Bijlage 1 Advies Boor Galileilaan Spijkenisse
Tekst van het document
Onderwerp: A2025012 Gemeente Nissewaard, Nieuwbouw Galileilaan, Spijkenisse Bezoek-/postadres: Archeologie Rotterdam (BOOR) Ceintuurbaan 213b 3051 KC Rotterdam Website: www.rotterdam.nl/archeologie Retouradres: Ceintuurbaan 213b, 3051 KC Rotterdam
Gemeente Nissewaard t.a.v. mevrouw L. Oostenbrink Postbus 25 3200 AA SPIJKENISSE
Van: dhr. drs. J. Loopik Telefoon: 06 - 14211365 E-mail: j.loopik@rotterdam.nl Ons kenmerk: AS25/00311-25/0001024 Datum: 15 januari 2025
Geachte mevrouw Oostenbrink, De afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (Archeologie Rotterdam, BOOR) heeft op uw verzoek de eventuele noodzaak van het uitvoeren van een archeologisch (voor) onderzoek in het kader van de voorgenomen grondwerkzaamheden ter plaatse van Galileilaan te Spijkenisse, in de gemeente Nissewaard beoordeeld. Aan de hand van de beoordeling is onderstaand advies opgesteld. De beslissing of dit advies wordt omgezet in een verplichting richting opdrachtgever ligt bij de bevoegde overheid, de gemeente Nissewaard. Advies Op basis van de archeologische verwachtingswaarde van het gebied en de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden wordt het uitvoeren van een archeologisch vooronderzoek op de planlocatie noodzakelijk geacht. Archeologie Rotterdam adviseert de gemeente om in het plangebied een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen (verkennende fase) uit te voeren. De onderzoeken dienen voorafgaand aan de grondverstorende werkzaamheden te worden uitgevoerd conform de gemeentelijke richtlijnen met betrekking tot archeologisch onderzoek. Het laten uitvoeren van dit onderzoek is verplicht volgens de Erfgoedverordening gemeente Nissewaard (2016). De kosten van het archeologisch onderzoek komen voor rekening van de veroorzaker van de bodemverstoring.
Onderbouwing Het plangebied maakt deel uit van een archeologisch kansrijk gebied. Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart Spijkenisse (2011) wordt aan de locatie een redelijk hoge archeologische verwachting toegekend. Conform de AWK dient de noodzaak voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek te worden getoetst bij grondroerende werkzaamheden (inclusief heien) die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte van meer dan 200 vierkante meter beslaan. De grondroerende werkzaamheden bestaan uit de nieuwbouw van vier gebouwen, waarvan drie reguliere woongebouwen. Het vierde gebouw is een gemeenschapsgebouw. In totaal betreft dit circa 3500 m2. De gebouwen zullen worden voorzien van een half verdiepte parkeergarage. Daarnaast voorziet het plan ook in de herinrichting van de openbare ruimte.
Blad:2/2
Ook al is de exacte diepte van de bodemverstoringen niet bekend, kan er gesteld worden dat met de aanleg van half verdiepte parkeergarages de toegestane marges van diepte en oppervlakte van de AWK beide worden overschreden. Gezien de omvang en diepte van de werkzaamheden vormen deze een bedreiging voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Hierbij dient te worden vermeld dat momenteel nog geen (concept)heipalenplan bekend is. Ook het overleggen van deze stukken vormt een onderdeel van de definitieve planbeoordeling. Deze stukken zullen op een later moment alsnog beoordeeld moeten worden. Voorliggend advies is dan ook toegespitst op de toekomstige verstoringen in de bovenste meters van het bodemprofiel. Opstellen Programma van Eisen voor het onderzoek Als de gemeente besluit tot een onderzoekseis, dan zal Archeologie Rotterdam, als archeologisch adviseur van de gemeente, een Programma van Eisen opstellen, waarin de algemene en gebiedsspecifieke richtlijnen voor de uitvoering van het veldonderzoek worden verwoord. Een verzoek tot het opstellen van een PvE-boren kan worden gericht aan de contactpersoon genoemd in het colofon van deze brief. Tenslotte wil ik u erop wijzen dat het proces van archeologische monumentenzorg gefaseerd plaatsvindt.
Dit betekent dat het nu voorgeschreven onderzoek, afhankelijk van de resultaten, kan leiden tot een verplichting tot nader inventariserend onderzoek (karterende en/of waarderende fase). Na beoordeling van het vooronderzoek zal bepaald worden of een nader onderzoek noodzakelijk is of dat het perceel wordt vrijgegeven. Indien uit het inventariserend onderzoek blijkt dat een behoudenswaardige archeologische vindplaats aanwezig is, dan kunnen burgemeester en wethouders aan de bouwvergunning voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek (een opgraving); c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige. Met vriendelijke groet, DIRECTEUR STADSBEHEER OPENBARE WERKEN (voor deze)
dr. A. Carmiggelt Hoofd Archeologie Rotterdam (BOOR)