert voor windturbinegeluid de jaargemiddelde beoordelingsmaten Lden en Lnight. In Europa hanteert alleen Noorwegen ook de parameter Lden voor windturbinegeluid. Andere Europese landen gebruiken voor de beoordeling van windturbinegeluid
1 In Polen is de afstandsnorm gebaseerd op een opinieartikel dat beschrijft dat bij een brand in een windturbine na een
blikseminslag tijdens een hevige storm sommige brandende fragmenten zich tot ongeveer op deze afstand zouden kunnen verspreiden. 6
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
het equivalente geluidniveau LAeq, een op het equivalente geluidniveau gebaseerde parameter of een statistische parameter. Voor de acht onderzochte landen varieert de grenswaarde voor het equivalente geluidniveau bij maximale geluidproductie van de windturbines, deels omgerekend vanuit andere geluidparameters, in de nachtperiode van 35 dB(A) t/m 45 dB(A). Meestal ligt de grenswaarde voor het equivalente geluidniveau in de bandbreedte van 39 dB(A) t/m 45 dB(A). De Nederlandse grenswaarden2 komen meestal overeen met een equivalent geluidniveau van 43 dB(A) t/m 45 dB(A) bij maximale geluidproductie van de windturbines. Hiermee bevinden deze grenswaarden zich aan de bovenkant van voornoemde bandbreedte. In de meeste landen wordt windturbinegeluid met speciale hoorbare karakteristieken zoals tonaal geluid strenger beoordeeld dan in Nederland. Een vergelijking van de normen voor slagschaduw laat zien dat de meeste landen voor de beoordeling van slagschaduw aansluiting hebben gezocht bij een op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde Duitse richtlijn. Deze richtlijn stelt een grenswaarde van 30 uur per jaar en 30 minuten per dag voor de astronomisch maximaal mogelijke schaduwduur (worst-case scenario). In het geval dat een automatische stilstandsvoorziening wordt gebruikt, moet de werkelijke slagschaduwduur worden beperkt tot 8 uur per jaar.
Nederland heeft de meest afwijkende norm voor slagschaduw2. De grenswaarde van gemiddeld niet meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw per dag wordt meestal vereenvoudigd toegepast in de vorm van een grenswaarde van 5 à 6 uur slagschaduw per jaar. Bij de vereenvoudigde toepassing zou Nederland de strengste slagschaduwnorm van de onderzochte landen hebben, maar de norm biedt meer ruimte waardoor Nederland feitelijk de meest soepele slagschaduwnorm van de onderzochte landen heeft. Berekeningen laten zien dat de geluidbelasting en slagschaduwduur als functie van de afstand tot een windpark afneemt. Door de vele factoren die een rol spelen is er echter een zeer grote spreiding in de geluid- of slagschaduwbelasting die op een specifieke afstand optreedt. De belasting is namelijk niet alleen afhankelijk van de afstand, maar ook van factoren zoals de omvang en de lay-out van het windpark, het precieze type windturbine, de ashoogte, de oriëntatie tot het windpark en voor geluid het windklimaat, het geluidspectrum en het type omgeving. Voor slagschaduw wordt in Nederland in de praktijk vrijwel altijd een mitigerende maatregel in de vorm van automatische stilstandsvoorziening toegepast waarmee de slagschaduwduur sterk wordt beperkt.
Hierdoor is in de praktijk niet de afstand tot een windpark bepalend voor de hinder die vanwege slagschaduw wordt ondervonden, maar de gekozen uitgangspunten voor de stilstandsregeling. Door de spreiding in de geluidbelasting die op een bepaalde afstand optreedt, treedt er ook een grote spreiding op in het percentage ernstig gehinderden als functie van de afstand tot een windpark. Een afstandsnorm heeft voor- en nadelen ten opzichte van specifieke normen voor geluid en slagschaduw. De belangrijkste voordelen zijn dat het makkelijk communiceerbaar, heel transparant en nauwkeurig handhaafbaar is. Ook is het een goede maat om visuele impact te reguleren. Belangrijke nadelen van alleen een afstandsnorm zijn dat er op een vaste afstand een grote spreiding is in het beschermingsniveau. Relatief lawaaiige turbines kunnen op dezelfde afstand van woningen komen als relatief stille turbines. Er wordt geen rekening gehouden met het gezamenlijke effect van meerdere turbines of windparken in de buurt en er is geen mogelijkheid tot maatwerk bijvoorbeeld in geval van tonale geluiden. Er is ook geen reden meer om een automatische stilstandsvoorziening toe te passen, wat tot meer slagschaduweffecten dan in de huidige praktijk kan leiden. Vijf van de acht onderzochte landen hanteren (deels) een afstandsnorm en een zesde land is voornemens om een afstandsnorm in te voeren.
Er is geen enkel land dat de hinder van windturbines alleen door middel van een afstandsnorm reguleert. Alle onderzochte Europese landen hanteren voor windturbines een geluidnorm. Naast Nederland hanteren vijf andere onderzochte landen een slagschaduwnorm. De effecten op de leefomgeving zijn vooral afhankelijk van het gekozen beschermingsniveau en niet zozeer van de wijze waarop dit beschermingsniveau wordt geregeld. In het coalitieakkoord 2021-2025 is uitgesproken dat er heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land komen. Zoals hiervoor beschreven biedt een afstandsnorm een aantal voordelen. Het hanteren van alleen een afstandsnorm kent echter ook belangrijke nadelen. Deze nadelen kunnen worden voorkomen door net als andere landen naast een afstandsnorm ook specifieke geluid- en slagschaduwnormen te hanteren. De afstandsnorm kan dan net als in andere Europese landen vooral worden gericht op het beperken van de visuele impact van windturbines en een basisbescherming voor geluid en slagschaduw bieden. De specifieke bescherming voor geluid en slagschaduw kan dan met geluid- en slagschaduwnormen worden geregeld.
