CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

81,Ontwerp-bestemmingsplan Kreken van Nibbeland fase 7; ontwerp 4 Bijlagen toelichting xs

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst ingekomen stuken10.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Kreken Van Nibbeland Fase 7 ontwerp

bestemmingsplan Kreken van Nibbeland Fase 7

identificatienummer: NL.IMRO.1930.BPKVNZLD2020-2001 Status:

ontwerp

Datum:

augustus 2021

Inhoudsopgave Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

6

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

37

Bijlage 3

Aanmeldnotitie m.e.r.

68

Bijlage 4

Verkeersonderzoek 2013

75

Bijlage 5 Actualiserend (water)bodemonderzoek en- asfalt- en funderingsonderzoek

83

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek

273

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

394

Bijlage 8

Stikstofdepositie onderzoek

419

Bijlage 9

Akoestisch onderzoek wegverkeer

447

Bijlage 10

Ontwerpbesluit vaststelling hogere waarde wet geluidhinder

630

Bijlage 11

Waterberekening

636

Bijlage 12

Watertoets

638

bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7

3

4

bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7

Bijlagen toelichting

bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7

5

Bijlage 1

6

Stedenbouwkundig plan

bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7

Bijlage 2

Beeldkwaliteitsplan

bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7

37

Bijlage 3

68

Aanmeldnotitie m.e.r.

bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7

Aanmeldnotitie m.e.r. Datum

3 september 2021

Kenmerk

1146 Nissewaard, Kreken van Nibbeland

Versie

01

Betreft

Aanmeldnotitie m.e.r., bestemmingsplan Kreken van Nibbeland Fase 7

Inleiding Plannen en activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is geregeld dat in zulke gevallen een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Een bestemmingplan (of wijzigingsplan) kan plan m.e.r.-plichtig zijn. Daarnaast kan een plan ook m.e.r.-plichtig zijn als er een concreet (bouw)plan ter uitvoering ligt. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen. De vier bijlagen staan aangeduid als de onderdelen A, B, C en D: • Onderdeel A bevat de omschrijving van diverse begrippen die in het Besluit m.e.r. genoemd worden. • Onderdeel B is reeds vervallen. • Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is. • Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.beoordeling verplicht is. De m.e.r. procedure is uitsluitend van toepassing op projecten die voorkomen in het Besluit m.e.r.. Indien kan worden aangetoond dat het project geen onderdeel uitmaakt van onderdeel C of D van het Besluit m.e.r., dan is de procedure niet van toepassing. Beoordeling In de bijlage van het Besluit m.e.r.

is aangegeven welke activiteiten van het planvoornemen m.e.r.plichtig (onderdelen C en D), project-m.e.r.-plichtig (onderdeel C) of m.e.r.-beoordelingsplichtig (onderdeel D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. In de bijlage van het Besluit m.e.r. is in categorie D (11.2), de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. De ontwikkeling van maximaal 150 grondgebonden woningen op planlocatie Kreken van Nibbeland Fase 7 in Zuidland wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor het planvoornemen is daarom een vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld waarbij is getoetst aan de beoordelingscriteria van bijlage III bij de Europese richtlijn.

1

Tabel m.e.r. beoordeling - aanmeldnotitie 1. Kenmerken van het project De omvang van het project Het planvoornemen betreft de realisatie van maximaal 150 woningen op planlocatie Kreken van Nibbeland fase 7. Naast de realisatie van woningbouw bestaat het project ook grotendeels uit de realisatie van een nieuw landschap, waarin klimaatmaatregelen, duurzaamheid en ecologie een grote rol spelen. Geconcludeerd wordt dat dit project beneden de drempelwaarden van 2000 woningen van de m.e.r.beoordelingsplicht blijft. De cumulatie met andere Het voorgenomen plan hangt samen met de projecten woningbouwontwikkelingen binnen de andere woongebieden in het gebied Kreken van Nibbeland. Deze ontwikkelingen zorgen niet voor een overschrijding van de drempelwaarden. De andere woningbouwontwikkelingen zijn grotendeels al gerealiseerd. Er is geen sprake van cumulatie. Gebruik van natuurlijke Niet van toepassing. hulpbronnen De productie van afvalstoffen Niet van toepassing. Verontreiniging en hinder De voorgenomen activiteit veroorzaakt een toename van extra verkeer. Uit de beoordeling blijkt dat de effecten beperkt zijn. Het risico van zware ongevallen Niet van toepassing en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering Risico's voor de menselijke Niet van toepassing. gezondheid 2. Plaats van het project Het bestaande grondgebruik

Relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Het planvoornemen betreft een voormalig akkerland en een voormalig gemeentewerf. Er zijn geen gebouwen binnen het plangebied aanwezig. Aangrenzend aan de voormalige gemeentewerf is een bomenrij aanwezig. Het akkerland en de gemeentewerf worden van elkaar gescheiden door middel van een bestaande watergang. Ook loopt er een weg door het plangebied. Het overgrote deel van het plangebied is bestemd voor ‘Woongebied’. Het noordelijke deel van het plangebied is bestemd voor ‘Opslag’, ‘Groen’ en ‘Water’. Ook is er een specifieke bouwaanduiding – landelijk wonen – 1 aanwezig in het gebied en loopt de bestemming ‘Verkeer’ door het gebied. Dit is met name relevant voor de aspecten groen, water, flora en fauna en archeologie. • •

•

Aan de noordzijde van het plangebied is een bomenrij en een watergang aanwezig. De bomenrij blijft behouden. De watergang wordt gedempt. Daarnaast loop een ecologische verbinding van het Natuurnetwerk Nederland langs het plangebied. Uit de plantoelichting volgt dat de bestemming ‘Natuur’ aan dit gebied is toegekend en dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden van deze bestemming zijn afgestemd op de ligging naast het NNN-gebied. In het plangebied worden broedende vogels verwacht, zowel algemene als jaarrond beschermde broedende vogels en soorten uit categorie 5. In de op de locatie aanwezige bomen zijn nesten van vogels waargenomen. Het is niet uit te sluiten dat deze nesten gebruikt worden door een roofvogel als broedplaats. Actieve nesten mogen niet aangetast worden in broedtijd. 2

•

•

Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

Voor de watervogels zijn de oevers van de watergangen in het plangebied geschikt om tot broeden te komen. Daarnaast kunnen diverse zangvogels in de bomenrij een nest hebben. Alle vogels zijn tijdens het broeden beschermd en mogen dan niet verstoord worden. Ook moet er voordat aan de voorbelasting gewerkt wordt, gecontroleerd worden op konijnenholen. Ook zijn de bomen geschikt voor boombewonende vleermuizen. Het plangebied en de omgeving van het plangebied zijn geschikt voor foerageergebied en vliegroutes voor vleermuizen. Voor het onderdeel gebiedsbescherming is een nader onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd. Uit de berekeningen blijkt dat voor de aanlegfase, voor de toekomstige gebruiksfase en voor de worst-case beoordelingsjaar dit niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Op grond van de Wet Natuurbescherming geldt een vrijstelling van de vergunningplicht en is nader onderzoek niet noodzakelijk. Het plangebied heeft een archeologische waarde (‘dubbelbestemming waarde-archeologie 2 en 3’). Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek is aan een deel van het plangebied een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting toegekend. Het gebied is op basis van advies van het BOOR vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

Uit de uitgevoerde onderzoeken volgt dat er geen sprake is van negatieve effecten op groen, water, flora en fauna en archeologie. In algemene zin kan redelijkerwijs worden gesteld dat op grond van de mogelijke effecten de uitvoering van de ingreep niet door de Wet natuurbescherming wordt verhinderd, mits de aanwezige bomenrij in tact blijft. Deze blijft in tact. Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de planrealisatie geen significante negatieve effecten heeft op bodem, water, luchtkwaliteit, geluid, bedrijven- en milieuzonering, flora en fauna en externe veiligheid. Voor de conclusies van deze milieuaspecten zie de toelichting onder ‘Aard van het effect en de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten’.

