CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

89.Voorontwerpbestemmingsplan uitbreiding trafostation Simonshaven; Bijlagen bij toelichting Bijlage 5 Nee tenzij toetsing

Commissie Bestuur 26 september 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Punt 89; Voorontwerpbestemmingsplan uitbreiding trafostation Simonshaven (op verzoek van de heren Speters en Verhoog)25.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied

Lijst met aanpassingen Versie

Datum

Beschrijving van de wijziging

D1

05-05-2023

Opstellen definitief rapport.

D2

05-07-2023

Aanpassingen naar aanleiding van RFA.

D3

12-07-2023

Aanpassingen naar aanleiding van opmerkingen mail

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Document referentie Klant Versie

SMH380 - Simonshaven 380kV 51010255 NL23-648800269-49883 TenneT TSO B.V. D3

Datum Auteur

12-07-2023 Raisja Spijker

Gecontroleerd door

Rietje Klous

Vrijgegeven door

Pauline Maas

2/19

Inhoudsopgave 1

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding............................................................................................................ 4 1.2 Ligging tracés ten opzichte van het NNN ............................................................ 4 1.3 Toekomstige situatie ........................................................................................... 5 1.4 Vigerend bestemmingplan .................................................................................. 6 1.5 Wijzigingen bestemmingsplan............................................................................. 7

2

Provinciaal natuurbeleid ................................................................................................ 8 2.1 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................... 8 2.2 Omgevingsbeleid Zuid-Holland ........................................................................... 8 2.2.1 Inleiding .................................................................................................. 8 2.2.2 Natuurnetwerk Nederland ...................................................................... 9 2.2.3 Weidevogelgebied ............................................................................... 10 2.3 Nee, tenzij- toetsing .......................................................................................... 10

3

Effectbeoordeling NNN ................................................................................................ 11 3.1 Aanwezige natuurbeheertypen ......................................................................... 11 3.1.1 Inleiding ................................................................................................ 11 3.1.2 NNN natuurtypen ................................................................................. 11 3.2 Ruimtebeslag en samenhang NNN-gebieden .................................................. 12 3.2.1 Inleiding ................................................................................................ 12 3.2.2 Hoogspanningsstation ......................................................................... 12 3.2.3 Mast 067 .............................................................................................. 13

4

Effectbeoordeling weidevogelgebied........................................................................... 15

5

Conclusie ..................................................................................................................... 16 5.1 Natuurnetwerk Nederland ................................................................................. 16 5.2 Weidevogelgebied ............................................................................................. 16 5.3 Nadere procedure ............................................................................................. 17

Bronnen ................................................................................................................................. 18 Bijlage 1

Cultuurtechnisch onderzoek

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

3/18

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

TenneT wil het station Simonshaven 150kV uitbreiden met twee transformatorvelden. Om de aansluitingen te kunnen realiseren, dienen de bestaande bovengrondse hoogspanningsverbindingen van station Simonshaven 380kV naar Maasvlakte 380kV aangepast te worden en een aantal hoogspanningsmasten verplaatst en/of versterkt. Voor deze ontwikkeling is een bestemmingsplanherziening nodig. Uit een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd door Sweco in 2022 (Spijker, 2022) blijkt dat: • • •

1.2

Mast 067 ligt geheel binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Mast 068 en station Simonshaven deels binnen een ecologische verbindingszone (EVZ) liggen. Op circa 40 meter van het onderzoeksgebied bij mast 068 en station Simonshaven ligt een belangrijk weidevogelgebied.

Ligging tracés ten opzichte van het NNN

Het Hoogspanningsstation Simonshaven ligt aan de Oud Hoenderhoekseweg nr.10 in Geervliet. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Nissewaard (provincie Zuid-Holland). In de omgeving liggen de dorpen Zuidland, Simonshaven en Spijkenisse, zie Figuur 1.1. De rivier die langs de locaties stroomt is de Bernisse.

Figuur 1.1 Ligging van de locaties t.o.v. het NNN (groen) en het EVZ (donkergroen). Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

4/18

1.3

Toekomstige situatie

Het hoogspanningsstation (068) wordt schakelbaar gemaakt en binnen dit terrein wordt de hoogspanningsmast afgebroken en verplaatst. Hoogspanningsmast (067) wordt verzwaard om de ontwikkeling mogelijk te maken. Aan hoogspanningsmast (066) vinden geen veranderingen plaats. De beoogde uitbreiding van SMH380 zal in fases worden gerealiseerd:  In fase 1 en 2 zullen de hoogspanningstakken ingericht worden zodat deze schakelbaar worden;  In fase 3 zal een deel van de bestaande verbinding verplaatst worden van Simonshaven 380kV naar Maasvlakte 380kV middels verzwaring van mast 067 en een sloop van mast 068 en de nieuwbouw ervan op eigen terrein van TenneT iets ten noorden van waar deze nu staan;  In fase 4 zullen drie transformatoren inclusief compensatiespoelen gebouwd worden;  Ook zal de toegangsweg naar het station en de landschappelijke inpassing van het station mogelijk worden gemaakt.

Figuur 1.2 Toekomstige situatie plangebied

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

5/18

1.4

Vigerend bestemmingplan

In het plangebied is het volgende bestemmingsplan van kracht: Bestemmingsplan

Status

Bestemming plangebied

Buitengebied West

Onherroepelijk 07-12-2016

Enkelbestemming - Bedrijf met Functieaanduiding 'nutsvoorziening' + 'Bouwvlak' + gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie' Dubbelbestemming - Waarde archeologie 5 Dubbelbestemming - Waarde archeologie 7 Enkelbestemming - Agrarisch met waarden - Waardevolle openheid Dubbelbestemming Leiding Hoogspanningsverbinding

Recreatiegebied Bernisse

Onherroepelijk 07-01-2015

Enkelbestemming - Natuur Dubbelbestemming - waarde archeologie 4 Dubbelbestemming Leiding Hoogspanningsverbinding

Figuur 1.3 Uitsneden bestemmingsplan Buitengebied West (Mast 68 en Hoogspanningsstation Simonshaven).

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

6/18

Figuur 1.4 Uitsneden bestemmingsplan Recreatiegebied Bernisse (Mast 067).

1.5

Wijzigingen bestemmingsplan

Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk voor het uitbreiden van SMH380 en hierdoor het procedureel/planologisch mogelijk maken en in gebruik kunnen nemen van de uitbreiding. De bestemmingsplanherziening noodzakelijk om het bouwvlak voor de transformatoren en gebouwen aan te passen en om de bouwhoogten voor bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde bij te stellen.

