CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoordnota zienswijzen en ambtshalve wijzgingen

Commissie Leefomgeving 7 mei 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 150/25kV-Transformatorstation Geervliet4.308 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoordnota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ontwerpbestemmingsplan 150/25 kV-Transformatorstation Geervliet Het ontwerpbestemmingsplan “150/25 kV-Transformatorstation Geervliet” heeft van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn 5 vooroverlegreacties en 3 zienswijzen ingediend. Hieronder wordt ingegaan op de inhoud van de reacties en de zienswijzen. Tot slot zijn in dit document de ambtshalve wijzigingen opgenomen.

1. Vooroverlegreacties 1. Provincie Zuid-Holland (PZH) Reactie Het plan maakt de uitbreiding van een transformatorstation mogelijk. De locatie ligt in de groene buffer. Het provinciaal ruimtelijk beoordelingskader is vastgelegd in het Omgevingsbeleid, bestaande uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland, de Programma(s) en de Omgevingsverordening Zuid-Holland (met name Afdeling 3.2, 6.2 en artikel 6.40). In de visie, Programma(s) en de verordening zijn beleid respectievelijk regels opgenomen voor de borging en bescherming van provinciale ruimtelijke belangen. Het gebied ligt buiten NNN, belangrijk weidevogelgebied, dus van daaruit zijn er geen beperkingen. De natuurtoets is gekoppeld aan het bestemmingsplan en omdat het gebied buiten het NNN en belangrijk weidevogelgebied ligt wordt dat door PZH niet verder getoetst. Dit is goed opgenomen in de natuurtoets. Als er vanuit N2000 beperkingen zijn of ontheffingen nodig dan loopt dat via de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH). De uitbreiding is vanuit het beleid voor ruimtelijke kwaliteit voorstelbaar, maar wel onder de voorwaarde dat er aandacht wordt besteed aan de landschappelijke inpassing. De bestaande situatie is een beetje een samenraapsel van verschillende utilitaire gebouwen, hekwerken en een kleine trafo die net buiten het terrein staat, waar een haag omheen staat.

PZH gaat er van uit dat de welstand/ kwaliteitscommissie de ruimtelijke kwaliteit beoordeelt bij het behandelen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning. Geconcludeerd wordt dat het voorgelegde plan voldoet aan het provinciale beleid. Antwoord Van de conclusie dat het plan voldoet aan het provinciale beleid wordt met instemming kennis genomen. Ten behoeve van de planvorming is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Op basis van de vele beperkingen in het gebied als gevolg van een veelheid aan ondergrondse kabels en leidingen, de aanwezige bovengrondse hoogspanningslijnen en de ligging nabij een regionale waterkering is er weinig fysieke ruimte voor landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation. In het landschappelijk inpassingsplan is desondanks gezocht naar mogelijke ruimtes waar landschappelijke inpassing kan plaatsvinden. Om het hoogspanningsstation goed in te passen in de omgeving, wordt daarnaast bij de ontwikkeling van het nieuwe GIS-gebouw rekening gehouden met de lokale karakteristiek van het gebied. Ten behoeve hiervan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hierin is niet alleen rekening gehouden met de uitstraling van het nieuwe GIS- gebouw, maar is ook het bestaande GIS-gebouw bij de ontwikkeling betrokken om eenheid in de bebouwing te creëren.

Beide gebouwen zijn in hetzelfde gevelconcept uitgewerkt, waardoor een eenheid ontstaat die zich goed voegt in de karakteristiek van de omgeving. Het beeldkwaliteitsplan is op 7 januari 2025 voorgelegd aan de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en positief beoordeeld.

1

Conclusie Het landschappelijk inpassingsplan en het beeldkwaliteitsplan zijn als bijlage aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd. Daarnaast is paragraaf 2.2 (toekomstige situatie) van de toelichting aangevuld. 2. Rijkswaterstaat Reactie Rijkswaterstaat geeft aan geen opmerkingen te hebben t.a.v. het ontwerpbestemmingsplan. Antwoord Van deze reactie wordt met instemming kennis genomen. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 3. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) Reactie De VRR stelt dat de uitbreiding van het station geen relevante fysieke veiligheidsaspecten met zich meebrengt. De VRR adviseert wel bij deze ontwikkelingen zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat de hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde ‘Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR’ biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven. Antwoord Met de bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zal gedurende het proces (en daarna) rekening worden gehouden. Het station wordt ingericht op toereikende bereikbaarheid zodat de hulpdiensten adequaat kunnen optreden bij mogelijke incidenten. In de huidige omstandigheden zijn voorzieningen voor de hulpdiensten reeds toereikend en daarmee in lijn met de handleiding.

Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 4. Waterschap Hollandse Delta Reactie Het waterschap heeft hier belang bij de waterkering, de weg en de toename aan verharding. Het waterkeringsbelang en de toename van de verharding zijn correct opgenomen in het plan, het betreft een vergunningplichtig onderdeel. Wel mist de onderbouwing voor het verleggen van de weg en het plaatsen van het hekwerk nabij de weg. De weg waar over gesproken wordt, is in beheer van het waterschap. Binnen een zone van 4,5 meter gemeten vanuit de weg verharding is het waterschap bevoegd gezag. Het betreft hier een Erftoegangsweg type 2. Voor dit type weg geldt een obstakel vrije zone van 1,5 meter gemeten vanuit de wegverharding. Dit betekent dat het waterschap zowel belang heeft bij het verleggen van de weg als het plaatsen van het hekwerk nabij de weg. Werken in- en nabij waterstaatswerken zijn o.g.v. de Keur van waterschap Hollandse Delta 2014 vergunningplichtig. De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het aanvragen van de watervergunning of het indienen van een melding. Advies aan initiatiefnemer is om voorafgaand te controleren of de werken voldoen aan het beleid en in gesprek te gaan met het waterschap. 2

Antwoord Al in een vroeg stadium is contact opgenomen met het waterschap door initiatiefnemers en zijn afspraken gemaakt over het gebruik van gronden en het verleggen van de weg. Zij zijn zich ervan bewust dat ook voor het werken in en nabij wegen van het waterschap een vergunningsplicht geldt. Ook voor werkzaamheden in belemmeringengebied van de regionale waterkering zal door de initiatiefnemers een omgevingsvergunning aangevraagd worden. Ook hierbij is het waterschap in een vroegtijdig stadium betrokken. In de verdere uitwerking van de plannen wordt rekening gehouden met de belangen van het waterschap en worden de noodzakelijke vergunningen in overleg met het waterschap aangevraagd. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 5. GGD Reactie Hoogspanningsstation De GGD Rotterdam-Rijnmond richt zich in de beoordeling op de mogelijke gezondheidseffecten van elektromagnetische velden. De GGD stelt dat het jaargemiddelde van elektromagnetische velden, buiten de afstand van 50 meter, niet hoger zal zijn dan 0,4 microtesla. De woningen aan de Hogelandseweg staan op 100, 150 en 180 meter van de GIS-installatie, buiten de 50 meter van het Lysias advies (Advies nieuw voorzorgbeleid elektriciteit en gezondheid).

Ook door mogelijke cumulatie (de beïnvloeding van meerdere hoogspanning stations bij elkaar) verwacht de GGD geen verhoging van het elektromagnetisch veld op de twee woningen als gevolg van het bestaande en het nieuw te bouwen hoogspanningsstation en GIS-installatie. Hoogspanningslijn Op ongeveer 50 meter van beide woningen aan de Hogelandseweg bevindt zich de bestaande hoogspanningslijn Waalhaven-Geervliet (150 kV). Volgens de RIVM-netkaart wordt voor elke bovengrondse hoogspanningslijn een rekenafstand vastgesteld, waarbinnen het Rijk (en ook de GGD) adviseert om de magneetveldzone te berekenen. Deze rekenafstand is relevant wanneer er plannen zijn om gevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen binnen die afstand te bouwen. Voor de hoogspanningslijn Waalhaven-Geervliet is de rekenafstand vastgesteld op 70 meter, waardoor beide woningen binnen deze afstand vallen. De GGD stelt dat het mogelijk is dat beide woningen momenteel binnen de 0,4 microtesla magneetveldzone van de hoogspanningslijn liggen, wat vanuit gezondheidsoogpunt ongewenst is. Daarnaast is het voor de GGD onbekend of de stroom door deze bestaande hoogspanningslijn zal toenemen als gevolg van de energietransitie/verzwaring van het elektriciteitsnetwerk. De GGD geeft aan dat niet kan worden bepaald of de breedte van de 0,4 microtesla magneetveldzone van de hoogspanningslijn zal toenemen.

