56. Nederlandse Vereniging Omwonende Windenergie (NLVOW); Gedragscode Omgevingsbetrokkenheid bij aardwamteporjecten
Tekst van het document
Gedragscode Omgevingsbetrokkenheid bij Aardwarmteprojecten
Inhoudsopgave 1. Inleiding
3
2. Definities
5
3. Doel en reikwijdte
6
4. Communicatie en dialoog
7
5. Omgevingseffecten
8
6. Kwaliteit van de leefomgeving
8
7. Borging en evaluatie
9
8. Ondertekenende partijen
10
Bijlage 1: Over aardwarmte
11
Bijlage 2: Betrokken organisaties
13
Bijlage 3: De leden van Geothermie Nederland
14
2
1.
Inleiding
In het najaar van 2019 heeft Geothermie Nederland (destijds DAGO) namens haar
Totstandkoming gedragscode
leden, de bedrijven die in Nederland aardwarmte (willen) winnen, het initiatief geno-
Bij de ontwikkeling van deze gedragscode is er in het voorjaar van 2019 gesproken met
men voor de Gedragscode Omgevingsbetrokkenheid bij Aardwarmteprojecten. De
18 partijen die op verschillende wijzen betrokken zijn bij de ontwikkeling van aard-
gedragscode is bedoeld voor deze bedrijven zelf (de initiatiefnemers) en richt zich tot
warmteprojecten of bij een voorgenomen initiatief daartoe. Er is o.a. gesproken met
bewoners en bedrijven in de omgeving van een aardwarmteproject, de relevante ge-
overheden (zoals de Rijksoverheid, gemeenten, provincies, waterschappen), belan-
meenten, provincies, waterschappen, drinkwaterbedrijven en natuur- en milieuorgani-
gen-verenigingen en Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO’s). Ook is er kennis en
saties. De gedragscode geeft principes voor hoe de leden van Geothermie Nederland
ervaring meegenomen vanuit de Green Deal Participatie van de Omgeving bij Duurzame
bij de voorbereiding en realisatie van aardwarmteprojecten de omgeving betrekken.
Energieprojecten1 en de gedragscodes van andere branche-verenigingen (windenergie-
Met deze gedragscode geven leden van Geothermie Nederland proactief invulling aan
sector NWEA, aardgassector NOGEPA). Daarnaast is bij de ontwikkeling samengewerkt
de toekomstige verantwoordelijkheid uit de Omgevingswet om de omgeving te laten
met de leden van Geothermie Nederland zelf (destijds DAGO en Platform Geothermie).
participeren. Er is geprobeerd om de vragen, wensen en suggesties zoveel mogelijk te verwerken
Aardwarmte en de omgeving
in deze gedragscode. Waar dat niet mogelijk is, leggen we dat goed uit. Een aantal
Aardwarmte (ook wel geothermie genoemd) is duurzame warmte uit de ondergrond
belangrijke punten uit de gesprekken willen we daarom graag expliciet toelichten:
voor de verwarming van kassen, bedrijven, huizen en industrie. De hoogste prioriteit van de Nederlandse aardwarmtesector is om op een veilige en verantwoorde wij-
1. De effecten van aardwarmte
ze voor mens en milieu te voorzien in de duurzame warmtevraag. Om de ambities
In de gesprekken kregen we veel vragen over veiligheid, mogelijke effecten en risico’s
voor aardwarmte in Nederland te kunnen realiseren is participatie van omwonenden
van aardwarmte voor de omgeving. De initiatiefnemers zijn bekend met de effecten
en andere belanghebbenden van belang. Dit betekent dat belanghebbenden bij de
en risico’s en doen hier op individuele basis ervaring mee op. Deze ervaringen worden
voorbereiding en uitvoering van projecten zo goed mogelijk worden betrokken, tijdig
opgenomen in het veiligheids-, gezondheids- en milieuzorgsysteem van de initiatief-
worden geïnformeerd en met hen wordt besproken hoe de activiteiten zo goed moge-
nemer. Dit VGM-zorgsysteem bevat het geheel van procedures en werkinstructies en
lijk kunnen worden uitgevoerd en ingepast in de omgeving. Door kansen te verkennen
wordt intensief gebruikt bij dagelijkse en bijzondere werkzaamheden. Hiernaast wis-
voor synergie met andere lokale ontwikkelingen, bijvoorbeeld via gelijktijdige aanleg
selen initiatiefnemers structureel hun ervaringen uit binnen Geothermie Nederland,
van infrastructuur, meervoudig ruimtegebruik of groenvoorziening, kan een project
wat resulteert in een continue verbetering van het VGM-zorgsysteem. Tevens worden
daarnaast bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.
