54. Bijlage bij Stafbureau SvWrR; Deel 2 verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB toelichting presentatie
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraden SvWrR Betre3: Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2, Overzicht gestelde vragen.
Onderstaand tre3 u aan de Fjdens de regionale bijeenkomsten WRB van januari 2025 gestelde vragen en antwoorden. Vraag: Klopt het dat als je niet in Ridderkerk woont en je wel in Ridderkerk zou willen wonen dat je dan een aparte inschrijving nodig hebt? Antwoord SvWrR: Dat klopt. Om straks in Ridderkerk te kunnen slagen heb je een apart inschrijving nodig. Ze mogen mensen van buiten niet weigeren. Het is overigens nog een punt van aandacht hoe wordt omgegaan met de rechten die mensen hebben opgebouwd. Zij hebben jaren inschrijfgeld betaald om ook bij de woningcorporaFes in Ridderkerk te kunnen slagen en daardoor inschrijfduur opgebouwd. Die inschrijfduur kan door een wijziging van het systeem niet zomaar komen te vervallen. Vraag: Begrijpt u het sen=ment dat in de raad van Ridderkerk lee?? Antwoord SvWrR: In elk gemeente wordt de schaarste gevoeld. Het aantal reacFes sFjgt enorm, de zoekduur neemt toe en dat toont aan hoe groot het tekort is. Voor sommigen voelt het daardoor lasFger om solidair te blijven. Dat senFment is begrijpelijk, maar overal een hekje om de gemeente proberen te zeOen is niet raFoneel. Mensen willen soms heen en weer verhuizen in verschillende fasen van het leven. We moeten af van het beeld dat de mensen die uit een andere gemeente komen iets mankeren of minder waard zijn. Dat is niet zo.
Vraag: zijn er extra kosten/uiBredingskosten te verwachten? Antwoord SvWrR: Ridderkerk is uit het Samenwerkingsverband gestapt en hee3 besloten uit het regionale woonruimtebemiddelingssysteem te stappen. Het woonruimtebemiddelingssysteem wordt georganiseerd door de samenwerkende corporaFes, via Maaskoepel. Er zijn tal van extra kosten te verwachten. Ridderkerk zal haar eigen systeem oprichten en beheren. De corporaFes worden geconfronteerd met extra kosten omdat ze mogelijk in meerdere systemen moeten adverteren. ParFjen moeten zich daarop beraden. Er zijn geen uiOredingskosten uit het SvWrR. Vraag: Is er een kans dat de gemeente Ridderkerk volgende week of over 6 maanden zegt dat ze er toch in willen blijven? Antwoord SvWrR: Ja, die kans is nog aanwezig. De huidige verordening is ook daar nog steeds van kracht. Ze gaan nu eerst ook allerlei dingen uitzoeken in Ridderkerk. Het is ook goed voorstelbaar dat ze dezelfde verordeningstekst gaan gebruiken, maar alleen op het punt van het regionale verdeelsysteem afwijken. Qua termijnen/Fjd wordt het spannend of ze het allemaal gaan halen. Er moet veel gebeuren en er moet veel worden uitgezocht. Ook is het even afwachten wat andere parFjen als het Rijk en provincie nog gaan doen.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
1
Daarnaast gaat de wetgeving uit van vrije vesFging. Dat is een grondrecht. Je mag alleen in bepaalde omstandigheden, als de schaarste echt kan worden aangetoond, onder specifieke voorwaarden en met bepaalde bovengrenzen barrières opwerpen die inbreuk doen op die vesFgingsvrijheid. Daarom doen we ook elke 4 jaar een evaluaFe, schaarsteonderzoeken en stellen we de verordening opnieuw voor maximaal 4 jaar vast. Antwoord Maaskoepel: Ridderkerk denkt dat minder mensen van buiten zich gaan inschrijven in een eigen verdeelsysteem en dat dit een soort afschrikwekkende werking hee3. Alle woningzoekenden die we hebben gesproken die zijn tot heel erg veel bereid om een woning te kunnen vinden, zelfs inschrijven voor vrije sector middenhuur, ook al kunnen ze dat eigenlijk niet betalen. Er zijn sterke vermoedens dat zij zich ook in Ridderkerk zullen inschrijven. Er zou zelfs een tegengesteld effect kunnen optreden als de inschrijfduur in Ridderkerk in eerste instanFe aanmerkelijk lager blijkt. Dat zou op dat moment ook een aanzuigende werking kunnen krijgen. Vraag: Het is een concept verordening op hoofdlijnen en aangegeven wordt dat deze niet is ‘dicht ge=mmerd’. Waarom is niet gekozen voor het ‘dicht =mmeren’ en hoe kan het dat er toch nog een fors pakket ligt? Antwoord RIGO: Er ligt inderdaad nog wel veel tekst, maar wat we willen regelen moet wel goed in de tekst opgenomen worden.