Antwoord Voor wat betreft de gezondheidseffecten door de uitbreiding van het hoogspanningsstation is de GGD helder in haar bevindingen. De uitbreiding zal geen effect hebben op de gezondheid van omwonenden, omdat de elektromagnetische velden niet hoger zullen zijn dan 0,4 microtesla. Hierdoor is er geen aanwijzing voor negatieve ontwikkelingen als gevolg van de realisatie van een nieuwe GIS-installatie. Overigens kan worden vermeld dat 0,4 microtesla geen vastgestelde norm is op basis van een aangetoond gezondheidseffect, maar een voorzorgrichtlijn uit een beleidsadvies uit 2023 van de ministeries EZK en BZK. Daarnaast is het goed om te vermelden dat de betreffende hoogspanningslijn Rotterdam Waalhaven- Geervliet-Noorddijk 150 al circa een decennium niet onder spanning staat.

3

Voor wat betreft de hoogspanningslijn Rotterdam Waalhaven-Geervliet Noorddijk 150 kan vermeld worden dat TenneT het voornemen heeft deze gedeeltelijk te vervangen door een ondergrondse hoogspanningskabel. Dit is noodzakelijk, omdat de bestaande mast 52 op het hoogspanningsstation Geervliet- Noorddijk 150 geamoveerd moet worden ten behoeve van de bouw van het nieuwe GISgebouw. Dit houdt in dat op termijn de bestaande bovengrondse hoogspanningslijn ter plaatse van de woningen aan de Hogelandseweg zal komen te vervallen. Deze ontwikkeling valt echter buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Hiervoor wordt op termijn een aparte procedure gevoerd. In het kader van die procedure zullen de noodzakelijke onderzoeken worden uitgevoerd. Conclusie De reactie leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.

2. Zienswijzen 1. Gasunie Zienswijze Gasunie stelt in haar (pro forma) zienswijze dat de belemmeringstrook van de aardgastransportleiding aan de zuidzijde van het ontwerpbestemmingsplan gerespecteerd dient te worden. In de huidige vorm doet het voorgestelde bestemmingsplan inbreuk op de voorgenoemde belemmeringstrook. Daarnaast geeft Gasunie aan dat er aanpassingen gedaan worden aan de installatie, waardoor mogelijk de beïnvloeding op de aardgastransportleiding verandert. Gasunie geeft aan dat, als de beïnvloedingsberekening niet aan de gestelde voorwaarden van NEN 3654 voldoet, zij niet akkoord kan gaan met het ontwerpbestemmingsplan. Antwoord Gasunie heeft na het indienen van de pro forma zienswijze gevraagd om een termijn voor het aanvullen van de zienswijze. Gasunie heeft daar tot en 29 februari 2024 de mogelijkheid voor gekregen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beantwoording van de zienswijze heeft dan ook alleen betrekking op de pro forma zienswijze. Het ontwerpbestemmingsplan veroorzaakt geen inbreuk op de genoemde belemmeringstrook. De zone, waar deze binnen de begrenzing van het bestemmingsplan valt, is 1 op 1 overgenomen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied West en verandert niet. Voor naastliggende gasleidingen (en andere leidingen) stelt TenneT altijd een beïnvloedingsberekening op die voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in NEN 3654.

In reactie op de door Gasunie ingediende pro forma zienswijze is dit door TenneT, bij brief van 26 maart 2024, schriftelijk aan Gasunie bevestigd. Op 19 september 2024 is de opgestelde beïnvloedingsberekening ter beoordeling toegezonden aan Gasunie en op 1 oktober 2024 heeft overleg plaatsgevonden. Bij mail van 7 november 2024 heeft Gasunie te kennen gegeven in te kunnen stemmen met de uitgevoerde beïnvloedingsberekening. Op basis van de berekening blijkt dat er geen sprake is van ontoelaatbare beïnvloeding als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen. Conclusie De zienswijze leidt tot aanpassing van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Aan de toelichting wordt een paragraaf 4.12 Beïnvloedingsberekening toegevoegd. Daarnaast wordt de opgestelde beïnvloedingsberekening als bijlage bij de toelichting gevoegd.

