89.Voorontwerpbestemmingsplan uitbreiding trafostation Simonshaven; Bijlagen bij toelichting Bijlage 2 Bureauonderzoek Archeologie
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 51010255 Projectnummer TenneT: 003.215.20 Referentienummer: NL22-648800269-28818 Documentnummer TenneT: 1039756 Datum: 25-10-2022
Archeologisch onderzoek Simonshaven te Geervliet en Abbenbroek, gemeente Nissewaard Bureauonderzoek
SWECO ARCHEOLOGISCHE RAPPORTEN 2568
Sweco Kraanspoor 48 1033 SE AMSTERDAM
www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Leonie Ouwerkerk M +31 6 20 61 39 89
Verantwoording Titel
Subtitel
Archeologisch onderzoek Simonshaven te Geervliet en Abbenbroek, gemeente Nissewaard Bureauonderzoek Sweco Archeologische Rapporten
ISSN-nummer
2468-4813
Projectnummer
51010255
Projectnummer TenneT
003.215.20
Referentienummer
NL22-648800269-28818
Documentnummer TenneT
1039756
Revisie
D2
Datum
25-10-2022
Auteur
Leonie Ouwerkerk Senior KNA archeoloog, actornummer 92218907
E-mailadres
Leonie.ouwerkerk@sweco.nl
Gecontroleerd door
Jan Jaap Hekman senior KNA archeoloog (actornummer 64229705)
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Jeroen van Rooij MA Teammanager
Paraaf goedgekeurd Sweco voert archeologisch onderzoek uit onder procescertificaat SIKB BRL 4000 ’Archeologie’ (versie 4.1) en de protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004. De archeologische werkzaamheden worden uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm van de Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1).
2 (23)
Administratieve gegevens Uitvoerder
Sweco Nederland B.V.
Provincie
Zuid Holland
Gemeente
Nissewaard
Plaats
Geervliet en Abbenbroek
Toponiem
Simonshaven
Kadastrale gegevens
263, 279, 281, 429, 992, 993
Centrum-coördinaat
X: 777728 y:428467
Digitale kaart onderzoeksgebied
Zie bijlage 1
Opdrachtgever
TenneT
Archis Zaakidentificatie
5275185100
Oppervlakte plangebied
Ca. 10.85 ha
Bevoegde overheid
Gemeente Nissewaard
Projectmedewerker(s)
Leonie Ouwerkerk
Periode van uitvoering
Juni/Augustus 2022
Beheer en plaats van documentatie
Sweco Nederland BV
3 (23)
Inhoudsopgave Samenvatting ......................................................................................................................... 5 1
Inleiding .................................................................................................................. 8
1.1
Aanleiding van het onderzoek ................................................................................. 8
1.2
Methodiek ................................................................................................................ 8
1.3
Doelstelling en vraagstelling .................................................................................... 9
2
Bureauonderzoek ................................................................................................ 10
2.1
Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik ............................. 10
2.1.1
Afbakening plan- en onderzoeksgebied ..............................................................................10
2.1.2
Huidig gebruik van het plangebied ......................................................................................10
2.1.3
Toekomstig gebruik van het plangebied .............................................................................10
2.2
Overheidsbeleid ..................................................................................................... 10
2.3
Aardwetenschappelijke situatie ............................................................................. 11
2.4
Archeologische waarden ....................................................................................... 13
2.4.1
Gemeentelijke archeologische beleidskaart ........................................................................13
2.4.2
Archeologische monumenten ..............................................................................................14
2.4.3
Archeologische vondstlocaties ............................................................................................14
2.4.4
Archeologische onderzoeksmeldingen ...............................................................................15
2.5
Historische waarden .............................................................................................. 16
2.5.1
Cultuurhistorische Waarden ................................................................................................19
2.6
Ondergrondse bouwhistorische waarden en mogelijke verstoringen .................... 19
3
Gespecificeerde archeologische verwachting ................................................. 20
4
Conclusie en advies ............................................................................................ 21
4.1
Beantwoording onderzoeksvragen ........................................................................ 21
4.2
Conclusie en Advies .............................................................................................. 21
5
Literatuurlijst en gebruikte bronnen .................................................................. 22
5.1
Literatuur ................................................................................................................ 23
5.2
Internet bronnen .................................................................................................... 23
Bijlage 1.
Locatie van het plangebied
Bijlage 2.
Bekende archeologische waarden (Archis)
Bijlage 3.
Geomorfologische kaart
Bijlage 4.
Bodemkaart
Bijlage 5.
Reactie bevoegd gezag
4 (23)
Samenvatting TenneT is voornemens om het hoogspanningsstation Simonshaven uit te breiden. Daarnaast wordt een nieuwe hoogspanningsmast geplaatst en een tweede en derde zullen worden uitgebreid. De exacte omvang van de bodemverstoring is nog onbekend, maar er wordt uitgegaan van een verstoring van ca. 17 x 17 meter per hoogspanningsmast en van ca. 7000 m2 ten behoeve van de uitbreiding van het hoogspanningsstation. De exacte diepte van de ontgravingen is nog niet bekend. Een totale verstoringen van ca. 8150 m2. Er zullen twee kleine gebouwtjes worden geplaatst ten behoeve van een milieustraat en een NSA gebouw, daarnaast worden drie of vier nieuwe transformatoren geplaatst. Ook zal er een nieuwe weg worden aangelegd naar de Oud Hoenderhoekseweg. Daarnaast worden er voor de werkzaamheden diverse tijdelijke bouwwegen aangelegd, maar hier zal niet worden ontgraven. De ingrepen zijn verdeeld in drie deelgebieden. Deelgebied 1 beslaat het gebied rond het bestaande hoogspanningsstation. Deelgebied 2 beslaat de uitbreiding van een hoogspanningsmast daar ten westen van, en deelgebied 3 beslaat de uitbreiding van een tweede hoogspanningsmast, daar ten westen van. Deelgebied 1 en 3 zijn gelegen binnen bestemmingsplan Buitengebied West van de gemeente Nissewaard. Bij deelgebied 1 is de dubbelbestemming archeologie 5 van kracht.
