CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Stikstofmemo Galileilaan Spijkenisse

Gemeenteraad 15 oktober 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Mer-beoordelingsbesluit bouwplan Galileilaan 1, 3 en 5 te Spijkenisse2.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- MEMO Memo

DATUM KENMERK VAN

23 juli 2025 20240967/219036/ Mehria Tajqurishi

PROJECT OPDRACHTGEVER

20240967 Spijkenisse Galileilaan TAM-OP Urban Living 3204 B.V.

STIKSTOFMEMO GALILEILAAN

1. INLEIDING De verouderde maatschappelijke opstallen aan de Galileilaan te Spijkenisse worden gesloopt en dit gebied wordt gemoderniseerd naar een woongebied met een huisartsenpraktijk. De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 128 koopwoningen en een huisartsenpraktijk van 550 m² en de sloop van de bestaande bebouwing. De beoogde ontwikkeling dient getoetst te worden aan de eisen uit de Omgevingswet, waarbij de mogelijke gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000gebieden een rol spelen. Figuur 1 laat de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied zien. Het meest nabijgelegen gebied met stikstofgevoelige habitats is het Natura 2000-gebie n ‘Voornes Duin, op circa 16 kilometer afstand.

Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (gemarkeerd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS calculator)

Met het rekenmodel AERIUS (versie 2024.2.1) zijn berekeningen uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen, daarbij is de realisatiefase en de gebruiksfase beschouwd. In deze memo wordt achtereenvolgens ingegaan op de gehanteerde uitgangspunten, de resultaten en de conclusie. De invoer- en uitvoergegevens vanuit AERIUS zijn opgenomen aparte bijlagen.

2. TOETSINGSKADER Omgevingswet De aanwijzing en bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet en de bijbehorende uitvoeringsregelgeving. Elk Natura 2000-gebied is aangewezen door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door middel van een aanwijzingsbesluit. Het aanwijzingsbesluit bepaalt voor welke soorten en habitats het gebied wordt aangewezen, welke instandhoudingsdoelen gerealiseerd moeten worden (behoud, herstel, uitbreiding) en de exacte begrenzing van het gebied. Voor elk Natura 2000-gebied is een beheerplan worden opgesteld, waarin maatregelen zijn opgenomen om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken. Beheerplannen worden in de meeste gevallen vastgesteld door de Provincie. In het beheerplan kan ook worden bepaald welke activiteiten in het gebied zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Schadelijke effecten op de aanwezige natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen moeten daarbij uitgesloten zijn. Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: ● De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de beschermingszones zijn aangewezen.

● Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. ● Als een plan of project om dwingende reden van groot openbaar belang toch moet worden gerealiseerd, terwijl significant negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, moeten alle nodige compenserende maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Europees ecologisch netwerk (Natura 2000) bewaard blijft. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een ecologische beoordeling noodzakelijk.

2/6

3. UITGANGSPUNTEN REALISATIEFASE De sloop- en bouwwerkzaamheden zullen op zijn vroegst in 2025 starten. Met betrekking tot het gebruik van de machines op de bouwlocatie zijn vergelijkbare projecten gebruikt, zie Tabel 1 (sloop huidige bebouwing), Tabel 2 (bouw woningen) en Tabel 3 (bouw huisartsenpraktijk). Het brandstofverbruik (l/uur) is gebaseerd op de Instructie gegevensinvoer Aerius. Hierin is de volgende formule opgenomen: B =0.095* Pmax +0.54. Hierbij is B het brandstofverbruik in l/uur en Pmax het maximale vermogen van het werktuig [kW]. De formule is afkomstig uit het AUB rapport van TNO1 en is een algemene schatting voor een gemiddelde belasting over alle vermogensklassen. De uitkomsten op jaarbasis zijn ingevoerd in Aerius Calculator. De emissie is ingevoerd als vlakbron over het gehele projectgebied. Voor het verkeer ten behoeve van de sloop is uitgegaan van 40 zware en 60 lichte voertuigbewegingen. Voor het bouwverkeer is gerekend met 12 zware en 16 lichte voertuigbewegingen per etmaal. Uitgaande van 240 werkdagen per jaar komt dit uit op 2.880 zware en 3.840 lichte voertuigbewegingen per jaar tijdens de bouw. Deze verkeersbewegingen zijn ingevoerd als lijnbron. Tabel 1 Materieel inzet t.b.v. sloopwerkzaamheden