op basis van deze ervaringen sectorbrede onderzoeken uitgezet naar gedeelde vraagstukken, zoals het voorkomen en mitigeren van milieurisico’s in de ondergrond.
1
Zie www.greendeals.nl voor meer informatie
3
2. Het belang van maatwerk
4. Schadeafhandeling mijnbouwactiviteiten
Daarnaast gingen veel vragen over het omgaan met de verschillen in de omgeving,
Verder gingen diverse vragen over de afhandeling van mogelijke schade als gevolg van
bijvoorbeeld over projecten in een agrarische omgeving of juist bij woonwijken. De
de opsporing of winning van aardwarmte, mocht die er onverhoopt zijn. Op dit moment
gedragscode geeft algemene principes die voor alle gebieden waar aardwarmte wordt
verkent het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) de mogelijkheden voor
ontwikkeld uniform van toepassing zijn. Elk project is echter anders en vraagt daarom
het opstellen van een landelijke aanpak voor schadeafhandeling als gevolg van mijn-
inpassing in de specifieke lokale context. De initiatiefnemer stelt dan ook voor ieder
bouwactiviteiten. Als onderdeel hiervan is Geothermie Nederland in gesprek met EZK
project een participatieplan op, zodat een project zo goed mogelijk passend kan wor-
hoe aardwarmte als mijnbouwactiviteit mogelijk een plek krijgt in een convenant tussen
den gemaakt in de omgeving. Maatwerk wordt geleverd via het omgevingsoverleg.
de aardwarmtesector en de Staat en een daarbij te hanteren schadeprotocol. Daarnaast is er het Landelijk Loket Mijnbouwschade waar iedereen die schade heeft
3. Duidelijke rollen en verantwoordelijkheden
waarvan hij/zij vermoedt dat deze is veroorzaakt door een mijnbouwactiviteit terecht
Er werden ook vragen gesteld over het wettelijk kader, de rollen en verantwoordelijk-
kan voor informatie.
heden van verschillende partijen in de aardwarmtesector. Het wettelijke kader waarbinnen Geothermie Nederland en haar leden opereren is aan verandering onderhevig:
Tot slot
de Mijnbouwwet wordt herzien en de Omgevingswet zal naar verwachting in 2021
Deze gedragscode is nadrukkelijk een startpunt, waarbij Geothermie Nederland gaan-
gaan gelden. Hiermee is zoveel mogelijk rekening gehouden bij de opstelling van deze
deweg in de praktijk leert wat werkt en waar aanpassingen nodig zijn. Om de principes
gedragscode, maar mogelijk vraagt dit te zijner tijd aanpassingen van de gedragscode.
van deze gedragscode nader uit te werken heeft Geothermie Nederland een leidraad omgevingsbetrokkenheid voor haar leden ontwikkeld. Deze leidraad biedt initiatiefne-
Bij de realisatie van aardwarmteprojecten spelen niet alleen initiatiefnemers een
mers een handreiking voor de aanpak van omgevingsbetrokkenheid.
belangrijke rol. Ook overheden (als bevoegd gezag en beleidsmaker), toezichthouders, warmtevragers, natuur- en milieuorganisaties en andere partijen zijn daarbij van
Geothermie Nederland en haar leden blijven leren en evalueren en stellen de ge-
belang. De leden van Geothermie Nederland zetten zich in voor een goede samenwer-
dragscode bij naar gelang hun bevindingen. Geothermie Nederland vraagt betrokken
king.
organisaties dan ook om terugkoppeling te geven om de gedragscode te kunnen verbeteren. Als u suggesties heeft voor het verbeteren van de gedragscode of u graag wilt meedenken, dan hoort Geothermie Nederland dit graag.
