7. Bijlage Beleidsregels geluid in aandachtsgebieden Nissewaard bij raadsinformatiebrief programma geluid Nissewaard
Tekst van het document
Ontwerp
Gemeente Nissewaard
Beleidsregels voor Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden
Datum: 11 november 2024 Versie: Ontwerp Inhoud
Blz.
1 Inleiding .................................................................................................................................... 2 2 Toepassingsbereik ................................................................................................................... 2 3 Ontwerpfase ............................................................................................................................. 3 3.1 Quick Scan Geluid ....................................................................................................... 3 4 Toetsing wettelijk kader ............................................................................................................ 4 4.1 Overschrijding standaardwaarde ................................................................................. 4 4.2 Overschrijding grenswaarde ........................................................................................ 4 4.3 Geluidwering van de gevel .......................................................................................... 4 4.4 Aanvaardbaarheid ....................................................................................................... 4 5 Toetsing beleidskader ..............................................................................................................
5 5.1 Geluidluwe zijde .......................................................................................................... 5 5.2 Verstoring van de geluidluwe zijde .............................................................................. 6 5.3 Het ‘totale gezamenlijk’ geluid en geluidwering van de gevel ..................................... 6 6 Geluidbeperkende maatregelen ............................................................................................... 7 6.1 Maatregelen aan de geluidbron ................................................................................... 7 6.2 Maatregelen in de overdracht ..................................................................................... 7 6.3 Maatregelen aan het gebouw ...................................................................................... 8 7 Motivatie en compensatie ......................................................................................................... 9 7.1 Motivatie ...................................................................................................................... 9 7.2 Compensatie ............................................................................................................... 9 8 Afwijkingsbevoegdheid ...........................................................................................................
10 Begrippenlijst ............................................................................................................................... 11
Bijlagen A. Woningen bij transformatie of vervangende nieuwbouw. B. Tijdelijke woningen.
Blad 1 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
1. Inleiding • Deze beleidsregels dienen betrokken te worden bij plannen waarbij nieuwe woningen worden gerealiseerd nabij wegen, spoorwegen en industrie. • Deze regels zijn gericht op het geluid ten gevolge van deze wegen, spoorwegen en industrie en de gevolgen van dit geluid voor de nieuwe woningen. • Deze beleidsregels zijn in overeenstemming met de huidige wet- en regelgeving, met name: - Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), paragraaf 5.1.4.2a.4; - Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), paragraaf 4.3.1; - Het gemeentelijk ontheffingsbeleid Wgh. • Doel is het beschermen van de gezondheid en het milieu door geluid.
2. Toepassingsbereik Deze beleidsregels zijn van toepassing op: • Nieuwe woningen in een geluidaandachtsgebied, waaronder: - Nieuwe woningen bij transformatie of vervangende nieuwbouw, zie bijlage A; - Tijdelijke nieuwe woningen, zie bijlage B. Deze regels zijn niet van toepassing op: • Geluidgevoelige gebouwen met een onderwijsfunctie, een zorgfunctie of een maatschappelijke functie. • Woonwagens en woonboten. De geluidaandachtsgebieden zijn ten gevolge van de volgende vier geluidbronsoorten: • • • •
Provinciale wegen en rijkswegen; Gemeentewegen en waterschapswegen; Lokale spoorwegen Industrieterreinen.
Zie verder de “Begrippenlijst” op blz. 11.
Blad 2 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
3. Ontwerpfase Bij een plan met een nieuwe woning in een geluidaandachtsgebied schrijft het Besluit kwaliteit leefomgeving, paragraaf 5.1.4.2a.4, voor: • Dat akoestisch onderzoek moet plaatsvinden, en; • Dat onderzocht moet worden of er sprake is van aanvaardbaar geluid. Tijdens de ontwerpfase van een ontwikkeling moet daarom eerst onderscheid gemaakt worden tussen de volgende aspecten: • Geluid door activiteiten, zoals separate bedrijven en verenigingen en solitaire installaties en handelingen; • Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden, zoals van gemeentewegen, rijkswegen, spoorwegen en industrieterreinen; • Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer; • Indirecte akoestische effecten van wijzigingen in de geluidoverdracht; • Trillingen. Dit is in lijn met de methodiek die het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) hanteert in paragraaf 5.1.4 “Beschermen van de gezondheid en het milieu”. 3.1 Quick Scan Geluid Indien bij een ontwikkeling een of meer van deze aspecten een rol spelen, is het raadzaam om bij de gemeente (De omgevingsdienst DCMR verzorgt dit namens de gemeente Nissewaard) advies in te winnen.
