58. Raad van State; Beroepschrift Bestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord
Tekst van het document
Raad vanState
.. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. • ...... .... Afdeling bestuursrechtspraak
Pagina l van l
gemeente f\Jissewaard Afd.
Raad van de gemeente Nissewaard Postbus 25 3200 AA SPIJKENISSE
2 2 AUG. 2024 c.c.
Datum
Ons nummer
21 augustus 2024
202403762/1 /R3
Uw kenmerk
r
qn-gr, gn-c\-bq g -(Be-cal, g -roc�l:ur
Inlichtingen
Onderwerp
Procedure
Nissewaard Bp Gemeenlandsedijk Noord te Abbenbroek (Crisis- en herstelwet)
Beroep
Geachte heer/mevrouw, Hierbij stuur ik u stukken die zijn ingediend in bovengenoemde procedure. De naam en het nummer van deze zaak zijn u eerder meegedeeld. U vindt ze bovenaan dit bericht onder "Onderwerp" en "Ons nummer". lk verzoek u naar aanleiding van de stukken een verweerschrift in te dienen. U krijgt daarvoor tot en met 1 8 september 2024 de tijd. Verder verzoek ik u om, als u een besluit als bedoeld in artikel 6: 19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht hebt genomen of als u dat nog gaat nemen, dit aan de Afdeling te laten weten. Privacy De Afdeling stuurt de stukken die u stuurt, door aan de andere partijen. Houdt u daar rekening mee als u stukken met privacygevoelige informatie stuurt. Voor meer informatie gaat u naar www.raadvanstate.ni/privacyverklaring. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
4198717(3BS)
Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl Bij correspondenrie de datum en het nummer van deze brief vermelden
.
..........
..
Aangetekend en per e-mail Bestuursrechtspraak.veiligmailen@raadvanstate.nl Raad van State Afdeling bestuursrechtspraak VAN STATE Postbus 20019 GE 'OMEN 2500 DE Den Haag
o
8 JUN\ 2024
Lz-�__ ···----��-7 -K-_-A
Datum Onze referentie Uw referentie Inzake E-mail
PAR:
14juni 2024 Dl10253 n.n.b. Beroepschrift 'bestemmingsplan "G emeenlandsedijk Noord"
Hoogedelgestreng college,
1.
Inleiding
1.1.
Op 24 april 2024 heeft de gemeenteraad van de gemeente Nissewaard het bestemmingsplan "Gemeenlandsedijk Noord" ("het bestemmingsplan") (gewijzigd) vastgesteld. Dit bestemmingsplan ligt van 9 mei jl. tot en met 19 juni 2024ter inzage.
1.2.
Clienten, mevrouw I.E.v.B en de heer J.M.P.K, die woonachtig zijn op de G. te, hebben kennis genomen van de (gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan en kunnen zich niet verenigen met dit bestemmingsplan, nu dit bestemmingsplan nabij hun woning 46 nieuwe woningen toelaat, waaronder gestapelde woningen tegen hun perceelsgrens aan. Namens clienten stel ik hierbij dan ook beroep in tegen het bestemmingsplan.
1.3.
De opbouw van dit beroepschrift is als volgt. In paragraaf 2 wordt ingegaan op de relevant feiten en omstandigheden. Vervolgens worden de beroepsgronden in paragraaf 3 aangevoerd. Dit beroepschrift eindigt in paragraaf 4 met een conclusie.
Bezoek- en correspondentleadres A
Cont.>ctgegevens
'
2. 2.1.
Revelante feiten en omstandigheden Clienten wonen op de G. Zij zijn eigenaar van het perceel kadastraal bekend als gemeente Abbenbroek sectie A, nummer 2846 en voor de helft eigenaar van het perceel kadastraal bekend als gemeente Abbenbroek sectie A, nummer 2726. Deze percelen zij n op onderstaande afbeelding rood omlijnd. Op deze afbeelding is ook goed de ligging van de percelen van clienten ten opzichte van het plangebied van het bestemmingsplan te zien.
ADVOCATEN
De huidige situatie ziet er als volgt uit (de woning van cliënten is weer rood omrand en de locatie waar woningbouw mogelijk is gemaakt, is globaal weergegeven met de blauwe omlijning).
2.2.
Oorspronkelijk was het idee om naast de woning van cliënten vijf geschakelde woningen te realiseren. Dit idee is echter - zonder overleg met cliënten - verlaten en vervangen door gestapelde woningen.
2.3.
Op het perceel waar nu woningbouw (en dus onder meer gestapelde woningen) is c.q. zijn toegelaten, waren tot voor kort bedrijven tot en met categorie 2 toegestaan. Bouwen was hier alleen toegestaan in het bouwvlak, waarbij het bouwvlak op grote(re) afstand van de percelen van cliënten was gelegen. Zie onderstaande afbeelding (met oranje opgelicht het bouwvlak). Er gold een maximale bouwhoogte van 7 meter en een maximum bebouwingspercentage van 60ozb.
ADVOCATEN
2.4.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 16 november 2023 tot en met 27 december 2023 ter inzage gelegen. Cliënten hebben tegen dit ontwerpbestemmingsplan bij brief van 8 januari 2024 een zienswijze op nader aan te voeren gronden ingediend. Deze zienswijze is aangevuld bij brief van 6 februari 2024 (aangehecht als bijlage lí. In deze aanvullende zienswijze hebben cliënten onder andere gewezen op de gevolgen voor hun woon- en leefklimaat als gevolg van o.a. de bouwhoogte en de gestapelde woningen.
2.5.
In de nota van zienswijzen (bijlage 17 bij de toelichting) is aangegeven dat de zienswijze van cliënten aanleiding heeft gegeven tot aanpassing van het bestemmingsplan. Zo is het bouwvlak aangepast, zodat alleen het bouwplan zoals is voorgenomen kan worden gerealiseerd (bijlage 16 toelichting) en zijn planregels ten aanzien van o.a. parkeren gewijzigd, zodat het parkeren binnen het plangebied wordt opgelost. Ook is een regel opgenomen om de plaatsing van buitenunits voor warmte- en koudeopwekking bij de beneden- en bovenwoningen te verbieden.
2.6.
Tijdens de raadsvergadering hebben cliënten inspraakreactie is aangehecht als bijlage 2.
ingesproken.
Deze
2.7.
Zoals al in de inleiding is aangegeven is het bestemmingsplan raadsvergadering van 24 april 2024 gewijzigd vastgesteld.
in de
3.
Gronden van beroep
nog
Bouwhoogte én type woningen 3.1.
Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat op een afstand van ongeveer 6 meter gerekend van het perceel 2726 tot aan het bouwvlak binnen de bestemming "woongebied" en oplopend tot ongeveer 20 meter gerekend vanaf de grens van het perceel 2846 aan de achterzijde van de woning van cliënten tot aan het bouwvlak binnen de bestemming "woongebied" gestapelde woningbouw mogelijk wordt gemaakt. Het gaat om twee bouwblokken bestaande uit respectievelijk 6 woonunits en 8 woonunits. Er geldt een bouwhoogte van maximaal 10 meter en een goothoogte van 6 meter. Van deze maten mag ingevolge artikel 13 van de planregels nog 10*70 worden afgeweken, zodat rekening moet worden gehouden met een bouwhoogte van 11 meter in plaats van 10 meter.
3.2.
Op een strook grond waar de rode aanduiding staat geldt een maximale bouwhoogte van 3,5 meter. Zie onderstaande afbeelding van de planverbeelding
ADVOCATEN
2845
,
4 4
76103. 429928
44^*'
.4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
"4 4- 4 4 4 4 4
4 4
4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4
4 4 4 4 4 4 4
4 4 4 4
4 4 4
4 4
De woning van cliënten kent een feítelijke bouwhoogte van 8,5 meter. Planologisch is hier overigens een bouwhoogte van maximaal 10 meter toegestaan. 3.3.
Cliënten kunnen zich niet verenigen met de bouwhoogte die mogelijk is gemaakt binnen de bestemming "Woongebied". Cliënten worden immers geconfronteerd met veel hogere bebouwing dan hun eigen woning op korte afstand van hun percelen.
3.4.
In de reactie op de zienswijze op dit punt is aangegeven dat niet gekeken moet worden naar de feítelijk aanwezige bebouwing, maar naar de bestaande planologische mogelijkheden. Zowel qua planologische bouwmogelijkheden als qua verschijningsvorm wordt, aldus de nota van zienswijzen, aangesloten bij een woningtype dat in de omgeving al voorkomt én daarom zou sprake zijn van een aanvaardbare stedenbouwkundige opzet.
3.5.
Anders dan in de nota van zienswijzen is aangegeven, wordt qua woningtype niet aangesloten op een type dat in de omgeving al voorkomt. Rondom het plangebied zijn namelijk géén gestapelde woningen mogelijk. De omgeving bestaat vooral uit vrijstaande woningen én twee-onder-één kapwoningen. Niet is toegelicht of onderbouwd waarom op deze locatie, juist zo dicht tegen de percelen (en woning) van cliënten aan, toch gestapelde woningbouw mogelijk is gemaakt. Dit is in strijd met de vereiste zorgvuldigheid.
ADVOCATEN
3.6.
Hoewel aan de woning van cliënten planologisch inderdaad een bouwhoogte is toegekend van 10 meter, geldt dat nu feítelijk sprake is van een bouwhoogte van 8,5 meter in de belangenafweging wél rekening had moeten worden gehouden met deze feítelijke bouwhoogte en dus uitgaande van de gevolgen die deze aanmerkelijke hogere bouwhoogte van de nieuwe gestapelde woningen heeft voor cliënten ook al zou een bouwhoogte van 10 meter stedenbouwkundig op deze locatie aanvaardbaar zijn. Dit is ten onrechte niet gebeurd.
3.7.
Verder is in de nota van zienswijzen niet ingegaan dat hier via een binnenplanse afwijking ook een bouwhoogte van 11 meter kan worden toegestaan. Er is niet gemotiveerd waarom een dergelijke bouwhoogte op deze locatie aanvaardbaar is en stedenbouwkundig inpasbaar, nu nergens in de directe omgeving van het plangebied een dergelijke bouwhoogte is toegestaan. Privacy
3.8.
Verder geldt dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden die het bestemmingsplan mogelijk de privacy van cliënten onaanvaardbaar aantast. De gestapelde woningen kunnen namelijk op zeer korte afstand worden gebouwd van het perceel van cliënten en vanuit deze woningen (zowel ramen, tuin als balkons) zal direct zicht bestaan op de tuin en (in) de woning van cliënten. De privacy van cliënten wordt hierdoor ernstig aangetast. Een dergelijke aantasting van de privacy was gelet op hetgeen tot nu toe is toegestaan op het naastgelegen perceel niet denkbaar.
3.9.
In de nota van zienswijzen is aangegeven dat het plan weliswaar leidt tot een beperkte mate van vermindering van privacy, maar van een onaanvaardbare aantasting van de privacy zou geen sprake zijn. Daarbij betrekt de gemeenteraad dat het perceel aan beide zijde al aan andere woningen grenst.
3.10.
Het is juist dat de woning van cliënten aan beide zijden aan andere woningen grenst. Echter, deze woningen zijn - in tegenstelling tot de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt - niet haaks op de woning van cliënten gesitueerd. Zie ook onderstaande afbeelding voor de toekomstige situatie, waaruit blijkt dat wel deze haakse situering leidt tot ernstige aantasting van de privacy.
ADVOCATEN
ū 0? J-
3.11.
In de nieuwe situatie worden cliënten dus geconfronteerd met 14 benedenbovenwoningen die haaks op de percelen van cliënten staan en waarvan vanuit elke kamer aan de achterzijde van de beide gebouwen direct zicht zal bestaan op de percelen van cliënten. Dat gelet hierop slechts sprake zou zijn van een beperkte vermindering van de privacy, is onjuist. Weliswaar is het bouwvlak iets naar achteren geplaatst, maar nog steeds is de inbreuk op de privacy onevenredig groot. De gemeenteraad heeft dit miskend. Overlast door balkons ! tuinen ļ bergingen bii gestapelde woningen
3.12.
In de zienswijze is ook aangegeven dat cliënten vrezen voor (geluids)overlast door het gebruik van de balkons en de tuin bij de gestapelde woningen (beneden/bovenwoningen). De woningen op de begane grond worden namelijk uitgerust met een tuin aan de zijde van de percelen van cliënten en een buitenberging én de bovenwoningen elk met een terras én centrale buitenberging (zie bijlage 16 toelichting bestemmingsplan). Zie ook onderstaande afbeeldingen van de toekomstige situatie (plattegrond benedenwoningen en bovenwoningen) waarbij de rode lijn de zijde van de percelen van cliënten weergeeft.
ADVOCATEN
3-0-
O—s
-á
3.13.
A
Direct tegen de percelen van cliënten dan wel nabij hun percelen bevinden zichb straks dus maar liefst 7 tuinen en 7 balkons, waar mensen zodra het weer het toelaat (intensief) gebruik van zullen maken, hetgeen zal leiden tot veel stemgeluid. Bovendien zijn vrijwel alle bergingen van de woningen ook tegen het perceel van cliënten aan gesitueerd, zodat het ook een komen en gaan van bewoners zal zijn die gebruik maken van hun berging, hetgeen ook met de nodige (geluids)overlast gepaard kan gaan. De belangen van cliënten worden hierdoor ernstig geschaad. Met deze belangen van cliënten is geen rekening gehouden. In de nota van zienswijzen is dan ook ten onrechte niet ingegaan op de gevolgen van het gebruik van de tuinen, balkons en de bebouwing die buiten het bouwvlak mogelijk is gemaakt. Gelet op het aantal woningen dat mogelijk is gemaakt in gestapelde vorm, is kortom sprake van een verslechtering van het woon- en leefklimaat en de gemeenteraad had daarom bij de belangenafweging een oordeel moeten geven over deze verslechtering en de gevolgen van het plan voor cliënten
ADVOCATEN
in kaart moeten brengen. Nu de raad dit heeft nagelaten, is het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Schaduwhinder 3.14.