3. Kenmerken van het potentiële effect Aard van het effect en de orde • van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten

Bedrijven- en milieuzonering: In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van de aanwezigheid van milieuhinderlijke functies. In de omgeving van het plangebied bevindt zich 1 milieuhinderlijke functie. Het betreft agrarische gronden gelegen ten noordwesten van het plangebied en ten zuidoosten van het plangebied. Een richtafstand van 30 meter tot agrarische bedrijfsgebouwen moet aangehouden worden. Binnen 30 meter vanaf de grens van de bestemming 'Woongebied' zijn er geen bedrijfsgebouwen aanwezig. Wel kan er op kortere 3

•

•

afstand (10 meter) geur of stofhinder worden ervaren wegens de activiteiten op het land. De afstand tussen de woningen en de agrarische gronden bedraagt meer dan 10 meter. Daarmee wordt voldaan aan de adviesafstand. In het plangebied is de vigerende bestemming 'Opslag' gesitueerd. Deze functie komt te vervallen en de gronden worden bestemd voor 'Groen'. Deze nu nog bestaande milieuhinderlijke functie is daarom buiten beschouwing gelaten. Aan de Stationsweg 36a (ten noordoosten van het plangebied) is een bedrijfslocatie gesitueerd waar maximaal milieucategorie 2 bedrijven zijn toegestaan. De afstand tussen het bestemmingsvlak 'Woongebied' en de bedrijfsbestemming bedraagt 51 meter. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand. Bodem: Middels het actualiserend (water)bodemonderzoek en asfalt- en funderingsonderzoek is een ernstige bodemverontreiniging ter plaatse van de voormalige vuilstort bevestigd. Een bodemvolume van circa 34.500 m3 grond is verontreinigd in licht tot overwegend matig en sterk verhoogde gehalten zware metalen en PAK. Voor het noordelijke braakliggende terreindeel geldt dat de bovengrond (de deklaag) maximaal licht is verontreinigd, voor het overige onverharde terreindeel geldt dat ook in deze deklaag al matig tot sterk verhoogde gehalten worden aangetoond. Het is benodigd om saneringswerkzaamheden uit te voeren.

De onderzoeksresultaten van de grond en grondwater voor de rest van het plangebied vormen geen aanleiding voor nader bodemonderzoek en vormen derhalve ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Geluid: Omdat het toepassen van bron- en overdrachtsmaatregelen niet realistisch of doelmatig is, dient, om het plan te kunnen realiseren, ontheffing voor een hogere grenswaarde te worden aangevraagd voor het geluid vanaf de Stationsweg. Dit is mogelijk omdat de geldende maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. De maximale geluidsbelasting (toetswaarde) is 57 dB. Het verlenen van ontheffing van een hogere grenswaarde is voor nagenoeg alle woningen van het plan mogelijk. In de huidige verkaveling beschikken, op slechts twee woningen na, alle woningen over een geluidsluwe gevel/zijde. Alle woningen van het plan beschikken over ten minste één geluidsluwe buitenruimte (tuin). De twee betreffende woningen zonder geluidsluwe zijde zijn voor het plan en de benodigde ontheffing van een hogere grenswaarde een aandachtspunt. De oplossing kan mogelijk worden gevonden in een aanpassing van de verkaveling (op die locatie) of de toepassing van gebouwgebonden voorzieningen zoals bijvoorbeeld een inpandige loggia.

Voor de woningen met ontheffing van een hogere grenswaarde dient bij het ontwerp en de vergunningsaanvraag rekening te worden gehouden met (onderzoek naar) voldoende geluidwering van de gevels. Aangetoond moet worden dat kan worden

4

•

• •

•

voldaan aan de eisen die het Bouwbesluit 2012 stelt aan het maximale binnenniveau. Met ontheffing van hogere grenswaarden voor het geluid van de Stationsweg en aantoonbaar voldoende geluidwerende gevels voor een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat, kunnen de nieuwe woningen van het plan, vanuit het oogpunt van geluid, worden gerealiseerd. Externe veiligheid: Het plangebied is niet binnen de invloedssfeer van risicobronnen of transportroutes gelegen. Het aspect externe veiligheid levert geen belemmering op voor het planvoornemen. Lucht: Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. Water: Ten noorden en ten oosten plangebied liggen hoofdwatergangen. Het planvoornemen voorziet niet in werkzaamheden nabij deze watergangen. Daarnaast ligt in het plangebied een overige watergang. Deze maakt onderdeel uit van de waterstructuur in het stedenbouwkundig plan. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich nog een overige watergang, ook deze ligt buiten het plangebied. Wel vinden er werken plaats nabij deze watergang wegens de realisatie van het planvoornemen. Voor deze werken en de aanleg van watergangen in het plangebied is een watervergunning nodig. De Stationsweg, gelegen ten oosten van het plangebied, is aangewezen als regionale waterkering. Er vinden geen werken in of nabij de beschermingszone van de waterkering plaats.

Ten opzichte van de bestaande situatie neemt de oppervlakte verharding met 64.101 m2 toe. Op grond van de compensatie eis van het waterschap dient 6488 m2 aan watercompensatie gerealiseerd te worden. Ook moet de demping van de sloot aan de westzijde van het plangebied (oppervlakte 872 m2) worden gecompenseerd. Dit vindt plaats door de aanleg van watergang aan de zuidzijde van het plangebied. Voor de ontwikkeling van de woningen gelegen direct ten westen van het plangebied is op 29 november 2019 daarnaast een watervergunning afgegeven. In het plan wordt meer water gerealiseerd dan nodig is op grond van de benodigde watercompensatie. Deze overcompensatie van 11.631 m2 is gereserveerd ten behoeve van afrondende fases van het gehele project Kreken van Nibbeland. Inmiddels is voor andere projecten al deels gebruikt gemaakt van deze overcompensatie. Voor voorliggend plan resteert nog een overcompensatie van 10.731 m2 die ingezet kan worden ten behoeve van de realisatie van de benodigde watercompensatie. Door de aanleg van de wadi's en door het gebruik maken van de overcompensatie in het naastgelegen plangebied wordt voorzien in voldoende waterberging om te voorzien in de compensatie eis. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een grondwaterbeschermingsgebied.

Verkeer en parkeren: De ontwikkeling zorgt voor een toename van het aantal verkeersbewegingen, met een verkeersproductie van 1.050 verkeersbewegingen per 5

etmaal. Het extra verkeer wat door de woningen en de brede school (de basisscholen die hierin ondergebracht gaan worden) in de woonwijk Kreken van Nibbeland geproduceerd wordt, kan zonder problemen door de Stationsweg en de nieuwe rotonde afgewikkeld worden. Uit de parkeerberekening volgt dat voor het planvoornemen een parkeerbehoefte van 306 parkeerplaatsen kent. In totaal worden 309 parkeerplaatsen aangelegd waarmee ruimschoots wordt voorzien in de parkeerbehoefte.

Het grensoverschrijdend karakter van het effect De intensiteit en de complexiteit van het effect De waarschijnlijkheid van het effect De verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten De mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen

Voor flora en fauna en archeologie, zie hiervoor de toelichting onder ‘’relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied’’. Niet van toepassing. De effecten zijn van zeer beperkte (lokale) aard en zijn oplosbaar door het treffen van maatregelen. De effecten ten gevolge van het planvoornemen treden op ter plaatse van het plangebied, maar zijn oplosbaar door het treffen van maatregelen. Niet van toepassing. Niet van toepassing. Dit kan door het treffen van maatregelen.

