CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Actualiseren APV; Verordening

Commissie Bestuur 29 augustus 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Actualisering APV (zie opmerking)19.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Raadscasenr. 23.R.00000 De raad der gemeente Nissewaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van d.d. augustus 2023; gehoord het advies van de commissie Bestuur van

september 2023;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit de volgende verordening vast te stellen: Verordening tot vierde wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Nissewaard 2020. Artikel I De Algemene plaatselijke verordening Nissewaard 2020 wordt gewijzigd als volgt: A. In de Inhoudsopgave: a. worden na 'Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting ' ingevoegd 'Artikel 2:28a Indieningsvereisten exploitatievergunning openbare inrichting’, ‘Artikel 2:28b Weigeringsgronden’, ‘Artikel 2:28c Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning’, ‘Artikel 2:28d Eisen aan exploitant en leidinggevenden’, ‘Artikel 2:28e Aanwezigheid exploitant/ leidinggevende’, ‘Artikel 2:28f Wijziging aanhangsel exploitatievergunning’, Artikel 2:28g ‘Wijziging exploitatievergunning openbare inrichting’, ‘Artikel 2:28h Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden’en ‘Artikel 2:28i Beëindiging en overgang exploitatie’; b. wordt na 'Artikel 2:36 kennisgeving exploitatie' ingevoegd: 'Artikel 2:36a Verschaffing gegevens nachtregister’; c. wordt ‘Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister’ vervangen door ‘Artikel 2:38 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen’; d. wordt na ‘Artikel 2:38 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen’ ingevoegd ‘Artikel 2:38a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat’; e.

komt artikel 2:41a ‘Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen’ te vervallen; f. worden na ‘Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik’ ingevoegd ‘Artikel 2:74b Verzamelingen van personen in verband met drugs’ en artikel ‘Artikel 2:74c verblijfsverbod drugsdealers’; g. wordt na ‘Artikel 3:2 Definities’ ingevoegd ‘Artikel 3.2a Nadere regels’;dt na ‘Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning’ ingevoegd ‘Artikel 3:8a Sluiten van een seksinrichting’; h. wordt na ‘artikel 4:9a bestrijding groep en verspreiding planten’ ingevoegd ‘Artikel 4:9b Verbod oplaten ballonnen’; i. komt ‘Artikel 5:18a te vervallen’. B. Artikel 1:1 wordt vervangen door: Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: de bebouwde kommen weergegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening; - bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; ..

pagina

2 van 38

-

-

bouwwerk: hetgeen in artikel 1.1. van de Bouwverordening gemeente Nissewaard 2016 daaronder wordt verstaan; bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; college: het college van burgemeester en wethouders; gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet daaronder wordt verstaan; handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; weg: hetgeen daaronder wordt volstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

C. Artikel 1:2 wordt vervangen door: Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 3. In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:10, eerste lid, artikel 2:11, tweede lid aanhef en onder a, of 2:12 en 4:11. D. Artikel 1:6 wordt vervangen door: Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of e.

de houder dit verzoekt. E. Artikel 2:1 wordt vervangen door: Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

pagina

3 van 38

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing; is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. F Artikel 2:10 wordt vervangen door: Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan een openbare plaats. 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 3. Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd, indien: a.

het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare plaats, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak. 4. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard. 5. Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen, mits wordt voldaan aan de krachtens het zesde lid gestelde nadere regels: a. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid, b. uitstallingen; c. bouwobjecten, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding aan het college is gedaan; d. containers, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding aan het college is gedaan; e. reclameborden; f. plantenbakken en banken; g. nader door het college aan te wijzen voorwerpen. 6. Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het vijfde lid. 7.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de Zuid- Hollandse Omgevingsverordening. 8. In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester. 9. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. G Artikel 2:11 wordt vervangen door: Artikel 2:11 (Omgevings-)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.

pagina

4 van 38

1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, ineen weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Keur waterschap Hollandse Delta 2014, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening Nissewaard. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. H Artikel 2:12 wordt vervangen door: Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.

