CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Jeugdhulp Rijnmond (Kadernota)

Commissie Sociaal Domein 10 februari 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Jeugdhulp Rijnmond: Aanbiedingsbrief definitieve kadernota 2023 en begrotingswijziging 2021 (in samenhang met agendapunt 7C)12.652 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KADERNOTA 2023 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie 1.0 na AB oktober 2021

Inhoud Voorwoord .................................................................................................................................... 4 Inleiding ............................................................................................................................... 4 Leeswijzer ............................................................................................................................ 4 Proces ................................................................................................................................. 5 1. Jeugdhulp Nabij en Passend – Regiovisie en Regioagenda ............................................. 7 1.1 Inleiding ................................................................................................................................ 7 1.2 Regiovisie Nabij en Passend ............................................................................................... 8 1.2.1 Regiovisie op de jeugdhulp ...................................................................................... 8 1.2.2 Een sterke lokale infrastructuur ............................................................................... 8 1.2.3 Een (aan)sluitende regionale infrastructuur .............................................................

9 1.2.4 Samen leren wat werkt .......................................................................................... 10 1.3 Regionale procesregie en opdracht uitvoeringsorganisatie GRJR .................................... 11 1.4 Landelijke hervormingsagenda, regionale ramingen ......................................................... 12 1.4.1 Een hervormingsagenda onder voorwaarde van extra rijksmiddelen ................... 12 1.4.2 Hervormingsagenda en regionale uitgavenraming zonder open taakstellingen .... 12 2. Regionale inkoop en contractering van jeugdhulp ......................................................... 15 2.1 Inleiding .............................................................................................................................. 15 2.2 Jeugdhulpgebruik in Rijnmond ........................................................................................... 15 2.3 Ontwikkelingen en wijzigingen inkoop van jeugdhulp vanaf 2023 ..................................... 17 2.3.1 Uitgangspunt Regiovisie ........................................................................................ 17 2.3.2 Vanuit één Regiovisie twee inkoopmodellen ......................................................... 18 2.3.3 Inkoopstrategie regionale jeugdhulp ......................................................................

19 2.3.4 Bekostiging van specialistische jeugdhulparrangementen .................................... 20 2.3.5 Woonplaatsbeginsel ............................................................................................... 21 2.3.6 Wachttijden ............................................................................................................ 22 2.3.7 Landelijk ingekochte jeugdhulp .............................................................................. 22 2.3.8 Overige uitgaven jeugdhulpaanbieders ................................................................. 23 3. De jeugdbeschermingsketen .............................................................................................. 25 3.1 Inleiding .............................................................................................................................. 25 3.2

Ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen vanaf 2023 ......................................... 25 3.2.1 Uitgangspunt Regiovisie ........................................................................................ 25 3.2.2 Aansluiting op lokale infrastructuur, samenwerking en casusregie ....................... 25 3.2.3 Vereenvoudiging beschermingsketen .................................................................... 26 3.2.4 Veilig Thuis............................................................................................................. 26

2

4. Organisatie regionale samenwerking en informatievoorziening .................................... 29 4.1

Inleiding ......................................................................................................................... 29

4.2

Ontwikkelingen .............................................................................................................. 29 4.2.1 Uitgangspunt Regiovisie ........................................................................................ 29 4.2.2 Ontwikkeling van de governance ........................................................................... 30 4.2.3 Ontwikkeling van het contractmanagement ........................................................... 30 4.2.4 Ontwikkeling van de informatievoorziening ........................................................... 31 4.2.5 Ontwikkeling van de P&C-cyclus ........................................................................... 32 4.2.6 Ontwikkeling en verankering van de taken van de Uitvoeringsorganisatie GRJR 33

5. Financieel-technische uitgangspunten .............................................................................. 37 5.1 Inleiding .............................................................................................................................. 37 5.2

Begrotingsvertrekpunten ............................................................................................... 37 5.2.1 Meerjarenraming .................................................................................................... 37 5.2.2 Zorgkosten indexering ........................................................................................... 37 5.2.3 Uitvoeringskosten indexering ................................................................................. 38

5.3 Effecten van de begrotingsuitgangspunten op het financiële kader .................................. 38 5.4 Bijdragenberekening en verrekening realisatieverschillen (vlaktaks) ................................ 39 5.4.1 Doel en beperkingen van de huidige vlaktakssystematiek .................................... 40 5.4.2 Eenvoudige en transparante systematiek vanaf 1-1-2023 .................................... 41 5.4.3 Overgang ............................................................................................................... 42 6. Vaststellingsbesluit ................................................................................................................ 44

3

Voorwoord Inleiding In de kadernota 2023 formuleren we de doelstellingen voor de begroting 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR). Deze doelstellingen komen voort uit het beleid van de deelnemende gemeenten zoals vastgelegd in de Regiovisie “Nabij en Passend”, de voortgang van de gezamenlijk in te kopen specialistische jeugdhulp en autonome landelijke, regionale of gemeentelijke ontwikkelingen, die de opgave en de benodigde middeleninzet in 2023 beïnvloeden. De doelstellingen worden vertaald naar uitgangspunten en aannames voor de opbouw van de begroting 2023. Ontwikkelingen die al in 2022 optreden en de vastgestelde begroting 2022 beïnvloeden worden ook meegenomen. Met de kadernota geeft het Algemeen Bestuur van de GRJR de begrotingskaders aan. Het bestuur vraagt aan de deelnemende raden om hierover het gesprek te voeren, zodat bij de opstelling van de begroting zoveel mogelijk met de behoeften van de inwoners per gemeente rekening gehouden kan worden. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) hebben de gemeenteraden daarna nog de mogelijkheid om hun zienswijze te geven op de begroting 2023. Er spelen grote ontwikkelingen die het lastig maken om nu al (zomer 2021) eenduidige begrotingskaders 2023 te formuleren en die nu al financieel te vertalen.

Denk aan de voorbereiding van de regionale aanbesteding van specialistische jeugdhulp voor 2023, de intensivering van de transformatie van jeugdhulp in onze regio (vanuit de Regiovisie) maar ook aan landelijke ontwikkelingen (zoals een hervormingsagenda met onder meer discussie over de reikwijdte van de Jeugdwet, maar ook extra middelen in verband met de onvermijdelijke omvang van de jeugdhulp). In deze kadernota worden de relevante ontwikkelingen beschreven en wordt doordacht hoe we daar voor de begroting 2023 in principe mee omgaan. Waar het op dit moment mogelijk is wordt een financiële indicatie gegeven. Bij de meeste ontwikkelingen zijn de inhoudelijke uitgangspunten nog onvoldoende of pas te recent uitgewerkt om daar op dit moment al zinvolle financiële indicaties aan toe te voegen. In het vierde kwartaal vindt deze uitwerking in regionale samenwerking plaats. De raden zullen over de uitkomst hiervan aanvullend worden geïnformeerd. De financiële vertaling is pas bij de begrotingsbesluitvorming finaal, nadat de begroting is opgesteld vanuit de begrotingsuitgangspunten die in deze Kadernota 2023 worden meegegeven.

Leeswijzer Deze kadernota is als volgt opgebouwd. Eerst wordt het inhoudelijke kader neergezet waarbinnen de jeugdhulp plaatsvindt en transformeert en waarbinnen ook de GRJR opereert: de regiovisie. Vervolgens komen in drie hoofdstukken de ontwikkelingen aan

4

de orde die van belang zijn om tot een goede begroting voor 2022 te komen. Die betreffen de zorginkoop (hoofdstuk 2), de jeugdbeschermings- en veiligheidsketen (hoofdstuk 3) en de organisatie van de regionale samenwerking en informatievoorziening. Het laatste hoofdstuk bevat financieel-technische uitgangspunten voor opstelling van de begroting.

