74.Gezamenlijke zienswijze op module energietransitie omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland; Conceptbrief zienswijze POVI
Tekst van het document
Betreft: Zienswijze Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag op ‘Herziening Omgevingsbeleid Module Energietransitie’ Bijlage: Zienswijzen RES-regio Rotterdam Den Haag Barendrecht, 14-06-2022 Geacht college van Gedeputeerde Staten Provincie Zuid-Holland, Met belangstelling hebben we kennisgenomen van de conceptteksten van de Herziening Omgevingsbeleid Module Energietransitie, zoals door u gepubliceerd op 14-06-2022. Onze bijzondere aandacht hiervoor is mede ingegeven door de sterke onderlinge relatie en wederzijdse afhankelijkheid tussen enerzijds de POVI-module Energietransitie en anderzijds de regionale ambities en afspraken in de RES Rotterdam Den haag. Onze regionale samenwerking in de RES Rotterdam Den Haag, waarin onder meer provincie, waterschappen en gemeenten invulling geven aan onderdelen van het Klimaatakkoord, heeft de afgelopen jaren tot gezamenlijke richtinggevende resultaten geleid. Wij hechten aan deze samenwerking en zien uit naar het vervolg hiervan. In goede afstemming met uw organisatie hebben de andere overheden binnen onze RESsamenwerking het concept van de teksten bestudeerd, specifiek in relatie tot de door ons gezamenlijk bepaalde en ingezette lijn en ambities in de RES Rotterdam Den Haag. Dit heeft geleid tot een aantal zaken die we graag als zienswijze onder uw aandacht brengen.
We constateren veel overeenkomsten tussen de teksten van de Module Energietransitie, de in de RES Rotterdam Den Haag ingezette lijn en in het bijzonder de RES 1.0. Dat verheugt ons, en bevestigt de waarde en kracht van onze regionale samenwerking binnen de RES Rotterdam Den Haag. Tegelijkertijd leiden de teksten op onderdelen tot behoefte aan verduidelijking, of mogelijke onderlinge spanningen. Als bijlage treft u hiervan een overzicht, dat is gericht op aandachtspunten die op regionale schaal relevant zijn. Daarmee staat deze zienswijze naast mogelijke zienswijzen van individuele partners binnen onze RES-samenwerking, die ook betrekking kunnen hebben op de RES. Wij verzoeken u vriendelijk de punten uit deze brief mee te nemen in uw afwegingen voor de definitieve versie. Ik hoop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Ruud Egas Bestuurder Hoogheemraadschap Delfland en Voorzitter a.i. Stuurgroep Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag
Zienswijze ‘Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie’
1
RES Rotterdam Den Haag
Bijlage: zienswijzen RES Rotterdam Den Haag Leeswijzer: Onderstaand leest u Vetgedrukt onderwerpen waarover wij graag iets willen meegeven. Cursief de tekst zoals deze in de herziening staat In bullets daaronder onze reactie per punt. De nummering volgt de nummering van de herziening.
Algemeen Uitgangspunten In de RES 1.0 hebben we een aantal uitgangspunten opgenomen, waaronder over betaalbaarheid en betrouwbaarheid. Deze uitgangspunten zien we terug in de herziening. Met uitzondering van (energie)rechtvaardigheid. We roepen de provincie op om dit uitgangspunt te verwerken in de herziening. Het zegt ook iets over het ‘hoe’ van de uitvoering en afwegingen bij keuzes. Integrale vraagstukken Wij herkennen dat ingezet wordt op het slaan van een brug tussen de energietransitie en de bredere ruimtelijke ontwikkeling met al haar verschillende opgaven. Hier staan we dan ook positief tegenover. De energietransitie is niet de enige ruimtelijke en maatschappelijke opgave. Het roept echter ook de vraag op hoe de Module Energietransitie zich verhoudt tot de andere onderdelen van de POVI en bredere beleidsafwegingen. Op welke manier krijgen afwegingen tussen deze verschillende beleidsvelden en mogelijk bijbehorende maatschappelijke waarden invulling? Rol, governance en samenwerking Eén van de onderwerpen die vragen oproept komt breed terug binnen verschillende onderdelen van de teksten; de rol en positionering van de provincie in de opgave van de energietransitie, ook in het samenspel met andere overheden en in het bijzonder tot de onderlinge samenwerking in RESverband.