Met een Quick Scan van de al beschikbare informatie kan met betrekking tot geluid en trillingen de zwaarte en complexiteit van de ontwikkeling aangegeven worden en kan worden bepaald in hoeverre aandacht aan geluid en trillingen nodig is in het verdere traject. Met de Quick Scan Geluid wordt een inventarisatie gemaakt van de relevante wet- en regelgeving en wordt aangegeven welke informatie door de initiatiefnemer moet worden aangeleverd. Het is met name bedoeld al een eerste inventarisatie van mogelijke effecten, opties en varianten, zodat een voorstel voor een voorkeursalternatief in een vroeg stadium kan worden afgewogen. In latere fases van plan- en besluitvorming is gedetailleerder onderzoek vereist. • Bij een plan met nieuwe woningen in een geluidaandachtsgebied moet vroegtijdig afstemming over het ontwerp plaatsvinden met de ontwikkelaar. • Wij adviseren een Quick Scan Geluid in geval van: -
Een plan met nieuwe woningen in meerdere geluidaandachtsgebieden; Een plan met nieuwe woningen in een geluidaandachtsgebied, met ander relevant geluid zoals van activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven, waaronder ook politie en brandweer e.d.), een bedrijventerrein, school-, sport- of evenemententerrein en geluid van aangemeerde en varende schepen.
Blad 3 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
4. Toetsing wettelijk kader Het Bkl, paragraaf 5.1.4.2a.4, geeft regels voor het uitvoeren van het akoestisch onderzoek: • Bepaal het geluid (in Lden) ten gevolge van de relevante geluidbronsoorten (van de aandachtgebieden dus) op de gevel. • Is er een overschrijding van de standaardwaarde, dan a. Bepaal het gecumuleerde geluid (in Lden) en beoordeel of dit geluid aanvaardbaar is. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de classificering van de milieukwaliteitsmaat volgens de methode Miedema. b. Bepaal het gezamenlijk geluid (in Lden) en leg dit geluid vast. Indien voor een industrieterrein geen Gpp’s zijn vastgesteld, dan is de standaardwaarde 50 dB(A) en de grenswaarde 55 dB(A). Let wel, voor het bepalen van het gecumuleerde geluid (in Lden) en het gezamenlijk geluid (in Lden) moet van een industrieterrein het geluid (in Lden) worden betrokken en niet de geluidbelasting (in dB(A)-etmaalwaarde). 4.1 Overschrijding standaardwaarde • Bij een overschrijding van de standaardwaarde moet onderzoek worden gedaan naar geluidbeperkende maatregelen (bron/overdracht/gebouw). Zie hoofdstuk 6. • Indien de overschrijding niet (geheel) ongedaan kan worden gemaakt, moet dit worden gemotiveerd. Zie hoofdstuk 7. • Maak duidelijk welke geluidbeperkende maatregelen getroffen worden, eventueel indicatief met voorwaarden (haalbaarheid).
• Bij een overschrijding van de standaardwaarde moet aandacht worden besteed aan het aspect ‘geluidluwe zijde’. Zie hiertoe hoofdstuk 5. 4.2 Overschrijding grenswaarde • Bij een overschrijding van de grenswaarde moet onderzoek worden gedaan naar geluidbeperkende maatregelen (bron/overdracht/gebouw). Zie hoofdstuk 6. • Indien de overschrijding niet (geheel) ongedaan kan worden gemaakt, moet dit worden gemotiveerd. Zie hoofdstuk 7. • Maak duidelijk welke geluidbeperkende maatregelen getroffen worden, eventueel indicatief met voorwaarden (haalbaarheid). • Bij een overschrijding van de grenswaarde moet aandacht worden besteed aan het aspect ‘geluidluwe zijde’. Zie hiertoe hoofdstuk 5. • Bij een overschrijding van de grenswaarde moet de gevel waarop de grenswaarde wordt overschreden uitgevoerd worden als een ‘niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’. 4.3 Geluidwering van de gevel Het Bbl, paragraaf 4.3.1, schrijft voor dat de geluidwering van de gevel wordt bepaald op basis van het gezamenlijk geluid (in Lden) op de gevel en een binnenwaarde van 33 dB. • Bepaal de benodigde geluidwering en vermeld het toe te passen spectrum. • Maak duidelijk welke geluidwerende voorzieningen in de gevel getroffen worden, eventueel indicatief met voorwaarden (haalbaarheid).