Dit is een relatief hoge verwachting waar een maximale verstoringsgrens geldt van 200 m 2 en 40 cm onder maaiveld. Bij Deelgebied 3 is de dubbelbestemming archeologie 7 van kracht. Deze heeft maximale verstoringsgrens van 200 m2 en 400 cm onder maaiveld. Deelgebied 2 is gelegen binnen bestemmingsplan Recreatiegebied Bernisse. Hier geldt een dubbelbestemming archeologie 4. Hier is de maximale verstoringsgrens 200 m2 en 400 cm beneden maaiveld. De ingrepen in deelgebied 1 overschrijden deze grens met de aanleg van de transformatoren, de aanleg van de weg en van de bouw van de milieustraat en het NSA gebouw. De ingreep in deelgebied 2 en 3 betreft het uitbreiden van een hoogspanningsmast. De exacte ingreep is onbekend, er wordt uitgegaan van een ontgronding van 290 m 2 per mast. In principe zal de ontgraving de maximale verstoringsgrenzen niet overschrijden gezien de maximale ontgravingsdiepte 400 cm onder maaiveld betreft. Wel zullen de heipalen deze diepte bereiken. Deze palen zullen echter geen 200 m 2 verstoren op deze diepte. In principe wordt bij zowel deelgebied 2 als 3 de maximale verstoringsgrens niet overschreden. In deze deelgebieden is geen archeologisch onderzoek nodig. Bij deelgebied 1 is wel archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Op basis van het voorgaande kan de volgende gespecificeerde archeologische verwachting worden opgesteld voor het plangebied In het plangebied kunnen afhankelijk van het getijdelandschap archeologische resten vanaf de Bronstijd voorkomen. Voor de periode Bronstijd tot en met de Middeleeuwen is een middelhoge verwachting aanwezig in deelgebied 1, in de zone die nog niet reeds onderzocht is door middel van boringen. Het gaat om een strook land van ca. 20 meter breed en 400 meter lang, plus een strook van 60 x 14 meter in het noorden en een stuk van 83 x 40 meter in het zuidwesten. Op basis van eerder uitgevoerd onderzoek dat is verwerkt in de gemeentelijke beleidskaart is archeologie te verwachten in de zone met een middelhoge tot hoge verwachting vanaf 0,4 m – mv. In deelgebied 2 en 3 is een lage verwachting aanwezig uit deze perioden vanaf 4 m – mv gezien de aanwezigheid van een getij-oeverwal. Ook is de zone rond deelgebied 2
5 (23)
mogelijk vergraven. Voor de periode na de Middeleeuwen is de verwachting voor alle deelgebieden laag, gezien het ontbreken van bewoning op historische kaarten. De archeologische waarden kunnen bestaan uit nederzettingsgerelateerde archeologische waarden als restanten van voormalige huisplattegronden (paalkuilen en wandgreppels), afval- of waterkuilen, greppels en sporen van landgebruik of landinrichting, naast een breed scala van resten uit de materiële cultuur zoals aardewerk of gebruiksvoorwerpen van diverse materialen. Vanwege de vochtige bodemcondities kunnen de resten redelijk tot goed geconserveerd zijn gebleven. Uit het bureauonderzoek blijkt dat er binnen deelgebied 1 slechts 1 nieuwe hoogspanningsmast zal worden geplaatst in een zone die nog niet reeds is onderzocht door middel van een bureau- en booronderzoek. Met een verstoring van 17 x 17 meter en ca. 1,5 meter is deze beperkt. Op het direct naastgelegen terrein zijn bij het booronderzoek geen aanwijzingen voor archeologie aangetoond. Daarom wordt de kans als klein ingeschat dat op deze locatie archeologie aanwezig is. In Bij deelgebied 3 en 4 is sprake van een lage verwachting op archeologisch waarden vanaf 4 m – mv. De ontgraving zal niet tot deze diepte reiken, alleen de heipalen zullen deze diepte raken, en slechts een zeer beperkte bodemverstoring veroorzaken.
Daarom wordt aanbevolen om ook deze zones vrij te stellen van onderzoek. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).1
1
https://formulier.cultureelerfgoed.nl/archis/vondstmeldingsformulier
6 (23)
Tabel 1.1
Overzicht van archeologische perioden2
Periode
Tijd
Laat-Paleolithicum (Oude Steentijd)
tot
9.000 v.Chr.
Mesolithicum (Midden Steentijd)
9.000 v.Chr.
-
4.900 v.Chr.
Neolithicum (Nieuwe Steentijd)
5.325 v.Chr.
-
1.900 v.Chr.
Bronstijd
1.900 v.Chr.
-
800 v.Chr.
IJzertijd
800 v.Chr.
-
12 v.Chr.
Romeinse Tijd
12 v.Chr.
-
450 n.Chr.
Vroege Middeleeuwen
450
-
1.050 n.Chr.
Late Middeleeuwen
1.050
-
1.500 n.Chr.
Nieuwe Tijd
1.500
-
heden
Tabel 1.2
Indeling van het Kwartair
Chronostratigrafie Kwartair
Holoceen
Pleistoceen
Jaren geleden Subatlanticum
3.000
-
heden
Subboreaal
5.000
-
3.000
Atlanticum
8.000
-
5.000
Boreaal
9.000
-
8.000
Preboreaal
10.000
-
9.000
Laat
130.000
-
10.000
Weichselien (ijstijd)
120.000
-
10.000
Eemien
130.000
-
120.000
800.000
-
130.000
Saalien (ijstijd)
200.000
-
130.000
Elsterien (ijstijd)
400.000
-
315.000
2.400.000
-
800.000
Midden
Vroeg
2
Bron: Archeologisch Basis Register 1992.
7 (23)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding van het onderzoek TenneT is voornemens om het hoogspanningsstation Simonshaven uit te breiden. Daarnaast wordt een nieuwe hoogspanningsmast geplaatst en een tweede en derde zullen worden uitgebreid (afb 1). De exacte omvang van de bodemverstoring is nog onbekend, maar er wordt uitgegaan van een verstoring van ca. 17 x 17 meter per hoogspanningsmast en van ca. 7000 m2 ten behoeve van de uitbreiding van het hoogspanningsstation. De exacte diepte van de ontgravingen is nog niet bekend. Een totale verstoringen van ca. 8150 m2. Er zullen twee kleine gebouwtjes worden geplaatst ten behoeve van een milieustraat en een NSA gebouw, daarnaast worden drie nieuwe transformatoren geplaatst. Ook zal er een nieuwe weg worden aangelegd naar de Oud Hoenderhoekseweg. Ook worden er voor de werkzaamheden diverse tijdelijke bouwwegen aangelegd, maar hier zal niet worden ontgraven. De ingrepen zijn verdeeld in drie deelgebieden. Deelgebied 1 beslaat het gebied rond het bestaande hoogspanningsstation. Deelgebied 2 beslaat de uitbreiding van een hoogspanningsmast daar ten westen van, en deelgebied 3 beslaat de uitbreiding van een tweede hoogspanningsmast, daar ten westen van (zie afbeelding 1).