Onze interpretatie van de tekst is dat uw provincie op onderdelen nog zoekend is naar exacte rolbepaling en -invulling. Dat biedt de mogelijkheid om dat in gezamenlijkheid nader vorm te geven, en we doen hierop nadrukkelijk een beroep. Vanuit de RES bezien vraagt de rol van de Provincie Zuid-Holland op sommige punten verduidelijking. De huidige teksten kunnen op onderdelen worden geïnterpreteerd als enerzijds (anticiperend op) een (te) sterk sturende rol of, anderzijds, juist te beperkt aanwezig. Specifiek zou nadrukkelijker de bestaande rol van de provincie als handhaver terug mogen komen. Specifiek gaat onze aandacht uit naar hoe de provincie haar rol van procescoördinator rond de energie-infrastructuur ziet, ook in relatie tot die van samenwerkende overheden binnen de RES? De ingezette richting voor de provinciale rol lijkt met enige stelligheid af te koersen op een sturende provinciale rol. Tegen het licht van de vele onzekerheden en afhankelijkheden vraagt dit voorafgaand om verduidelijking en onderlinge afstemming met mede-overheden. We verzoeken u dit op deze wijze te nuanceren.
Enkele andere concrete voorbeelden hiervan zijn: Hoe wordt de invulling van het provinciaal belang gezien in relatie tot de samenwerking binnen de RES en de ambities? Wanneer is de provincie kaderstellend, en wanneer sturend? Hoe blijven publieke belangen geborgd in relatie tot private partijen? Zienswijze ‘Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie’
2
RES Rotterdam Den Haag
Ervan uitgaande dat de gedachtenvorming over de governance, provinciale rolopvatting en interbestuurlijke samenwerking nog plaatsvindt, gaan we graag hierover op korte termijn nader met u in gesprek om mogelijkheden te verkennen, die ook passend zijn voor de in de RES ingezette lijn. Hier is onze samenwerking in de RES bij gebaat. Lang voortdurende onduidelijkheid over rolverdeling en governance kan de voortgang van realisatie van de ambities van de RES Rotterdam Den Haag belemmeren.
3. Algemene inleiding, ambitie Voor het benutten van beschikbare warmte werken wij aan het uitbreiden van warmtenetten. We roepen de provincie op om bij het uitzoeken en verkennen van de uitwerking van dit punt de samenwerking te zoeken met de RES-regio(s). Verbranding van groene grondstoffen (zoals hout) voor energie is een laagwaardige toepassing en heeft niet onze voorkeur. Dit komt overeen met het standpunt van RES Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken u dit te behouden.
3.1.1 Windenergie op land Zoeklocaties We vragen u om te verduidelijken hoe het proces verloopt van zoekgebied naar zoeklocatie. Graag zien we vermeld dat er ruimte bestaat om nieuwe zoekgebieden toe te voegen in lijn met de werkwijze die hiervoor binnen de samenwerking van de RES Rotterdam Den Haag is bepaald. Kaart 16 Er wordt genoemd dat het Havenconvenant wordt verwijderd uit de tekst. We verzoeken om deze te laten staan totdat alle windturbines uit de projecten in exploitatie zijn (naar verwachting in 2023). Ook zal er inzet nodig zijn om het huidig opgestelde vermogen te behouden. Zoals bekend zijn in de ambitie van de RES Rotterdam Den Haag de VRM-locaties meegenomen als onderdeel.