Type materiaal en vermogen Stage klasse Bulldozer 200 kW Graafmachine 200 kW

Stage IV 2014-2018 75560 kW Stage IV 2014-2018 75560 kW

Totaal 75-560 kW

Inzet (uur)

Gemiddeld verbruik (liter/uur)

Verbruik totaal (liter)

40

20

800

40

20

800

80

1.600

Tabel 2 Materieel inzet t.b.v. bouw woningen

Type materiaal en vermogen Stageklasse Afwerkinstallatie 100 kW Betonpomp 200 kW Graafmachine 120 kW Heistelling 200 kW Koppensneller 120 kW

1

Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW

Inzet (uur)

Gemiddeld verbruik (li- Verbruik totaal (liter) ter/uur)

200

10

2.000

200

20

4.000

800

12

9.600

200

20

4.000

120

12

1.440

Ligterink et al (2021), AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305

3/6

Type materiaal en vermogen Stageklasse Mini-graafmachine 60 kW Mobiele kraan 120 kW Overige werktuigen 10 kW Shovel 100 kW Verreiker 60 kW

Stage IV 2014-2018 56-75 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 <= 56 kW Stage IV 2014-2018 75-560 kW Stage IV 2014-2018 56-75 kW

Inzet (uur)

Gemiddeld verbruik (li- Verbruik totaal (liter) ter/uur)

120

6

720

1.000

12

12.000

120

1

120

400

10

4.000

400

6

2.400

Totaal 75-560 kW

2.920

37.040

Totaal 56-75 kW

520

3.120

Totaal <= 56 kW

120

120

Tabel 3 Extra materieel inzet t.b.v. bouw huisartsenpraktijk

Type materiaal en vermogen Stageklasse

Inzet (uur))

Gemiddeld verbruik (liter/uur)

Verbruik totaal (liter)

Kipper 8x4 18m3 90 kW

Stage IV 2014-2018 75-560 kW

900

9

8.100

Kipper 10x8 26m3 375 kW

Elektrisch

1.210

-

-

Shovel/verreiker 1200 l 70 kW

Stage IV 2014-2018 56-75 kW

80

7

560

Trilplaat 5000 kgf 10 kW

Stage IV 2014-2018 <= 56 kW

30

1

30

Mobiele graafmachine 750 l 200 kW

Stage IV 2014-2018 75-560 kW

70

20

1.400

Mobiele kraan 130 kW

Stage IV 2014-2018 75-560 kW

170

13

2.210

Betonstorten/pomp 100 kW

Stage IV 2014-2018 75-560 kW

40

10

400

Totaal 75-560 kW

1.180

12.110

Totaal 56-75 kW

80

560

Totaal <= 56 kW

30

30

Stationaire emissies Voor stationair draaiende wegvoertuigen (het laden en lossen van vrachtwagens) is er in de berekening ook een vlakbron als categorie ‘anders’ opgenomen ten behoeve van de emissie NOx en NH3. Hierbij is de methode gehanteerd die in de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024’ staat beschreven. Voor de emissiecijfers kan er gebruik gemaakt worden van de cijfers in de tabel die is opgenomen in de bijlage van deze instructie.

4/6

Met opmerkingen [WT1]: Dit voelt als heel veel. De huisartsenpraktijk komt in hetzelfde gebouw als de appartementen volgens mij.