Afbeelding 1 De deelgebieden, van rechts naar links 1 t/m 3
1.2 Methodiek Dit rapport betreft een standaardrapport zoals genoemd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform SIKB BRL 4000 protocol 4002 en bestaat uit elf processtappen: • afbakenen plan- en onderzoeksgebied; vaststellen consequenties toekomstig gebruik (LS01); • aanmelden onderzoek bij Archis;
8 (23)
• • • • • • • • •
vermelden (en toepassen) overheidsbeleid (LS01); beschrijven huidig gebruik (LS02); beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden ondergrond (LS02, LS03, LS04); beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke kenmerken (LS04); opstellen gespecificeerde verwachting en formuleren onderzoeksstrategie (LS05); opstellen standaardrapport bureauonderzoek (LS06); aanleveren standaardrapport - afmelden onderzoek in Archis; aanleveren digitale gegevens bij e-depot (DS05).
Processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan de gespecificeerde verwachting (stap 8) wordt opgesteld. Deze stappen worden behandeld in paragraaf 1.1 en hoofdstuk 2. Processtap 9 resulteert in het voorliggende rapport. Processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het openbaar maken van het bureauonderzoek voor derden bij onder meer Archis en het e-Depot. Bij de uitvoering van het onderzoek is niet afgeweken van de BRL. 1.3 Doelstelling en vraagstelling De bodemingrepen die gepaard gaan met de geplande werkzaamheden zullen eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem verstoren en/of vernietigen. 3 Doel van het onderzoek is een risicoanalyse van de gevolgen van de voorgenomen maatregelen en bodemingrepen op het behoud in situ van (mogelijk) aanwezige archeologische waarden. Derhalve dienen voorafgaand aan die werkzaamheden de archeologische waarden binnen het plangebied in kaart te worden gebracht. De vraagstelling voor het onderzoek is: welke archeologische waarden zijn in het plangebied (mogelijk) aanwezig of kunnen worden verwacht? Op basis van de vraagstelling zijn onderzoeksvragen geformuleerd die kunnen bijdragen aan de beantwoording van de doel- en vraagstelling: • Welke archeologische waarden zijn in het plangebied aanwezig of kunnen aanwezig zijn? Op welke diepte t.o.v.
maaiveld kunnen deze worden verwacht en op welke wijze lopen deze verwachte waarden een risico op verstoring/vernietiging door de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden? • Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd?
3
Een verstoring van archeologische waarden betekent dat deze waarden (deels) in situ aanwezig blijven, maar dat de conditie en conservering ervan verslechterd en daarmee de informatiewaarde. Vernietigen betekent dat de archeologische waarden verdwijnen
9 (23)
2
Bureauonderzoek
2.1 Afbakening plangebied, huidig gebruik en toekomstig gebruik 2.1.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied is gelegen aan de Oud Hoenderhoekseweg te Geervliet, gemeente Nissewaard. Het plangebied omvat de aanpassingen aan het hoogspanningsstation en de weg (deelgebied 1), de nieuw te bouwen hoogspanningsmast (aan de westzijde van deelgebied 1) en de uit te breiden hoogspanningsmasten (deelgebied 2 en 3). Het onderzoeksgebied is een zone van 250 meter rondom alle deelgebieden. Met dit onderzoeksgebied worden voldoende archeologische gegevens verzameld om tot een duidelijk archeologisch beeld te komen van de omgeving van het plangebied. 2.1.2 Huidig gebruik van het plangebied Momenteel is er al een hoogspanningsstation aanwezig in het plangebied dat uitgebreid zal worden. De rest van het gebied is in gebruik als weiland/bouwland. 2.1.3 Toekomstig gebruik van het plangebied Het hoogspanningsstation zal worden uitgebreid, ook wordt er een weg aangelegd, een nieuwe hoogspanningsmast geplaatst en twee hoogspanningsmasten uitgebreid. De exacte diepte van de geplande ontgravingen is nog niet bekend. Er wordt uitgegaan van een maximale ontgraving van ca. 1,5 meter ten behoeve van de hoogspanningsmasten. Daarnaast zullen er per hoogspanningsmast een aantal heipalen worden geslagen tot ca. 27 meter diepte.
Afbeelding 2 Een afbeelding van de geplande ingrepen binnen deelgebied 1
2.2 Overheidsbeleid Deelgebied 1 en 3 zijn gelegen binnen bestemmingsplan Buitengebied West van de gemeente Nissewaard. Bij deelgebied 1 is de dubbelbestemming archeologie 5 van kracht.
10 (23)
Dit is een relatief hoge verwachting waar een maximale verstoringsgrens geldt van 200 m2 en 40 cm onder maaiveld. Bij Deelgebied 3 is de dubbelbestemming archeologie 7 van kracht. Deze heeft maximale verstoringsgrens van 200 m2 en 400 cm onder maaiveld. Deelgebied 2 is gelegen binnen bestemmingsplan Recreatiegebied Bernisse. Hier geldt een dubbelbestemming archeologie 4. Hier is de maximale verstoringsgrens 200 m2 en 400 cm beneden maaiveld. De ingrepen in deelgebied 1 overschrijden deze grens met de aanleg van de transformatoren, de aanleg van de weg en van de bouw van de milieustraat en het NSA gebouw. De ingreep in deelgebied 2 en 3 betreft het uitbreiden van een hoogspanningsmast. De exacte ingreep is onbekend, er wordt uitgegaan van een ontgronding van 290 m 2 per mast. In principe zal de ontgraving de maximale verstoringsgrenzen niet overschrijden gezien de maximale ontgravingsdiepte 400 cm onder maaiveld betreft. Wel zullen de heipalen deze diepte bereiken. Deze palen zullen echter geen 200 m 2 verstoren op deze diepte. In principe wordt bij zowel deelgebied 2 als 3 de maximale verstoringsgrens niet overschreden. In deze deelgebieden is geen archeologisch onderzoek nodig. Bij deelgebied 1 is wel archeologisch onderzoek noodzakelijk.