Cliënten vrezen voor ernstige schaduwhinder als gevolg van hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt. In de zienswijze hebben cliënten het bezonningsonderzoek in twijfel getrokken. In de nota van zienswijzen is daarom verwezen naar een second opinion waarbij een vergelijking is gemaakt tussen de huidige feítelijke situatie en de nieuwe toekomstige situatie. Er zou daarbij gebruik zijn gemaakt van de TNO bezonningsdiagrammen. Uit de second opinion volgt aldus de nota van zienswijzen dat alleen in de relevante maand december als gevolg van het bouwplan extra schaduwhinder is te dulden als gevolg van hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt, maar dat nog steeds wordt voldaan aan de lichte TNO-norm.
3.15.
Cliënten merken hierover het volgende op. Uit de second opinion volgt niet door wie deze zonnestudie is opgesteld en van welke gegevens daarbij is uit gegaan. In zoverre is het voor cliënten niet na te gaan of de gebruikte gegevens juist én volledig zijn. Reeds hierom had de gemeenteraad haar conclusie niet kunnen baseren op deze second opinion.
3.16.
Voor zover hier wel vanuit had mogen worden gegaan, wordt opgemerkt dat in de second opinion in elk geval de schaduwwerking is weergegeven op drie tijdstippen (9.00 uur, 12.00 uur én 15.00 uur) in december en op vier tijdstippen (namelijk ook om 18.00 uur) in maart, juni (met nog een vijfde tijdstip te weten 20.00 uur) en september.
3.17.
Uit de second opinion leiden cliënten af dat in de maand december (en vermoedelijk dus ook januari en deels februari) het bouwplan zal leiden tot aanzienlijke schaduwvermindering op de percelen van cliënten. Zo zal 's ochtends om 9.00 uur de beide percelen van cliënten volledig in de schaduw liggen hetgeen in de huidige situatie niet het geval is. Zie onderstaande afbeelding uit de second opinion.
ADVOCATEN
3.18.
Ook om 12.00 uur is dit grotendeels het geval en zal er sprake zijn van aanzienlijke schaduwwerking.
3.19.
Deze verslechtering van de bezonning in de tuin is kortom gedurende 3 maanden van het jaar aanzienlijk. Weliswaar is deze verslechtering deels onderkend, maar aangegeven is dat nog steeds aan de lichte TNO norm wordt voldaan. Het is cliënten volstrekt onduidelijk hoe deze laatste conclusie is getrokken. Dit volgt immers niet uit de second opinion. Er is immers blijkens de second opinion geen onderzoek gedaan naar de bezonningsuren per dag op de gevel (ter plaatse van midden vensterbank binnenkant raam). Laat staat dat onderzoek is gedaan naar de daglichttoetreding.
3.20.
Bovendien blijkt uit de second opinion niet dat rekening is gehouden met een bouwhoogte van 11 meter, zoals mogelijk is ingevolge de planregels.
3.21.
Gelet op het vorenstaande is dus ook de second opinion zoals die is uitgevoerd ondeugdelijk en had dus niet aan het bestemmingsplan ten grondslag mogen worden gelegd. Het bestemmingsplan is gelet op het vorenstaande onzorgvuldig voorbereid en wederom is van afweging van belangen geen sprake (geweest). Ophogen van de grond 7 afwatering ļ waterberaina
3.22.
Cliënten vrezen dat het naastgelegen terrein hoger komt te liggen dan hun percelen, met alle gevolgen van dien (zowel wateroverlast). In de nota van zienswijzen is hierover opgemerkt dat ophoging van het perceel naast de percelen van cliënten niet aan de orde is, waardoor ook eventuele nadelige gevolgen zijn uitgesloten. Cliënten zijn er echter nog steeds niet op gerust, dat het perceel niet hoger komt te liggen dan hun percelen. De planregels lijken hier in elk geval niet aan de in de weg te staan. Bovendien neemt de verharding toe direct naast de
ADVOCATEN
percelen van cliënten. De vraag is wat hiervan het gevolg is bij bijvoorbeeld een Limburg bui (200 mm/48 uur). De kans is groot dat het water van de benedenbovenwoningen en wellicht als gevolg van de verhardingen in de tuinen, toch zal afwateren op de percelen van cliënten met alle gevolgen van dien. In de planregels is ten onrechte niet geborgd, hoewel cliënten hierom wel hebben verzocht, dat er maatregelen worden genomen om wateroverlast op het perceel van cliënten te voorkomen. Kortom: nu geen onderzoek is gedaan of de toename van verharding zo dicht op de percelen van cliënten negatieve gevolgen heeft voor de percelen van cliënten (in de zin van wateroverlast) en ophoging van de percelen niet is uitgesloten en het maaiveld dus wel hoger kan komen te liggen dan de percelen van cliënten, is het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Installaties 3.23.
In de zienswijze is aangegeven dat cliënten vrezen - nu de woningen zo dicht op de erfgrens mogelijk zijn gemaakt - voor geluidsoverlast als gevolg van warmtepompen, airco's en andere installaties. Hiernaar is namelijk geen onderzoek gedaan. In de nota van zienswijzen is aangegeven dat aan de planregels een bepaling wordt toegevoegd, die buitenunits voor warmte- en koudeopwekking uitsluiten (zie artikel 6.2.4 van de planregels). Hoewel cliënten blij zijn dat buitenunits ter plaatse van de aanduiding 'buitenunits warmtekoudeopwekking' zijn uitgesloten, is dit helaas nog niet voldoende. Cliënten hebben immers ook gewezen op het plaatsen van airco's en andere installaties. Deze kunnen nog steeds zondermeer worden geplaatst, zonder dat de gevolgen hiervan zijn onderzocht en dus niet bekend is of wordt voldaan aan de geluidgrenswaarden ter plaatse van de gevel van de woning van cliënten. Dit is in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
Riolering 3.24.
