Bijlage 2 Beantwoording effecten Bisfenol (BPA)
Tekst van het document
Memo aan
van
De leden van de gemeenteraad
Wethouder Hottentot
datum
pagina
31 oktober 2023
1 van 9
Bijlage 1 beantwoording effecten Bisfenol (BPA) Er is geen bewijs dat windturbines grote hoeveelheden BPA in het milieu brengen Door zowel AFP (7 augustus 2023, https://factchecknederland.afp.com/doc.afp.com.33QK9FJ) als Factcheck Vlaanderen (3 juni 2022, https://factcheck.vlaanderen/factcheck/windturbines-verliezengeen-62-kg-per-turbine-aan-microplastic) is een factcheck uitgevoerd op Bisfenol A in windturbinewieken. Daarnaast is er door het lid Van Haga (Groep van Haga) een 20-tal vragen gesteld aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en voor Klimaat en Energie over de schadelijke gevolgen van eroderende windturbines voor gezondheid en economie (ingezonden 24 augustus 2022). Minister Jetten (Klimaat en Energie), mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 24 november 2022) heeft hierop antwoorden geformuleerd: zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2022–2023, nr. 67 https://open.overheid.nl/documenten/oepff178dd69ad42a400f771cba1b706e7af7ca9074/pdf In tegenstelling tot wat op sociale media wordt beweerd, is er geen bewijs dat uitgeholde wieken van windturbines aanzienlijke hoeveelheden van de chemische stof Bisfenol A (BPA) in het milieu brengen. BPA is een hormoonverstorende stof die onderhevig is aan strenge Europese regelgeving.
Hoewel BPA wordt gebruikt om hars te maken die de turbinebladen versterkt, hebben experts aan AFP uitgelegd dat er alleen restsporen van BPA achterblijven in de bladen zelf en dat er dus slechts kleine hoeveelheden vrijkomen als de bladen slijten. Sommige onjuiste beweringen in de online berichten verwijzen ook naar een Noors onderzoek dat volgens een Schotse universiteit een verkeerde voorstelling gaf van het werk van haar onderzoekers over de corrosie van de windturbinebladen. Berichten waarin onjuist wordt beweerd dat windturbinebladen BPA in het milieu vrijlaten als ze eroderen, circuleren herhaaldelijk op sociale media in verschillende talen, waaronder in het Nederlands, Engels en Frans. In berichten in het Nederlands op Facebook en Twitter zoals hier, hier en hier wordt ten onrechte beweerd dat windturbines grote hoeveelheden fijnstof BPA produceren wanneer ze verslijten. Vergelijkbare beweringen circuleerden in juni in andere talen, bijvoorbeeld in het Frans. De beweringen gaan vergezeld van foto's die geërodeerde of kapotte turbines lijken te tonen.
Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl
datum
pagina
betreft
31 oktober 2023
2 van 9
Beantwoording toezeggingen commissie 25-10
Deskundigen hebben echter uitgelegd dat turbinebladen inderdaad tijdens hun levensduur kunnen eroderen, maar dat er een verwaarloosbare hoeveelheid BPA in de bladen zit en dat er geen bewijs is dat er door erosie grote hoeveelheden BPA vrijkomen. •
Achtergrond informatie
Wat is BPA? "Bisfenol A (BPA) is een chemische stof die in veel plastic producten zit. Ook wordt het soms gebruikt in verpakkingsmateriaal van voedsel. Het kan van daaruit in kleine hoeveelheden in ons voedsel terechtkomen," is te lezen op de Nederlandse website Waarzitwatin.nl, gemaakt door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de organisatie VeiligheidNL. Op de website wordt er ook gezegd dat het consumeren van te veel BPA "schadelijk is voor de vruchtbaarheid en een effect kan hebben op het hormoonsysteem". Daar wordt aan toegevoegd dat er Europese regelgeving bestaat voor het gebruik van BPA in producten om ervoor te zorgen dat mensen niet worden blootgesteld aan schadelijke hoeveelheden. In 2018 voerde de Europese Commissie een verbod in op het gebruik van BPA in tuitbekers en zuigflessen voor kinderen. Sommige EU-lidstaten hebben hun eigen beperkingen ingevoerd. Frankrijk heeft bijvoorbeeld een verbod op het gebruik van BPA in voedselverpakkingen ingevoerd in 2015. In april 2023 verlaagde de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) de aanbevolen toelaatbare dagelijkse inname (TDI) van BPA aanzienlijk. In Nederland is BPA niet verboden in voedselverpakkingen omdat "het niet altijd duidelijk is of de alternatieven veilig zijn", staat te lezen ineen artikel op de website van het Voedingcentrum.