2.3 Aardwetenschappelijke situatie Om de landschapsgenese in beeld te brengen is gebruik gemaakt van bodemkaarten en geologische en geomorfologische kaarten. Met behulp hiervan worden de bodem en het landschap beschreven. Onderdeel van deze studie vormt een analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN). Tabel 2.1
Aardwetenschappelijke informatie
Bron Geologie
Informatie
Geomorfologie
Getij-kreekbedding, zee-erosiegeul (kaartcode 22R71) Getij-oeverwal (kaartcode 3B72)
Bodemkunde
Vergraven (kaartcode e Verwerk) (Deelgebied 2, oostzijde) Kalkrijke poldervaaggronden (kaartcode Mn35A en Mn45A) Deelgebied 1 t/m 3
AHN
Ca. 0 m NAP
Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren; zeeklei en zand (kaartcode Na6) Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren/ Formatie van Nieuwkoop; zeeklei- en zand met inschakelingen van veen (kaartcode Na7)
Het plangebied is gelegen in een zone die gedurende lange tijd onder invloed van de zee was. Onder invloed van het opwarmende klimaat vanaf het begin van het Holoceen begon de zeespiegel te stijgen. De zeespiegelstijging zorgde voor een toenemende invloed van de zee op het gebied en daarmee voor een toename van sedimentatie in het kustgebied. Gedurende een lange periode zijn er in getijdenmilieus dikke pakketten sediment afgezet. Deze zeeafzettingen worden tot het Laagpakket van Wormer in de Formatie van Naaldwijk gerekend, maar werden voorheen beschreven als de Afzettingen van Calais. Rond 3200 v. Chr. verplaatste de Rijn-Maasmonding zich naar de huidige locatie vanwege verzanding. Hierdoor waterde het gebied niet langer af, ook omdat zich aan de Noordzeekust een strandwal had gevormd. Vanwege de natte omstandigheden werd een pakket veen gevormd waarbij de mariene afzettingen van Calais werden afgedekt. Dit veen behoort tot het Hollandveen van de Formatie van Nieuwkoop.
11 (23)
De invloed van de zee op het achterland wisselde en het kwam dan ook voor dat vanaf ca. 1500 v. Chr. het veenmoeras werd overstroomd door het zeewater. Hierdoor vond erosie van het veen plaats en werden mariene sedimenten afgezet. Ook ontstond er een getijdegeul, de voorganger van de huidige Bernisse. Als er vervolgens weer een rustige periode aanbrak kon de vorming van veen weer op gang komen. Hierdoor kunnen in het onderzoeksgebied meerdere niveaus met veen voorkomen die allen tot het Hollandveen worden gerekend. De mariene sedimenten die op (en tussen) het Hollandveen liggen worden tot het Laagpakket van Walcheren van de Formatie van Naaldwijk gerekend. Het Laagpakket van Walcheren bestaat uit zeer fijn tot matig fijn, kalkrijk en schelphoudend zand en schelphoudende siltige of zandige klei. Onder in de geulafzettingen komen soms schelpenlagen voor. De afzettingen werden voorheen beschreven als de Afzettingen van Duinkerke en zijn onderverdeeld in verschillende lagen. De oudste afzettingen van Duinkerke zijn de Duinkerke 0 sedimenten, dit zijn sedimenten die de onderste Hollandveen laag afdekken. Latere Duinkerke afzettingen zijn de Duinkerke, I, II en III a en b fasen, waarbij de Duinkerke III afzettingen pas vanaf de 12e eeuw zijn afgezet. Vanwege ontwatering en cultivering van de veengebieden oxideerde de ondergrond en klonk het in.
Hierdoor kwamen de klei- en veengebieden lager te liggen dan de kreekruggen. Daardoor werden het aantrekkelijke zones voor bewoning. Tot ca. 1500 zijn kleine gebieden ingepolderd door de mens. Pas vanaf de 17e tot de 20e eeuw is er op grotere schaal ingepolderd. Op basis van geologische gegevens zijn in het noordwestelijke deel van deelgebied 1, en aan de zuidoostelijke zijde van deelgebied 2 diepe geulafzettingen aanwezig die behoren aan Duinkerke IIIb. Deze geul was actief tot en met de Late Middeleeuwen. De top van deze afzetting kan aan het oppervlak voorkomen. Hierop kunnen archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn. Archeologische resten ouder dan deze perioden zijn waarschijnlijk door de geul geërodeerd. Aan de zuidkant van het plangebied bevindt zich onder de afzettingen van Duinkerke IIIb op Hollandveen, op afzettingen van Calais (Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk). In het uiterste zuiden komt Duinkerke IIIa voor op Hollandveen, op afzettingen van Calais. Duinkerke IIIa komt doorgaans voor vanaf ca. 2 m – NAP. In de top kunnen resten uit ca. 800-1100 na Chr. worden aangetroffen. De top van het Hollandveen bevindt zich op ca. 2,5 m – NAP. Hierop en in kunnen archeologische resten uit 2300-1900 v. Chr. (Midden Bronstijd) tot de Middeleeuwen worden aangetroffen.
De top van Calais kan op een diepte van 5 m – NAP worden aangetroffen. Hier kunnen archeologische resten uit de periode 2300 – 1900 v. Chr (Laat-Neolithicum/ vroege Bronstijd) voorkomen. 4 De bodem in het plangebied bestaat volgens de Bodemkaart uit zeekleigronden, meer specifiek uit kalkrijke poldervaaggronden bestaande voor het merendeel uit zware zavel (code: Mn35A en Mn45A). Poldervaaggronden zijn zavel- of kleigronden waarin hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Er komt geen veen voor binnen 80 cm – mv. De grond is gerijpt, en kan ontkalkt zijn.5 Op de AHN is te zien dat deelgebied 1 en 2 gelegen zijn op ca. 0 m NAP. Deelgebied 3 is iets lager gelegen op ca. 1 m – NAP. Het hoogspanningsstation is vermoedelijk aangelegd op een opgehoogd gebied.