Proces  Ambtelijke bespreking eerste concept 24 aug Controllersoverleg en 26 aug AOJ  Bestuurlijke bespreking DB 8 september  Bestuurlijke bespreking AB 1 oktober 2021  Politieke bespreking raden okt/nov 2021  Start begrotingsvoorbereiding sept/okt 2021  Reacties raden ontvangen uiterlijk 31-12-2021  Ontwerpbegroting 2023 in procedure feb/ maart 2022  Vaststelling AB uiterlijk 15 april 2022 voor zienswijzen  Definitieve begroting vaststelling AB uiterlijk 15 juli 2022

5

\

Hoofdstuk 1 Jeugdhulp Nabij en Passend – Regiovisie en Regioagenda

6

1. Jeugdhulp Nabij en Passend – Regiovisie en Regioagenda 1.1 Inleiding De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond is een samenwerkingsverband van vijftien gemeenten, te weten Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Nissewaard, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Westvoorne.

Wet gemeenschappelijke regelingen In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is de bestuurlijke relatie tussen gemeente en gemeenschappelijke regeling vastgelegd en nader uitgewerkt. Binnen deze wet is geregeld dat naast de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten ook Gedeputeerde Staten (GS) toezicht houdt op de gemeenschappelijke regeling. Vanuit deze toezichthoudende rol kunnen gemeenteraden voor vaststelling van de begroting een zienswijze indienen bij het bestuur van de GR, daarnaast voeren GS toezicht uit op de begroting. Om dit toezicht vorm te geven dient de begroting voor 1 augustus voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar aan GS te worden toegezonden.

De deelnemende gemeenten zijn in 2014 vanwege de decentralisatie van de jeugdhulp naar gemeenten deze samenwerking aangegaan om gemeenschappelijk specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming/ jeugdreclassering te contracteren. De gemeenten ontwikkelden in 2020, op basis van zes jaar ervaring met de Jeugdwet, samen met maatschappelijke partners, een Regiovisie voor de jeugdhulp. De visie is in mei 2021 door alle gemeenteraden vastgesteld. De daaruit voortkomende inhoudelijke Regioagenda is leidend voor het werk van het samenwerkingsverband GRJR. De regio Rijnmond kiest voor een planmatige aanpak van de transformatie in de jeugdhulp, met een meerjarig programma om de transformatie gefaseerd door te voeren. In de aanloop naar 2023 worden nieuwe contracten gesloten die de basis versterken, zodat alle kinderen zo mogelijk gezond, kansrijk en veilig opgroeien. We nemen hiervoor de tijd om te zorgen dat lokale en regionale ontwikkelingen goed op elkaar aansluiten. Zo draagt de GRJR bij aan houdbaarheid van het stelsel door kwalitatief goede en betaalbare hulp voor jeugdigen en gezinnen te organiseren. Dit hoofdstuk beschrijft de strekking van de Regiovisie en wat de gevolgen daarvan zijn voor de begroting 2023 en het financieel meerjarenperspectief van de GRJR.

Taken Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond De jeugdhulp omvat de uitvoering van gesloten jeugdhulp, crisiszorg, pleegzorg, intramurale zorg en/of specialistische zorg voor jeugdigen. De GRJR is volgens de Gemeenschappelijke regeling verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bovenlokale taken door middel van: • Het contracteren en/of subsidiëren van aanbieders van jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; • Het contracteren en/of subsidiëren uitvoerders jeugdreclassering en jeugdbeschermingsmaatregelen in het kader van de Jeugdwet en het organiseren van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis); • Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen. (Hieronder wordt ook begrepen het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen.) De taken worden uitgevoerd met inachtneming van afspraken op bovenregionaal of landelijk niveau.

7

1.2 Regiovisie Nabij en Passend1 1.2.1 Regiovisie op de jeugdhulp De gemeenten en aanbieders van (specialistische) jeugdhulp en jeugdbescherming/ jeugdreclassering in de Jeugdhulpregio Rijnmond hebben de ambitie om de jeugdhulp nabij en passend te organiseren. Daarmee bedoelen zij dat jeugdhulp moet passen bij het gewone leven en eenvoudig en toegankelijk moet zijn. Dit betekent zo dicht mogelijk bij het gezin, in de school en in de leefomgeving van een kind en uitgaand van veerkracht van gezinnen. Kinderen horen op te groeien in een gezinssituatie, die hun ontwikkeling stimuleert. En als dat niet mogelijk is in een situatie die het dichtst in de buurt komt van een ‘gewoon’ gezin, zoals een pleeggezin of een gezinshuis. Dit neemt niet weg dat er ook situaties zijn, waarin meer ingrijpende hulp het beste is voor het kind en het gezin. Bijvoorbeeld als de veiligheid in het geding is. Op basis van deze visie gaan gemeenten en de aanbieders in de komende jaren vorm en inhoud geven aan de transformatie van de jeugdhulp in Rijnmond. De visie is richtinggevend voor de regionale inkoop van jeugdhulp en de contracten die ingaan per 2023. Gemeenten behouden de ruimte voor eigen keuzen in de wijze waarop zij hun lokale infrastructuur organiseren, en lokale teams voor de toegang als belangrijk onderdeel daarbinnen.

De gemeenten werken feitelijk samen als de “verenigde staten van Rijnmond”. Bij sommige vraagstukken kiezen zij naast een lokale een (sub-) regionale aanpak. De keuzen die gemeenten maken zijn afhankelijk van factoren, zoals de omvang van de gemeente en de omvang en de aard van sociale problematiek van de inwoners. Ook de wijze waarop gemeenten de jeugdhulp onderdeel maken van het bredere sociale domein behoort tot de eigen beleidsruimte. 1.2.2 Een sterke lokale infrastructuur Vertrekpunt in de regiovisie is een sterke lokale infrastructuur. Daarmee bedoelen we het netwerk dat gemeenten inrichten om dicht bij de leefomgeving van gezinnen (in)formele ondersteuning en basishulp te (laten) leveren. Dit in samenhang met het sociaal domein (Wmo, Participatie), passend onderwijs, (jeugd)gezondheidszorg en veiligheid. In dit netwerk werken alle betrokken partijen aan het vergroten van de vaardigheid van gezinnen om zelf problemen op te lossen, zodat zij naar vermogen meedoen in de samenleving. Voor kwetsbare gezinnen is van belang dat de lokale en regionale infrastructuur goed op elkaar aansluiten, zodat zij op het juiste moment de juiste persoonsgebonden hulp kunnen krijgen. Dat is maatwerk, waarbij de lokale toegang de casusregie verzorgt. De Regiovisie bevat negen bouwstenen voor de lokale infrastructuur.

De gemeenten maken zelf een plan om startklaar te zijn voor de nieuwe contracten per 2023. Dat betekent dat zij binnen de looptijd van de regionale contracten voor specialistische

1 https://www.jeugdhulprijnmond.nl/wp-content/uploads/2021/05/Nabij-en-Passend-30-november-2020.pdf

8

jeugdhulp de doelen te behalen die horen bij deze bouwstenen. Die doelen worden samen met het regionale programmateam nog in 2021 en 2022 op basis van een nulmeting geconcretiseerd, zodat helder is op welke onderdelen er een gezamenlijk ambitieniveau is en waar een gemeente (beredeneerd) afwijkt. Dit in aansluiting op de behoeften van de eigen inwonerspopulatie en de lokale koers van de eigen gemeenteraad. Het programmateam maakt vervolgens op basis van de Regioagenda jaarlijks prioriteiten in het verstevigen van het lokale netwerk inzichtelijk. Gemeenten willen in de nieuwe contractperiode vanaf 2023 zichtbaar maken dat zij naast maatschappelijke ook financiële effecten weten te bereiken, door vanuit de lokale toegang stevig te sturen op instroom in en uitstroom uit de jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering. Daarom is het motto van de Regiovisie: lokaal, tenzij. Daarnaast is het de bedoeling om administratieve lasten te verminderen, onder ander door regionaal uniformere werkwijzen te introduceren. Deze visie op sterke lokale infrastructuur werkt als volgt door:  De gemeenten sturen op instroom door zo snel mogelijk te gaan voldoen aan de vijf basisfuncties die de VNG heeft vastgelegd in een landelijke leidraad.