In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning geweigerd; a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, of; d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Keur waterschap Hollandse Delta 2014 of de Omgevingsverordening Zuid-Holland. I Artikel 2:23 wordt vervangen door: Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Zuid-Holland of de Verordening nautisch beheer ZuidHolland 2022. J Artikel 2:25 wordt vervangen door: Artikel 2:25 Evenementen 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Geen vergunning is vereist voor een Categorie 0-evenement, indien: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen; b. het evenement tussen 11:00 uur en 23:00 uur plaatsvindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

pagina

5 van 38

3.

4.

5.

6. 7.

8.

9.

e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; f. er een organisator is; en g. de organisator ten minste 10 werkdagen voorafgaand aan het Categorie 0-evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester. e burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding besluiten een Categorie 0evenement te verbieden, indien er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Een aanvraag tot een vergunning voor een Categorie A, B en C-evenement wordt langs elektronische weg of schriftelijk ingediend door middel van een door de burgemeester beschikbaar gesteld formulier. Een aanvraag wordt ingediend: a. voor een Categorie A-evenement ten minste acht weken voorafgaand aan het evenement; b. voor een Categorie B-evenement ten minste dertien weken voorafgaand aan het evenement; c. voor een Categorie C-evenement ten minste zesentwintig weken voorafgaand aan het evenement. Een beschikking voor een Categorie A-, B- C- evenement wordt gegeven binnen acht, respectievelijk dertien of zesentwintig weken. De burgemeester kan deze termijn verlengen. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8, tweede lid, kan de burgemeester de vergunning voor een categorie A-, B- of C-evenement weigeren, indien: a.

de vergunning voor een A-evenement niet ten minste 8 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd; b. de vergunning voor een B-evenement niet ten minste 13 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd; c. de vergunning voor een C-evenement niet ten minste 26 weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de organisator of de aanvrager van de vergunning in enig opzicht van slecht levensgedrag is. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

K Artikel 2:27 wordt vervangen door: Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid dan wel gelegenheid wordt gegeven anders dan om niet enigerlei eet- of drinkwaar te verkrijgen, af te halen of te verbruiken; b. Terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. 2. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis, clubhuis, afhaalpunten, take away en maaltijdbezorging. Onder openbare inrichting wordt ook verstaan een bij deze openbare inrichting behorend terras en andere aanhorigheden. 3. Exploitant: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden. 4.

Leidinggevende: de natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een openbare inrichting.

pagina

6 van 38

L Artikel 2:28 wordt vervangen door: Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; of d. een bedrijfskantine of bedrijfsrestaurant; e. een uitvaartcentrum, begraafplaats of crematorium; 3. In aanvulling op het bepaalde in het tweede lid kan de burgemeester categorieën openbare inrichtingen aanwijzen die worden vrijgesteld van de vergunningplicht. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid. M Na artikel 2:28 wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:28a Indieningsvereisten exploitatievergunning openbare inrichting 1. De vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, wordt aangevraagd door de exploitant met gebruikmaking van en door de burgemeester vastgesteld formulier. 2. In de aanvraag voor de vergunning als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid, worden in ieder geval vermeld: a.

de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en van de leidinggevende(n); b. indien van toepassing de verblijfstitel van de exploitant of leidinggevende(n); c. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of leidinggevende(n) gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; d. voor welke openbare inrichting en type bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt aangevraagd; e. het adres en telefoonnummer van de openbare inrichting; f. het nummer van inschrijving van de openbare inrichting in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin de openbare inrichting wordt gevestigd; h. een verklaring omtrent het gedrag, opgesteld binnen drie maanden voorafgaand aan de aanvraag om een vergunning, van de exploitant en van de leidinggevenden; 3. De burgemeester kan als hij dat nodig acht voor het beoordelen van de aanvraag verlangen dat aanvullende gegevens worden overlegd. N Na artikel 2:28a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:28b Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de vergunning als: a.

