81,Ontwerp-bestemmingsplan Kreken van Nibbeland fase 7; ontwerp-beschikking
Tekst van het document
ONTWERPBESLUIT VASTSTELLING HOGERE WAARDE WET GELUIDHINDER Ontwerp-bestemmingsplan ‘Kreken Van Nibbeland Fase 7’ Burgemeester en Wethouders van Nissewaard; Gezien het verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard in verband met het opstellen van een bestemmingsplan om een hogere waarde krachtens artikel 83 en artikel 45 van de Wet geluidhinder (Wgh) vast te stellen voor wegverkeerslawaai voor de realisatie van ongeveer 150 grondgebonden woningen, op het perceel kadastraal bekend gemeente Bernisse, sectie B nummer 2026 (ged.) die zijn opgenomen in het bestemmingsplan ‘Kreken Van Nibbeland Fase 7’. Overwegende dat dit voornemen niet past binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Kreken van Nibbeland te Zuidland’, vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Bernisse d.d. 28 mei 2013 en onherroepelijk geworden d.d.
11 juni 2013; dat wij voornemens zijn om het bestemmingsplan ‘Kreken Van Nibbeland Fase 7’ ter vaststelling voor te leggen aan de raad om de realisatie van deze woningen mogelijk te maken; dat uit het rapport 'Kreken van Nibbeland Fase 7, Akoestisch onderzoek wegverkeer’, BuroDB, 19 juli 2021, kenmerk: RPT211607125-04, (het akoestisch onderzoek) blijkt dat maximaal 45 grondgebonden woningen niet voldoen aan de voorkeurswaarde die in de Wgh is vastgelegd voor wegverkeerslawaai vanwege de Stationsweg; dat het besluit om genoemd (ontwerp-)bestemmingsplan in procedure te brengen beschouwd kan worden als een verzoek om vaststelling van hogere waarden krachtens artikel 83 (wegverkeerslawaai) van de Wgh wat de mogelijkheid biedt om een hogere waarde vast te stellen tot een waarde van 63 dB in stedelijk gebied als bedoeld in de Wgh; dat wij bij de beoordeling van het verzoek om vaststelling van hogere waarden uitgaan van het ‘Hogere grenswaardenbeleid Wet Geluidhinder’ (het beleid), zoals door ons college is vastgesteld op 21 november 2016; dat in de beoordeling van het verzoek om vaststelling van hogere waarden conform dit beleid overwogen moet worden of maatregelen ter bestrijding van het lawaai aan de bron, maatregelen ter beperking van het lawaai in de overdracht en maatregelen aan de nieuw te plaatsen gebouwen redelijk zijn; dat wij bij deze beoordeling concluderen dat
maatregelen ter bestrijding van het wegverkeerslawaai aan de bron door beperking van de verkeersintensiteit of verlaging van de snelheid niet haalbaar zijn gezien de aard en functie van de Stationsweg; dat wij bij deze beoordeling concluderen dat maatregelen ter bestrijding van het wegverkeerslawaai aan de bron door het aanbrengen van een stillere wegdekverharding niet zal leiden tot de gewenste situatie 1
waarbij bij alle woningen wordt voldaan aan de geluidsnorm; de geluidsbelasting wordt in algemene zin wel verlaagd, maar normoverschrijding kan daarmee niet worden weggenomen. Daarnaast kan ter plaatse van de (nieuwe) rotonde geen geluidsreducerend asfalt worden toegepast in verband met de optredende wringingskrachten door het (draaiende) verkeer. De maatregel is daarmee niet redelijk; dat wij bij deze beoordeling concluderen dat maatregelen ter beperking van wegverkeerslawaai in de overdracht door het plaatsen van geluidschermen langs de weg vanuit landschappelijk oogpunt niet gewenst is. Daarnaast kan een afscherming niet geheel aaneengesloten worden gemaakt. Ter plaatse van de aansluiting van het plan op de Stationsweg zal deze onderbroken moeten worden hetgeen een geluidslek overlaat. Bij het plaatsen van een scherm van 2 meter hoogte en een lengte van circa 250 meter ten noorden van de rotonde en circa 150 meter ten zuiden van de rotonde zal nog bij 23 woningen sprake zijn van een overschrijding van de voorkeurswaarde en zal bij de (maatgevende) woningen een reductie op de geluidsbelasting opleveren van 2 à 3 dB.
