CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beheerplan civiele kunstwerken Nissewaard

Commissie Leefomgeving 8 februari 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vraagstuk voornemen verwijderen van 3 bruggen in Park Waterland5.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken 2016-2019 Gemeente Nissewaard

Projectgroep bestaande uit: R. Phaff E. Bovekerk H. Warbout M. van Antwerpen I. Flipse

gemeente Nissewaard gemeente Nissewaard gemeente Nissewaard gemeente Nissewaard Westenberg

Colofon Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken 2016-2019 Gemeente Nissewaard Afdeling Stadsbeheer Postbus 25 3200 AA Spijkenisse Ingenieursbureau Westenberg BV Imco Flipse Postbus 256 3840 AG Harderwijk

Vastgesteld door de gemeenteraad Nissewaard: 15 december 2015

Inhoud Leeswijzer................................................................................................................................................ 1 1

2

3

4

5

6

Inleiding........................................................................................................................................... 2 1.1

Aanleiding ................................................................................................................................ 2

1.2

Doel ......................................................................................................................................... 2

1.3

Aanpak ..................................................................................................................................... 2

1.4

Afbakening............................................................................................................................... 2

Huidige situatie ............................................................................................................................... 4 2.1

Areaalgegevens ....................................................................................................................... 4

2.2

Kwaliteit van de civieltechnische kunstwerken....................................................................... 4

2.3

Huidig beheer .......................................................................................................................... 5

Kaders civieltechnische kunstwerken ............................................................................................ 6 3.1

Het belang van de civieltechnische kunstwerken ................................................................... 6

3.2

Wettelijke kaders..................................................................................................................... 7

Beheerstrategie .............................................................................................................................. 8 4.1

Levenscyclus ............................................................................................................................ 8

4.2

Ambities................................................................................................................................... 8

4.3

Maatregelen ............................................................................................................................ 9

4.4

Strategie ................................................................................................................................ 10

4.5

Areaal uitbreiding .................................................................................................................. 10

Financiën ....................................................................................................................................... 11 5.1

Benodigd budget ................................................................................................................... 11

5.2

Beschikbare budget ............................................................................................................... 13

5.3

Financiële doorrekening 2016 - 2065 .................................................................................... 13

5.4

Financiële strategie ............................................................................................................... 14

Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 15

Bijlage 1: Overzicht wet en regelgeving CTK ......................................................................................... 17 Bijlage 2: Gemiddelde jaarkosten inspecties en onderhoud................................................................. 18 Bijlage 3: Beeldkwaliteit CROW 323 ...................................................................................................... 22 Bijlage 4: Financiële doorrekening 2016-2065 ...................................................................................... 24

Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt in het kort de aanleiding, het doel en de aanpak van dit beheerplan weergegeven. Het hoofdstuk geeft een blik op het heden, verleden en toekomst en geeft inzicht waarom dit beheerplan juist nu bestuurlijk en organisatorisch gewenst is. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven. Het areaal, de kwaliteit van de civieltechnische kunstwerken en de knelpunten komen aan de orde. Hoofdstuk 3 beschrijft de kaders. In dit hoofdstuk wordt het belang van de civieltechnische kunstwerken, het beheersysteem en de “beleidsuitgangspunten” toegelicht. Daarnaast wordt ook de doelstellingen weergegeven. In hoofdstuk 4 wordt in grote lijnen aangegeven hoe de ambities van de gemeente worden gerealiseerd: welke maatregelen zetten we in om het gewenste onderhoudsniveau te realiseren. In het hoofdstuk wordt ingegaan op het beheer en onderhoud, de strategie en de maatregelen. In hoofdstuk 5 wordt het financiële kader weergegeven. Hierin wordt ingegaan op mogelijkheden ter verbetering van de toekomstige borging en inzetbaarheid van de beheergelden van Nissewaard. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies en aanbevelingen benoemd.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

1

Inleiding 1.1

Aanleiding

Met het ontstaan van de gemeente Nissewaard, per 1 januari 2015, uit de gemeenten Bernisse en Spijkenisse, is een nieuwe situatie ontstaan voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (CTK). Daarbij is het karakter van met name de kern Spijkenisse als “ontwikkelgemeente” veranderd in “beheergemeente”. Het nieuwe bestuur wil weten hoe dit beheerareaal nu en in de toekomst onderhouden kan worden en wat het benodigde budget hiervoor is. De openbare ruimte in de gemeente wordt beheerd door de afdeling Stadsbeheer. Stadsbeheer is verantwoordelijk voor het beheer van de civieltechnische kunstwerken (CTK).

1.2

Doel

Het doel van het op te stellen beheerplan is het inzichtelijk maken wat het areaal is en welke middelen en maatregelen nodig zijn om het areaal in stand te houden en/of te optimaliseren. Het beheer wordt zoveel mogelijk afgestemd op de ambitie en strategie die in het IBOR zijn vastgesteld. Deze ambitie luidt: De civieltechnische kunstwerken in beheer bij de gemeente Nissewaard zijn goed onderhouden, werken naar behoren en voldoen aan de veiligheidseisen. Met het beheerplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe en wanneer het beheer en onderhoud plaats dient te vinden. “Schoon, heel en veilig” op “kwaliteitsniveau B” zijn de uitgangspunten, waarbij ook gekeken wordt naar de relatie tussen kwaliteit en kosten. Er zijn bruggen waarbij het beheer en onderhoud ons inziens mogelijk niet of onvoldoende is uitgevoerd waardoor storingen en beperkingen ontstaan. Binnen onze directe woonomgeving hebben we hiervan recent een voorbeeld gezien en ervaren. Dit soort situaties willen wij voorkomen. Dit door een goede beheervisie, gebaseerd op inspecties en voldoende financiële middelen.