2 Sinds de uitspraak van de Raad van State inzake het Windpark Delfzijl Zuid moeten de normen in het Activiteitenbesluit voor
windparken buiten beschouwing worden gelaten en geldt er feitelijk dus geen landelijk geldende grenswaarde meer voor het geluid en de slagschaduw van windparken. 7
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Begrippenlijst A-gewogen Amplitudemodulatie Astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw Dosis-effectrelatie geluidhinder Effectieve slagschaduw Emissieterm LE Equivalent geluidniveau LAeq Impulsachtig geluid LAeq
LAeq max LA50 LA rated, 10min
Lden
Laagfrequent geluid Lnight Lr (Denemarken) Lr (Duitsland)
L90,10 min. LWA
LWA max Modulatiediepte Nominaal vermogen
8
Gecorrigeerd voor de gemiddelde gevoeligheid van het menselijke gehoor Ritmische variaties in het geluidniveau van een windturbine met de frequentie waarmee een rotorblad een bepaald punt passeert De maximale slagschaduw die theoretisch kan optreden, uitgaande van altijd aanwezige zonneschijn gedurende daglichturen, windturbines die altijd in bedrijf zijn en rotorbladen die altijd loodrecht op de lijn van de zon naar de ontvanger staan De relatie tussen de geluidbelasting en de hinder die hierdoor ervaren wordt De slagschaduw die effectief optreedt, dus de werkelijk optredende slagschaduw. Het jaargemiddelde geluidvermogen dat door een windturbine wordt uitgestraald uitgedrukt in dB(A) A-gewogen energetisch (d.w.z. logaritmisch) gemiddelde waarde van de gedurende een bepaalde periode optredende fluctuerende geluidniveaus uitgedrukt in dB(A) Een geluid dat bestaat uit geluidsstoten, die minder dan 1 seconde duren Equivalent geluidniveau. De A-gewogen energetisch (d.w.z.
logaritmisch) gemiddelde waarde van de gedurende een bepaalde periode optredende fluctuerende geluidniveaus uitgedrukt in dB(A) Het A-gewogen equivalente geluidniveau dat optreedt als de windturbines maximaal geluid produceren A-gewogen geluidniveau dat 50% van de tijd wordt overschreden Het geluidniveau gemeten als het A-gewogen L90,10 min niveau buiten bij geluidgevoelige locaties plus eventuele toeslagen voor speciale hoorbare karakteristieken van het windturbinegeluid, zoals tonaal geluid en amplitudemodulatie met een modulatiediepte van 3 dB of meer Gewogen jaargemiddelde van het A-gewogen equivalente geluidniveau LAeq met een toeslag van 5 dB op het niveau in de avondperiode en 10 dB in de nachtperiode, zoals gedefinieerd in de Europese richtlijn 2002/49/EG en uitgedrukt in dB Het geluidniveau in het frequentiegebied van circa 10/20 Hz tot 125/160 Hz.
Het A-gewogen equivalente geluidniveau LAeq gemiddeld over alle nachtperioden in een jaar, zoals gedefinieerd in de Europese richtlijn 2002/49/EG en uitgedrukt in dB Het beoordelingsniveau Lr (rating level) betreft het A-gewogen equivalente geluidniveau LAeq plus een eventuele toeslag voor duidelijke hoorbare tonen Het beoordelingsniveau Lr (rating level) betreft het A-gewogen equivalente geluidniveau LAeq gecorrigeerd voor de gemiddelde meteocondities, voor tijden van de dag met een verhoogde gevoeligheid en met een eventuele toeslag voor tonaal of impulsachtig geluid Geluidniveau (meestal A-gewogen) dat in een tijdsinterval van 10 minuten meer dan 90% van de tijd wordt overschreden Het A-gewogen geluidbronvermogen, ook wel aangeduid als geluidvermogen of bronvermogen, dat door een windturbine wordt uitgestraald uitgedrukt in dB(A). Het bronvermogen van een windturbine is geen vaste waarde, maar afhankelijk van de windsnelheid. Het hoogst voorkomende bronvermogen per turbine wordt aangeduid als LWA max. De maximale waarde van het geluidbronvermogen LWA, dat wil zeggen de maximale geluidproductie van een windturbine Het verschil tussen het laagste en hoogste geluidniveau dat bij amplitudemodulatie optreedt Het vermogen dat gedurende langere tijd maximaal opgewekt kan worden, Het nominale vermogen wordt ook wel aangeduid als het geïnstalleerde vermogen of het maximale vermogen.
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
PlanMER
Plan-m.e.r. Tonaal geluid Verwachte slagschaduw
9
Milieueffectrapport voor de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s zoals beschreven in de Europese richtlijn 2001/42/EG De procedure voor het opstellen van een PlanMER Geluid dat ter plaatse van een gevoelig object een duidelijk hoorbaar tonaal karakter heeft De astronomisch maximaal mogelijk slagschaduw gecorrigeerd voor het statistisch verwachte aantal uren zonneschijn en het statistisch verwachte aantal productie uren per windrichtingsector
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Samenvatting Aanleiding en doel van het onderzoek In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is onderzoek verricht naar normen voor windturbines en de blootstelling en hinder gerelateerd aan mogelijke afstandsnormen. Dit onderzoek is verricht om mede invulling te geven aan de op 22 juni 2021 aangenomen motie Erkens/Leijten met het verzoek op korte termijn een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten van verschillende afstandsnormen op de gezondheid en leefkwaliteit van omwonenden en aan het in het coalitieakkoord 2021-2025 opgenomen voornemen om heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens vast te stellen. Het doel van het onderzoek is om op basis van bestaande inzichten in beeld te brengen wat de effecten van verschillende afstandsnormen op de hinder voor omwonenden zijn en wat de voor- en nadelen van een afstandsnorm zijn ten opzichte van specifieke normen voor geluid- en slagschaduw. Er zijn geen nieuwe medische/ gezondheidskundige inzichten verworven. Dit zou namelijk meerjarig praktijkonderzoek vergen en dus niet - zoals in de motie verzocht - op korte termijn tot resultaten leiden. Momenteel loopt echter ook een verkenning door het RIVM van de mogelijkheden voor een praktijkonderzoek dat de wetenschappelijke inzichten over de gezondheidseffecten van windturbines in Nederland met nieuwe empirische gegevens kan aanvullen.
Ook wordt naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State inzake Windpark Delfzijl Zuid nu momenteel een plan-m.e.r. voor milieunormen voor windturbines uitgevoerd. De kennis die met het voorliggende onderzoek is opgedaan zal in het planMER worden meegenomen. Het planMER biedt de basis voor de besluitvorming over mogelijke nieuwe landelijke normen. Als eerste stap is bekeken hoe de voorheen geldende normen voor windturbineparken in Nederland tot stand zijn gekomen en welke overwegingen hieraan ten grondslag lagen. Aanvullend is onderzoek verricht naar normen voor windturbines in zeven andere Europese landen, hoe deze tot stand zijn gekomen en welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen. Hierbij is gekozen voor de buurlanden België, Duitsland en (gescheiden door de Noordzee) Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Aanvullend zijn ook Ierland en Polen beschouwd. Ierland omdat hier een ontwerp voor de herziening van de regelgeving voor windturbines is gepubliceerd. Polen omdat hier in de publieke discussie vaak aan wordt gerefereerd. Op verzoek van de bij het onderzoek betrokken klankbordgroep is ook Frankrijk in het onderzoek meegenomen. Er is gekeken naar afstandsnormen, geluidnormen en slagschaduwnormen. Vervolgens is de geluidbelasting en de slagschaduwduur op verschillende afstanden tot een windpark in beeld gebracht.