Het valt in deze regio erg mee wat tekst betre3. In de regio Amsterdam bijvoorbeeld ligt een verordening van 300 pagina’s. Antwoord Maaskoepel: Een dichtgeFmmerde verordening gee3 de gemeenten en corporaFes weinig ruimte. Wat nu voorligt gee3 de corporaFes ruimte om, samen met de gemeente, maatwerk te kunnen leveren. Antwoord SvWrR: Alles vastleggen kan leiden tot onrechtvaardigheid, daarom is gekozen voor ruimte voor maatwerk. Vraag: er worden met name eengezinswoningen gebouwd en de appartementen die vrijkomen die zou je eigenlijk willen benuBen voor doorstroming. Wat zijn de mogelijkheden daarvoor? Antwoord SvWrR: Die uitdaging komt in alle gemeenten voor. Je bouwt nieuwe seniorenappartementen en wil daarmee graag doorstroming bevorderen. Het is dan goed om te weten dat het percentage van woningen dat je met voorrang mag toewijzen gaat over alle verhuringen in een jaar. Er zijn meer verhuringen dan alleen verhuringen van nieuwbouw. Je hebt ook nog bestaande woningen die vrijkomen. Je kunt er dan voor kiezen om een nieuwbouwcomplex volledig met voorrang toe te wijzen aan lokale inwoners om de doorstroming te bevorderen. De bestaande woningen adverteer je dan vrij voor mensen uit de eigen gemeente én mensen uit de regio. Daarnaast zeOen corporaFes bijvoorbeeld wooncoaches in om mensen te laten doorstromen.
Antwoord RIGO: Deze nieuwe verordening maakt het mogelijk om hier heel verfijnd mee om te gaan. Je kunt dan bijvoorbeeld voorrang geven aan 65-plussers, die komen uit de buurt en die een grote woning achter laten. Die ‘lagen’ kun je inbouwen, zodat je kunt bereiken wat je lokaal wilt bereiken.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
2
Vraag: In Nissewaard wordt doorstroming bevordert en ingezet op escala=ewoningen. Kan en mag dat? In Nissewaard wordt doorstroming bevordert en ingezet op escala=ewoningen. Kan en mag dat? Antwoord RIGO: Ja, dat kan. Het is een voorbeeld van lokaal maatwerk. Het moet wel goed geregeld zijn met de corporaFes bij de prestaFeafspraken. Antwoord SvWrR: Doorstroming, met name van ouderen, kan bevorderd worden via een wooncoach. Vraag: Als je 50% lokale ruimte op is moet je dan de andere woningen toebedelen aan mensen uit de regio cq niet zijnde de eigen gemeente? Antwoord RIGO: Nee. De 50% die overblij3 nadat de lokale ruimte is benut, daar mag je geen voorrang verlenen, maar dat wil alleen zeggen dat je alleen mensen uit de regio niet meer mag ‘uitsluiten’. Iedereen maakt in die 50% die overblij3 kans, waardoor er ook woningzoekenden uit de eigen gemeente in dat stuk van de vrijkomende woningen zullen slagen. Vraag: Vaak zijn de kosten ook het probleem bij doorstroming. De ouderen betalen nu redelijk lage huren en als ze naar een nieuwe woning gaan is deze fors duurder. Hoe los je dat op? Antwoord RIGO: Uit onderzoek weten we dat als het gaat over drempels bij doorstroming er eigenlijk 3 of 4 dingen redelijk cruciaal zijn. Een is, dat de woningen die je aanbiedt moeten voldoen aan de eisen van de senioren die bijvoorbeeld hun gezinswoning willen verlaten.
Ten tweede moeten ze de mogelijkheid hebben om met voorrang naar een woning toe te verhuizen, dus dat regelen we in de Verordening. Als derde is het van belang om bij het kostenelement ook breder te kijken dan de huur alleen, want als je een gezinswoning met energielabel E achterlaat met een energierekening van € 300 per maand en je gaat naar een gasloos appartement met nul-op de meter, dan maakt het ook nog wel iets uit. Dat is ook onderwerp van gesprek met een corporaFe, want dat wordt niet in de verordening geregeld. En tensloOe, en dat is een hele belangrijke. Voor heel veel oudere bewoners van een grote woning is vaak de stap naar een andere woning psychisch. De drempel is dan het besef van dit is mogelijk mijn laatste verhuizing. Ook in prakFsche zin: Wat komt er allemaal bij kijken bij een verhuizing en hoe moeten we het allemaal organiseren? Voor dat stukje is er vaak de verhuiscoach om daarbij te helpen. Aanvullende vraag: Als ik kijk naar een specifieke casus van een vrouw die eigenlijk wil verhuizen. Die zit nu in haar eentje in een eengezinswoning en tegen haar wordt gezegd dat ze beter kan blijven ziBen waar ze zit, omdat het zoveel duurder is om te verhuizen. En dan kunnen we heel veel aandacht hebben voor de doorstroming, maar bij nieuwbouw ziBen er logisch ook hoge kosten aan.