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

7/18

2

Provinciaal natuurbeleid

2.1

Natuurnetwerk Nederland

Bij ruimtelijke ontwikkelingen of ingrepen in of nabij het Natuurnetwerk Nederland is sprake van planologische bescherming via ruimtelijke procedures in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het ruimtelijke beleid is altijd gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de onderlinge samenhang van natuurgebieden. Binnen het Natuurnetwerk Nederland is het ’nee, tenzij’-regime van toepassing. Plannen, projecten of handelingen worden volgens dit regime beoordeeld.

2.2

Omgevingsbeleid Zuid-Holland

2.2.1

Inleiding

De regels omtrent ruimtelijke kwaliteit waarvan gebieden met natuurwaarden een onderdeel zijn is in de provincie Zuid-Holland vastgelegd in de provinciale omgevingsverordeningi artikel 6.9. Er zijn drie beschermingscategorieën waarvan categorie 1 en 2 van belang zijn in het kader van gebieden met natuurwaarden. 1. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e of 6.9f. 2. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9c of 6.9d. Natuurnetwerk Nederland (cat. 1) Een bestemmingsplan voor een locatie binnen het Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. De ecologische verbindingszones vallen hier ook onder.

Weidevogelgebied (cat. 2) Een bestemmingsplan voor een locatie binnen belangrijk weidevogelgebied kan slechts voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ontwikkeling en de zo nodig daarmee in samenhang te nemen maatregelen als bedoeld artikel 6.9, zevende lid, geen significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van het weidevogelgebied. De afweging voor ruimtelijke ingrepen in beschermingscategorie 1 en 2 gaat volgens het ‘nee, tenzij-principe’. In provincie Zuid-Holland is de externe werking niet van toepassing. Een ‘nee, tenzij-toets’ behoeft alleen te worden

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

8/18

doorlopen, indien er sprake is van een RO-procedure met betrekking tot wijziging van de bestemming van het onderzoeksgebied.

2.2.2

Natuurnetwerk Nederland

2.2.2.1

Nee, tenzij

Op grond van artikel 6.9e en 6.31 van de vigerende omgevingsverordening zijn geen ingrepen toegestaan die wezenlijke kenmerken en waarde, oppervlakte, kwaliteit en samenhang van het NNN significant aantasten, tenzij: • •

er geen reële alternatieven zijn, en de toelichting van het bestemmingsplan bevat een verantwoording over de aard van de effect beperkende of compenserende maatregelen, de begrenzing van het compensatiegebied, en de wijze waarop die compensatie duurzaam is verzekerd, en de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarde, oppervlakte, kwaliteit en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland worden beperkt en de overblijvende effecten worden gelijkwaardig gecompenseerd.

•

2.2.2.2

Wezenlijke kenmerken en waarden

In artikel 6.24 lid 1 van de omgevingsverordening is opgenomen dat nieuwe activiteiten en plannen geen negatief effect mogen hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN zijn gekoppeld aan de natuurdoelen voor een gebied. Deze zijn te vinden in het 'Natuurbeheerplan Zuid-Holland' en op de Webviewer ‘Provincie Zuid-Holland | Natuurbeheerplan1.

2.2.2.3

Ontheffing

Een verzoek om ontheffing op basis van het 'nee, tenzij'-regime dient vergezeld te gaan van een compensatieplan waaruit blijkt hoe, waar en wanneer de mitigerende en compenserende maatregelen zullen worden getroffen, wat de begrenzing van het compensatiegebied is en op welke wijze de compensatie duurzaam verzekerd is.

2.2.2.4

Beleidsregels compensatie

Bij compensatie, bedoeld in artikel 6.31, onder b, worden in ieder geval de volgende voorwaarden in acht genomen: a b

1

de compensatie leidt niet tot een nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke kenmerken en waarden; de compensatie vindt plaats: 1 aansluitend aan of nabij het aangetaste gebied, met dien verstande dat een duurzame situatie ontstaat; 2 door realisering van kwalitatief gelijkwaardige waarden of fysieke compensatie op afstand van het gebied als fysieke compensatie aansluitend aan of nabij het gebied niet mogelijk is; of 3 financiële wijze als zowel fysieke compensatie als compensatie door kwalitatief gelijkwaardige waarden op korte termijn redelijkerwijs niet mogelijk is.

https://atlas.zuid-holland.nl/GeoWeb56/index.html?viewer=Natuurbeheerplan

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

9/18

2.2.3

Weidevogelgebied

De bescherming van belangrijk weidevogelgebied is vastgelegd in artikel 6.9c en maakt ruimtelijke ontwikkeling mogelijk indien de ontwikkeling geen significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van het weidevogelgebied. In de motivering worden de volgende kwaliteiten onderbouwd: • •

de hoge weidevogeldichtheden of de potentie daarvoor; de factoren die de hoge weidevogeldichtheden mogelijk maken zoals het graslandgebruik, de waterhuishouding met relatief hoge grondwaterstanden, de landschapsstructuur en de rust van het gebied.

2.3

Nee, tenzij- toetsing

De locatie van het hoogspanningsstation Simonshaven en mast 068 hebben in het vigerende bestemmingsplan geen natuurbestemming maar een bedrijfsbestemming. Omdat het terrein geen natuurbestemming heeft is toetsing aan het nee, tenzij principe niet noodzakelijk. Omdat de bestemmingsplanherziening wel binnen het NNN plaatsvindt wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het NNN gegeven op de locaties waar het plangebied en de begrenzing NNN overlappen De locatie van mast 067 heeft de bestemming natuur ook hier wordt geen bestemmingsplanwijziging aangevraagd. Een nadere toetsing aan het nee, tenzij principe is niet noodzakelijk. In verband met de benodigde werkzaamheden om de mast te versterken wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het NNN gegeven op de locaties waar het werkgebied en de begrenzing NNN overlappen

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

10/18

3

Effectbeoordeling NNN

3.1

Aanwezige natuurbeheertypen

3.1.1

Inleiding

De aanwezige natuurtypen zijn middels de webviewer2 van provincie Zuid Holland in kaart gebracht. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN zijn gekoppeld aan de natuurdoelen voor een gebied. Deze zijn te vinden in het 'Natuurbeheerplan Zuid-Holland'.

3.1.2

NNN natuurtypen

Binnen het onderzoeksgebied ligt mast 067 in het Natuurnetwerk Nederland en mast 068 en station Simonshaven deels binnen een ecologische verbindingszone. Het onderzoeksgebied bij mast 067 heeft het natuurbeheertype ‘N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland’. De ecologische verbindingszone heeft (ambitie) natuurbeheertype ‘N00.01 Nog op te vormen landbouwgrond naar natuur (inrichting)’. De oevers binnen de ecologische verbindingszone worden aangepast. De invulling hiervan is opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan. In dit inpassingsplan is aansluiting gezocht bij de natuurdoeltypen/soorten die voor de EVZ op deze locatie van toepassing is.