Ook is ingegaan op de actuele inzichten inzake de effecten van windturbines op de gezondheid. Met name in hoeverre de effecten zijn te relateren aan de afstand tot de windturbines en wat mogelijke afstandsnormen betekenen voor het percentage ernstig gehinderden. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn de voor- en nadelen van een afstandsnorm versus normen voor geluid en slagschaduw in beeld gebracht. Richtlijnen en doelstellingen Europese Unie In 2001 is de Europese Richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling vastgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 30 juni 2021 geoordeeld dat op grond van deze Europese richtlijn een planmilieueffectrapport had moeten worden gemaakt voor de landelijke milieuregels voor windparken. De Richtlijn bevat procedurele bepalingen en heeft als doel om voorafgaand aan het vaststellen van een plan of programma de hiervan te verwachten milieueffecten in beeld te brengen zodat het milieu een volwaardige plek in de besluitvorming krijgt. De Richtlijn heeft ten doel te voorzien in een hoog milieubeschermingsniveau. De Richtlijn bevat echter geen normen waaraan getoetst moet worden, noch bevat de Richtlijn algemene voorschriften ter verbetering van het milieu. In 2002 is de Europese Richtlijn Omgevingslawaai vastgesteld. Deze richt zich op de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai.
In het kader van het beleid van de Europese Gemeenschap dient een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en het milieu te worden bereikt en één van de na te streven doelstellingen is de bescherming tegen geluidhinder. De Richtlijn Omgevingslawaai is van toepassing op vervoersmiddelen, wegverkeer, spoorwegverkeer, luchtverkeer en locaties van industriële activiteiten als beschreven in bijlage I van de Europese Richtlijn 96/61/EG. Hierin worden windturbines en windparken niet genoemd. Dit betekent dat de Richtlijn Omgevingslawaai niet op windturbines en windparken van toepassing is. Er geldt voor windturbines vanuit Europa dan ook geen verplichting om geharmoniseerde geluidbelastingindicatoren en beoordelingsmethoden te gebruiken. Ook is er geen gemeenschappelijke doelstelling om windturbinegeluid in beeld te brengen en om de milieueffecten te beperken. Uit de navolgende tekst blijkt dat een uniforme regelgeving voor windturbines binnen Europa ver te zoeken is.
10
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Landen vergelijken: afstandsnormen De afstandsnormen voor windturbines zijn voor de onderzochte landen samengevat in Afbeelding 1. Van de acht onderzochte landen hebben Nederland en het Verenigd Koninkrijk geen landelijke afstandsnorm. Het Vlaamse Gewest van België kent in principe ook geen afstandsnorm. Alleen als op basis van het heersende achtergrondniveau voor de windturbines een geluidniveau van boven de richtwaarde wordt toegestaan, geldt er een minimumafstand van 3 x de rotordiameter. Ierland kent geen afstandsnorm, maar hanteert wel een richtafstand van 500 meter. Ierland is voornemens om dit te wijzigen. In het ontwerp voor de nieuwe regelgeving wordt voor het beperken van de visuele impact uitgegaan van een minimumafstand van 4 x de tiphoogte met een minimum van 500 meter. Polen en de Duitse deelstaat Beieren hanteren de ruimste afstandsnormen, namelijk 10 x de tiphoogte. In Polen is deze afstandsnorm gebaseerd op een opinieartikel dat beschrijft dat bij een brand in een windturbine na een blikseminslag tijdens een hevige storm, sommige brandende fragmenten zich tot ongeveer op deze afstand zouden kunnen verspreiden.
In de onderbouwing van de Poolse wet is aangegeven dat ook het visuele aspect bij de afstandsnorm van belang is en dat de beschikbare informatie over geluid, infrageluid, elektromagnetische straling, trillingen, slagschaduw en lichtschitteringen is geanalyseerd. De afstandsnorm in Beieren is ingesteld om de natuur en het imago van het platteland te beschermen en om visueel overweldigende effecten te voorkomen. In de overige beschouwde landen varieert de afstandsnorm van 300 meter tot 1.100 meter en van 2 x de tiphoogte tot 4 x de tiphoogte. In die gevallen waar kon worden achterhaald waarom er afstandsnormen zijn vastgesteld, zijn deze vooral ingesteld om de visuele impact van de windturbines te beperken. Dit is ook de onderliggende reden waarom in de onderzochte landen een afstandsnorm altijd met een geluidnorm en meestal met een slagschaduwnorm wordt gecombineerd. De kortste afstanden lijken vooral ingesteld om de visuele impact van de windturbines als object te beperken, met name om visueel beklemmende effecten door de windturbines te voorkomen. In de Duitse deelstaat Nedersaksen wordt hiervoor op basis van jurisprudentie een vuistregel van 2 x de tiphoogte gehanteerd. Hier wordt voor afstanden van minder dan 3 x de tiphoogte altijd onderzoek naar de specifieke situatie nodig geacht om vast te stellen of visueel beklemmende effecten kunnen optreden.
De ruimere afstandsnormen lijken ook rekening te houden met andere visuele effecten. De afstandsnorm van 1.000 meter in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen is ingesteld voor de bescherming van natuur en landschap en voor visueel overweldigende effecten, maar geldt niet voor individuele woningen en gefragmenteerde woongebieden. Denemarken hanteert een afstandsnorm van 4 x de tiphoogte om de visuele hinder door onder andere lichtschitteringen, slagschaduw en obstakelverlichting te beperken. In Nederland worden de effecten van lichtschittering en slagschaduw met technische maatregelen gemitigeerd. Ook wordt er gewerkt aan een alternatieve oplossing voor de nachtelijke obstakelverlichting.