Desondanks worden producenten aangespoord om het gebruik van BPA te verminderen en veiligere alternatieven te ontwikkelen, wordt gemeld in het artikel. Hoewel er zeker een verscheidenheid aan gezondheidsproblemen is, ontbreekt er een deel context in een van de zinnen van de online berichten in het Nederlands, waarin wordt beweerd dat BPA "zeer kankerverwekkend" is. Het debat over de vraag of BPA bewezen kankerverwekkend is, duurt namelijk nog steeds voort. Er wordt al jaren onderzoek gedaan naar de toxiciteit van BPA voor mensen en de stof wordt ervan verdacht kankerverwekkend te zijn, maar de beschikbare gegevens laten op dit moment niet toe dit met zekerheid te bevestigen (hier gearchiveerd). Wetenschappers leggen uit dat BPA geen belangrijk bestanddeel is van windturbinebladen Epoxyharsen op basis van BPA zijn een van de materialen die vaak worden gebruikt in windturbinebladen om ze sterk en licht te maken. De hars "is hetzelfde type hars dat wordt gebruikt in ski's of tennisrackets, de boot van François Gabart of de carrosserie van auto's tijdens de 24 uur van Le Mans", zei Jean-François Gérard, plaatsvervangend wetenschappelijk directeur van het Institut de Chimie van het Centre National de la Recherche Scientifique (CNRS - Nationaal Centrum voor Wetenschappelijk Onderzoek) in Frankrijk aan AFP op 12 juni 2023.
datum
pagina
betreft
31 oktober 2023
3 van 9
Beantwoording toezeggingen commissie 25-10
Fabrikanten gebruiken BPA bij het maken van deze epoxyharsen, maar experts hebben aan AFP uitgelegd dat de definitieve bladen slechts kleine sporen van de oorspronkelijke chemische stof bevatten. Gérard beschreef BPA als een "beginverbinding" in de hars waaruit de wieken zijn opgebouwd. "Het is een kleine molecule die een voorloper is van de hars, die vervolgens kan polymeriseren en uitharden: het is een molecule die wordt getransformeerd tot iets anders," zei hij. Professor Aart van Vuure van het Department of Materials Engineering (MTM) aan de KU Leuven in België zei dat de bekendste epoxyhars diglycidylether van Bisfenol A, of DGEBA, is. "Bisfenol A (BPA) is een schadelijke chemische stof, maar het is een grondstof voor DGEBA, dus zodra de DGEBA is gemaakt, zal het slechts sporen van BPA bevatten," legde van Vuure uit aan AFP in een e-mail van 25 juli 2023. "Wanneer de DGEBA, dat vloeibaar is, vervolgens wordt uitgehard (met de tweede lijmcomponent, meestal een amine of anhydride), wordt het een inerte thermohardende epoxyhars," voegde hij eraan toe. "Zelfs als er erosie optreedt (als de toplaag misschien beschadigd raakt), is de uitgeharde epoxyhars een inert materiaal en zal het maximaal kleine sporen van achtergebleven BPA bevatten," zei Pr. van Vuure.
Régis Olivès, directeur van de Sup'EnR ingenieursschool in Perpignan, Frankrijk, die zich bezighoudt met energietechniek en hernieuwbare energie, zei dat de epoxyharsen "niet het hoofdbestanddeel" van de wieken waren en werden gecombineerd met glas- of koolstofvezels. "De hoeveelheden Bisfenol in epoxyharsen zijn minuscuul", zei hij aan AFP op 16 juni. Hij liet ook weten dat sommige fabrikanten wieken produceren zonder epoxyhars, en dus zonder enig spoor van BPA.