4.4 Aanvaardbaarheid • Bepaal of de ontwikkeling erin voorziet dat op de woningen het geluid door de geluidbronsoorten aanvaardbaar is. Zie hoofdstuk 7.
Blad 4 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
5. Toetsing beleidskader Het gemeentelijk beleid geeft invulling aan artikel 5.78ab van het Bkl. 5.1 Geluidluwe zijde De methodiek van het gemeentelijk ontheffingsbeleid blijft ongewijzigd na de invoering van de Omgevingswet, uitgezonderd de grenswaarde voor geluidluw in relatie tot de geluidluwe gevel en de geluidluwe buitenruimte. Deze grenswaarde wordt voor de verschillende geluidbronnen beleidsneutraal omgezet naar de eenheid ‘Lden’ (zonder aftrek Wgh). • Bij een overschrijding van de standaardwaarde moet de woning worden voorzien van tenminste één geluidluwe gevel en (indien het gebouw over een buitenruimte beschikt) van tenminste één geluidluwe buitenruimte. • Een gevel of buitenruimte is geluidluw als het geluid van elke geluidbronsoort niet hoger is dan: Tabel 1: Grenswaarde voor geluidluw bij een gevel en bij een buitenruimte Geluidbronsoort
Gevel
Buitenruimte
Provinciale wegen Rijkswegen
50 Lden
55 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
58 Lden
Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen
55 Lden
60 Lden
Industrieterreinen
50 Lden
55 Lden
• Bepaal het geluid (in Lden) van elke geluidbronsoort ter plaatse van de geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte. • Maak duidelijk of elke woning wordt voorzien van een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte, eventueel met aanvullende geluidbeperkende maatregelen (bron/overdracht /gebouw). Zie hoofdstuk 6. • Maak duidelijk welke aanvullende geluidbeperkende maatregelen getroffen worden, eventueel indicatief met voorwaarden (haalbaarheid). • Indien een woning niet wordt voorzien van een geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte, moet dit worden gemotiveerd. Zie hoofdstuk 7.
Overschrijding standaardwaarde met 5 dB Voor geluidluwe gevels kan indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om te voldoen aan de in de definitie aangegeven maximale geluidwaarde van de standaardwaarde in uitzonderingen een overschrijding van de standaardwaarde bij geluidluwe gevel tot maximaal 5 dB worden toegestaan. Hierbij dient gemotiveerd te worden dat er ruimtelijk overwegende bezwaren zijn om de standaardwaarde te halen met hierbij een belangenafweging.
Blad 5 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
5.2 Verstoring van de geluidluwe zijde Onderdeel van het gemeentelijk ontheffingsbeleid is de verstoring ter plaatse van de geluidluwe gevel en de geluidluwe buitenruimte, door geluid anders dan het geluid waarvoor de gevel en buitenruimte geluidluw is. Denk hierbij aan verstoring door geluid van andere geluidaandachtsgebieden en verstoring door geluid van activiteiten (zoals bedrijven, waaronder ook politie en brandweer e.d.), een bedrijventerrein, school-, sport- of evenemententerrein en geluid van aangemeerde en varende schepen. • Er dient rekening te worden gehouden met de verstoring van het geluid ter plaatse van de geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte. • Bepaal het ‘totale gezamenlijk’ geluid (in Lden) ter plaatse van de geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte op basis van alle relevante geluidbronnen en geluidsoorten. Let wel, betrek hierbij het geluid (in Lden) van elke relevante geluidbron en geluidsoort en niet de geluidbelasting in dB(A) of in dB(A)-etmaalwaarde. • Bepaal de verstoring (de toename van het geluid) ter plaatse van de geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte. • Maak duidelijk welke aanvullende geluidbeperkende maatregelen (bron, overdracht, gevel) getroffen worden, eventueel indicatief met voorwaarden (haalbaarheid), om de verstoring zoveel mogelijk ongedaan te maken. Zie hoofdstuk 6.