Antwoord SvWrR: Uw punt is heel terecht, want dit is echt iets wat heel veel ouderen zeggen. Het gevaar is dat er daardoor te lang wordt gewacht met doorstromen. Maar meestal gaat het niet om geld, want als mensen echt een laag inkomen hebben en je gaat nu naar een dure woning, gaat dat weer gecompenseerd door de huurtoeslag of inderdaad de totale woonlasten met de energiekosten, maar uiteindelijk zijn er heel veel andere zaken die meespelen. Zoals voldoende ruimte. Dat is allemaal heel terecht. Het is dus heel wat meer dan kale huur. Wel schrikken mensen vaak, maar, en Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
3
tegelijkerFjd, als mensen zich verdiepen, dan blijkt in ieder geval dat het financiële argument maar in enkele gevallen aan de orde is. Antwoord corporaFe: We hebben het uitgezocht omdat deze discussie in veel gemeenten aan de orde komt. De mensen komen vaak uit minder goed geïsoleerde eengezinswoningen. Mensen gaan naar een laatste woning, die is wel beter geïsoleerd. Het blijkt dat na verhuizing 3/4 van de mensen er op vooruitgaan, omdat de energielasten wat lager zijn. De huur is wat hoger, maar het belangrijkste argument is toch dat de mensen hun laatste woning in gaan. En ze hebben een aantal complexen op het oog. In iedere stad of ieder dorp zijn er ongeveer maar 3 gewilde complexen of de nieuwbouw en dat hee3 meer invloed op de doorstroming dan de iets hogere huurrijs. Dat is eigenlijk veel belangrijker dan dit. Antwoord SvWrR: Als U ouderen spreekt, maak er dan ook echt reclame voor dat ze op Fjd een stap nemen. Doe het als je nog iets te kiezen hebt en als je nog zelf onder eigen regie kan kiezen waar je naartoe wil gaan. Hoe vaak hoor je mensen niet zeggen “had ik het maar eerder gedaan". Antwoord CorporaFe: Het is daarbij ook de nadrukkelijke uitnodiging: Breng de mensen in contact met onze wooncoaches of ga in gesprek met de corporaFe. Het is alFjd maatwerk en de financiële situaFe kunnen wij met onze specialisten, samen met de gemeente, goed bespreken.
Uiteindelijk heb je gewoon aandacht voor de mensen nodig en daarmee hebben mensen Fjd nodig om te wennen aan de te nemen stappen. Het zit hem veel meer in het onbekende waardoor dat het niet lukt, dan dat er geen mogelijkheden zijn. We moeten ook meer bijbouwen, want de tekorten zijn er. Antwoord SvWrR: We bouwen als gemeenten best veel, maar zelfs dan bouw je er maar een paar procent erbij. De komende jaren zeOen we dan ook veel in op de bestaande voorraad. We willen er voorzorgen dat meer mensen op de op de juiste plekken terecht gekomen. Immers de kwaliteit van leven is van belang. Doorstromen is daarom ook belangrijk. Vraag: De grootste winst lijkt te behalen bij het doorstromen van de ouderen. Het is wel heel gevaarlijk als mensen dat zo horen. Mensen kunnen onder druk gezet worden door hun omgeving. Is dat geen risico? Antwoord SvWrR: Iedereen mag blijven wonen waar hij wil, er is geen enkele druk. Antwoord RIGO: Op basis van woonwensenonderzoek moeten we ook realisFsch zijn: 60 tot 70% van de oudere mensen denken nog niet aan verhuizen. Die wonen premg en dat is ook niet erg. De verordening is zo opgezet dat als mensen kunnen en willen verhuizen, dat het in ieder geval niet door woonruimteverdeling wordt belet om die stap te kunnen maken en dat dat stukje organiseren we hier in die huisvesFngsverordening.
Daar zullen in ieder geval geen drempels ziOen, maar dat er verder allerlei andere ingewikkelde overwegingen zijn is begrijpelijk.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
4
Vraag: Gaat het bij binding om 50% van de vrijkomende woningen en welke sanc=e staat er op een hoger percentage? Antwoord RIGO: De huisvesFngswet schrij3 voor dat 50% het maximum is. Gemeenten mogen als ze een verordening opstellen, geen regels opnemen die in strijd zijn met de wet. De tekst van de verordening moet voorgelegd worden aan de provincie en de provincie toetst of gemeenten zich wel houden aan de wet. In de prakFjk komt het wel eens voor dat een gemeente over die 50% heen gaat. De provincies hebben daarbij sinds kort een nieuwe rol. Ze handhaven de woonruimteverdeling, maar hoe ze daar in de prakFjk op acteren, moet nog blijken. Het is te ingewikkeld om daar nu iets over te zeggen. Meer principieel zou ik denken dat een gemeente zich ook moet houden aan de eigen wet van de overheid. Vraag: Mag je dit percentage bekijken over een langere periode of is het per kalenderjaar? Antwoord RIGO: Het werkt per jaar en per segment. Je mag er niet voor kiezen om 0% nieuwbouw betaalbare koopwoningen te doen en 100% sociale huurwoningen van corporaFes. Segmenten mogen onderling niet worden uitgewisseld. Vraag: Wat kan ik uit de cijfers uit de verschillende gepresenteerde kolommen in de presenta=e halen? Antwoord RIGO: Wat je in de tabel ziet is de reden dat iemand meetelt met de binding.