Mede door gedeeltelijke overheveling van regionaal ingekochte ambulante specialistische jeugdhulp naar lokale inkoop (zie hoofdstuk 2) ontstaat een brede eerstelijn van basishulp, Deze lokale eerstelijn is in staat om afgeschaalde zorg over te nemen van specialistische aanbieders. Het is de bedoeling dat de lokale toegang zich gaat verhouden tot specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering zoals huisartsen tot ziekenhuizen. Cruciaal hiervoor is de introductie van praktijkondersteuners jeugd voor huisartsen in heel Rijnmond.  Ook door overheveling van intensieve hulp (voorheen drangmaatregelen) naar lokale teams (zie hoofdstuk 3) komen gemeenten meer in positie om te sturen op de instroom naar de jeugdbescherming/jeugdreclassering (dwangmaatregelen).  In samenhang met de regionale infrastructuur worden concrete afspraken gemaakt om afschalen van hulp te bevorderen. Deze afspraken gaan bijvoorbeeld over het uniformiseren van de werkwijzen in gemeentelijke backoffices, om administratieve lasten te verminderen. Hierin ligt ook een taak voor de GRJR (zie hoofdstuk 4). 1.2.3 Een (aan)sluitende regionale infrastructuur In de Regiovisie zorgen de in de GRJR samenwerkende gemeenten voor een op hun lokale infrastructuren (aan)sluitende regionale infrastructuur.

Daarmee bedoelen we ten eerste dat de regionale infrastructuur naadloos moet aansluiten door zo min mogelijk overdrachtsmomenten. (Aan)sluitend betekent, ten tweede, dat de gemeenten de beschikbaarheid van deskundige jeugdhulp voor hoog-complexe zorg kunnen garanderen met behulp van de gezamenlijke inkoopkracht van de grote jeugdhulpregio Rijnmond. Een (aan)sluitende regionale infrastructuur bestaat in de Regiovisie uit vijf bouwstenen die betrekking hebben op: herpositionering van het Zorgbemiddelingsteam (ZBT), flexibele inzet van ambulante specialistische hulp, de wens om pleegzorg en 9

gezinshuizen vaker in te zetten als alternatief voor residentiele zorg, afbouw van bedden en integrale crisiszorg met heldere casusregie om de veiligheid van kwetsbare gezinnen te borgen. Deze visie op de regionale infrastructuur werkt als volgt door:  Op basis van het advies van de werkgroep jeugdbescherming wordt het Zorgbemiddelingsteam (ZBT) per 2023 anders gepositioneerd, zodanig dat het als expertiseteam met doorzettingsmacht kan bemiddelen naar plaatsing in (sub)regionale en bovenregionale netwerken. Coördinatie van de regionale wachtlijstaanpak is een eerste stap hierin.  In samenhang hiermee werken we toe naar een integrale crisiszorgfunctie, die voor heel Rijnmond spoedhulp levert als de veiligheid van een kind binnen een gezin in het geding is dan wel als een kind een gevaar voor zichzelf of anderen is. Herpositionering ZBT en integratie van crisiszorg hebben voorrang, om aan te sluiten bij landelijke scenario’s voor vereenvoudiging van de veiligheidsketen.  De ambulante specialistische hulp die nodig is voor flexibele inzet van verblijf zal regionaal ingekocht worden. Dat geldt ook voor schaarse expertise die we ambulant willen inzetten. Doel is om nooit alleen een bed in te zetten, maar flexibele teams beschikbaar te hebben. Die flexibel inzetbare experts kunnen de lokale teams desgewenst consulteren om zoveel mogelijk matched care toe te passen.

Dit past bij de koers in het ambitiedocument voor de Jeugdhulp Plus. Van belang is dat we de (boven)regionale afspraken en het lokale netwerk goed met elkaar verbinden, zodat gemeenten kunnen sturen op instroom en uitstroom.  Daarnaast willen gemeenten, samen met de betrokken aanbieders, een groeiscenario voor de pleegzorg en gezinshuizen ontwikkelen als alternatief voor plaatsing in de residentiele zorg. De succesvolle wervingscampagne voor pleegouders is hierin een eerste stap geweest. Net als bij het lokale netwerk geldt dat verschillende doelen in de loop van de nieuwe contractperiode behaald worden. Het programmateam monitort de realisatie daarvan. De algemene opdracht de bijbehorende specifieke ontwikkelopgaven (voor het lokale en ook regionale netwerk) zullen vastgelegd worden in het bestek voor de nieuwe regionale contracten. 1.2.4 Samen leren wat werkt Transformatie van de jeugdhulp is complex en de ontwikkelingen wat betreft methoden en de manier waarop de hulp is georganiseerd staan niet stil. Gemeenten willen daarom werken aan een stelsel, dat in staat is om vorm en inhoud te geven aan innovatie en dat nieuwe ontwikkelingen vertaalt naar de uitvoering. Dit kan alleen als gemeenten en aanbieders samenwerken. Daarom gaan we als opdrachtgevers en opdrachtnemers het partnerschap verder ontwikkelen.

We leggen dit vast in contracten, die wat betreft werkwijze en aanbod en volume tussentijdse aanpassing mogelijk maken. We nemen in de contracten met aanbieders leren en ontwikkelen als belangrijke pijler op. Dit op basis van de volgende bouwstenen: 10

1. 2. 3. 4. 5.

Eenduidig gebruik indicatoren, transparantie Onderzoek naar effectieve hulp Experimenteerruimte Leren en ontwikkelen samen met kinderen en gezinnen Belangenbehartiging

Het is de bedoeling om vanaf 2023 binnen de looptijd van de nieuwe regionale contracten het zogenaamde factorenmodel te introduceren in Rijnmond. Het factorenmodel helpt om inzicht te krijgen in de complexiteit van de samenhang tussen verschillende factoren die invloed hebben op gezond, kansrijk en veilig opgroeien. Deze factoren kunnen zowel een positieve als een negatieve invloed hebben, bijvoorbeeld armoede en werk, opvoeding, leefomgeving, stress en taalontwikkeling. Zo leren gemeenten en aanbieders samen om zichtbaar te maken hoe effectief en efficiënt de ingezette jeugdhulp is. Tegelijkertijd werken we binnen ST-RAW aan het onderbouwen van de effectiviteit van de jeugdhulp. Daarbij maken we gebruik van de geleerde lessen in de transformatiepilots van de afgelopen drie jaar. Die hebben ons bijvoorbeeld de SPANmethodiek opgeleverd. Hoe groot onze experimenteerruimte voor 2023 en verder wordt, is mede afhankelijk van de financiële ruimte die het ministerie ons gunt. Het programmateam voert bijvoorbeeld een plan van aanpak uit om cliëntparticipatie in Rijnmond te versterken. Hierin spelen ervaringsdeskundige jongeren en hun ouders een belangrijke rol. Doel is om te zorgen dat zij aan de voorkant actief mee kunnen denken met het beleid dat gemeenten maken. Dit in aansluiting op lokale initiatieven vanuit bijvoorbeeld de adviesraden voor het sociaal domein.

 Begrotingsuitgangspunt 2023 (1): Het in de begroting 2022 opgenomen budget innovatie wordt beschikbaar gehouden als experimenteerruimte in het kader van “Samen leren wat werkt”. Bij de definitieve afweging wordt bezien of VWS hiervoor aanvullende middelen beschikbaar stelt.

1.3 Regionale procesregie en opdracht uitvoeringsorganisatie GRJR Met de Regiovisie versterken de gemeenten hun rol als opdrachtgever. Dat doen ze door samen te werken in een programmateam. Dit programmateam heeft de opdracht om transformatie in de jeugdhulp aan te jagen en zo nodig gezamenlijk beleid te maken. Dat doet het programmateam door de communicatie over de successen in Rijnmond te verbeteren en leren van elkaar te stimuleren (binnen en buiten Rijnmond). Het programmateam monitort ook de realisatie van alle bouwstenen in de regiovisie, samen met de uitvoeringsorganisatie van de GRJR. De regiovisiekeuze voor een meerjarig transformatieprogramma heeft in combinatie met de nieuwe contracten voor specialistische jeugdhulp gevolgen voor de opdracht van de GRJR (zie hoofdstuk 4).

