57.Brief VZHG aan Provinciale Staten; Besluitvorming Ruimtelijk Voorstel
Tekst van het document
Den Haag, 24 november 2023 Betreft: besluitvorming Ruimtelijk Voorstel Bijlage: brief aan gedeputeerde 23-10-2023
Geachte leden van Provinciale Staten, Op 29 november en 13 december bespreekt u het Ruimtelijk Voorstel waarin de eerste stevige contouren van de ruimtelijke koers van onze prachtige provincie voor 2030 en verder zijn geschetst. De VZHG geeft u in deze brief graag twee belangrijke aandachtspunten mee. Ten eerste willen wij bij u ons ongenoegen uiten over de betrokkenheid van de Zuid-Hollandse gemeenten bij het tot stand komen van het Ruimtelijk Voorstel dat u voorligt. Ten tweede roepen wij u in het verlengde hiervan op om bij de verdere uitwerking de samenwerking met gemeenten - vanuit partnerschap - beter te borgen dan in het doorlopen proces. De VZHG heeft op 23 oktober 2023 ook een oproep gedaan aan gedeputeerde Anne Koning. Deze brief vindt u in de bijlage. Centralisatie Ruimtelijke Ordening Op 17 mei 2022 schreef minister De Jonge een brief aan de Tweede Kamer over de toekomst van de ruimtelijke ordening in Nederland. Dat was het startschot voor het proces van de ‘ruimtelijk puzzels’. Het credo was: niet alles kan meer. De ruimtelijke ordening van Nederland was niet af, zoals eerder werd gezegd, maar Nederland heeft te veel (nieuwe) ruimtevragers en nauwelijks nog onbestemde ruimte. Daarom neemt het Rijk weer de regie in handen. Dit is een systeemverandering na 20 jaar “centraal wat moet, decentraal wat kan-beleid.” Dit leidt tot een nieuwe Nota Ruimte in 2024.
De oproep van Minister De Jonge was voor u als provincie ook het startschot van een immense operatie. De ruimtelijke ordening van onze provincie moest tegen een nieuw daglicht worden gehouden. En dit alles op de vooravond van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. We zien dat er enorm veel werk is verricht om dit document vorm te geven. Inmiddels ligt het Ruimtelijk Voorstel aan u voor. Een voorstel waarin de gemeenten zeer summier bij betrokken waren. Oproep tot betere samenwerking Op het verzoek van de VNG aan de provinciale afdelingen (Gemeentelijke rol belangrijk bij ruimtelijke keuzes | VNG), heeft de VZHG haar signalerende rol direct in december 2022 opgepakt. De VZHG stond voortdurend in contact met gemeenten en ambtenaren van de provincie. In juni van dit jaar is de gedeputeerde uitgenodigd geweest bij de bestuursvergadering. De leden van de VZHG hebben vanaf het begin hun hand naar uw college uitgestoken. Alleen ga je sneller, samen kom je verder, wordt wel eens gezegd. Dat geldt zeker voor een domein als Ruimtelijke Ordening, waarin autonomie en medebewind nauw met elkaar verweven zijn. Bovendien behoeft het geen betoog dat de belangen groot zijn en de vraagstukken complex.
Anders dan dat de paragraaf ‘Participatie’ in het ruimtelijk voorstel doet vermoeden is die uitgestoken hand niet aangenomen; veel Zuid-Hollandse gemeenten hebben de houding van de provincie zelfs als kil ervaren. Er kan dus niet gesproken worden van een gedragen 1.0 versie. Enkele voorbeelden van deze afstandelijke houding zijn: - Vanuit de werkateliers kwam geen terugkoppeling, waardoor het niet helder was wat wel en niet zou worden meegenomen. - Tijdens de bestuurlijke ‘dialoogsessie’ in week 39 hebben bestuurders slechts enkele minuten spreektijd gehad om hun gemeentelijk perspectief te duiden aan uw gedeputeerde. - De ambtelijke en bestuurlijke inbrengen zijn gebaseerd op een zogenoemde ‘80%-versie’. Ter illustratie: het integraal ruimtelijk voorstel (hoofdstuk 6) was hiervan geen onderdeel en de u voorliggende versie is in omvang bijna verdubbeld. - Enkele regio’s hebben op eigen initiatief de handschoen opgepakt en inbreng aangeleverd. Deze regio’s hebben een specifieke reactie van uw bestuur. Gemeenten die geen eigen inbreng hebben aangeleverd en geen onderdeel uitmaken van de novex-gebieden lijken op achterstand te staan. - Enkele gemeenten hebben hun inbreng beperkt omdat hun eerdere inbreng niet serieus is meegenomen in de afwegingen van de provincie.