In de toelichting van het bestemmingsplan staat aangegeven dat de woningen worden aangesloten op de bestaande riolering (zie p. 14 en 36). Toen er nog activiteiten plaatsvonden op het naastgelegen terrein overstroomde de riolering regelmatig en raakte het met enige regelmaat verstopt. Sinds de panden gesloopt zijn, is dit niet meer voorgekomen. Cliënten vrezen, zoals zij ook hebben aangegeven in de zienswijze, voor overlast als gevolg van de aansluiting van de woningen op het bestaande (niet functionerende) riool. In de nota van zienswijzen is hierover opgemerkt dat er een berekening is uitgevoerd naar de capaciteit van de riolering en uit deze beoordeling zou blijken dat het mogelijk is om de woningen aan te sluiten op het bestaande systeem. Dit zou blijken uit de bijlage berekening riolering. Dit betreft een 17 pagina's tellende 'notitie' van xylem van 3 november
2023. Oat de capaciteit van de bestaande riolering voldoende is en dat clienten ten onrechte vrezen voor overlast als gevolg van een niet functioneren riool volgt echter niet (kenbaar) uit deze notitie, althans zonder nadere toelichting kan dit niet uit deze notitie warden afgeleid. Volgens clienten is daarom nog steeds niet aangetoond (en onderzocht) dat de bestaande riolering in het gebied voldoende capaciteit en verhang heeft om het (afval)water van de nieuwe bebouwing af te voeren. Als onaanvaardbare gevolgen niet kunnen warden uitgesloten, zal een voorwaardelijke verplichting in de planregels moeten warden opgenomen, waarin wordt geborgd dat de riolering voldoende capaciteit heeft. Dit is ten onrechte niet gebeurd. 3.25.
Daar komt bij dat nergens uit blijkt uit dat de gemeenteraad zich ervan heeft vergewist (anders dan de opmerking in de nota van zienswijzen dat iemand hiernaar heeft gekeken) dat deze notitie en het onderzoek dat dit behelst op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Gelet hierop is het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid en in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
4.
Conclusie
4.1.
Uit het vorenstaande volgt dat het woon- en leefklimaat van clienten onevenredig wordt aangetast als gevolg van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en dan met name als gevolg van de locatie van de gestapelde woningen en de daar toegestane bouwhoogte. Met de belangen van clienten is echter onvoldoende rekening gehouden. Aan het plan is verder een onvoldoende zorgvuldige voorbereiding voorafgegaan. Ook getuigt het plan van een ondeugdelijke motivering. Het plan is daarom in strijd met artikel 3:2, 3:46 en 3:4 Awb alsmede in strijd met een goede ruimtelijke ordening.
4.2.
Gelet op het vorenstaande verzoeken clienten u om dit beroep gegrond te verklaren en het bestemmingsplan te vernietigen, zulks met vergoeding van de kosten die clienten in verband met de behandeling van dit beroep redelijkerwijs hebben moeten maken op grand van artikel 8:75 Awb.
Bijlagen Bijlage 1: (aanvullende) zienswijze Bijlage 2: inspraakreactie
Aangetekend en per e-mail: ruimtelijkeplannen@nissewaard.nl Gemeente Nissewaard t.a.v. de gemeenteraad Postbus 25 3200 AA Spijkenisse
Datum Onze referentie Uw referentie Inzake E-mail
6 februari 2024 D110253 Ontwerpbestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord Aanvullende zienswijze
Geachte leden van de raad,
1. 1.1.
Inleiding Bij brief van 8 januari 2024 heb ik namens clienten, mevrouw I.E.v.B. en de heer J.M. P.K. op nader aan te voeren gronden een zienswijze naar voren gebracht tegen het ontwerpbestemmingsplan "Gemeenlandsedijk Noord".
1.2.
In uw e-mail van 11 januari 2024 heeft u mij tot en met 8 februari 2024 in de gelegenheid gesteld om de zienswijze aan te vullen. Deze aanvulling van de zienswijze treft u hieronder aan.
2.
Zienswijze Geen participatie
2.1.
Als bijlage 11 bij de toelichting is een overzicht gevoegd met de 'bewonersparticipatie'. Participatie betekent dat in een vroegtijdig stadium onder meer bewoners worden betrokken bij het proces van besluitvorming om zo meer draagvlak te creeren en om betere besluiten te kunnen nemen. Zoals ook volgt uit het overzicht is echter geen sprake geweest van participatie over het bestemmingsplan en de mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt (bewoners zijn dus betrokken bij het proces van besluitvorming). Het contact met omwonenden had, zoals ook volgt uit het overzicht, veelal betrekking op andere
Bezoek en correspondent eadres
Contactgegevens
activiteiten, zoals de sanering of het informeren naar woonwensen of het eenzijdig verstrekken van informatie (waarbij wordt opgemerkt dat omwonenden - clienten hebben de nieuwsbrieven zelf nooit ontvangen - na januari 2022 niet meer op de hoogte zijn gesteld via een nieuwsbrief over de plannen). 2.2.
Clienten zijn dus niet betrokken geweest bij de totstandkoming van dit ontwerpbestemmingsplan. Van gecreeerd draagvlak is geen sprake. Dit is wat clienten betreft een gemiste kans. Zeker omdat het eerst de bedoeling was om naast het perceel van clienten vijf geschakelde woningen te realiseren met groenstrook en bomenrij, waarmee clienten op zich konden !even, nu de aantasting van hun woon- en leefklimaat daardoor beperkt zou zijn. Zander overleg (en dus participatie) zijn deze vijf geschakelde woningen met groenstrook en bomenrij echter vervangen door 14 gestapelde woningen met alle gevolgen van dien (zie hieronder). Clienten vinden het zeer zorgwekkend dat er geen bewonersparticipatie is geweest over deze ingrijpende w13z1ging. Bewonersparticipatie is cruciaal om te zorgen voor een ontwikkeling die rekening houdt met de wensen en behoeften van de huidige omwonenden. Met de wensen en behoeften van de huidige omwonenden is in dit bestemmingsplan, zoals ook uit het onderstaande blijkt, echter geen rekening gehouden. Bouwhoogte
2.3.
Clienten wonen op de G. Hun woning kent een feitelijke bouwhoogte van 8,5 meter. Het ontwerpbestemmingsplan maakt direct naast het perceel van clienten 14 gestapelde woningen mogelijk met een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter. Van deze maten mag ingevolge artikel 13 van de planregels nag 10% warden afgeweken, zodat rekening moet warden gehouden met een bouwhoogte van 11 meter in plaats van 10 meter.
2.4.
Clienten kunnen zich niet verenigen met deze bouwhoogte. Clienten warden immers geconfronteerd met veel hogere bebouwing dan hun eigen woning en dat over een lengte van maar liefst 50 meter (nu sprake is van een groat bouwblok dat haaks is gelegen ten opzichte van hun perceel) ! Hierdoor ontstaat over de volledige lengte van hun perceel een 'muur'. Voorheen was op dit gedeelte van het naastgelegen perceel grotendeels geen bebouwing toegestaan. Op het gedeelte waar wel bebouwing was toegestaan, was slechts een goothoogte van 7 meter toegestaan. In werkelijkheid was hier overigens geen bebouwing. Een bouwhoogte van 11 meter is mede gelet op de afmetingen van het bouwvlak onaanvaardbaar. Er is niet gemotiveerd waarom een dergelijke bouwhoogte op deze locatie aanvaardbaar is en stedenbouwkundig inpasbaar. Nergens in het dorp of de directe omgeving is sprake van een vergelijkbare (feitelijke) bouwhoogte.