11

 Begrotingsuitgangspunt 2023 (2): Het in de begroting 2022 opgenomen afzonderlijke budget Programmateam Regioagenda wordt gecontinueerd en zo nodig aangepast.

1.4 Landelijke hervormingsagenda, regionale ramingen 1.4.1 Een hervormingsagenda onder voorwaarde van extra rijksmiddelen De wens van de gemeenten in onze regio tot sterkere sturing op in- en uitstroom en innovatie kwam al tot uiting in taakstellingen in de GRJR-begrotingen en is nu verder uitgewerkt in de Regiovisie en de inkoopstrategie voor 2023. Deze focus sluit aan op landelijke discussies en onderzoeken over de effectiviteit en (financiële) beheersbaarheid van de jeugdhulpuitgaven. Op 2 juni 2021 maakte de VNG met het kabinet afspraken over de compensatie van tekorten in 2022 en over een gezamenlijke hervormingsagenda jeugd, die voor 1 januari 2022 moet worden opgeleverd om als basis te dienen voor de jaren 2022–2028. Op basis van de afspraken stelt het rijk voor 2022 € 1,314 miljard extra ter beschikking aan gemeenten ter compensatie voor de tekorten op het gebied van jeugdhulp. Deze middelen zijn mogelijk onvoldoende voor het borgen van de reguliere hulpverlening en wegwerken van wachtlijsten, maar zeker niet voor transformatie. Het nieuwe kabinet zal gezamenlijk met het vaststellen van de hervormingsagenda een besluit nemen over de structurele financiering van gemeenten vanaf 2023.

De structurele financiering is voor de VNG randvoorwaardelijk voor de uitvoering van de hervormingsagenda.2 In het landelijke overleg heeft de VNG aangedrongen om dit budget volledig uit te keren in de Algemene Uitkering in het Gemeentefonds. De budgettaire verwerking geschiedt bij de Miljoenennota. Omdat de middelen vooralsnog alleen voor het jaar 2022 zijn toegekend, is de vraag hoe gemeenten hiermee omgaan in meerjarig perspectief bij het opstellen van de begroting voor volgend jaar. In overleg met BZK en IPO is een pragmatische oplossing mogelijk gemaakt tot aan het moment dat een nieuw regeerakkoord definitief uitsluitsel geeft over het structurele financiële perspectief. Afgesproken is dat mag worden gewerkt met stelposten voor te verwerven baten waarmee begrotingsevenwicht wordt gerealiseerd.  Begrotingsuitgangspunt 2023 (3): Bij de raming van de bijdragen van gemeenten in de zorglasten wordt aansluiting gezocht op landelijke afspraken die van grote invloed zijn op de financiële kaders voor de afzonderlijke gemeenten. Het is daarbij niet de bedoeling dat budgettaire beperkingen bij gemeenten leiden tot een nietrealistische begroting voor de regionaal ingekochte/gesubsidieerde hulp.

1.4.2 Hervormingsagenda en regionale uitgavenraming zonder open taakstellingen De aangekondigde Hervormingsagenda zal bestaan uit een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt

2 VNG Ledenbrief Lbr. 21/048 van 8 juni 2021

12

gerealiseerd. Het doel hiervan is te komen tot een beheersbaar jeugdhulpstelsel (terugdringen van de kosten) en verbeteren van de hulp (kwaliteit van zorg). Deze hervormingsagenda wordt gebaseerd op aanbevelingen van AEF, de commissie Sint en de arbitragecommissie. De hervormingsagenda staat niet op zichzelf. Er vinden diverse ontwikkelingen plaats die raken aan (maatregelen uit) de agenda. Denk aan specifieke uitkeringen (‘SPUK’s’), inzet op het aanpakken van wachttijden en het convenant Continuïteit van zorg. De Hervormingsagenda betreft zowel de regio als de individuele gemeenten. Vanwege de forse beleidsmatige en financiële impact van de hervormingsagenda is gezamenlijke belangenbehartiging voor de jeugdhulpregio Rijnmond. Er wordt nog in het boekjaar 2021 een impactanalyse gemaakt. Op basis hiervan wordt een koers bepaald. In het licht van de Hervormingsagenda heeft de regio Rijnmond (en de GRJR) al een goede basis. Niet alleen zijn we al een gemeenschappelijke regeling, we hebben ook een inhoudelijke visie op transformatie, die richting geeft aan onze inkoop. De haalbaarheid van gekozen maatregelen (in aansluiting op de huidige taakstelling) is dus vooral afhankelijk van externe factoren, zoals de autonome groei van de vraag naar jeugdhulp en de effecten van Corona.

De Hervormingsagenda zal ook beoogde ombuigingsmaatregelen bevatten, die in onze regio deels al in 2021 in gang zijn gezet en door de GRJR als taakstelling ingeboekt. Deze zijn erop gericht om de uitgaven voor jeugdhulp (in de opdrachten A t/m E) te verminderen als opbrengst van de transformatie van de jeugdhulp. Voor 2022 zijn de taakstellingen op basis van de transformatieplannen verwerkt in budgetaanpassingen, voor 2023 en verder nog niet. De provinciale toezichthouder dringt aan op nadere onderbouwing en een eenduidiger verwerking in de begroting. De Regiovisie en daarop gebaseerde inkoopstrategie vormen de basis om voor 2023 en verder geen open taakstellingen meer op te nemen maar de benodigde budgetten zo realistisch mogelijk te onderbouwen met expliciete begrotingsaannames waarop later kan worden gerapporteerd en bijgestuurd. Waar mogelijk wordt hierbij (mede naar aanleiding van ingebrachte zienswijzen bij de begroting 2022) gebruikt gemaakt van (elementen uit) de ‘zero based budgetting’ benadering3.  Begrotingsuitgangspunt 2023 (4): De zorglasten worden realistisch geraamd en onderbouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met mogelijke impact van de Hervormingsagenda, met de transformatie- en inkoopaanpak inclusief groei- en krimpscenario’s en met externe factoren zoals autonome groei. Waar mogelijk worden niet-financiële aannames over het gebruik opgenomen.

3 Zero Based Budgetting (ZBB) valt in het kort te omschrijven als een aanpak waarbij niet de begroting van het

voorgaande jaar als startpunt wordt genomen, maar het startpunt op nul komt te liggen. De budgetten worden dan beschikbaar gesteld op basis van bewuste aannames over de te maken kosten om de doelen te realiseren. Deze methode heeft meerwaarde naarmate we inzicht hebben in kosten-drivers, in het contractmanagement met een gemeenschappelijke feitelijke basis wordt gewerkt en kosten kritisch worden beoordeeld op noodzaak en daadwerkelijk kunnen worden beïnvloed. 13

Hoofdstuk 2 Regionale inkoop en contractering van jeugdhulp

14

2. Regionale inkoop en contractering van jeugdhulp 2.1 Inleiding De gemeenten in Rijnmond hebben voor 2018 t/m 2022 gezamenlijk bepaalde vormen van specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming ingekocht en/of gesubsidieerd. Het gaat om crisishulp, residentiele, intramurale capaciteit inclusief pleegzorg, specialistische ambulante jeugdhulp (niet voor de doelgroep Jeugd met Beperking), jeugdbescherming en Veilig Thuis. Voor de laatste drie onderdelen is een subsidie verleend. De overige onderdelen zijn via een aanbesteding ingekocht. Voor de periode vanaf 2023 zullen de gemeenten wederom bepaalde vormen van jeugdhulp gezamenlijk inkopen, echter met een aantal belangrijke wijzigingen en ontwikkelingen t.o.v. de huidige situatie. In dit hoofdstuk zal eerst een beeld geschetst worden van de inzet van Jeugdhulp binnen de regio Rijnmond in vergelijking tot de rest van Nederland. Vervolgens worden de wijzigingen en ontwikkelingen inclusief de bijbehorende financiële ontwikkelingen beschreven voor de periode vanaf 2023.