Het gaat soms over urgent woningzoekenden, soms over regionale voorrang en soms over lokale voorrang. In sommige gemeenten liggen de percentages laag, waarbij je het gesprek kunt voeren of dat meer mag/moet zijn. Antwoord Maaskoepel: Het is een kans om te sturen, maar je kunt dat als gemeente ook niet doen. De kans wordt geboden en de verordeningsafspraak die we nu hebben en de manier van samenwerken met corporaFes maakt dat we er in deze regio afspraken over kunnen maken en kunnen sturen. Vraag: Hoe kijkt de provincie aan tegen de wens om eigen woningzoekenden voorrang te geven? Antwoord RIGO: De provincie hee3 advies uitgebracht op deze tekst. Dat is weOelijk verplicht sinds vorig jaar. De provincie hee3 enerzijds begrip voor het gevoel dat volksvertegenwoordigers hebben om op te komen voor de eigen woningzoekenden en wijst anderzijds ook wel op het belang van de vrije vesFging van woningzoekenden. Vraag: Zijn de cijfers uit de presenta=e de jaarcijfers van 2023 of 2024? Antwoord SvWrR: Het zijn de cijfers van 2023 want de van 2024 zijn nog niet definiFef. Ps. In de presenta-e van 30 januari 2024 zijn voorlopige cijfers 2024 opgenomen.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
5
Vraag: Ik zou als raadslid graag de cijfers per maand willen hebben. Er staat nu een percentage voor het hele jaar en dan kun je niet bijsturen. Als je de cijfers voor bijvoorbeeld februari weet, kan je alsnog gasgeven of juist afremmen. Bovendien kan je dan het effect van specifieke projecten zien. Antwoord SvWrR: De verordening is een raadsstuk, op de hoofdlijnen, en de raad stelt de kaders, die in de verordening worden opgenomen. Binnen deze kaders wordt door de gemeente en corporaFes gewerkt. Binnen de uitvoering kan vrij goed gestuurd worden op een hoog aandeel lokale binding. Het aantal vrijkomende woningen is over de jaren heen ook redelijk stabiel en ook de geplande oplevering van nieuwbouwprojecten is inzichtelijk. Het aantal verhuringen in een jaar kan daardoor vrij goed voorspelt worden. Vraag: Bent u het eens dat de raden kaders stellen en controleren? Het tweede punt is dat is we in Voorne aan zee het gemeentelijk woningbedrijf hebben. Daar zit de gemeente zelf aan het stuur. Het is een van de vijf gemeentelijk woningbedrijven in Nederland nog. Ligt het daar dan niet anders? Antwoord RIGO: Het is de gemeenteraad die het woonbedrijf de kaders meegee3. CorporaFes en het woonbedrijf zijn gemandateerd door B&W om in hun naam een huisvesFngsvergunning te verlenen op basis van de door de gemeenteraad vastgestelde verordening.
Antwoord SvWrR: Een verordening is het kader waarbinnen mensen werken, bijvoorbeeld bij Maasdelta en andere woningcorporaFes. Die maken keuzes voor advertenFes, bijvoorbeeld de keuze om een complex te reserveren voor 65+-ers. Datzelfde wordt gedaan door iemand bij het gemeentelijk woonbedrijf en die is gehouden aan dezelfde regels. Dus daarin is dat niet wezenlijk anders. Aanvullende vraag: Gemeenten mogen gebruik maken van die maximale 50%, maar het is geen moeten? Antwoord RIGO: Dat klopt. Antwoord SvWrR: Er zijn verschillende vormen die meetellen. De medisch urgenten zijn nog steeds de grootste groep, daarnaast de HerhuisvesFngsurgenten, als je iets sloopt en mensen moeten worden gehuisvest, en zo heb je dus diverse vormen. Iemand die bijvoorbeeld zijn inkomen verliest of er ernsFg op achteruit gaat en de woning niet meer kan betalen, krijgt urgenFe op woonlasten. Er zijn verschillende urgenFecategorieën die meetellen voor de lokale binding. Dat is nog iets anders dan dat je zegt deze woningen die willen we per se aan lokale mensen toewijzen. Het is de optelsom van de verschillende kolommen (presentaFe dia lokale binding) en die tellen op tot een percentage dat maximaal 50 mag zijn. Vraag: Wat wordt in de presenta=e bedoeld met ‘met uitzondering van 5.5.
en 5.6 in de tabel over lokale binding? Antwoord RIGO: Om het nog ingewikkelder te maken, er zijn enkele urgenFecategorieën die weOelijk verplicht zijn en waar je geen bindingseisen aan mag stellen. Mantelzorg is er daar één van, maar ook bijvoorbeeld mensen die vluchten voor relaFoneel geweld. Daar mag je geen bindingseisen aan stellen. De Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
6
gedachte daarachter is dat als iemand bedreigd wordt in Noordoost Groningen het soms heel erg wenselijk kan zijn dat die heel snel naar hun woning in Zeeland wordt bemiddeld. We mogen van de wet dan niks eisen dat dit in de weg kan staan. De wet zegt daarvan, die moet je in je verordening hebben en daar mag je geen bindingseisen aan stellen. Naast de urgenten heb je het in de prakFjk eigenlijk over 25% van de verhuringen waarover je het lokale gesprek over zou kunnen voeren over hoe je die inzet. De eerste vraag is: zet ik hem in en vraag twee is als ik hem wil inzeOen, waartoe dan? In RoOerdam wil men bijvoorbeeld voorrang geven aan vitale beroepen, zoals in de verordening als opFe is opgenomen. Het gaat dan om het voorrang geven aan leraren, omdat het moeilijk is om die voor de klas te krijgen. In andere gemeentes spelen bijvoorbeeld discussies over ‘We hebben hier een klein dorp waar er twee woningen per jaar vrijkomen, daarvan willen we dat ze beschikbaar komen voor mensen met lokale binding’. Dat is dus weer een andere vorm van sturing. Het gaat uiteindelijk om de lokale keuze of je de ruimte wil vullen en hoe je dat doet. Je zou de verordening kunnen zien als een soort gereedschapskist, waarbij je met een weOelijke bovengrens te maken hebt en waarbij je met elkaar eigenlijk in gesprek gaat over welk gereedschap je juist wil inzeOen ten behoeve van welk doel.
