CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvraag wijziging statuten

Gemeenteraad 22 maart 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Onderwijsgroep Galilei Statuutwijziging9.514 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

9 alinea's met “benoeming”: 40 41 59 66 100 130 169 173 214

GALILEI Onderwijsgroep

gemeente Nissewaard N\0~^ĉx^)

Aan het College van B&W van de gemeente Nissewaard Postbus 25 3200 AA Spijkenisse

3 î AUG. 2022

Brielle, 26 augustus 2022

Betreft:

Actualisatie Statuten Onderwijsgroep Galilei Ons kenmerk U021 .bri

Geacht College, Stichting Onderwijsgroep Galilei actualiseert op dit moment haar Handboek Governance. In dit kader worden de Statuten gewijzigd en op onderdelen herzien/geactualiseerd en in lijn gebracht met de huidige toepasselijke wet- en regelgeving. Toetsing van de herziene Statuten heeft plaatsgevonden door Van Doorne notarissen. Vervolgens zijn de herziene Statuten door zowel Raad van Toezicht als GMR van Onderwijsgroep Galilei van instemming voorzien en worden nu volgens procedure ter goedkeuring aan gemeenten voorgelegd. Tijdens het bestuurlijk overleg d.d. 20 juni jl. zijn de wijzigingen (bijlage I) in de Statuten aan aanwezige wethouders toegelicht. Hierbij verzoek ik de raad goedkeuring te verlenen aan de herziene Statuten Onderwijsgroep Galilei.

Met vriendelijke groet,

mr. Drs. P.R. Slier Bestuurder Onderwijsgroep Galilei bijlage.

Onderwijsgroep Galiiei voor openbaar voortgezet onderwijs De Ring van Putten. Helinium. Maertant. MY college. Praktijk College Brielle. Praktijk College Spijkenisse Hossenbosdijk 14-16 3232 PX Brielle

Postbus 5 3230 AA Brielle

Telefoon 0181 650955

Email Website

contact@galilei.nl www.galilei.nl

Hoofdstuk 6: Statuten Stichting Onderwijsgroep Galilei Aanpassingen Van Doorne de dato 2 februari 2022

Artikel 1 Naam en zetel 1.

De stichting draagt de naam: Stichting Onderwijsgroep Galilei .T Openbaar Voortgezet Onderwijs Voorne-Putten. De stichting hanteert als verkorte naam: Stichting Onderwijsgroep Galilei.

2.

De şStichting heeft haar zetel in de gemeente Brielle.

Artikel 2 Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a. de gemeenten: de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Nissewaard; b. de gemeenteraden: de raden van de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Nissewaard; c. de scholen: de navolgende scholen die onder het bevoegd gezag van de Stichting vallen d.

MY college te Spijkenisse;

d.

De Ring van Putten te Spijkenİ6se;

d.

Praktijk College te Spljkenisse;

d.

Helinium te Hellevoetsluis:

d.

Maerlant te Brielle;

d.

Praktijk College te Brielle.

d. bindende voordracht: de gemeenteraden benoemen de leden van de raad van toezicht of wijzen een kandidaat af. Bij afwijzing wordt het orgaan dat de bindende voordracht heeft gedaan, gevraagd om een nieuwe kandidaat voor te dragen e. Wvo: de Wet op het voortqezet onderwiis.-

Artikel 3 Doel en middelen De stichting heeft ten doel -het geven van openbaar onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen, met inachtneming van artikel 42-b Wvovan de Wet op het Voortqezet Onderwijs (WVO): en ţx

het bevorderen van onderwijs in de meest brede zin van het woord vanuit haar maatschappelijke taak en opdracht te voorzien in kwalitatief hooqwaardiq onderwijs.

7 Om het doel te verwezenlijken kan de stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenlevingen met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbare scholen zijn toegankelijk voor leerlingen zonder

onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. De şStichting beoogt niet-het roakeo van winst.heeft geen winstoogmerk.

Artikel 4 Duur en boekjaar 1. De şStichting is opgericht voor onbepaalde tijd. 2. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.

Artikel 5 Organisatie van de stichting De stichting kent een statutair bestuur, dat bestuurder, die belast is met het bestuur over de stichting en een raad van toezicht, die toezicht houdt op het beleid van de bestuurderhet bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting, zoals verder uitgewerkt in deze statuten.

Artikel 6 Bestuurder; benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis 1. De stichting wordt bestuurd door heteee bestuur. - Het bestuur kan bestaan uit één of meer

2. EenOe bestuurder wordt benoemd door de raad van toezicht. 3. De vereiste deskundigheden en achtergrond van eende bestuurder worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van eende bestuurder. 4. Bij de selectie van een bestuurder wordt door de raad van toezicht een selectie en benoemingsprocedure gevolgd die is beschreven in het Handboek Governance. 5. EenOe bestuurder kan als ordemaatregel te allen tijde in het belang van de Stichting en de door haar in stand gehouden scholen instelling worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van eende bestuurder vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen vier weken na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. De betreffende bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6.