3.1.2 Zonne-energie Zonneveld Graag zien we een heldere definitie van de term zonneveld voor de juiste interpretatie en doorwerking van de teksten. De in de RES 1.0 aangewezen locaties (zoekgebieden) worden niet aangemerkt als gevallen waar zonnevelden zijn toegestaan. Daarmee blokkeert de Omgevingsverordening in onze ogen onnodig een snelle uitvoering van de RES 1.0 op dit onderdeel. Dit zou namelijk betekenen dat de gemeente om medewerking te kunnen verlenen aan een initiatief tot realisatie van een gewenst zonnevelden eerst een nadere uitwerking moet opstellen, die ter goedkeuring moeten voorleggen aan Gedeputeerde Staten en vervolgens een procedure tot wijziging van het omgevingsplan moet volgen. Zonneladder We zien dat er meer ruimte ontstaat buiten de zonneladder om, dat is positief. We verzoeken u om de zonneladder als volgt te duiden en in te zetten: Een prioritering in wenselijkheid. En niet als kaderstellend in tijd of volgorde. Vanuit de RES Rotterdam Den Zienswijze ‘Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie’
3
RES Rotterdam Den Haag
Haag bezien is het mogelijk en wenselijk om tegelijkertijd op meerdere ‘treden van de ladder’ actief te zijn vanwege de urgentie van de energietransitie. Zo heeft zon op dak voorkeur boven zon op veld, maar hoeft niet gewacht te worden tot alle daken vol liggen voordat er overgegaan kan worden tot zon op veld. Door de zonneladder te gebruiken als volgordelijk instrument kan dit onnodig vertragend en beperkend werken.
Doelbereik: Onze suggestie is om doelstellingen op het gebied van zon op land te kwantificeren t.b.v. de duidelijkheid van de opgave (en conform wat in de RES staat). In de RES Rotterdam Den Haag zijn de verschillende treden van de ladder gekwantificeerd met opbrengst: hierdoor is duidelijk naar hoeveel opwek gezocht wordt. Inzet dubbel ruimtegebruik We zien graag toegevoegd dat bij infrastructurele constructies ook zonne-energie toegepast wordt door de provincie zelf. Agrarische bouwblokken. Zij hebben een bebouwingsbestemming. Het is derhalve logisch om naast benutting van daken ook ruimte te bieden voor zonnepanelen op het - nog voor bebouwing onbenutte deel van het bouwblok. […] Bij zonnevelden op het agrarische bouwblok zal het gaan om relatief kleine velden (< 2,5 ha) waarbij de energie opgewekt wordt waar deze (deels) wordt gebruikt. De regio verzoekt om dit verder te verduidelijken. Wat is er mogelijk buiten het bouwblok? Enerzijds in relatie tot zon in veld. Anderzijds in relatie tot gebiedsontwikkeling en het vinden van nieuwe zoekgebieden. Bescherming van de schaarse open ruimte en landschapswaarden. Dit betekent dat de provincie terughoudend is met het toestaan van zonnevelden met enkelvoudig ruimtegebruik.
We zien graag een verduidelijking van de gebruikte term ‘terughoudendheid’, mede in relatie tot voorgaande opmerking over doelstellingen van zon op land. Het is vanuit de RES onwenselijk dat dit leidt tot het afvallen van zoekgebieden uit de RES, die in het gezamenlijke proces met zorg tot stand zijn gekomen. Onze suggestie is om beter te duiden onder welke voorwaarden het wél kan (zoals ook in onze RES beschreven is). Locaties in stads- en dorpsranden zijn geschrapt uit de provinciale uitwerking van de zonneladder. De regio roept nadrukkelijk op om de mogelijkheden van zon in stads- en dorpsranden te behouden vanuit de bijdrage aan ambities in de RES Rotterdam Den Haag en de zorgvuldige totstandkoming van de huidige zoekgebieden in het gezamenlijke regionale proces van de RES. Wij zien graag een onderbouwing van deze keuze.
3.1.3 Bevorderen energietransitie De uitstoot van het broeikasgassen willen we in 2030 hebben teruggedrongen met 49% van de uitstoot in 1990 en in 2050 naar 5% van de uitstoot die we in 1990 hadden. Dit komt overeen met het standpunt van RES Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken u dit te behouden.