Conclusie De uitkomst van de m.e.r.- beoordeling is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en de locatie van het project die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

6

Bijlage 4

Verkeersonderzoek 2013

bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7

75

Notitie

Referentienummer

Datum

Kenmerk

GM-0098141

19 april 2013

329056

Betreft

Resultaten verkeersstudie bestemmingsplan Kreken van Nibbeland te Zuidland

1 Inleiding Eind maart 2013 heeft Grontmij Nederland BV opdracht gekregen voor het uitvoeren van een onderzoek naar de verkeersafwikkeling op de ontsluitingswegen van en naar de wijk Kreken van Nibbeland te Zuidland. Dit onderzoek dient ter aanvulling van het ontwerpbestemmingsplan “Kreken van Nibbeland te Zuidland”. In figuur 1.1 is aangegeven welk gebied het betreft en hoe de toekomstige inrichting er uitziet.

Figuur 1.1 dijk)

Te ontwikkelen gebied (tussen Kerkweg, Stationsweg, Stationsweg, Beeldsweg en Haas-

Ten aanzien van het verkeersonderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht: • In beeld brengen van de huidige verkeersintensiteiten op de belangrijkste ontsluitingswegen van het plangebied: Stationsweg, Kerkweg, Beeldsweg en Haasdijk; • In beeld brengen van het aantal verplaatsingen van -en naar de bestemmingen in het te ontwikkelen gebied; • Specifiek berekenen van het aantal verplaatsingen van -en naar de brede school en hiervan aangeven wat het verkeerseffect is op de directe omgeving; • Berekenen van de intensiteit/capaciteitsverhoudingen van de wegenstructuur in het plangebied en de kruispunten met de bestaande infrastructuur. De resultaten van de werkzaamheden zijn in deze notitie opgenomen.

ReferentienummerReferentienummer

Pagina

GM-0098141

2 van 7

2 Huidige intensiteiten Van de “huidige” situatie zijn verkeersintensiteiten bekend. Deze zijn afkomstig uit een verkeersmodel van Goudappel Coffeng. In dit verkeersmodel zijn de etmaal- en spitsintensiteiten in 2010 opgenomen. Om de intensiteiten van 2013 te bepalen worden de meest recente verkeerscijfers gewoonlijk opgehoogd met een factor van 1,5% aan autonome groei. Omdat Zuidland een relatief geïsoleerde ligging heeft en er in de directe nabijheid van de kern geen grootschalige ontwikkelingen plaatsvinden of plaats hebben gevonden, gevonden, zijn de intensiteiten uit het verkeersmodel 2010 ook te hanteren voor de situatie begin 2013. De autonome groeifactor van 1,5% per jaar wordt op de wegen rondom Zuidland niet toegepast. In de onderstaande tabel zijn de verkeersintensiteiten op de wegen rondom het plangebied weergegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt naar een ochtend- en avondspits en een etmaal. In de tabel is tevens opgenomen wat de geschatte capaciteit (bepaald middels expert judgement) is van wegen rondom het plangebied.

Tabel 2.1

Overzicht huidige intensiteiten per rijrichting voor spits- en etmaalperiode

Locatie

Richting

Intensiteit per uur in Intensiteit per uur in avondspits ochtendspits

Etmaalintensiteit

Capaciteit mvt/etm

Haasdijk

Stationsweg Kerkweg Abbenbroek Zuidland Stationsweg Kerkweg Haasdijk Zuidland

74 7 284 162 92 39 118 96

431 444 3.300 2.790 1.028 961 1.378 1.272

3.500

Stationsweg Beeldsweg Kerkweg

34 72 206 305 50 87 120 122

15.000 3.000 4.000

In de huidige situatie hebben de wegen rondom het toekomstig woongebied voldoende capaciteit om het aanwezige verkeer te verwerken.

3 Toekomstige intensiteiten In het plangebied Kreken van Nibbeland vinden een aantal ontwikkelingen plaats. Het betreft de bouw van circa 630 woningen en een brede school. In figuur 3.1 is een fasering opgenomen. Om voor deze ontwikkelingen de toekomstige intensiteiten te bepalen is aan 1 de hand van gegevens van de gemeente Bernisse 2 en de planoloog bepaald wat de specifieke aantallen woningen en leerlingen voor de brede school zijn: Fase 1a: Plandeel noord 152 woningen en plandeel zuid 30 woningen Fase 1b: Plandeel Eekhout 58 woningen Fase 2 en 3: Deelgeb. I brede school + kdv = 346 leerlingen en 50 kinderen. Deelgebieden II en III en fase 3 vormen samen Fase II, inclusief landelijk wonen: 390 woningen. Het bestemmingsplan biedt flexibiliteit ten aanzien van het soort te realiseren woningen.

Figuur 3.1

1 2

Bouwfasering plangebied

Mail donderdag 4 april 2013 en woensdag 17 april 2013 van mevr. M van Doorn van de gemeente Bernisse Mail donderdag 4 april 2013 van mevr. J. Zweistra van Rothuizen architecten en stedenbouwkundigen

ReferentienummerReferentienummer

Pagina

GM-0098141

3 van 7

De gegevens van het aantal woningen en leerlingen vormen de basis voor het bepalen van de verkeersgeneratie. Hiertoe is gebruik gemaakt van de CROW -publicatie 317 “Kencijfers parkeren enVerkeersgeneratie”.

3.1 Berekening verkeersgeneratie woningen Om te bepalen hoeveel gemotoriseerd verkeer de nieuwe woningen in Kreken van Nibbeland gaan produceren is in eerste instantie het type woonmilieu bepaald. Voor Zuidland wordt uitgegaan van een woonmilieu van “weinig stedelijk”. Het plangebied ligt aan de rand van de kern, dus is voor het bepalen van de kencijfers voor de verkeersgeneratie uitgegaan van een woonsituatie in de “rest bebouwde kom”. Zoals hiervoor reeds is aangegeven biedt het bestemmingsplan flexibiliteit in de te realiseren woningtypen (vrijstaand, 2-onder-1 kap, gestapeld etc…). Door deze flexibiliteit (onbekendheid) in woningtypen is het niet mogelijk exact te bepalen wat de verkeersgeneratie per woningtype is. Voor deze studie wordt daarom uitgegaan van een “worst case”-scenario, waarbij alle 3 630 woningen het type 2-onder-1 kap meekrijgen. Het bijbehorende maximale kencijfer voor de verkeersgeneratie is dan 8,2 ritten per woning.

Figuur 3.2

Verdeling verkeer van en naar de woningen in de ochtend- en avondspits

De nieuwe woningen in Kreken van Nibbeland produceren op etmaalbasis in totaal circa 5.170 motorvoertuigbewegingen. Met behulp van de gegevens uit het verkeersmodel is bepaald wat de meest gebruikte ontsluitingsroute voor verkeer vanuit Zuidland is. De hieruit voortvloeiende verhoudingen zijn één op één gebruikt om te bepalen waar het verkeer verkeer vanuit de nieuwe wijk Kreken van Nibbeland naar toe rijdt of vandaan komt. Voor de etmaalsituatie geldt dat de meeste voertuigen de nieuwe woonwijk verlaten of bereiken via de Stationsweg (70%). Op etmaalbasis slaat 55% af richting Abbenbroek en 45% rijdt richting Zuidland (Spijkenisse). In de ochtendspits tussen 08:00 en 09:00 generen de woningen 414 mvt/uur (8% van de etmaalintensiteit). 368 motorvoertuigen rijden dan de wijk uit en 46 rijden de wijk in. De meeste voertuigen verlaten (of bereiken) de wijk richting de Stationsweg (66%). Hiervan slaat 65% af richting Abbenbroek en 35% richting Zuidland (Spijkenisse). In de avondspits tussen 17:00 en 18:00 generen de woningen 465 mvt/uur (9% van de etmaalintensiteit). 93 motorvoertuigen rijden dan de wijk uit en 372 rijden de wijk in. Ook hier geldt dat de mees-

3

Er wordt niet uitgegaan van het kencijfer voor vrijstaande woningen, omdat het niet realistisch realistisch is dat alle woningen in het plangebied vrijstaand zullen zijn (er is al een deel opgeleverd met tussen/hoekwoningen).