Aanvullende vraag: Hoe zit dit met het lokale woonbedrijf in Voorne aan Zee? Antwoord RIGO: Het lokale woonbedrijf werkt ook conform dezelfde verordening en het lokale woonbedrijf werkt ook met Woonnet Rijnmond. Dus die werkt in hetzelfde systeem als de corporaFes. Het is dezelfde systemaFek, dezelfde manier van sturing en afspraken maken die u ook met corporaFes kunt maken. Vraag: Maar het woonbedrijf maakt deel uit van de gemeentebegro=ng. De winst- en verliesrekening komt ook ten laste van onze gemeente. De gemeente en haar inwoners hebben het woonbedrijf groot gemaakt (of juist klein gehouden). We vinden het dan las=g uitlegbaar dat van deze woningen dan voor maar voor 50% voor lokale inwoners zijn Hoe is dit uit te leggen? Antwoord Maaskoepel: Dan moeten we in de geschiedenis duiken. Oorspronkelijk is een deel van de corporaFes ook gemeentelijke woonbedrijf geweest, die uiteindelijk zelfstandig zijn geworden om moverende redenen. Uiteindelijk hebben we als sector maatschappelijk gezien hetzelfde belang en hebben we ook dezelfde roots. We staan met elkaar voor een gezamenlijke opgave. Antwoord SvWrR: Een belangrijk punt om te benadrukken is dat we maximaal 50% mogen oormerken. De prakFjk is, zeker in bepaalde kernen, bijvoorbeeld Voorne aan zee, dat op de meerderheid van de woningen wel wordt gereageerd door mensen die daar graag willen wonen.
Het idee dat die andere 50% alFjd van buiten de eigen gemeente komt is niet waar. Je mag 50% oormerken en vervolgens heb je nog steeds de meerderheid van de mensen uit Voorne aan zee, die Voorne aan Zee prachFg vinden en daarom reageren op de woningen. Sterker nog, ik denk dat mensen uit Rockanje in Rockanje willen wonen, de mensen uit Brielle willen graag in Brielle wonen en de mensen uit Hellevoetsluis willen graag in Hellevoetsluis wonen. Dat is de prakFjk van alledag. Het automaFsme van je mag maximaal 50% oormerken en dus is de andere 50% van buiten, dat is gelukkig niet het geval. Vraag: Hoe lang is dat voor een woning in Voorne aan Zee ongeveer gemiddeld? Antwoord Maaskoepel: Ongeveer 4 jaar. Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
7
Antwoord RIGO: En dan is de zoekFjd nog wat korter. De inschrij3ijd is de Fjd tussen het moment dat je je inschrij3 en het moment dat je een woning hebt. De zoekFjd is de Fjd gerekend vanaf het moment dat je ook echt acFef begint te zoeken totdat je een woning krijgt. Bij woningen die echt heel schaars zijn kan de zoekFjd overigens wat langer duren. Bijvoorbeeld grotere woningen voor grote gezinnen zijn gewoon heel schaars. Vraag: Hoe zit het met de wach`jd voor jongeren? Antwoord SvWrR: De vraag is heel simpel gesteld en het antwoord is complex. A: het verschilt per gemeente en het verschilt per categorie. We hebben de jongerencategorie, bijvoorbeeld tot 23. Je mag pas inschrijven als je 18 jaar bent en je moet de groep verlaten als je 23 jaar bent geworden. De oudste en eerst ingeschrevenen is degene met de langste inschrijfduur. De doorstroming als gevolg van een jongerencontract is maximaal vijf jaar. Het is de prakFjk, zeker nu de woningen schaars zijn, dat mensen zich als een soort verzekeringspremie meteen inschrijven. Op veel plekken zie je dat mensen zich inschrijven of op het moment dat ze 18 jaar zijn, of direct nadat ze een woning hebben gekregen of ze houden gewoon die inschrijving aan voor het Fentje per jaar. Dan Fkt de teller van die maanden inschrijfduur door, maar dat wil niet zeggen dat ze ook zo lang daadwerkelijk op zoek zijn naar een woning.