4
2. Definities Aardwarmte
Opsporen
In de ondergrond aanwezige warmte die aldaar langs natuurlijke weg is ontstaan.
Onderzoek doen naar de aanwezigheid van aardwarmte, dan wel naar nadere gegevens daaromtrent, met gebruikmaking van een boorgat.
Belanghebbende Een persoon of organisatie die in de omgeving van een (potentieel) project een recht-
Participatie
streeks aantoonbaar belang heeft.
De mate van betrokkenheid bij het proces rond de planvorming en realisatie van een project. Procesparticipatie kent verschillende niveaus, variërend van informeren,
Initiatiefnemer
betrekken, tot integreren.
Houder van een aardwarmtevergunning die is aangewezen om de feitelijke werkzaamheden te verrichten of daartoe opdracht te verlenen. Initiatiefnemers zijn (aspirant) lid
Participatieplan
van Geothermie Nederland.
Een plan van de initiatiefnemer waarin beschreven wordt op welke wijze de omgeving wordt betrokken. Het opstellen van een participatieplan is onderdeel van de Leidraad
Omgeving
Omgevingsbetrokkenheid bij Aardwarmteprojecten van Geothermie Nederland.
De omgeving kan slaan op het fysieke gebied waar de activiteiten van projecten, of de effecten hiervan, merkbaar kunnen zijn. De omgeving wordt ook gebruikt om belang-
Project
hebbenden in dit fysieke gebied die deze effecten kunnen ervaren aan te duiden.
Het geheel van activiteiten gericht op het ontwikkelen, realiseren en exploiteren van aardwarmte, waarbij milieu- en omgevingseffecten kunnen ontstaan.
Omgevingsoverleg Overleg met belanghebbenden over het project. Hierbij worden afspraken gemaakt
Verkennen
over de wijze waarop de omgeving wordt betrokken, wordt geïnformeerd en over wel-
Om te bepalen waar aardwarmte (technisch) winbaar is, onderzoekt een aardwarmte-
ke thema’s wordt gesproken. Dit omgevingsoverleg is een middel voor de omgeving
bedrijf binnen een toegewezen gebied (het zoekgebied) de ondergrond.
om advies uit te brengen aan de initiatiefnemer.
Winnen Het onttrekken van aardwarmte aan de ondergrond, anders dan het onttrekken daarvan in samenhang met het opsporen of het winnen van delfstoffen dan wel met het opslaan van stoffen
5
3. Doel en reikwijdte De gedragscode kent de volgende principes als het gaat om haar doel en reikwijdte:
7. R eeds bestaande projecten2 worden, indien hier behoefte aan is, samen met belanghebbenden aan de hand van deze gedragscode besproken.
1. Het doel van de gedragscode is het versterken van de betrokkenheid van belang-
8. Indien er een majeure wijziging in een bestaand project plaatsvindt waar mogelijk
hebbenden bij aardwarmteprojecten. Hiermee willen initiatiefnemers projecten
milieu- en omgevingseffecten kunnen ontstaan, zal de gedragscode worden
zo goed mogelijk laten aansluiten bij de wensen en belangen van de omgeving
toegepast door de initiatiefnemer.
en projecten zo goed mogelijk inpassen in de lokale omgeving. Het streven is dat de belangen van de omgeving rondom een project structureel en op een goede
9. Wanneer een bestaand project een volgende fase ingaat (zoals van opsporen naar winnen, of van winnen naar verwijderen) zal de gedragscode ook worden toegepast.