ReferentienummerReferentienummer

Pagina

GM-0098141

4 van 7

te voertuigen de wijk bereiken (of verlaten) via de Stationsweg (68%). Hiervan is 60% afkomstig van de richting Abbenbroek en 40% afkomstig afkomstig van de richting Zuidland (Spijkenisse).

3.2 Berekening verkeersgeneratie brede school Om te bepalen hoeveel gemotoriseerd verkeer de brede school gaat produceren is in eerste instantie bepaald in welk gedeelte van het stedelijk gebied de school gelegen gelegen is. Kijkende naar de toekomstige ligging wordt geconcludeerd dat de school in het gebied “rest bebouwde kom” ligt. Voor dit type gebied is er per voorziening een kencijfer voor de verkeersgeneratie verkeersgeneratie bepaald. In tabel 3.2 is opgenomen wat de verkeersgeneratie voor de brede school is. Tabel 3.2

Verkeersgeneratie brede school

Voorziening

Aantallen

Kencijfer

Verkeersgeneratie in mvt/etm

Kinderdagverblijf Basisschool Fysiotherapie CJG Bibliotheek Totaal

50 kinderen 346 leerlingen 3 behandelkamers 2 behandelkamers 500 m2 bvo

20,7 per 12,5 kinderen per dag4 6,4 per 10 leerlingen 20,3 per behandelkamer 15,6 per behandelkamer 13,0 per 100m2 bvo

83 221 61 32 65 462

De brede school in Kreken van Nibbeland produceert op etmaalbasis circa 465 motorvoertuigbewegingen. Voor de etmaalsituatie geldt dat de meeste voertuigen afkomstig zijn van de Stationsweg (70%). Op etmaalbasis slaat 55% af richting Abbenbroek en 45% rijdt richting Zuidland (Spijkenisse). Van de voorzieningen in de brede school hebben het kinderdagverblijf, de basisschool en de praktijk van de fysiotherapeut een overlap met de ochtendspits. In de ochtendspits tussen 08:00 en 09:00 genereert de brede school 186 mvt/uur (40% van de etmaalintensiteit). In dit uur betreft het veelal een heen- en een terugrit. 93 motorvoertuigen rijden dan de wijk in en 93 rijden de wijk uit. De meeste voertuigen verlaten (of bereiken) de wijk richting de Stationsweg (66%). Hiervan slaat 65% af richting Abbenbroek en 35% richting Zuidland (Spijkenisse). In de avondspits is er geen overlap.

Figuur 3.4 Verdeling verkeer van en naar brede school in de ochtendspits 4 Berekening intensiteit/capaciteitsverhoudingen In de voorgaande hoofdstukken is aangegeven wat de bestaande intensiteit (en capaciteit) op de wegen rondom het plangebied is, met welke intensiteiten in de toekomst rekening moet worden gehouden en wat de verkeerseffecten van de verkeersgeneratie rondom de brede school zijn. In dit hoofdstuk wordt kort omschreven welke wijzigingen op de wegen rondom het plangebied te verwachten zijn.

4

De rekentool behorende bij CROW-publicatie is offline. Hierdoor is voor bepalen verkeersgeneratie kdv en basisschool gebruik gemaakt van kencijfers uit publicatie 272.

ReferentienummerReferentienummer

Pagina

GM-0098141

5 van 7

4.1 Stationsweg Ter hoogte van de aansluiting van de woonwijk Kreken van Nibbeland met de Stationsweg wordt een rotonde te gerealiseerd. Om te bepalen of de rotonde het nieuwe aanbod verkeer kan verwerken zijn de toekomstige intensiteiten (zie tabel 4.1) ingeladen in verkeerstechnische software (rotondeverkenner). De toekomstige intensiteiten laten zien dat de wegvakken van de Stationsweg de extra intensiteit die gegeneerd wordt wordt door de ontwikkeling in de Kreken van Nibbeland nog goed kan afwikkelen. De maximale capaciteit op etmaalbasis wordt niet bereikt. Tabel 4.1

Overzicht toekomstige intensiteiten op de Stationsweg

Locatie

Richting

Intensiteit per uur in Intensiteit per uur in avondspits ochtendspits

Stationsweg (bestaand) Stationsweg (noord) Stationsweg (zuid) Kreken

Abbenbroek Zuidland Abbenbroek Kreken Kreken Zuidland In Uit

284 162 476 216 321 275 91 305

206 305 244 457 307 330 253 63

Etmaalintensiteit

Capaciteit mvt/etm

3.300 2.790 4.380 3.870 4.190 3.680 1.970 1.970

15.000 15.000 12.000 4.000

Veelal is de verkeersafwikkeling op wegvakken niet problematisch. De kruispunten zijn maatgevend. In dit geval de rotonde van de Stationsweg met de ontsluitingsweg “Kreken van Nibbeland” (Melkweg). In bijlage 1 zijn de resultaten van de berekeningen weergegeven. De resultaten laten zien dat bij de afwikkeling van het verkeer op de rotonde de avondspits maatgevend is. De verzadigingsgraad in de avondspits wordt voor een enkelstrooksrotonde 0,35. In de ochtendspits wordt de verzadigingsgraad 0,26. De verkeersafwikkeling wordt problematisch bij een verzadigingsgraad van 0,8. Het extra verkeer wat door de woningen en de brede school in de woonwijk Kreken van Nibbeland geproduceerd wordt, kan zonder problemen door de Stationsweg en de nieuw geplande rotonde afgewikkeld worden. Verkeer van en naar de Kreken van Nibbeland gebruikt ter ontsluiting van de woonwijk met name de Stationsweg. De intensiteit op de toegangsweg naar de Kreken ter hoogte van de Stationsweg bedraagt, ter plaatse van de aansluiting, circa 3.950 mvt/etm. Hiermee nadert de intensiteit bijna de capaciteit.

Omdat deze intensiteit alleen op het wegvak tussen de rotonde met de Stationsweg en de eerste woonstraat binnen de Kreken van Nibbeland voorkomt (de intensiteit neemt hoe dieper men de wijk in rijdt steeds verder af) en omdat bij de berekening van de intensiteiten uitgegaan is van het “worst case”-scenario, zal één en ander niet tot een knelpunt leiden.

4.2 Kerkweg De Kerkweg vormt naast de Stationsweg de tweede aansluiting van de woonwijk Kreken van Nibbeland op de bestaande wegenstructuur. In de onderstaande tabel zijn de toekomstige intensiteiten die verwacht worden op de Kerkweg weergegeven. Tabel 4.2

Overzicht toekomstige intensiteiten op de Kerkweg

Locatie

Richting

Intensiteit per uur in Intensiteit per uur in avondspits ochtendspits

Kerkweg (bestaand) Kerkweg (noord) Kerkweg (zuid) Kreken

Haasdijk Zuidland Haasdijk Kreken Kreken Zuidland In Uit

118 96 205 122 139 165 47 157

120 122 135 182 179 137 119 30

Etmaalintensiteit

Capaciteit mvt/etm

1.378 1.272 1.840 1.740 1.760 1.650 844 844

4.000 4.000 4.000 4.000

ReferentienummerReferentienummer

Pagina

GM-0098141

6 van 7

In tabel 4.2 is te zien dat de intensiteiten op de Kerkweg toenemen met circa 500 tot 600 mvt/etm. Het extra verkeer wat door de woningen en de brede school in de woonwijk Kreken van Nibbeland geproduceerd wordt, kan zonder problemen door de Kerkweg afgewikkeld worden. De Kerkweg heeft hiertoe voldoende capaciteit.