1.3

Aanpak

Dit beheerplan is opgesteld door een projectgroep bestaande uit medewerkers van het ingenieursbureau Westenberg en de gemeente. Door de lokale kennis en ervaringen te combineren met de ervaringen van het ingenieursbureau geeft het plan een gedegen inzicht in de beheeropgave en de benodigde budgetten voor de civieltechnische kunstwerken. De volgende stappen zijn doorlopen om tot het voorliggende beheerplan te komen:  Opzetten van het gezamenlijke doel;  Toekomstige beheerstrategie bepalen;  Via de beheermodule van het ingenieursbureau zijn benodigde doorrekeningen uitgevoerd;  De resultaten zijn besproken en getoetst;  Samen met de afdeling financiën zijn financieringsmogelijkheden opgesteld. Er is specifiek voor gekozen om het beheerplan krachtig, zonder al te veel additionele achtergrondinformatie op te bouwen. Het beheerplan heeft de functie van een handboek dat bij dagelijkse vraagstukken eenvoudig gehanteerd kan worden.

1.4

Afbakening

Onder civieltechnische kunstwerken verstaan we; bruggen, damwanden, geluidsvoorzieningen, kademuren, keermuren, meerpalen, steigers, trappen, tunnels, viaducten en vlonders. Recent is tussen de vakdisciplines Civieltechnische kunstwerken en Water besloten om de beschoeiing, duikers, stuwen en fonteinen onder het beheer en onderhoud van de discipline Water te laten vallen. Deze maken daarom geen onderdeel uit van dit beheerplan.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

2

De CTK buiten de bebouwde kom zijn in het beheer en onderhoud van het Waterschap Hollandse Delta en langs de provinciale wegen bij de provincie Zuid-Holland. De gemeenten op Voorne Putten hebben regelmatig overleg met het waterschap over het beheer en onderhoud. Binnen de gemeentegrenzen van Nissewaard komen ook civieltechnische kunstwerken voor die niet in beheer en onderhoud van de gemeente zijn. Te denken valt aan: de Spijkenisserbrug, de Hartelbrug en het metrotracé. De bruggen en tunnel zijn respectievelijk in beheer bij Rijkswaterstaat, provincie Zuid-Holland en het metrotracé bij de RET. De twee bruggen, de tunnel en het metrotracé zijn van cruciaal belang voor de bereikbaarheid van Nissewaard en de overige gemeenten op VoornePutten. Op ambtelijk niveau is er geregeld overleg met Rijkswaterstaat over het beheer en onderhoud van deze kunstwerken.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

3

2 Huidige situatie 2.1

Areaalgegevens

Het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken binnen de voormalige gemeente Spijkenisse was vooral gericht op de (houten)bruggen. Voor de overige civieltechnische kunstwerken waren geen financiële beheergelden geregeld en werd hier alleen het hoogst noodzakelijke onderhoud aan uitgevoerd. Van bepaalde onderdelen was de aanwezigheid zelfs onvoldoende bekend. Begin 2015 is gestart met het inventariseren en in kaart brengen van alle civieltechnische kunstwerken binnen voormalig Spijkenisse. Voor de voormalige gemeente Bernisse heeft in 2014 een inventarisatie plaats gevonden van de civieltechnische kunstwerken en is een globaal onderhoudsplan opgesteld. Het totaal aantal kunstwerken bedraagt 595 stuks met een kapitaalswaarde van circa 43,6 miljoen euro. De volgende civieltechnische kunstwerken zijn in eigendom/beheer van de gemeente Nissewaard: Objecttype

aantal aantal totaal aantal oppervlak Spijkenisse Bernisse kunstwerken totaal in m2 Bruggen/viaducten 282 18 300 16783 Steigers/vlonders 27 6 33 1388 Tunnels 4 0 3 414 Damwanden/kademuren 25 5 30 13682 Trappen 0 1 1 26 Geluidsvoorzieningen 25 0 25 4138 Metselwerk (keer)muur 174 2 176 2945 Keerwand 25 hout/beton/staal 0 25 418 Sluis 0 1 1 37 Hekwerk 0 1 1 17 Totaal 562 34 595 39848 De voormalige gemeenten Bernisse en Spijkenisse hebben een verschillend verleden qua opbouw van civieltechnische kunstwerken (CTK). Bernisse kent in haar oude kernen kademuren, stadspoorten en stenen/betonnen bruggen die soms al een decennia oud zijn. Spijkenisse heeft daarentegen een jonger areaal maar kent toch al de nodige onderhoudsaandacht. De civieltechnische kunstwerken die in de jaren 1970 – 1990 zijn gerealiseerd naderen het einde van hun levenscyclus. Groot onderhoud en vervanging van CTK zorgen vanaf 2025 voor hoge kosten.

