CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Raad van State; Uitspraak inzake bestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord te Abbenbroek

Gemeenteraad 17 september 2025, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 t/m 67)2.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

..... Raad vanState

Afdeling bestuursrechtspraak

Pagina I van I

L._gem, :,:�- \iissewaard ·\fd. Raad van de gemeente Nissewaard

Postbus 25 3200 AA SPIJKENISSE

Datum

16 juli 2025

Ons nummer

202403762/1/R3

lnlichtingen

1 7 JULI 2025 c.c. Uw kenmerk

Onderwerp

Nissewaard Bp Gemeenlandsedijk Noord te Abbenbroek (Crisis- en herstelwet)

Procedure

Beroep

Geachte heer/mevrouw, In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling uitspraak gedaan. De procedure is daarmee beeindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier

-B-l-l6SS(CAO)

Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondencie de darnm en het nummer van deze brief vcrrnelden

Raad vanState 202403762/1 /R3. Datum uitspraak: 16 juli 2025

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen: I.v.B. en J.K, wonend in Abbenbroek, gemeente Nissewaard, appellanten,

en de raad van de gemeente Nissewaard, verweerder.

202403762/1/R3

2

16 juli 2025

Pracesverloop Bij besluit van 24 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Gemeenlandsedijk Noord Abbenbraek" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben B. en K. beraep ingesteld. D e raad heeft een verweerschrift ingediend. D e raad en B. en K. hebben nadere stukken ingediend. D e Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 26 mei 2025, waar B. en K., bijgestaan door mr. K. advocaat te Leiden, en de raad, vertegenwoordigd door J., S. en S., zijn verschenen. Oak is op de zitting Abacus Civiel B.V., vertegenwoordigd door C., vergezeld door R., als partij gehoord. Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de lnvoeringswet 1. Omgevingswet in werking getreden. Op grand van artikel 4.6, derde lid, van de lnvoeri ngswet Omgevingswet blijft op een beraep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp v66r het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk v66r dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherraepelijk is. Het ontwerpplan is op 16 november 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beraepspracedure het recht, waarander de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet (hierna: de Chw), zoals dat gold v66r 1 januari 2024 van toepassing blijft. lnleiding 2.

Het plangebied ligt aan de noordzijde van de bebouwde kom van Abbenbraek. Abacus Civiel B.V. wil daar 46 woningen bouwen. Omdat op grand van de beheersverardening "Gemeenlandsedijk Noord 23, 25 en 31 te Abbenbraek" geen woningbouw is toegestaan, heeft de raad het bestemmingsplan vastgesteld. 3. B. en K. wonen naast het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan en hebben daaram beraep ingesteld. De beroepsgronden Nieuwe beroepsgronden 4. B. en K. hebben in hun nadere stuk van 1 6 april 2025 aangevoerd dat de raad had moeten kiezen voor een alternatieve inrichting van het plangebied en dat in het plan ten onrechte niet is geborgd dat de huizen warden voorzien van een zadeldak.

202403762/1/R3

3

16 juli 2025

4.1. De Afdeling stelt vast dat B. en K. deze beroepsgronden niet in hun beroepschrift naar voren hebben gebracht. Op deze procedure is de Chw van toepassing. Op grond van artikel 1.6a van de Chw kunnen na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen beroepsgronden meer warden aangevoerd. In de bekendmaking van het besluit van 24 april 2024 of in het besluit van 24 april 2024 staat echter ten onrechte niet dat de Chw van toepassing is. Omdat bij bekendmaking is nagelaten te melden dat het geschil over de Chw gaat, heeft de Afdeling bij brief van 19 juni 2024 B. en K. in de gelegenheid gesteld gronden aan te voeren. Sinds deze brief van 19 juni 2024 wisten B. en K. dat de Chw van toepassing is en dat, met uitzondering van de in de brief van 19 juni 2024 geboden termijn van drie weken, geen nieuwe beroepsgronden buiten de beroepstermijn kunnen warden aangevoerd. Daarom laat de Afdeling de in het nadere stuk van 16 april 2025 voor het eerst aangevoerde gronden buiten beschouwing. Bouwhoogte 5. B. en K. betogen dat de nieuwe woningen te hoog warden. De nieuw te bouwen woningen moger.i maximaal 10 m hoog warden gebouwd. Als gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 13 van de planregels, mag zelfs 11 m hoog warden gebouwd. B. en K.hebben dit ook aangevoerd in hun zienswijze.