4.3 Beeldsweg Gemotoriseerd verkeer heeft vanaf de Beeldsweg geen toegang naar de de wijk Kreken van Nibbeland. Er wordt enkel een doorsteek voor langzaam verkeer vanuit de nieuwe wijk naar de Beeldsweg gerealiseerd. De basisscholen die ondergebracht gaan worden in de brede school liggen nu nog midden in de kern Zuidland. Het merendeel van de ouders dat leerlingen met de auto naar school brengt, moet door de opzet van de wegenstructuur van Zuidland via de Kerkweg of Stationsweg rijden. De Beeldsweg is voor gemotoriseerd verkeer alleen bereikbaar vanaf de Kerkweg, de Stationsweg of de Julianalaan (omslachtige route via Christinastraat, Burgemeester H. van Geestlaan en Spanjaardslaan). Gebruik maken van de Beeldsweg en de auto ter hoogte van de langzaamverkeersverbinding parkeren is, gezien de opzet van de wegenstructuur rondom de Beeldsweg (parallelle wegen tussen Kerkweg en Stationsweg met nauwelijks directe verbindingen tussen deze wegen) dus onlogisch, mede omdat gemotoriseerd verkeer reeds via de Kerkweg of Stationsweg moet rijden en dan dus sneller geneigd is door te rijden naar de Kreken van Nibbeland. Een klein gedeelte (ouders en leerlingen die nu aan de Beeldsweg of de wegen die erop aansluiten wonen) zal mogelijkerwijs wel via de Beeldsweg rijden. Hierbij gaat het om een zeer klein aandeel, waardoor de overlast beperkt is.

De intensiteiten van het gemotoriseerd verkeer op de Beeldsweg zullen nauwelijks wijzigen en voor een mogelijk lichte toename van de intensiteiten (mede door de realisatie van één extra woning aan de Beeldsweg), heeft de Beeldsweg nog meer dan voldoende capaciteit . 4.4 Haasdijk De intensiteiten op de Haasdijk zijn het laagst. De Haasdijk vormt een verbinding tussen de Kerkweg en de Stationsweg. De hoofdontsluitingsroute door de woonwijk Kreken van Nibbeland gaat een parallele route voor de Haasdijk vormen. Indien er een stremming op de Haasdijk is zal verkeer door de nieuwe woonwijk gaan rijden. Indien er een stremming in de nieuwe woonwijk is, zal verkeer via de Haasdijk rijden. Naar verwachting zullen zullen de intensiteiten van het gemotoriseerd verkeer op de Haasdijk niet of nauwelijks wijzigen. 5 Conclusies De voornaamste conclusies uit het onderzoek naar de verkeersafwikkeling op de ontsluitingswegen van en naar de wijk Kreken van Nibbeland te Zuidland zijn: • in de huidige situatie hebben de wegen rondom het toekomstig woongebied voldoende capaciteit om het aanwezige verkeer te verwerken. • de nieuwe woningen in Kreken van Nibbeland produceren op etmaalbasis circa 5.170 motorvoertuigbewegingen. • de brede school in Kreken van Nibbeland produceert op etmaalbasis circa 465 motorvoertuigbewegingen.

• het extra verkeer wat door de woningen en de brede school in de woonwijk Kreken van Nibbeland geproduceerd wordt, kan zonder problemen door de Stationsweg en de nieuw geplande rotonde afgewikkeld worden. • het extra verkeer wat door de woningen en de brede school in de woonwijk Kreken van Nibbeland geproduceerd wordt, kan zonder problemen door de Kerkweg afgewikkeld worden. • de intensiteiten van het gemotoriseerd verkeer op de Beeldsweg en Haasdijk zullen dus niet of nauwelijks wijzigen. Opgesteld door: ing. H.C.W. van Voorden – van Oorschot Goedgekeurd door: F. Verheijen

ReferentienummerReferentienummer

Pagina

GM-0098141

7 van 7

Bijlage 1

RESULTATEN MEERSTROOKSROTONDE VERKENNER

Bijlage 5 Actualiserend (water)bodemonderzoek en- asfalt- en funderingsonderzoek

bestemmingsplanKreken van Nibbeland Fase 7

83

ACTUALISEREND (WATER)BODEMONDERZOEK ASFALT- EN FUNDERINGSONDERZOEK STATIONSWEG (ONGENUMMERD0 ZUIDLAND (VOORMALIGE STORTPLAATS)

Uitgevoerd door: Milieutechnisch adviesbureau RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk e-mail: info@rskgroup.nl

rapportnummer: 517036.001(00)

rapportagedatum: 21 april 2021 In opdracht van: Gemeente Nissewaard Postbus 25 3200 AA Spijkenisse

status rapport: definitief

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................................................................................. 2 1.1

Doel en aanleiding .......................................................................................................................................................... 2

1.2

Kwaliteit .......................................................................................................................................................................... 2

1.3

Onafhankelijkheid ........................................................................................................................................................... 3

2.

Vooronderzoek .................................................................................................................................................................. 4 2.1

Locatiebeschrijving ......................................................................................................................................................... 4

2.2

Historische informatie ..................................................................................................................................................... 4

2.3

Geohydrologie................................................................................................................................................................. 6

2.4

Onderzoeksopzet ............................................................................................................................................................ 6

3.

Veldonderzoek .................................................................................................................................................................. 8 3.1

Grondboringen, inspectiegaten en peilbuizen ................................................................................................................. 8

3.2

Zintuiglijk onderzoek ....................................................................................................................................................... 9

3.3

Bemonstering grondwater ............................................................................................................................................. 10

3.4

Monstername waterbodemonderzoek........................................................................................................................... 11

3.5

Zintuiglijk onderzoek waterbodemonderzoek ................................................................................................................ 11

4.

Laboratoriumonderzoek ................................................................................................................................................. 12 4.1

Geanalyseerde monsters met parameters .................................................................................................................... 12

4.2

Toetsing analyseresultaten ........................................................................................................................................... 14

4.3

Toetsing analyseresultaten asbest................................................................................................................................ 14

4.4

Toetsing analyseresultaten PFAS ................................................................................................................................. 15

4.5

Geanalyseerde monsters met parameters waterbodemonderzoek............................................................................... 16

4.6

Toetsing analyseresultaten waterbodemonderzoek ...................................................................................................... 16

5.

6.

Resultaten, conclusies en advies .................................................................................................................................. 17 5.1

Resultaten asfaltonderzoek .......................................................................................................................................... 17

5.2

Resultaten funderingsonderzoek .................................................................................................................................. 18

5.3

Resultaten bodemonderzoek ........................................................................................................................................ 19

5.4

Resultaten waterbodemonderzoek ............................................................................................................................... 22

5.5

Interpretatie ................................................................................................................................................................... 22

5.6

Conclusies en advies .................................................................................................................................................... 24

Betrouwbaarheid onderzoek.............................................................................................................................................. 25

Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7

regionale ligging situatietekening boorstaten analyserapporten overschrijdingstabellen toetsingskader verontreinigingssituatie

RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk 0180-463330

1

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

1.