manier worden meegenomen, zodat projecten zo breed gedragen mogelijk tot stand komen. 2. Deze gedragscode geeft principes waar alle initiatiefnemers zich aan moeten houden. 3. Het uitgangspunt is dat de participatie van belanghebbenden bij een project passend is bij de behoeften van de omgeving, passend bij de projectkarakteristieken en in relatie staat tot de (mogelijke) impact die een project heeft op de omgeving. 4. De gedragscode is geen vervanging van wet- en regelgeving, maar een bovenwettelijke inspanning van initiatiefnemers om omgevingsbetrokkenheid te waarborgen. De wettelijke eisen zijn onder andere te raadplegen via wetten.overheid.nl en allesoveraardwarmte.nl. 5. De gedragscode is van toepassing op alle fasen van een project: het verkennen, opsporen en winnen van aardwarmte. Van de verkenning van de ondergrond (binnen een zoekgebied), tot de boring, de winning, het opruimen van installaties en het goed achterlaten van het terrein. 6. De gedragscode is van toepassing op alle nieuwe projecten.
2
Waarvoor reeds een SDE+ subisidie is aangevraagd c.q. toegekend.
6
4. Communicatie en dialoog Heldere communicatie, transparantie en een goede dialoog met de omgeving is van groot belang bij projecten. In het kader hiervan worden de volgende principes gehanteerd:
Algemene principes
Het omgevingsoverleg
1. Initiatiefnemer informeert en betrekt belanghebbenden tijdig en zo vroeg mogelijk
8. Initiatiefnemer stelt per project een omgevingsoverleg beschikbaar. Het
bij de projectontwikkeling. 2. Initiatiefnemer stemt de informatievoorziening met de omgeving af op de behoefte.
omgevingsoverleg is een middel voor de omgeving om advies uit te brengen aan de initiatiefnemer.
3. Initiatiefnemer stelt de benodigde informatie ter beschikking, waarbij rekening
9. In het omgevingsoverleg bespreken initiatiefnemer en de omgeving op welke
wordt gehouden met beperkingen vanuit bedrijfsvertrouwelijke informatie en
manier de omgeving betrokken zou kunnen worden bij een project. Zij spreken
aanbestedingsregels.
over de omgevingseffecten, over welke thema’s wordt gesproken, wat de rollen van
4. Participatie kent verschillende niveaus: informeren, betrekken/adviseren en
betrokken partijen zijn, de frequentie van overleg en eventuele andere zaken die
co-creatie/integreren. Per project, per fase en per belanghebbende(groep) kan de
betrokkenen in het omgevingsoverleg van belang achten. Mogelijke onderwerpen
mate van en soort participatie verschillen. De initiatiefnemer maakt hierin een
voor het omgevingsoverleg zijn:
keuze en stelt hiertoe een participatieplan op.
• Keuze voor aardwarmte als energiebron
5. Initiatiefnemer en overheden (bijvoorbeeld rijk, provincie, gemeente en water-
• Licht, geluid en transport, gedurende de bouw en tijdens operatie
schappen) hebben elk hun eigen rollen, taken en verantwoordelijkheden in het
• Techniek, veiligheid, risico’s en maatregelen
proces. Initiatiefnemer beschrijft dit in het participatieplan en bespreekt dit
• Locatieinrichting en ruimtelijke inpassing
met de relevante overheden.
• Natuur en milieu
6. Indien er projectwijzigingen en/of inzichten ontstaan zullen belanghebbenden hierover actief worden geïnformeerd. 7. Initiatiefnemer zorgt ervoor dat vragen en zorgen kunnen worden besproken.
• Mogelijkheden om bij te dragen aan de kwaliteit van de leefomgeving • Mogelijke schade en afhandeling • Vragen en klachten
Hiertoe stelt de initiatiefnemer een contactpersoon beschikbaar.