• Indien er sprake is van sterke verstoring, moet dit worden gemotiveerd. Zie hoofdstuk 7. 5.3 Het ‘totale gezamenlijk’ geluid en geluidwering van de gevel De binnenwaarde van 33 dB op basis van het gezamenlijk geluid (in Lden) kan wordt verstoord door geluid van activiteiten, zoals bedrijven (waaronder ook politie en brandweer e.d.), een bedrijventerrein, school-, sport- of evenemententerrein en geluid van aangemeerde en varende schepen. • Bij het bepalen van de juiste geluidwering van de gevel rekening te houden met het geluid van aangemeerde en varende schepen en met ander relevant geluid. • Bepaal het ‘totale gezamenlijk’ geluid (in Lden) op de gevel met het bijbehorend spectrum van tenminste 63 Hz t/m 4 kHz, op basis van alle relevante geluidbronnen en geluidsoorten. • Bepaald de benodigde geluidwering op basis van een binnenwaarde van 33 dB. • Maak duidelijk welke aanvullende geluidwerende voorzieningen in de gevel getroffen worden, eventueel indicatief met voorwaarden (haalbaarheid). • Indien er sprake is van een binnenwaarde hoger dan 33 dB, moet dit worden gemotiveerd. Zie hoofdstuk 7.
Nestgeluid Volgens het “Regionaal Afsprakenkader Geluid & Ruimtelijke ontwikkeling” (4 december 2023) met de bijlage “Interim-werkwijze nestgeluid Regio Rijnmond” (28 augustus 2023) en het “Wijzigingsbesluit Omgevingsverordening Zuid-Holland Nestgeluid” (12 oktober 2022, met kenmerk PZH-2022-804760770) moet rekening worden gehouden met het nestgeluid.
Blad 6 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
6. Geluidbeperkende maatregelen Voor de toetsing aan het wettelijk kader en het beleidskader moet onderzoek worden gedaan naar het treffen van geluidbeperkende maatregelen, indien er sprake is van: • • • •
Overschrijding van de standaardwaarde, zie hoofdstuk 4.1; Overschrijding van de grenswaarde, zie hoofdstuk 4.2; Overschrijding van de grenswaarde voor geluidluw, zie hoofdstuk 5.1; Verstoring van het geluid ter plaatse van de geluidluwe zijde, zie hoofdstuk 5.2.
Voor het treffen van geluidbeperkende maatregelen wordt de volgende prioritering gehanteerd: • Eerst maatregelen aan de geluidbron; • Dan maatregelen in de overdracht tussen geluidbron en de woning; • Als laatste maatregelen aan het gebouw dan wel woning. Bij ontwikkelingen waar meer dan 100 woningen worden toegevoegd moeten onderstaande maatregelen aan de geluidbron en overdrachtsmaatregelen worden afgewogen op haalbaarheid en financiële doelmatigheid. 6.1 Maatregelen aan de geluidbron Voor wegverkeer: • Geluidarm wegdek (stil asfalt). Het aanbrengen van geluidarm wegdek kan tijdens een gepland onderhoud. Onderzocht moet worden of dit inpasbaar is in de onderhoudsplanning. Als dit het geval is, kan aan de ontwikkelaar een proportionele bijdrage worden gevraagd voor de kosten. • Snelheidsverlaging. Dit is alleen mogelijk daar waar een snelheidsverlaging verkeerskundig ook wenselijk is. 6.2 Maatregelen in de overdracht Voor wegverkeer: • Geluidscherm of geluidwal. Deze maatregel is op grotere afstand van de geluidbron minder effectief voor woningen op grotere hoogte en is alleen mogelijk als er voldoende ruimte is. De ontwikkelaar hoeft deze maatregel alleen te beschouwen bij hoofdontsluitingswegen. • Diffractor (geluidgoot). Deze maatregel moet worden beschouwd waar voldoende ruimte is.