2.2 Jeugdhulpgebruik in Rijnmond Het CBS verzamelt jaarlijks informatie over jeugdhulpgebruik in Nederland. Uit de daaraan ontleende onderstaande gegevens blijkt dat er in de regio Rijnmond iets meer jongeren wonen dan het landelijke gemiddelde. Tegelijkertijd wordt in de regio minder jeugdhulp geleverd dan het landelijk gemiddelde, al wisselt dat ook per gemeente. Van de geleverde jeugdhulp is dit in de regio Rijnmond vaker jeugdhulp met verblijf/ jeugdbescherming/ jeugdreclassering dan landelijk. Wanneer het jeugdhulp zonder verblijf betreft dan is dit t.o.v. het landelijk gemiddelde vaker hulp die door een lokaal team wordt geleverd, maar het grootste deel van de jeugdhulp zonder verblijf is jeugdhulp die niet uitgevoerd wordt door een lokaal team. Dit percentage ligt echter wel lager dan het landelijk gemiddelde. Figuur 1 Bevolking leeftijd 0-19 jaar Het percentage jeugdigen (0-19 jaar) ligt sinds 2019 in de regio Rijnmond iets hoger dan in het gehele land (Figuur 1)

Figuur 2. Percentage jongeren met jeugdhulp (2e helft 2020) Het percentage jongeren met jeugdhulp ligt in de regio Rijnmond iets lager dan het landelijk gemiddelde (Figuur 2) 15

Figuur 3 Percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp (2e helft 2020) Met name het gebruik van jeugdhulp zonder verblijf ligt lager in de regio Rijnmond t.o.v. het landelijk gemiddelde (Figuur 3)

Figuur 4. Jeugdhulp zonder verblijf naar uitvoerder (2e helft 2020) Van de jeugdhulp zonder verblijf wordt in de regio Rijnmond een groter percentage door de lokale teams geleverd dan landelijk gebeurt. Het percentage jeugdhulp zonder verblijf dat niet door een lokaal team geleverd wordt ligt in de regio Rijnmond lager dan het landelijk gemiddelde (Figuur 4)

Figuur 5 Jeugdhulptrajecten (2e helft 2020) In de regio Rijnmond is een groter percentage van de geleverde jeugdhulp, jeugdhulp met verblijf, jeugdbescherming en jeugdreclassering dan in het gehele land. Relatief gezien ontvangt een kleine groep jeugdigen in de regio Rijnmond jeugdhulp zonder verblijf wanneer dit wordt vergeleken met het landelijk gemiddelde (Figuur 5)

16

2.3 Ontwikkelingen en wijzigingen inkoop van jeugdhulp vanaf 2023 De huidige contracten voor specialistische jeugdhulp lopen tot en met december 2022. Zowel lokaal als regionaal lopen in 2021 en 2022 voorbereidingen voor een nieuwe aanbesteding. De regiovisie vormt een belangrijk uitgangspunt voor die aanbesteding. Daarnaast zullen de ervaringen en ‘lessons learned’ met het huidige arrangementenmodel zorgen voor wijzigingen in de bestekstukken. 2.3.1 Uitgangspunt Regiovisie De Regiovisie “Nabij en Passend” komt in dit hoofdstuk opnieuw aan de orde, toegespitst op de inkoop 2023. De Regiovisie spreekt uit dat de jeugdigen meer dan voorheen de hulp in de eigen leefomgeving gaan ontvangen. Als dat niet kan, krijgt de jeugdige de hulp buiten de eigen leefomgeving in een situatie die bij voorkeur zoveel mogelijk lijkt op een gewoon gezin (pleeggezin/gezinshuis). Soms vraagt de situatie om ingrijpender hulp in een residentiële setting als de veiligheid in het geding is of voor een specifieke behandeling. Verder spreken gemeenten de ambitie uit dat zij in 2025 meer vraagstukken in de lokale infrastructuur, met lokale voorzieningen en inzet van consultatie en advies kunnen oplossen.

De (aan)sluitende regionale infrastructuur speelt een rol als lokaal de ondersteuningsbehoefte niet kan leveren en aanbieders en gemeenten spannen zich in om de verbinding tussen de lokale en (aan)sluitende regionale infrastructuur te versterken. Met als ‘indicatoren’: betere verwijzingen, meer grip op kosten en kwaliteit en een afname van de hindernissen bij afschalen. Het resultaat: meer kinderen groeien kansrijk, gezond en veilig op door minder hulp, lichtere hulp en beheersing van kosten. Een ander uitgangspunt vanuit de Regiovisie is dat inkoop van ambulante hulp gebeurt op het lokale niveau, tenzij die hulp past bij verblijf of als vanwege behoud van expertise het regionale niveau noodzakelijk is. Bij verblijf verdient (netwerk)pleegzorg de voorkeur. Residentiële zorg is altijd gekoppeld aan behandeling. De (ambulante) behandeling staat centraal en een bed is daarbij een hulpmiddel. Als behandeling niet meer centraal staat en (netwerk)pleegzorg is niet beschikbaar of niet geschikt dan kan het bieden van een stabiele woonsituatie een alternatief thuis zijn. Gemeenten en aanbieders zetten in op toename van de inzet van pleegzorg en gezinshuizen t.o.v. residentiële zorg. Met als gewenst resultaat in 2025 een afname van 30 procent kortdurende residentiële jeugdhulp en een toename van 30 procent van pleegzorg en gezinshuizen.

Dit komt terug bij de specifieke ontwikkelopgaven in de inkoopstrategie.

17

 Begrotingsuitgangspunt 2023 (5): De doelstellingen/beoogde resultaten bij de inkoop van jeugdhulp vormen tevens de basis voor de doelformulering en middelenraming in de begroting4. Tot slot zijn gemeenten en aanbieders partners waarbij het gezamenlijk leren en ontwikkelen centraal staat. Samen leren, lerend doen wat werkt is daarbij het adagium. Concreet betekent dit dat we in de contracten met aanbieders leren en ontwikkelen als belangrijke pijler opnemen. Het is de bedoeling om vanaf 2023 binnen de looptijd van de nieuwe regionale contracten het zogenaamde factorenmodel te introduceren in Rijnmond. Het factorenmodel helpt om inzicht te krijgen in de complexiteit van de samenhang tussen verschillende factoren die invloed hebben op gezond, kansrijk en veilig opgroeien. Deze factoren kunnen zowel een positieve als een negatieve invloed hebben, bijvoorbeeld armoede en werk, opvoeding, leefomgeving, stress en taalontwikkeling. Zo leren gemeenten en aanbieders samen om zichtbaar te maken hoe effectief en efficiënt de ingezette jeugdhulp is. 2.3.2 Vanuit één Regiovisie twee inkoopmodellen Het Algemeen Bestuur van de GRJR besloot op 15 december 2020 dat vanaf 1 januari 2023 met twee inkoopmodellen voor de specialistische jeugdhulp wordt gewerkt.

De gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam (hierna: MVS) gaan daarbij werken met een model waarin MVS de jeugdhulp taakgericht inkoopt, als één integrale opdracht met populatiebekostiging. Daar wordt een leerproces/-systeem aan gekoppeld. MVS krijgt ruimte om op alle opdrachten (op dit moment A t/m F) zelf in te kopen, crisishulp en crisisbedden zijn nog onderdeel van gesprek. De subsidiëring van JBRR en VTRR verloopt geheel via de GR. Hiermee is de knip voor de subregio MVS in principe geplaatst. De inkoopperiode voor de integrale opdracht van MVS bedraagt ten minste 6 jaar.  Begrotingsuitgangspunt 2023 (6): De zorglasten jeugdhulp A t/m F aan jeugdigen uit MVS, en bijbehorende inleg van MVS, worden niet door de GRJR begroot. De vijftien gemeenten in de GRJR hebben als gezamenlijk belang dat zorgcontinuïteit en passend aanbod van jeugdhulp voor alle deelnemende gemeenten goed geregeld is. Deelnemende gemeenten spannen zich ervoor in dat de randvoorwaarden van de aanbesteding zo zijn ingericht dat er zo min mogelijk ongewenste effecten ontstaan bij het hanteren van twee inkoopsystemen. Het is belangrijk dat dit de continuïteit van zorg niet in de weg zal staan. Beide inkoopregimes worden hiertoe zoveel als mogelijk op elkaar afgestemd. Verder hanteren de GRJR en MVS reële kostprijzen voor de inkoop van hun opdrachten.