11
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Afbeelding 1. Overzicht van afstandsnormen voor windturbines. De bandbreedtes voor de zwarte balken – de gearceerde delen komen door de afhankelijkheid van de tiphoogte, waarbij in de afbeelding de bandbreedte is weergegeven voor een tiphoogte van 150 tot 250 meter. De bandbreedte voor de oranje balk voor de overige deelstaten in Duitsland – het gearceerde deel - komt door de verschillen in afstandsnorm tussen de verschillende deelstaten. In Vlaanderen geldt geen afstandsnorm, tenzij op basis van heersende achtergrondniveau en geluidniveau van boven de richtwaarde wordt toegestaan. Dan geldt een minimumafstand van 3 x rotordiameter.
Landen vergelijken: geluidnormen Een vergelijking van de geluidnormen laat zien dat een uniforme benadering ver te zoeken is. Er zijn veel meer verschillen dan overeenkomsten tussen de normen. Zo worden er verschillende geluidparameters gebruikt voor de beoordeling van het windturbinegeluid, verschillen de grenswaarden, verschilt het beschermingsniveau voor woonwijken versus woningen in landelijke gebied, gelden er in bepaalde landen vaste grenswaarden en zijn in andere landen de grenswaarden afhankelijk van de bestemming van het gebied of het heersende achtergrondniveau van het omgevingsgeluid. Ook zijn er verschillen in berekeningsmethoden, waardoor ook al zouden de grenswaarden gelijk zijn de impact van de normen anders kan zijn. De geluidnormen en de impact hiervan zijn dus lastig te vergelijken. De Nederlandse overheid heeft voor de beoordeling van windturbinegeluid in 2010 gekozen voor het gebruik van L den en Lnight conform de definitie in de Europese Richtlijn Omgevingslawaai. Dit is echter geen verplichting, want de Richtlijn is niet op windturbines van toepassing. Deze jaargemiddelde beoordelingsmaten blijken voor windturbinegeluid in Europa weinig navolging te hebben gekregen. Geen van de andere zeven onderzochte landen blijkt voor windturbinegeluid gebruik te maken van de parameters L den en/of Lnight.
Deze landen gebruiken voor de beoordeling van windturbinegeluid het equivalente geluidniveau LAeq, een op het equivalente geluidniveau gebaseerde parameter of een statistische parameter. In Europa hanteert alleen Noorwegen ook de parameter Lden. Vanwege de verschillende parameters en definities zijn de grenswaarden in de verschillende landen lastig te vergelijken, maar toch is er voor de nachtperiode een redelijke vergelijking te maken. De grenswaarden voor het hoogst optredende equivalente geluidniveau LAeq in de nachtperiode, deels omgerekend vanuit andere geluidparameters, zijn samengevat in Afbeelding 2. De nachtperiode is in de regel de maatgevende periode voor de beoordeling van windturbinegeluid. Voor de acht onderzochte landen varieert de grenswaarde voor het equivalente geluidniveau bij maximale geluidproductie van de windturbines, deels omgerekend vanuit andere geluidparameters, in de nachtperiode van 35 dB(A) – bij een achtergrondniveau van minder dan 32 dB(A) – tot en met 45 dB(A). Meestal ligt de grenswaarde voor het equivalente geluidniveau in de bandbreedte van 39 t/m 45 dB(A). In Frankrijk is de normstelling gerelateerd aan het achtergrondniveau van het omgevingsgeluid. Hierdoor zal deze norm in de praktijk bij 12
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
relatief lage windsnelheden veelal strenger zijn dan de Nederlandse grenswaarde, maar bij hoge windsnelheden kan deze norm juist soepeler zijn. De Nederlandse grenswaarde ligt dicht bij de grenswaarde voor de nachtperiode in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en het Waalse Gewest van België. Ook ligt de Nederlandse grenswaarde dicht bij de Duitse, Deense en Vlaamse grenswaarde voor woningen in landelijke gebieden en de Vlaamse grenswaarde voor woonwijken binnen 500 meter van een industrieterrein. In Vlaanderen, Denemarken en Duitsland gelden voor woonwijken strengere grenswaarden dan in Nederland. In Nederland wordt sinds 2011 in de normstelling geen rekening gehouden met het type omgeving of het heersende achtergrondniveau van het omgevingsgeluid. Hier geldt voor alle gevoelige objecten in alle type omgevingen dezelfde grenswaarde 3. Dit geldt ook voor Wallonië en in de nachtperiode ook voor het Verenigd Koninkrijk en de thans nog vigerende norm in Ierland. In de meeste landen wordt voor tonaal geluid van windturbines een toeslag op het geluidniveau toegepast variërend van 1 tot 6 dB afhankelijk van de sterkte van het tonale karakter. In Nederland wordt hier voor windturbinegeluid hier geen toeslag voor toegepast. Hierdoor geldt voor windturbines met speciale hoorbare karakteristieken in veel landen vaak een strengere norm dan in Nederland.
Op dit moment kent van de acht onderzochte Europese landen alleen Denemarken een specifieke norm voor laagfrequent geluid van windturbines. Blijkens het ontwerp voor de nieuwe regelgeving is Ierland echter ook voornemens om een norm voor laagfrequent geluid in te voeren.
Afbeelding 2. Overzicht van grenswaarden voor het hoogst optredende equivalente geluidniveau LAeq in de nachtperiode voor woonwijken, deels omgerekend vanuit andere geluidparameters. De bandbreedtes – de gearceerde delen - komen door de afhankelijkheid van het heersende achtergrondniveau, de bestemming van het gebied, de invloed van het lokale windklimaat e.d. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele toe te passen toeslagen in geval van windturbines met speciale hoorbare karakteristieken.
3 Sinds de uitspraak van de Raad van State inzake het Windpark Delfzijl Zuid moeten de normen in het Activiteitenbesluit voor
windturbineparken buiten beschouwing worden gelaten en is er dus geen landelijk geldende grenswaarde meer voor het geluid van windturbineparken. 13
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Afbeelding 3. Overzicht van grenswaarden voor het hoogst optredende equivalente geluidniveau LAeq in de nachtperiode voor woningen in landelijk gebied, deels omgerekend vanuit andere geluidparameters. De bandbreedtes – de gearceerde delen - komen door de afhankelijkheid van het heersende achtergrondniveau, de bestemming van het gebied, de invloed van het lokale windklimaat e.d. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele toe te passen toeslagen in geval van windturbines met speciale hoorbare karakteristieken.