ADVOCATEN
Woon- en leefklimaat 2.5.
Verder geldt dat de bouwen gebruiksmogelijkheden die het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maken het woon- en leefklimaat van cliënten onaanvaardbaar aantasten. De gestapelde woningen kunnen namelijk op zeer korte afstand worden gebouwd van het perceel van cliënten en vanuit deze woningen (zowel ramen als balkons) zal direct zicht zijn op de tuin en (in de) woning van cliënten. De privacy van cliënten wordt hierdoor ernstig aangetast. Een dergelijke aantasting van de privacy was gelet op hetgeen tot nu toe is toegestaan op het naastgelegen perceel niet denkbaar. Er gold immers een bedrijfsbestemming (waarbij het gebruik zich voornamelijk beperkt tot werkdagen (en dan overdag)), terwijl straks sprake is van een woonbestemming (7 dagen in de week, ook 's avonds en in het weekend). Het gebruik wordt dus veel intensiever dan voorheen het geval kon zijn. Bovendien geldt dat de tot nu toe toegestane activiteiten verder van het perceel van cliënten plaatsvonden (de loods bevond zich op een afstand van 36 meter) en er was sprake van een afscheiding met een hoge heg. Straks is bebouwing direct naast de voortuin en oprit mogelijk en op korte afstand van de woning, waarbij vanuit de woningen direct zicht zal zijn op het perceel van cliënten.
Maar niet alleen dat, cliënten verliezen ook hun uitzicht en krijgen mogelijk te maken met (geluids)overlast door het gebruik van de balkons en woningen. Met deze belangen van cliënten is echter ten onrechte geen rekening gehouden. In de toelichting is ten onrechte niet ingegaan op de gevolgen die het bestemmingsplan heeft voor het woon- en leefklimaat van cliënten. Het plan is op dit punt in strijd met een goede ruimtelijke ordening en dient niet, dan wel gewijzigd te worden vastgesteld. Schaduwhinder
2.6.
Cliënten vrezen voor ernstige schaduwhinder als gevolg van hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt. Als bijlage 14 is bij de toelichting een zonnestudie gevoegd die in kaart brengt wat de gevolgen voor de bezonning zijn op onder meer het perceel van cliënten.
2.7.
Ten onrechte is in deze bezonningsstudie echter niet uitgegaan van de maximale mogelijkheden die het ontwerpbestemmingsplan biedt, maar van de beoogde stedenbouwkundige opzet. Zo zijn de gestapelde woningen 'verder' naar achteren geplaatst (waarbij wordt uitgegaan van een achterpad, schuren en tuinen) terwijl het bouwvlak ook woningen mogelijk maakt vrijwel tegen de erfgrens van de naastgelegen percelen aan. Ook wordt uitgegaan van twee separate bouwblokken, terwijl het ontwerpbestemmingsplan uitgaat van één aaneengesloten bouwvlak. Zie onderstaande afbeeldingen:
ADVOCATEN
Bouwvlak noordkant van ruimtelijkplannen.nl
Bijlage 14: Zonnestudle
2.8.
Bovendien blijkt uit de zonnestudie niet dat rekening is gehouden met een bouwhoogte van 11 meter, zoals mogelijk is ingevolge de planregels.
2.9.
Verder hebben cliënten de volgende kritiekpunten op de zonnestudie: - Op 21 januari treedt al schemer op om 15.00. Echter gaat de zon pas onder om 17.08. Op 21 maart om 09.00 zou het nog schemerig zijn. Echter gaat de zon al op om 06.39. Op 21 maart om 12.00 is er bij de oude situatie een andere schaduw te zien dan in de toekomstige situatie van het huis van nummer 33. De schaduw van een huis dat er al staat zou hetzelfde moeten zijn. - Op 21 juni om 15.00 is de schaduw van het huis van cliënten totaal verschillend in de oude situatie ten opzichte van de nieuwe situatie
2.10.
Aan de zonnestudie zijn verder geen conclusies verbonden. Er zijn slechts afbeeldingen opgenomen. In de toelichting wordt op pagina 18 slechts zeer summier de zonnestudie beschreven. Hier staat dat uit de studie zou blijken dat de bebouwing over het algemeen een positiever effect heeft op de belendende bebouwing dan wat binnen het vigerende bestemmingsplan maximaal toelaatbaar is. Echter, dit geldt juist niet voor cliënten, zoals ook uit het bovenstaande blijkt.
ADVOCATEN
Juist in de winter gaan zij - ondanks dat niet is uitgegaan van de maximale mogelijkheden - er op achteruit. De verwachting is dat als het zonneonderzoek van de juiste uitgangspunten uitgaat, de schaduwhinder op het perceel van cliënten zodanig is, dat hiermee rekening had moeten worden gehouden. Dit is nu ten onrechte niet in kaart gebracht, zodat met de betrokken belangen van cliënten geen rekening kan zijn gehouden. De zonnestudie zoals die nu is uitgevoerd, is in elk geval ondeugdelijk en kan dus niet aan het bestemmingsplan ten grondslag worden gelegd. 2.11.
Er is verder geen onderzoek gedaan of er straks nog voldoende lichtintreding in de woning van cliënten zal zijn. Ook is ten onrechte niet onderzocht wat de effecten zijn van de schaduwhinder die cliënten zullen ondervinden voor de zonnepanelen die zijn geïnstalleerd. Dit zal leiden tot minder rendement (energie). Ook hiermee is ten onrechte geen rekening gehouden.
2.12.
Het ontwerpbestemmingsplan is gelet op het vorenstaande onzorgvuldig voorbereid en wederom is van afweging van belangen geen sprake (geweest). Geluidsoverlast van airco's, warmtepompen en andere installaties.
2.13.
Cliënten vrezen - nu de woningen zo dicht op de erfgrens mogelijk zijn gemaakt geluidsoverlast als gevolg van warmtepompen, airco's en andere installaties. Niet is onderzocht of kan worden voldaan aan bijvoorbeeld de geluidsnorm van 40 dB die in artikel 4.107, tweede lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving is opgenomen voor installaties voor warmte- en koudeopwekking. Gelet op de geringe afstand van circa 3 meter tussen de grens van de bestemming "Wonen" en de meest nabij gelegen woning zijn de mogelijke effecten van deze installaties waarschijnlijk zodanig dat moet worden geoordeeld dat dit in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Dit betekent dat in de planregels hieromtrent voorwaardelijke verplichtingen hadden moeten worden opgenomen, zodat geborgd is dat cliënten geen (geluids)hinder ondervinden van dergelijke installaties (door bijvoorbeeld een minimale afstand voor te schrijven). Dit is ten onrechte niet gebeurd. AERIUS-berekenina
2.14.