Figuur 3.1 Het onderzoeksgebied en de natuurbeheertypes.

2

Natuurbeheerplan (zuid-holland.nl)

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

11/18

3.2

Ruimtebeslag en samenhang NNN-gebieden

3.2.1

Inleiding

Middels een GIS-analyse is op basis van het ontwerp het ruimtebeslag op het Natuurnetwerk Nederland berekend. Het ruimtebeslag op het NNN is per locatie berekend. Daarnaast wordt getoetst aan het effect op de afname en samenhang van de gebieden.

3.2.2

Hoogspanningsstation

Bij het hoogspanningsstation spelen een aantal zaken: • •

Het hoogspanningsstation wordt uitgebreid en het hekwerk komt hierdoor ook anders te liggen, deels binnen de aangegeven corridor van de ecologische verbindingszone. Mast 068 wordt verplaatst op eigen terrein, om dit te realiseren moet op deze locatie een deel van de watergang gedempt worden en ter compensatie hiervan wordt een deel afgegraven waar nu de huidige mast staat. De watercompensatie op afbeelding 2.2 is indicatief en wordt verder uitgewerkt in het landschappelijk inpassingsplan.

Figuur 3.2 Indicatieve watercompensatie (400 m2) bij alternatieve locatie nieuwe mast 068.

De ecologische verbindingszone heeft op dit moment nog het natuurbeheertype ‘N00.01 Nog op te vormen landbouwgrond naar natuur (inrichting)’. Dit betekent dat er nog geen natuurbeheertype is aangewezen, er is ook nog geen ambitie

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

12/18

natuurbeheertype aangewezen voor deze locatie. De werkzaamheden hebben hierdoor geen effect op een aangewezen natuurbeheertype. De nieuwe locatie en de alternatieve locatie van mast 068 vallen binnen de ecologische verbindingszone waar de mast nu nog buiten valt. De oppervlakte van de basis van de huidige mast is circa 140 m2. Deze oppervlakte blijft gelijk bij de nieuwe mast. Ook vormt de mast geen barrière, soorten kunnen zich nog steeds over land verplaatsen. Het dempen van een deel van de watergang is ten behoeve van de realisatie van de alternatieve locatie van mast 068 en omvat circa 400 m2, dit is ook het oppervlakte van het deel dat gecompenseerd gaat worden ten behoeve van de watercompensatie. Hiermee blijft de oppervlakte van de watergang gelijk. De watergang wordt op een ander punt iets smaller maar dit levert geen barrière werking om aangezien de huidige watergang nu ook al eenzelfde versmalling heeft. De tijdelijke verstoring op een oppervlakte van circa 1 hectare tijdens de werkzaamheden en de nieuwe locatie van de mast van circa 140 m2 zal geen negatief effect hebben op de kwaliteit, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurbeheertype en het gebied. Het hoogspanningsstation wordt uitgebreid en valt hierdoor voor een klein deel binnen de ecologische verbindingszone. Het hoogspanningsstation wordt volledig omheind.

Op het overige deel van het terrein worden o.a. de te kappen bomen voor de ontwikkeling gecompenseerd. De EVZ is aangelegd als moerasverbinding. Het uitbreiden van het hoogspanningsstation zal niet leiden tot een barrière voor de aangewezen soorten, aangezien de oeverzone in tact blijft en soorten zich nog steeds over land en water kunnen verplaatsen. Een ontheffing op de Omgevingsverordening is niet nodig. Aanvullende compensatie, op de watercompensatie na, van oppervlakte en kwaliteit van het NNN is niet nodig. Het effect van de werkzaamheden op aanwezige soorten is opgenomen in het verkennend natuuronderzoek en aanvullend soortenonderzoek.

3.2.3

Mast 067

De locatie van mast 067 heeft momenteel geen aangewezen natuurbeheertype, echter heeft deze wel hetzelfde ambitie natuurbeheertype als de directe omgeving. Het effect van ruimtebeslag tijdens de werkzaamheden op het natuurbeheertype is tijdelijk. Het Natuurbeheertype kruiden- en faunarijkgrasland heeft op deze locatie een totale oppervlakte van circa 299 ha. De tijdelijke verstoring op een oppervlakte van circa 1 hectare tijdens de werkzaamheden zal geen negatief effect hebben op de kwaliteit, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurbeheertype en het gebied. Een ontheffing op de Omgevingsverordening is niet nodig. Compensatie van oppervlakte en kwaliteit van het NNN en het aanwezige beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijkgrasland is niet nodig. Na de werkzaamheden wordt het gebied weer in oorspronkelijke staat opgeleverd (kruiden- en faunarijk grasland). Sweco heeft hiervoor een cultuurtechnisch onderzoek (NL23-648800269-47720) opgesteld. Deze zit in bijlage 1.

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

13/18

Figuur 3.3 Locatie van mast 067 in relatie tot de natuurbeheertypes.

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

14/18

4

Effectbeoordeling weidevogelgebied

Het onderzoeksgebied van het terrein van het hoogspanningsstation Simonshaven ligt op 40 meter van een weidevogelgebied. Externe werking is niet van toepassing op belangrijke weidevogelgebieden. Het hoogspanningsstation waar werkzaamheden plaats gaan vinden ligt binnen 200 meter van een weidevogelgebied. Vanuit het provinciale beleid is er geen actie benodigd. Echter vanuit de Wet natuurbescherming blijft artikel 3.10 van kracht. Verstoring van broedvogels, ook broedende weidevogels in het weidevogelgebied, is niet toegestaan. De werkzaamheden kunnen een verstorend effect hebben op aanwezige broedvogels. Indien de werkzaamheden in de periode 1 juli t/m 15 februari worden uitgevoerd treedt er geen negatief effect op. Bij werkzaamheden in de periode 15 februari t/m 1 juli kan er wel een negatief effect optreden. Verstoring vindt plaats binnen de buffer van 200 meter, Figuur 4.1. Bij werkzaamheden in de periode 15 februari t/m 1 juli is er voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole nodig. Indien er broedende vogels aanwezig zijn binnen de effectafstand dan kunnen de werkzaamheden niet plaatsvinden. Mogelijk zijn mitigerende maatregelen nodig om effecten te voorkomen. Mitigerende maatregelen kunnen bestaan uit: • • •

Bij voorkeur werken in de periode 1 juli – 15 februari, anders broedvogelcontrole; Voorafgaand aan broedseizoen vegetatie kort maken en houden; Voorafgaand aan het broedseizoen verstoring aanbrengen om broedende vogels te voorkomen.