2.2

Kwaliteit van de civieltechnische kunstwerken

Van de huidige staat van onderhoud en de conditie van de kunstwerken is slechts van een klein deel van het areaal bekend. Voor de voormalige gemeente Spijkenisse is in 2012 door Ingenieursbureau Westenberg BV een instandhoudingsinspectie uitgevoerd. De inspectie betrof een groot deel van de betonnen en stalen fiets-/voetgangersbruggen. Op basis van de inspectieresultaten is geconcludeerd dat de geïnspecteerde objecten zich over het algemeen in een redelijke tot goede staat van onderhoud bevinden. De staat van de overige kunstwerken met name op het voormalige grondgebied van Spijkenisse is niet bekend.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

4

Voor de kunstwerken van voormalig Bernisse is eind 2014 een beheerplan opgesteld op basis van een inspectie. De staat van de 34 kunstwerken in Bernisse is in de rapportage van IV-Infra als volgt beoordeeld:

Staat van onderhoud kunstwerken Bernisse 2013-2014 6; 18%

Goed

11; 32%

5; 15%

Redelijk Matig

12; 35%

Slecht

Aansluitend op dit beheerplan wordt middels een quickscan de kwaliteit van de CTK van voormalig Spijkenisse onderzocht. Dit om een volledig onderhoud- en vervangingsbeeld te krijgen van het totale areaal.

2.3

Huidig beheer

De huidige beheer- en onderhoudsmethodiek is gebaseerd op curatief onderhoud. Preventief, planmatig onderhoud wordt niet of nauwelijks gedaan. Hierdoor gaat uiteindelijk (veel) achterstallig onderhoud ontstaan. Uit de laatste inspecties uit 2012 en 2014 is gebleken dat de kunstwerken over het algemeen nog in een redelijke staat zijn. Het huidige onderhoudsniveau is vergelijkbaar met de landelijke CROW-norm 323 beeldkwaliteit ’B – C’ niveau ‘redelijk - matig‘. Omdat de meeste civiele kunstwerken in Spijkenisse nog relatief jong zijn, is de kwaliteit nog redelijk. Met de huidige inzet en financiële middelen zal het kwaliteitsniveau afnemen. Door de in dit beheerplan voorgestelde, herverdeling van de beschikbare financiën, kan het huidige niveau nog enkele jaren gehandhaafd blijven.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

5

3 Kaders civieltechnische kunstwerken 3.1

Het belang van de civieltechnische kunstwerken

Civieltechnische kunstwerken spelen een belangrijke rol in onze maatschappij. Velen zijn zich hier nauwelijks van bewust. Ze verbinden, beschermen en zijn belangrijk voor de leefbaarheid.  Verbinden: De CTK maken verbindingen waar anders een barrière zou zijn, te denken valt aan: een tunnel, een brug of een viaduct;  Beschermen: CTK beschermen op diverse manieren: geluid, water – land, keren grond;  Leefbaarheid: CTK bevordert de herkenbaarheid, geeft sfeer en benadrukt zo nodig het specifieke karakter van de openbare ruimte. Geven markante punten en gebieden een speciale uitstraling en dragen op deze wijze bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente. Het belang van Beheer & Onderhoud De civieltechnische kunstwerken in de gemeente Nissewaard zorgen voor de noodzakelijke verbindingen, bescherming en leefbaarheid en dienen dan ook goed beheerd te worden. Dit wordt gerealiseerd door regelmatig te inspecteren en een juiste beheerstrategie te hanteren. Om dit goed inzichtelijk te hebben dient het beheersysteem up to date te zijn. Door periodiek te inspecteren zal de restlevensduur verwachting van de CTK en de verschillende onderdelen/installaties getoetst en zo nodig bijgesteld worden. Ook wordt daarbij bekeken of het financieel en/of technisch aantrekkelijk is om door (aanvullend) onderhoud de levensduur te verlengen.

Inspecties Om het beheer en onderhoud beter inzichtelijk te krijgen worden de bruggen vier jaarlijks en de overige kunstwerken om de zes jaar geïnspecteerd. Hiermee krijgt de gemeente een beter beeld wat op de korte, middel en lange termijn aan onderhoud te verwachten staat, waardoor ook een betere financiële planning gegenereerd kan worden. De bruggen, keerwanden/keermuren kademuren, steigers&vlonders worden ook onderworpen aan een constructieve risicoscan, zodat de constructieve risico’s inzichtelijk worden en welke objecten herberekend dienen te worden. Beheersysteem De gemeente maakt momenteel gebruik van het beheersysteem GBI. Hierin zijn nog geen gegevens van de civieltechnische kunstwerken opgenomen. Op basis van periodieke inspecties wil de gemeente het systeem gaan vullen. In eerste instantie is het vullen gericht op de algemene basisgegevens (zoals type, afmetingen, bouwjaar en decompositie) en de onderhoudsmaatregelen voor het in stand houden van de kunstwerken. Het is ook de bedoeling het digitale archief aan het beheersysteem te koppelen. Recent is de koppeling gemaakt met de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie), hiermee zijn de objecten gekoppeld aan het beheersysteem en kan de digitale inventarisatie starten. Voor het voormalige grondgebied van Spijkenisse zijn de meeste objecten ingemeten.