In bijlage 8, 9 en 10 zijn de AERIUS-berekeningen gevoegd. Deze berekeningen zijn gebaseerd op een inmiddels verouderde versie van AERIUS-calculator. Vanaf 5 oktober 2023 moet gebruik worden gemaakt van Calculator 2023, waarin nieuwe inzichten en gegevens zijn verwerkt, achtergrondgegevens van de rekenmodellen OPS en SRM-2 zijn geactualiseerd, alsook emissiefactoren, bronkenmerken, natuurdata en de achtergronddepositie.
ADVOCATEN
2.15.
Verder wordt opgemerkt dat het rekenjaar voor de bouw niet overeenkomt met de werkelijke (nog onbekende) start van de bouw en de verwachting is niet dat bewoning al per 2024 mogelijk zal zijn, waar nu vanuit is gegaan.
2.16.
Gelet op het vorenstaande dient er een nieuwe AERIUS-berekening gemaakt te worden en kan niet worden volstaan met de berekeningen die aan het ontwerpbestemmingsplan ten grondslag zijn gelegd. Ophoaen van de grond
2.17.
In bijlage 1 van de toelichting is op pagina 16 en 17 vermeld dat de grond van het terrein met 50 cm zal worden opgehoogd.
2.18.
Hoewel aan cliënten is toegezegd dat het naastgelegen terrein niet opgehoogd zou worden, althans dat het naastgelegen terrein niet hoger zou komen te liggen dan hun perceel, lijkt uit de stukken en de ontvangen e-mails het tegendeel te volgen. Als dat het geval is, zal bij overvloedige regenval het overtollige water via het perceel van cliënten worden afgevoerd, hetgeen gevolgen heeft voor hun tuin, de beplanting en kelder. Ook vrezen zij dat de (bestaande) riolering het water niet voldoende kan afvoeren, met alle gevolgen van dien. Hiermee is ten onrechte geen rekening gehouden.
2.19.
Daarnaast roept het ophogen van de gronden bij cliënten ook een aantal vragen op: Hoe zal de rand aan de perceelsgrens gemaakt worden zodat de grond of het zand niet naar onze tuin en oprit zakt, indien er ongeveer 40 cm opgehoogd gaat worden? Naast de perceelsgrens staat op het perceel van cliënten een taxushaag. De grondwerkzaamheden en het ophogen van de grond, kunnen de wortels flink aantasten. Hoe wordt gezorgd dat de huidige beplanting op het perceel niet aangetast zal worden als gevolg van de ophoging? Welke maatregelen worden getroffen om wateroverlast tegen te gaan?
2.20.
Gelet op het vorenstaande verzoeken cliënten u duidelijkheid te verschaffen of de grond in de eindsituatie hoger zal liggen dan de grond op hun perceel en als dat het geval is, verzoeken zij u om antwoord te geven op bovenstaande vragen én te borgen in de planregels dat er maatregelen moeten worden genomen om wateroverlast op het perceel van cliënten te voorkomen.
ADVOCATEN
Risico's van klimaatverandering 2.21.
Ingevolge de Omgevingsverordening Zuid-Holland (thans de Zuid Hollandse Omgevingsverordening) dient in een bestemmingsplan rekening te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering ten aanzien van wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover die risico's zich voordoen, dient rekening te worden gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen. Aan dit vereiste voldoet het bestemmingsplan niet. De risico's van klimaatverandering zijn niet althans onvoldoende in kaart gebracht, hetgeen in strijd is met de Zuid Hollandse Omgevingsverordening. Vormvriie m.e.r,-beoordeling
2.22.
Bij een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling moet op grond van de criteria in bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn worden beoordeeld of kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.
2.23.
In de aanmeldnotitie die als bijlage 5 bij de toelichting is gevoegd, wordt ten onrechte - en anders dan in de toelichting op pagina 42 - aangegeven dat het bestaande grondgebruik wonen betreft in plaats van bedrijfsmatig gebruik. Wat verder opvalt is dat de aanmeldnotitie heel summier is. Er is slechts volstaan met een korte opsomming van de criteria, waarbij voor de onderbouwing vermoedelijk wordt verwezen naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Niet duidelijk is echter wat de omvang van het studiegebied is geweest. De aanmeldnotitie lijkt zich voornamelijk te richten op het plangebied, maar de effecten zijn natuurlijk groter dan dat. Ook is geen onderscheid gemaakt naar de effecten per fase, dus de bouwfase enerzijds en de gebruiks-uitvoeringsfase anderzijds, terwijl de effecten voor het milieu (en de omgeving) natuurlijk anders is. Sterker nog, de effecten van de bouwfase lijken volledig buiten beschouwing te zijn gelaten, er is slechts gefocust op de eindsituatie. Gelet op het vorenstaande voldoet de aanmeldnotitie niet aan de daaraan te stellen eisen. M.e.r.-beoordelinasbesluit
2.24.
Het college heeft op basis van de aanmeldnotitie besloten dat in dit geval kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het besluit is als bijlage 6 bij de toelichting gevoegd.
2.25.
Een besluit waarbij wordt geoordeeld dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, moet deugdelijk worden gemotiveerd. Daarbij is een enkele verwijzing naar de aanmeldnotitie onvoldoende. Het college
ADVOCATEN
of de raad moet namelijk een integrale beoordeling van de mogelijke nadelige milieugevolgen van het project verrichten. Bij de integrale beoordeling van de mogelijke nadelige gevolgen van het project voor het milieu moet bovendien rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.richtlijn. In de motivering van het m.e.r.-beoordelingsbesluit moet ook worden verwezen naar deze relevante criteria, zo vereist paragraaf 7.6 van de Wet milieubeheer. Aan deze eisen is ten onrechte niet voldaan. Parkeren 2.26.
In artikel 6.6 onder a van de planregels is bepaald dat een omgevingsvergunning slechts wordt verleend indien voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd binnen het plangebied, waarbij wordt uitgegaan van 2,2 parkeerplaats per vrijstaande woning en 1,8 parkeerplaatsen voor overige woningen. In artikel 6.6 onder b van de planregels is echter bepaald dat parkeerplaatsen dienen te worden aangelegd in het plangebied of in de nabijheid (dat wil zeggen op een loopafstand van 300 meter) van het plangebied. Dit laatste is in strijd met het bepaalde onder a en ook overigens voor cliënten niet acceptabel. De parkeerbehoefte dient volledig binnen het plangebied te worden opgelost en het is niet acceptabel als in dit geval de parkeerbehoefte wordt afgewenteld op de directe omgeving. De tekst in artikel 6.6 onder b van de planregels dient dus te worden aangepast én er moet worden geborgd dat de benodigde parkeerplaatsen ook in stand moeten worden gelaten. Een mogelijkheid om dit als voorschrift op te nemen in de omgevingsvergunning is onvoldoende. Riolering
2.27.