Figuur 4.1 Ligging van het plangebied ten opzichten van het weidevogelgebied.

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

15/18

5

Conclusie

5.1

Natuurnetwerk Nederland

De ecologische verbindingszone heeft op dit moment nog het natuurbeheertype ‘N00.01 Nog op te vormen landbouwgrond naar natuur (inrichting)’. Dit betekent dat er nog geen natuurbeheertype is aangewezen, er is ook nog geen ambitie natuurbeheertype aangewezen voor deze locatie. De werkzaamheden hebben hierdoor geen effect op een aangewezen natuurbeheertype. De nieuwe locatie en de alternatieve locatie van mast 068 vallen binnen de ecologische verbindingszone waar de mast nu nog buiten valt. De oppervlakte van de basis van de huidige mast is circa 140 m2. Deze oppervlakte blijft gelijk bij de nieuwe mast. Het te dempen deel van de watergang is ten behoeve van de realisatie van de alternatieve locatie van mast 068 en omvat circa 400 m2, dit is ook het oppervlakte van het deel wat gecompenseerd gaat worden ten behoeve van de watercompensatie. Hiermee blijft de oppervlakte van de watergang gelijk. De tijdelijke verstoring op een oppervlakte van circa 1 hectare tijdens de werkzaamheden en de nieuwe locatie van de mast van circa 140 m2 zal geen negatief effect hebben op de kwaliteit, samenhang en wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurbeheertype en het gebied. Het uitbreiden van het hoogspanningsstation zal niet leiden tot een barrière voor de aangewezen soorten, aangezien de oeverzone in tact blijft en soorten zich nog steeds over land en water kunnen verplaatsen.

Een ontheffing op de Omgevingsverordening is niet nodig. Compensatie van oppervlakte en kwaliteit van het NNN is niet nodig. De locatie van mast 067 heeft momenteel geen aangewezen natuurbeheertype, echter heeft deze wel hetzelfde ambitie natuurbeheertype als de directe omgeving. Het effect van ruimtebeslag tijdens de werkzaamheden op het natuurbeheertype is tijdelijk. Het Natuurbeheertype kruiden- en faunarijkgrasland heeft op deze locatie een totale oppervlakte van circa 299 ha. De tijdelijke verstoring op een oppervlakte van circa 1 hectare tijdens de werkzaamheden en zal geen negatief effect hebben op de kwaliteit, samenhang en wezenlijk kenmerken en waarden van het natuurbeheertype en het gebied. Een ontheffing voor de Omgevingsverordening is niet nodig. Compensatie van oppervlakte en kwaliteit van het NNN en het aanwezige beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijkgrasland is niet nodig. Voor zowel de ecologische verbindingszone en NNN geldt dat er werkzaamheden binnen de begrenzing plaatsvinden, maar hier geen bestemmingsplanwijziging plaatsvindt. Op basis van bovenstaande motivatie kan enig effect op de kernwaarden van NNN worden uitgesloten.

5.2

Weidevogelgebied

Het onderzoeksgebied van het terrein van het hoogspanningsstation Simonshaven ligt op 40 meter van een weidevogelgebied. Externe werking is niet van toepassing op belangrijke weidevogelgebieden. Het hoogspanningsstation waar werkzaamheden plaats gaan vinden ligt binnen 200 meter van een weidevogelgebied. Vanuit het provinciale beleid is er geen actie benodigd.

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

16/18

5.3

Nadere procedure

Vanuit de Wet natuurbescherming blijft artikel 3.10 van kracht. Verstoring van broedvogels, ook broedende weidevogels in het weidevogelgebied, is niet toegestaan. De werkzaamheden kunnen een verstorend effect hebben op aanwezige broedvogels. Indien de werkzaamheden in de periode 1 juli t/m 15 februari worden uitgevoerd treedt er geen negatief effect op. Bij werkzaamheden in de periode 15 februari t/m 1 juli kan er wel een negatief effect optreden. Maatregelen ter voorkoming van een overtreding van de Wet natuurbescherming dienen te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol.

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

17/18

Bronnen Bronnen Spijker, R.R. (2022) Verkennend Natuuronderzoek station Simonshaven 380kV. Oriënterend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur. Referentienummer: NL23-648800269-42824. Sweco Nederland B.V., De Bilt

Gebruikte websites • •

• • •

Verordening van provinciale staten van Zuid-Holland: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR622914#d126366447e1695. Beleidsregel Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland 2013: https://staten.zuidholland.nl/migratie/Statencommissie_Groen_en_Water_GenW/2013/ Statencommissie_Groen_en_Water_12_juni_2013/Stukken_ter_kennisnam e/Stukken_ ontvangen_van_GS_in_het_kader_van_actieve_informatieplicht/Beleidsrege l_ compensatie_natuur_recreatie_en_landschap_Zuid_Holland_2013.org. BIJ12 Natuurtypen: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/index-natuur-enlandschap/natuurtypen/. Natuurbeheerplan Zuid-Holland 2021: https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/09/Natuurbeheerplan-2021provincie-Zuid-Holland.pdf. Natuurbeheerplan Zuid-Holland: https://atlas.zuidholland.nl/GeoWeb54/index.html?viewer=Natuurbeheerplan.

1 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR622914

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

18/18

Bijlage 1

Cultuurtechnisch onderzoek

Sweco | Mogelijke effecten op het natuurbeleid door de werkzaamheden bij hoogspanningsstation Simonshaven 380kV (SMH380) Toetsing aan het provinciaal beleid van Zuid-Holland ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en Weidevogelgebied Projectnummer 51010255 Datum 12-07-2023

Versie D3

Document referentie NL23-648800269-49883

19/18

Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek

Lijst met aanpassingen Versie

Datum

Beschrijving van de wijziging

Herzien

Vrijgegeven door

C1

06-04-2023

conceptrapportage

-

Thijs Klomp

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Projectnummer TenneT Klant Documentnummer TenneT Auteur Datum Versie

Cultuurtechnisch onderzoek 51010255 003.215.20 TenneT TSO B.V. 1040099 Ronald Muntjewerff 06-04-2023 C1

Document referentie

NL23-648800269-47720

2/22

Inhoudsopgave

1.

Inleiding ......................................................................................................................... 5 1.1 Algemeen ............................................................................................................ 5 1.2 Doelstelling .......................................................................................................... 6 1.3 Werkwijze ............................................................................................................ 6 1.4 Leeswijzer ........................................................................................................... 7

2.

Inventarisatie ................................................................................................................. 8 2.1 Beschikbare documenten .................................................................................... 8 2.1 Landmeetkundige opnamen................................................................................ 8 2.2 Bodemkundig veldonderzoek .............................................................................. 8 2.3 Drainage .............................................................................................................. 8

3.

