CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Aanvullend onderzoek ecologie compressed

Gemeenteraad 14 september 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Gewijzigd bestemmingsplan Korte Schenkeldijk, Spijkenisse3.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NATUURONDERZOEK KORTE SCHENKELDIJK 2 SPIJKENISSE Gierzwaluw, huismus, roofvogels, uilen en vleermuizen Conceptrapport

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 5-11-2021

VERANTWOORDING

Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail:

Uitvoering: Adres:

Rho Adviseurs Mevr. I. Penning Adviseur planvorming Postbus 150 3000 AD Rotterdam 010 2018536 iris.penning@rho.nl

Tel: E-mail:

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com

Projectleider:

ing. J. Koorevaar

Auteur: Kwaliteitscontrole:

S. P. Reitsma ing. C.J.M. Groeneveld

Projectcode: Status: Datum:

RAVW2114 Concept 5-11-2021

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt volgens de kwaliteitsnormen van het Netwerk Groene Bureaus. Dit netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. De deskundigen werkende bij Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. voldoen hierdoor aan de volgens het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gestelde eisen. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.

2

INHOUDSOPGAVE

1 1.1 1.2

Inleiding............................................................................................................................................. 4 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 4

2 Onderzoeksmethodiek ..................................................................................................................... 6 2.1 Gierzwaluw .................................................................................................................................... 6 2.2 Huismus ......................................................................................................................................... 6 2.3 Roofvogels en uilen ....................................................................................................................... 6 2.4 Vleermuizen ................................................................................................................................... 6 2.4.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen ................................................................................................ 7 2.4.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen ...................................................................................... 7 2.4.3 Winterverblijfplaatsen ................................................................................................................. 7 2.4.4 Vliegroutes en foerageergebieden..............................................................................................

7 2.5 Overzicht inventarisaties ................................................................................................................ 7 3 Resultaten ......................................................................................................................................... 8 3.1 Gierzwaluw .................................................................................................................................... 8 3.2 Huismus ......................................................................................................................................... 8 3.3 Roofvogels en uilen ....................................................................................................................... 8 3.4 Vleermuizen ................................................................................................................................... 8 3.4.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen ................................................................................................ 8 3.4.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen ...................................................................................... 8 3.4.3 Winterverblijfplaatsen .................................................................................................................

8 3.4.4 Vliegroutes en foerageergebieden.............................................................................................. 9 3.5 Beschermde functies projectgebied ............................................................................................... 9 4 4.1 4.2

Conclusie ........................................................................................................................................ 10 Conclusie ..................................................................................................................................... 10 Aanbevelingen t.o.v. de Wet natuurbescherming......................................................................... 10

Bijlage 1: Kaart resultaten broedvogels en gierzwaluw ............................................................................ 11 Bijlage 2: Kaart resultaten vleermuizen .................................................................................................... 12

3

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw te realiseren in projectgebied ‘Korte Schenkeldijk 2’ te Spijkenisse. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. In 2021 is er verkennend onderzoek door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. uitgevoerd middels een quickscan ecologie 1. Hieruit is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor de gierzwaluw, huismus, roofvogels, uilen en vleermuizen. In opdracht van Rho Adviseurs is derhalve een aanvullend natuuronderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door de gierzwaluw, huismus, roofvogels, uilen en vleermuizen. Dit rapport bevat de resultaten van het natuuronderzoek.

1.2

WETTELIJK KADER Voor wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Het gaat om soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen deze nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de wet. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. Wanneer er door uitvoering van werkzaamheden sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming, is een ontheffing noodzakelijk. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Ook kan er mogelijk middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt. Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten.

Nesten van vogels uit de categorieën 1 tot en met 4 2 uit de herziene vogellijst van het Ministerie van E, L & I zijn jaarrond beschermd. Nestlocaties van de gierzwaluw en de huismus zijn jaarrond beschermd. Alle vleermuizen zijn op Europees niveau beschermd. De verbodsbepalingen voor Europees beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.1 (vogels) en 3.5 (overige soortgroepen) van de Wet natuurbescherming.

1

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V (2021) Quickscan Korte Schenkeldijk 2 Spijkenisse RAVW2114 05-02-2021. Ministerie van E, L & I. (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. 26 augustus 2009. 2

4

Europees beschermde soorten – Vogels (Artikel 3.1 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Europees beschermde soorten - Overige soortgroepen (Artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4.

Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

5

2

ONDERZOEKSMETHODIEK

2.1

GIERZWALUW Het onderzoek naar de gierzwaluw is gebaseerd op het Kennisdocument Gierzwaluw 3. Er zijn drie rondes in de periode 1 juni tot en met 15 juli 2021 uitgevoerd. Hierbij is het projectgebied doorkruist en zijn waarnemingen op kaart ingetekend. In verband met de omvang van het projectgebied, zijn de inventarisaties in een team van twee deskundigen op het gebied van de gierzwaluw uitgevoerd. Bij de overige inventarisaties is tevens aandacht aan de gierzwaluw besteed. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. 2.2

HUISMUS De inventarisatie van de huismus bestaat uit onderzoek naar de aanwezigheid van nestlocaties van de huismus. Daarnaast worden de aanwezige elementen van het functioneel leefgebied in het projectgebied in kaart gebracht. De inventarisatie van de huismus is uitgevoerd op basis van het soorteninventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus 4. In de periode van 1 april – 20 juni 2021 zijn twee rondes uitgevoerd van minimaal één uur tussen een uur na zonsopkomst en een uur voor zonsondergang. Tussen de inventarisatierondes is een minimum tussenperiode van 10 dagen gehanteerd. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. 2.3

ROOFVOGELS EN UILEN Het onderzoek naar roofvogels en uilen bestaat uit een inventarisatie van nesten en territoria binnen de invloedssfeer van het projectgebied. Het gaat hierbij om categorieën 1-4 uit de herziene vogellijst van het Ministerie van E, L & I 5 welke 26 augustus 2009 is gepubliceerd. De methode voor het inventariseren van broedvogels is gebaseerd op de BMP-methode van SOVON 6. Om de aanwezigheid van broedgevallen en territoria vast te stellen, zijn vier bezoeken aan het projectgebied gebracht, vanaf één uur voor zonsopkomst tot circa één uur na zonsopkomst. Door één uur voor zonsopkomst in het onderzoeksgebied te zijn, is tevens de activiteit van nachtactieve soorten onderzocht. Het inventariseren van broedvogels heeft plaatsgevonden in de periode 15 maart – 31 augustus. De inventarisaties zijn verspreid over de aangegeven onderzoeksperiode uitgevoerd met een minimale tussenpose van 10 dagen, teneinde de trefkans op zowel vroeg als later in het seizoen aanwezige soorten te vergroten. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties. 2.4

VLEERMUIZEN Onderzoek naar vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen, winterverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Per mogelijke functie is er onderzoek verricht conform het Vleermuisprotocol 2021 7. In verband met de omvang en het overzicht in het projectgebied zijn de inventarisaties uitgevoerd in een team van twee onderzoekers. De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt standaard met de Pettersson D240X. Dit apparaat vangt de ultrasone geluiden van vleermuizen op en maakt deze hoorbaar voor het menselijk gehoor. Daarnaast biedt het apparaat de mogelijkheid geluiden op te nemen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk zeer moeilijk te determineren in het veld en vereisen een controle met behulp van analyse-software. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. De toegepaste methodiek wordt hier per functie nader toegelicht.

3

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0. BIJ12 juli 2017 BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus, versie 1.0, BIJ12 juli 2017 5 Ministerie van E, L & I. (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. 26 augustus 2009. 6 Vergeer J.W., van Dijk A.J.,Boele A., van Bruggen J. & Hustings F. 2016. Handleiding Sovon broedvogelonderzoek: Broedvogel Monitoring Project en Kolonievogels, Sovon Vogelonderzoek Nederland, Nijmegen. 7 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2020). Vleermuisprotocol 2021, oktober 2020 4

6

2.4.1

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

In de periode 15 mei – 15 juli 2021 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie hebben uit drie ronden bestaan, waarvan er één in de vroege ochtend van circa twee en een half uur voor zonsopkomst is uitgevoerd. Twee ronden hebben ’s avonds plaatsgevonden vanaf zonsondergang.

2.4.2

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

In de periode 15 augustus – 1 oktober 2021 zijn twee inventarisaties van twee uur uitgevoerd, teneinde paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen vast te stellen dan wel uit te sluiten. Hiervan is één ronde gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar de aanwezigheid van zwermende dieren in het kader van massawinterverblijfplaatsen van vleermuizen. Eén ronde hiervan heeft ’s nachts plaatsgevonden vanaf middernacht en de andere ronde vanaf twee uur voor zonsopgang.

2.4.3

WINTERVERBLIJFPLAATSEN

In de periode 1 augustus – 10 september 2021 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zwermende dieren in het kader van massawinterverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit twee ronden van twee uur vanaf middernacht. Hiervan is één ronde gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar de aanwezigheid van paarverblijfplaatsen van vleermuizen. Tussen de twee inventarisaties naar zwermende dieren in het kader van massawinterverblijfplaatsen is een minimum tussenperiode van tien dagen gehanteerd.

2.4.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

De inventarisaties naar de aanwezigheid van vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn simultaan met de overige vleermuisinventarisaties uitgevoerd. Hierbij zijn de aanwezige vliegroutes en/of foerageergebieden op kaart ingetekend.