4

2. Particulier 1 Indieners noemen meerdere redenen waarom zij tegen de voorgenomen uitbreiding van het transformatorstation Geervliet- Noorddijk zijn. Zij maken zich ernstige zorgen over de invloed van de uitbreiding op: 1. hun gezondheid, veiligheid en woonklimaat; 2. een onleefbare woonomgeving waardoor hun woning en bedrijf onverkoopbaar worden; 3. beperkingen voor de ontwikkeling van hun agrarisch bedrijf. Zo voorziet het ontwerpbestemmingsplan onder meer in de bouw van een tweede GIS-installatie onder de bestaande hoogspanningsleiding. De hoogspanningsleiding zal daarom vervangen worden door een ondergrondse leiding, die dan door het perceel van de bewoners zal lopen. Daarnaast benoemen indieners de mogelijke realisatie van drie windturbines ten westen van de Hartelbrug, waarvan één op korte afstand van hun perceel. Indieners vragen zich af wat de uitbreiding van het transformatorstation, in combinatie met de mogelijke komst van de windturbines, op zeer korte afstand (in combinatie met de bestaande elektriciteitskabel voorlangs de woning van de bewoners) voor effecten zal hebben. Het gaat hierbij voornamelijk om de zorgen wat betreft geluid, trillingen, magnetische velden, vrijkomen van schadelijke stoffen e.d. Antwoord 1. Hiervoor wordt verwezen naar de vooroverlegreactie van de GGD onder 4.

In haar reactie stelt de GGD dat het jaargemiddelde van elektromagnetische velden, buiten de afstand van 50 meter, niet hoger zal zijn dan 0,4 microtesla. Ook door mogelijke cumulatie (de beïnvloeding van meerdere hoogspanningsbronnen bij elkaar) verwacht de GGD geen verhoging van het elektromagnetisch veld op de beide omliggende woningen. Hierdoor is er geen aanwijzing voor negatieve ontwikkelingen als gevolg van de realisatie van een nieuwe GIS-installatie. Overigens kan worden vermeld dat 0,4 microtesla geen vastgestelde norm is op basis van een aangetoond gezondheidseffect, maar een voorzorgrichtlijn uit een beleidsadvies uit 2023 van de ministeries EZK en BZK. 2. In het kader van het bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt dat er geen gevolgen zijn voor de agrarische bedrijfsvoering en de bijbehorende agrarische bedrijfswoning. De beperkte uitbreiding van het hoogspanningsstation vindt grotendeels op het bestaande perceel van het station plaats, waardoor er geen nadelige effecten voor het perceel van indieners te verwachten zijn. Dit wordt ook onderschreven door de reactie en het advies van de GGD. Wij zien dan ook geen aanknopingspunten voor de stelling dat de uitbreiding van het station een substantiële invloed heeft op de verkoopbaarheid van de woning c.q. het agrarisch bedrijf.

Mochten indieners van mening zijn dat zij door de vaststelling van het bestemmingsplan nadeel ondervinden dan kunnen zij hiervoor een verzoek tot planschade indienen. 3. TenneT heeft het voornemen de bestaande bovengrondse hoogspanningslijn Rotterdam Waalhaven-Geervliet Noorddijk 150 gedeeltelijk te vervangen door een ondergrondse hoogspanningskabel. Dit is noodzakelijk, omdat de bestaande mast 52 op het hoogspanningsstation Geervliet- Noorddijk 150 geamoveerd moet worden ten behoeve van de bouw van het nieuwe GIS-gebouw. Dit houdt in dat op termijn de bestaande bovengrondse hoogspanningslijn ter plaatse van het perceel van indieners zal komen te vervallen. Deze ontwikkeling valt echter buiten de reikwijdte van dit ontwerpbestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan heeft uitsluitend betrekking op de uitbreiding van het hoogspanningsstation. Voor de mogelijkheden tot het verkabelen van de bestaande bovengrondse hoogspanningslijn wordt binnen een ander project momenteel een onderzoek naar mogelijke alternatieven voor de verkabeling uitgevoerd. Indieners zullen bij dit project 5

betrokken worden. In een later stadium zal hiervoor vervolgens een aparte juridischplanologische procedure doorlopen worden. De mogelijke realisatie van windturbines in de nabijheid van het gebied maakt geen onderdeel uit van het voorliggende bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft recent besloten voor de gevraagde bouw van deze windmolens geen verklaring van geen bedenkingen af te geven. De vergunning hiervoor is vervolgens geweigerd. Hierover loopt overigens nog een beroepsprocedure. Daarnaast kan worden opgemerkt dat een milieueffectrapportage niet nodig is aangezien een (aanpassing van een) transformatorstation niet opgenomen is in de C- en D-lijst in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. 3. Particulier 2 Zienswijze Indiener merkt op dat er in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan gesproken wordt over een agrarisch bouwvlak met woning en iets verderop een tweede bouwvlak voor een agrarisch verwant bedrijf in de omgeving van het hoogspanningsstation. Indiener geeft aan dat deze informatie onjuist is, aangezien er geen bedrijf is op zijn perceel aanwezig is. Het betreft hier een particuliere woning met een loods, zonder enige bedrijfsactiviteit.