Landen vergelijken: slagschaduwnormen Een vergelijking van de normen voor slagschaduw laat zien dat de regelgeving hiervoor uniformer is dan voor de normen voor geluid. Duitsland heeft in 2002 op basis van wetenschappelijk onderzoek een richtlijn voor het berekenen en beoordelen van slagschaduw opgesteld. De meeste landen die regelgeving of een richtlijn hebben voor de beoordeling van slagschaduw, hebben deze op de Duitse richtlijn gebaseerd. De Duitse richtlijn stelt een grenswaarde van 30 uur per jaar en 30 minuten per dag voor de astronomisch maximaal mogelijke schaduwduur (worst-case scenario). In het geval dat een automatische stilstandsvoorziening wordt gebruikt, moet de werkelijke slagschaduwduur worden beperkt tot 8 uur per jaar. In Wallonië, Frankrijk en Ierland is aansluiting gezocht bij voornoemde grenswaarde voor de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw. Het is opvallend dat in deze landen de slagschaduw alleen op een relatief korte afstand hoeft te worden onderzocht en in Frankrijk alleen voor kantoorgebouwen. Blijkens het ontwerp voor de nieuwe regelgeving is Ierland voornemens om geen slagschaduw meer op gevoelige objecten toe te staan. De exploitant dient passende maatregelen te treffen om slagschaduw te voorkomen.
In Vlaanderen wordt de effectieve slagschaduwduur beoordeeld, maar is met een grenswaarde van 8 uur/per jaar en 30 minuten/dag effectieve slagschaduw ook aansluiting gezocht bij de Duitse richtlijn. Wel is ervoor gekozen om voor gevoelige objecten op industrieterrein niet zijnde woningen meer slagschaduw toe te staan. In Denemarken is voor een iets soepelere norm gekozen, namelijk 10 uur/jaar effectieve slagschaduw. Het Verenigd Koninkrijk kent geen slagschaduwnorm, maar in de praktijk wordt ook hier meestal aansluiting gezocht bij de grenswaarden van de Duitse richtlijn. Polen kent ook geen slagschaduwnorm, maar gezien de ruime afstandsnorm van 10 x tiphoogte is er bij gevoelige objecten ook geen slagschaduw te verwachten. Nederland heeft de meest afwijkende norm voor slagschaduw, omdat de grenswaarde bestaat uit een combinatie van dagen per jaar en minuten per dag4. De grenswaarde van gemiddeld niet meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw per dag wordt meestal vereenvoudigd toegepast. In de praktijk wordt veelal
4 Noot: Sinds de uitspraak van de Raad van State inzake het Windpark Delfzijl Zuid moeten de normen in het Activiteitenbesluit
voor windturbineparken buiten beschouwing worden gelaten en geldt er feitelijk dus geen landelijk geldende grenswaarde meer voor de slagschaduw van windturbineparken. 14
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
uitgegaan van een grenswaarde van 5 uur en 40 minuten (= 17 x 20 minuten, of afgerond 5 of 6 uur) slagschaduw per jaar. De Activiteitenregeling stelt echter geen limiet als er niet meer dan 17 dagen per jaar, of minder dan 20 minuten per dag, slagschaduw optreedt. Uitgaande van 17 x 20 minuten zou Nederland de strengste slagschaduwnorm van de onderzochte landen hebben, maar door de vreemde definitie van de norm zou er bij het opzoeken van de maximale ruimte die de norm biedt juist veel meer slagschaduw kunnen optreden dan er in andere landen met een grenswaarde voor slagschaduw is toegestaan.
Geluidbelasting en slagschaduwduur op verschillende afstanden tot een windpark Op basis van berekeningen voor twee fictieve windparken – een lijnopstelling van drie windturbines en een dubbele lijnopstelling van tweemaal vijf windturbines – is de geluidbelasting en slagschaduwduur op verschillende afstanden tot een windpark in beeld gebracht. Hierbij is de bandbreedte in effecten in beeld gebracht, dat wil zeggen dat er rekening is gehouden met de bandbreedte in bronvermogens, met de verschillen in windklimaat, met de verschillen door de mate van reflectie van de bodem en met het verschil in geluidbelasting door oriëntatie ten opzichte van overheersende windrichting. In Afbeelding 4 en Afbeelding 5 is de maximale bandbreedte weergegeven voor de geluidbelasting die op een bepaalde afstand tot een windpark kan optreden. Deze afbeeldingen laten zien dat de geluidbelasting als functie van de afstand tot een windpark afneemt, maar dat door de voornoemde factoren die een rol spelen een zeer grote spreiding optreedt in het geluidniveau op een specifieke afstand. Onder bepaalde omstandigheden zou de geluidbelasting zelfs nog hoger kunnen uitvallen. Op een afstand van 10 x de ashoogte varieert de geluidbelasting van 31 tot 48 dB en op een afstand van 10 x de tiphoogte van 25 tot 43 dB.
Het equivalente geluidniveau bij maximale geluidproductie van een windpark LAeq max varieert van 32 tot 44 dB(A) op een afstand van 10 x de ashoogte en van 25 tot 39 dB(A) op een afstand van 10 x de tiphoogte.
60 55
Ondergrens bandbreedte
50
Bovengrens bandbreedte
Lden [dB]
45 40 35 30 25 20 0
500
1000
1500
2000
Afstand [m] Afbeelding 4. Onder- en bovengrens van de bandbreedte van de geluidbelasting Lden [dB] als functie van de afstand tot een windpark
15
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Equivalent geluidniveau LAeq [dB]
60 55
Ondergrens bandbreedte
50
Bovengrens bandbreedte
45
40 35 30 25 20 0
200
400
600
800
1000
1200
1400
1600
1800
2000
Afstand [m]
Afbeelding 5. Onder- en bovengrens van de bandbreedte van het equivalente geluidniveau bij maximale geluidproductie van de windturbine LAeq max [dB(A)] als functie van de afstand tot een windpark
In Afbeelding 5 is de maximale bandbreedte weergegeven voor de slagschaduwduur die op een bepaalde afstand tot een windpark kan optreden. Deze afbeelding laat zien dat ook de slagschaduwduur als functie van de afstand tot een windpark afneemt, maar dat ook hier door de vele factoren die een rol spelen een zeer grote spreiding in de belasting optreedt. Onder bepaalde omstandigheden kan een nog hogere slagschaduwduur optreden. Voor slagschaduw is de specifieke oriëntatie ten opzichte van het windpark een cruciale factor. De meeste slagschaduw treedt ten zuidwesten en ten zuidoosten van een windturbine op. Dit hangt samen met de lage stand van de zon bij zonsopgang en ondergang. Direct ten zuiden van een windturbine treedt nooit slagschaduw op, omdat in Nederland de zon nooit op het noorden staat. In de praktijk wordt er in Nederland vrijwel altijd een mitigerende maatregel in de vorm van automatische stilstandsvoorziening toegepast waarmee de slagschaduw sterk wordt beperkt. Hierdoor is in de praktijk niet de afstand tot een windpark bepalend voor de hinder die vanwege slagschaduw wordt ondervonden, maar de voor de stilstandsregeling gekozen uitgangspunten.