De reactie van de raad dat qua planologische bouwmogelijkheden en qua verschijningsvorm is aangesloten bij de woningen in de buurt, klopt volgens hen niet. Het plan maakt namelijk gestapelde bouw mogelijk. B. en K. begrijpen niet dat gestapelde bouw tegen hun perceelsgrens mogelijk is gemaakt. Daarbij voeren B. en K.aan dat de raad ten onrechte betrekt dat hun woning planologisch gezien 10 m hoog had mogen warden gebouwd. Feitelijk is de woning van B. en K.8,5 m en daardoor is de toegestane bouwhoogte niet passend. De raad stelt zich op het standpunt dat de in het bestemmingsplan 5.1. opgenomen bouwhoogtes passend zijn. Voor dit bestemmingsplan is qua bouwmogelijkheden aangesloten bij de planologische mogelijkheden in de omgeving. In de directe omgeving van het plangebied mag maximaal 10 m hoog warden gebouwd, waarbij de mogelijkheid bestaat hiervan bij omgevingsvergunning af te wijken tot 11 m. Dergelijke bouwhoogten zijn gebruikelijk bij het mogelijk maken van een woning met de verschijningsvorm van een woning met twee bouwlagen en een kap. O at type woningen is gebruikelijk in heel Nederland. Ook de woning van B. en K.is vergelijkbaar. De raad meent dat het plan vanuit stedenbouwkundig oogpunt passend is in de omgeving. De Afdeling ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de 5.2.

raad zich ten onrechte op het standpunt stelt dat het plan qua bouwmogelijkheden vanuit stedenbouwkundig oogpunt passend is in de omgeving. O at er een verschil van 2,5 m mogelijk is in bouwhoogte tussen de nieuwe woningen en de woning van B. en K., is daarvoor onvoldoende. O at nabij B. en K. gestapelde woningbouw mogelijk wordt gemaakt, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Ook deze gebouwen mogen maximaal 10 m en eventueel, door gebruik te maken

202403762/1/R3

4

16 juli 2025

van artikel 13.1, onder a van de planregels, 11 m hoog worden gebouwd. Daarbij geldt een maximum goothoogte van 6 m. Daardoor zullen de gebouwen met gestapelde woningen uit maximaal twee bouwlagen met een kap bestaan. De stedenbouwkundige uitstraling van deze woningen zal dan oak niet, of in ieder geval niet wezenlijk, afwijken van de grondgebonden woningen. Het betoog slaagt niet. Privacy B. en K. betogen dat het plan hun privacy op onaanvaardbare wijze 6. aantast. De stelling van de raad dat B. en K. ook in de huidige situatie al buren hebben, klopt, maar onderkent niet dat de woningen die nu mogelijk warden gemaakt haaks op hun woning zijn gesitueerd. Oat zorgt voor veel meer inkijk dan het geval is met de huidige buren. 6.1. De raad erkent dat het plan gevolgen heeft voor de privacy van B.en K. maar stelt zich op het standpunt dat deze gevolgen niet onaanvaardbaar zijn. De raad weegt hierbij mee dat op grand van de beheersverordening "Gemeenlandsedijk Noord 23, 25 en 31 te Abbenbroek" bedrijfsbebouwing mocht warden gebouwd van waaruit ook zicht is op d e percelen van B. e n K.. Oak bestaat er a l inkijk vanuit de twee bestaande woningen. Verder merkt de raad op dat de bouwmogelijkheden in het nu voorliggende plan zijn aangepast ten opzichte van de bouwmogelijkheden uit het ontwerpbestemmingsplan. De afstand van de woningen tot het perceel van n B. en K.

is vergroot van 2 m naar 7 m. De afstand tot de woning van B.en K.bedraagt zo'n 26 m. Ook weegt de raad mee dat de woning met huisnummer tussen een aantal van de nieuw te bouwen woningen en de woning van B. en K. ligt. Oat beperkt het zicht vanuit de 8 gestapelde woningen aan de oostkant van het plangebied. Daardoor zullen met name de 6 gestapelde woningen aan de westkant gevolgen hebben voor B. en K. 6.2. Op de verbeelding van het plan staan nabij de woning van B. en K. twee bouwvlakken. Binnen beide bouwvlakken is gestapelde woningbouw toegestaan. Binnen het bouwvlak aan de westkant zijn maximaal 6 woningen toegestaan. Binnen het bouwvlak aan de oostkant zijn maximaal 8 woningen toegestaan. 6.3. De raad wijst er terecht op dat tussen de 8 gestapelde woningen die in het oosten mogelijk warden gemaakt en de woning en de delen van percelen van B. en K. die zij als tuin gebruiken een bestaande woning ligt. Eventuele inkijk vanuit deze woningen wordt daardoor al aanzienlijk beperkt. Vanuit de 6 gestapelde woningen die in het westen mogelijk warden gemaakt, bestaat zicht op twee percelen van B. en K.. Het direct naast het plangebied gelegen perceel is gemeenschappelijke eigendom B. en K. en hun buren en is in gebruik als toegangsweg tot beider woningen. De tuin van B. en K. grenst daardoor niet direct aan het plangebied.

Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op

202403762/1/R3

5

16 juli 2025

het standpunt stelt dat het plan weliswaar gevolgen heeft voor de privacy van B. en K., maar dat deze gevolgen niet onaanvaardbaar zijn. Het betoog slaagt niet. Ge/uidsoverlast balkons/tuinen/bergingen 7. B. en K. vrezen voor geluidsoverlast door het gebruik van b alkons, tuinen en b ergingen bij de gestapelde woningen. Deze zijn precies richting hun woning en grenzend aan een van hun percelen gesitueerd. 7.1. De raad stelt zich op het standpunt dat het plan niet leidt tot onaanvaardb are geluidsoverlast. Het horen van stemgeluid hoort in een omgeving waar wordt gewoond, maar maakt het plan niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. 7.2. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat de toename van geluid door de nieuwe b ewoners geen dusdanige gevolgen heeft dat het plan niet in deze vorm kon warden vastgesteld. De raad wijst er hierb ij terecht op dat het geb ruikelijk is bij het wonen in een woonomgeving dat men soms geluid hoort dat afkomstig is van buren. Het betoog slaagt niet. Schaduwhinder 8. B. en K. vrezen voor ernstige schaduwhinder als gevolg van het plan. De raad had niet mogen uitgaan van de second opinion die naar aanleiding van hun zienwijze is opgesteld. Het is namelijk niet duidelijk wie die zonnestudie heeft opgesteld en welke gegevens zijn geb ruikt.

Oak is er in de second opinion geen rekening mee gehouden dat op grand van de planregels maximaal 11 m hoog mag warden geb ouwd. Voor zover wel van de second opinion zou kunnen warden uitgegaan, merken B. en K. op dat daaruit blijkt dat de b ezonning van hun tuin gedurende drie maanden aanzienlijk verslechtert. Verder menen B. en K. dat de raad had moeten onderzoeken welke effecten de nieuwe b eb ouwing heeft op de zonnepanelen die zij hebben ge·installeerd. Oak wijzen B. en K. erop dat in de onderzoeken niet is uitgegaan van de maximale planmogelijkheden voor de kap van de woningen, maar van de meest gunstige kapvorm, namelijk een zadeldak. Naar aanleiding van de inspraakreactie van B. en K. op het 8.1. voorontwerpbestemmingsplan is een bezonningsstudie verricht. Deze is uitgevoerd door HOK architecten en als bijlage 14 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Vervolgens is naar aanleiding van de zienswijze van B. en K. een aanvullende bezonningsstudie verricht. Deze is te vinden in b ijlage 18 b ij de toelichting van het bestemmingsplan. Op dit document staat niet door wie het is opgesteld. 8.2. De raad heeft toegelicht dat de aanvullende b ezonningsstudie door ambtenaren van de gemeente is opgesteld. Daarb ij is geb ruik gemaakt van de

202403762/1/R3

6

16 juli 2025

BAG-gegevens voor bestaande gebouwen en van de tekeningen van de initiatiefnemer voor de nieuw te bouwen woningen. In de studie is een vergelijking gemaakt tussen de huidige feitelijke situatie en de toekomstige situatie. Hierbij is gebruik gemaakt van de TNO-bezonningsdiagrammen. Uit de studie is gebleken dat alleen in de maand december extra schaduw ontstaat door het plan. Er wordt dan nag wel voldaan aan de lichte TNO­ norm van minimaal twee bezonningsuren per dag. De zonnepanelen van B. en K. liggen niet in de schaduw van de nieuwe woningen. Omdat het plan maar beperkte schaduwwerking creeert voor B. en K., stelt de raad zich op het standpunt dat het plan geen onaanvaardbare gevolgen heeft voor wat betreft schaduwwerking. 8.3. De Afdeling ziet geen reden voor het oordeel dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de gevolgen van schaduwwerking van het plan voor B. en K.. Het klopt dat op de aanvullende bezonningsstudie zelf niet staat door wie deze is opgesteld. De raad heeft toegelicht dat dat door ambtenaren in dienst van de gemeente is gedaan. Het staat de raad vrij daarvoor te kiezen en geen gebruik te maken van een extern bureau. B. en K. hebben verder onvoldoende onderbouwd waarom de gegevens onjuist zouden zijn. Dat het plan enige schaduwwerking heeft, wordt door de raad onderkend.