Onderzoeksresultaat ..................................................................................................... 9 3.1 Tracé en landgebruik .......................................................................................... 9 3.2 Maaiveldhoogten ................................................................................................. 9 3.3 Bodem ................................................................................................................. 9 3.3.1 Algemene bodembeschrijving................................................................ 9 3.3.2 Bodembeschrijving .............................................................................. 10 3.3.3 Draagkracht ......................................................................................... 10 3.4 Waterhuishouding ............................................................................................. 10 3.4.1 Grondwaterstanden ............................................................................. 10 3.4.2 Oppervlaktewater ................................................................................. 11 3.5 Ziekten en plagen .............................................................................................. 11 3.6 Drainage ............................................................................................................ 11

4.

Cultuurtechnisch advies mastlocaties ......................................................................... 12 4.1 Algemeen .......................................................................................................... 12 4.2 Uitgangspunten ................................................................................................. 12 4.3 Werkterreinen en bouwwegen .......................................................................... 12 4.3.1 Voorbereidende werkzaamheden ........................................................ 12 4.3.2 Werkterrein en bouwweg mastlocatie .................................................. 13 4.3.3 Werkterrein en bouwweg geleidermontage ......................................... 13 4.3.4 Slootkruisingen: ................................................................................... 14 4.3.5 Onderhoud ........................................................................................... 14 4.4 Bemaling ........................................................................................................... 14 4.5 Ontgraven bouwput ........................................................................................... 14 4.5.1 Teelaarde .............................................................................................

14 4.5.2 Ondergrond (B- en C-laag) .................................................................. 15 4.6 Aanvullen bouwput ............................................................................................ 15 4.7 Grondtekorten en grondoverschotten ............................................................... 15 4.8 Herstelmaatregelen ........................................................................................... 15

3/22

4.9 Eindafwerking, bemesting en inzaai ................................................................. 16 4.10 Herstel van drainage ......................................................................................... 16 5.

Cultuurtechnisch advies kabeltracé ............................................................................. 17 5.1 Uitgangspunten ................................................................................................. 17 5.2 Aanleg toegangsweg ......................................................................................... 17 5.3 Inrichting werkstrook ......................................................................................... 18 5.4 Slootkruisingen .................................................................................................. 19 5.5 Bemaling sleuf ................................................................................................... 19 5.6 Ontgraven A-laag (teelaarde)............................................................................ 20 5.7 Ontgraving B- en C-lagen ................................................................................. 20 5.8 Aanvullen sleuf .................................................................................................. 20 5.9 Grondtekorten en grondoverschotten ............................................................... 21 5.10 Herstel structuurschade .................................................................................... 21 5.11 Afwerking en bemesting ....................................................................................

21 5.12 Drainage ............................................................................................................ 22

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Boorplan ............................................................................................................ 23 Boorprofielen ..................................................................................................... 24 Handsonderingen .............................................................................................. 25 Mechanische Sonderingen ................................................................................ 26

4/22

1. Inleiding 1.1 Algemeen TenneT is voornemens om het hoogspanningsstation Simonshaven uit te breiden (zie figuur 1-1). Als onderdeel van de ‘Uitbreiding stationslocatie Simonshaven 380kV’ worden rondom de stationslocatie enkele ondergrondse kabeltracés aangelegd, een nieuwe hoogspanningsmast geplaatst en enkele mastlocaties versterkt en uitgebreid. Om de uitvoering van de werkzaamheden mogelijk te maken, zullen er ter plaatse van al deze masten werkterreinen en enkele tijdelijke haspel- en lierlocaties moeten worden ingericht.

Figuur 1-1

Situering hoogspanningsstation Simonshaven en mastlocaties

Ten behoeve van de engineering van het ondergrondse kabeltracé (zie figuur 12) en de aanpassingen in de hoogspanningsverbinding zijn de nodige conditionerende onderzoeken uitgevoerd, waaronder een cultuurtechnisch onderzoek. In de voorliggende rapportage zijn de resultaten van het cultuurtechnisch onderzoek voor het kabeltracé en de hoogspanningsverbinding beschreven.

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

5/22

Figuur 1-2

Toekomstige situatie met kabeltracé (binnen rode kader)

1.2 Doelstelling Het doel van het cultuurtechnisch onderzoek is het vaststellen van de uitgangssituatie ter plaatse van de mastlocaties, werkterreinen en bouwwegen alsmede de te realiseren ondergrondse kabelverbinding en het bepalen van noodzakelijke maatregelen voor een verantwoorde uitvoering van de beoogde werkzaamheden. Belangrijk uitgangspunt is dat de aanleg van tijdelijke werkterreinen, werkstroken en bouwwegen geen blijvende cultuurschade (verminderde gewasopbrengsten) tot gevolg mag hebben. Tot de cultuurtechnische afwerking worden alle werkzaamheden gerekend die nodig zijn voor het herstel van de agrarische percelen, zo goed mogelijk afgestemd op de oorspronkelijke ligging en grondgebruik van het terrein. Hiertoe worden ook de maatregelen gerekend die moeten worden genomen tot herstel van de draagkracht en de bemestings-toestand en de opheffing van de structuurschade en eventuele grondtekorten. Tevens moeten tot de afwerking worden gerekend het (tijdelijke) herstel van drains, het aanbrengen van tijdelijke of nieuwe drains en het herstel van watergangen, greppels, kopakkerbuizen, afrasteringen en dergelijke.

1.3 Werkwijze De cultuurtechnische onderzoeken en bijbehorende adviezen zijn uitgevoerd conform het ‘Onderzoeksprotocol Veld- en Bodemonderzoek’. In het Onderzoekprotocol zijn de te verrichten onderzoeken voor hoogspanningsverbindingen en ondergrondse kabeltracés beschreven. Per discipline zijn de specifieke TenneT Technische Standaarden van toepassing.

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

6/22

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bestaat uit een beschrijving van de uitgevoerde inventarisaties, waarvan de resultaten in hoofdstuk 3 zijn uitgewerkt. De beschikbare en verzamelde informatie is vertaald in een cultuurtechnisch advies voor de mastlocaties (zie hoofdstuk 4) en het ondergrondse kabeltracé (zie hoofdstuk 5).

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

7/22

2. Inventarisatie 2.1 Beschikbare documenten De voor de uitwerking van de adviezen gebruikte documenten zijn: [1] TenneT TSO b.v., ’Onderzoeksprotocol – Veld- en bodemonderzoeken’, d.d. 7 april 2020; [2]

TenneT TSO b.v., ’Cultuurtechnische Specificatie TenneT (CST) – bovengrondse hoogspanningsverbindingen’, d.d. 4 januari 2019.