Blad 7 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
6.3 Maatregelen aan het gebouw • Geluidbeperkende maatregelen aan het gebouw betreffen: - Maatregelen aan de gevel, zoals een balkon, loggia, plaatselijke afscherming voor een (te openen) geveldeel, voorzetgevel, vliesgevel, geluidabsorberende materialen; - Maatregelen in de gevel, zoals suskasten, extra beglazing en kierdichting; - Maatregelen in het gebouw, zoals gunstige indeling van slaap- en woonvertrekken. • Maatregelen aan de gevel hebben tot doel om het geluid op de gevel te beperken, meestal door afscherming van een balkon, scherm, loggia (heeft vanuit de gemeente niet de voorkeur) of door geluidabsorptie. • Maatregelen in de gevel hebben tot doel om voldoende geluidwering te realiseren in relatie tot het geluid op de gevel en de benodigde geluidbinnenwaarde. • Het geluid op de gevel kan niet worden beperkt door maatregelen in de gevel. • Maatregelen aan het gebouw gelden voor alle nieuw te bouwen woningen, waar sprake is van een nieuwe gevelopbouw. • Slaapvertrekken moeten bij voorkeur aan de geluidluwe zijde zijn gelegen.
Blad 8 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
7. Motivatie en compensatie Indien na het treffen van geluidbeperkende maatregelen (zie hoofdstuk 6) alsnog sprake is van: -
Overschrijding van de standaardwaarde Overschrijding van de grenswaarde; Overschrijding van de grenswaarde voor geluidluw; Verstoring van het geluid ter plaatse van de geluidluwe zijde.
moet dit telkens worden gemotiveerd en gecompenseerd. 7.1 Motivatie De motivatie bestaat uit de volgende onderdelen: • Beargumenteer waarom geluidbeperkende maatregelen niet in voldoende mate worden toegepast. - Betrek ook de bestaande, bestemde en geplande geluidgevoelige gebouwen. - Beoordeel of de maatregel technisch mogelijk is en financieel doelmatig en beschouw bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige en landschappelijke aard. - In het uiterste geval worden zwaarwegende economische of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen betrokken. • Beschrijf de consequentie, het nadelige gevolg, van de overschrijding dan wel verstoring voor het aspect ‘gezondheid en milieu’. 7.2 Compensatie • Maak duidelijk welke compenserende maatrelen worden getroffen, eventueel indicatief met voorwaarden (haalbaarheid). • Compensatie moet eerst gericht zijn op het aspect ‘geluid’, vervolgens op andere aspecten binnen het kader ‘gezondheid en milieu’ en tenslotte op aspecten buiten het kader ‘gezondheid en milieu’. • Voor compenserende maatregelen kan gedacht worden aan: - Een binnenwaarde lager dan 33 dB; - Geluidarme, gebouwgebonden installaties binnenshuis (ventilatie, afzuig, warmtepomp, lift).
- Extra geluidwering tussen ruimtes; - Een individuele buitenruimte die niet geluidluw is; - Een gemeenschappelijke, geluidluwe buitenruimte; - Een rustige en groene locatie op minder dan 300 meter loopafstand; - Duurzame en zuinige woning; - Meer wooncomfort; - Gezonde omgeving, goede infrastructuur, etc. • Aangetoond moet worden dat: - De consequentie, het nadelige gevolg, van de overschrijding dan wel verstoring voor het aspect ‘gezondheid en milieu’ in voldoende mate wordt gecompenseerd; - Dat er sprake is van aanvaardbaar geluid; - De gezondheid en het milieu in voldoende mate wordt beschermd tegen geluid.
Blad 9 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
8. Afwijkingsbevoegdheid De gemeente (college van burgemeester en wethouders) heeft een zekere beoordelingsvrijheid bij het hanteren van het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Zij kan in redelijkheid beslissen om al dan niet van deze beleidsregels af te wijken. Het college kan in uitzonderlijke gevallen en om zwaarwegende redenen, gemotiveerd af wijken van de eisen met betrekking tot de geluidluwe gevel, buitenruimte en woningindeling. Hierbij dienen overwegingen betrokken te worden als financiële, technische, maatschappelijke uitvoerbaarheid en een onderzoek naar alternatieve of compenserende maatregelen. Zie ook hoofdstuk 7.1.