Voor het voormalige grondgebied van Bernisse is een planning voor het aankomende jaar gemaakt om in deelgebieden alle objecten in te meten. Door alle vakdisciplines (straks) in het beheersysteem te hebben opgenomen kan een betere integrale afstemming plaatsvinden.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

6

3.2

Wettelijke kaders

Er bestaat geen specifieke wet die bepaalt hoe de openbare ruimte moet worden beheerd. Wel bestaat er een ‘zorgplicht’ en kan de gemeente aansprakelijk gesteld worden bij onvoldoende ‘zorg’. In het Burgerlijk Wetboek (Deel 6, Artikel 162 en 174) is de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen vastgelegd. De centrale gedachte is dat de beheerder vanuit zijn zorgplicht verantwoordelijk is voor het uitvoeren van voldoende onderhoud. Bij geschillen ligt de bewijslast bij de gemeente om aan te tonen dat het beheer en onderhoud met optimale zorg is uitgevoerd. Het is dan ook van groot belang het beheer op orde te hebben. Sinds 1992 is in het Burgerlijk Wetboek ook opgenomen dat zelfs bij het volledig nakomen van haar zorgplicht, de beheerder toch aansprakelijk kan zijn voor gevolgschade. In de Woningwet en het Bouwbesluit staat dat bouwwerken, waaronder civieltechnische kunstwerken, zodanig gebouwd moeten worden dat er geen gevaar voor de gezondheid en de veiligheid ontstaat. Het bouwwerk moet voldoen aan de eisen en voorschriften die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. De vanuit de kaders genoemde wet- en regelgeving vormt gezamenlijk de kern waaraan het beheer moet voldoen. Ook moet er rekening gehouden worden met andere wettelijke kaders, bijvoorbeeld met de monumentenwet 1988 in het geval een kunstwerk een monument betreft.

In bijlage I zijn de van toepassing zijnde wettelijke kaders in tabelvorm weergegeven.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

7

4 Beheerstrategie 4.1

Levenscyclus

Civieltechnische kunstwerken zijn gebouwd van materialen met een beperkte levensduur. De levensduur is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van de gebruikte materialen, het ontwerp, de detaillering, het niveau van onderhoud en gebruik. De meest toegepaste materialen zijn beton, staal en (hard)hout. Tegenwoordig zie je ook steeds meer kunststof en composieten. Voor de gemiddelde levensduur wordt aangesloten bij de landelijke CROW-norm 323 beeldkwaliteit ‘B’ of niveau ‘’redelijk’. Dit houdt in: 4.1.1.1.1.1 4.1.1.1.1.3 4.1.1.1.1.4 4.1.1.1.1.5 4.1.1.1.1.6

Materiaal Hardhout Staal Beton Composiet en kunststof

4.1.1.1.1.2 Levensduur 40 jaar 60 jaar 80 jaar 50 jaar

Deze levenscycli zijn alleen haalbaar wanneer er planmatig beheer gedurende de gehele levenscyclus wordt uitgevoerd op CROW 323 normniveau ‘B’. De ervaringen met composiet en kunststofbruggen zijn nog jong waardoor er nog geen ervaringen zijn met het beheer en onderhoud en vervanging op de lange termijn. Door de leveranciers worden wel langdurige garanties aangegeven. In bijlage 3 is een overzicht van de landelijke CROW norm toegevoegd.

4.2

Ambities

Met het beheerplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe en wanneer het beheer en onderhoud plaats dient te vinden. “Schoon, heel en veilig” op “kwaliteitsniveau B” zijn de uitgangspunten, waarbij ook gekeken wordt naar de relatie tussen kwaliteit en kosten. Beheersysteem Het is de bedoeling dat bij het uitvoeren van inspecties en onderhoudswerkzaamheden de gegevens direct worden verwerkt in het beheersysteem, dit mede door het gebruik van tablets. Ook zullen de beschikbare archiefgegevens digitaal gekoppeld worden aan het systeem. Op deze wijze zal het beheersysteem in 2020 volledig gevuld zijn. Het beheersysteem moet voorzien in onderhoudsplanningen en meerjaren kostenoverzichten. Ook worden de constructieve gegevens, zoals ontwerptekeningen en -berekeningen, vastgelegd in een digitaal archief wat gekoppeld is aan het beheersysteem. Participatie Bij het beheer en de inrichten van de openbare ruimte worden burgers en andere belanghebbenden betrokken. Als dagelijks gebruiker van de openbare ruimte kunnen burgers goed aangeven wat de sterke en minder sterke punten in hun omgeving zijn. Door in een vroeg stadium de ervaringen van de burgers te verzamelen en te toetsen kan de openbare ruimte optimaal (her)ingericht worden. Binnen de gemeente Nissewaard is het wijk- en kerngericht werken een actuele ontwikkeling.