de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit en geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; b. niet is voldaan aan de ingevolge artikel 2:28d voor de exploitant en leidinggevenden geldende eisen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning weigeren als:

pagina

7 van 38

a. naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting door de aanwezigheid van het de openbare inrichting nadelig beïnvloed wordt; b. redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; c. er aanwijzingen zijn dat in de openbare inrichting personen werkzaam zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; d. bij de toepassing van de in het vijfde lid onder a genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met: - het karakter van de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen; - de aard van de openbare inrichting; - de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie; e. de exploitant of de leidinggevende(n) binnen drie jaar voor de aanvraag een openbare inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde dan wel aantasting van het woon- en of leefklimaat, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet gesloten is geweest. O Na artikel 2:28b wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:28c Inhoud exploitatievergunning en aanhangsel vergunning 1. De burgemeester vermeldt in een vergunning: a. de vergunninghouder; b.

tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; c. de plaats waar de openbare inrichting zich bevindt; d. de situering en de oppervlakte van het (de) terras(sen) van de openbare inrichting; e. de voorschriften en/of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden. 2. De burgemeester vermeldt in het aanhangsel bij de vergunning: de leidinggevenden. 3. De vergunning en het daarvan deel uitmakende aanhangsel, of afschriften daarvan, zijn in de openbare inrichting aanwezig. P Na artikel 2:28c wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:28d Eisen aan exploitant en leidinggevenden De exploitant en leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen: a. zij hebben de leeftijd van achttien jaar bereikt; b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c. zij staan niet onder curatele. Q Na artikel 2:28d wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:28e Aanwezigheid exploitant/ leidinggevende Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden zonder dat: a. een op de vergunning of het aanhangsel vermelde exploitant of leidinggevende aanwezig is; of b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:28f, eerste lid, van deze verordening is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigden zolang nog niet op die aanvraag is beslist, aanwezig is.

R Na artikel 2:28e wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:28f Wijziging aanhangsel exploitatievergunning 1. Een exploitant meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven; 2. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk of elektronisch de ontvangst van de aanvraag.

pagina

8 van 38

3. De burgemeester weigert de bijschrijving op of wijziging van het aanhangsel indien de persoon bedoeld in artikel 2:27, vierde lid, van deze verordening niet voldoet aan de in artikel 2:28d van deze verordening gestelde eisen. S Na artikel 2:28f wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:28g Wijziging exploitatievergunning openbare inrichting 1. Indien een openbare inrichting een zodanige verandering ondergaat dat zij niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning gegeven omschrijving, is de vergunninghouder verplicht bedoelde wijziging binnen één maand bij de burgemeester te melden. 2. De burgemeester verstrekt, indien aan de ten aanzien van de openbare inrichting gestelde eisen wordt voldaan, een gewijzigde vergunning. T Na artikel 2:28g wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:28h Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden In aanvulling op het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning intrekken, wijzigen of schorsen als: a. de exploitant en/of leidinggevenden het bij of krachtens de bepalingen van deze afdeling overtreden; b. de exploitant en /of leidinggevende van de openbare inrichting niet meer voldoet aan de in artikel 2:28d gestelde eisen. c.

aannemelijk is dat de exploitant en/of leidinggevenden betrokken zijn, of hun ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; d. de exploitant en/of leidinggevenden strafbare feiten plegen in de openbare inrichting dan wel toestaan of gedogen dat in de openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; e. de exploitant en/of leidinggevenden zich schuldig maken aan discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of welke grond dan ook; f. zich in of vanuit de openbare inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het (ongewijzigd) geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting. g.

een vergunninghouder in een periode van twee jaar ten minste drie maal op grond van artikel 2:28f, eerste lid van deze verordening om bijschrijving van een persoon op het aanhangsel bij de vergunning heeft verzocht en de burgemeester die wijziging van het aanhangsel ten minste driemaal heeft geweigerd op grond van artikel 2:28f, derde lid van deze verordening. U Na artikel 2:28h wordt een nieuw artikel ingevoegd: Artikel 2:28i Beëindiging en overgang exploitatie 1. De exploitant meldt de beëindiging van de exploitatie van het horecabedrijf binnen twee weken schriftelijk aan de burgemeester. 2. De burgemeester kan in het geval van een ongewijzigde bedrijfsovername op verzoek van de rechtsopvolger onder voorwaarden toestemming geven om na het indienen van een aanvraag de exploitatie van het horecabedrijf voort te zetten. Een verkregen toestemming geldt totdat de burgemeester op de aanvraag heeft beslist. V Artikel 2:29 wordt vervangen door: Artikel 2:29 Sluitingstijden 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten van maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 05.30 uur en 07.00 uur. 2. Terrassen bij openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 01.00 uur en 07.00 uur. 3. De burgemeester kan incidenteel ontheffing verlenen van de sluitingstijd.