De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd eende bestuurder te ontslaan. De betreffende bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van

toezicht waarin ontslag aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. EenOe bestuurder defungeert: (a) door zijn overlijden; (b) door de beëindiging van zijn dienstverband met de stichting; (c) door zijn onder curatele stolling; (c) doordat hij het vrij beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen verliest; (d) door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht (e) door zijn ontslag verleend door de rechtbank. 8. In de-vacature van bestuurdervacatures binnen het bestuur wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij vacature, ontstentenis of belet van ļ ņde bestuurder wordt de bestuurderhet bestuur tiideliik waargenomen door de andere bestuurder, dan wel indien sprake is van één bestuurder, door een door de raad van toezicht aangewezen waarnemend bestuurder. Bij ontstentenis of belet van de raad van toezicht wordt de bestuurder waargenomen door de persoon die daartoedoor-de-president van de rechtbank van het arrondissement-waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek van één of meer-be)anghebbende(n) is of wordt aangewezen. 9. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een bestuurder.

Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een bestuurder tiideliik onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een bestuurder is geschorst. 10. De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de bezoldiging ^-en-kostenvergoedingen en overige arbeidsvoorwaarden van lederede bestuurder. De raad van toezicht hanteert hierbij de cao bestuurders VO. Indien onderwerpen niet geregeld zijn in de cao bestuurders VO treft de raad van toezicht zir-een regeling die qua ínhoud en hoogte overeenkomstig is met de regeling in de cao VO. 11. Tegen de achtergrond van de benodigde deskundigheid draagt iederede bestuurder zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van i ede rede bestuurder wordt periodiek door de raad van toezicht besproken en beoordeeld.

Artikel 7 Bestuurder; taken en bevoegdheden 1. De bestuurderHet bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt iedere de-bestuurder zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. De beştuurdefHet bestuur is belast met de taken en uitoefening van de bevoegdheden die de stichting als bevoegd gezag zijn toebedeeld, voor zover deze niet bij of krachtens de

wet of deze statuten aan anderen zijn toegekend. Bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden conformeert de bestuurderhet bestuur zich aan het bepaalde in het Handboek Governance van de stichting. 3. De bestuurderHet bestuur bepaalt na overleg met de directeuren en rectoren van de scholen de missie en het strategisch beleid van de stichting. De missie en het strategisch beleid van de stichting legt de bestuurderhet bestuur ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Het bestuur De bestuurder legt in het ķesţuursjaafverslag ijaarverslag) verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen van het beleid zijn gerealiseerd. 4. Het bestuur De bestuurder is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het, met inachtneming van de bepalingen ter zake in de WvoWet op het voertqezet-enderwiis. besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen of het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerstelling van een schuld van een ander verbindt.

De in dit artikellid genoemde besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen of het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerstelling van een schuld van een ander verbindt zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur en de bestuurders) aan. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring bedoeld in dit lid neemt de-bestuurdefhet bestuur respectievelijk de raad van toezicht de in de Wet op het voortoezet onderwiįsWvo ter zake opgenomen bepalingen in acht, waaronder in het bijzonder de artikelen 76q en 76u Wvo. 5. Voorts heeft de bestuurderhet bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het aangaan van financiële verplichtingen welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan- een door de raad van toezicht in het reglement van de raad van toezicht vastoesteld en aan de bestuurderhet bestuur meegedeeld bedrag; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c.

ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; d. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling;

e. het doen van een voorstel aan de gemeenteraad (een van) de gemeenteraden tot opheffing van een door de stichting in standgehouden school; f.

het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen;

g. het vaststellen, wijzigen of intrekken van de daarvoor in aanmerkina komende documenten ooaenomen in het Handboek Governance, waarvan in ieder geval een managementstatuut deel uitmaakt. 6. De besluitvorming over de opheffing van een door de stichting in stand gehouden school is voorbehouden aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de desbetreffende school is gelegen. 7. ĮBesluitenĮ van het bestuur worden schríftelijk vastgelegd en voor zover wettelijk voorgeschreven openbaar gemaakt, tenzij het bestuur anders oordeelt ter bescherming van de privacy van personen of ter voorkoming van schade aan de belangen van de stichting of van de daaronder ressorterende scholen . Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. Het besluit wordt dan door de andere bestuurder, dan wel bij één bestuurder, door de Raad van Toezicht genomen.

Artikel 8 Vertegenwoordiging 1. Het bestuurDe bestuurder vertegenwoordigt de stichting. In geval het bestuur uit meerdere personen bestaat, is iedere bestuurder afzonderlijk ook bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. , voor zover uit de wet of de statuten niet anders voortvloeit en met uitzondering van het bepaalde in de beide navolgende leden. 2. De voorzitter van de raad van toezicht of een ander door de raad van toezicht aan te wijzen lid vertegenwoordigt de stichting in gevallen waarin naar het oordeel van de raad van toezicht sprake is van een verstrengeling van belangen tussen de bestuurder en de stichting. 2. De bestuurderHet bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Artikel 9 Raad van toezicht 1. Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraden in deze statuten en de Wet op het voortqezetonderwiįsWvo is het toezicht op het beleid van de bestuurderhet bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan een raad van

toezicht. Het toezicht omvat in ieder geval de in artikel 24ee1 van de van de~Wet op het voortqezet onderwiisWvo genoemde onderwerpen. 2.