Blad 10 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
Begrippenlijst
Buitenruimte: Een ruimte buiten de woning in de buitenlucht met een oppervlakte van tenminste 5 m2 en een breedte van tenminste 1.3 meter, die kennelijk bestemd is voor het verblijven van de gebruikers van de woning. - Het geluid in de buitenruimte wordt bepaald op een hoogte van 1.5 meter ten opzichte van de bovenkant vloer/bodem. - Hierbij wordt rekening gehouden met reflecties en afschermingen door balkons, gevels en overstekken. Gecumuleerd geluid: Het gecumuleerd geluid (in Lden) op de gevel is het geluid van verschillende geluidbronsoorten tezamen op die gevel, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen in hinderlijkheid tussen de verschillende soorten geluid. De Omgevingsregeling regelt het hinderequivalent optellen van geluid. Geluidaandachtsgebied: Een gebied langs een weg of spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde volgens tabel 5.78t van het Bkl. Geluidbronsoorten: De geluidbronnen met een geluidaandachtsgebied. Geluidgevoelige gevel: Een gevel aan een geluidgevoelige ruimte. Geluidgevoelige ruimte: Een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk gebruikt wordt als slaap-, woon-, of eetkamer of bestemd is voor een zodanig gebruik, alsmede een keuken van ten minste 11 m2. Geluidluwe buitenruimte: Een buitenruimte die geluidluw is op basis van tabel 1.
Geluidluwe gevel: Een gevel die geluidluw is op basis van tabel 1. Gevel: De buitenmuur van een gebouw, de scheiding tussen ‘koud’ (buiten) en ‘warm’ (binnen), het van buitenaf zichtbare deel van de muur. - Het geluid op de gevel wordt bepaald op 2/3 van de verdiepingshoogte. - Hierbij wordt rekening gehouden met reflecties en afschermingen door balkons, gevels en overstekken. Gezamenlijk geluid: Het gezamenlijk geluid (in Lden) op de gevel is het geluid van verschillende geluidbronsoorten tezamen op die gevel. Hierbij wordt geen berekening gehouden met verschillen in hinderlijkheid tussen de verschillende soorten geluid. Lden: Europese dosismaat voor geluid (day-evening-night indicator). De Lden is de ‘tijdsgemiddelde’ geluidmaat over de dag-, avond- en nachtperiode en de eenheid voor geluid ten gevolge van wegverkeer, railverkeer en industrie.
Blad 11 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
Totaal gecumuleerd geluid: Het totale gecumuleerd geluid (in Lden) op de gevel is het geluid ten gevolge van alle relevante geluidbronnen tezamen, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen in hinderlijkheid tussen de verschillende soorten geluid. - Hierbij wordt voor (separate) geluidbronnen met een muziekgeluidkarakter de muziektoeslag (K3) van 10 dB niet toegepast en wordt de bedrijfsduurcorrectie (Cb) niet achterwege gelaten. - Hierbij wordt rekening gehouden met de muziektoeslag (K3) in overeenstemming met de methodiek uit de “Meet- en rekenmethode geluid industrie” op basis van het totale gecumuleerd geluid ter plaatse van de gevel. Totaal gezamenlijk geluid: Het totale gezamenlijk geluid (in Lden) op de gevel is het geluid ten gevolge van alle relevante geluidbronnen tezamen. Hierbij wordt geen berekening gehouden met verschillen in hinderlijkheid tussen de verschillende soorten geluid. - Hierbij wordt voor (separate) geluidbronnen met een muziekgeluidkarakter de muziektoeslag (K3) van 10 dB niet toegepast en wordt de bedrijfsduurcorrectie (Cb) niet achterwege gelaten. - Hierbij wordt rekening gehouden met de muziektoeslag (K3) in overeenstemming met de methodiek uit de “Meet- en rekenmethode geluid industrie” op basis van het totale gezamenlijk geluid ter plaatse van de gevel. Woning: Gebouw dat voor bewoning gebruikt wordt of daartoe bestemd is.
--v--
Blad 12 van 13
Beleidsregels voor “Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden”
Ontwerp
Bijlagen A. Woningen bij transformatie of vervangende nieuwbouw. B. Tijdelijke woningen.
A Woningen bij transformatie en vervangende nieuwbouw • De eis voor een luwe gevel wordt voor vervangende nieuwbouw en transformatie projecten opgehoogd met 5 dB Lden ten opzichte van reguliere nieuwbouw. • Verder gelden dezelfde voorwaarden als bij reguliere nieuwbouw.
B Tijdelijk wonen Voor projecten waarbij in verband met acute woningnood tijdelijke huisvesting wordt gerealiseerd voor een periode van maximaal 10 jaar gelden de volgende voorwaarden • Een binnenniveau in de woning van maximaal 38 dB; • Streven naar en onderzoeken van de mogelijkheden voor een geluidluwe zijde en buitenruimte. De slaapkamers dienen zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde gesitueerd te worden.
Blad 13 van 13