3.1.4 Lokaal eigendom De laatste tijd wordt lokaal steeds vaker over eigendom van warmteprojecten gesproken, deze herziening gaat echter over opwek van energie. Lokaal gaat het vaak om dezelfde collectieve partijen Zienswijze ‘Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie’
4
RES Rotterdam Den Haag
en ook om vergelijkbare spelregels in de participatie. Wij zullen hier in een van de volgende herzieningen van de verordening een plek voor vinden. Wij zien hier een spanning. De discussie loopt ook in het kader van de RES Rotterdam Den Haag. De uitkomsten zijn relevant voor het vervolgproces na deze herziening. Wij streven naar een percentage van minimaal 50% lokaal eigendom van (grootschalige) zon- en windprojecten over het totaal van Zuid-Hollandse projecten. EN De provincie streeft ernaar dat in de projecten in Zuid-Holland minimaal 50% van het eigendom belegd wordt bij lokale initiatieven. Dat kan gaan om energie-coöperaties, lokale overheden en bedrijven. De provincie verwacht dat een initiatiefnemer streeft naar minimaal 50% lokaal eigendom van een project en laat zien hoe daaraan is gewerkt. Als provincie leggen we de inspanningsverplichting op om actief te streven naar minimaal 50% financiële lokale deelname.
Er lijkt een verschil te zitten tussen het lokaal eigendom zoals hier beschreven en in de RES Rotterdam Den Haag. In de RES 1.0 laten wij de definitie relatief open, om alle mogelijke vormen van lokaal eigendom mogelijk te maken. De provincie lijkt het meer in te kaderen. We vragen de provincie om verduidelijking hierover. Op welke manier wordt de schaal bepaald (per project, regio of provincie) en door wie?
3.2.1 warmtetransitie in de gebouwde omgeving Samenhang warmte Vanwege de samenhang tussen de onderwerpen stellen wij voor dat de paragrafen over gebouwde omgeving en regionaal transport samengevoegd worden tot één stuk. Waterstof Graag zien wij de visie van de provincie op de inzet van waterstof in de gebouwde omgeving terug in deze herziening. Snel, betaalbaar, minimale ruimtelijke impact en rekening houden met klimaat adaptatie en circulaire economie. De regio ziet een brede ambitie hierin terug en erkent de noodzaak voor een integrale afweging. Wel stelt de regio voor om duidelijk te maken hoe de verschillende belangen onderling worden gewaardeerd. Klimaatneutrale energievoorziening De RES Rotterdam Den Haag gebruikt de term klimaatneutraal niet. Deze term komt in de Herziening Omgevingsbeleid Module Energietransitie alleen in Hoofdstuk warmte voor. De regio verzoekt de provincie om een definitie op te nemen van klimaatneutraal met daarbij per welk jaar dit bereikt zou moeten zijn. Het afwegingskader is een hulpmiddel om keuzes te optimaliseren. De uitgangspunten zijn: ruimtelijk beslag en haalbaarheid, betaalbaarheid, toekomstbestendigheid, optimaal gebruik van de energiekwaliteit van de beschikbare Zuid-Hollandse warmtebronnen, passende woningisolatie en passend in de lokale omstandigheden.
Het inzetten van kaders als hulpmiddel komt overeen met de RES Rotterdam Den Haag. Dit stuk tekst lijkt verband te houden met de volgende zinnen: Voor een toekomstige klimaatneutrale energievoorziening is d de ontwikkeling van de totale energieinfrastructuur en het totale energiesysteem sturend. Zienswijze ‘Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie’
5
RES Rotterdam Den Haag
En Andersom is het totale (toekomstige) energiesysteem rand voorwaardelijk voor de beschikbare alternatieven waaruit gekozen kan worden. Hieruit ontstaat een meer sturend beeld dan een ondersteunend beeld. Onduidelijk is wat leidend gaat zijn. De regio heeft de voorkeur voor kaders als hulpmiddel, niet als sturing. De visie en inzet van de provincie is om vanuit een afwegingskader naar de te maken keuzes in de warmtetransitie te kijken. Het is hier niet duidelijk welke keuzes de provincie hier in maakt. Worden er zaken getoetst, afgewogen, geweigerd? De regio heeft de voorkeur voor kaders als hulpmiddel, niet als sturing. De provincie zal bij ontwikkeling en gebruik van bronnen, het nemen van (isolatiemaatregelen en het realiseren van nieuwe infrastructuur vragen om uitwerking in onderlinge samenhang en samenwerking. PZH zal haar regionale verbindende rol oppakken. ‘Samenhang’ komt overeen met de RES Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken u dit standpunt te behouden. Wij vragen ons af óf en hoe dit ook meer kan zijn dan alleen vragen om afstemming. Het afwegingskader Warmtekeuze ordent potentiële warmtebronnen op een eigenschap die tot nu toe in de energietransitie onderbelicht blijft: de energiekwaliteit van de energiedragers. Dit komt overeen met het standpunt van RES Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken u dit te behouden.