De vereiste deskundigheden en achtergrond van de voorzitter en leden van de raad van toezicht worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een openbare profielschets., die is opgenomen in het Handboek Governance. De raad van toezicht kan — indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van de voorzitter of het lid van de raad van toezicht. Om benoembaar te zijn tot lid van de raad van toezicht dient een kandidaat een positieve houding te hebben ten opzichte van het openbaar onderwijs en de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs te onderschrijven.

3.

De raad van toezicht bestaat uit vijf natuurlijke personen. Twee leden worden op bindende voordracht van de oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad door de gemeenteraden benoemd. Eén lid van de raad van toezicht wordt door de gemeenteraden op bindende voordracht van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad benoemd. De overige leden van de raad van toezicht worden door de gemeenteraden op bindende voordracht van de raad van toezicht benoemd. De wervings- en selectieprocedure voor leden van de raad van toezicht wordt verder uitgewerkt in de "Procedure werving en selectie leden raad van toezicht’’, zoals opgenomen in het Handboek Governance.

4.

De leden van de raad van toezicht worden door de gemeenteraden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal vier iaar. De rRaad van tīoezicht bepaalt in heţaar rooster van aftreden de benoemingstermijnen zodanig dat maximaal één à twee leden per jaar aftreden en als zodanig continuïteit in de raad van toezicht maximaal gewaarborgd is.

5.

De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan.

6.

De leden van de raad van toezicht ontvangen een vergoeding voor hun inzet in de raad van toezicht conform de in het Handboek Governance opgenomen “Vergoedingsregeling raad van toezicht". Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt zoveel mogelijk aangesloten bij voor de sector voortgezet onderwijs geldende i wettelijke) normen en richtlijnen. Jaarlijks wordt door de bestuurder het bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven.

7. De bestuurderHet bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De wijze en omvang van de informatieverstrekking wordt verder uitgewerkt in het Handboek Governance van de stichting. 8. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 9. Een lid van de raad van toezicht kan door de raad van toezicht aan de gemeenteraden worden voorgedragen voor ontslag ingeval van disfunctioneren. De raad van toezicht motiveert het voorstel aan de gemeenteraden. In afwachting van het besluit van de gemeenteraden naar aanleiding van de in de eerste volzin bedoelde voordracht voor ontslag is het desbetreffende lid van de raad van toezicht geschorst. 10. Eeen lid van de raad van toezicht defungeert: a) door zijn overlijden; b) door zijn vrijwillig aftreden; c) door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d) doordat hij het vrij beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen verliest; e) door zijn ontslag hem verleend door de gemeenteraden op voordracht van de raad van toezicht als bedoeld in lid 9 van dit artikel f)

door ontslag verleend door de rechtbank.;-

11. door zijn onder curatele stelling. 11. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht, nemen de overbliivende leden, of neemt het overbliivende lid, de volledige taken van de raad van toezicht waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht tiideliik waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de wethouders met de portefeuille onderwijs van de gemeenten (gezamenlijk) wordt/worden aangewezen, op voorstel van het bestuur, welke persoŕoln(en) alsook gehouden is/ziin zorg te dragen voor het voordragen van personen tot benoeming als lid van de raad van toezicht aan de gemeenteraden, een en ander tot de gemeenteraden conform het bepaalde in dit artikel in benoeming van nieuwe leden van de raad van toezicht heeft voorzien. 12. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de raad van toezicht. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een lid

van de raad van toezicht tiideliik onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een lid van de raad van toezicht is geschorst 13. die daartoe door de president van de rechtbank van het arrondissement waar de stichting statutair is gevestigd, op verzoek-van-Åért of meer belanghebbende(n) rs-of-wordt/en aangewezen. 13. Bij de vervulling van hun zŕįn-taak ak-richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.

Artikel 10 Raad van toezicht; werkwijze 1. De leden van de raad van toezicht stemmen zonder last of ruggespraak. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid, waaronder de voorzitter, één stem. Alle besluiten worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2. Elk lid van de raad van toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 3. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schríftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onder­ werpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste-vierentwintig-uur, 4. Een vergadering van de raad van toezicht vindt geen doorgang indien niet ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is. Indien een vergadering op grond van de voorgaande volzin geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter binnen veertien dagen een nieuwe vergadering. Op deze nieuw uitgeschreven vergadering kan de raad van toezicht besluiten nemen over de aangelegenheden die waren geagendeerd voor de eerdere vergadering die op grond van het eerste artikellid geen doorgang heeft gevonden, ook als het quorum genoemd in de eerste volzin van dit artikellid niet aanwezig is. 5.

Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schríftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen, waaronder mede wordt verstaan het uitoefenen van het stemrecht. 6. De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid wordt de vergadering geleid door de vicevoorzitter. 7. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden ge­ houden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schríftelijk geschieden.