Slagschaduwduur [uren/jaar]
120 Ondergrens bandbreedte 100 Bovengrens bandbreedte 80 60 40 20 0 0
500
1000
1500
2000
Afstand [m]
Afbeelding 6. Onder- en bovengrens van de bandbreedte van de slagschaduwduur in uren per jaar als functie van de afstand tot een windpark 16
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Effecten van mogelijke afstandsnormen op het voorkomen van gezondheidseffecten In de ‘Environmental Noise Guidelines for the European Region’ van 2018 geeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) de voorwaardelijke aanbeveling om het geluidniveau van windturbines tot beneden 45 dB L den te beperken. Boven dit niveau kan windturbinegeluid nadelige gezondheidseffecten hebben. Voor het type interventie dat daarvoor moet plaatsvinden doet het WGO geen aanbeveling, omdat er geen bewijzen zijn welk type interventie het meest effectief is. De WGO geeft geen aanbeveling voor het nachtelijke blootstellingsniveau (Lnight). De zes beschikbare internationale studies leverden geen consistente resultaten over de effecten van windturbinegeluid op slaap. Hinder is het meest beschreven en bewezen gezondheidseffect van windturbines. Het geluid en visuele effecten zoals slagschaduw, obstakelverlichting, beweging van de rotorbladen en de verandering van het landschap en het uitzicht zijn de belangrijkste fysieke aspecten van een windturbine die tot hinder leiden. Er zijn echter vele andere nietakoestische factoren die een belangrijke invloed hebben op de hinder die ervaren wordt. Deze zijn te onderscheiden in demografische, persoonlijke, situationele en contextuele factoren. De hinder die mensen ondervinden kan indirect tot andere gezondheidsklachten leiden.
Voor een relatie met andere gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, diabetes, obesitas is onvoldoende bewijs gevonden. De fysieke impact van een windturbine neemt als functie van de afstand af. Hierdoor is er een zekere relatie tussen de hinder en de afstand tot een windturbine. Dit is echter geen eenduidige relatie. Enerzijds omdat de fysieke impact sterk afhankelijk is van de omvang en de lay-out van het windpark, de oriëntatie ten opzichte van het windpark, het aantal windturbines, het type windturbine en de specifieke geluidproductie hiervan, de ashoogte, de rotordiameter en mitigerende maatregelen. En anderzijds omdat er tal van niet-akoestische factoren een rol spelen hoe de fysieke impact van de windturbines wordt ervaren. In Afbeelding 7 is uitgaande van de in 2008 door Janssen et al. van TNO afgeleide dosis-effectrelatie de maximale bandbreedte weergegeven voor het percentage ernstig gehinderden vanwege windturbinegeluid als functie van de afstand tot een windpark. Hiervoor is eerst de geluidbelasting op de verschillende afstanden tot een windpark berekend, op basis hiervan is het percentage ernstig gehinderden bepaald hetgeen leidt tot het percentage ernstig gehinderden als functie van de afstand tot het windpark.
Afbeelding 7 laat zien dat het percentage ernstig gehinderden als functie van de afstand tot een windpark afneemt, maar dat er door de vele factoren die een rol spelen een zeer grote spreiding optreedt in het percentage ernstig gehinderden op een specifieke afstand. Op een afstand van 10 x de ashoogte varieert het percentage ernstig gehinderden volgens Janssen et al. van 0 tot 11% binnenshuis en 0 tot 23% buitenshuis. Op een afstand van 10 x de tiphoogte varieert het percentage ernstig gehinderden van 0 tot 4% binnenshuis en 0 tot 9% buitenhuis. Voor een afstand die gerelateerd is aan de as- of tiphoogte is het percentage ernstig gehinderden lager naarmate de windturbines groter zijn. Dit komt doordat het geen vaste afstanden zijn. Bij grotere windturbines gaat het om (veel) grotere afstanden (vanwege de grotere as- en tiphoogtes) dan voor de kleinere turbines terwijl ze niet per se meer geluid produceren. Er is in onderstaande afbeelding geen rekening gehouden met de spreiding door het verschil in acceptatieniveau tussen verschillende gemeenschappen. Hierdoor kan voor specifieke situaties de spreiding in werkelijkheid nog groter uitvallen.
17
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
•
• •
Een afstandsnorm houdt geen rekening met de oriëntatie tot windturbines, terwijl de slagschaduweffecten sterk van de oriëntatie tot de windturbines afhangen. De meeste slagschaduw treedt ten zuidwesten en ten zuidoosten van een windturbine op. Dit hangt samen met de lage stand van de zon bij zonsopgang en -ondergang. Direct ten zuiden van een windturbine treedt nooit slagschaduw op, omdat in Nederland de zon nooit op het noorden staat. Er is geen reden meer om een automatische stilstandsvoorziening toe te passen, wat tot meer slagschaduweffecten dan in de huidige praktijk kan leiden. Voor de regulering van de visuele impact is een as- of tiphoogte gerelateerde afstandsnorm logisch. De visuele impact neemt namelijk toe naarmate de windturbines groter worden. Dit geldt echter niet voor de regulering van het windturbinegeluid. Voor het aspect geluid beoordeelt een as- of tiphoogte gerelateerde afstandsnorm grotere windturbines namelijk strenger dan kleinere windturbines. Voor grotere windturbines leidt dit immers tot (veel) grotere afstanden terwijl ze niet per se meer geluid produceren.
Vijf van de acht onderzochte landen hanteren (deels) een afstandsnorm en een zesde land is voornemens om een afstandsnorm in te voeren. Er is geen enkel land dat de hinder van windturbines alleen door middel van een afstandsnorm reguleert, ofschoon het in Polen en de Duitse deelstaat Beieren door de ruime afstandsnorm van 10 x tiphoogte hier effectief wel op neerkomt. Alle onderzochte Europese landen hanteren voor windturbines een geluidnorm. Naast Nederland hanteren vijf andere onderzochte landen een slagschaduwnorm. De effecten op de leefomgeving zijn vooral afhankelijk van het gekozen beschermingsniveau en niet zozeer van de wijze waarop dit beschermingsniveau wordt geregeld. In het coalitieakkoord 2021-2025 is uitgesproken dat er heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land komen. Zoals hiervoor beschreven biedt een afstandsnorm een aantal voordelen. Het hanteren van alleen een afstandsnorm voor het reguleren van de milieueffecten van windturbines kent echter ook belangrijke nadelen. Deze nadelen kunnen worden voorkomen door naast een afstandsnorm ook specifieke geluid- en slagschaduwnormen te hanteren. Ook andere Europese landen met een afstandsnorm hanteren daarnaast specifieke normen voor geluid en slagschaduw.