Energietoepassing van houtige biomassa heeft niet onze voorkeur. Alleen groene grondstoffen die niet (langer) geschikt zijn voor hoogwaardige toepassingen komen voorts in aanmerking. Dit komt overeen met het standpunt van RES Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken u dit te behouden. De regio vindt het wenselijk dat dit standpunt een meer sturend karakter krijgt. Bij de inrichting van de gebouwde omgeving en klimaatadaptieve nieuwbouw wil de provincie de energievraag voor koude zoveel mogelijk beperken en voorzien vanuit duurzame bronnen. Dit komt overeen met het standpunt van RES Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken u dit te behouden. De RES Rotterdam Den Haag ziet koude primair als lokaal vraagstuk. Naarmate oplossingen (bijvoorbeeld meer groen of water in stedelijke omgeving) een grotere bijdrage aan de leefomgevingskwaliteit leveren krijgen deze meer gewicht. Het is ons niet duidelijk wat hier staat en verzoeken u dit te verduidelijken. Voor de collectieve benutting van geothermie en aquathermie verkent de provincie het belang en de mogelijkheden om sturing van deze bronnen op te nemen in het toekomstige omgevingsbeleid. De regio verzoekt om duidelijk te maken hoe de sturing vormgegeven wordt. Waarop wordt gestuurd? En wat is hierbij de rol van provincie, regio en gemeenten? De RES Rotterdam Den Haag biedt de handvatten om de sturing duidelijk en concreet te maken.
3.2.2. Bovenlokaal warmtenetwerk Netwerken In het stuk mist de regio Rotterdam Den Haag we een breder verhaal en omgevingsregels rondom het realiseren van warmtenetten. Zienswijze ‘Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie’
6
RES Rotterdam Den Haag
Toekenning van bronnen In de warmtetransitie is een mix nodig van alternatieven bronnen. Als regio Rotterdam Den Haag willen we graag meegeven dat er niet alleen gekeken moet worden naar de grootste warmtevragers als uitgangspunt van de verdeling van bronnen. We zien graag een verduidelijking van de provincie in het stuk hoe de afweging tussen bronnen en warmtevragers tot stand komt. Samenhang Wij willen benadrukken dat de warmtevoorziening in zijn geheel bekeken moet worden. Keuzes rondom de warmtevoorziening moeten leiden tot passende oplossingen in de hele regio en voor het gehele energiesysteem. Hoe zorgt de provincie ervoor dat de onderlinge effecten en afhankelijkheden meegenomen worden in de afwegingen? Geothermie Wij zien graag dat bij geothermie de afwegingen vanuit de provincie gehouden worden bij strikte provinciale belangen (grondwater, etc.). We verzoeken u dat niet verder uit te breiden. De ontwikkeling van een bovenlokaal en klimaatneutraal warmtetransportnetwerk sluit goed aan bij de afspraken uit het klimaatakkoord, de Regionale Energiestrategie en het Rijks en provinciaal beleid. Dit komt overeen met de RES Rotterdam Den Haag, met uitzondering van ‘klimaatneutraal’.