Dat geldt ook bijvoorbeeld voor ouderen: die zijn vaak al jaren ingeschreven als een soort verzekering. Het verschil tussen de Fjd dat mensen staan ingeschreven en echt acFef aan het zoeken zijn en dat ze slagen is een groot verschil. Daarom staan er soms bij sommige categorieën een echt hele hoge inschrijfduur, maar dat wil niet zeggen dat er een concreet getal is te noemen van hoe lang ben je nou bezig? Want het verschilt per gemeente, per categorie en dan moet er deze disclaimer bij staan. Vraag: Hoe stuur je op die binding en het toewijzen daarvan? Krijgen we daar de verslagen van? Antwoord RIGO: Zeker zijn hier verslagen van. De gemeente verleent huisvesFngvergunningen en houdt daar dus ook rekening met de bindingsbepalingen uit verordening en mandateert dat vervolgens aan een woningcorporaFe. Dat mandaat betekent voor het college dat zij moet controleren of de corporaFe zich houdt aan dat mandaat. De corporaFes moeten hiervoor informaFe uitwisselen waar dat uit blijkt. Dat doen ze onder andere via de rapportages die Maaskoepel levert over de woonruimteverdeeldata. Aanvullende vraag: Komen die gewoon per maand of per kwartaal of. Zou je als wethouder dan kunnen zeggen ik wil zoveel mogelijk, lokale jongeren, of binding hebben. Ik wil wel horen aan wie er dan welke huizen worden aangehouden.
Antwoord CorporaFe: Ik zit maandelijks bij de wethouder aan tafel en als we een nieuwbouwproject hebben, praten we er gewoon over hoe we die verdeling organiseren, hoe wij dat doen. We hebben daar gewoon een goed overleg. En ja, wij sturen dus echt op 50%.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
8
Antwoord SvWrR: Soms kun je als gemeente wel lokale binding willen, maar zal de corporaFe ook aangeven of daar nog wel ruimte voor is. Dat is een dialoog, want iedere dag zijn de medewerkers van de corporaFe hiermee bezig. Wij geven nu aan wat wij als college of onze raad belangrijk vinden, maar ook de corporaFe moet wel binnen de afspraken en de regels opereren die er zijn. Vraag: Komen wij terug op de controlerende taken binnen de weBelijke verordening. Als volksvertegenwoordiger leg je de uitvoering neer bij een andere organisa=e. Maar je bent er nog steeds verantwoordelijk voor, toch? Antwoord SvWrR: Zeker. Er moet door diegene die het uitvoert daarom gerapporteerd worden en dat wordt ook gedaan. Vraag: Volgens mij werd net gezegd, die 50% die is pas ingegaan in 2024 en we praten over cijfers van 2023. Klopt dat? Antwoord RIGO: Dat klopt. We hadden in 2023 ook al een HuisvesFngswet. In die HuisvesFngswet kon je ook al sturen op binding. Het grote verschil was dat toen werd gezegd maximaal 25% op lokaal en nog eens een keer maximaal 25% op regionaal niveau. Dat is per 1 januari 2024 veranderd in 50%, maakt niet uit op welk niveau. Dat is in feite de wijziging. In de prakFjk is een groot deel van die urgente groep ongeveer die 25%. Vraag: Over de inschrijfduur.
Mensen zijn al zo lang ingeschreven, maar eigenlijk is de opgeschoonde lijst van mensen die ac=ef zoeken wat anders. Waarom wordt alleen de lijst van inschrijfduur gepresenteerd en niet de opgeschoonde lijst? Antwoord RIGO: Om die reden wordt vaak ook bijvoorbeeld de zoekduur als criterium gehanteerd. Als je alleen kijkt naar inschrijfduur en er zit een groot aantal mensen tussen die niet acFef zoeken, die zoals gezegd een soort verzekeringskapitaal opbouwen voor het geval ze ooit een keer sociale huurwoning nodig hebben, dan wekt dat de indruk dat er bijvoorbeeld meer dan 200.000 ingeschreven woningzoekenden zijn in deze regio. We weten ook dat ongeveer de hel3 daarvan maar acFef zoekt. Het aantal acFef woningzoekenden rapporteren we ook. Vraag: Als je dan in het land kijkt, we hebben verschillende regio’s, hanteert dan iedere regio ongeveer dezelfde urgen=ecategorie? Of zijn de verschillen groot? Antwoord RIGO: De Wet Regie beoogt hier veel meer gelijkheid in te brengen door een aantal categorieën verplicht te maken. In feite zijn de categorieën die hier worden gehanteerd, ook op de meeste andere plekken gebruikelijk. Verder ziet u vaak medisch en sociaal urgenten, bijvoorbeeld bij bedreiging, je huis is afgebrand, je hebt een ongeluk gekregen, dat soort situaFes ziOen ook gewoon in verordeningstekst en die zie je elders ook. Die verschillen zijn dus niet groot.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
9
Vraag: In hoeverre mag je bij een urgen=everklaring rekening houden met de persoonlijke situa=e? Hoever mag je daarin gaan? Antwoord SvWrR: Het afgeven van een urgenFeverklaring betekent het afgeven van voorrang. Gelet op de aanwezige schaarste moet je hier voorzichFg mee om gaan en dat is bij uitstek een beoordeling van de persoonlijke situaFe, om te kijken of die dermate is dat er voorrang kan en moet worden verleend.. Antwoord Maaskoepel: De corporaFe gaat alFjd in overleg met de woningzoekende. Op basis daarvan wordt een zoekprofiel opgesteld, waarbij ook naar de persoonlijke situaFe wordt gekeken. Het zoekprofiel is weer leidend voor het bepalen van wat een geschikte woning is. Maar bij een noodsituaFe zijn de wensen ondergeschikt. Vraag: Als de situa=e van een urgent woningzoekende, nadat deze een woning hee? aanvaard, normaliseert, moet deze dan de woning weer verlaten? Antwoord SvWrR: Het gaat bij urgenFe niet om een Fjdelijk huurcontract. Antwoord Maaskoepel: Als iemand eenmaal ergens woont, die er mag blijven wonen. Vraag: Zijn er ook dan andere typen woningen voor jongeren? Antwoord RIGO: Het is uiteindelijk aan de verhuurder, de corporaFe, om de voorwaarden bij het aanbod te bepalen. Ik kan me best voorstellen dat als je inderdaad jongeren als beoogde doelgroep hebt, je bijvoorbeeld een twee kamerappartement een keer verloot of labelt voor een jongere.