Minister Jetten, (Klimaat en Energie), mede namens de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zegt dat het klopt dat er bij de productie van de bladen van windturbines een epoxy wordt gebruikt. ‘Een component voor het maken van deze epoxy is inderdaad Bisfenol A (BPA). BPA wordt echter vrijwel volledig omgezet tijdens het chemische proces dat plaatsvindt. In het eindproduct kan een kleine hoeveelheid niet-omgezette BPA aanwezig blijven. Deze overgebleven hoeveelheid BPA verschilt per product, maar ligt in de ordegrootte van 0,001 tot 0,01%.” Dit is beduidend lager dan de 30–40% BPA die in de vraag van kamerlid Haga wordt genoemd. “Er is Europese wet- en regelgeving (REACH-verordening) voor het gebruik van BPA in producten. Dit is de laatste jaren ingesteld en wordt de komende jaren nog verder aangescherpt. Deze wet- en regelgeving moet ervoor zorgen ervoor dat mensen niet worden blootgesteld aan schadelijke hoeveelheden. BPA wordt namelijk niet alleen gebruikt in windturbines, maar ook in tal van andere producten zoals bijvoorbeeld plastics die worden toegepast in bijvoorbeeld bouwmaterialen, elektronica, plastic flessen, (voedsel) verpakkingsmateriaal, implantaten, infuusapparatuur en speelgoed. Daarnaast wordt BPA onder meer gebruikt in bepaalde tandheelkundige materialen, in inkt, in thermisch papier waaronder kassabonnen en dus als basis voor epoxy-verven en -lijmen.
datum
pagina
betreft
31 oktober 2023
4 van 9
Beantwoording toezeggingen commissie 25-10
Daarnaast is het correct dat bisfenol A tot de zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) wordt gerekend vanwege hormoonverstorende eigenschappen en schadelijkheid voor het immuunsysteem.” https://open.overheid.nl/documenten/oep-ff178dd69ad42a400f771cba1b706e7af7ca9074/pdf Er is een quickscan uitgevoerd door het RIVM: “Beoordeling mogelijke risico's van chemische stoffen en plastic deeltjes van windturbines op zee” https://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/20220241.pdf. Hieruit blijkt dat op dit moment niet bekend is of bij Nederlandse windturbines op zee daadwerkelijk epoxy coatings en opofferingsmetalen worden gebruikt. Het RIVM heeft daarom een denkbeeldig scenario doorgerekend om inzicht te krijgen in mogelijke schadelijke effecten áls ze worden gebruikt. Om deze effecten niet te onderschatten heeft het RIVM gerekend met de ongunstigste aannames over de hoeveelheid stoffen die vrijkomen. Zeker is dat de uitstoot van zink, indium, lood en cadmium uit opofferingsmetalen bij windturbines op zee niet schadelijk zijn voor mens en milieu. Het gebruik van epoxy coatings kan mogelijk wel schadelijk zijn. Of dit in de praktijk ook echt zo is, hangt sterk af van de gebruikte coating. Het verschilt namelijk per coating hoeveel en welke stoffen eruit kunnen vrijkomen. Het is daarom belangrijk om een beter beeld te krijgen welke coatings bij de huidige windturbines op zee worden gebruikt.
Ook beveelt het RIVM aan om bij nieuwe windturbines uit voorzorg coatings te gebruiken waar geen of weinig stoffen uit weglekken. Er is nog weinig informatie beschikbaar over hoeveel plastic deeltjes door slijtage van turbinebladen in de omgeving terechtkomen. Het RIVM schat dat de hoeveelheid plastic deeltjes die hierdoor in de zee komt kleiner is dan via andere bronnen, zoals de Nederlandse scheepvaart. Er bestaan tegenwoordig technieken om die slijtage zo veel mogelijk tegen te gaan. De precieze hoeveelheid deeltjes hangt onder andere sterk af van de gebruikte techniek. Experts zeggen dat bij erosie geen significante hoeveelheden BPA vrijkomt Erosie tast windturbines aan door hun hoge rotatiesnelheid en blootstelling aan regen, hagel en wind, zoals Kako Naït Ali, een materiaalingenieur en wetenschappelijk commentator, uitlegt op haar blog (hier gearchiveerd). Deskundigen hebben aan AFP echter uitgelegd dat coatings op de wieken de verspreiding van de materialen die ze bevatten voorkomen en dat zelfs de materialen binnenin sowieso geen hoge BPAniveaus zouden hebben, zoalshierboven uitgelegd. Deze "lagen coating, een toplaag en een gellaag, beschermen de bladen en zijn niet op epoxygebaseerd.