Door een optimale samenwerking krijgen we in de toekomst eerder en betere afstemming aangaande ontwikkelingen in de wijk/kern. Gecombineerd met de uitkomsten van de inspecties kunnen win/win situaties ontstaan.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

8

Duurzaamheid Binnen de gemeente Nissewaard wordt duurzaamheid nagestreefd. Zo geldt in het algemeen dat bij aan-/uitbesteding er via EMVI (Economisch meest voordelige investering) aan de inschrijving duurzaamheidscriteria worden gesteld. Op het gebied van duurzaam inkopen gelden de (minimale) duurzaamheidseisen (Pianoo) voor de gemeente. Waar mogelijk wordt materiaal toegepast dat duurzaam vervaardigd is en/of qua levenscyclus lang mee gaat. Daarnaast wordt geprobeerd zoveel mogelijk materiaal, aan het einde van hun levensduur, te recyclen en te hergebruiken. Het toepassen van duurzaamheid binnen het beheer en onderhoud van civieltechnische kunstwerken is enerzijds wenselijk, maar kan ook nadelige gevolgen hebben op het beschikbaar budget. In de praktijk is gebleken dat duurzaamheid een extra financiële inspanning vereist om de doelstellingen te kunnen behalen.

4.3

Maatregelen

Om de levensduur van een civieltechnisch kunstwerk te optimaliseren zijn op verschillende tijdstippen verschillende maatregelen noodzakelijk. Deze maatregelpakketten komen voort uit ervaringen en onderhoudsnormen die door het ingenieursbureau Westenberg in een rekenschema zijn verwerkt. Deze maatregelpakketten worden gebruikt als basis voor de financiële doorrekening en de planning die na de eerstvolgende inspectie in het beheersysteem wordt ingevoerd. In het collegeprogramma en in het IBOR is opgenomen dat de buitenruimte schoon, heel en veilig is, waarbij een gemiddelde beeldkwaliteit ’B’ wordt nagestreefd. Dit is het na te streven beheerniveau. Dit niveau komt in de beheerscenario’s van Ingenieursbureau Westenberg overeen met onderhoudsniveau ‘Redelijk’. Dit niveau kan als volgt worden omschreven: Met onderhoud op niveau “B” (redelijk) verliest een onderdeel, constructie of installatie zijn functie niet, maar het verouderingsproces is plaatselijk op gang gekomen. Bouw- en installatiedelen vertonen plaatselijk gebreken aan afwerklagen, materialen, onderdelen en constructies. Het functioneren van installaties wordt soms verstoord. Bij dit scenario heeft onderhoud met betrekking tot de toonbaarheid nauwelijks aandacht. Hierdoor komen gebreken, in de vorm van verwering, graffiti enz., plaatselijk tot regelmatig voor.

Preventief onderhoud wordt op een laag niveau gepleegd, waardoor voor bepaalde onderdelen een verslechtering van de onderhoudstoestand optreedt. Dit heeft geen invloed op het functioneren van een bouw- of installatiedeel. Op dit niveau zijn kosten, kwaliteit en duurzaamheid in balans. Qua beeld ziet dat er dan zo uit:

(Uit de landelijke CROW 323 norm).

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

9

4.4

Strategie

Risicogestuurd onderhoud Aan onderhoudsmaatregelen worden prioriteiten gekoppeld op basis van het risico bij uitstel van het onderhoud. Op basis van die prioriteiten kunnen de beschikbare financiële middelen nog effectiever besteed worden. Als er een keer een tegenvaller is, kan het hoogst noodzakelijke onderhoud toch uitgevoerd en risico’s beperkt worden. Voor de komende 4 jaar worden de volgende strategische maatregelen doorgevoerd:  Circa 20% van de fiets-voetbruggen, keermuurtjes/wanden en steigers/vlonders laten vervallen/niet vervangen. Het huidige areaal wordt dan met circa 100 kunstwerken gereduceerd.  Kunstwerken van geheel hout worden aan einde levensduur vervangen door een constructie met een hogere levensduur. Uitgangspunt is 50% staal/composiet en 50% beton.  Door te kiezen voor duurzame en onderhoudsarme materialen met een langere levensduur ligt het in de verwachting dat het aantal calamiteiten halveert en dat er minder frequent technische inspecties/nader onderzoeken nodig zijn.  De fiets-/voetbruggen zijn verantwoordelijk voor circa 60% van de onderhoudskosten. De meeste bruggen in Nissewaard zijn samengesteld uit houten palen, stalen liggers en een houten dek en leuningwerk. Het periodiek conserveren van de stalen liggers en het vervangen van de houten dekplanken vormen een hoge kostenpost.

Voorstel is geen houten dekplanken meer toepassen, maar kunststof/composiet. Deze hebben ongeveer de dubbele levensduur van hout, hoewel dat in de praktijk nog niet bewezen is. Daarnaast gaan we conserveringssystemen met een hoge levensduur gebruiken, zoals zinklagen in combinatie met een poedercoating. Houten steunpunten van bruggen worden bij einde levensduur vervangen door beton. De komende 4 jaar zal blijken of deze strategie haalbaar is en tot welke kostenreductie het leidt. Het vergt tijd om alle maatregelen door te voeren en mogelijk zijn ze niet allemaal realiseerbaar. Voorafgaande aan het volgende beheerplan wordt de strategie geëvalueerd en waar nodig aangepast.