Inleiding

1.1

Doel en aanleiding

Door de gemeente Nissewaard is aan milieutechnisch adviesbureau RSK Netherlands opdracht gegeven voor het uitvoeren van een actualiserend (water)bodemonderzoek en asfalt- en funderingsonderzoek ter plaatse van de voormalige vuilstort aan de Stationsweg (ongenummerd) te Zuidland. De ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven op het kaartdeel in bijlage 1. Aanleiding voor het onderzoek vormt het voornemen om het gebied te betrekken bij een grotere woningbouwontwikkeling (Kreken van Nibbeland). Binnen deze ontwikkeling zal het betreffende gebied waarschijnlijk een groenbestemming krijgen, wel zal een watergang aan de noordwestzijde mogelijk worden verbreed en zullen er wandelpaden worden aangelegd. De huidige toegangsweg (geasfalteerd) zal in het kader van de herontwikkeling worden opgebroken. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de huidige staat en milieuhygiënische kwaliteit van de deklaag, de verontreinigingssituatie in en rondom de stort én de contouren van de stort. Op deze manier dient te worden vastgesteld of er belemmeringen zijn voor de voorgenomen herontwikkeling, of er in de huidige situatie risico’s zijn voor het gebruik als groenbestemming met wandelpaden en verbreding van de sloot en zo ja, welke (sanerings)maatregelen er dienen te worden getroffen om het gebied geschikt te maken voor het beoogde gebruik.

Tot slot dient de teerhoudendheid van asfaltverhardingen op de locatie te worden vastgesteld en de aard en opbouw van eventueel hieronder aanwezige funderingslagen. Bij de uitvoering van het (water)bodemonderzoek is rekening gehouden met de richtlijnen zoals vermeld in de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek NEN5740/A1 (februari 2016) en verkennend waterbodemonderzoek NEN5720 (december 2017). Onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond en funderingslagen is niet uitgevoerd conform de onderzoeksrichlijnen NEN5707+C2 NEN5897 en heeft derhalve een indicatief karakter. Het asfaltonderzoek is uitgevoerd op basis van CROW-publicatie 210 voor onderzoek naar teerhoudendheid van asfalt. In onderhavige rapportage worden de resultaten van het actualiserend (water)bodemonderzoek en asfalt- en funderingsonderzoek beschreven.

1.2

Kwaliteit

Het veldwerk en de classificatie van de grondsoorten is uitgevoerd onder certificaat op basis van de BRL SIKB 2000 en de onderliggende protocollen 2001, 2002 en 2018. RSK Netherlands is gekwalificeerd, gecertificeerd en erkend voor deze protocollen. Daarnaast worden de grond- en grondwateranalyses uitgevoerd door het door de RvA geaccrediteerde laboratorium van Synlab b.v. te Rotterdam-Hoogvliet. Het bovenstaande betekent dat (water)bodemonderzoek op de juiste wijze en volgens de geldende richtlijnen is uitgevoerd, hetgeen wordt gecontroleerd door een onafhankelijke instelling (KIWA), en dat de uit het onderzoek verkregen gegevens daarmee betrouwbaar zijn. Toch wijst RSK Netherlands u er op dat het hier een steekproef betreft conform de uitgangspunten van het betreffende onderzoeksprotocol, waardoor niet kan worden uitgesloten dat locale afwijkingen in de bodem (met mogelijk hierin aanwezige verontreiniging(en)) niet zijn herkend. Tevens dient rekening te worden gehouden met de beperkte geldigheid van het onderzoek in verband met mogelijke (bedrijfs-)activiteiten op de onderzoekslocatie welke van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de bodem.

RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk 0180-463330

2

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

1.3

Onafhankelijkheid

Het adviesbureau mag geen “eigen grond” keuren of onderzoeken. RSK Netherlands heeft geen grond in eigendom. RSK Netherlands is een zelfstandig onafhankelijk adviesbureau dat geen andere relatie heeft met de opdrachtgever dan opdrachtnemer – opdrachtgever.

RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk 0180-463330

3

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

2.

Vooronderzoek

2.1

Locatiebeschrijving

De locatie heeft een oppervlakte van circa 23.000 m2 en is gelegen ten zuiden van de Stationsweg te Zuidland. Op het middendeel van de locatie vindt momenteel nog opslag plaats van materialen door de gemeente (klinkers, straatmeubilair, grond). Dit opslagterrein is verhard met asfalt en deels met klinkers. De toegangsweg naar de locatie is eveneens verhard met asfalt. Het grootste gedeelte van de locatie is onverhard. Aan de zuidzijde van de locatie is een begroeid gronddepot gelegen. Rondom de locatie zijn slootjes aanwezig. De ligging en begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op onderstaande figuur 1.

figuur 1: ligging en begrenzing onderzoekslocatie

Een situatietekening van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2.

2.2

Historische informatie

Voor het historisch onderzoek naar de bodembedreigende activiteiten/objecten en de reeds bekende verontreinigingen op de onderzoekslocatie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • • • • •

Informatie opdrachtgever; Bevoegd gezag; Rijksoverheid, website www.bodemloket.nl; Eigen archief (RSK Netherlands), nabijgelegen uitgevoerde bodemonderzoeken; Luchtfoto’s en historisch kaartmateriaal kadaster, website www.topotijdreis.nl.

RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk 0180-463330

4

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

Algemeen De locatie heeft tot circa 1964 een agrarische bestemming gehad. Vanaf 1964 wordt er in de archieven melding gemaakt van het storten van bouw- en sloopafval op de locatie. Er is voor zover bekend geen sprake geweest van het storten van industrieel afval. De stortactiviteiten hebben plaatsgevonden tot medio jaren tachtig, waarna een deklaag is aangebracht en de locatie het huidige gebruik heeft gekregen als opslagterrein. In 2003 is door de DCMR een vergunning afgegeven voor het in gebruik nemen van een mobiele puinbreker op de locatie. Deze puinbreker heeft ongeveer middenop de locatie gestaan, onbekend is in welke periode. Voor de locatie is een Wet milieubeheervergunning van kracht. Het betreft een beschikking van 21 september 2010 betreffende “Vergunning ingevolge de Wet milieubeheer voor een inrichting voor de opslag van bestratings- en rioleringsmaterialen, alsmede grond en puin voor de locatie Stationsweg ongenummerd te Zuidland”, DMS-nr. 21079397. Uitgevoerde bodemonderzoeken In het archief zijn een drietal bodemonderzoeken teruggevonden die zijn uitgevoerd ter plaatse of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie: -

-

Oriënterend onderzoek van de stortplaats aan de Haasdijk te Bernisse/Zuidland (uitgevoerd door DCMR Milieudienst Rijnmond in 1984, projectnummer 324210/Bern 22); Nader bodemonderzoek in het kader van de Interimwet bodemsanering ter plaatse van de Haasdijk, gemeente Bernisse (uitgevoerd door DCMR Milieudienst Rijnmond, projectnummer 324210, rapport d.d. januari 1988); NAVOS-locatie-rapportage Bernisse, Haasdijk (Stationsweg) (uitgevoerd door Gemeentewerken Rotterdam, Wbb-code ZH0620022, Globis-code DC056800022 d.d. 30 juni 2004). Van dit rapport is op 13 juni 2005 een afschrift verzonden naar het college van B&W van de gemeente Bernisse.