7
5. Omgevingseffecten
6. Kwaliteit van de leefomgeving
De leden van Geothermie Nederland zijn zich bewust van de mogelijke impact van
Om positief bij te dragen aan de omgeving en duurzaamheidsdoelstellingen in de
een aardwarmteproject op de directe omgeving en gaan open het gesprek aan over de
omgeving, wordt het principe van de kwaliteit van de leefomgeving gehanteerd. De
omgevingseffecten. Hierbij worden de volgende principes gehanteerd:
mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan de omgeving verschillen per project. In het omgevingsoverleg verkennen initiatiefnemer en de omgeving de mogelijkheden
1. De mogelijke effecten op de omgeving worden zo goed mogelijk inzichtelijk ge-
hiervoor, zoals:
maakt. Nadelige effecten op de omgeving worden zoveel mogelijk voorkomen of verminderd. 2. Initiatiefnemer spant zich in om de omgeving waar mogelijk te betrekken bij het zoeken naar de best passende uitvoeringswijze van van de activiteiten. 3. Omgevingseffecten van de activiteiten worden gemonitord conform de wettelijke vereisten. Monitoring kan ook worden besproken in het omgevingsoverleg. 4. Als uit het omgevingsoverleg blijkt dat aanvullend onderzoek nodig is, zal de initiatiefnemer dit door onafhankelijke experts laten uitvoeren. De experts worden in samenspraak met belanghebbenden geselecteerd.
• Levering van lokale warmte breder dan aan alleen de initiatiefnemers van het project. • Zoeken naar opties voor synergie, zoals aansluiting bij lokale infrastructuurontwikkelingen, kansen voor groen en natuur, of mogelijkheden voor dynamisch ruimtegebruik. • Het betrekken van lokale of regionale ondernemers. • Op andere wijze een bijdrage leveren aan de omgeving, bijvoorbeeld via het beschikbaar stellen van financiële participatiemogelijkheden.
5. Bij de uitvoering van activiteiten kan het voorkomen dat op enige wijze schade aan derden ontstaat. Dit heeft betrekking op bijvoorbeeld planschade of materiële schade door (mijnbouw)activiteiten. De wet bevat bepalingen over het compenseren of vergoeden van schade.
8
7. Borging en evaluatie Om de principes uit de gedragscode te borgen en de gedragscode actueel te houden hanteren wij als volgt:
Borging
Evaluatie
1. Initiatiefnemers maken zich bekend met de gedragscode, committeren zich eraan
5. De gedragscode wordt periodiek geëvalueerd en waar nodig verbeterd en
om deze na te leven en dragen deze actief uit. Initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de naleving. Indien initiatiefnemer niet handelt in lijn met de gedragscode,
geactualiseerd. 6. Bij de evaluatie van de gedragscode gaat Geothermie Nederland in gesprek met een
spreekt het bestuur/bureau van Geothermie Nederland het lid hierop aan.
aantal belanghebbenden en vraagt hierbij naar de ervaringen. Deze evaluatie heeft
2. Initiatiefnemers maken zich bekend met de leidraad omgevingsbetrokkenheid,
als doel de gedragscode te actualiseren en wordt uitgevoerd door een onafhanke-
welke Geothermie Nederland haar leden aanbiedt als handreiking voor het
lijke partij. Dit gebeurt in samenwerking met (een selectie van) belanghebbenden
toepassen van de gedragscode.
en ondertekenende partijen. De uitkomsten van de evaluatie worden gepubliceerd.