Daarnaast geeft indiener aan dat bij de inpassing en aanpassing van het hoogspanningsstation, rekening dient te worden gehouden met de volgende aspecten: 1. het landelijke karakter van het buitengebied, dus groene en natuurlijke erfafscheiding; 2. voldoende en deugdelijke erfscheiding om gevaarlijke situaties voor mens en dier te voorkomen (denk daarbij aan grazend vee op de rijweg); 3. voldoende mitigerende maatregelen om eventuele geluidsoverlast te beperken; 4. de verkeerssituatie ter plaatse en duidelijke bewegwijzering voor bestemmingsverkeer. Daarnaast wordt aangegeven dat een deel van de Hogelandseweg in eigendom is van indiener en dat het voorkomt dat bestemmingsverkeer voor het transformatorstation ongevraagd gebruik maakt van deze privéweg. Verzocht om de regels te respecteren en om de verkeerssituatie goed af te stemmen in aanloop naar de uitvoeringswerkzaamheden. Antwoord De bestemmingen van beide percelen zijn overgenomen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied West. In dit bestemmingsplan heeft het perceel van indiener de bestemming Agrarisch met de functieaanduiding Agrarisch aanverwant bedrijf gekregen. Mocht deze bestemming niet meer correct zijn dan zal dit bij de opstelling van het nieuwe omgevingsplan voor Nissewaard worden meegenomen. 1.

Voor de beantwoording van dit punt wordt verwezen naar de beantwoording van de reactie van de Provincie Zuid-Holland onder punt 1. 2. In het landschappelijk inpassingsplan wordt rekening gehouden met het vervangen van een deel van het bestaande schapenraster dat aanwezig is op de Noorddijk aan de westzijde (300 meter) en oostzijde (400 meter) van het hoogspanningsstation. Daarnaast zal een deel van de haagstructuur aan de oostzijde van het hoogspanningsstation opnieuw worden aangeplant. Tot slot zal het hoogspanningsstation voorzien worden van een terreinafscheiding die voldoet aan de eisen van de netbeheerders. Op deze wijze wordt een goede erfafscheiding gerealiseerd. 6

3. In het kader van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de ontwikkelingen. In het akoestisch onderzoek is vastgesteld dat het geluid ruim onder de wettelijke limiet blijft, ook als toeslagen voor tonaal geluid worden toegepast. Hieruit blijkt dat er geen geluidsoverlast ontstaat door de uitbreiding van station Geervliet op omliggende geluidsgevoelige functies. 4. Voor de start van de uitvoering van de werkzaamheden wordt tijdig met de aannemers en bouwende partijen afgestemd dat de Hogelandseweg niet zonder toestemming gebruikt mag worden. De verkeerssituatie wordt tijdig en goed afgestemd in aanloop naar de uitvoeringswerkzaamheden met zowel de aannemer, initiatiefnemers en de omwonenden. Conclusie Het landschappelijk inpassingsplan en het beeldkwaliteitsplan zijn als bijlage aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd. Daarnaast is paragraaf 2.2 van de toelichting (toekomstige situatie) aangevuld.

3. Ambtshalve wijzigingen Na het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan is een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan. Een groot deel van deze wijzigingen is noodzakelijk omdat de uitbreidingsplannen voor het hoogspanningsstation sinds het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan nader zijn uitgewerkt. Daarbij is gebleken dat de plannen niet geheel pasten binnen de kaders van het ontwerpbestemmingsplan. In deze paragraaf worden de ambtshalve wijzigingen omschreven. Aanpassing van de regels ▪ Aanpassingen artikel 3 Bedrijf o In het ontwerpbestemmingsplan is in artikel 3.2.1. onder c opgenomen dat de te bebouwen oppervlakte maximaal 1.200m² mag bedragen. Deze oppervlakte wordt vergroot tot 1.600m², omdat bij het verder uitwerken van de plannen is gebleken dat de oppervlakte van het nieuwe GIS-gebouw groter wordt. De grotere oppervlakte is nodig voor de huisvesting van de apparatuur en de eisen vanuit TenneT voor een veilige en betrouwbare bedrijfsvoering. De apparatuur kan namelijk niet buiten worden opgesteld. Station Geervliet-Noordijk wordt via verbindingen direct verbonden met het 380kV-hoogspanningsstation Simonshaven en wordt daardoor gekwalificeerd als een zogeheten categorie 1-station. Deze kwalificatie betekent dat er vanuit TenneT aanvullende eisen aan het station worden gesteld.