Door de combinatie kunnen de voordelen van een afstandsnorm worden gerealiseerd terwijl de nadelen hiervan met specifieke geluid- en slagschaduwnormen kunnen worden voorkomen. De afstandsnorm kan dan net als in andere Europese landen vooral worden gericht op het beperken van de visuele impact en een basisbescherming voor geluid en slagschaduw bieden. De specifieke bescherming voor geluid en slagschaduw kan dan met geluid- en slagschaduwnormen worden geregeld.
19
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
1
Inleiding
In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is onderzoek verricht naar normen voor windturbines en de blootstelling en hinder gerelateerd aan mogelijke afstandsnormen. Dit onderzoek is verricht om mede invulling te geven aan de motie Erkens/Leijten [1]5 en aan het in coalitieakkoord 2021-2025 opgenomen voornemen om heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens vast te stellen. De op 22 juni 2021 door de Tweede Kamer aangenomen motie Erkens/Leijten luidt als volgt: “De Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat windmolens negatieve effecten kunnen hebben op de leefkwaliteit en gezondheid van direct omwonenden; overwegende dat het RIVM heeft aangegeven dat er aanvullend onderzoek nodig is naar de gezondheidseffecten van windmolens; overwegende dat andere landen strikte afstandsnormen hanteren voor windmolens op land; verzoekt de regering, op korte termijn een onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten van verschillende afstandsnormen op de gezondheid en leefkwaliteit van omwonenden; verzoekt de regering, de resultaten van dit onderzoek mee te nemen in het verder concretiseren van de RES’en, en gaat over tot de orde van de dag.” Het doel van het onderzoek is om op basis van bestaande inzichten in beeld te brengen wat de effecten van verschillende afstandsnormen op de hinder van omwonenden zijn en wat de voor- en nadelen van een
afstandsnorm zijn ten opzichte van specifieke normen voor geluid- en slagschaduw. Er worden geen nieuwe medische/ gezondheidskundige inzichten verworven. Dit zou namelijk meerjarig praktijkonderzoek vergen en dus niet – zoals in de motie verzocht – op korte termijn tot resultaten leiden. Naast het onderzoek inzake de motie Erkens/Leijten loopt ook een verkenning door het RIVM van de mogelijkheden voor een praktijkonderzoek dat de wetenschappelijke inzichten over de gezondheidseffecten van windturbines in Nederland met nieuwe empirische gegevens kan aanvullen. Het RIVM levert de verkenning met daarin een aantal opties voor onderzoek naar verwachting in het voorjaar van 2022 op, waarna de ministeries van EZK en IenW – na overleg met overige betrokkenen – een conclusie zullen trekken over het verkennende onderzoek en de Tweede Kamer hierover zullen informeren. Ook wordt momenteel een plan-m.e.r. voor windturbineregels uitgevoerd. Het planMER wordt opgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State inzake Windpark Delfzijl Zuid [2]. De rechter heeft daarin geoordeeld dat de windturbineregels (normen) voor windturbineparken in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling een planmatig karakter hebben en dat daarom de milieueffecten hiervan gerapporteerd moeten worden. In de plan-m.e.r. worden de milieueffecten van verschillende varianten voor normen voor o.a.
geluid, slagschaduw en externe veiligheid beoordeeld en met elkaar vergeleken. De kennis die wordt opgedaan met het onderhavige onderzoek naar aanleiding van de motie Erkens/Leijten zal in het planMER worden meegenomen. Het planMER biedt de basis voor de besluitvorming over mogelijke nieuwe landelijke normen. Voor het voorliggende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: • • • • •
Hoe zijn de voorheen geldende windturbinenormen in Nederland tot stand zijn gekomen en welke overwegingen lagen hieraan ten grondslag? Wat zijn de windturbinenormen in andere landen, hoe zijn deze tot stand zijn gekomen en welke overwegingen liggen hieraan ten grondslag? Dit wordt onderzocht voor circa zes landen/jurisdicties. Wat zijn uitgaande van bureauonderzoek de effecten van verschillende afstandsnormen voor windturbines? Welke geluid- en slagschaduwbelasting wordt basis van berekeningen op een bepaalde afstand tot een windpark verwacht? Wat betekenen uitgaande van het TNO-rapport ‘Hinder door geluid van windturbines’ van 2008 verschillende afstandsnormen voor het percentage ernstig gehinderden? In hoeverre zijn effecten te relateren aan de afstand tot de windturbines, uitgaande van literatuuronderzoek op basis van het WHO-rapport ‘Environmental Noise Guidelines for the European Region (2018)’, het recente RIVMrapport 2020-0214 ‘Gezondheidseffecten van windturbinegeluid’ en een (beperkte) selectie andere relevante literatuur.
5 Alle voor het onderzoek gebruikte bronnen zijn benoemd in de literatuurlijst achterin het rapport. Met de aanduiding [..] wordt
telkens naar de betreffende bron in de literatuurlijst verwezen. 20
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
•
Welke overwegingen zitten er achter een afstandsnorm en wat zijn in brede zin de voor- en nadelen? Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de antwoorden op voornoemde onderzoeksvragen, de brede ervaring van Arcadis rondom de problematiek van de impact op de omgeving van windturbines en op de inbreng van de bij het onderzoek betrokken klankbordgroep.