2.5

OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. B. Albers, ing. D. Alberts, D.E.S. van Boerdonk MSc., ing. F.M. Emmen, ing. P.J. Schep en ing. F. van Wegen. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum Tijd Hoofdgroep 15-04-2021 05:45 – 07:45 Vogels 15-04-2021 07:45 – 09:45 Vogels 10-05-2021 04:56 – 06:56 Vogels 10-05-2021 06:56 – 08:56 Vogels 11-06-2021 04:19 – 06:19 Vogels 11-06-2021 20:01 – 22:31 Vogels 11-06-2021 22:01 – 00:01 Vleermuizen 24-06-2021 20:06 – 22:36 Vogels 06-07-2021 20:02 – 22:32 Vogels 06-07-2021 22:02 – 00:02 Vleermuizen 07-07-2021 03:03 – 05:33 Vleermuizen 07-07-2021 04:28 – 06:28 Vogels 09-08-2021 00:00 – 02:00 Vleermuizen 11-08-2021 05:20 – 07:20 Vogels 24-08-2021

00:00 – 02:00

Vleermuizen

13-09-2021

05:14 – 07:14

Vleermuizen

Activiteit Roofvogels en uilen Huismus Roofvogels en uilen Huismus Roofvogels en uilen Gierzwaluw Zomer- en kraamverblijven Gierzwaluw Gierzwaluw Zomer- en kraamverblijven Zomer- en kraamverblijven Roofvogels en uilen Winterverblijven (zwermgedrag) Roofvogels en uilen Paarverblijven en zwermplaatsen Winterverblijven (zwermgedrag) Paarverblijven en zwermplaatsen

Weersomstandigheden Zwaar bewolkt, windkracht 2, 8 °C Zwaar bewolkt, windkracht 2, 8 °C Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 3, 16 °C Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 3, 17 °C Geheel bewolkt, windkracht 3, 17 °C Geheel bewolkt, windkracht 3, 18 °C Geheel bewolkt, windkracht 3, 16 °C Half bewolkt, windkracht 2, 18 °C Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 3, 19 °C Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 4, 17 °C Zwaar bewolkt, windkracht 3, 15 °C Zwaar bewolkt, windkracht 3, 17 °C Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 4, 17 °C Half tot zwaar bewolkt, windkracht 2, 21 °C Half bewolkt, windkracht 3, 15 °C Geheel bewolkt, windkracht 2, 13 °C

7

3

RESULTATEN

3.1

GIERZWALUW Er zijn in het projectgebied geen nesten van de gierzwaluw vastgesteld. Binnen het projectgebied zijn meerdere individuen van de gierzwaluw foeragerend waargenomen. In het zuiden van het projectgebied zijn de vogels laag foeragerend waargenomen boven de sloot. In bijlage 1 zijn de resultaten van het onderzoek op kaart weergegeven. 3.2

HUISMUS Er zijn geen nestlocaties van de huismus vastgesteld in het projectgebied. De huismus niet waargenomen in het projectgebied. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het essentieel leefgebied van de huismus. 3.3

ROOFVOGELS EN UILEN In het projectgebied zijn er geen jaarrond beschermde nesten vastgesteld. Er zijn twee bezette nesten vastgesteld van de ekster en één van de zwarte kraai in het projectgebied. Deze nesten vallen in categorie 5 van jaarrond beschermde vogelnesten 8. Dit betekent dat deze soorten geen jaarrond beschermd nest hebben, tenzij de staat van instandhouding ongunstig is én dat er onvoldoende alternatieve nestmogelijkheden aanwezig zijn in de omgeving. De staat van instandhouding voor de ekster is momenteel zeer ongunstig en van de zwarte kraai gunstig 9. Er zijn in de directe omgeving van het projectgebied voldoende alternatieven voor nestlocaties. De bomenlaan ten noorden van het projectgebied is geschikt als nestlocatie voor beide soorten. Tevens staan er vergelijkbare bomen ten oosten van het projectgebied op de grasvelden. Indien er broedgevallen aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden, mogen deze niet worden verstoord of vernietigd. In bijlage 1 zijn de locaties van de nesten op kaart weergegeven. 3.4

VLEERMUIZEN Binnen het projectgebied zijn de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de ruige dwergvleermuis waargenomen. Per onderzochte functie wordt het gebruik van het projectgebied nader toegelicht. In bijlage 2 zijn de resultaten van het onderzoek op kaart weergegeven. 3.4.1

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

Er zijn binnen het projectgebied geen zomerverblijfplaatsen of kraamverblijfplaatsen vastgesteld. In deze periode zijn er foeragerende en passerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de ruige dwergvleermuis waargenomen in het projectgebied. In de directe omgeving van het projectgebied is een passerend individu van de rosse vleermuis waargenomen.