4.5

Areaal uitbreiding

De afgelopen jaren is vooral Spijkenisse sterk uitgebreid en zijn er veel civieltechnische kunstwerken geplaatst. De ontwikkelingen gaan nu minder snel maar de trend is wel om mooiere en duurdere objecten te plaatsen. Dit vraagt in de toekomst ook om passende beheerparagrafen en de daarbij horende beheergelden. Een voorbeeld hiervan is de brug over de sluis in het ontwikkelingsgebied “de Haven”. Medio 2016 wordt deze brug gerealiseerd. Het betreft hier een beweegbare brug die over een bestaande sluis wordt aangebracht. Zie onderstaande impressieschets. In de nabije toekomst wordt in de Spijkenisse het havengebied verder ontwikkeld. Een gevolg hiervan is dat het areaal aan kunstwerken uitgebreid wordt. Te denken valt aan kademuren, damwanden, steigers en bruggen, waaronder de bovenstaande ophaalbrug. Om deze nieuwe CTK te onderhouden dienen aan de hand van onderhoudsparagrafen de benodigde onderhoudsgelden beschikbaar gesteld te worden. Besproken kan worden om het beheer en onderhoud van deze CTK voor de eerst komende jaren aan de realiserende aannemer onder te brengen, op basis van “Total cost of ownership”.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

10

5 Financiën Om de aanpak/opgave uit het vorige hoofdstuk te kunnen realiseren hebben we financiële middelen nodig. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde middelen en worden deze vergeleken met de huidige beschikbare middelen. We geven antwoord op de vraag: “Zijn beheerniveau ‘B’ en de ambities vanuit het collegeprogramma en IBOR haalbaar binnen het huidige budget?” en zo niet:  Wat is mogelijk met de huidige financiële middelen?  Welk minimaal budget is nodig om de CTK veilig te houden en aansprakelijkheid te voorkomen?  Welke financiële strategie gaan we de komende jaren toepassen?

5.1

Benodigd budget

Het benodigde budget voor inspecties, onderhoud en vervangingen/renovaties is onder meer afhankelijk van de omvang van het areaal, de opbouw en leeftijd ervan en het niveau van onderhoud en gebruik. Met de beheermodule van Westenberg is een financiële doorrekening gemaakt voor een zestal onderhoudscenario’s. In onderstaande tabel zijn de benodigde budgetten voor drie van de zes scenario’s weergegeven, uitgesplitst naar onderhoudscategorie. De overige drie scenario’s “zeer goed”, “goed” en “zeer slecht” vallen buiten de ambitie en (financiële) mogelijkheden van de gemeente en worden daarom niet verder behandeld. De berekende kosten geven de gemiddelde jaarlijkse waarden weer, er is hierbij geen rekening gehouden met de (mogelijke) beheerachterstanden. Bijlage II geeft een overzicht van de benodigde financiële middelen.

Discipline Civieltechnische kunstwerken Inspectie Instandhoudingsinspectie Technische inspecties/nader onderzoek Dagelijks onderhoud Calamiteiten reservering (incl. storingen) Reinigen Groot onderhoud (conserveren, vervangen slijtlagen/onderdelen) Vervangingen (gehele object vervangen of renoveren) TOTAAL

Gemiddelde jaarkosten per onderhoudsniveau “B” Redelijk “C” Matig “D” Slecht € 15.488 € 30.660

€ 9.300 €0

€0 €0

€ 14.725 € 68.600 € 265.528

€ 31.600 € 34.300 € 139.800

€ 126.400 €0 €0

€ 562.000 € 957.000

€ 640.000 € 855.000

€ 752.600 € 879.000

In onderstaande alinea’s zijn de disciplines kort omschreven en zijn de kosten aangegeven voor kwaliteitsniveau ‘B’. Inspectie Om een goed beeld te krijgen van het beheer en onderhoud en het vervangen van de CTK dient, zoals aangegeven, frequenter geïnspecteerd moeten worden. Momenteel is er onvoldoende financiële ruimte om inspecties uit te voeren. De kosten voor inspecties komen gemiddeld per jaar uit op € 46.148. Dit bedrag dient opgenomen te worden binnen het huidige beheerbudget.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

11

Dagelijks onderhoud Onder dagelijks onderhoud valt klein onderhoud en storingsonderhoud. Op basis van het richtbedrag voor het dagelijks onderhoud komen de gemiddelde jaarkosten op € 83.325. Het benodigde bedrag voor dagelijks onderhoud valt binnen het huidige beheerbudget. Groot onderhoud Vanuit de doorrekening komt naar voren dat er per jaar € 265.528 nodig is voor groot onderhoud. Dit geld is nodig voor het conserveren en vervangen van onderdelen en installaties zoals dekbeplanking, leuningwerk, voegconstructies, afdichtingsprofielen et cetera. Door clustering van werkzaamheden en de huidige marktvoordelen bij aanbesteding zou het groot onderhoud, binnen het huidige onderhoudsbudget, uitgevoerd kunnen worden. Vervanging Om inzicht te krijgen in wat benodigd is voor vervanging is gekeken naar de theoretisch verwachte levensduur van de civieltechnische kunstwerken. De aanlegjaren van de CTK zijn deels bekend of ingeschat vanuit het aanlegjaar van de wijk waarin ze liggen. Deze prognose geeft een algemeen beeld van de gemiddeld benodigde middelen voor vervanging. In de huidige begroting is nog geen rekening gehouden met vervanging van de civieltechnische kunstwerken. In de huidige begroting is er onvoldoende geld beschikbaar voor de vervanging van de civieltechnische kunstwerken. Onderstaande grafiek geeft de te verwachten kosten weer in periodes van 5 jaar.