Vraag: Klopt het dat er bij lo=ng geen eisen worden gesteld en dus iedereen een gelijke posi=e hee?? Antwoord SvWrR: Ja, dat klopt. In geval van urgenFe heb je snel een woning, bij inschrijfduur moet je gewoon achter in de rij aanschuiven, maar bij loFng krijgen veel meer mensen een kans om sneller aan een woning te komen. Vraag: Kan je bij lo=ng binding meenemen? Antwoord RIGO: Je kunt specifieke woningen voor of ouderen of jongeren met voorrang aanwijzen. Bij het bepalen van de voorrang kan je wat betre3 criteria ook stapelen, zoals bijvoorbeeld iemand uit de buurt, een doorstromer (van groot naar klein), een 65+er. Bij loFng hee3 iedereen gelijke kansen. Aanvullende vraag: Als je criteria stapelt en er is niemand die daaraan voldoet, wat gebeurt er dan? Antwoord SvWrR: Je mag aan de voorkant niemand uitsluiten. Je mag echter wel voorrang verlenen. Je kan in dit geval dus eerst uitgaan van bijvoorbeeld de drie genoemde criteria, vervolgens twee en als er dan nog geen match is naar één. In de huisvesFngsverordening is opgenomen hoe de rangorde wordt bepaald, óók als er geen voorrangskandidaat is.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
10
Vraag: Je kan jongeren bijvoorbeeld geen urgen=ecategorie meegeven, maar je kan er wel voor zorgen dat ze bij die lo=ng kans hebben? Antwoord RIGO: Ja en iedereen mag meedoen. De oude situaFe was dat als je urgenFe had dan had je toch nog voorrang binnen die module. Straks gaan we naar een situaFe toe waarbij dat niet meer zo is. Dan mag een urgent woningzoekende nog steeds reageren op die woning, maar hee3 hij geen voorrang. Aanvullende vraag: Theore=sch gezien zou je jongeren ook een urgen=e kunnen geven, maar dat is misschien niet wenselijk. Op deze manier geef je ze toch een kans met lo=ng en directe kans. Antwoord RIGO: Ja, in feite komt het daar op neer. Een voorrangslabel kan natuurlijk ook. Antwoord SvWrR: Als voorbeeld: Een heleboel gemeenten hebben ook nog porFek-etage woningen. In feite kunnen die juist voor jongeren worden aangeboden. Die woningen kan je dan als jongerenwoning labelen en zo op een acFeve manier aanbieden. Reac=e: Als je 23 bent zou je kans moeten hebben, maar dan moeten er wel woningen zijn. Je kunt nu dus wel bepalen of die woningen per lo=ng gaan en dan hebben jongeren voorrang? Antwoord RIGO: De jongeren hebben nu een achterstand. Jongeren hebben nu eenmaal geen lange inschrij3ijd. Op deze manier hebben ze meer kans, maar geen voorrang.
Vraag: Hoe kom je erachter hoeveel/welke woningen tot de sociale par=culiere huur behoren? Antwoord RIGO: Dit is de minst doorzichFge voorraad die we hebben in Nederland. We weten wel ongeveer bij schamng hoeveel van deze woningen er in een gemeente zijn. TradiFoneel weten we bijvoorbeeld dat Vlaardingen, Schiedam en RoOerdam vrij veel parFculiere huurwoningen met een redelijk maFg kwaliteitsniveau hebben. Dan kan je al een beetje schaOen hoeveel woningen dat er zijn en in die gemeenten zijn dat er relaFef veel. Er zijn ook gemeenten, zoals voormalige groeikernen, die bijvoorbeeld vooral bestaan uit juist heel veel koopwoningen en verder vooral corporaFevoorraad. Je zou je kunnen voorstellen dat in die gemeente de volkshuisvestelijke meerwaarde wat minder is om te sturen op parFculiere sociale huur. Wat in ieder geval zo is, is dat je kosten maakt als je dit als gemeente verordent. Je moet zelf vergunningen gaan verlenen, de woningzoekenden moeten zich aan de balie melden, handhaving en toezicht enzovoort, in een minder transparante woningvoorraad. Dus dat is in ieder geval iets om als Raad ook over na te denken. Wil ik dat en weegt de volkshuisvestelijke meerwaarde op tegen de kosten die daarmee gemoeid zijn. Hetzelfde geldt in feite voor het sturen op de betaalbare koop. Belangrijk verschil daarbij is dat het gaat over nieuwbouw. Dus niet de bestaande voorraad.