[3]

TenneT TSO b.v., ’ Cultuurtechnische Specificatie TenneT (CST) – ondergrondse hoogspanningsverbindingen (21-06-2019);

[4]

TenneT TSO b.v., SMH380 Terreinindeling Faseringen (01), 2022-04-11

[5]

Bodemkaart van Nederland (bron: dinoloket.nl)

2.1 Landmeetkundige opnamen De landmeetkundige opnamen zijn uitgevoerd door LBA uit Groenlo. De werkzaamheden hebben bestaan uit het inmeten van de werkterreinen, bouwwegen en de werkstrook (het perceel) ter plaatse van de ondergrondse kabeltracés, waarvan de resultaten zijn vastgelegd in het rapport ‘Hoogspanningsverbinding Simonshaven 380kV – Landmeetkundige opname’, d.d. 12-01-2023.

2.2 Bodemkundig veldonderzoek Voor het verkrijgen van inzicht in de cultuurtechnische uitgangssituatie zijn op de verschillende locaties de in het boorplan (zie bijlage 1) weergeven onderzoeken uitgevoerd. De uitgewerkte boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 2 en in bijlage 3 zijn de resultaten van de handsonderingen weergegeven. De resultaten van de mechanische sonderingen zijn ter informatie opgenomen bijlage 4. Tot op heden is geen toestemming verleend voor uitvoering van de onderzoeken ter plaatse van het werkterrein en de bouwweg bij mastlocatie 068. Op deze locatie zijn derhalve geen bodemonderzoeken uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn gecombineerd uitgevoerd met de veldwerkzaamheden voor het g-waarde onderzoek, milieuhygiënisch onderzoek en grondmechanisch onderzoek. De resultaten van deze deelonderzoeken zijn separaat gerapporteerd.

2.3 Drainage Het is vooralsnog niet bekend of de percelen zijn gedraineerd.

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

8/22

3. Onderzoeksresultaat 3.1 Tracé en landgebruik Op basis van het document SMH380 Terreinindeling en Faseringen [4] en het grondonderzoeksplan worden de onderzoekslocaties gekenmerkt zoals weergeven in tabel 3.1. Tabel 3.1

Onderzoekslocaties

Locatie

Polder

Landgebruik

Mast 066 Mast 067 Mast 068 Kabeltracé perceel

Polder Oude Kade Polder Nieuwe Kade Polder Oud-Hoenderhoek Polder Oud-Hoenderhoek

grasland grasland Akkerland (2022 mais) Akkerland (2022 mais)

Kenmerkend voor het gebied zijn de evenwijdig aan de Bernisse gesitueerde dijken, met daar bovenop de wegen en paden. De percelen zijn soms via deze smalle dijken te bereiken.

3.2 Maaiveldhoogten De maaiveldhoogten ter plaatse van de mastlocaties 66, 67 en 68 bevinden zich respectievelijk op gemiddeld NAP -0,60 m, NAP +0,30 m en NAP -1,00 m. Ter plaatse van het hoogspanningsstation is het maaiveld hoger, circa NAP +0,0 m, als gevolg van een aangebrachte ophoging. Het perceel waar het kabeltracé in open ontgraving wordt aangelegd, wordt gekenmerkt zich door een van zuid naar noord en oost naar west aflopend maaiveldniveau. De gemeten hoogten variëren van NAP +0,30 tot NAP -0,65 m.

3.3 Bodem 3.3.1

Algemene bodembeschrijving

De bodemopbouw ter plaatse van de mastlocaties en het ondergrondse kabeltracé bestaat volgens de digitale bodemkaart uit de volgende bodemeenheden: • Kalkrijke poldervaaggronden; lichte klei, profielverloop 5 (Mn35A); • Kalkrijke poldervaaggronden; zware klei, profielverloop 5 (Mn45A) Kenmerkend van deze profielen is de kleiige bovenlaag, bestaande uit lichte tot zware zeeklei met in de onderliggende lagen veelal een geleidelijk aflopend kleigehalte en toenemende zandfractie. Met grondwatertrap IV zijn het redelijk ontwaterde gronden, met een GHG >0,40 m en een GLG tussen 0,80 en 1,20 m -mv.

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

9/22

3.3.2

Bodembeschrijving

In bijlage 2 zijn de grondonderzoeken gepresenteerd. De bodemopbouw per mastlocatie en ter plaatse van het kabeltracé is als volgt. Mast 66 De teelaarde is beoordeeld als zwak tot matig humeuze, sterk siltige klei. Daaronder zijn tot circa 2,0 m -mv verschillende lagen bestaande uit siltige klei en vervolgens zandige klei waargenomen. Mast 67 De bovengrond is beoordeeld als zwak humeuze, sterk siltige klei. Tot ongeveer 2,2 m -mv zijn de te onderscheiden lagen overwegend beoordeeld als zwak zandige klei. Mast 68 Niet onderzocht. Kabeltracé De bovengrond op het perceel waar het ondergrondse kabeltracé is voorzien is overwegend gekarteerd als matig humeuze, sterk tot zwak zandige klei en plaatselijk sterk siltige klei. Op meerdere plaatsen is onder het kleidek een zandlaag (opgebracht?) waargenomen. Tot circa 2,0 m bestaat het profiel uit verschillende lagen soms humeuze, zandige en siltige klei. Ook is enigszins plaatselijk in de ondergrond een veentussenlaag waargenomen.

3.3.3

Draagkracht

Op basis van de ter plaatse van de mastlocaties, de werkterreinen en de bouwwegen uitgevoerde grondonderzoeken alsmede de waterhuishoudkundige situatie is de draagkracht van de profielen als matig beoordeeld. Vooral onder natte omstandigheden zijn de profielen weinig draagkrachtig en bestaat er een groot risico op het ontstaan van cultuurschaden als de percelen zonder passende maatregelen worden betreden en bereden.