In de hele regio hanteren we zoveel mogelijk dezelfde vergelijkbare monitorings- en verantwoordingsafspraken,

4 In de presentatie in de begroting wordt gestreefd naar een indeling aan de hand van de in gemeenteland

veelgebruikte 3 W- vragen: (Doel:) wat willen we bereiken; (Inzet:) wat gaan we daarvoor doen en (Middel:) wat mag het kosten

18

zodat aanbieders en jeugdigen zo weinig mogelijk hinder ondervinden van het werken met twee modellen.  Begrotingsuitgangspunt 2023 (7): Er wordt rekening gehouden met kosten van (het organisatorische waarborgen van) regionale monitorings- en verantwoordingsafspraken. 2.3.3 Inkoopstrategie regionale jeugdhulp De regiovisie is het gemeenschappelijk kader van de GRJR en daarmee ook het uitgangspunt voor de inkoopstrategie. De algemene inkoopstrategie is door het AB op 15 april 2021 vastgesteld. In deze inkoopstrategie is de Regiovisie vertaald in vier uitgangspunten: 1) Centrale doelstelling van de inkoopstrategie is om jeugdigen beter en meer in de eigen leefomgeving jeugdhulp te bieden. 2) Bij de keuze van het niveau waarop wordt ingekocht, wordt voor dagbehandeling (D) en ambulante hulp (E) uitgegaan van het adagium “lokaal, tenzij”. Dit heeft ertoe geleid dat voor de contractering van dagbehandeling (D) en ambulante hulp (E) een nieuwe afweging is gemaakt wat lokaal en wat regionaal ingekocht gaat worden5: Dagbehandeling (D) Regionale inkoop (hoog) specialistische dagbehandelingen, zoals opgroeiproblematiek jonge kind (observatie diagnostiek) dagbehandeling specifieke stoornissen kind onder 12 jaar; MKD-observatie diagnostiek (5-12 jaar) MKD-medisch en (hoog) specialistische dagbehandelingen.

Ambulante hulp (E) Regionale inkoop Meervoudige problematiek, of problematiek waarvoor het aanbod schaars is en aantallen jeugdigen klein. Voorbeelden: transculturele psychiatrie; genderproblematiek; complexe scheidingen; trauma en hechtingsproblematiek Multidisciplinaire zeer intensieve behandeling waarbij soms opname nodig is, zoals bij eetstoornissen, psychoses, suïcidaliteit. Voorbeelden FACT, MDFT, IHT, VIP Ontwikkelopgave: Veelal multidisciplinaire inzet nodig vanwege meervoudige problematiek; eenduidige vormen van behandeling of begeleiding, waarbij het beloop redelijk voorspelbaar is.

Lokale (of subregionale) inkoop Schoolvervangende dagbehandelingen, dagbehandelingen gericht op werk (16+); alle extramurale vormen van hulp voor Jeugd met een Beperking.

Lokale (of subregionale) inkoop Laagcomplexe problematiek en zorgaanbod, eenduidige vormen van behandeling of begeleiding, waarbij het beloop redelijk voorspelbaar is en medicatiecontrole.

3) De regionaal ingekochte hulp is vooral aanvullend op de lokale infrastructuur.

5 Hierover is in het DB van 19 mei 2021 een besluit genomen en vindt momenteel nog een marktconsultatie plaats.

19

4) De regionale hulp is samenhangend en continuïteit van plaats en behandelaar voor de jeugdige is maximaal. Bij medische verwijzingen altijd check door aanbieder of probleem bredere oorzaak heeft dan bij de jeugdige zelf.  Begrotingsuitgangspunt 2023 (8): De raming voor zorglasten Dagbehandeling en Ambulante hulp gaan uit van lokale inzet buiten de GRJR, tenzij. De huidige opdrachtenstructuur bestaat uit de opdrachten A tot en met F waarbij de opdrachten B en C ook nog 4 respectievelijk 3 percelen kennen, weten: Opdracht A: Pleegzorg Opdracht B: Opname Opdracht C: Langdurig Verblijf Opdracht D: Daghulp Opdracht E: Ambulante hulp Opdracht F: Crisishulp Doordat bij al deze eenheden separaat was gegund was het zorglandschap opgeknipt in 11 stukken. Destijds is dit gedaan om te komen tot opdrachten die behapbaar waren voor de aanbieders, zeker in combinatie met de eis om te kunnen leveren voor alle drie de domeinen (GGZ, J&O en LVB). Dit opknippen van het zorglandschap blijkt in de praktijk belemmerend voor de transformatie, omdat een jeugdige nu eenmaal niet in een vakje van het zorglandschap blijft zitten maar vaak verschillende vormen van hulp nodig heeft. Als er bijvoorbeeld afgeschaald wordt van hulp met verblijf naar ambulante hulp kan dat niet altijd bij dezelfde aanbieder.

Door de stuurgroep inkoop is gekozen voor een nieuwe ordening van de opdrachten die veel meer is geënt op de kenmerken van de aanbieders. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 3 categorieën aanbieders:  Systeem aanbieders die in staat zijn een brede opdracht, het grootste gedeelte van de huidige opdrachten B, C, D, E en F, uit te voeren en daarbij als strategisch partner van de GR te fungeren bij de vormgeving van de transformatie;  Prestatie aanbieders die opdracht A kunnen uitvoeren en specifieke vormen van de huidige opdrachten B, C, D en E;  Flex aanbieders die desgevraagd extra volume kunnen leveren waar nodig. 2.3.4 Bekostiging van specialistische jeugdhulparrangementen Het arrangementenmodel blijft in de nieuwe inkoopstrategie de basis voor de bekostiging van de diverse soorten ingekochte jeugdhulp. Een toegewezen arrangement wordt door een aanbieder uitgevoerd en vervolgens gedeclareerd bij de gemeente. De deelnemende gemeenten doen toewijzingen en beoordelen declaraties, de GRJR verzorgt de betalingen en houdt de ontwikkeling van de jeugdhulpinzet en -uitgaven bij met behulp van uitvoeringsinformatie uit het berichtenverkeer tussen gemeenten en aanbieders. De in de inkoopstrategie gekozen categorisering van aanbieders impliceert dat voor de specifieke vormen van specialistische jeugdhulp aanbieders uit verschillende 20

categorieën kunnen worden ingezet. Voor de inhoudelijke opdrachten worden dus meerdere aanbieders gecontracteerd die uit het budget bij die opdracht moeten worden betaald. Om de benodigde en ingezette middelen te begroten en verantwoorden blijft dus een budgetindeling nodig naar de soort jeugdhulp die kunnen worden onderscheiden. De inkoopstrategie geeft vooralsnog geen aanleiding tot wijziging van de bestaande budgetindeling A t/m F, zodat de administratieve impact beperkt kan worden en op de uitgaven voor de diverse soorten jeugdhulp kan worden gestuurd. Wel zal onder meer de koppeling tussen de budgetten in de GRJR-begroting en de budgettoekenningen op basis van de contracten moeten worden aangepast.  Begrotingsuitgangspunt 2023: (9) De budgetindeling voor ingekochte zorg wordt niet gewijzigd in verband met de nieuwe aanbesteding.  Begrotingsuitgangspunt 2023: (10) De lastenraming per zorgbudget wordt gebaseerd op de te verwachten toewijzingen en declaraties van arrangementen. 2.3.5 Woonplaatsbeginsel Per 2022 wordt een aangepast woonplaatsbeginsel ingevoerd. Uitgangspunt in de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel wordt de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP).