1
Borg goed (samen)werken met de handreiking gebiedsgericht werken Op 23 oktober heeft de VZHG in de blessuretijd van dit traject uw college opgeroepen om alsnog nader met elkaar samen te werken. Gemeenten zijn van mening dat in de reactie van de gedeputeerde onvoldoende is ingegaan op de wens tot samenwerking zoals beschreven in de handreiking. Deze oproep staat nog steeds. Het Ruimtelijk Voorstel is immers geen einde van een traject maar een begin. Naast het feit dat het Rijk werkt aan de nieuwe Nota Ruimte werkt de provincie aan een nieuwe provinciale omgevingsvisie. De geschetste koers in het Ruimtelijk Voorstel laat zien dat we daarin op een andere manier onze ruimtelijke afwegingen gaan maken. Het is daarom van belang om aan de voorkant van een gebiedsproces met elkaar afspraken te maken over de rollen, taken, verantwoordelijkheden en processtappen, ook bij het toewerken naar ruimtelijke voorstellen (en het vervolg op de langere termijn). Dat is ook zo beschreven in de handreiking gebiedsgericht werken en nodig om te kunnen omgaan met dilemma’s die zich zullen voor doen. Goede samenwerking vraagt dat duidelijk is wie wat doet, met welk instrument, wanneer elkaar hier op aan te spreken en wat te doen in het geval escalatie nodig is, zodat niemand voor verrassingen komt te staan.
Er wordt in de GS-brief aangegeven dat ZH-PLG en Novex-gebieden (waaronder Haven Rotterdam) niet gelijkgeschakeld zijn op de Ruimtelijke Koers. Hier dient duidelijkheid over te komen omdat gemeenten niet met de provincie op verschillende borden in gesprek wil zijn, maar vanuit een eenduidig en binnen GS/PS afgestemd kader gekomen kan worden tot een daadwerkelijke uitvoeringsagenda. Waarbij ook (sub-)regionaal en lokaal gekomen kan worden tot maatwerk, in plaats van het eenzijdig vasthouden aan een provinciaal omgevingsbeleid. Het vervolgproces houdt meer in dan de aankondiging dat er een aantal bestuurlijke sessies komen en dat de eerste in februari al plaatsvinden. De nadruk ligt wat ons betreft niet op het verzamelen van ideeën voor het vervolgproces maar over nadere afspraken over de inhoudelijke uitwerkingen, waarbij maatwerk als gevolg van lokale en of regionale uitdagingen niet wordt uitgesloten en er kan nimmer sprake kan zijn van eenzijdige afspraken. Instemming door alleen Provinciale Staten levert een stuk op dat onvoldoende steun heeft bij de gemeenten. Gemeenten willen zich herkennen in de inhoud. Dit kan betekenen dat grote plannen van gemeenten zichtbaar zijn op de kaarten en in teksten. De uitgangspunten in de handreiking gebiedsgericht zijn goed geschikt om dit proces samen vorm te geven.
Dit raakt vanzelfsprekend de ambities van onze leden en op termijn het dagelijks leven van onze inwoners. Gemeenten zien dit ruimtelijk voorstel als een voortraject voor een nieuwe provinciale omgevingsvisie, daarom vinden gemeenten het belangrijk dat deze punten worden geborgd en opgenomen in het vervolgtraject van het ruimtelijk voorstel. Laten we in volwaardig partnerschap gezamenlijk werken aan een toekomstbestendig en leefbaar Zuid-Holland. Waar we oog hebben voor ieders rol en kracht. Voor een nadere reactie kunt u contact opnemen met onze portefeuillehouder uit het algemeen bestuur van de VZHG, Daan Markwat d.markwat@goeree-overflakkee.nl
Vriendelijke groeten, Jolanda de Witte Voorzitter VZHG
2