Deze aanvullende eisen hebben tot gevolg dat het beoogde GIS-gebouw groter wordt dan de omvang van het GIS-gebouw dat als uitgangspunt is genomen bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan. De oppervlakte van het GIS-gebouw sec zal circa 670m² bedragen. Ook is gebleken dat een installatiegebouw van Stedin van 70m² moet worden geplaatst, direct aansluitend aan het huidige trafogebouw. Een overzicht van de bestaande en toekomstige gebouwen is weergegeven in onderstaande tabel. Toekomstige situatie Huidige GIS gebouw TenneT Huidige trafogebouw Stedin Nieuw te bouwen GIS gebouw TenneT Nieuw te bouwen installatiegebouw Stedin Totaal

Oppervlakte 295 m² 490 m² 668 m² 70 m² 1.523 m²

Marge Op te nemen maximum bouwmogelijkheden

77 m² 1.600 m² 7

Het opnemen van een marge voorkomt dat, wanneer er een kleiner nieuw gebouw bijgeplaatst moet worden of bij het definitief maken van de plannen, er niet gelijk weer een wijziging van het ruimtelijk plan noodzakelijk is. De aanpassingen maken een totale bouwmogelijkheid van maximaal 1.600m² noodzakelijk. Op basis hiervan wordt artikel 3.2.1 Gebouwen onder c aangepast, waarbij de maximale te bouwen oppervlakte wordt gewijzigd van 1.200m² naar 1.600m². Dit wordt ook tekstueel in de toelichting verwerkt. o

Op basis van artikel 3.2.2 Bouwregels voor andere bouwwerken mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen maximaal 3 meter bedragen. Een deel van de terreinafscheiding van TenneT dient echter hoger te worden in verband met veiligheidseisen die worden gehanteerd. Dit in verband met de beklimbaarheid van de gebouwen. De hoogte van het daadwerkelijke hekwerk bedraagt 3 meter en er is sprake van een optopping van maximaal 0,5 meter. Hierdoor is een aanpassing van artikel 3.2.2 onder c nodig, waarbij de hoogte van erf- en terreinafscheidingen wordt verhoogd naar 3,5 m. Artikel 3.2.2 onder c komt als volgt te luiden: “c. de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 3,5 meter”

o

In artikel 3.1 onder b worden kabels en leidingen toegevoegd aan de omschrijving van de bij de bestemming behorende voorzieningen. Artikel 3.1 onder b komt als volgt te luiden: “bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, kabels en leidingen en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen.”

▪

Aanpassing Artikel 6 Leiding- Hoogspanning In artikel 6.1 Bestemmingsbeschrijving was onvoldoende duidelijk dat binnen deze dubbelbestemming het realiseren en in werking hebben van een ondergrondse hoogspanningsverbinding is toegestaan. Om deze reden is artikel 6.1 aangepast en komt deze als volgt te luiden: “De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor het realiseren en in werking hebben van een ondergrondse hoogspanningsverbinding van 150 kV met dien verstande dat het bestaande maximale voltage niet overschreden mag worden.”

Aanpassingen verbeelding ▪ Aan de westzijde wordt een nieuwe transformator van Stedin gebouwd. Om dit mogelijk te maken moet de bestaande weg van het Waterschap worden verlegd. Tijdens het optimaliseren van het wegontwerp, om een zo veilig mogelijk wegontwerp te krijgen, is de transformator naar achteren geschoven. In het ontwerpbestemmingsplan is de beoogde locatie van de transformator deels gelegen in de bestemming ‘Groen’ en is de verschuiving niet op de juiste wijze doorgevoerd. In de bestemming ‘Groen’ is het niet mogelijk om de transformator te plaatsen. Het is daarom noodzakelijk om een deel van de bestemming ‘Groen’ te wijzigen in de bestemming ‘Bedrijf’. Op de verbeelding is de locatie van de transformator geheel bestemd met de bestemming ‘Bedrijf’. Hiermee is sprake van een uitbreiding van de bestemming Bedrijf ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.