8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de ínhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schríftelijk vastgelegd voorstel. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering. 10. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar, tenzij de raad van toezicht anders besluit ter bescherming van de privacy van personen of ter voorkoming van schade aan de belangen van de stichting of van de daaronder ressorterende scholen. De raad van toezicht draagt zorg voor het tijdig bekend maken van de vergadering en de te behandelen agenda. 11. Van een besloten (deel van de) vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad van toezicht anders beslist. 12. Besluiten van de raad van toezicht kunnen ook buiten vergadering tot stand komen, mits dit schríftelijk geschiedt, het bestuur voorafgaand aan de besluitvorming schríftelijk om advies is gevraagd en alle leden van de raad van toezicht stem uitbrengen voor het betreffende voorstel. Zodanige besluiten worden aan de notulen toeqevoeqd.

De 13.

raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan een zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere aan die vergadering deelnemende leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan.

14. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het besluit wordt door de overige leden van de raad van toezicht genomen met inachtneming van het vorenstaande. Indien alle leden van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. wordt het besluit genomen door de raad van toezicht met algemene stemmen, onder schríftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

Artikel 11 Geheimhouding van stukken 1. De raad van toezicht kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de Ínhoud van de stukken die aan hem zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen.

2. De ingevolge het voorgaande lid opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling tegenwoordig waren, alsmede door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennisnemen, in acht genomen, totdat de raad van toezicht de geheimhouding opheft. De voorzitter kan omtrent de ínhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij niet in de eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van de leden tegenwoordig is, door de raad van toezicht wordt bekrachtigd.

Artikel 12 Commissies 1. De raad van toezicht kan al dan niet uit zijn midden commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid

van

de

raad

van

toezicht

belast

kunnen

worden

met

aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de raad van toezicht behoren. Een commissie is verantwoording verschuldigd aan de raad van toezicht. 2. De werkwijze en samenstelling van de commissies worden geregeld door de raad van toezicht.

Artikel 123 Begroting en jaarrekening 1. De bestuurderHet bestuur stelt jaarlijks een begroting op. De begroting is onderworpen aan de goedkeuring door de raad van toezicht. Na goedkeuring door de raad van toezicht stelt de bestuurderhet bestuur de begroting vast. -De vastgestelde begroting wordt ter informatie aan de gemeenteraden gezonden. 2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt het bestuur de bestuurder de jaarrekening op, waarvan een bestuursiaafverslaq deel uitmaakt. 3. De raad van toezicht draagt de-bestuurderhet bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. Bij de bespreking van de jaarrekening door de raad van toezicht met de bestuurderhet bestuur is de accountant die de jaarrekening heeft onderzocht aanwezig om een toelichting op de bevindingen van het accountantsonderzoek te verstrekken. 4. De bestuurderHet bestuur legt de jaarrekening ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Na goedkeuring door de raad van toezicht stelt het bestuur de bestuurder de jaarrekening vast. Ter goedkeuring en vaststelling wordt de jaarrekening door iedere bestuurder en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. De vastgestelde jaarrekening met het bestuursiaafverslaq wordt ter informatie aan de gemeenteraden gezonden.

Goedkeuring van de jaarrekening door de raad van toezicht geldt als decharge voor de bestuufder-.het bestuur.

Artikel 134 Verslag, verantwoording en gemeentelijk toezicht 1. De bestuurderHet bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraden over de werkzaamheden,

waarbij

wezenskenmerken

van

in ieder geval aandacht wordt geschonken aan het

openbaar

onderwijs.

Het

verslag

de

wordt

bekendgemaaktopenbaar gemaakt. 2. Pe-bestuurdefHet bestuur initieert ten„minste eenmaal per jaar overleg met een vertegenwoordiging van de gemeenten over de positie en het functioneren van het openbaar voortgezet onderwijs. 3. Naast het in het eerste lid bedoelde overleg vindt op verzoek van hetzij de bestuurderhet bestuur hetzij de gemeente nader overleg plaats. 4. De gemeenteraden oefenen toezicht uit op de stichting middels haar bevoegdheden op grond van de Wet op het voortqezet onderwijsWvo: a) ingrijpen bij ernstige taakverwaarlozing als bedoeld in artikel 42b, elfde lidhd 11 van de WvoVÔ; b) benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de leden van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 42b, twaalfde lidlìd 12 onder b van de WVvoô; c) ontbinding van de stichting in geval van ernstige taakverwaarlozinci als bedoeld in artikel 42b twaalfde-liélid 12 onder f iuncto lid 11 van de WvoVÔ; d) het goedkeuren van een statutenwijziging als bedoeld in artikel 42b zevende lidlìd 7 van de WvoVÔ; 5. Het in het vorige lid genoemde toezicht en het gebruik van de daarbij behorende bevoegdheden worden zoveel mogelijk door de gemeenteraden op elkaar afgestemd na voorafgaand overleg met de stichting volgens een daartoe afgesloten “Convenant Gemeentelijk Toezicht Onderwijsgroep Galilei".