In de toelichting van het bestemmingsplan staat aangegeven dat de woningen worden aangesloten op de bestaande riolering (zie p. 14 en 36). Toen er nog activiteiten plaatsvonden op het Hamburgterrein overstroomde de riolering regelmatig en raakte het met enige regelmaat verstopt. Sinds de panden gesloopt zijn, is dit niet meer voorgekomen. Cliënten vrezen wederom voor overlast als gevolg van de aansluiting van de woningen op het bestaande (niet functionerende) riool. In de nota van inspraak is hierover opgemerkt dat dit een uitvoeringsaspect betreft.
2.28.
Anders dan wordt gesteld in de beantwoording van de nota van inspraak betreft dit niet uitsluitend een uitvoeringsaspect. In het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan zal moeten worden vastgesteld dat er geen onaanvaardbare negatieve gevolgen ontstaan als gevolg van de aansluiting op het bestaande riool, dit gelet op het feit dat eerder de riolering op dit terrein niet goed functioneerde. Aangetoond (en onderzocht) zal kortom moeten worden dat de riolering in het gebied voldoende capaciteit en verhang heeft om het (afval)water van de nieuwe
ADVOCATEN
bebouwing af te voeren. Als onaanvaardbare gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, zal een voorwaardelijke verplichting in de planregels moeten worden opgenomen, waarin wordt geborgd dat de riolering voldoende capaciteit heeft. Alternatief is dat in de planregels wordt opgenomen dat bij vergunningverlening moet worden aangetoond dat de riolering voldoende capaciteit heeft, alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend. Schade door uitvoering 2.29.
De huizen aan de Gemeenlandsedijk Noord nummer 33, 35 en 37 zijn niet onderheid, wat de huizen kwetsbaarder maakt bij trillingen. De trillingen die als gevolg van het heien kunnen ontstaan, kunnen leiden tot grote schade aan de woning van cliënten. Het klopt dat de hei- en bouwwerkzaamheden uitvoeringsaspecten betreffen en in beginsel geen onderdeel uitmaken van het besluitvormingsproces over de ruimtelijke keuze, maar dit betekent niet dat deze aspecten niet bij de belangenafweging hoeven te worden betrokken. Op uw raad rust de verplichting om te bezien of het plan kan worden uitgevoerd zonder een onaanvaardbaar risico voor het perceel en de woning van cliënten. Nu bekend is dat de huizen niet zijn onderheid en er door de eerdere werkzaamheden al schade is ontstaan, moet de raad weldegelijk de negatieve gevolgen van deze werkzaamheden in aanmerking nemen om te bezien of het plan uitvoerbaar is en zal de raad deze negatieve gevolgen ook moeten betrekken bij de afweging van alle betrokken belangen. Dat is ten onrechte niet gedaan. Om deze belangen te kunnen afwegen, zal onderzoek nodig zijn zodat kan worden vastgesteld dat er geen sprake is van een onaanvaardbaar risico en het plan uitvoerbaar is.
3.
Conclusie
3.1.
Uit het vorenstaande volgt dat het woon- en leefklimaat van cliënten onevenredig wordt aangetast als gevolg van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt en dan met name als gevolg van de locatie van de gestapelde woningen, de grote en lengte van het bouwvlak én de daar toegestane bouwhoogte. Met de belangen van cliënten is echter ten onrechte geen rekening gehouden.
3.2.
Gelet op het vorenstaande verzoek ik u om deze zienswijze gegrond te verklaren én het ontwerpbestemmingsplan niet vast te stellen.
3.3.
Subsidiair verzoeken cliënten u om het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd vast te stellen door: (i)
het bouwvlak naast het perceel van cliënten naar achteren te schuiven (dan wel te verkleinen), zodat woningen op een grotere afstand van de woning van cliënten zullen worden gerealiseerd;
(ii)
het bouwvlak te splitsen, zodat er ruimte tussen de beoogde woningen ontstaat, zoals nu stedenbouwkundig tot uitgangspunt is genomen;
(iii)
nabij hun perceel geen gestapelde woningen mogelijk te maken;
(iv)
de bouwhoogte naar beneden bij te stellen tot maximaal 8,5 meter;
(v)
te borgen in de planregels dat wordt voorzien in een groenstrook tussen het perceel van clienten en het Hamburgterrein, zoals in het plan van 30 april 2021 is opgenomen;
(vi)
te borgen dat voldoende parkeerplaatsen binnen het plangebied warden aangelegd en in stand gehouden; en
(vii)
te borgen dat is verzekerd dat de riolering waarop de nieuwe huizen warden aangesloten voldoende capaciteit heeft.
3.4.
Clienten zijn graag bereid om de zienswijze nader toe te lichten.
3.5.
Tenslotte verzoek ik u om mij op de hoogte te houden van de verdere procedure.
Met vriendelijke groet, Yur Advocaten
.k ,,. 1
-r
Ik dank u allereerst voor de mogelijkheid om hier te spreken. Vanavond wordt het bestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord in behandeling genomen. Ik wil in de aankomende minuten graag twee punten aan de orde stellen namelijk de bewonersparticipatie en onze grote zorgen over mogelijke schade. Ik wil vooropstellen dat wij de wil om huizen te bouwen goed begrijpen. Maar ik wil u vanavond meegeven dat het plan naar onze mening geen rekening houdt met omliggende woningen en daarmee de omwonenden. Onze zorgen zijn groot en zijn na meermaals in gesprek te zijn gegaan met de gemeente en de projectontwikkelaar, niet weggenomen. Wij hebben sterk het gevoel niet serieus te worden genomen. Het betreurt ons ten zeerste dat er naar onze mening niet aan burgerparticipatie is gedaan. In de afgelopen 3 jaar hebben wij van de projectontwikkelaar niets vernomen over de bouwplannen. Het kwam dan ook voor ons erg onverwachts dat de lage 5 geschakelde woningen die gebouwd zouden worden grenzend aan ons perceel, plots vervangen zijn door 14 gestapelde woningen van circa 11 meter hoog, een paar meter van de erfgrens vandaan, direct kijkend in onze woning. Wij begrijpen dat dit plan aan de geldende regels voldoet en dat er waarschijnlijk niet tegen de regels wordt gehandeld.
