CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

70.Memo Werkwijze nieuwe initiatieven en adviesrecht raad; bijlage lijst

Gemeenteraad 31 januari 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst ingekomen stukken1.707 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage I Lijst van categorieën van activiteiten waarvoor: a) advies van de gemeenteraad nodig is voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; en b) participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht wordt gesteld.

Categorie

a) Adviesrecht (16.15a onder b Ow)

1. Woningen

1.1 Het toevoegen van 20 of meer woningen binnen de bebouwde kom; 1.2 Het toevoegen of bouwen van 5 of meer woningen in het buitengebied; 1.3 het gebruiken van 10 of meer recreatiewoningen voor permanente bewoning

1.5 De realisatie van nieuwe huisvesting voor tijdelijke bewoning door arbeidsmigranten (20 of meer woonunits)

1.3 het gebruiken van 2 of meer recreatiewoningen voor permanente bewoning 1.4 Het gebruiken van 1 of meer woningen voor kamergewijze verhuur 1.5 De realisatie van nieuwe huisvesting voor tijdelijke bewoning door arbeidsmigranten (5 of meer woonunits)

2.2 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid van 5000 m2 of meer in het buitengebied;

2.1 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie dan het omgevingsplan toestaat, zowel in de bebouwde kom als op bedrijventerreinen; 2.2 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid van 1000 m2 of meer in het buitengebied;

2. Bedrijvigheid

3. Projecten m.b.t. energie opwekking

b) Verplichte participatie (16.55 lid 7) 1.1 Het toevoegen van 5 of meer woningen binnen de bebouwde kom; 1.2 Het toevoegen of bouwen van 2 of meer woningen in het buitengebied;

3.1 Het realiseren van 1 of meer windturbines van meer dan 15 meter as-hoogte; 3.2

3.1 Het realiseren van 1 of meer windturbines, ongeacht de hoogte; 3.2 Het realiseren van weiden met zonnepanelen van minimaal 250 m2; 1

Corsanummer: 21ID030347

4. Infrastructurele projecten 5. bebouwing in / nabij natuurgebieden

Het realiseren van weiden met zonnepanelen van minimaal 1 hectare; 3.3 Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals buurtbatterij, biomassa-installatie en waterstof). Het aanleggen/ bouwen van grootschalige infrastructurele (kunst)werken; het uitbreiden of oprichten van bebouwing van 1000 m2 of meer in Natura 2000 gebieden en in andere gebieden die onderdeel uitmaken van het NatuurNetwerk Nederland (NNN)

3.3 Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals buurtbatterij, biomassa-installatie en waterstof). Het aanleggen/ bouwen van infrastructurele (kunst)werken; het uitbreiden of oprichten van bebouwing van 1000 m2 of meer in Natura 2000 gebieden en in andere gebieden die onderdeel uitmaken van het NatuurNetwerk Nederland (NNN)

TOELICHTING Het adviesrecht van de gemeenteraad De Omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college van B&W In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad stelt kaders vast, en het college geeft uitvoering aan deze kaders (en toetst of initiatieven passen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders). Daarnaast houdt de gemeenteraad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Ook in de nieuwe situatie is het college van B&W het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Het college krijgt wel meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten. De huidige situatie: ‘verklaring van geen bedenkingen (vvgb)’ Het kan zijn dat een bouwplan niet past in het bestemmingsplan en het niet mogelijk is om via een binnenplanse afwijking of via bij AMvB aangewezen gevallen (kruimellijst) medewerking te verlenen. In dat geval kan het college onder de huidige wetgeving uitsluitend een omgevingsvergunning voor een initiatief of (bouw)plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen, met instemming van de gemeenteraad.

Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, een zogenoemde vvgb. Om het werkbaar te houden wijst de raad gevallen aan waarin een vvgb niet nodig is. In 2018 heeft de gemeenteraad deze zogenaamde ‘negatieve lijst’ vastgesteld. Ingevolge deze lijst is in essentie alleen vvgb vereist in gevallen waarbij een initiatief tevens in strijd is met het (ruimtelijke) gemeentelijke en provinciale beleid. Het adviesrecht vervangt de vvgb Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b Omgevingswet). Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Het advies van de raad is bindend. Voor de niet-aangewezen gevallen is (uiteraard) geen advies van de gemeenteraad vereist. 2 Corsanummer: 21ID030347

Raadsbesluit nodig over adviesrecht De gemeenteraad moet – vóórdat de Omgevingswet in 2022 van kracht wordt - een besluit nemen over de gevallen waarin zij advies wil geven. Het huidige raadsbesluit ‘aanwijzingslijst gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’ vervalt namelijk automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regelt de gemeenteraad niets, dan heeft het college geen verplichting om bindend advies te vragen aan raad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Eenvoudigere en snellere procedures De gemeenteraad moet bij het bepalen van de gevallen meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Ook bij afwijkingen van het omgevingsplan is de reguliere procedure van toepassing (in principe 8 weken, optioneel 6 weken verlening). Hoewel er enkele gevallen zijn waarbij de termijn kan worden verlengd (onder meer op verzoek van aanvrager of als bevoegd gezag dat beslist) is de planning van de raadscyclus – en daarmee het agenderen in de gemeenteraad – daarbij echter geen reden om de procedure te verlengen. Het is dan ook zinvol dat de gemeenteraad vooraf bepaalt waar hij wel en geen rol voor zich ziet.

Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Participatie in de Omgevingswet Participatie is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Participatie houdt in dat belanghebbenden (inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties én andere overheden) in een zo vroeg mogelijk stadium bij een initiatief worden betrokken. Dus voordat een vergunningaanvraag wordt ingediend of een ontwerpbesluit bekend wordt gemaakt. Immers, alleen dan kan een belanghebbende de planvorming nog echt beïnvloeden. De verwachting is dat vroegtijdige participatie zal resulteren in betere besluiten, meer draagvlak en minder bezwaar- en beroepsprocedures. Bij de vaststelling van de kerninstrumenten (omgevingsvisie, omgevingsprogramma en omgevingsplan) moet de gemeenteraad motiveren hoe belanghebbenden bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten hiervan zijn. Hierbij moet aangegeven worden hoe invulling is gegeven aan het participatiebeleid. Bij een omgevingsvergunning moet de aanvrager aangeven of hij omwonenden bij de aanvraag betrokken heeft. En hij moet duidelijk maken wat er uit die participatie is gekomen. De aanvrager mag zelf weten of en op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. Vergunningverlening: toets Omgevingsplan In veruit de meeste gevallen is de gemeente het bevoegd gezag voor het verlenen van de vergunning.

De gemeente toetst dan ook of het initiatief past in het omgevingsplan. Daarbij zijn er drie mogelijkheden: 1) Het initiatief past binnen de regels. Gemeente verleent de vergunning, want het past binnen de kaders; 2) Het initiatief past met een binnenplanse afwijking. Zo’n afwijking kennen we nu ook in onze be- stemmingsplannen. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (binnenplanse opa); of 3) Het initiatief past niet. Als de gemeente wil meewerken aan het initiatief, moet ze een vergunning gaan verlenen in afwijking van het omgevingsplan. Zo’n initiatief is dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (buitenplanse opa). Participatie bij vergunningverlening Bij mogelijkheid 1 en 2 is participatie voor een initiatiefnemer niet verplicht. Dit zijn activiteiten die binnen de regels van het omgevingsplan vallen. Participatie kan wel verplicht zijn als iemand een vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (mogelijkheid 3) aanvraagt. Dat zijn 3 Corsanummer: 21ID030347

activiteiten die niet in het omgevingsplan staan. Hierover heeft dus nog geen participatie plaatsgevonden. Of participatie in deze situatie wel of niet verplicht is, is aan de gemeenteraad om te bepalen. De gemeenteraad kan namelijk categorieën van gevallen aanwijzen waarvoor deze verplichting geldt. Dat staat in artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet. Bij deze categorieën van verplichte participatie geldt dat de aanvrager bij de aanvraag van de vergunning moet laten zien hoe hij belanghebbenden bij de aanvraag heeft betrokken. De aanvrager mag echter zelf weten op welke manier hij de belanghebbenden bij de aanvraag betrekt. Het besluit van de gemeenteraad De gemeenteraad beslist dus of participatie ook verplicht moet zijn bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (opa’s). Hier zijn drie opties om uit te kiezen: 1) Participatie bij buitenplanse opa’s is niet verplicht; 2) Participatie bij buitenplanse opa’s is zo vaak mogelijk verplicht; of 3) Alleen in bepaalde categorieën van gevallen is participatie verplicht. Ad 1. Voorstanders van deze optie willen terughoudend zijn in het opleggen van regels en dus ook de verplichting van participatie. Ad 2. Voorstanders van deze optie menen dat het niet logisch is dat participatie in alle instrumenten van de Omgevingswet verplicht is, behalve bij deze buitenplanse OPA’s. Als je het overal verplicht, wees dan ook consequent.

Vooral ook omdat er bewust wordt afgeweken van de regels uit het omgevingsplan. Dat kan nogal consequenties hebben voor omwonenden en belanghebbenden. Echter, een algemeen besluit het ‘in alle gevallen’ van buitenplanse opa’s participatie verplicht te stellen, is niet toegestaan. Er dient expliciet gemaakt te worden in welke gevallen de verplichte participatie dus wel geldt. In deze optie wordt een zo compleet mogelijke lijst van categorieën van gevallen vastgesteld. Nadeel van deze optie is dat initiatiefnemers in veel gevallen kosten moeten maken om participatiegelegenheid te bieden (afhankelijk van het project zullen zij meer of minder inspanningen moeten leveren en meer of minder kosten moeten maken). Hiernaast moet de gemeente al de betreffende aanvragen toetsen, hetgeen impliceert dat ook moet worden vastgesteld of aanvrager aan zijn participatieplicht heeft voldaan. Dit brengt ook kosten voor de gemeente met zich mee. Ad 3. Voorstanders van deze optie kiezen ervoor om heel bewust te kijken naar initiatieven die veel (ruimtelijke) impact hebben. De verwachting bestaat dat participatie juist bij dergelijke (grote) projecten meer zal opleveren en dus meer gerechtvaardigd is. Vaak wordt hier een koppeling gemaakt met de lijst van gevallen waarvoor de gemeenteraad gebruik wil maken van haar adviesrecht.

Maar het staat de gemeenteraad geheel vrij om eigen categorieën van gevallen aan te wijzen.

4 Corsanummer: 21ID030347

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13751886/1