4 5
Ras 2007 Berendsen 2005
12 (23)
Afbeelding 3 Uitsnede uit de AHN4
2.4 Archeologische waarden Om de reeds bekende archeologische waarden in beeld te krijgen, zijn diverse bronnen geraadpleegd, zoals de Archeologische Monumentenkaart, Archis 3 en de archeologische verwachtingskaart van het betreffende gebied. 2.4.1 Gemeentelijke archeologische beleidskaart De gemeente Nissewaard beschikt over een archeologische beleidskaart. Conform deze beleidskaart is deelgebied 1 gelegen in een zone met een redelijk hoge tot hoge verwachting met archeologische waarden die te verwachten zijn vanaf 40 cm – mv. Deelgebied 2 en 3 zijn gelegen in een zone met een lage archeologische verwachting, waar archeologische waarden te verwachten zijn vanaf 400 cm – mv.
13 (23)
Afbeelding 4 Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart van de gemeente Nissewaard
2.4.2 Archeologische monumenten De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van belangrijke archeologische terreinen in Nederland. Binnen het plangebied bevinden zich geen AMK terreinen. Ook binnen het onderzoeksgebied van 250 meter rondom de deelgebieden bevindt zich geen AMK terrein. Het dichtstbijzijnde AMK terrein bevindt zich op ca. 530 meter ten zuidoosten van deelgebied 1. Het gaat om een terrein met sporen van een nederzetting uit de Midden IJzertijd (monumentnummer 16113). Hier zijn aangepunte houten palen, aardewerk en metaalslak aangetroffen. De vondstlaag bevindt zich onder het grondwaterpeil. 2.4.3 Archeologische vondstlocaties In Archis 3 staan binnen het plangebied geen archeologische vondstlocaties geregistreerd. Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied staan ook geen vondstlocaties geregistreerd.
14 (23)
2.4.4 Archeologische onderzoeksmeldingen In Archis 3 staan binnen het plangebied drie archeologische onderzoeksmeldingen geregistreerd (zie tabel 2.4). Daarnaast liggen in de directe omgeving van het plangebied nog drie onderzoeksmeldingen. Tabel 2.4
Onderzoeksmeldingen in het onderzoeksgebied
Zaakidentificatie 4814019100 2172196100 2172455100 2156344100 2386603100 2419992100 2420339100
Type onderzoek Bureauonderzoek Bureau- en booronderzoek Booronderzoek Booronderzoek Bureauonderzoek Proefsleuven Booronderzoek
Uitvoerder / Jaar Arcadis 2019 SOB 2007
Resultaat Vervolg Geen vervolg
RAAP 2007 BOOR 2007 Arcadis 2012 ADC 2013 Transect 2013
Niet online beschikbaar Deels vervolg Niet online beschikbaar Deels vervolg
Binnen deelgebied 1 is door Arcadis in 2019 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de bouw van het hoogspanningsstation Simonshaven, en een kabelverbinding naar de Maashaven richting zee. Uit het bureauonderzoek is vervolgadvies in de vorm van een booronderzoek geadviseerd in de zones met een middelhoge en hoge verwachting. Dit booronderzoek is waarschijnlijk nog niet uitgevoerd. In 2007 is er ten behoeve van de bouw van het huidige TenneT station Simonshaven een bureau- en booronderzoek uitgevoerd in het gehele deelgebied 1, met uitzondering van het een rand aan de noordwestelijke zijde van ca. 18 meter breed. Bij het onderzoek lag het plangebied op een NAP hoogte van 65 tot 107 cm – NAP. Waarschijnlijk is het gebied voor de bouw van het station dus 65 tot 100 cm opgehoogd. Bij het booronderzoek zijn 65 boringen gezet. De meeste zijn tot 2 m onder maaiveld gezet, 1 op de 10 boringen is doorgezet tot 4 m – mv. Uit het booronderzoek is gebleken dat ter plaatse van het noordelijke deel van het onderzoeksgebied diepreikende geul-Afzettingen van Duinkerke IIIB (lithostratigrafie volgens de Mulder et al: Laagpakket van Walcheren, behorend tot de Formatie van Naaldwijk) aanwezig zijn. Het betreft hier klei- en zandafzettingen, die tot een diepte van minimaal 2 meter (de maximale boordiepte) reiken.
Ten zuiden van deze geul bevindt zich een zone met Afzettingen van Duinkerke IIIB (lithostratigrafie volgens de Mulder et al: Laagpakket van Walcheren, behorend tot de Formatie van Naaldwijk), op Hollandveen (lithostratigrafie volgens de Mulder et al: Hollandveenlaagpakket van de Formatie van Nieuwkoop), op Afzettingen van Calais (lithostratigrafie volgens de Mulder et al: Laagpakket van Wormer, behorend tot de Formatie van Naaldwijk). Weer ten zuiden van deze zone ligt een zone met Afzettingen van Duinkerke IIIB (lithostratigrafie volgens de Mulder et al: Laagpakket van Walcheren, behorend tot de Formatie van Naaldwijk), op Afzettingen van Duinkerke IIIa (lithostratigrafie volgens de Mulder et al: Laagpakket van Walcheren, behorend tot de Formatie van Naaldwijk), op Hollandveen (lithostratigrafie volgens de Mulder et al: Hollandveenlaagpakket van de Formatie van Nieuwkoop), vertand met Afzettingen van Duinkerke, op Afzettingen van Calais IV (lithostratigrafie volgens de Mulder et al: Laagpakket van Wormer, behorend tot de Formatie van Naaldwijk). Tijdens de uitvoering van het IVO werden in geen van de boringen archeologische niveaus of archeologische indicatoren aangetroffen.6 Op basis van de boringen is geen vervolgonderzoek aanbevolen voor het plangebied. Derhalve is het grootste deel van deelgebied 1 dus al vrijgegeven van archeologisch onderzoek. 6
Ras 2007
15 (23)
Deels binnen deelgebied 1 richting het noordoosten is het 380 kV kabeltracé vanaf station Simonshaven onderzocht door middel van een bureau- en booronderzoek door BOOR in 2007. In tracé 1, het deel dat deels binnen deelgebied 1 is gelegen zijn in twee boringen houtskoolspikkels aangetroffen in de top van hete Hollandveen wat mogelijk duidt op een vindplaats. Daarom is hier vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van karterende boringen. Deze vindplaats lag echter niet binnen deelgebied 1.7 Het vervolgonderzoek vindt daarom niet plaats binnen deelgebied 1 en dit deel van het tracé is dan ook vrijgesteld van verder archeologisch onderzoek. In een zone waarbinnen deelgebied 2 en 3 zijn gelegen is in 2013 door het ADC een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het kader van de aanleg van een 150 kV kabel. Er zijn in de directe omgeving van de deelgebieden echter geen sleuven aangelegd. Daarnaast zijn wel enkele antropogene sporen aangetroffen maar is geen vindplaats aangetroffen.