Bij jeugdhulp met verblijf is het uitgangspunt dat als woonplaats geldt: de gemeente waar de jeugdige onmiddellijk voorafgaande aan een of meerdere verblijfstrajecten zijn woonadres volgens de BRP had. De gemeente waar de jeugdige vandaan komt, blijft dus verantwoordelijk voor de jeugdige en voor de kosten van de jeugdhulp voor deze jeugdige. Door deze wijziging zal in sommige gevallen een andere gemeente verantwoordelijk worden voor de zorg voor jeugdigen waar ze nu voor verantwoordelijk zijn; met name zal een en ander wijzigen voor de groep kinderen met een voogdijmaatregel. Het is de bedoeling dat al deze jeugdigen uiterlijk op 1 januari 2022 administratief worden overgedragen van gemeente A naar gemeente B. Een gevolg van de aanpassing van het woonplaatsbeginsel is ook dat het budget voor voogdij en 18+ objectief verdeeld kan worden. Hierover zijn gemeenten geïnformeerd door het Rijk in de meicirculaire 2021. De overgang van het historisch verdeelmodel naar een objectief verdeelmodel zal daarmee ook gevolgen hebben voor de middelen die de individuele gemeenten ontvangen ter dekking van de kosten. Naar aanleiding van de aanpassing van het woonplaatsbeginsel zal bij eerstvolgende begrotingswijziging 2022 de lastenraming (het regionale budget) evenals de inleg van de gemeenten worden aangepast, rekening houdend met de verschuivingen in de genoemde meicirculaire. hun middelen.

Immers er zullen verschuivingen plaatsvinden in aantallen kinderen in zorg tussen gemeenten zowel over de regiogrenzen als binnen de regio.  Begrotingsuitgangspunt 2023 (11): De verwachte verschuivingen als gevolg van het woonplaatsbeginsel worden, met de objectieve (her)verdeling als grondslag, verwerkt in de totale zorglastenraming en in de bijdrage per gemeente. De begroting 2022 wordt hierop eveneens gewijzigd.

21

2.3.6 Wachttijden Voor de zomer 2021 is het project Aanpak Wachttijden officieel van start gegaan. De doelstelling is tweeledig:  Eind 2022 ontvangen alle jeugdigen die specialistische ambulante jeugdhulp nodig hebben, dit binnen drie maanden na aanmelding (of sneller waar nodig of mogelijk);  Eind 2022 is er een duurzame werkwijze geïmplementeerd die ervoor zorgt dat de wachttijden maximaal drie maanden blijven. In het project Aanpak Wachttijden zijn onder meer de volgende acties in gang gezet (niet limitatief):  Inzet extra middelen voor ambulante hulp (opdracht E), waarvoor aanbieders extra personeel hebben aangetrokken en de stop op zorg kon worden opgeheven;  Opschonen van dubbelingen in verschillende wachtlijsten;  Actualiseren van de hulpvraag specifiek van 18+-ers en vanuit GI’s;  Analyse van dossiers van langstwachtenden;  Aanpassing van de zorgbemiddeling op opdracht E, zodat voor alle nieuwe aanmeldingen zorgbemiddeling wordt aangevraagd en alle jeugdigen die langer dan twee maanden wachten worden bemiddeld;  Aanpak van knelpunten rond gegevensuitwisseling;  Analyse van de situatie en onderzoek naar structurele oplossingen;  Voorbereiding van pilots vanuit het transformatie/innovatiebudget;  Nauwe samenwerking met het Ketenbureau i-Sociaal Domein over ontwikkeling berichtenverkeer in relatie tot wachttijdinzicht.

Het moment van eind 2022 is gekozen als richtpunt voor het project vanwege de nieuwe inkoop waarvan de contracten per 1 januari 2023 zullen ingaan. Eerder gingen we er van uit dat het wegwerken van de wachttijden/wachtlijsten en het terugkeren naar een acceptabele situatie in het zorglandschap zo’n 3 jaar in beslag neemt. De voortgang wordt gemonitord en geëvalueerd, zodat zo nodig ook in 2023 met extra middeleninzet de wachttijden geconsolideerd kunnen worden. Het is niet de bedoeling dat aanbieders rekenen op extra middelen, wel is het wenselijk om dit mogelijke beslag op gemeentelijke middelen te voorzien in de begroting 2023. Dit kan betekenen dat het financieel perspectief voor 2023 (nu nog zonder extra uitgaven om wachttijden structureel te voorkomen) in de begroting 2023 met een fors bedrag zal worden bijgesteld (ordegrootte tot €15 miljoen). Verdere ontwikkelingen zullen in de loop van 2022 volgen.  Begrotingsuitgangspunt 2023 (12): Er wordt voor 2023 eenmalig budget Aanpak Wachttijden gereserveerd; over de beschikbaarstelling aan aanbieders wordt pas op basis van projectrapportage beslist. 2.3.7 Landelijk ingekochte jeugdhulp LTA-contracten blijken al jaren een substantieel deel van de uitgaven te bepalen en veelal met tegenvallers achteraf.

De grip op deze kosten is beperkt mede doordat het de contractvoorwaarden landelijk worden bepaald en de betreffende aanbieders niet eenvoudig vanuit regionaal contractmanagement zijn te bereiken. Desondanks bekijkt 22

de GRJR wat de mogelijkheden zijn om in ieder geval de voorspelbaarheid van de uitgaven te vergroten en daarop de begroting te baseren. Als de vlaktaks wordt afgeschaft per 31-12-2022 (zie volgend hoofdstuk) vervalt een belangrijk motief om de LTA-uitgaven via de GRJR te laten verlopen. In het kader van de inkoopaanpak wordt mogelijk er voor gekozen om LTA aanbieders te bekostigen door de gemeenten zonder tussenkomst van de GRJR. Tegelijkertijd zal de Uitvoeringsorganisatie GRJR de bovenlokale belangenbehartiging naar de VNG en de landelijke gecontracteerde aanbieders blijven verzorgen. 2.3.8 Overige uitgaven jeugdhulpaanbieders De begroting bevat uitgaven die niet de inkoopcontracten zijn geregeld maar met subsidies. Er wordt nog nagedacht over hoe hiermee wordt omgegaan in en/of na de inkoop 2023.6 Voor Expertiseteam (zie Regiovisie) wordt een apart budget geraamd.

6 Het gaat om zaken als: Subsidie Bijzondere kosten pleegzorg (kosten landen in opdracht A, Subsidie Kleinschalige

woonvoorzieningen (kosten landen in opdracht C4), Buitenregionale plaatsingen (inclusief pleegzorg), Subsidie Extra ASR (Adolescentenrecht), Acute dienst GGZ, Opdracht F Crisishulp

23

Hoofdstuk 3 De jeugdbeschermingsketen

24

3. De jeugdbeschermingsketen 3.1 Inleiding In de hoofdtaken van de GRJR is onderscheid tussen enerzijds de jeugdhulp (zie hoofdstuk 2) en anderzijds de jeugdbescherming en jeugdreclassering (‘gecertificeerde instellingen’, GI’s) en Veilig Thuis die op GRJR-schaal door middel van subsidie worden gefinancierd. Een belangrijk deel, maar niet alle, van deze taken hebben een directe wettelijke grondslag. Deze diensten zijn onderdeel van de zogenaamde beschermingsen veiligheidsketen (verder: jeugdbeschermingsketen). In deze keten werken gemeenten met lokale veiligheidspartners samen maar ook met landelijk georganiseerde partijen zoals de Raad voor de kinderbescherming en rechtbanken. In dit hoofdstuk worden relevante ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen aangestipt die van belang (kunnen) zij voor de begroting 2023.