Ze voorkomen de verspreiding", zei Jérémy Simon, algemeen afgevaardigde van het Franse Syndicat des énergies renouvelables (SER - handelsvereniging voor hernieuwbare energie) aan AFP op 14 juni 2023. "In het geval dat BPA vrijkomt tijdens de werking van het windpark, zouden de afgifte minimaal zijn en in verwaarloosbare hoeveelheden, volgens onze berekeningen in de orde van enkele milligrammen per windturbine," voegde Simon eraan toe.
datum
pagina
betreft
31 oktober 2023
5 van 9
Beantwoording toezeggingen commissie 25-10
Een rapport uit 2015 (hier gearchiveerd) voor de Europese epoxy-industrie waarin het potentieel voor BPA-emissies van windturbines werd beoordeeld, kwam ook tot de conclusie dat de hoeveelheid BPA die vrijkomt bij windturbines tijdens hun operationele levensduur "verwaarloosbaar" zou zijn. "Het potentieel vrijkomen van BPA is naar verwachting verwaarloosbaar tijdens de levensduur. De enige manier waarop epoxydeeltjes vrijkomen uit draaiende windturbinebladen is door de mechanische spanning en krassen van de beschermende coating, waardoor de onderliggende hars bloot komt te liggen," staat in het rapport, dat werd uitgevoerd door het Duitse bedrijf Beratungsgesellschaft für integrierte Problemlösungen (BiPRO - Adviesbureau voor geïntegreerde probleemoplossingen), sindsdien overgenomen door het Deense ingenieursbureau Ramboll. In het rapport van 2015 werd echter wel vastgesteld dat er BPA-emissies waren tijdens het productieproces. De conclusie is samengevat in deze tabel:
Screenshot van de bevindingen gepubliceerd in juli 2015 door het Duitse bedrijf BiPRO over Bisfenol A emissies van windturbinebladen in Europa, vastgelegd op 15 juni 2023. Er is bezorgdheid over de impact van BPA uit industriële locaties op het lokale milieu, bijvoorbeeld in dit rapport van de US Geological Survey. Sommige beweringen citeren een onbetrouwbaar Noors onderzoek In de berichten die in het Frans circuleren wordt er beweerd dat een Noors onderzoek (hier gearchiveerd) heeft bewezen dat windmolens "een grote hoeveelheid" BPA afgeven als ze slijten. De studie uit 2021 werd gepubliceerd op een Nederlandse site, windwiki.nl, die op zijn homepage beweert "medisch onderzoek naar windturbines voor iedereen toegankelijk" te maken (hier gearchiveerd). De website is gemaakt door een groep van zes artsen die kritisch tegenover windturbine-installaties in Nederland staan. (Mw. S. van Manen – Huisarts in Den Bosch is medeinitiatiefnemer Windwiki.nl. Betrokken hierbij is ook Dhr. J. de Laat – gep. Audioloog/Klinisch fysicus bij het LUMC.)
datum
pagina
betreft
31 oktober 2023
6 van 9
Beantwoording toezeggingen commissie 25-10
AFP kon geen bewijs vinden dat de studie ooit in een wetenschappelijk tijdschrift werd gepubliceerd. In het Noorse onderzoek wordt beweerd dat in Noorwegen elke turbine 62 kg nanoplastics en microplastics per jaar afgeeft. Om de conclusies te onderbouwen worden gegevens aangehaald uit een onderzoek (hier gearchiveerd) van de Universiteit van Strathclyde in Schotland naar de effecten van regenval en andere omgevingsfactoren op de erosie van windturbinebladen in Groot-Brittannië en Ierland. Het oorspronkelijke Schotse onderzoek werd in januari 2021 gepubliceerd in het Journal of Bio- and Tribo-Corrosion. Het had als doel om de correlatie tussen het weer en bladerosie in kaart te brengen en had niets te maken met BPA-emissies. In een e-mail aan AFP van 12 juni zei een woordvoerder van de Universiteit van Strathclyde dat de Noorse studie de gegevens van haar onderzoekers "verkeerd had geïnterpreteerd en gebruikt". De woordvoerder legde uit dat het door de Noorse studie berekende massaverlies van windturbinebladen door erosie te hoog was omdat er geen rekening mee was gehouden dat slechts een klein deel van de voorrand van het blad onderhevig is aan meetbare regenerosie. Hij suggereerde dat hun schattingen "zeer aanzienlijk" naar beneden moesten worden bijgesteld.
