7. BOVAG; Wetsvoorstel Digitaal Opkopers Register (DOR); Brief van ministerie van justitie en-veiligheid 31-10-2017
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag
Bovag t.a.v. de heer Postbus 1100 3980 DC BUNNIK
Datum 31 oktober 2017 Onderwerp Vrijstellingsverzoek DOR mobiliteitsbranche
Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen
Directie Beschermen, Aanpakken en Voorkomen DBAV Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj
Ons kenmerk
2144863 Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Geachte heer Op 10 april, 29 mei en 22 september 2017 hebben vertegenwoordigers van de Nationale Politie en het ministerie van Veiligheid en Justitie overleg gevoerd met een aantal partijen in de mobiliteitsbranche, waaronder de Bovag. Tijdens deze overleggen zijn de mogelijkheden verkend van een geautomatiseerde aansluiting van hetzij het RDW-kentekenregister, hetzij de boekhoudkundige software op het Digitaal Opkopers Register (DOR). Gaandeweg vatte bij de deelnemende partijen het inzicht post dat de huidige registratieplicht op basis van artikel 437Sr voor de handel in tweedehands gekentekende voertuigen weinig bijdraagt aan de beoogde bestrijding van heling van gestolen voertuigen. Zoals ook uit uw schríftelijke onderbouwing blijkt, waarvoor mijn dank, zijn de verplichtingen die voortvloeien uit de Wegenverkeerswet en het onderliggende Kentekenreglement immers zodanig vormgegeven dat de verkoop van gestolen voertuigen in Nederland niet mogelijk is. Zo dient de verkopende partij zich niet alleen te legitimeren, maar moet ook een tenaamstellingscode overleggen, die in principe alleen in het bezit is van de rechtmatige eigenaar.
Ten tweede moet de opkoper bij de transactie altijd een verzoek tot wijziging van de tenaamstelling bij de RDW indienen, welk verzoek pas gehonoreerd wordt als uit real-time controle op diefstalsignalering blijkt dat het voertuig niet als gestolen geregistreerd staat. Volgens cijfers van het CBS zijn in 2016 1.945.134 tweedehands personenauto's verkocht. Dat jaar zijn er volgens de jaarcijfers van AVc 9.179 auto's gestolen. Dat is 0,50Zo van de totale handel in tweedehands personenwagens. Bij 99,507o van de tweedehands handel vormt de registratie van de inkoop van deze voertuigen louter een belasting voor het inkoopregister, omdat hier sprake is van legale handel welke niet interessant is voor de politie. Voor de resterende 0,5ozb geldt dat de gestolen auto's deels gebruikt worden voor criminele doeleinden, zoals voor het uitvoeren van ramkraken of als vluchtauto. In dit geval is geen sprake van handel in de gestolen auto's en heeft het inkoopregister geen toegevoegde waarde. Voor een ander deel wordt die 0,5ozb in het buitenland verkocht en ook in dat geval sorteert het in Nederland verplichte inkoopregister geen effect. Deels Pagina 1 van 2
tenslotte worden gestolen auto's in onderdelen verhandeld. Met de Bovag zijn we tot de conclusie gekomen dat de registratieplicht voor deze categorie wel degelijk zinvol is. Datzelfde geldt bovendien voor buitenlandse import en voor de handel in ongekentekende voertuigen. Deze inzichten zullen meegenomen worden bij de vormgeving van de voorgenomen wijziging van artikel 437Sr, waarbij het DOR landelijk verplicht gesteld zal worden als inkoopregister. Het uitgangspunt dat het DOR in de toekomst niet opgelegd zal worden voor de handel in tweedehands gekentekende voertuigen, betekent niet op voorhand dat er dan geen alternatief register aangewezen wordt. Vanuit handhavingsoptiek en met het oog op de binnentredingsbevoegdheid van art. 552Sv houd ik de optie open dat het RDW-kentekenregister aangewezen wordt als verplicht register. Dit biedt het voordeel dat er enerzijds geen extra registratielast is voor handelaren in tweedehands gekentekende voertuigen, maar anderzijds de politie gerechtigd blijft elk onderkomen van autohandelaren te betreden zonder zich van tevoren ervan te moeten vergewissen of er sprake van handel in alleen gekentekende voertuigen of ook in onderdelen, buitenlandse import en/of ongekentekende voertuigen.
Directoraat-Generaal Straffen en Beschermen
Directie Beschermen, Aanpakken en Voorkomen DBAV Datum
31 oktober 2017 Ons kenmerk
2144863
Met het oog op de beoogde wetswijziging heeft u gevraagd of het mogelijk is dat de mobiliteitsbranche nu al vrijgesteld wordt van de verplichting tot het bijhouden van een inkoopregister (437Sr), een verkoopregister (APV) en de registratie in het DOR (aanwijzingsbesluit). Uw verzoek kan ik echter niet inwilligen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om ontheffing te verlenen voor bepalingen die in het wetboek van Strafrecht zijn opgenomen. Op dit moment zullen handelaren in tweedehands voertuigen moeten voldoen aan de verplichting een inkoopregister bij te houden. Het verkoopregister kan daarnaast op basis van art. 437terSr lokaal in de APV voorgeschreven worden. Dit is een gemeentelijke bevoegdheid waarover ik geen zeggenschap heb. In het Uitvoeringsbesluit bij art. 437Sr is bepaald dat de registratie in een doorlopend en door of namens de burgemeester gewaarmerkt register bijgehouden moet worden. Gemeenten vaardigen een aanwijzingsbesluit waarmerken DOR uit, waarmee ze het gebruik van het DOR als register verplicht stellen. Ook hier is thans sprake van een lokaal voorschrift, waarvoor ik geen ontheffing kan verlenen. In de wetenschap dat het niet zinvol is thans veel energie te stoppen in het aansluiten van handelaren in gekentekende voertuigen op het DOR, ben ik wel bereid de politie en gemeenten hieromtrent te informeren.
Zoals afgesproken zal ik hiertoe in november een brief versturen naar alle gemeenten. De politie wordt inmiddels geïnformeerd via de landelijk projectleider en implementatieleiders in de eenheden. De Minister van Veiligheid en Justitie,
Pagina 2 van 2