3.2 Ontwikkelingen in de jeugdbeschermingsketen vanaf 2023 3.2.1 Uitgangspunt Regiovisie De Regiovisie op de jeugdhulp in Rijnmond bestrijkt de relatie tussen jeugdzorg en de jeugdbeschermingsketen. In de Regiovisie staat dat de inzet van de jeugdbeschermingsketen nauw dient aan te sluiten bij de lokale werkwijze en de behoefte van het gezin. Die aansluiting gaat in de eerste plaats om de inhoud: de integrale werkwijze die uitgaat van een brede blik en een gezinsgerichte benadering van veiligheid. Deze werkwijze zet in op duurzaam herstel van veiligheid en daarop moet de jeugdbescherming naadloos aansluiten. Dit doen we door de gefaseerde ketenzorg benadering toe te passen. Belangrijke ingrediënten daarin zijn dat: • Het hele huishouden van belang is voor het herstel van veiligheid • Dat het van belang is om altijd eerst te werken aan de directe veiligheid en… • …dat veiligheid en herstel een kwestie is van lange adem en dat gezorgd moet worden voor structurele verbetering door in te zetten op bescherming, praktische hulp, ondersteuning van de opvoedingssituatie, aanpakken van in standhoudende risicofactoren en behandeling van de problematiek van alle leden van het gezin. Een tweede belangrijke voorwaarde voor een goede aansluiting van de veiligheidsketen op de lokale infrastructuur is een vereenvoudigde inrichting van de kind- en gezinsbeschermingsketen.

Dit is hard nodig, want de huidige jeugdbeschermingsketen is complex, werkwijzen van de betrokken organisaties sluiten niet goed op elkaar aan en leiden tot onduidelijkheid bij ouders. Ook is er overlap van taken en een lange keten tussen wijkteam, Veilig Thuis en Raad voor de Kinderbescherming, gecertificeerde instelling en rechtsspraak. 3.2.2 Aansluiting op lokale infrastructuur, samenwerking en casusregie In 2019 is in opdracht van de GRJR een extern onderzoek uitgevoerd naar de tarieven van Jeugd Bescherming Rotterdam Rijnmond en de William Schrikker Stichting. In dit onderzoek is ook gekeken naar welke taken de GI’s regionaal uitvoeren maar ook of er 25

taken zijn die wellicht ook lokaal (bij de lokale teams) belegd worden. Hierbij wordt vooral aan de zogenaamde taken ten aanzien van drang gedacht. In 2020 heeft een werkgroep gekeken of en hoe deze beweging naar de lokale teams gemaakt kan worden en wat dit dan voor de lokale teams betekent. Dit heeft geleid tot overheveling van intensieve hulpverlening (voorheen drang) naar gemeenten. Dit heeft een verlaging van de begroting voor de GI’s tot gevolg die in de begroting 2022 structureel is verwerkt. In de begrotingen 2018-2022 komen meerdere budgetten terug ten behoeve van de beschermingsketen. Het is voor een buitenstaander niet altijd direct duidelijk wat bedoeld wordt met de betreffende budgetten en of het gemaakte onderscheid aansluit bij de doelen uit de Regiovisie. De Begroting 2023 kan worden benut als moment om dit aan te scherpen. Er is behoefte aan een duidelijker splitsing tussen het werk van JBRR als jeugdbescherming en zaken die JBRR uitvoert t.b.v. de regio (niet wettelijke taken zoals Crisis Interventie Team en Zorg Bemiddeling Team), waardoor deze splitsing wordt doorgevoerd op zowel inhoud, “aansturing” als bekostiging.  Begrotingsuitgangspunt 2023 (13): In de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen kosten GI’s in verband met wettelijke en niet-wettelijke taken.

3.2.3 Vereenvoudiging beschermingsketen Landelijk wordt er gewerkt om met uitvoeringspartijen, departementen, gemeenten, cliënten, burgers, toezichthouders, wetenschap en andere kennisdragers te komen tot een toekomstscenario van een nieuwe, vereenvoudigde, inrichting voor de Nederlandse jeugd- en gezinsbescherming waarbij de GGZ ook een nadrukkelijke rol krijgt. De vereenvoudiging heeft tot doel dat kinderen en gezinnen, waar een veelvoud van factoren heeft geleid tot onveiligheid die het ontwikkelperspectief van de kinderen bedreigt, tijdig de juiste hulp en ondersteuning of zorg ontvangen. De Jeugdhulpregio Rijnmond wil daarbij de ruimte behouden om te sturen op de vertaling van het landelijke toekomstscenario naar de specifieke kenmerken van onze diverse inwonerspopulatie. De ontwikkeling zal meerdere jaren gaan duren. Op dit moment zijn eventuele gevolgen voor de begroting van de GRJR niet te overzien, maar deze worden voor 2023 nog niet verwacht. Mogelijk zal per 2023 een proeftuin starten waarvoor extra middelen van het rijk via de gemeenten beschikbaar komen 3.2.4 Veilig Thuis De GRJR verzorgt de bekostiging van Veilig Thuis door middel van een subsidie. De hoogte van de subsidie is afgestemd op de taakomvang. Gedurende het jaar 2020 bleek de instroom bij VTRR hoger te zijn dan verwacht. Vooral het aantal adviesvragen is fors gestegen.

Ook het aantal overdrachten is een stuk hoger dan begroot. VTRR is momenteel nog aan het analyseren wat de oorzaken en mogelijke oplossingen zijn voor deze hogere instroom. Ze verwachten voor 2021 in ieder geval met hogere instroom te maken te krijgen. Wat dit voor de instroom 2023 gaat betekenen en voor het begrote budget is nog lastig aan te geven omdat we niet weten hoe de instroom 26

zich gaat ontwikkelen. Dit zal gedurende de komende periode goed uitgezocht moeten worden. Er is er nog geen aanpassing geweest in het meerjarenperspectief en een dergelijke intensivering moet worden afgewogen tegen de gelimiteerde gemeentelijke middelen.  Begrotingsuitgangspunt 2023 (14): Het Veilig Thuis-budget wordt reëel geraamd op basis van realistische volumeinschattingen.

27

Hoofdstuk 4 Organisatie regionale samenwerking en informatievoorziening

28

4. Organisatie regionale samenwerking en informatievoorziening 4.1 Inleiding Naast de inkoop van jeugdhulp en de subsidiëring van de jeugdbeschermings- en veiligheidsketen staat in de Gemeenschappelijke regeling voor de GRJR als taak ook: ‘Het bevorderen van gezamenlijk overleg van de gemeenten inzake de uitvoering van de jeugdhulptaken, welke ingevolge de Jeugdwet aan de gemeenten zijn opgedragen’. Hieronder wordt ook begrepen het met informatievoorziening faciliteren van gemeenten in het leren van elkaar en het behartigen van gemeentelijke belangen. In dit hoofdstuk gaat het om de organisatorische opgaven van de GRJR om alle opdragen taken te kunnen uitvoeren en die kunnen worden geschaard onder de noemer “Organisatie regionale samenwerking en informatievoorziening”: governance, contractmanagement, informatievoorziening en P&C-cyclus. In de begroting van de GRJR zijn onder de noemer “Uitvoeringskosten” alle hieraan gerelateerde budgetten opgenomen. Dit hoofdstuk van de kadernota gaat in op de uitgangspunten voor dit deel van de begroting in relatie tot de Regiovisie.

4.2 Ontwikkelingen 4.2.1 Uitgangspunt Regiovisie De keuze voor een meerjarig transformatieprogramma op basis van de Regiovisie in combinatie met de nieuwe contracten voor specialistische jeugdhulp wordt jaarlijks uitgewerkt in een regioagenda. Dit heeft gevolgen voor de opdracht van de GRJR, die in 2023 daardoor er als volgt uit ziet:  Organiseren van bestuurlijke besluitvorming over financiën en contractering van specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming/ jeugdreclassering.  Organiseren van contractmanagement ten behoeve van de nieuwe contracten. Dit met aandacht voor afstemming tussen sub-regio’s in Rijnmond en aanbieders.  Organiseren van data-gedreven werken op basis van het Strategisch Informatieplan. Dit met aandacht voor het factorenmodel.  Opstellen van de Regioagenda samen met het programmateam. Dit om planmatig de voortgang in het transformatieprogramma te bewaken.  Organiseren, samen met het programmateam, van bijeenkomsten en activiteiten voor bestuurders en maatschappelijke partners. Dit om inhoudelijk bij te dragen aan transformatie van jeugdhulp.  Inbrengen van het standpunt van de GRJR in landelijke en bovenregionale overleggen over jeugdhulp. Dit om de belangen als jeugdhulpregio te borgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11088436/1