Factcheck Vlaanderen is nog wat dieper op dit onderzoek ingegaan, nadat op 13 april op de Nederlandse website OpinieZ een artikel verscheen met als titel ‘windparken barstenvol giftig microplastic: stop ermee!’. Zoals de titel doet vermoeden, staat in het artikel dat windmolens schadelijk zijn voor het milieu omdat ze zorgen voor 62 kilogram vervuiling per jaar, per turbine. Als bron voor deze claim baseren zij zich op een onderzoeksrapport uitgevoerd door Noorse auteurs die zichzelf de ‘The Turbine Group’ noemen. The turbine group veralgemeent resultaten uit schotse studie OpinieZ stelt dat “de University of Strathclyde in Glasgow onderzoek deed naar windturbines in Noorwegen”. Dat klopt niet helemaal. Het niet-peer-reviewed Noorse rapport van The Turbine Group baseerde zich op een paper van onderzoekers van de Universiteit van Strathclyde. De paper onderzocht het verband tussen de erosie, of snelheid van slijtage, van windturbinebladen en regenval in Ierland en het Verenigd Koninkrijk. De Noorse auteurs hebben de gegevens uit het Schotse onderzoek echter verkeerd geïnterpreteerd. Als we het Noorse onderzoek van naderbij bekijken zien we dat het eigenlijk gaat om een extrapolatie. Zij gebruikten het percentage afvalverlies aan de voorste rand van een wiek, een berekening uit het Schotse onderzoek, en veralgemeenden dat percentage naar het gehele windturbineblad.
Coating rond windmolenwieken om slijtage tegen te gaan, bevat microplastics Slijtage of Leading edge erosie (LEE) treft bijna alle windturbines. Hierbij treedt erosie op aan de voorrand van een windturbineblad door regen, hagel, zand, stof, insecten en andere zwevende deeltjes. Het zorgt ervoor dat de jaarlijkse energieproductie en zo ook de winstgevendheid van turbines vermindert. Om de effecten van LEE tegen te gaan, worden voornamelijk coatings zoals epoxy, een soort kunsthars, gebruikt. Het is net deze epoxy dat microplastics bevat.
datum
pagina
betreft
31 oktober 2023
7 van 9
Beantwoording toezeggingen commissie 25-10
Voor de vervaardiging van epoxyharsen wordt grotendeels gebruik gemaakt van de chemische stof Bisfenol A (BPA). Sinds 2017 identificeert het Europees Agentschap voor chemische stoffen (EFSA) Bisfenol A als een zorgwekkende stof omdat het mogelijks een hormoonontregelaar is en dus ernstige gevolgen kan hebben voor de menselijke gezondheid. In 2015 concludeerde het EFSA dat BPA geen algemeen gezondheidsrisico inhoudt voor consumenten omdat de blootstelling via voeding of andere bronnen onder het veilig toegestane niveau ligt. EFSA is momenteel bezig met een herevaluatie van de risico’s voor de volksgezondheid. Alhoewel BPA zich ook via water of de lucht kan verspreiden, is voeding de belangrijkste bron waarmee mensen in contact komen met de stof. Dit kan via ingeblikt voedsel, thermisch papier of plastic flessen. Getest materiaal in schots onderzoek was niet gecoat Volgens het rapport van The Turbine Group, waarop OpinieZ hun claim baseert, bladert deze epoxy in enorme hoeveelheden van de windmolenwieken af waardoor er zo’n 62 kilogram microplastic per turbine, per jaar terecht komt in het milieu. Dit is een aanzienlijke kwantiteit want voor de Noorse windmolens alleen zou dit al zorgen voor 620 ton afval over 25 jaar. Maar het geteste materiaal in het Strathclyde onderzoek, waar The Turbine Group hun berekening op baseert, was niet gecoat.
The Turbine Group ging er vanuit dat alle materiaalverlies vanwege LEE gelijk zou zijn aan microplasticvervuiling. De verf en coatings (epoxy) zorgen net dat het composiet materiaal (glasvezels en epoxy) beschermd wordt tegen slijtage. Gecoate windturbinebladen geven dan ook een betere weerstand tegen regenerosie. Rapport past schade aan voorblad onterecht toe op volledige wiek De coating is niet de enige verkeerde interpretatie van het Schotse onderzoek. De auteurs van het onderzoek aan de Strathclyde Universiteit - Kieran Pugh en Margaret Stack – bevestigden via mail aan factcheck.vlaanderen dat de Noorse auteurs het erosiepercentage van de Stratclyde studie naar het gehele windturbineblad doortrekken. Dit is niet correct omdat slechts een klein deel van de voorrand van een wiek meetbare regenerosie ondervindt. Een groot deel van het oppervlak van het blad draait met lagere snelheden en is dus niet onderhevig aan regendruppels. Foute interpretatie van regenval Bart Bode, directeur van de Vlaamse Windenergie Associatie (VWEA), laat aan factcheck.vlaanderen weten dat het Noorse rapport ook met betrekking tot de regenval een aantal fouten maakt. Het Noors rapport vervijfvoudigt de regenval en gaat ervan uit dat ook de impact op de wieken bijgevolg vervijfvoudigt. Het Strathclyde onderzoek stelde net dat bij meer regenval de erosie niet in gelijke mate verergert.