Kosten vervangingsinvesteringen 7000000 6000000 5000000 4000000 3000000 2000000 1000000 0

Conclusie: Uit de figuur valt af te lezen dat de kosten de komende 10 jaar nog relatief laag zijn, maar daarna is een (enorme) investeringspiek te verwachten. In de figuur staan ook nog bedragen vóór 2015: dit betreft objecten die op basis van hun bouwjaar al vervangen hadden moeten zijn. Of dit gebeurd is of wat de actuele staat van deze objecten is, wordt tijdens de quickscan (uitvoering november 2015) vastgesteld.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

12

5.2

Beschikbare budget

In de meerjarenbegroting van Nissewaard zijn de volgende budgetten beschikbaar voor het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken: Beschikbaar budget Dagelijks onderhoud kunstwerken Groot onderhoud kunstwerken Uitvoering beheerplannen Reiniging Uitbesteed werk Totaal

2016 € 105.000

2017 € 107.000

2018 € 107.000

2019 € 107.000

€ 120.000 € 79.000 € 50.000 € 39.000 € 393.000

€ 120.000 € 79.000 € 50.000 € 39.000 € 395.000

€ 120.000 € 79.000 € 50.000 € 39.000 € 395.000

€ 120.000 € 79.000 € 50.000 € 39.000 € 395.000

Uit de tabel met de bedragen die gemiddeld nodig zijn per onderhoudsniveau valt af te lezen dat voor kwaliteitsniveau ‘B’ gemiddeld € 957.000 per jaar nodig is, terwijl er € 395.000 structureel beschikbaar is. Om dit verschil op te vangen, wordt in de volgende paragraaf een voorstel gepresenteerd voor het activeren van de vervangingskosten. Dit wordt gedaan op basis van de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording), waarin een wijziging aanstaande is (najaar 2015) die activeren vanaf 2017 verplicht wanneer een investering een maatschappelijk of economisch nut heeft, zoals bij vervanging van civieltechnische kunstwerken het geval is.

5.3

Financiële doorrekening 2016 - 2065

Op grond van de berekende beheerkosten en beschikbare budgetten is een financiële doorrekening gemaakt waarbij de volgende uitgangspunten zijn gehanteerd:  Voor de activering van de kapitaallasten is uitgegaan van een rentepercentage van 4,5% en een looptijd van 50 jaar. Er wordt uitgegaan van lineaire afschrijving.  Vrijval van bestaande en nieuwe kapitaallasten is niet als dekking meegenomen.  In de doorberekening is geen rekening gehouden met een eventuele toename van de onderhoudskosten door areaalvermeerderingen en verminderingen in deze periode.  De doorrekening betreft een zuivere berekening van de kosten over de jaren 2016-2065 zonder dat een plafond wordt gehanteerd. De gemiddeld berekende kosten vanuit de financiële doorrekening van Westenberg (zie paragraaf 5.1) fluctueren in werkelijkheid sterk over de jaren. Voor de daadwerkelijke uitvoering en voor de financiële doorrekening is een meer constant uitgavenpatroon wenselijk. Daarom is voor de berekening tot het jaar 2065 uitgegaan van het gemiddelde bedrag over een periode van 5 jaar (bijv. 2016-2020). In de onderstaande tabel staan de gemiddelde investeringsbedragen over de periodes. Periode 2016-2020 2021-2025 2026-2030 2031-2035 2036-2040 2041-2045 2046-2050 2051-2055 2056-2060 2061-2065

Gemiddeld jaarlijks investeringsbedrag € 199.100 € 36.900 € 183.700 € 577.400 € 356.000 € 604.600 € 950.900 € 1.264.700 € 119.700 € 778.300

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

13

De kapitaallasten van de kunstwerken lopen de eerste 10 jaar langzaam op. In 2027 bedragen de totale kosten (onderhoud + kapitaallasten) iets meer dan € 475.000. Daarna gaat de toename sneller tot totale jaarlasten van € 1,5 miljoen in 2055. De kosten van het dagelijks en groot onderhoud kunnen ten laste van de exploitatie gebracht worden. Voor de vervangingsinvesteringen wordt voorgesteld om de kapitaallasten die voortvloeien uit het activeren, te dekken uit de, bij de begroting 2016-2019 beschikbaar gestelde stelpost van € 1 miljoen welke vanaf 2018 structureel in de begroting is opgenomen. Op grond van deze financiële doorrekening is het verloop van de budgetten als volgt: Jaar 2016 2017 2018 2019 Totaal

Onderhoud € 395.000 € 395.000 € 395.000 € 395.000

Kapitaallasten € 13.000 € 26.000 € 38.000

Totale kosten € 395.000 € 408.000 € 421.000 € 433.000

Budget € 393.000 € 395.000 € 395.000 € 395.000

Saldo - € 2.000 - € 13.000 - € 26.000 - € 38.000 - € 79.000

De financiële doorrekening van het beheerscenario resulteert voor de periode 2016-2019 in een nadelig saldo van € 79.000. In bijlage 4 is een doorrekening opgesteld voor de periode 2016-2065.