Om deze CO2 vrije warmte optimaal te benutten is uitbreiding van het provinciaal warmtetransportnet nodig om de warmte te kunnen inzetten in de grote vraagconcentratiegebieden in de steden en glastuinbouw. De regio Rotterdam Den Haag mist hier de aandacht voor provinciale dekking. Kleinere kernen waar ook een warmtevraag is lijken hiermee buiten de boot te vallen. Graag zien wij ook aandacht voor kleinere warmtevraag gebieden, en zien we op dit punt verduidelijkt vanuit een breed provinciaal standpunt. De realisatie van deze bovenregionale warmte-infrastructuur is een essentieel onderdeel van een goed werkend warmtesysteem waarin de vraag naar warmte wordt vervuld door een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening. Het warmtetransportnet maakt het gebruik van restwarmte mogelijk waardoor de hoge kwaliteit energie (elektriciteit en gas) elders efficiënt kan worden ingezet én bespaard. Dit komt overeen met het standpunt van RES Rotterdam Den Haag. Wij verzoeken u dit te behouden. De inzet van restwarmte en geothermie kan in belangrijke mate bijdragen aan de warmtetransitie en aan de provinciale beleidsambitie voor de gebouwde omgeving. De regio Rotterdam Den Haag mist hier de glastuinbouw. Dit is onderbelicht in de warmteparagraaf.
In de RES Rotterdam Den Haag leggen we nadruk op het belang van de koppeling met de glastuinbouw en zien dit graag ook terug in het provinciaal beleid. De provincie neemt een rol in deze samenwerking en richt zich daarbij specifiek op succesvolle ontwikkeling van bovenlokale CO2 vrije warmtenetwerken zodat voldoende capaciteit ontstaat om vraag en aanbod van warmte op een efficiënte wijze bij elkaar te brengen. De realisatie van het warmtetransportnetwerk zal tevens de aanleg van nieuwe distributienetten aanjagen, waar lokale warmtebronnen (zoals geothermie) ook gebruik van kunnen maken. Wanneer een lokale bron operationeel wordt, kan de restwarmte uit het bovenregionale netwerk elders worden ingezet en daar de warmtetransitie verder helpen.
Zienswijze ‘Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie’
7
RES Rotterdam Den Haag
Er lijkt hier te worden gewerkt vanuit aanbod gedreven ontwikkeling. In de RES Rotterdam Den Haag willen we juist (ook) vraag gedreven de transitie benaderen. Hierbij zou de provincie wat ons betreft meer bij kunnen aansluiten.
De provincie verkent en ontwikkelt mogelijkheden om de publieke belangen van warmtenetwerken (duurzaamheid, betaalbaarheid, leveringszekerheid, toegankelijkheid) te borgen en organiseren. Het gebruik van een grootschalig warmtenetwerk is relatief nieuw in Nederland ondanks de investeringen voor de aanleg zal zij de totale maatschappelijke kosten omlaag brengen. Inhoudelijk komt dit punt overeen met het standpunt van RES Rotterdam Den Haag.
3.3.1 Regionale energie-infrastructuur Ondergrond De regio ziet graag de visie van de provincie terug op het gebruik en inpassing van energiesystemen en infrastructuren in de ondergrond. De wens van de RES-partners is daarbij dat, met het oog op ontwikkeling van decentrale energiesystemen en bodemenergiesystemen als onderdeel daarvan, de genoemde visie in onderlinge afstemming tussen decentrale overheden te ontwikkelen. Realisatie van de ambities uit de RES zijn gebaat bij heldere beleidsregels in de bodemenergieplannen en voortvarend onderling overleg en afstemming hierover. Specifiek aandachtspunt hierbij zijn de mogelijkheden om af te wijken van beleidsregels zonder dat deze negatieve effecten hebben op grondwater. Kaart Er wordt op meerdere plekken aangegeven dat de infrastructuur leidend of bepalend moet zijn. Vanuit de regio Rotterdam Den Haag is er behoefte aan een concrete kaart (of een link naar) waar de netwerken op staan, huidig en toekomstig. Dit kan helpen bij het programmeren en prioriteren. Aanlanding Wind op zee Wind op zee is een aangelegenheid van het Rijk. Echter, deze energie komt wel ergens aan land. Vanaf dat moment heeft het een relatie met de infrastructuur in de provincie. Graag ziet de RESregio Rotterdam Den Haag terug hoe de provincie omgaat met de aanlanding van wind op zee, gezien het belang hiervan voor de regionale energie-infrastructuur.
Zienswijze ‘Herziening Omgevingsbeleid module energietransitie’
8
RES Rotterdam Den Haag