Afbeelding 5: De zone van deelgebied 1 die reeds onderzocht is door het ADC in 2007 (in paars). De zone die omsloten wordt door het paarse vlak is ook reeds onderzocht. Alleen in het noordwesten is nog geen onderzoek gedaan.
2.5 Historische waarden Voor het beschrijven van de historische situatie is gebruik gemaakt van historische kaarten waarop het plangebied duidelijk te vinden is. In de 11e en 12e eeuw was een groot deel van het veengebied ontgonnen. De oostelijke zijtak van de Bernisse, de Oostenrijk, vormde de natuurlijke zuidgrens van dit gebied. In het midden van de 12e eeuw waren er echter grootschalige overstromingen, waardoor veel van de ontginningen verloren gingen. Daarom werden een aantal dijken aangelegd met ringpolders zoals vanaf 1200 Biervliet (Biert) en Geervliet. In de 13e eeuw waren er echter 7
Van Looveren 2007.
16 (23)
een aantal dijkdoorbraken waardoor de polders opnieuw overstroomden. Daarom werden rond 1300 verbindingsdijken aangelegd tussen de ringpolders. Zo werd er een dijk aangelegd tussen Biert en Geervliet en tussen Biert en Vriesland. Vanaf de 15e eeuw vonden nieuwe inpolderingen plaats. Het plangebied is gelegen aan de westzijde langs de polder Biert langs de Biertsedijk. Op de kadastrale kaart van 1811-1832 is te zien dat deelgebied gelegen is in een onbebouwde zone die aangemerkt staat als bouwland (zie afbeelding 6). Deelgebied 2 en 3 zijn gelegen in de voormalige gemeente Abbenbroek en ook deze zone is aangemerkt als bouwland. In geen van de deelgebieden is in de nabije omgeving bebouwing aanwezig. Op de topografische kaart van 1850 is nog hetzelfde beeld te zien, geen bebouwing in de omgeving. Ook rond 1900 is er nog weinig veranderd in de omgeving, pas rond 1984 lijkt de Bernisse te zijn verbreed. Daarnaast is er nog steeds geen bebouwing te zien in de omgeving. Vanaf 2010 zijn er aanpassingen en bebouwing te zien naar aanleiding van de bouw van de Simonshaven.
Afbeelding 6 Een uitsnede uit de kadastrale kaart van 1811-1832 van deelgebied 1
17 (23)
Afbeelding 7: Een uitsnede uit de kadastrale kaart van 1811-1832 van deelgebied 2 (rechts) en 3 (links).
Afbeelding 8 Een uitsnede uit de topografische kaart van 1950
18 (23)
2.5.1 Cultuurhistorische Waarden Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Zuid-Holland zijn naast de landschappelijke kenmerken geen windmolens, kroonjuwelen of terreinen van archeologische waarden aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. 2.6 Ondergrondse bouwhistorische waarden en mogelijke verstoringen Er kunnen binnen het plangebied reeds verstoringen aanwezig zijn die veroorzaakt zijn door de bouw van het hoogspanningsstation Simonshaven en de reeds aanwezige hoogspanningsmasten. Het raadplegen van de Verstoringsbronnenkaart van de RCE laat zien dat de zone rond de Bernisse vergraven is, tot in deelgebied 2. Het is echter niet duidelijk tot hoe diep deze zone vergraven is.8
8
Geraadpleegd via https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart
19 (23)
3
Gespecificeerde archeologische verwachting
Op basis van het voorgaande kan de volgende gespecificeerde archeologische verwachting worden opgesteld voor het plangebied In het plangebied kunnen afhankelijk van het getijdelandschap archeologische resten vanaf de Bronstijd voorkomen. Voor de periode Bronstijd tot en met de Middeleeuwen is een middelhoge verwachting aanwezig in deelgebied 1, in de zone die nog niet reeds onderzocht is door middel van boringen. Het gaat om een strook land van ca. 20 meter breed en 400 meter lang, plus een strook van 60 x 14 meter in het noorden en een stuk van 83 x 40 meter in het zuidwesten. Op basis van eerder uitgevoerd onderzoek dat is verwerkt in de gemeentelijke beleidskaart is archeologie te verwachten in de zone met een middelhoge tot hoge verwachting vanaf 0,4 m – mv. In deelgebied 2 en 3 is een lage verwachting aanwezig uit deze perioden vanaf 4 m – mv gezien de aanwezigheid van een getij-oeverwal. Ook is de zone rond deelgebied 2 mogelijk vergraven. Voor de periode na de Middeleeuwen is de verwachting voor alle deelgebieden laag, gezien het ontbreken van bewoning op historische kaarten.
De archeologische waarden kunnen bestaan uit nederzettingsgerelateerde archeologische waarden als restanten van voormalige huisplattegronden (paalkuilen en wandgreppels), afval- of waterkuilen, greppels en sporen van landgebruik of landinrichting, naast een breed scala van resten uit de materiële cultuur zoals aardewerk of gebruiksvoorwerpen van diverse materialen. Vanwege de vochtige bodemcondities kunnen de resten redelijk tot goed geconserveerd zijn gebleven.