3.4 Waterhuishouding 3.4.1

Grondwaterstanden

In de geplaatste boringen is enkele malen de actuele grondwaterstand gemeten. De resultaten zijn opgenomen in tabel 3.2. Gezien de bekende grondwatertrappen is het aannemelijk dat de grondwaterstanden in langdurig natte perioden zullen oplopen. Seizoenfluctuaties zogen voor een zekere dynamiek in het verloop van de grondwaterstanden. Tabel 3.2

Gemeten grondwaterstanden

Locatie Mast 066 Mast 067 Mast 068 Kabeltracé perceel

Datum

Grondwaterstand (m -mv)

07-11-2022 7/8-11-2022 Nog niet uitgevoerd 7 tot 9-12-2022

1,00 1,00 - 1,30 1,00 - 1,30

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

10/22

3.4.2

Oppervlaktewater

De onderzoekslocaties zijn gelegen in het beheergebied van het Waterschap Hollandse Delta in de in tabel 3.2 opgegeven peilgebieden. Tabel 3.2

Peilgebieden

Locatie Mast 066 Mast 067 Mast 068 Kabeltracé perceel

Peilgebied

Waterpeil

3.11 3.09 5.07 5.07

NAP -2,00 m (vast peil) NAP -0,75 m (vast peil) NAP -2,00 m (vast peil) NAP -2,00 m (vast peil)

3.5 Ziekten en plagen Er zijn geen gegevens bekend over eventuele besmettingen met bodemgebonden ziekten en plagen.

3.6 Drainage Er zijn op dit moment geen gegevens beschikbaar.

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

11/22

4. Cultuurtechnisch advies mastlocaties 4.1 Algemeen Voor uitvoering van de cultuurtechnische werkzaamhden t.b.v de verzwaring en bouw van hoogspanningsmasten is ’Cultuurtechnische Specificatie TenneT (CST) – bovengrondse hoogspanningsverbindingen’ [2] van toepassing. De in deze standaard en het voorliggende cultuurtechnisch advies beschreven maatregelen dienen te worden beschouwd als bindende richtlijnen.

4.2 Uitgangspunten Alle werkzaamheden dienen binnen de daarvoor beschikbare werkterrein en/of werkstrook te worden uitgevoerd. Alleen in bijzondere situaties kan, na goedkeuring van de cultuurtechnisch toezichthouder, een groter werkterrein worden aangehouden. Voor deze werkzaamheden zijn we uitgegaan van een totale doorlooptijd van 1 jaar. Nadere detaillering is nog niet beschikbaar, daarvoor moet eerst de aannemer gecontracteerd worden en die tender loopt nog enige tijd door. De te verzwaren masten en de nieuw te bouwen mast worden uitgevoerd als een vakwerkmast. De onderkant van het fundament reikt tot 2,0 m -mv, zodat rekening houdend met een werkvloer van 0,30 m dikte de ontgravingdiepte 2,30 m bedraagt. Op dit moment zijn geen gegeven beschikbaar over eventuele besmettingen bodemgebonden ziekten en plagen. Om te kunnen voldoen aan de voorwaarden uit het ‘Hygiënisch Protocol’, dient bij de NVWA (Nederlandse Voedsel en Watenautoriteit) en de NAK (Nederlands Algemene Keuringsdienst) de actuele informatie over mogelijke besmettingen ter plaatse van de agrarische percelen te worden aangevraagd. Tevens dient bij de eigenaren / gebruikers de benodigde informatie te worden ingewonnen. Uitgangspun7t is dat op basis van de beschikbare informatie passende (voorzorgs-)maatregelen worden getroffen.

4.3 Werkterreinen en bouwwegen 4.3.1

Voorbereidende werkzaamheden

In het kader van de aanleg van de bouwwegen dient rekening te worden gehouden met de volgende voorbereidende werkzaamheden: • Werkterreinen en de bouwwegen obstakelvrij maken en voorzien van een passende afrastering; • De sloten die worden voorzien van dam met duiker opschonen (verwijderen bagger en begroeiing); • Voordat op de akkerpercelen de teelaarde wordt ontgraven danwel een rijbaan wordt aangebracht dient de vegetatie (gewas) geheel te worden verwijderd. Graspercelen alleen frezen waarde teelaarde wordt ontgraven;

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

12/22

•

•

Afhankelijk van de situatie dient langs de bouwweg en/of het werkterrein een greppel te worden aangebracht, zodat overtollig water kan infiltreren of naar sloten kan worden afgevoerd. Dit om waterstagnatie in het perceel te voorkomen, bijvoorbeeld als er gewassen in ruggen worden geteeld; Indien de werkzaamheden voorafgaande en in het broedseizoen zullen plaatsvinden, rekening houden met preventieve maatregelen om te voorkomen dat er weidevogels gaan nestelen. Daarbij rekening houden met eventuele aanvullende maatregelen vanuit het ecologisch onderzoek/werkprotocol.

4.3.2

Werkterrein en bouwweg mastlocatie

Ter realisatie van de mastverzwaringen en de bouw van nieuwe vakwerkmasten is het van belang dat er een begaanbare en veilige werkomgeving wordt gecreëerd. Enkele specifieke uitgangspunten zijn: • De aan te voeren materialen en de opbouw van de rijbanen en werkterreinen dienen te voldoen aan de specificaties zoals opgenomen in de CST [2]. • Aan het begin van de bouwweg parkeer- en toegangsvoorzieningen aanbrengen en de rijplaten over de volle breedte leggen; • Ter plaatse van aansluitpunten op de openbare weg en in bochten de rijplaten in de breedterichting (vlakdekkend) aanbrengen; • De bouwwegen moeten toegankelijk zijn voor een dieplader en betonmixer en bijbehorende draaicirkelafmetingen; Vanwege de kleiige profielopbouw zijn de percelen als matig draagkrachtig beoordeeld. Dit vooral onder natte weer- en terreinomstandigheden, met een aanzienlijk risico op verdichting en structuurbederf. Daarom is er alles aan gelegen om zuinig om te gaan met de teelaarde en wordt geadviseerd om een draagkrachtige rijbaan op het maaiveld aan te brengen. Om het effect van insporing te beperken dient op het maaiveld een geotextiel geweven waterdoorlatend materiaal (met een minimale treksterkte van 80 kN/m2) met daarop een 0,40 m dikke zandbaan met rijplaten (dikte ≥15 mm) te worden aangebracht.

Ook kan worden gekozen voor een 0,30 m dikke met geotextiel ingepakte zandbaan welke wordt afgedekt met industrieplaten. Indien mogelijk is het te overwegen om betreffende tracégedeelten en de onrendabele overhoeken op akkerbouwgronden voorafgaand in te zaaien met gras. Voorwaarde is dat er voldoende tijd beschikbaar is voor de ontwikkeling van een gesloten grasmat.

4.3.3

Werkterrein en bouwweg geleidermontage

Ter realisatie van de werkterreinen en bouwwegen ten behoeve van de geleider montage (haspel- en lier- en remlocaties) zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Breedte bouwweg ≥5 m; • De constructie van de bouwweg en werkterrein moet toereikend zijn voor transport van, en de belasting met, remmachines, haspels en een trekker met platte wagen; • Uitvoeringsduur geleider montage van enkele weken (trekmasten: tweemaal een periode van circa drie weken i.v.m. gefaseerde uitvoering).

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

13/22

Onder natte weer- en terreinomstandigheden is het niet afdoende om te volstaan met een rijplatenbaan. Om het effect van insporing te beperken dient op het maaiveld een geotextiel (minimale treksterkte van 80 kN/m2) met daarop een 0,30 m dikke zandbaan en rijplaten (dikte ≥13 mm) te worden aangebracht.