Artikel 145 Statutenwijziging 1. De bestuurderHet bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. 2. Voor het besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van voorafgaande goedkeuring is een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitqebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig is. met een

meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitaebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordeliike tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 5. De bestuurderHet bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister

Artikel 156 Ontbinding en vereffening 1. De bestuurderHet bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. 2. Voorts zijn de gemeenteraden, in geval van ernstige taakverwaarlozing door de bestuurdef het bestuur of functioneren in strijd met de wet als bedoeld in artikel 42b lid 11 Wyovan-de Wet op het voortgezet onderwijs, bevoegd zo nodig de stichting te ontbinden. Een ontbinding van de stichting op grond van artikel 42b, eifde iicUid 11 WvoVÔ is uitsluitend mogelijk indien de gemeenteraden van Brielle, Hellevoetsluis en Nissewaard hiertoe gezamenlijk besluiten. 3. Tenzij de gemeenteraden anders besluiten, is de bestuurderhet bestuur met de vereffening belast. 4. De vereffenaar draagt er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5.

De gemeenteraden Het bestuur stelt, na goedkeuring van de raad van toezicht stetterr-de bestemming van het batig liquidatiesaldo vast Een batig liquidatiesaldo kan alleen worden uitaekeerd aan een fiscaal erkende algemeen nut beogende instelling met een vergelijkbare doelstelling of aan een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg het algemeen nut beoogt en die een vergelilkbare doelstelling heeft-.. 5. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden ‘‘in liquidatie".

6.

Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaar aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 4 vermelde register.

Voorgenomen besluit bestuurder: Goedkeuring RvT: Goedkeuring gemeenteraad Brielle Goedkeuring gemeenteraad Hellevoetsluis Goedkeuring gemeenteraad Nissewaard Vastgesteld door bestuurder

De notariële akte is getekend op ...

Hoofdstuk 6: Statuten Stichting Onderwijsgroep Galilei Artikel 1 Naam en zetel 1.

De stichting draagt de naam: Stichting Onderwijsgroep Galilei, Openbaar Voortgezet Onderwijs Voorne-Putten. De stichting hanteert als verkorte naam: Stichting Onderwijsgroep Galilei.

2.

De stichting heeft haar zetel in de gemeente Brielle.

Artikel 2 Begripsbepalingen In deze statuten wordt verstaan onder: a. de gemeenten: de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Nissewaard; b. de gemeenteraden: de raden van de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Nissewaard; c.

de scholen: de scholen die onder het bevoegd gezag van de Stichting vallen.

d. bindende voordracht: de gemeenteraden benoemen de leden van de raad van toezicht of wijzen een kandidaat af. Bij afwijzing wordt het orgaan dat de bindende voordracht heeft gedaan, gevraagd om een nieuwe kandidaat voor te dragen; e. Wvo: de Wet op het voortgezet onderwijs

Artikel 3 Doel en middelen De stichting heeft ten doel: a.

het geven van openbaar onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen, met inachtneming van artikel 42b Wvo; en

b.

het bevorderen van onderwijs in de meest brede zin van het woord vanuit haar maatschappelijke taak en opdracht te voorzien in kwalitatief hoogwaardig onderwijs.

Om het doel te verwezenlijken kan de stichting gebruik maken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. Het openbaar onderwijs draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenlevingen met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbare scholen zijn toegankelijk voor leerlingen zonder onderscheid naar godsdienst of levensbeschouwing. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.

De stichting heeft geen

winstoogmerk. 1

Artikel 4 Duur en boekjaar 1. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.

C' ^ G. *\ C?

ţ ~ c \.

StC

^9

2. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar.

Artikel 5 Organisatie van de stichting De stichting kent een statutair bestuur, dat belast is met het bestuur over de stichting en een raad van toezicht, die toezicht houdt op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting, zoals verder uitgewerkt in deze statuten.

Artikel 6 Bestuur; benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis 1. De stichting wordt bestuurd door het bestuur. Het bestuur kan bestaan uit één of meer bestuurders. 2. Een bestuurder wordt benoemd door de raad van toezicht. 3. De vereiste deskundigheden en achtergrond van een bestuurder worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van een bestuurder. 4. Bij de selectie van een bestuurder wordt door de raad van toezicht een selectie en benoemingsprocedure gevolgd die is beschreven in het Handboek Governance. 5. Een bestuurder kan als ordemaatregel te allen tijde in het belang van de Stichting en de door haar in stand gehouden scholen worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een bestuurder vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen vier weken na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen.

De betreffende bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6. De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd een bestuurder te ontslaan. De betreffende bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin ontslag aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. Een bestuurder defungeert: (a) door zijn overlijden; (b) door de beëindiging van zijn dienstverband met de stichting; (c) doordat hij het vrij beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen verliest; (d) door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht; (e) door zijn ontslag verleend door de rechtbank.

8.

In vacatures binnen het bestuur wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij vacature, ontstentenis of belet van een bestuurder wordt het bestuur tijdelijk waargenomen door de andere bestuurder, dan wel indien sprake is van één bestuurder, door een door de raad van toezicht aangewezen waarnemend bestuurder.

9. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een bestuurder. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een bestuurder tijdelijk onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een bestuurder is geschorst. 10. De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de bezoldiging, kostenvergoedingen en overige arbeidsvoorwaarden van iedere bestuurder. De raad van toezicht hanteert hierbij de cao bestuurders VO. Indien onderwerpen niet geregeld zijn in de cao bestuurders VO treft de raad van toezicht een regeling die qua ínhoud en hoogte overeenkomstig is met de regeling in de cao VO. 11. Tegen de achtergrond van de benodigde deskundigheid draagt iedere bestuurder zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van iedere bestuurder wordt periodiek door de raad van toezicht besproken en beoordeeld.

Artikel 7 Bestuur; taken en bevoegdheden 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt iedere bestuurder zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 2. Het bestuur is belast met de taken en uitoefening van de bevoegdheden die de stichting als bevoegd gezag zijn toebedeeld, voor zover deze niet bij of krachtens de wet of deze statuten aan anderen zijn toegekend. Bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden conformeert het bestuur zich aan het bepaalde in het Handboek Governance van de stichting. 3.

Het bestuur bepaalt na overleg met de directeuren en rectoren van de scholen de missie en het strategisch beleid van de stichting. De missie en het strategisch beleid van de stichting legt het bestuur ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Het bestuur legt in het bestuursverslag (jaarverslag) verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen van het beleid zijn gerealiseerd.

4.

Het bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het, met inachtneming van de bepalingen ter zake in de Wvo, besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen of het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerstelling

van een schuld van een ander verbindt. De in dit artikellid genoemde besluiten tot het aangaan

van

overeenkomsten

tot verkrijging,

vervreemding

en

bezwaring

van

registergoederen of het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerstelling van een schuld van een ander verbindt zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur en de bestuurder(s) aan. Bij de besluitvorming casu quo de goedkeuring bedoeld in dit lid neemt het bestuur respectievelijk de raad van toezicht de in de Wvo ter zake opgenomen bepalingen in acht, waaronder in het bijzonder de artikelen 76q en 76u Wvo. 5. Voorts heeft het bestuur voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het aangaan van financiële verplichtingen welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht in het reglement van de raad van toezicht vastgesteld en aan het bestuur meegedeeld bedrag; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c.

ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting;

d. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling; e. het doen van een voorstel aan (een van) de gemeenteraden tot opheffing van een door de stichting in standgehouden school; f.

het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen;

g. het vaststellen, wijzigen of intrekken van de daarvoor in aanmerking komende documenten opgenomen in het Handboek Governance, waarvan in ieder geval een managementstatuut deel uitmaakt. 6.

De besluitvorming over de opheffing van een door de stichting in stand gehouden school is voorbehouden aan de gemeenteraad van de gemeente waarin de desbetreffende school is gelegen.

7. Besluiten van het bestuur worden schríftelijk vastgelegd en voor zover wettelijk voorgeschreven openbaar gemaakt, tenzij het bestuur anders oordeelt ter bescherming van de privacy van personen of ter voorkoming van schade aan de belangen van de stichting of van de daaronder ressorterende scholen.

Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de met haar verbonden organisatie. Het besluit wordt dan door de andere bestuurder, dan wei bij één bestuurder, door de Raad van Toezicht genomen.

Artikel 8 Vertegenwoordiging 1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. In geval het bestuur uit meerdere personen bestaat, is iedere bestuurder afzonderlijk ook bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. 2. Het bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.

Artikel 9 Raad van toezicht 1. Onverminderd het bepaalde ten aanzien van de gemeenteraden in deze statuten en de Wvo is het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting opgedragen aan een raad van toezicht. Het toezicht omvat in ieder geval de in artikel 24e1 van de Wvo genoemde onderwerpen. 2. De vereiste deskundigheden en achtergrond van de voorzitter en leden van de raad van toezicht worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een openbare profielschets. De raad van toezicht kan - indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature - besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen van de voorzitter of het lid van de raad van toezicht. Om benoembaar te zijn tot lid van de raad van toezicht dient een kandidaat een positieve houding te hebben ten opzichte van het openbaar onderwijs en de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs te onderschrijven. 3. De raad van toezicht bestaat uit vijf natuurlijke personen. De leden van de raad van toezicht worden door de gemeenteraden benoemd. De oudergeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor ten minste één derde gedeelte, doch geen meerderheid van het aantal zetels in de raad van toezicht.