20 (23)
4
Conclusie en advies
4.1 Beantwoording onderzoeksvragen Met de bevindingen en resultaten uit het bureauonderzoek kunnen de onderzoeksvragen worden beantwoord. • Welke archeologische waarden zijn in het plangebied aanwezig of kunnen aanwezig zijn? Op welke diepte t.o.v. maaiveld kunnen deze worden verwacht en op welke wijze lopen deze verwachte waarden een risico op verstoring/vernietiging door de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden? Op basis van het bureauonderzoek geldt voor deelgebied 1 een middelhoge verwachting op archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Middeleeuwen. Deze resten worden verwacht op een diepte vanaf 40 cm – mv. Door de bouw van de nieuwe hoogspanningsmast kunnen deze waarden verstoord raken. Voor deelgebied 2 en 3 geldt een lage verwachting op archeologie vanaf de Bronstijd t/m de Middeleeuwen. Deze waarden kunnen worden verwacht vanaf een diepte van 400 cm – mv. Een groot deel van deelgebied 1 is op basis van eerder uitgevoerd bureau- en inventariserend onderzoek reeds vrijgesteld van archeologische waarden. •
Is het plangebied voldoende onderzocht. Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek wordt geadviseerd? Het plangebied is voldoende onderzocht. Bij deelgebied 1 zal er in de nog niet onderzochte zone mogelijk een nieuwe hoogspanningsmast worden geplaatst. De exacte locatie van deze mast is nog niet bekend, maar deze zal mogelijk geplaatst worden in de reeds onderzochte zone, of in een zone direct naast de reeds onderzochte zone binnen deelgebied 1. Met een verstoringszone van ca. 17 x 17 meter bij 1,5 meter diep is dit een beperkte verstoring. Gezien het archeologische booronderzoek die is uitgevoerd op het direct naastgelegen terrein die geen archeologische waarden of indicatoren heeft aangetoond is de kans dat hier archeologie voor zal komen vrij klein. Daarom wordt aanbevolen om de bouw van de nieuwe hoogspanningsmast vrij te stellen van archeologisch onderzoek. Bij deelgebied 3 en 4 is sprake van een lage verwachting op archeologisch waarden vanaf 4 m – mv. De ontgraving zal niet tot deze diepte reiken, alleen de heipalen zullen deze diepte raken, en slechts een zeer beperkte bodemverstoring veroorzaken.
Daarom wordt aanbevolen om ook deze zones vrij te stellen van onderzoek 4.2 Conclusie en Advies Uit het bureauonderzoek blijkt dat er binnen deelgebied 1 slechts 1 nieuwe hoogspanningsmast zal worden geplaatst in een zone die nog niet reeds is onderzocht door middel van een bureau- en booronderzoek. Met een verstoring van 17 x 17 meter en ca. 1,5 meter is deze beperkt. Op het direct naastgelegen terrein zijn bij het booronderzoek geen aanwijzingen voor archeologie aangetoond. Daarom wordt de kans als klein ingeschat dat op deze locatie archeologie aanwezig is. In Bij deelgebied 3 en 4 is sprake van een lage verwachting op archeologisch waarden vanaf 4 m – mv. De ontgraving zal niet tot deze diepte reiken, alleen de heipalen zullen deze diepte raken, en slechts een zeer beperkte bodemverstoring veroorzaken. Daarom wordt aanbevolen om ook deze zones vrij te stellen van onderzoek. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de
21 (23)
desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).9 Het bureauonderzoek is voorgelegd aan bevoegd gezag en deze zijn akkoord. De reactie is als bijlage 5 opgenomen.
9
https://formulier.cultureelerfgoed.nl/archis/vondstmeldingsformulier
22 (23)
5
Literatuurlijst en gebruikte bronnen
5.1
Literatuur
Bakker, H. de en J. Schelling, 1989 - 2e gew. druk bewerkt door J. Brus en C. van Wallenburg. Systeem voor de bodemclassificatie voor Nederland, de hogere niveaus. Pudoc, Wageningen. Berendsen, H.J.A. 2008. Landschappelijk Nederland. Fysische geografie van Nederland. Jansen, H.J., J. Bex en J. de Moor, 2010. Archeologisch onderzoek Golfbaan Lagerwoude, Brielle. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Sweco Rapporten, 745. Van Looveren, V. 2007. BERNISSE - SPIJKENISSE LEIDINGTRACÉ Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen. Boorrapporten 378. Ras, J. 2007. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van grondboringen Locatie Station Simonshaven, gemeente Bernisse. 5.2
Internet bronnen
www.ahn.nl archis.cultureelerfgoed.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.ikme.nl www.pdok.nl https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart https://www.ruimtelijkeplannen.nl/ www.topotijdreis.nl
23 (23)
Bijlage 1. Locatie van het plangebied
Legenda Projectgegevens Locatiecontour_20220823
BestuurlijkeGebieden_2022 BestuurlijkeGebieden_2022 gemeentegebied
Achtergrond BRT Achtergrondkaart
Locatie plangebied Simonshaven Opdrachtgever: Tennet Projectnummer: 51010255 Status: Definitief Datum: 24-08-2022 14:18 Schaal: Formaat: A1
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NLLEOO\OneDrive - Sweco AB\simonshaven\GIS\qgis lokale versie, blad 1 van 1
standaard
Bijlage 2. Bekende archeologische waarden (Archis)
Legenda Projectgegevens Locatiecontour_20220823
BestuurlijkeGebieden_2022 BestuurlijkeGebieden_2022 gemeentegebied
Archis Vondstlocaties onderzoeksmeldingen_vlak Monumenten Hoge archeologische waarde
Achtergrond BRT Achtergrondkaart
Bekende archeologische waarden Simonshaven Opdrachtgever: Tennet Projectnummer: 51010255 Status: Definitief Datum: 24-08-2022 14:26 Schaal: Formaat: A1
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NLLEOO\OneDrive - Sweco AB\simonshaven\GIS\qgis lokale versie, blad 1 van 1
standaard
Bijlage 3. Geomorfologische kaart
Legenda Projectgegevens Locatiecontour_20220823
BestuurlijkeGebieden_2022 BestuurlijkeGebieden_2022 gemeentegebied