Een tien keer hogere regenval zorgde bijvoorbeeld dat de erosie vervijfvoudigde en niet vertienvoudigde. Tot slot, ging men uit van een ‘worst-case scenario’ door te veronderstellen dat de windturbines nonstop zouden blijven draaien tijdens regenval. Werkelijke cijfers erosiemateriaal liggen lager In de wetenschappelijke literatuur valt niet zomaar 1 cijfer terug te vinden over materiaalverlies van windturbines. Rotorbladspecialisten bij Vleemo, een Vlaams windenergiebedrijf, laten weten dat het vrijkomend materiaal van hun windmolenwieken 640 gram per molen per jaar bedraagt.
datum
pagina
betreft
31 oktober 2023
8 van 9
Beantwoording toezeggingen commissie 25-10
Nog betere cijfers vinden we terug bij het Deense bedrijf Vestas, waarbij het erosiemateriaal ongeveer 50 gram per wiek per jaar is, 150 gram dus voor een turbine met 3 motorbladen. Vleemo gaf daarnaast mee dat, afhankelijk van omgevingsfactoren, om de 6 à 8 jaar een onderhoud aan het motorblad plaatsvindt. Hier wordt dan de eventuele schade door slijtage aan het voorblad gerepareerd. Voor die herstelling van de oppervlakte wordt 4,5kg - 1,5 kg per blad - verf gebruikt. Meer informatie over de verwerking van het afval staat in het Enecron Sustainability rapport. Conclusie Op basis van een studie door onderzoekers van de Strathclyde Universiteit kwam de Noorse Turbine Group tot de conclusie dat windturbines maar liefst 62 kg per turbine per jaar aan microplastics in het milieu verliezen. Maar het Noorse rapport paste de gegevens uit het Strathclyde onderzoek foutief toe. Zo gaan ze ervan uit dat de turbines geen coating hebben, ze non-stop blijven draaien bij hevige regen en veralgemenen ze het erosiepercentage naar het gehele motorblad.
Geraadpleegde bronnen door factcheck vlaanderen OpinieZ Leading Edge erosion and pollution from wind turbine blades Rain Erosion Maps for Wind Turbines Based on Geographical Locations: A Case Study in Ireland and Britain Wind Energy & Control | University of Strathclyde Extrapolatie - Wikipedia Leading edge erosion of wind turbines: Effect of solid airborne particles and rain on operational wind farms Bisfenol A | sciensano.be All news - ECHA Member State Committee - ECHA State of the science of endocrine disrupting chemicals Bisphenol A | EFSA
datum
pagina
betreft
31 oktober 2023
9 van 9
Beantwoording toezeggingen commissie 25-10
Thermisch papier - Wikipedia Bisphenol A (BPA) Rain erosion-resistant coatings for wind turbine blades: A review Kieran Pugh — University of Strathclyde Prof Margaret Stack | University of Strathclyde home - Ode Rain Erosion Maps for Wind Turbines Based on Geographical Locations: A Case Study in Ireland and Britain Home - VLEEMO NV Vestas Faktaark: Vindkraft, plast og Bisfenol A. — NORWEA SUSTAINABILITY REPORT 2020 Geraadpleegde bronnen door AFP zijn door de blauwe links in de tekst te vinden. Wie zijn AFP en Factcheck Vlaanderen? AFP Fact Check is een afdeling binnen Agence France-Presse (AFP), een meertalig, multicultureel nieuwsagentschap met als missie het verzorgen van nauwkeurige, evenwichtige en onpartijdige berichtgeving over nieuws dat zich waar en wanneer ook ter wereld afspeelt. AFP spreekt met een onafhankelijke stem, vrij van politieke, commerciële of ideologische invloed. Deze verplichtingen worden weerspiegeld in AFP's Handvest en redactionele normen, die hier (https://factchecknederland.afp.com/redactionele-en-ethische-normen-van-afp) gedetailleerd worden beschreven. Factcheck.Vlaanderen is een project dat in 2019 ontstond vanuit de VZW Square Truth Network. Ze zijn een onafhankelijke, non-profit website die volledig is toegewijd aan factchecken. Hun doel is het publiek debat te laten voeren op basis van feiten in plaats van vooroordelen en desinformatie.
Ze werken conform de richtlijnen van het IFCN (https://www.poynter.org/ifcn/), waarvan factcheck.vlaanderen sinds 2022 erkend lid is.