Als eerste stap is onderzoek verricht naar de manier waarop de voorheen geldende normen voor windturbineparken in Nederland tot stand zijn gekomen en welke overwegingen hieraan ten grondslag lagen. Als tweede stap is gedetailleerd literatuuronderzoek verricht naar normen voor windturbines in zeven andere Europese landen, hoe deze tot stand zijn gekomen en welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen. Hierbij is gekeken naar afstandsnormen, geluidnormen en slagschaduwnormen. Aanvullend is op basis van eerdere studies een doorkijk gegeven naar de normering voor geluid- en slagschaduw van windturbines in andere landen binnen en buiten Europa. Dit is beschreven in hoofdstuk 2 van het voorliggende rapport. Vervolgens is de geluidbelasting en de slagschaduwduur op verschillende afstanden van windparken in beeld gebracht. Dit is beschreven in respectievelijk hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is ingegaan op de actuele inzichten inzake de effecten van windturbines op de gezondheid. Met name in hoeverre de effecten zijn te relateren aan de afstand tot de windturbines en wat mogelijke afstandsnormen betekenen voor het percentage ernstig gehinderden vanwege geluid. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn de voor- en nadelen van een afstandsnorm versus normen voor geluid en slagschaduw in beeld gebracht. Dit is beschreven in hoofdstuk 6.
De conclusies van het onderzoek zijn samengevat in hoofdstuk 7. Tot slot zijn in hoofdstuk 8 aandachtspunten gegeven voor nieuwe milieunormen voor windturbines. Het onderzoek naar afstandsnormen is begeleid door een brede klankbordgroep. Deze omvat onder andere provincies, de vereniging voor omwonenden van windturbines (NLVOW), de branchevereniging voor wind (NWEA), het Nationaal Programma RES, maatschappelijke partijen en verschillende onafhankelijke experts in akoestiek en gezondheid. Stakeholders konden informatie aandragen en in drie klankbordsessies en schriftelijk hun feedback op verschillende versies van het rapport geven. De NLVOW heeft in haar opdracht het adviesbureau DGMR een second opinion laten uitvoeren op het eindconcept van het voorliggende rapport. Naar aanleiding hiervan is het rapport op bepaalde punten iets aangescherpt en nader onderbouwd. Het eindrapport is de verantwoordelijkheid van Arcadis. Het Ministerie van EZK heeft de vertegenwoordigers van omwonenden uitgenodigd om in een nawoord hun visie op het voorliggende rapport en de vast te stellen afstandsnorm te geven. Het NLVOW heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Dit nawoord is opgenomen direct na hoofdstuk 8.
Dat het nawoord in het voorliggende rapport is opgenomen wil niet zeggen dat Arcadis het eens is met de inhoud van het nawoord of met de stukken op de website van de NLVOW waarnaar verwezen wordt. Het nawoord is de verantwoordelijkheid van de NLVOW.
21
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
2
Normen voor windturbines in Nederland en enkele andere Europese landen
2.1
Algemeen
In dit hoofdstuk zijn de windturbinenormen in Nederland beschreven en is ingegaan op de onderzoeken en overwegingen die hieraan ten grondslag liggen. Dit onderzoek heeft zich gericht op afstandsnormen, geluidnormen en slagschaduwnormen voor windturbines. Ook is ingegaan op de normen voor windturbines in zeven andere Europese landen, hoe deze tot stand zijn gekomen en welke overwegingen hieraan ten grondslag liggen. Hierbij is gekozen voor de buurlanden België, Duitsland en (gescheiden door de Noordzee) Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Voor Duitsland is hierbij specifiek ingegaan op de aan Nederland grenzende deelstaten Nedersaksen en NoordrijnWestfalen en op de deelstaat Beieren, omdat laatstgenoemde deelstaat in de publieke discussie vaak genoemd wordt. Aanvullend is ook ingegaan op de windturbinenormen in Ierland en Polen. Er is voor Ierland gekozen, omdat Ierland in een vergevorderd proces zit voor de herziening van de normen voor windturbines. Polen is beschouwd omdat hier in de publieke discussie ook vaak aan wordt gerefereerd. Op verzoek van de bij het onderzoek betrokken klankbordgroep is ook Frankrijk in het onderzoek meegenomen. Aanvullend is op basis van eerdere studies een doorkijk gegeven naar de normering voor geluid- en slagschaduw van windturbines in andere landen binnen en buiten Europa.
Voor het begrip en de leesbaarheid is in de volgende paragraaf eerst ingegaan op de vergelijking van de Nederlandse normen6 voor windturbines met de normen in de andere beschouwde landen. Hierbij is ook kort ingegaan op eerdere vergelijkende studies waarin nog meer landen waren betrokken, maar die een lager detailniveau kennen en deels door gewijzigde wet- en regelgeving achterhaald zouden kunnen zijn. In paragraaf 2.3 is in meer detail ingegaan op de normen in Nederland en in de paragrafen 2.4 t/m 2.10 op respectievelijk de andere zeven onderzochte landen. Voor de referenties van de gebruikte bronnen – aangeduid met [..] – wordt verwezen naar de paragrafen met de detailinformatie per land, met uitzondering van referenties die in de detailparagrafen niet gebruikt zijn.
Richtlijnen en doelstellingen Europese Unie In 2001 is de Europese Richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (SMB) [18] vastgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 30 juni 2021 geoordeeld dat op grond van deze Europese richtlijn een planmilieueffectrapport had moeten worden gemaakt voor de landelijke milieuregels voor windparken [2]. Als reactie op voornoemde uitspraak wordt nu het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving opgesteld [110]. Voornoemde Richtlijn bevat procedurele bepalingen en heeft als doel om voorafgaand aan het vaststellen van een plan of programma de hiervan te verwachten milieueffecten in beeld te brengen. Hierdoor krijgt het milieu een volwaardige plek in de besluitvorming over een plan of programma. In het plan of programma moet met de uitkomsten van de plan-milieueffectrapportage, de raadpleging en de publieksparticipatie rekening worden gehouden. De Richtlijn heeft ten doel te voorzien in een hoog milieubeschermingsniveau. De Richtlijn bevat echter geen normen waaraan getoetst moet worden, noch bevat de Richtlijn algemene voorschriften ter verbetering van het milieu. In 2002 is de Europese Richtlijn Omgevingslawaai [5] vastgesteld die zich richt op de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai.
In het kader van het beleid van de Europese Gemeenschap dient een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en het milieu te worden bereikt en één van de na te streven doelstellingen is de bescherming tegen geluidhinder. Om deze doelstelling te verwezenlijken werd het wenselijk geacht om tot een gemeenschappelijke visie op het probleem van geluidhinder te komen. Om tot deze gemeenschappelijke visie te komen moeten er op grond van de Richtlijn gegevens over het niveau van het omgevingslawaai worden verzameld, vergeleken en doorgegeven aan de hand van onderling vergelijkbare
6 Op grond van de Raad van State uitspraak inzake Windpark Delfzijl Zuid moeten de Nederlandse normen voor windparken buiten
toepassing worden gelaten. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.3.1. 22