Gezien het resultaat van dit scherm en de hoge kosten van dit scherm achten wij deze maatregel niet redelijk; dat wij maatregelen aan het bouwplan zullen beoordelen op geluidwering bij de toetsing aan het Bouwbesluit 2012, waarbij voldaan moet worden aan de voorgeschreven maximale binnenwaarde van 33 dB (wegverkeer); dat uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de gevelbelasting op de nieuw te bouwen woningen de waarde van 63 dB niet overschrijdt en daarmee binnen de in artikel 83 Wgh genoemde norm blijft; dat in het beleid is aangegeven dat iedere woning over een geluidluwe gevel en buitenruimte dient te beschikken; dat uit het rapport blijkt dat op twee woningen na alle woningen van het plan beschikken over een geluidsluwe gevel/zijde met een geluidbelasting van maximaal 53 dB; dat verzocht kan worden om gemotiveerd af te wijken van het beleid als dit slechts om een klein aantal woningen gaat; dat de geluidsbelasting van deze twee woningen aan de noordoostzijde van het plan op de achterzijde op de etages maximaal 55 dB bedraagt; op het niveau van de begane grond is bij deze woningen de totale geluidsbelasting 52 dB en wordt wel voldaan aan de eis van een geluidsluwe zijde; dat alle woningen van het plan beschikken over ten minste één geluidsluwe buitenruimte. Alle woningen van het plan beschikken over een zijde met buitenruimte (tuin) met een geluidsbelasting lager dan 58 dB.
De maximale geluidsbelasting ter plaatse van de buitenruimtes van woningen in het plan is 52 dB; dat ingestemd is met het verzoek om af te mogen wijken van het beleid bij deze twee woningen vanwege argumenten van stedenbouwkundige en financiële aard;
2
dat bij de bepaling van de karakteristieke geluidwering wordt uitgegaan van de cumulatieve geluidbelasting van wegverkeer afkomstig van de Stationsweg, de Haasdijk en de planinterne wegen; dat de hoogst berekende gecumuleerde geluidbelasting 60 dB bedraagt; dat volgens de methode ‘Gezondheidseffectscreening’ -de kennis over de gezondheidseffecten vertaald in gezondheidskwalificaties-voor wegverkeer met een geluidbelasting op de gevel tussen 58 – 62 dB uitkomt op 9 – 14 % ernstig gehinderden en daarmee de GES-score 4: matig krijgt; dat door voldoende gevelisolatie dient te worden gezorgd voor een niveau van 33 dB in de verblijfsruimten van de woning en dat bij een geluidbelasting van 60 dB een karakteristieke geluidwering nodig is van 27 dB; dat uit de resultaten van het akoestisch onderzoek volgt dat de vast te stellen hogere waarden voor de Stationsweg ten hoogste 57 dB bedraagt bij 45 grondgebonden woningen; dat op grond van artikel 110c van de Wet geluidhinder de voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van Algemene wet bestuursrecht is gevolgd; Concluderen: - dat bij de voorgenomen ontwikkeling niet voldaan kan worden aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder; - dat maatregelen aan de bron en in het overgangsgebied niet realiseerbaar zijn of niet tot het gewenste geluidreducerende effect leiden; - dat maatregelen bij de ontvanger resteren en dat het
Bouwbesluit 2012 hier het toetsingskader voor biedt; - dat niet geheel wordt voldaan aan de nadere voorwaarden zoals zijn vastgelegd in Hogere grenswaardenbeleid Wet Geluidhinder gemeente Nissewaard van 21 november 2016; - dat een maximale hogere waarde van 57 dB noodzakelijk is voor geluid afkomstig van de Stationsweg; - dat ons college bevoegd is deze hogere waarden te verlenen. Zienswijzen (Nog nader in te vullen bij het definitief besluit) Het ontwerpbesluit heeft van …. tot en met … ter inzage gelegen. Naar aanleiding van het ontwerpbesluit …. Besluiten: 1. Ten aanzien van wegverkeerslawaai van de Stationsweg gelet op artikel 83, lid 2 en 110a van de Wet geluidhinder en conform het bepaalde in het akoestisch onderzoek 'Kreken van Nibbeland Fase 7', kenmerk: RPT211607125-04, Datum 19 juli 2021; Adviseur BuroDB de volgende hogere waarden vast te stellen op de gevels van grondgebonden woningen:
3
Zoneplichtige weg: Stationsweg Aantal woningen 1) 1 1 10 12 11 12 1)
hogere waarde in dB 2) 57 56 53 51 50 49
Voor rekenpunten, rekenhoogte en locaties: zie het akoestisch rapport. In de bijlage is de ligging van de woningen weergegeven.:
2)
Inclusief aftrek volgens art 110g Wgh
2. Voor maximaal twee woningen af te wijken van het beleid; 3. Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning moet middels een aanvullend onderzoek worden bepaald of, en zo ja welke geluidwerende voorzieningen aan de gevel(s) van de woningen nodig zijn om te kunnen voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit 2012. Aldus besloten in de vergadering van College van burgemeester en wethouders van Nissewaard van
Burgemeester en wethouders van Nissewaard,
Bezwaar De clausule voor bezwaar is hetzelfde als de clausule behorende bij het ontwerpbestemmingsplan. In de Wet geluidhinder is namelijk bepaald dat een ontwerpbesluit hogere waarde tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd.
4
Bijlage: Situering woningen met hogere waarden
5