3. Het omgevingsoverleg en daarin gemaakte afspraken zijn projectgebonden. Bij
Indien nodig wordt de gedragscode aangepast.
overdracht van het project zal de initiatiefnemer die de afspraken heeft gemaakt er-
7. Geothermie Nederland zal een werkgroep met initiatiefnemers faciliteren, met als
voor zorgen dat de afspraken worden overgedragen aan de nieuwe initiatiefnemer.
doel tussentijdse evaluatie van de gedragscode en het uitwisselen van kennis en
De nieuwe initiatiefnemer spant zich in om deze afspraken na te komen. Indien dit
ervaring.
niet mogelijk is bespreekt de nieuwe initiatiefnemer dit in een omgevingsoverleg. 4. Vragen over het voldoende naleven van de gedragscode kunnen bij Geothermie Nederland worden gesteld, indien de betreffende initiatiefnemer niet reageert op vragen of verzoeken, via info@geothermie.nl. Voor een zorgvuldige adressering van vragen over naleving van de gedragscode hanteren Geothermie Nederland en initiatiefnemer een protocol voor vragenafhandeling. Geothermie Nederland en initiatiefnemer gaan indien nodig gezamenlijk in gesprek met de betreffende belanghebbende.
9
8. Ondertekenende partijen De gedragscode is ondertekend door Geothermie Nederland en haar leden. Als vereniging zal Geothermie Nederland de gedragscode actief uitdragen door deze onder de aandacht te brengen bij haar leden en het publiek. Den Haag, 28 november 2019
Saskia Hagedoorn, destijds voorzitter van DAGO
10
Bijlage 1: Over aardwarmte Aardwarmte Aardwarmte (ook wel geothermie genoemd) is duurzame warmte uit de ondergrond
waarbij vaak de omliggende glastuinbouwbedrijven zowel de warmte afnemen alsook
voor de verwarming van kassen, bedrijven, huizen en industrie. Aardwarmte in Ne-
mede-eigenaar/initiatiefnemer zijn. Veel toekomstige aardwarmteprojecten zullen in
derland heeft de potentie om te voorzien in een aanzienlijk deel van de Nederlandse
een stedelijke omgeving worden gerealiseerd, waarbij de warmte ook via warmtenet-
warmtevraag (tot wel 20-25% in 2050) en is een betrouwbare duurzame bron voor
werken aan huishoudens en bedrijven zal worden geleverd.
warmtelevering. De ambitie van de sector is om in 2030 ongeveer 150-200 projecten gerealiseerd te hebben (tegenover zo’n 22 projecten in 2019). Daarmee zouden signi-
Aardwarmteprojecten in het algemeen hebben een lokaal karakter, omdat de warmte
ficante CO2-reducties kunnen worden gerealiseerd die bijdragen aan het behalen van
lokaal wordt afgenomen. Met de ambities voor 2030 en daarna zal aardwarmte in
de klimaatdoelstellingen.
toenemende mate een belangrijke rol spelen in de warmtevoorziening. Voor de formulering van de Regionale Energie Strategie (RES) en de gemeentelijke Warmtetransi-
De Nederlandse warmtevoorziening verduurzamen
tievisies zal veel werk gedaan worden om te beoordelen waar en hoe aardwarmte een
Nederland werkt hard aan de energietransitie. Om de doelen van het klimaatakkoord
bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van de warmtevraag.
van Parijs te behalen moeten we onze energiehuishouding veranderen om onze CO2-uitstoot te reduceren. Nederlandse gemeenten, provincies en Rijk werken aan
Voorwaarden voor een aardwarmteproject
plannen om steden, regio’s en Nederland als geheel klimaatneutraal te maken in 2050
Een succesvol aardwarmteproject voldoet aan een aantal vorwaarden. Om te begin-
en de warmtevoorziening te verduurzamen. Een belangrijk onderdeel is de verduurza-
nen is het van belang dat er voldoende warmteafnemers in de nabijheid zijn en moet
ming van de warmtevoorziening voor glastuinbouw, de gebouwde omgeving en indus-
de ondergrond voldoende geologisch en economisch perspectief bieden. Daarnaast
trie. Voor de opwekking van warmte gebruiken we nu vooral aardgas. Veel gemeenten
dient er bij de verkenning rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van
kondigen aan ‘van het aardgas af’ te willen gaan. Aardwarmte kan daarvoor op veel
andere activiteiten in het gebied, zoals drinkwatervoorziening, bedrijfsactiviteiten
plaatsen een lokaal duurzaam alternatief zijn.
etc. Dit betekent dat de realisatie van aardwarmteprojecten sterk aan de boven- en ondergrondse situatie gebonden is en soms geen (deel van de) oplossing kan zijn om
Aardwarmte in Nederland
de warmtevoorziening lokaal te verduurzamen.