8

▪

Het bestaande hoogspanningsstation moet worden aangepast en uitgebreid. Dit moet gebeuren terwijl het huidige station in bedrijf blijft en de omgeving de huidige leveringszekerheid van elektriciteit blijft behouden. Op het station en in de directe omgeving liggen hiervoor al diverse kabels in de grond, die niet eenvoudig verlegd kunnen worden. Het uitbreiden en ombouwen van het station is mede daarom een grote uitdaging. Enkele bestaande ondergrondse 150 kV-kabels moeten ten behoeve van de ontwikkeling worden verlegd. Deze verlegging gebeurt deels aansluitend aan het bestaande hoogspanningsstation. Daarnaast is ten behoeve van de ontwikkeling de aanleg van een aantal nieuwe 150 kV-kabels noodzakelijk. Deze worden ondergronds direct rondom het station aangelegd. De nieuwe kabels zijn noodzakelijk om: -

de 3e transformator van Stedin aan te sluiten op de GIS-installatie van TenneT; het bestaande GIS-gebouw te verbinden met het nieuwe GIS-gebouw; bestaande kabelverbindingen te verleggen om ruimte te maken voor de ontwikkelingen op het hoogspanningsstation.

Met het aanleggen en verleggen van deze 150 kV-kabels was in het ontwerpbestemmingsplan nog geen rekening gehouden, omdat de ligging van de kabels nog niet bekend was. De kabelligging is inmiddels verder uitgewerkt. Daarbij is duidelijk geworden dat een groot deel van de kabels buiten het plangebied zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan komt te liggen. Op basis van het geldende bestemmingsplan Buitengebied West is het aanleggen van 150 kV-kabels niet toegestaan. Omdat het om 150 kV-kabels gaat, dient daarnaast een dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' opgenomen te worden. Dit is noodzakelijk om de veiligheid en de onbelemmerde ligging van de kabels in het bestemmingsplan te borgen. Daarom zijn de 150 kV-kabels alsnog opgenomen op de verbeelding. Op diverse plaatsen aangrenzend aan het terrein van het hoogspanningsstation is de bestemming LeidingHoogspanning opgenomen. In onderstaande figuur worden de locaties van de aanpassingen op de verbeelding weergegeven.

9

Aanpassingen toelichting ▪ Als gevolg van de wijziging van het bouwoppervlak verandert ook de wateropgave. Er is meer ruimte benodigd voor wateropvang. Dit is verwerkt in de watertoets, die een bijlage bij de toelichting is en in de toelichting in paragraaf 4.2.2. ▪

Op 1 oktober 2024 is een nieuwe versie van de AERIUS-calculator beschikbaar gekomen. Daarom is een herberekening gemaakt voor stikstof. Uit de herberekening blijkt eveneens dat het project niet leidt tot een toename van stikstofdepositie ter plaatse van één of meerdere Natura 2000-gebied(en) van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Derhalve kunnen significante gevolgen voor de habitats in Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Recente uitspraken van de Raad van State over intern salderen hebben geen invloed op deze ontwikkeling. Het geactualiseerde stikstofonderzoek en de geactualiseerde AERIUS-berekeningen zijn opgenomen als bijlage en verwerkt in de toelichting.

▪

Ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan was het archeologisch onderzoek nog niet uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek is inmiddels uitgevoerd. Er is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek is benodigd om eventuele archeologische waarden in kaart te brengen. Uit de conclusie van het onderzoek blijkt dat het aspect archeologie niet leidt tot belemmeringen van de voorgenomen ontwikkeling. De resultaten van het archeologisch onderzoek zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan en het onderzoek is bijgevoegd als bijlage bij de toelichting. Een vervolgonderzoek is niet nodig.

▪

Op verschillende plaatsen is de toelichting aangepast als gevolg van het toevoegen van de te verleggen en nieuw aan te leggen 150 kV-kabels die noodzakelijk zijn ten behoeve van de ontwikkeling.

▪

Hoofdstuk 5 is aangevuld met het gevoerde vooroverleg, de zienswijzenprocedure en de ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.

▪

Tot slot zijn in de toelichting enkele ondergeschikte redactionele aanpassingen van de tekst doorgevoerd.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15443483/1