In het bodemonderzoek uit 2004 is de deklaag onderzocht, waaruit bleek dat deze in veel gevallen te dun of afwezig was. Veelal is in de deklaag vanaf maaiveld stortmateriaal aangetroffen (puin, ijzer, kolengruis en plastic). In de deklaag zijn plaatselijk een sterk verhoogd gehalte zink of matig verhoogde gehalten chroom, nikkel en zink aangetoond en in één van de monitoringspeilbuizen (voor het bepalen van eventuele verspreiding van de verontreinigingen) is een sterk verhoogde concentratie kwik aangetoond. Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek is geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren naar de verontreinigingen in de deklaag, de deklaag te repareren en de grondwatermonitoring voort te zetten. Het is onduidelijk of dit vervolg heeft plaatsgevonden, vermoedelijk is dit niet het geval. In de systemen van de DCMR Milieudienst Rijnmond is in ieder geval geen brief of beschikking bekend die naar aanleiding van de beoordeling van dit rapport aan de gemeente is verstuurd. Wel is een aantekening opgenomen waarin wordt geconcludeerd dat er bij het toenmalige gebruik als opslagplaats voor grond en puin geen of nauwelijks risico’s zijn en sanering niet urgent is (dus geen (acute) verplichting bestaat om maatregelen te nemen). De locatie staat geregistreerd onder Wbb-code ZH0620022, Globis-code DC056600022.

In het kader van de Wet Milieubeheer is tot slot in 2011 het volgende nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd: -

Nulsituatie bodemonderzoek Stationsweg ong. Zuidland, RSK-EMN (thans RSK Netherlands), rapportnummer 11X5853.001, 2 maart 2011

Uit het bodemonderzoek blijkt dat in de grond op de locatie op heterogene basis bijmengingen worden aangetroffen met puin, plastic, slakken, hout en kolengruis tot een diepte van maximaal 2,5 m-mv. Deze waarnemingen worden gedaan op zowel het onverharde gedeelte als op het verharde middengedeelte en bevestigen de aanwezigheid van de stort. Chemisch-analytisch worden in het stortmateriaal matig tot sterk verhoogde gehalten aangetoond. Op het verharde middengedeelte worden sterk verhoogde gehalte vrijwel direct vanaf maaiveld aangetoond, op het onverharde terreindeel is de bovengrond over het algemeen maximaal matig verontreinigd en worden de sterke verontreinigingen aangetoond vanaf 0,5 m-mv. In het grondwater worden maximaal licht verhoogde concentraties aangetoond. algemene bodemkwaliteit Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Nissewaard blijkt dat de locatie is gelegen in zone C: Recreatie en Buitengebied. De gemiddelde kwaliteit van zowel de bovengrond (tot 0,5 m-mv) als de ondergrond (0,5-2,0 m-mv) ter plaatse van de locatie kan worden aangeduid als klasse AW.

RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk 0180-463330

5

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

2.3

Geohydrologie

Voor de geohydrologische situatiebeschrijving wordt verwezen naar onderstaande tabel (bron: Grondwaterkaart van Nederland, TNO). Tabel 1: geohydrologie diepte (m tov mv)

pakket

grondsoort

stromingsrichting grondwater

kD-waarde

0 - 25

deklaag

(zandige) kleiafzettingen met veen- en leemlagen

globaal noordelijk

-

25 - 50

eerste watervoerende pakket

schelphoudend, grof zand

zuidwestelijk

circa 250 m2/dag

Ligging van de locatie in een grondwaterbeschermingsgebied voor grondwater: nee Ligging van de locatie nabij oppervlaktewater: ja, slootjes rondom locatie Onttrekkingen van grondwater in de omgeving: nee Ligging van de locatie in een gerioleerd gebied: nee

2.4

Onderzoeksopzet

Op basis van de (historische) informatie wordt geconcludeerd dat het actualiserend bodemonderzoek op de locatie het beste kan worden uitgevoerd op basis van de NEN5740/A1, onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek (februari 2016). Voorgesteld wordt om hierbij voor de gehele onderzoekslocatie de onderzoeksstrategie voor een niet-lijnvormige verdachte locatie met heterogene verontreiniging te hanteren (VEDHE-NL). Alle grondboringen zullen hierbij worden doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv of tot onderzijde stort. Bodemlagen en funderingslagen zullen worden onderzocht op asbest. In eerste instantie zullen hierbij indicatief (grond)mengmonsters worden samengesteld. De asfaltverhardingen op de locatie zullen worden onderzocht conform CROW210. Hiertoe zullen (gecombineerd met het bodemonderzoek) asfaltkernen worden geboord, hiervan zal de laagopbouw worden bepaald en worden vastgesteld of het asfalt teerhoudend is. Rondom de onderzoekslocatie tot slot zijn watergangen aanwezig. Het slib in deze watergangen zal worden onderzocht conform de NEN5720, strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie. Hierbij zal vooralsnog de strategie voor overig water, lintvormig, normale onderzoeksinspanning (OLN) worden gehanteerd.

Ten behoeve van afvoer van grond, zullen enkele grondmengmonsters aanvullend worden onderzocht op PFAS. De locatie is niet gelegen in een gebied dat verdacht is op het voorkomen van GenX.

RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk 0180-463330

6

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

In tabel 2 is de te totale te hanteren onderzoeksopzet weergegeven. Tabel 2: onderzoeksopzet onderzoekslocatie

strategie

onderzoekslocatie Stationsweg Zuidland, circa 23.000 m2

NEN5740/A1 VED-HE-NL + maatwerk

CROW210 + maatwerk

aantal boringen / inspectiegaten

aantal peilbuizen

31 x 2,0 m-mv

3 x 0,5-1,5 m-gws

20 x inspectiegat tot in stortmateriaal

9 x asfaltboring (gecombineerd met bodemonderzoek)

chemisch onderzoek grond

10 x STAP-g 5 x PFAS

grondwater

3 x STAP-gw

4 x asbest NEN5898

-

asfalt 9 x PAK-marker 9 x laagopbouw 2 x PAK GCMS

-

funderingslaag 2 x asbest NEN5898 2 x samenstelling org. parameters 2 x schudproef 2 x eluaatanalyse

NEN5720 OLN

4 x 10 steken tot steekvaste bodem

-

4 x STAP-s

-

STAP-g

standaardpakket grond: droge stof, organische stof, lutum, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PCB’s, PAK (som10) en minerale olie

PFAS (30) STA-s

poly- en perfluoralkylstoffen volgens advieslijst voor PFAS (versie 12 juli 2019)

STAP-gw

standaardpakket A waterbodem: zware metalen (9), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie; standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen, VOCl inclusief vinylchloride en minerale olie

RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk 0180-463330

7

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

3.

Veldonderzoek

3.1

Grondboringen, inspectiegaten en peilbuizen

Op 7, 8, 14 en 15 september 2020 zijn verdeeld over de onderzoekslocatie in totaal 31 grondboringen verricht, waarbij er twintig voor de bovengrond zijn uitgevoerd als asbestinspectiegat. De grondboringen / asbestinspectiegaten zijn aangeduid als 01 t/m 31 en zijn als volgt verdeeld: - boringen 01 t/m 09: verdeeld over asfaltverhardingen en doorgezet door funderingslagen; - boringen / inspectiegaten 10 t/m 31: verdeeld over overig gedeelte onderzoekslocatie. De grondboringen 13, 22 en 31 zijn afgewerkt met een peilbuis voor de bemonstering van het grondwater. De locaties van de grondboringen/asbestinspectiegaten is weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 2. De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat (certificaatnummer K26319) uitgevoerd door de heren G. Euijen, H. de Bruin en C.B.S. Vervest en mevrouw L. Brennan van RSK Netherlands conform de richtlijnen van de BRL2000, protocol 2001. De grondboringen zijn uitgevoerd met een Edelmangrondboor. De asfaltverhardingen zijn doorboord met behulp van een watergekoelde diamantboor. De asfaltboringen zijn uitgevoerd met een diameter van 12 cm. Geconstateerd is dat onder de asfaltverhardingen binnen het onderzoeksgebied een funderingslaag aanwezig is van slakken. Ter plaatse van de toegangsweg is in het onderste gedeelte van deze funderingslaag ook sprake van een bijmenging met baksteen.