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht, waarbij geldt dat bij het

opmaken

van

deze

voordracht

ten

minste

de

oudergeleding

van

de

gemeenschappelijke medezeggenschapsraad met die voordracht dient in te stemmen. De overige leden van de raad van toezicht worden op bindende voordracht van de raad van toezicht door de gemeenteraden benoemd. De wervings- en selectieprocedure voor leden van de raad van toezicht en de uitoefening van de bevoegdheden van de (oudergeleding van de) gemeenschappelijke

medezeggenschapsraad op grond van het hiervoor bepaalde, wordt verder uitgewerkt in de “Procedure werving en selectie leden raad van toezicht”, zoals opgenomen in het Handboek Governance. 4. De leden van de raad van toezicht worden door de gemeenteraden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. De raad van toezicht bepaalt in het rooster van aftreden de benoemingstermijnen zodanig dat maximaal één à twee leden per jaar aftreden en als zodanig continuïteit in de raad van toezicht maximaal gewaarborgd is. 5. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. 6. De leden van de raad van toezicht ontvangen een vergoeding voor hun inzet in de raad van toezicht conform de in het Handboek Governance opgenomen “Vergoedingsregeling raad van toezicht”. Bij de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt zoveel mogelijk aangesloten bij voor de sector voortgezet onderwijs geldende (wettelijke) normen en richtlijnen. Jaarlijks wordt door de het bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 7.

Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad van toezicht alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De wijze en omvang van de informatieverstrekking wordt verder uitgewerkt in het Handboek Governance van de stichting. 8. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 9. Een lid van de raad van toezicht kan door de raad van toezicht aan de gemeenteraden worden voorgedragen voor ontslag ingeval van disfunctioneren. De raad van toezicht motiveert het voorstel aan de gemeenteraden. In afwachting van het besluit van de gemeenteraden naar aanleiding van de in de eerste volzin bedoelde voordracht voor ontslag is het desbetreffende lid van de raad van toezicht geschorst. 10. Een lid van de raad van toezicht defungeert: a) door zijn overlijden; b) door zijn vrijwillig aftreden; c) door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d) doordat hij het vrij beheer of de vrije beschikking over zijn vermogen verliest;

e) door zijn ontslag hem verleend door de gemeenteraden op voordracht van de raad van toezicht als bedoeld in lid 9 van dit artikel; f)

door ontslag verleend door de rechtbank.

11. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van één of meer leden van de raad van toezicht, nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid, de volledige taken van de raad van toezicht waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht tijdelijk waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de wethouders met de portefeuille onderwijs van de gemeenten (gezamenlijk) wordt/worden aangewezen, op voorstel van het bestuur, welke perso(o)n(en) alsook gehouden is/zijn zorg te dragen voor het voordragen van personen tot benoeming als lid van de raad van toezicht aan de gemeenteraden, een en ander tot de gemeenteraden conform het bepaalde in dit artikel in benoeming van nieuwe leden van de raad van toezicht heeft voorzien. 12. Er is sprake van ontstentenis als een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd of door overlijden van een lid van de raad van toezicht. Onder belet wordt in deze statuten in ieder geval verstaan de omstandigheid dat een lid van de raad van toezicht tijdelijk onbereikbaar is door ziekte of andere oorzaken, of een lid van de raad van toezicht is geschorst 13.

Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.

Artikel 10 Raad van toezicht; werkwijze 1. De leden van de raad van toezicht stemmen zonder last of ruggespraak. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid, waaronder de voorzitter, één stem. Alle besluiten worden genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 2.

Elk lid van de raad van toezicht is gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen.

3.

De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schríftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onder­ werpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt.

4. Een vergadering van de raad van toezicht vindt geen doorgang indien niet ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is. Indien een vergadering op grond van de voorgaande volzin geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter binnen veertien dagen een nieuwe

vergadering. Op deze nieuw uitgeschreven vergadering kan de raad van toezicht besluiten nemen over de aangelegenheden die waren geagendeerd voor de eerdere vergadering die op grond van het eerste artikellid geen doorgang heeft gevonden, ook als het quorum genoemd in de eerste volzin van dit artikellid niet aanwezig is. 5.

Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schríftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen, waaronder mede wordt verstaan het uitoefenen van het stemrecht.

6.

De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid wordt de vergadering geleid door de vicevoorzitter.

7. De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden ge­ houden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schríftelijk geschieden. 8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de ínhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schríftelijk vastgelegd voorstel. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering. 10. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar, tenzij de raad van toezicht anders besluit ter bescherming van de privacy van personen of ter voorkoming van schade aan de belangen van de stichting of van de daaronder ressorterende scholen. De raad van toezicht draagt zorg voor het tijdig bekend maken van de vergadering en de te behandelen agenda. 11. Van een besloten (deel van de) vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad van toezicht anders beslist. 12.

Besluiten van de raad van toezicht kunnen ook buiten vergadering tot stand komen, mits dit schríftelijk geschiedt, het bestuur voorafgaand aan de besluitvorming schríftelijk om advies is gevraagd en alle leden van de raad van toezicht stem uitbrengen voor het betreffende voorstel. Zodanige besluiten worden aan de notulen toegevoegd. 13. De raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel vergaderen, mits alle leden van de raad van toezicht die aan een zodanige vergadering deelnemen elkaar kunnen verstaan. Een lid van de raad van toezicht kan telefonisch, per videoconference of door middel van een ander communicatiemiddel aan een vergadering van de raad van toezicht deelnemen, mits dat lid van de raad van toezicht steeds alle andere aan die vergadering deelnemende leden van de raad van toezicht kan verstaan en door die andere leden van de raad van toezicht wordt verstaan.

14. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. Het besluit wordt door de overige leden van de raad van toezicht genomen met inachtneming van het vorenstaande. Indien alle leden van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht met algemene stemmen, onder schríftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.

Artikel 11 Geheimhouding van stukken 1.

De raad van toezicht kan omtrent het in de vergadering behandelde en omtrent de ínhoud van de stukken die aan hem zijn of worden voorgelegd, geheimhouding opleggen.

2. De ingevolge het voorgaande lid opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling tegenwoordig waren, alsmede door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennisnemen, in acht genomen, totdat de raad van toezicht de geheimhouding opheft. 3. De voorzitter kan omtrent de ínhoud van stukken in het voorgaande lid voorlopige geheimhouding opleggen. De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij niet in de eerstvolgende vergadering, waarin meer dan de helft van de leden tegenwoordig is, door de raad van toezicht wordt bekrachtigd.

Artikel 12 Commissies 1.

De raad van toezicht kan al dan niet uit zijn midden commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid

van

de

raad

van

toezicht

belast

kunnen

worden

met

aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de raad van toezicht behoren. Een commissie is verantwoording verschuldigd aan de raad van toezicht. 2. De werkwijze en samenstelling van de commissies worden geregeld door de raad van toezicht.

Artikel 12 Begroting en jaarrekening 1.

Het bestuur stelt jaarlijks een begroting op. De begroting is onderworpen aan de goedkeuring door de raad van toezicht. Na goedkeuring door de raad van toezicht stelt het bestuur de begroting vast. De vastgestelde begroting wordt ter informatie aan de gemeenteraden gezonden.

2. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt het bestuur de jaarrekening op, waarvan een bestuursverslag deel uitmaakt.

3.

De raad van toezicht draagt het bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. Bij de bespreking van de jaarrekening door de raad van toezicht met het bestuur is de accountant die de jaarrekening heeft onderzocht aanwezig om een toelichting op de bevindingen van het accountantsonderzoek te verstrekken.

4.

Het bestuur legt de jaarrekening ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Na goedkeuring door de raad van toezicht stelt het bestuur de jaarrekening vast. Ter goedkeuring en vaststelling wordt de jaarrekening door iedere bestuurder en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. De vastgestelde jaarrekening met het bestuursverslag wordt ter informatie aan de gemeenteraden gezonden. Goedkeuring van de jaarrekening door de raad van toezicht geldt als decharge voor het bestuur.

Artikel 13 Verslag, verantwoording en gemeentelijk toezicht 1. Het bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraden over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt. 2.

Het bestuur initieert ten minste eenmaal per jaar overleg met een vertegenwoordiging van de gemeenten over de positie en het functioneren van het openbaar voortgezet onderwijs.

3.

Naast het in het eerste lid bedoelde overleg vindt op verzoek van hetzij het bestuur hetzij de gemeente nader overleg plaats.

4.

De gemeenteraden oefenen toezicht uit op de stichting middels haar bevoegdheden op grond van de Wvo: a) ingrijpen bij ernstige taakverwaarlozing als bedoeld in artikel 42b, lid 11 van de Wvo; b) benoeming, herbenoeming, schorsing en ontslag van de leden van de raad van toezicht als bedoeld in artikel 42b, lid 12 onder b van de Wvo; c) ontbinding van de stichting in geval van ernstige taakverwaarlozing als bedoeld in artikel 42b lid 12 onderf juncto lid 11 van de Wvo; d) het goedkeuren van een statutenwijziging als bedoeld in artikel 42b lid 7 van de Wvo;

5.

Het in het vorige lid genoemde toezicht en het gebruik van de daarbij behorende bevoegdheden worden zoveel mogelijk door de gemeenteraden op elkaar afgestemd na voorafgaand overleg met de stichting volgens een daartoe afgesloten “Convenant Gemeentelijk Toezicht Onderwijsgroep Galilei”.

Artikel 14 Statutenwijziging

1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. 2. Voor het besluit van de raad van toezicht tot het verlenen van voorafgaande goedkeuring is een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen vereist in een vergadering waarin alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Indien in deze vergadering niet alle leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn, zal binnen veertien dagen na het houden van de eerste vergadering een tweede vergadering worden bijeengeroepen waarin alsdan, mits meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht aanwezig is, met een meerderheid van ten minste twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen besluiten omtrent een zodanig voorstel kunnen worden genomen. 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot goedkeuring van de statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. 4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 5.

Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister.

Artikel 15 Ontbinding en vereffening 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraden. 2. Voorts zijn de gemeenteraden, in geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet als bedoeld in artikel 42b lid 11 Wvo, bevoegd zo nodig de stichting te ontbinden. Een ontbinding van de stichting op grond van artikel 42b, lid 11 Wvo is uitsluitend mogelijk indien de gemeenteraden van Brielle, Hellevoetsluis en Nissewaard hiertoe gezamenlijk besluiten. 3. Tenzij de gemeenteraden anders besluiten, is het bestuur met de vereffening belast. 4. De vereffenaar draagt er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12451034/2