Op dit moment zijn er 22 aardwarmteprojecten in de glastuinbouw in Nederland gerealiseerd. Bij deze projecten is in goede afstemming met de omgeving gewerkt,
11
Financiële participatie Op dit moment wordt voor duurzame elektriciteitsopwekking, zoals wind en zon, steeds meer de mogelijkheid tot financiële participatie van de omgeving aangeboden. In de aardwarmtesector (duurzame warmte) is er nog beperkt ervaring met deze vorm van participatie door de omgeving. Zo zijn ondernemers in de glastuinbouw vaak zowel aandeelhouder in een project als ook afnemer van de geproduceerde warmte. Soms wordt ook financiering betrokken vanuit participatiefondsen. Het staat individuele bedrijven vrij om zelf al dan niet invulling aan te geven aan financiele participatie. De mogelijkheden hiertoe hangen samen met de wijze waarop de warmtemarkt de komende jaren wordt vormgegeven. Geothermie Nederland zal komend jaar de verschillende vormen van financiële participatie in kaart brengen, op basis van de ervaringen bij andere sectoren (wind en zon). Daarbij zal Geothermie Nederland samen met haar leden verkennen wat de (on) mogelijkheden zijn voor financiële participatie in de aardwarmtesector.
Informatievoorziening aardwarmte Aangezien aardwarmte een relatief nieuwe ontwikkeling is in Nederland (sinds de eerste winning in 2007) leven er veel vragen over wat aardwarmte precies is, hoe het werkt, hoe de business case eruit ziet, hoe de relatie ligt met warmtenetten etc. Geothermie Nederland werkt daarom samen met EBN en Stichting Warmtentwerk, zoals ook geformuleerd in het Masterplan Aardwarmte, aan een goede informatievoorziening over aardwarmte. Meer informatie over aardwarmte kunt u vinden op o.a.: • www.allesoveraardwarmte.nl • www.geothermie.nl • www.kasalsenergiebron.nl • www.glastuinbouwnederland.nl
12
Bijlage 2: Betrokken organisaties Voor de totstandkoming van de gedragscode is er gesproken met vertegenwoordigers
Daarnaast is er in de werkgroep geothermie van de Green Deal Participatie
van de volgende partijen:
van gedachten gewisseld met de volgende partijen:
1.
Gemeente Enschede/Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)
1.
Energie Nederland
2.
REScoop
2.
Interprovinciaal Overleg (IPO)
3.
Stichting Warmtenetwerk
3.
Natuur en Milieu
4.
Milieudefensie
4.
Lerend platform Energie en Omgeving (LEO)
5.
Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE)
5.
Platform Geothermie
6.
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
6.
Provincie Drenthe
7.
Unie van Waterschappen (UvW)
7.
Provincie Gelderland
8.
Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
8.
Provincie Overijssel
9.
Holland Solar
9.
RVO
10. Vereniging van waterbedrijven in Nederland (Vewin)
10. Stichting Warmtenetwerk
11. Interprovinciaal Overleg (IPO)
11. VNG
12. Provincie Noord-Brabant 13. Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) 14. Gemeente Westvoorne 15. Laat Woerden Niet Zakken 16. Stichting Platform Geothermie 17. Energiebeheer Nederland (EBN) 18. NOGEPA
13
Bijlage 3: De leden van Geothermie Nederland (d.d. november 2019)
14
Colofon Deze gedragscode is een uitgave van Geothermie Nederland • november 2019 • www.geothermie.nl Contactpersoon: Danny van den Berg via danny.vandenberg@geothermie.nl. • Procesbegeleiding, redactie & vormgeving: MSG Sustainable Strategies
15