Landschap Geomorfologische kaart PDOK 2017 Geomorfologische kaart B71 - Getij-inversierug B72 - Getij-oeverwal L72 - Welvingen in plaatselijk gemoerde getij-afzettingen M72 - Vlakte van getij-afzettingen R71 - Getij-kreekbedding, zee-erosiegeul
Achtergrond BRT Achtergrondkaart
Geomorfologische kaart Simonshaven Opdrachtgever: Tennet Projectnummer: 51010255 Status: Definitief Datum: 24-08-2022 14:25 Schaal: Formaat: A1
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NLLEOO\OneDrive - Sweco AB\simonshaven\GIS\qgis lokale versie, blad 1 van 1
standaard
Bijlage 4. Bodemkaart
Legenda Projectgegevens Locatiecontour_20220823
BestuurlijkeGebieden_2022 BestuurlijkeGebieden_2022 gemeentegebied
Landschap Bodemkaart PDOK 2014 Bodemkaart Vergraven Moeras Water Bebouwing AK - Kreekbeddingen gMn58C - Knippige poldervaaggronden gMn88C - Knippige poldervaaggronden kVs - Waardveengronden Mn15A - Kalkrijke poldervaaggronden Mn25A - Kalkrijke poldervaaggronden Mn35A - Kalkrijke poldervaaggronden Mn45A - Kalkrijke poldervaaggronden Mn82A - Kalkrijke poldervaaggronden Mn86C - Kalkarme poldervaaggronden Mv61C - Drechtvaaggronden
Achtergrond BRT Achtergrondkaart
Bodemkaart Simonshaven Opdrachtgever: Tennet Projectnummer: 51010255 Status: Definitief Datum: 24-08-2022 14:27 Schaal: Formaat: A1
N © Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
C:\Users\NLLEOO\OneDrive - Sweco AB\simonshaven\GIS\qgis lokale versie, blad 1 van 1
standaard
Bijlage 5. Reactie bevoegd gezag
Onderwerp: A2022222 Gemeente Nissewaard, Simonshaven en Abbenbroek, uitbreiding hoogspanningsstation Bezoek-/postadres: Archeologie Rotterdam (BOOR) Ceintuurbaan 213b 3051 KC Rotterdam Internet: www.rotterdam.nl/archeologie
Retouradres: Ceintuurbaan 213b, 3051 KC Rotterdam
Gemeente Nissewaard t.a.v. de heer M. Jonker Postbus 25 3200 AA SPIJKENISSE
Van: mw. dr. A.V. Schoonhoven Telefoon: 06 - 1930 08 43 E-mail: av.schoonhoven@rotterdam.nl Ons kenmerk: AS22/09468-22/0018258 Datum: 31 augustus 2022 Kopie naar: mw. L. Ouwerkerk, Sweco
Geachte heer Jonker, De afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam (BOOR) heeft op uw verzoek de eventuele noodzaak van het uitvoeren van een archeologisch (voor)onderzoek in het kader van de voorgenomen grondwerkzaamheden te Simonshaven en Abbenbroek in de gemeente Nissewaard beoordeeld. Het gaat om uitbreidingen gerelateerd aan het hoogspanningsstation te Simonshaven op drie locaties, deelgebieden 1, 2 en 3. Aan de hand van de beoordeling is onderstaand advies opgesteld. Advies Archeologie Rotterdam ziet naar aanleiding van de voorgelegde plannen geen reden tot archeologisch vooronderzoek (bureauonderzoek en/of inventariserend veldonderzoek) op de planlocatie en adviseert de gemeente dan ook om af te zien van een dergelijk onderzoek. De locatie kan voor de voorgenomen ontwikkeling worden vrijgegeven zonder archeologische bemoeienis. Wel wordt benadrukt dat er altijd rekening dient te worden gehouden met zogenaamde toevalsvondsten. Hiervan dient men op basis van de Erfgoedwet 2016, art. 5.10 de bevoegde overheid, de gemeente Nissewaard, te informeren. Onderbouwing Het plangebied valt uiteen in drie deelgebieden waar werkzaamheden zullen plaatsvinden. De deelgebieden hebben niet allemaal dezelfde archeologische verwachting, hetgeen ook is af te leiden uit de ter plaatse geldende bestemmingsplannen.
Conform het bestemmingsplan ‘Buitengebied West’ geldt voor deelgebied 1 een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden (inclusief heien) die dieper reiken dan 0,4 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 vierkante meter (dubbelbestemming Waarde - archeologie 5). Voor de deelgebieden 2 en 3 geldt een dieptemarge van 4,0 meter beneden het maaiveld, hetgeen te maken heeft met erosie in het verleden door de Bernisse (‘Buitengebied West’, dubbelbestemming Waarde - archeologie 7 en ‘Recreatiegebied’, dubbelbestemming Waarde - archeologie 4). De grondroerende werkzaamheden bestaan uit de uitbreiding van een Hoogspanningsstation van TenneT. Gerelateerde werkzaamheden vinden plaats in drie deelgebieden. Ingrepen omvatten onder meer de bouw van hoogspanningsmasten, het plaatsen van twee kleinere gebouwen en twee transformatorstations en de aanleg van een nieuwe weg naar de Oud Hoenderhoekseweg. De totale oppervlakte bedraagt ca. 8150 vierkante meter.
Blad:
2/2
De werkzaamheden overschrijden de toegestane marges van het bestemmingsplan, echter ter plaatse van deelgebied 1 is reeds archeologisch onderzoek uitgevoerd. In verband hiermee is een archeologisch (veld) onderzoek voor dit deelgebied niet noodzakelijk. Het gaat om publicatie: J. Ras, 2007: Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Locatie Simonshaven, Gemeente Bernisse, Heinenoord, (SOB Research Projectnummer 1395-0710). Voor wat betreft de deellocaties 2 en 3 overschrijden alleen de heipalen de toegestane dieptemarge van het bestemmingsplan. Hoewel de exacte locaties van de ingrepen niet bekend zijn, zal deze verstoring relatief beperkt zijn. De kans is klein dat door het heien archeologische waarden in die mate worden verstoord dat eventueel toekomstig onderzoek niet meer mogelijk is. In verband hiermee wordt een archeologisch vooronderzoek op de planlocatie niet noodzakelijk geacht. Concluderend wordt een archeologisch vooronderzoek in geen van de deelgebieden noodzakelijk geacht. Bij eventuele wijzigingen in het bouw- en/of aanlegplan kan een archeologisch vooronderzoek alsnog nodig zijn en dient het plan opnieuw aan de bevoegde overheid, de gemeente Nissewaard te worden voorgelegd. Met vriendelijke groet, DIRECTEUR STADSBEHEER OPENBARE WERKEN (voor deze)
dr. A. Carmiggelt Hoofd Archeologie Rotterdam (BOOR)