Het bodemmateriaal is geclassificeerd en bemonsterd. Gebleken is dat de bodem binnen het onderzoeksgebied tot de maximale onderzoeksdiepte van 3,5 m-mv heterogeen van opbouw is en bestaat uit zandige klei en/of kleiig zand. Plaatselijk worden ook veenlagen aangetroffen. Door de aanwezige begroeiing kon het gronddepot en de hieronder liggende bodem niet worden bemonsterd. Tijdens de uitvoering van de grondboringen is het grondwater waargenomen in het traject tussen 1,5 en 2,0 m-mv. Voor een gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw in de boorpunten wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage 3.

RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk 0180-463330

8

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

3.2

Zintuiglijk onderzoek

Tijdens het veldwerk is het opgeboorde (bodem)materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van afwijkingen. De resultaten van het zintuiglijk onderzoek zijn weergegeven in tabel 3. Tabel 3: zintuiglijke waarnemingen boring diepte (m-mv) 01

02

03

04

05

06

07

08

09

10

11

12

13

14 15

16

17

18

19

20

21

0,16-0,5 0,5-0,7 0,7-0,8 0,8-1,0 0,12-0,3 0,3-0,5 0,5-0,7 0,09-0,3 0,3-0,5 0,5-0,8 0,8-1,2 1,3-1,5 0,09-0,3 0,3-0,8 0,8-1,0 1,0-1,3 0,09-0,3 0,3-1,3 1,3-1,7 0,11-0,3 0,3-0,5 1,0-1,2 0,08-0,3 0,3-0,8 1,0-1,3 >1,3 0,08-0,5 0,5-1,0 1,0-1,7 0,08-0,5 0,5-0,7 0,7-1,0 0-0,8 0,8-1,0 1,0-2,0 0-0,5 0,5-1,0 1,0-1,5 0-0,5 0,5-1,0 1,0-1,5 1,5-2,0 0-0,5 0,5-1,0 2,0-3,0 0-0,5 0,5-1,5 0-1,0 1,0-1,5 1,5-2,0 0-0,5 0,5-1,0 1,0-1,5 0-0,5 0,5-0,6 1,5-2,0 0-0,5 0,5-0,8 1,7-2,0 0-0,5 1,0-1,4 >1,4 0-0,5 0,5-1,5 1,5-2,0 0-0,5 0,5-0,7 >0,7

RSK Netherlands Burgemeester de Zeeuwstraat 2 2985 AB Ridderkerk 0180-463330

zintuiglijke waarneming volledig slakken, funderingslaag volledig baksteen, zwak slakhoudend, funderingslaag grind veen, zwak plastichoudend, zwak glashoudend volledig slakken, funderingslaag volledig slakken, matig baksteenhoudend, funderingslaag klei, sporen baksteen, sporen slakken volledig slakken, funderingslaag volledig slakken, matig baksteenhoudend, funderingslaag klei, sterk kolengruishoudend, sporen glas klei, zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend zand, matig baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, sporen plastic volledig slakken, funderingslaag klei, sporen grind klei, zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend, sporen grind klei, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend volledig slakken, funderingslaag klei, sporen grind klei, sterk plastichoudend volledig slakken, funderingslaag klei, zwak grindhoudend veen, zwak plastichoudend volledig slakken, funderingslaag klei, sporen baksteen veen, sterk plastichoudend boring gestaakt volledig slakken, funderingslaag klei, sporen baksteen klei, sterk plastichoudend volledig slakken, funderingslaag klei, sporen baksteen klei, sterk plastichoudend zand, sporen baksteen, glas, dakpan en plastic klei, sporen puin en kolengruis klei, matig puinhoudend, zwak plastichoudend, sporen koolas zand, matig klinkerhoudend, sporen baksteen, grind en glas zand, sporen baksteen en rubber klei, zwak puinhoudend, sporen sintels zand, sporen

baksteen, grind en plastic klei, sporen baksteen, sintels, rubber en metaal klei, sporen plastic, plastic-afval en sintels klei, zwak metaalhoudend, sporen plastic zand, sporen baksteen, grind en beton zand, zwak baksteenhoudend zand, matig plastichoudend zand, sporen baksteen, grind en beton zand, sporen sintels en baksteen zand, sporen baksteen, grind en beton zand, sporen sintels en plastic klei, matig plastc afvalhoudend zand, sporen baksteen en grind zand, sporen baksteen, grind, beton en sintels zand, sporen sintels en plastic zand, zwak dakpanhoudend, sporen betongranulaat en grind zand, sporen grind zand, sporen sintels, plastic en aardewerk zand, zwak dakpanhoudend, sporen betongranulaat en grind zand, sporen grind en aardewerk zand, zwak aardewerkhoudend, sporen sintels zand, sporen grind, betongranulaat en aardewerk zand, zwak plastichoudend, sporen leer boring gestaakt zand, zwak aardewerk-, grind- en betongranulaathoudend, sporen plastic zand, zwak aardewerk- en plastichoudend zand, zwak aardewerk-, plastic- en sintelhoudend zand, zwak plastichoudend, sporen grind zand, sterk baksteenhoudend, zwak grindhoudend boring gestaakt

9

rapportnummer: 517036.001(00) Stationsweg te Zuidland (voormalige stortplaats)

Tabel 3 (vervolg): zintuiglijke waarnemingen boring diepte (m-mv) zintuiglijke waarneming 22 23 24

25

26

27

28 29 30 31

0-0,5 0,5-0,8 0-0,5 0,5-1,0 0-0,5 0,5-0,7 >0,7 0-0,5 0,5-1,0 1,0-1,5 0,18-0,28 0,28-0,8 1,0-1,5 1,5-1,7 >1,7 0,2-0,5 0,5-0,7 1,0-1,5 1,5-2,0 0-0,5

zand, zwak aardewerk-, grind en betongranulaathoudend, sporen plastic volledig baksteen, zwak grindhoudend zand, sporen plastic en baksteen zand, sterk baksteenhoudend, sporen plastic zand, sporen plastic en baksteen volledig baksteen, sporen plastic boring gestaakt zand, zwak plastichoudend, sporen baksteen zand, zwak baksteenhoudend, sporen plastic klei, sporen baksteen volledig puin klei, sporen baksteen klei, sterk plastic- en afvalhoudend, sporen baksteen klei, sterk plastic- en afvalhoudend boring gestaakt volledig puin zand, matig puinhoudend zand, zwak plastic- en glashoudend zand, volledig plastic zand, zwak baksteen- en grindhoudend

0-0,5 0,5-0,6 0-0,5 0,5-0,7 0-0,5

zand, sterk betonhoudend, zwak tegel- en grindhoudend zand, matig grindhoudend klei, sterk baksteenhoudend, zwak ijzer- en grindhoudend, sporen dakpan klei, matig baksteenhoudend, zwak grindhoudend klei, zwak grindhoudend, betonijzer

Het zintuiglijk onderzoek heeft geen asbestverdachte materialen in de bodem waargenomen.

3.3

Bemonstering grondwater

Het grondwater uit de op 13, 14 en 15 september 2020 geplaatste peilbuizen 13, 22 en 31 is - conform protocol 2002 - minimaal één week na plaatsing bemonsterd op september 2020 door de heer H. de Bruin van RSK Netherlands (certificaat K26319). Voorafgaand aan de bemonstering is de stijghoogte van het grondwater bepaald. Tevens zijn de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (Ec) en de troebelheid (NTU) van het grondwater bepaald. De resultaten van deze bepalingen zijn weergegeven in de onderstaande tabel 4. Tabel 4: meetresultaten grondwater filterstelling peilbuis (m-mv) 13 2,5-3,5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10563847/1