5.4

Financiële strategie

In de vorige paragraaf is een financiële doorrekening gemaakt voor de planperiode 2016-2019. Gebleken is dat vanaf 2017 onvoldoende middelen beschikbaar zijn. Hierbij moet worden opgemerkt dat de doorrekening is gebaseerd op gegevens van aanlegjaren en theoretische levenscyclus. Er is nog geen rekening gehouden met de inspecties en de daadwerkelijke staat van onderhoud van de civieltechnische kunstwerken. Voor de komende jaren wordt voorgesteld om de budgetten voor dagelijks onderhoud en groot onderhoud structureel op te nemen in de begroting en de vervangingen te baseren op inspecties. Via de inspecties wordt de daadwerkelijke onderhouds- en vervangingsbehoefte vastgesteld en vastgelegd in een uitvoeringsplan. Tevens kan afstemming plaatsvinden met de uitvoeringsplannen van de andere disciplines en rekening gehouden worden met de benodigde personele capaciteit voor voorbereiding, inkoop of aanbesteding en toezicht. De daadwerkelijke financiële consequenties worden bij het uitvoeringsplan inzichtelijk gemaakt waarbij de kapitaallasten van de vervangingsinvesteringen vanaf 2018 gedekt worden uit de stelpost van € 1 miljoen welke bij de begroting 2016-2019 beschikbaar is gesteld.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

14

6 Conclusies en aanbevelingen Op basis van het beschreven inzicht in de voorgaande hoofdstukken worden onderstaand de belangrijkste conclusies weergegeven en een aantal aanbevelingen gedaan. Conclusies Om goed te kunnen beheren is het van belang te weten waar het areaal uit bestaat, in welke staat het verkeert en welke maatregelen en budgetten nodig zijn voor het in stand houden ervan. Prioriteit de komende vier jaar ligt bij het op orde krijgen van de beheergegevens. Dit houdt in:  Weten waar het areaal uit bestaat (aantallen en typesoorten);  Door inspecties de staat van de kunstwerken vaststellen en risico’s inzichtelijk krijgen;  Ieder object opnemen in het beheersysteem GBI;  Per object een actueel en reëel onderhoudsplan opnemen in het beheersysteem GBI, waarbij gestuurd kan worden op risico’s;  Strategie opstellen hoe met vervangingen om te gaan;  Het huidige budget van € 395.000 is voor de periode 2016-2019 voldoende om de berekende kosten te dekken voor dagelijks onderhoud en groot onderhoud. Echter, binnen het huidige budget is geen dekkingsruimte voor de berekende vervangingskosten. Dat betekent dat voor de periode vanaf 2020 het beschikbare budget binnen enkele jaren niet meer toereikend is en een aanvullend budget hierin zal moeten voorzien.

Indien daarin niet wordt voorzien dan zijn de gevolgen: o Uitstel van noodzakelijke vervangingen; o Toename van groot en dagelijks onderhoud; o Kapitaalvernietiging bij uitstel van groot onderhoud; o Gemiddeld hogere kosten voor wegonderhoud (uiteindelijk moet toch nog vervangen worden).  Vervangingen kunnen de eerste jaren geactiveerd worden en komen ten laste van de reserve Beheer. Aanbevelingen Insteek van de strategie is een efficiëntieslag maken op het beheer&onderhoud van de civieltechnische kunstwerken.  Opstellen van een Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR), waardoor meer met standaard materialen, onderdelen en inrichtingsmethodieken gewerkt wordt;  Waar mogelijk CTK laten vervallen Het streven is circa 20% van de fiets-voetbruggen, keermuurtjes/wanden en steigers/vlonders laten we vervallen/worden gesloopt. Het huidige areaal wordt dan met circa 100 kunstwerken gereduceerd;  CTK bij vervanging en onderhoud omvormen naar onderhoudsarme, duurzame constructies;  Bij uitbreiding van het areaal middels aangeleverde beheerparagrafen inzichtelijk maken hoe de objecten onderhouden moeten worden en daar ook de benodigde middelen voor krijgen;  Het integrale beheer verbeteren.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

15

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

16

Bijlagen    

Bijlage I: Overzicht wet- en regelgeving CTK Bijlage 2: Overzichten financiële doorrekeningen Westenberg Bijlage 3: Beeldkwaliteit CROW 323 Bijlage 4: Financiële doorrekening 2016-2065

Bijlage 1: Overzicht wet en regelgeving CTK In onderstaande tabel staat welke wet- en regelgeving van toepassing is op het beheer van de openbare ruimte.

* AMvB is de afkorting voor “Algemene Maatregel van Bestuur”. ** De Monumentenwet 1988 wordt zijdelings genoemd bij de behandeling van het Bouwbesluit 2012.

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

17

Bijlage 2: Gemiddelde jaarkosten inspecties en onderhoud

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

18

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

19

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

20

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

21

Bijlage 3: Beeldkwaliteit CROW 323

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

22

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

23

Bijlage 4: Financiële doorrekening 2016-2065

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

24

Beheerplan Civieltechnische kunstwerken

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12387344/2