pagina

9 van 38

4. De burgemeester stelt beleidsregels vast over het gebruik van de in het derde lid genoemde bevoegdheid. 5. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers in het horecabedrijf toe te laten of te laten verblijven - van maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 en 06:00 uur; - van zaterdag tot en met zondag tussen 05.30 en 07.00 uur. 6. Het is verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben of daarop bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01.00 uur en 07.00 uur. 7. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 8. Bij de overgang van zomer- naar wintertijd en van winter- naar zomertijd geldt de officiële tijd. 9. Het eerste en zevende lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien. 10. Op de aanvraag tot ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. W Artikel 2:30 wordt vervangen door: Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1.

De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet. X Na artikel 2:36 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:36a Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. Y Artikel 2:37b wordt vervangen door: Artikel 2:37b Exploitatie kamerverhuurbedrijf 1. Het is verboden een kamerverhuurbedrijf te exploiteren op door het college aangewezen plaatsen en zonder dat (hij) het college daarvoor een vergunning heeft verleend. 2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van de vergunningaanvraag. 3. Het college weigert de vergunning: a. als naar zijn oordeel de woon- of leefsituatie in de omgeving van het kamerverhuurbedrijf op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; b.

als de exploitatie van een kamerverhuurbedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 4. Geen vergunning is vereist: a. voor woonruimten die deel uitmaken van een wooncomplex voor senioren of van een instelling voor verpleging en verzorging of daarmee naar hun aard gelijk te stellen woonvormen, indien deze worden gebruikt overeenkomstig hun specifieke doel en functie. b. Voor maximaal twee onzelfstandige woonruimten die deel uitmaken van een woning waarvan : - de verhuurder voor 100% economisch en juridisch eigenaar is; en - de verhuurder zelf in de woning woont en op het adres van de woning staat ingeschreven; en - de verhuurder minimaal 50% van de beschikbare oppervlakte van de woning zelf voor zijn huishouden in gebruik heeft; en - voorzieningen zoals een keuken, badkamer en toilet worden gedeeld; en - elk van de onzelfstandige woonruimte wordt bewoond door maximaal één persoon. 5. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Z

pagina

10 van 38

Artikel 2:38 wordt vervangen door: Artikel 2:38 Sluiting voor publiek toegankelijke gebouwen. 1. De burgemeester kan, indien zulks naar zijn oordeel in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat is vereist, de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van een voor het publiek openstaand gebouw - niet zijnde een seksinrichting - of een bij dat gebouw behorend erf, een perceel of gedeelte van het perceel of enige andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn bevel op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf, het perceel of een gedeelte van het perceel of de ruimte. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht. 3. Eenieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is de rechthebbende op en de beheerder van het gebouw, erf, perceel of een gedeelte van een perceel of de ruimte waarvoor een bevel als bedoeld in het eerste lid geldt, verboden daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven, zolang de sluiting van kracht is. 5.

Het is eenieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten gebouw, erf, perceel of gedeelte van het perceel of enige andere ruimte te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Op aanvraag van een belanghebbende kan: a. een sluiting voor onbepaalde duur door de burgemeester worden opgeheven, wanneer naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden; b. een sluiting door de burgemeester worden opgeheven wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. AA Na artikel 2:38 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:38a Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. leidinggevende: de exploitant en iedere andere natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leidinggeeft aan de bedrijfsmatige activiteiten; c.

bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw of een daarbij behorend perceel, niet zijnde: - een seksinrichting of escortbedrijf waarvoor een vergunningplicht op grond van deze verordening geldt; - een horecabedrijf waarvoor een vergunningplicht op grond van Alcoholwet of op grond van artikel 2:28 van deze verordening geldt; - een coffeeshop of - een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw, dan wel in dat gebied de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat of ernstige vrees hiertoe bestaat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen of te wijzigen:

pagina

11 van 38

a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten, of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen van strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan een ter inzage gelegd bestemmingsplan, een voorbereidingsbesluit, een beheersverordening, een exploitatieplan of daarmee gelijk te stellen regelingen. 6. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteit(en) de vergunning wordt gevraagd en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en het burger servicenummer van iedere exploitant en beheerder; b. het adres waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend of zullen worden uitgeoefend; het nummer waaronder het bedrijf is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. 7. Als de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 8. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. gehandeld wordt in strijd met het bij of krachtens dit artikel bepaalde; d. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; e. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; f.

er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, of g. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 9. Indien het bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid wordt geëxploiteerd of indien één van de situaties als bedoeld in het achtste lid van toepassing is, kan de burgemeester het bedrijf geheel of gedeeltelijk sluiten. 10. Het is eenieder zonder schriftelijke toestemming van de burgemeester verboden een overeenkomstig het negende lid gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 11. De vergunning vervalt wanneer: a. de exploitatie van het bedrijf feitelijk is beëindigd of overgedragen; b. zes maanden zijn verlopen na het onherroepelijk worden van de vergunning, zonder dat van deze vergunning gebruik is gemaakt; c. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen gebruik is gemaakt van de vergunning. 12. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder aanwezig is.

pagina

12 van 38

13. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 14. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. AB Artikel 2:41a komt te vervallen Vervallen, wordt artikel 2:38 AC Artikel 2:43 wordt vervangen door: Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke 1. Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of erfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. AD Artikel 2:44a wordt vervangen door: Artikel 2:44a Vervoer geprepareerde voorwerpen 1. Het is verboden op een openbare plaats in de nabijheid van winkels, gedurende de openingstijden daarvan, een tas of ander voorwerp bij zich te dragen die of dat ertoe uitgerust is om het plegen van winkeldiefstal te vergemakkelijken. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dit lid bedoelde voorwerp niet is bestemd voor de in dat lid bedoelde handelingen. AE Artikel 2:50a wordt vervangen door: Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als wapen 1.

Het is verboden op een openbare plaats of in voor het publiek toegankelijke gebouwen messen of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. 2. Het verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen die zodanig zijn ingepakt, dat zij niet voor dadelijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het onderwerp daarvan wordt voorzien bij of krachtens de Wet wapens en munitie. AF Artikel 2:57 wordt vervangen door: Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide op schoolpleinen of op een andere door het college aangewezen openbare plaats; b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de hond niet is aangelijnd; c. op een openbare plaats indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiekenmerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2. Het verbod in het eerste lid aanhef en onder b is niet van toepassing op door het college aangewezen openbare plaatsen. 3.

De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. AG Artikel 2:58 wordt vervangen door: Artikel 2:58 Verontreiniging door honden

pagina

13 van 38

1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. 3. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen openbare plaatsen. AH Artikel 2:59 wordt vervangen door: Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijn- en / of muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is verplicht de hond kort aangelijnd te houden, met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijn- en/of muilkorfgebod is opgelegd, is naast de verplichting bedoeld in het tweede lid verplicht de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b.

door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4. Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder c, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een door de minister die het aangaat op aanvraag verstrekt uniek identificatienummer door middel van een microchip die met een chipreader afleesbaar is. AI Artikel 2:64 wordt vervangen door: Artikel 2:64 Bijen 1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van dertig meter van een openbare plaats; 2. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen. 3. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid. 4.

Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening Zuid-Holland. 5. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. 6. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. AJ Artikel 2:73a wordt vervangen door: Artikel 2:73a Carbidschieten 1. Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water, of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te verbranden. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in de periode van 31 december 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar. 3. In de ontheffing wordt een locatie en tijdstip opgenomen en gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:

pagina

14 van 38

a. geen handelingen worden verricht of nagelaten waarvan degene die het carbidschieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar, schade of hinder kan optreden voor personen of voor de omgeving; b. binnen een straal van 100 meter rond de plaats waar het carbidschieten plaatsvindt, in totaal maximaal twee bussen worden gebruikt dan wel gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor carbidschieten; c. het vrij schootsveld tenminste 75 meter bedraagt en daarin geen openbare paden of wegen zijn gelegen. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie of het Wetboek van Strafrecht. AK Artikel 2:73b wordt vervangen door: Artikel 2:73b Vervoeren of bij zich hebben van carbid of soortgelijke stoffen 1. Het is verboden op een openbare plaats carbid of soortgelijke stoffen [of voorwerpen] als bedoeld in artikel 2:73a te vervoeren of bij zich te hebben, waarvan gelet op hun aard of de omstandigheden waaronder deze worden aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze zullen worden gebruikt in strijd met het bepaalde in artikel 2:73a. 2.

Het verbod is niet van toepassing op degenen aan wie carbid is afgeleverd gedurende de tijd die nodig is om thuis te komen, noch op degene die aannemelijk maakt dat hij het carbid nodig heeft in de uitoefening van beroep of bedrijf. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht AL Na artikel 2:74a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 2:74b Verzamelingen van personen in verband met drugs 1. Het is verboden op of aan openbare plaats, die door de burgemeester is aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet, naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, aan een verzameling van meer dan vier personen deel te nemen. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet. 3. Eenieder, die zich bevindt in een verzameling van personen als in het eerste lid bedoeld, is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door deze aangewezen richting te verwijderen.

AM Na artikel 2:74b wordt een nieuw artikel ingevoegd luidende: Artikel 2:74c verblijfsverbod drugsdealers. 1. De burgemeester kan degene die in een door het college aangewezen gebied waarin sprake is van ernstige overlast, veroorzaakt door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs, zich op of aan een openbare plaats ophoudt waarbij aannemelijk is dat dit gebeurt om middelen, als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar, te verkopen of te koop aan te bieden en die antecedenten heeft op het gebied van het verkopen of te koop aanbieden van drugs of daarop gelijkende waar, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar voor de duur van drie maanden niet meer te bevinden. 2. De burgemeester kan aan degene, aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en die binnen een periode van een jaar opnieuw de in dat lid genoemde bepalingen overtreedt, bevelen om zich onmiddellijk uit het in lid 1 genoemde gebied te verwijderen en zich daar gedurende een periode van maximaal zes maanden niet meer te bevinden. 3. Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of tweede lid is verplicht hieraan onmiddellijk te voldoen.

pagina

15 van 38

AN Artikel 3:2 wordt vervangen door: Artikel 3:2 Definities - advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het publiek brengt; - beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een seksbedrijf; - bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester; - bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, niet zijnde de exploitant, de beheerder, de prostituee(s), de toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel Toezichthouders of andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is; - escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen klant en prostituee; - exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend; - klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden seksuele diensten; - prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het

verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; - prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie; - seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen betaling; - seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf. AO Na artikel 3:2 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 3:2a Nadere regels Met het oog op de in dit hoofdstuk genoemde belangen, kan het college over de uitoefening van de bevoegdheden zoals genoemd in dit hoofdstuk nadere regels vaststellen. AP Artikel 3:7 lid 1 onder i, wordt vervangen door: Artikel 3:7 lid 1 onder i, 1 Weigeringsgronden Een vergunning wordt geweigerd als: i 1.