Het aantal voertuigen wordt bepaald door het aantal vervoersbewegingen (2.920 mvt/etmaal) te delen door twee, aangezien elk voertuig aan- en afrijd. Wanneer 1.460 zware motorvoertuigen gemiddeld 15 minuten stationair draaien, ontstaan de onderstaande emissies: Tabel 4 Stationaire emissies

Type voertuig

Aantal stationaire uren

Emissie NH3 in gram/uur (2025)

Totale emissie NH3 Emissie NOx in stationair in kg gram/uur (2025)

Totale emissie NOx in kg

Zwaar

365

0,8976

0,33

33,76

92,4864

In totaal leidt het stationair draaien van het bouwverkeer tot een emissie van 0,33 kg NH₃ en 33,76 kg NOₓ. Dit is als vlakbron ingevoerd ter plaatse van het plangebied. Koude start Voor de koude start2 van de voertuigen is worst-case uitgegaan dat 50% van het lichte verkeer haar koude start heeft ter plaatse van de bouwlocatie. Voor de zware verkeersbewegingen wordt er van uitgegaan dat deze niet langer dan 2 uur stil staan op de bouwwerkplek. Indien de motor van een voertuig binnen 2 uur na afslaan wordt gestart, is er geen sprake van een koude start. Deze emissies zijn ingevoerd als een vlakbron over het plangebied. In de realisatiefase is er sprake van 1.950 koude starts per jaar. Verkeersafwikkeling Vanuit het plangebied wikkelt de helft van het verkeer zich in zuidelijke richting naar de Heemraadlaan, terwijl de andere helft noordwaarts via de Planetenlaan naar de Hekelingseweg rijdt. Op deze wegen gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld.

Rekenjaar Voor de realisatiefase is 2025 als rekenjaar gehanteerd. Er is uitgegaan van een worstcasescenario waarbij alle werkzaamheden in 2025 plaatsvinden. Wanneer de werkzaamheden verder in de toekomst worden uitgevoerd, zullen de emissies naar verwachting lager uitvallen door een toename van elektrisch rijden en de inzet van schonere technieken.

GEBRUIKSFASE De beoogde woningen worden niet aangesloten op het gas, zodoende is in de beoogde situatie geen sprake van directe emissies vanuit het plan. De (potentiële) gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-netwerk worden in de gebruiksfase bepaald door de emissies die samenhangen met de verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling is berekend met behulp van de kencijfers uit de meest recente publicatie hierover van het CROW (publicatie 744). Er is gebruik gemaakt van de kencijfers voor de rest van de bebouwde kom van een sterk stedelijke gemeente. De kencijfers kennen een bandbreedte. Gezien het gemiddelde autobezit in Spijkenisse in

2

Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor. Het uitgangspunt is dat het grootste deel van de koude start-emissies in de eerste minuut na de start plaatsvinden

5/6

vergelijking met andere gemeenten met een vergelijkbare stedelijkheidsgraad, is het midden van de bandbreedte van de CROW-kencijfers gekozen. Berekend is dat de beoogde ontwikkeling op weekdagen 822 ritten genereert. Tabel 5 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling

Functie

Programma

Per

Kencijfer CROW

Mvt/etmaal (weekdag gemiddeld)

Koop, appartement, <75 m² bvo

107

woning

4,9

524,3

Koop, appartement, 75-100 m² bvo

20

woning

5,6

112,0

Koop, appartement, >100 m² bvo

1

woning

7

7,1

Huisartsenpraktijk (centrum)

7

behandelkamer

25,5

178,5

TOTAAL

822

Koude start Uitgaande van dat worst case 50% van het lichte verkeer haar koude start heeft ter plaatse van de planlocatie is sprake van (822/2 =) 411 koude starts per etmaal. Voor vrachtverkeer wordt ervan uitgegaan dat deze niet langer dan 2 uur stilstaan bij het plangebied. Indien een voertuig binnen 2 uur na afslaan van de motor, de motor weer starten is er geen sprake van een koude start Verkeersafwikkeling Het verkeer wikkelt op dezelfde wijze af als de realisatiefase. Op de Heemraadlaan en de Hekelingseweg gaat het extra verker op in het heersende verkeersbeeld. Rekenjaar Voor de gebruiksfase is het rekenjaar 2026 gehanteerd.

4. RESULTATEN EN CONCLUSIE Uit de berekeningen met Aerius Calculator (versie 2024.2.1) voor de realisatie- en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de realisatie- en gebruiksfase uitgesloten. Een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit is niet noodzakelijk. De ontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Omgevingswet.

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15986095/1