4.3.4

Slootkruisingen:

De te kruisen sloten opschonen en afdammen (zanddam met rijplaten of industrieplaten). In de dam een duiker van voldoende afmetingen (minimaal Ø400 mm) opnemen, zodat de water aan- en afvoer niet worden belemmerd. Ter plaatse van de dam uitmondende drainagebuizen opvangen en omleiden, zodat de ontwatering van het achterliggende perceel gewaarborgd is.

4.3.5

Onderhoud

De bouwterreinen, bouwwegen en werkstrook moeten worden onderhouden conform de voorwaarden, zoals opgenomen in de CST. Gedurende de gehele aanleg moeten de bouwterreinen, bouwwegen en werkstrook (inclusief onrendabele overhoeken), gronddepots, braakliggende terreinen, bermen en slootkanten onkruidvrij worden gehouden. De aannemer is verplicht de uitzaaiing van onkruidzaden te voorkomen door te eggen en/of ploegen. Te overwegen is om de overhoeken in te zaaien met gras en regelmatig te maaien.

4.4 Bemaling Voor informatie over de bemaling wordt verwezen naar het hydrologisch onderzoek (zie rapport: ‘Bemalingsadvies – Uitbreiding 380kV station Simonshaven’, concept d.d. 5-1-2023). Indien verticale filters nodig zijn om de bouwput droog te houden of opbarsting van de bodem te voorkomen, dienen deze na ontgraving van de teelaarde rondom de bouwput te worden geplaatst. De bemaling dient minimaal te worden gehandhaafd tot het moment dat de bouwput is aangevuld tot boven de grondwaterstand. Een bemaling mag echter geen droogteschade veroorzaken. Waar nodig maatregelen treffen om droogteschade te voorkomen.

4.5 Ontgraven bouwput 4.5.1

Teelaarde

Om (kwaliteit)verlies aan teelaarde tegen te gaan, dient de teelaarde ter plaatse van de bouwput, vermeerderd met 1,0 m rondom de bouwput, apart te worden ontgraven. De daarbij vrijkomende teelaarde dient op het maaiveld en binnen de contouren van het werkterrein en op het perceel waar de ontgraving plaatsvindt te worden opgeslagen. Tabel 4.1 Locatie Mast 066 Mast 067 Mast 068

Apart te ontgraven teelaarde Ontgraven teelaarde (dikte) 0,30 m 0,30 m Nog te bepalen

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

14/22

4.5.2

Ondergrond (B- en C-laag)

Voor behoud van de huidige profielopbouw dienen de B- en C-laag apart te worden ontgraven. Indien er onder de teelaarde een humeuze laag wordt waargenomen deze apart ontgraven (B1-laag) van de humusarme gerijpte bodemlagen (B2-laag). Vervolgens worden de ongerijpte kleilagen apart ontgraven (C-laag) tot 0,3 m onder het geplande funderingsniveau. De per mastlocaties te hanteren ontgravingsdiepten weergegeven in tabel 4.2: Tabel 4.2 Locatie Mast 066 Mast 067 Mast 068 1)

Apart te ontgraven ondergrond (laagdikte) Ontgraven B1-laag Ontgraven B2-laag 0,20 - 50 m 0,20 - 0,70 m 0 - 0,40 m 0,30 – 0,70 m Nog te bepalen Nog te bepalen

Ontgraven C-laag 1,00 - 1,40 m 1) 1,00 – 1,40 m 1) Nog te bepalen

te realiseren ontgravingsdiepte is afhankelijk van het funderingsniveau vermeerderd met 0,40 m om ruimte te creëren voor het aanbrengen van een laag zand.

4.6 Aanvullen bouwput Ter verkrijging van een begaanbare bouwvloer een eerste aanvulling aanbrengen met 0,30 m zand. Indien wenselijk kan hierin ook de bemalingsdrain worden aangebracht. Na de bouw van het fundament de bouwput eerst aanvullen met de in depot geplaatste C-grond en laagsgewijs aandrukken. Gelijktijdig eventueel ontstane grondtekorten compenseren. Langs de randen van de bouwput de teelaarde en B-laag spittend over 2,5 m afzetten om een meer geleidelijke overgang met de omgeving te realiseren, grondtekorten te compenseren danwel grondoverschotten te kunnen verwerken. Vervolgens de B2-laag en B1-laag terugzetten en aandrukken met de bak van de kraan. De B1-laag rul afwerken en de teelaarde terugzetten en aanblokken.

4.7 Grondtekorten en grondoverschotten De te verwachten grondtekorten of grondoverschotten zijn sterk afhankelijk van de omvang van de bouwput en de duur van de werkzaamheden. Eventuele grondtekorten kunnen worden gecompenseerd door beschikbaar zand (uit bouwweg of werkterrein) door de top van de C-laag te verwerken . Niet in de bouwput of binnen het werkterrein te verwerken grondoverschotten na instemming van de cultuurtechnisch toezichthouder afvoeren.

4.8 Herstelmaatregelen Nadat de werkterreinen en bouwwegen volledig zijn opgeruimd, kunnen de cultuurtechnische herstelmaatregelen gaan plaatsvinden. Voor aanvang de terreinen inmeten en de resultaten vergelijken met de oorspronkelijke meetresultaten en vaststellen of er als gevolg van zetting en klink sprake is van een maaivelddaling. Bij een hoogteverschil kleiner dan 0,05 m de grondtekorten compenseren door grondbewerking en egalisatie. Bij zettingen groter dan 5 cm de grondtekorten compenseren door beschikbare C-grond of zand uit de rijbaan of het werkterrein te verspitten door de top van de C-laag. Spitten in een open put, waarbij de teelaarde en onderlagen gescheiden worden verwerkt.

Sweco | Uitbreiding Simonshaven 380kV Cultuurtechnisch onderzoek Projectnummer sweco.projectId Datum 06-04-2023

Versie C1

Document referentie nl23-648800269-47720 ctt simonshaven 380kv 060423

15/22

De werkterreinen en bouwwegen egaliseren en intensief niet-kerend woelen (diepte tot circa 0,70 m), zodanig dat de verdichte bodemlagen worden gebroken. Indien er sprake is van sterke verdichtingen in de B-lagen, welke niet middels een intensieve woelbewerking kunnen worden opgeheven, dienen de percelen te worden gespit. Spitten in een open put tot 0,70 à 0,80 m -mv. Al de herstelwerkzaamheden mogen alleen onder droge weers- en terreinomstandigheden en na goedkeuring van de cultuurtechnisch toezichthouder worden uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13143487/1