de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht , wegens dan wel mede wegens overtreding van: bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de APV Nissewaard; AQ Artikel 3:8 wordt vervangen door: Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning 1. De vergunning vermeldt in ieder geval: a. de naam van de exploitant; b. indien van toepassing, die van de beheerder; c. voor welke activiteit de vergunning is verleend; d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

pagina

16 van 38

e. het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; f. indien van toepassing, het adres van de onder dat seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend; g. de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; h. indien van toepassing, de geldigheidsduur van de vergunning; i. het nummer van de vergunning. 2. De exploitant dient de vergunning of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig te hebben in de seksinrichting waarvoor de vergunning mede is verleend, en tevens dat aan de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. AR Na artikel 3:8 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende: Artikel 3:8a Sluiten van een seksinrichting 1. Het bevoegd bestuursorgaan kan een seksinrichting tijdelijk of voor onbepaalde tijd voor publiek of algeheel gesloten verklaren, als het seksbedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning dan wel een van de in artikel 3:9, tweede lid onder f, h en j genoemde situaties zich voor doet. 2. Het bevoegd bestuursorgaan maakt de sluiting bekend door het aanbrengen van een afschrift van het bevel op of nabij de toegang of toegangen van de seksinrichting. De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld afschrift is aangebracht. 3.

Eenieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 4. Het is de exploitant of beheerder van een seksinrichting verboden daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het eerste lid gesloten seksinrichting te bezoeken of als bezoeker daarin te verblijven. 6. Een sluiting kan op aanvraag van een belanghebbende door het bevoegde bestuursorgaan worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de situatie die tot de sluiting heeft geleid, zal plaatsvinden. AS Artikel 3:12 wordt vervangen door: Artikel 3:12 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid; toegang 1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 01:00 uur en 10:00 uur, tenzij in de vergunning anders is bepaald. 2. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te zijn voor bezoekers. 3.

Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting. AT Artikel 3:18 wordt vervangen door: Artikel 3:18 Raamprostitutie Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan een openbare plaats bevinden beschikbaar te stellen; en b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden. AU Artikel 3:18 wordt vervangen door: Artikel 3:18 Raamprostitutie Het is verboden zich op of aan een openbare plaats of op, aan of in een andere vanaf een openbare plaats zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend, op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op aan een openbare plaats ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.

pagina

17 van 38

AV Artikel 3:21 wordt vervangen door: Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 2. Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 3. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend. AW Artikel 4:2 wordt vervangen door: Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor: a. Koningsdag (27 april); b. door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3. 3.

In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid onder b en het tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer delen van de gemeente. 4. Het college maakt de aanwijzing als bedoeld in het eerste lid onder b en het tweede lid ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Als een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, kan het college een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Tijdens de op grond van het eerste lid aangewezen dagen en dagdelen, mag het geluidsniveau, veroorzaakt door een inrichting de normen die zijn opgenomen in de volgende tabel, niet overschrijden:

Lar,LT op een hoogte van 1,5 meter op de gevel van gevoelige gebouwen Lar LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen La max op een hoogte van 1,5 meter op de gevel van gevoelige gebouwen La max in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

Dagperiode 07.00-19.00

Avondperiode 19.00-23.00

Nachtperiode 23.00-02.00

68 dB(A)

63 dB(A)

58 dB(A)

53 dB(A)

48 dB(A)

43 dB(A)

78 dB(A)

73 dB(A)

68 dB(A)

63 dB(A)

58 dB(A)

53dB(A)

pagina

18 van 38

pagina

19 van 38

De geluidnormen als bedoeld in het zesde lid zijn inclusief onversterkte muziek en nog zonder toepassing van de 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 7. De geluidwaarde, bedoeld in het zevende lid, geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. AX Artikel 4:3 wordt vervangen door: Artikel 4:3 Melding incidentele activiteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 10 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4.

De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Ten minste vijf werkdagen voor de aanvang van de festiviteit stelt de houder van de inrichting de direct omwonenden daarvan in kennis. 7. Tijdens het van toepassing zijn van een incidentele festiviteit, mag het geluidniveau, veroorzaakt door de inrichting, niet meer bedragen dan de geluidsnormen die zijn opgenomen in de tabel in artikel 4:2 lid 6. 8. De geluidsnormen, bedoeld in het zevende lid, zijn inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 9. De geluidsnormen, bedoeld in het zevende lid, gelden voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. AY Artikel 4:5 wordt vervangen door: Artikel 4.5 Onversterkte muziek 1.

Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer binnen inrichtingen is de in het tweede lid opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onder d, van het Besluit geluidhinder; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13070666/1