Maar dit betekent naar ons idee niet, dat er niet meer gecommuniceerd kan worden, of dat er niet meer met omwonende gepraat kan worden over het plan. Wij hebben de gemeente en de projectontwikkelaar gevraagd of het mogelijk zou zijn om gezamenlijk nog een keer naar de plannen te kijken. En of mogelijk zou zijn kleine aanpassingen te maken zodat de te verwachten overlast beperkt kon worden. Hier stonden helaas de gemeente en de projectontwikkelaar niet voor open. Mede daardoor voelden wij ons ons genoodzaakt om vanavond hier te staan en in te spreken. Daarbij wil ik ook graag aangeven dat wij ons afvragen of er echt naar de woonwensen van de inwoners van Abbenbroek wordt geluisterd. De vele reacties op het eergisteren gepubliceerd stuk van het AD geeft de ontevredenheid over het woningaanbod dat gerealiseerd gaat worden, goed weer. Terwijl er nu juist wordt aangegeven dat dit plan voortkomt uit een bewonersinitiatief en vooral voor de inwoners zou zijn opgezet. Zoals zojuist aangegeven maken wij maken ons ernstige zorgen over de risico's van het bouwen vlak naast ons huis. Het is gebleken dat onze zorgen niet onterecht zijn, er is namelijk schade ontstaan aan de woning van onze buren. De gemeente heeft toegegeven dat deze schade het gevolg is geweest van de saneringswerkzaamheden.
Helaas is dit nooit goed vastgelegd omdat er op het moment dat de schade optrad, geen nulmeting was gedaan. Op dit moment worden er wederom werkzaamheden uitgevoerd met zwaar materieel, en wederom zonder nulmeting te hebben gedaan. Dit baart ons grote zorgen. Het is voor ons volstrekt onduidelijk bij wie wij terecht kunnen wanneer er wel overlast of schade zou optreden.zeker gezien het feit dat de projectontwikkelaar zich niet wil verzekeren. Dit draagt voor ons niet bij aan het vertrouwen in het plan. Om onze grote zorgen weg te nemen hebben wij gevraagd een onderzoek te laten uitvoeren om te kijken of de plannen mogelijk zijn zonder dat er hevige schade zal optreden aan de omliggende woningen. Helaas hebben wij keer op keer het antwoord gekregen dat de gemeente dit niet nodig vindt. Hoe kan ons verzoek zomaar van tafel worden geschoven als er al schade is ontstaan door de werkzaamheden? Dit geeft ons ernstig het gevoel dat de schade en onze zorgen niet serieus genomen worden. Naar onze mening vragen wij niet om drastische veranderingen van het plan. We vragen ook niet om minder woningen of vrij uitzicht. Maar we vragen om een beetje rekening te houden met de omliggende woningen en de omwonenden. Om de huizen net iets lager te maken of net iets verder weg te plaatsen.
Het is voor ons dan ook onbegrijpelijk dat de vele en hoge huizen aan de randen van het terrein worden gebouwd terwijl er minder en lagere huizen in het midden worden geplaatst. De hoogte van de huizen is waarschijnlijk niet tegen de regels. Maar betekent dat dan ook dat er geen rekening meer met anderen hoeft te worden gehouden, omdat de regels het toelaten? Nergens in Abbenbroek zijn er zulke hoge huizen te vinden. Wij begrijpen dan ook niet dat ons verzoek om de nog te bouwen huizen passend te maken bij Abbenbroek, passend te maken bij omliggende woningen door terug te brengen naar maximaal 8,5 m en daarmee de overlast een klein beetje te beperken, van tafel wordt geschoven, met als reden, de regels laten het toe. Ik hoop dat u wel onze zorgen voor schade begrijpt en dat u zich wel kan inbeelden hoe deze situatie met zulke hoge woningen zo dichtbij voor ons voelt. Ik hoop ook dat u nog eens zou willen nadenken over dit plan alvorens het wordt vastgesteld.
Om dit kort samen te vatten: wij zijn niet tegen het bouwen van woningen op het terrein maar wel tegen de manier waarop dit bestemmingsplan tot stand is gekomen en het maximaliseren van de hoogte van de woningen, zonder enige burgerparticipatie en zonder deugdelijk onderzoek. Dankuwel.
Goedenavond, Mijn naam is I.v.B. Ik dank de partijen die goede vragen hebben gesteld tijdens de commissievergadering van 1 O april waarin het bestemmingsplan Gemeenlandsedijk Noord is behandeld. We hebben het gevoel gekregen eindelijk gehoord te warden. In de commissievergadering van 10 april heb ik 2 punten aan de orde gesteld. De bewonersparticipatie en mogelijke schade voor omwonenden. Daar kwam door het artikel in het AD het gebrek aan betaalbare woningen bij. Ik kom hier nog even kart terug op deze punten. Wij hebben als direct omwonende in de afgelopen 3 jaar niets gehoord van de projectontwikkelaar. Het voorliggende plan kwam voor ons als een donderslag bij helder hemel. Door de wijze van beantwoording van de gestelde vragen door de wethouder is voor ons nogmaals bevestigd dat er volstrekt onvoldoende bewonersparticipatie heelt plaatsgevonden en dat dat bij de meeste commissieleden ook wel duidelijk was. Er is immers geen enkel voorbeeld waaruit blijkt dat er op dit voorliggende plan aan bewonersparticipatie is gedaan. Wij hebben vernomen dat de projectontwikkelaar in de afgelopen week tegen een of meerdere partijen heeft gezegd dat de bewonersparticipatie tot in den treure is behandeld. Dit geelt aan hoe de de projectontwikkelaar werkt want die opmerking had niet verder bezijde de waarheid kunnen zijn.
Het voorliggende plan houdt naar onze mening geen rekening met de omliggende woningen en daarmee de omwonenden. Nergens in Abbenbroek zijn zulke hoge huizen te vinden, dicht op de bestaande bebouwing en er is en wordt geen deugdelijk onderzoek gedaan naar de risico's van het bouwen. Ook dit punt is in de vergadering behandeld maar omdat de regels het toelaten is het blijkbaar acceptabel. Tenslotte passen de woningen niet bij de woningwensen van de inwoners. De reacties op het stuk in het AD zeggen genoeg. In de commissie is gesproken over de noodzaak tot het bouwen van betaalbare woningen. Het kan blijkbaar financieel niet uit dus dan moet het maar ergens anders. Vorige week stond er al een stuk online waaruit bleek dat de gemeenteraad vandaag akkoord zou gaan met het bestemmingsplan. Een plan waarvoor geen bewonersparticipatie heelt plaatsgevonden, een plan dat voorziet in huizen waarover sterke twijfel is of de bewoners van Abbenbroek ze willen en een plan dat geen rekening houdt met de omwonenden. Dames en heren, wij vragen ons als leken op dit gebied inmiddels af wat er eigenlijk nodig is voor een meerderheid van de gemeenteraad van Nissewaard om een bestemmingplan af te keuren? Dankuwel.