Naar het oordeel van de Afdeling stelt de raad zich terecht op het standpunt dat deze schaduwwerking niet zodanig is dat het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening moet warden geacht. Het betoog slaagt niet. Ge/uidoverlast installaties

9. B. en K. betogen dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met geluidsoverlast die ontstaat door warmtepompen, airco's en andere installaties op de nieuwe woningen. Daarbij stellen B. en K. dat artikel 6.2.4 van de planregels niet voldoet. Zij hebben daarbij passages uit correspondentie tussen de raad en Abacus C iviel B.V. overgelegd. Daaruit blijkt volgens B. en K. dat ruimte wordt gezien in deze planregel voor andere installatiemogelijkheden, zoals een indak-systeem, terwijl daarbij niet in de afweging lijkt te warden betrokken dat de planregel is opgenomen om geluidsoverlast te voorkomen. 9.1. Artikel 6.2.4 van de planregels luidt: "Ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding '- buitenunits warmte­ koudeopwekking' is het niet toegestaan om buitenunits voor warmte­ koudeopwekking op of boven gronden en bouwwerken te plaatsen." 9.2. De raad heeft toegelicht dat naar aanleiding van de zienswijze van B. en K. op de gronden waar de nieuwe woningen het dichtst bij hun percelen mogelijk warden gemaakt, op de verbeelding van het plan de aanduiding "- buitenunits warmte-koudeopwekking" is opgenomen. Het daarbij horende artikel 6.2.4 van de planregels regelt dat daar geen buitenunits voor warmte-koudeopwekking mogen warden geplaatst. 9.3. Gelet op deze toelichting van de raad ziet de Afdeling geen aanknopingspunten B. en K. te volgen in hun stelling dat de

.

202403762/1/R3

7

16 juli 2025

raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de geluidsoverlast die ontstaat door warmtepompen, airco's en andere installaties op de nieuwe woningen. De Afdeling volgt B. en K. niet in hun stelling dat artikel 6.2.4 van de planregels niet voldoet. B. en K. hebben niet geconcretiseerd welke andere installaties dan installaties voor warmte­koudeopwekking op de woningen zouden kunnen warden ge·installeerd die geluidsoverlast veroorzaken. Verder overweegt de Afdeling dat artikel 6.2.4 van de planregels weliswaar ruimte laat te bezien voor welk soort inpandige unit wordt gekozen, maar dat maakt niet dat de planregel daardoor niet voldoet. Het betoog slaagt niet. Water 10. B. en K. betogen dat het plan zorgt voor wateroverlast. De gronden warden namelijk verhoogd. Ook mag een aanzienlijk deel van het gebied warden verhard. 10.1. De raad heeft toegelicht dat het plangebied is gesaneerd. Daarom is grond afgegraven. Na de sanering is het weer op het oorspronkelijke niveau gebracht. Er zijn geen plannen het gebied verder te verhogen. Daarnaast warden maatregelen getroffen om te voorkomen dat door de verharding van het gebied hemelwater vanaf het ontwikkelingsperceel wordt afgewenteld op de percelen van B. en K..

Er wordt een hemelwaterriool aangelegd, het trottoir en overige verhardingen warden met een afschot afgelegd richting het projectgebied en er wordt een keerwand gerealiseerd op de grens tussen het plangebied en het perceel van B. en K.. Deze maatregelen warden uitgevoerd door de gemeente zodra de openbare ruimte in het plangebied wordt ingericht. 10.2. G elet op deze toelichting van de raad ziet de Afdeling geen aanleiding B. en K. te volgen in hun vrees dat het plan leidt tot wateroverlast. Het betoog slaagt niet. Riolering 11. B. en K. betogen dat de raad er onvoldoende rekening mee heeft gehouden dat de bestaande riolering al niet voldoet. Het toevoegen van extra woningen zal de overlast verergeren. 11.1. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 25 september 2024, ECLl:NL:RVS:2024:3830, onder 8.2, betreft het aansluiten van woningen op de riolering een uitvoeringsaspect dat niet in het plan hoeft te warden geregeld. Conclusie 12.

Het beroep is ongegrond.

202403762/1/R3

13.

8

De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

16 juli 2025

202403762/1/R3

9

16 juli 2025

Beslissing De Afdeling bestuursrechtspra a k va n de Raad van State: verklaart het beroep ongegrond. Aldus va stgesteld door mr. A.B. B. va n de enkelvoudige ka mer, in tegenwoordigheid va n mr. M.S. P., griffier.

w.g. B. lid van de enkelvoudige kamer

w.g. P. griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025 952 Verzonden: 16 juli 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15935293/1