3.4.2

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

In het projectgebied zijn er geen paarverblijfplaatsen of zwermplaatsen waargenomen. Er is geen baltsgedrag van vleermuizen waargenomen dat kan duiden op de aanwezigheid van een paarverblijfplaats in het projectgebied. Tijdens de inventarisaties in de paarperiode zijn er foeragerende en passerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen.

3.4.3

WINTERVERBLIJFPLAATSEN

Tijdens de inventarisatierondes is geen zwermgedrag waargenomen van vleermuizen dat kan duiden op de mogelijke aanwezigheid van een massawinterverblijfplaats. In deze periode zijn er foeragerende en passerende individuen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen.

8

Ministerie van E, L & I. (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. 26 augustus 2009. 9 Sovon.nl, datum van raadpleging: 2-11-2021 8

3.4.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

Er zijn geen vliegroutes of essentiële foerageergebieden van vleermuizen vastgesteld in het projectgebied. Er zijn individuen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis foeragerend en passerend in het projectgebied waargenomen. Hierbij tonen de individuen geen binding met lijnvormige elementen waardoor een vliegroute wordt uitgesloten in het projectgebied. De aanwezige groenstructuren in het projectgebied worden door individuen van de gewone dwergvleermuis en de ruige dwergvleermuis als foerageergebied gebruikt. Er bevinden zich in de directe omgeving van het projectgebied vergelijkbare locaties en een variatie in habitattypen, waardoor er voldoende alternatieve foerageergebieden voor vleermuizen aanwezig zijn. Naast het projectgebied bevinden zich grasvelden, tuinen en lanen met bomen die als alternatief foerageergebied kunnen dienen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatieve foerageermogelijkheden, is het aanwezige foerageergebied in het projectgebied niet essentieel voor de vleermuizen.

3.5

BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED In het projectgebied zijn nesten van algemene broedvogels aanwezig. Er zijn nesten van de ekster en de zwarte kraai vastgesteld. Broedgevallen zijn altijd beschermd (tabel 2). In het projectgebied zijn geen beschermde functies aanwezig voor de gierzwaluw, huismus en vleermuizen. Tabel 2: Beschermde aanwezige functies Wet natuurbescherming Nederlandse naam Artikel 3.1, VR Ekster Artikel 3.1, VR Zwarte kraai

Wetenschappelijke naam Pica pica Corvus corone

Functie Nestlocatie (niet jaarrond beschermd) Nestlocatie (niet jaarrond beschermd)

9

4

CONCLUSIE

4.1

CONCLUSIE Er zijn geen nesten van de gierzwaluw en de huismus vastgesteld in het projectgebied. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het essentieel leefgebied van de huismus. Er zijn twee nesten van de ekster en één van de zwarte kraai vastgesteld in het projectgebied. De nestlocaties van deze vogels zijn niet jaarrond beschermd. Er zijn geen beschermde functies van vleermuizen vastgesteld in het projectgebied. 4.2

AANBEVELINGEN T.O.V. DE WET NATUURBESCHERMING

Er zijn geen beschermde functies voor de onderzochte diersoorten in het projectgebied aangetroffen. Er is dan ook geen noodzaak voor de aanvraag van een ontheffing van de Wet natuurbescherming. Voor de werkzaamheden dienen er maatregelen te worden getroffen om het doden van dieren te voorkomen. Men dient in ieder geval bij het verwijderen van het groen in één richting te werken zodat de aanwezige fauna een vluchtroute heeft. Het is in het algemeen wenselijk om de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels uit te voeren (globaal maart – augustus), om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Deze periode is niet leidend. Er zijn broedgevallen van de ekster en de zwarte kraai vastgesteld. Ieder broedgeval is beschermd en mag niet worden verstoord of vernietigd. Er wordt aanbevolen om geen gebruik te maken van nachtelijke verlichting. Alle vleermuissoorten zijn beschermd en kunnen door nachtelijke verlichting worden verstoord tijdens het foerageren of volgen van een vliegroute. Als nachtelijke verlichting niet kan worden voorkomen, dient gebruik gemaakt te worden van amberkleurig licht met een armatuur dat de bundel naar beneden richt. Diffuus licht dient te worden voorkomen.

Om overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen, dient de lichtintensiteit boven de watergang na het plaatsen van de verlichting maximaal hetzelfde als in de huidige situatie te zijn. Indien bovenstaande mitigerende maatregelen worden aangehouden, is er geen noodzaak voor het aanvragen van een ontheffing inzake de Wet natuurbescherming. Er worden geen beschermde functies aangetast. Indien gewenst kan Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. ondersteuning bieden bij het vleermuis- en faunavriendelijk inrichten van het verlichtingsplan.

10

Bijlage 1: Kaart resultaten broedvogels en gierzwaluw

11

Bijlage 2: Kaart resultaten vleermuizen

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11750805/1