Dat maakt ook de uitvoering ervan minder complex, want nieuwbouwwoningen heb je in beeld en worden projectmaFg en tegelijk verkocht. De kosten hiervoor zijn veel overzichtelijker dan bij die eerste.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
11
Vraag: Zit er een volgorde in de voorrangsregels voor beroepsgroepen? Antwoord RIGO: Nee, niet binnen die beroepsgroepen. Wat de wet zegt, is dat je kan voorrang geven aan vitale beroepsgroepen en die vallen dan weer binnen die bindingsgroep. Vraag: RoBerdam hee? bijvoorbeeld de beroepsbrandweer. Telt de vrijwillige brandweer ook mee in deze gevallen? Hoe gaan we daarmee om? Antwoord RIGO: Ik kan in ieder geval zeggen dat het uitgangspunt is dat er vitale beroepen zijn benoemd. Wat niet is uitgewerkt is wanneer welk geval hieronder valt, want je loopt tegen andere belemmeringen aan. Hier ziOen dus nog allerlei uitvoeringsvraagstukken aan vast en daar wordt tussen nu en juni aan gewerkt om dat allemaal uit te werken. Ik moet het antwoord hierop dan ook nog even schuldig blijven. Vraag: Iemand kan een woning toegewezen krijgen met voorrang voor vitale beroepen en dan van beroep veranderen. Wat dan? Antwoord RIGO: Ja dat kan, want dat weet je niet van tevoren. Een verordening stelt regels voor het moment van toewijzing, niet daarna. De mogelijkheid zit er nu in om ze voorrang te geven. Het is geen verplichFng. Je hoe3 hem dus niet in te zeOen, maar het kan wel. Vraag: Wat is de verhouding nu tussen deze voorrangsmogelijkheid en urgenten? Antwoord RIGO: We hebben eigenlijk 3 categorieën. Je hebt urgenFe, dan heb je voorrangsgroepen en dan regulier woningzoekenden.
Daarnaast is er een nieuwe mogelijkheid in de verordening om in specifieke gevallen, dat gaat om 5% van het aanbod, urgenFe geen voorrang te geven. Dat is straks daarnaast ook al het geval bij loFng. Maar soms zijn er ook specifieke omstandigheden waarin je, bijvoorbeeld bij een rijksmonument of iets anders bijzonder, zegt deze woning wil ik eigenlijk gewoon regulier toewijzen en niet aan een urgente en daarvoor is die 5%. Die mogelijkheid is ingebouwd in deze nieuwe verordening. Vraag: Speelt bij die 5% die uitgezonderd kan worden dan mogelijk het leefaarheidsprobleem? Antwoord RIGO: Dat zou kunnen. Alleen, we mogen het niet noemen, want officieel mag je op grond van die wet niet sturen op leevaarheid in de verordening. Door de ruimte bij de corporaFes te laten, kunnen zij de afweging maken. Antwoord Maaskoepel: Het is heel belangrijk om met elkaar samen te werken. Je hebt natuurlijk een gemeenschappelijk belang. Samenwerking op het terrein van volkshuisvesFng met gemeenten is langdurig. Daar is ook het voeren van de goede gesprekken een belangrijk instrument. Het helpt dan als je een wethouder met veel passie hebt. Dan kom je er samen uit om dat wat je wil samen te bereiken. Vraag: Stel er zijn sociale huurwoningen, waarin mensen van 70, 80, 90 jaar wonen en dan komt er een sociale huurwoning leeg.
Dan komt er iemand van 55 uit RoBerdam die zich daarvoor inschrij? en die komt er dan wonen. Dat past niet in dat plaatje van zo’n tehuis. Hee? bemiddeling dan wel zin? Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
12
Antwoord corporaFe: Wij gaan wel alFjd het gesprek aan met een woningzoekende bij de woningtoewijzing. We kijken er goed naar en vertellen van alles over het complex, hoe de situaFe is en hoe de mensen met elkaar wonen. We kijken ook een beetje of de leefsFjl aansluit bij het complex. Natuurlijk is het aan de persoon zelf om te zeggen van ik kies wel voor die woning of niet. Dus we geven informaFe over wat iemand wil weten, zodat deze zelf kan bepalen ‘word ik daar gelukkig of niet’. Vervolgvraag: Iemand zit heel erg verlegen om een dak boven zijn hoofd te krijgen. Deze kan dan kiezen om in het ouderencomplex te gaan wonen, maar hij doet totaal niet mee met de andere bewoners. Waarom sturen we daar dan niet op? Zijn er geen andere mogelijkheden? Antwoord RIGO: Er kan een boel gestuurd worden. Dat doe je onder andere met deze verordening en dat biedt best wel veel mogelijkheden, tegelijkerFjd hebben we in Nederland ook regels die zeggen dat je in principe mag wonen waar je wil, uiteraard binnen grenzen, want de overheid kan ook regels stellen. Dus in dit geval is ook alFjd de vraag in hoeverre kan een corporaFe bijvoorbeeld van tevoren aanvoelen dat iemand niet helemaal goed past. Dat is best wel ingewikkeld om dat te toetsen.
Wat er wel gedaan wordt is dat bijvoorbeeld via een voorrangslabel in ieder geval wordt voorkomen dat er bijvoorbeeld een 23-jarige persoon in zo'n complex terechtkomt Omdat je niet te maken wilt krijgen met hele verschillende leefsFjlen. Er wordt dus wel degelijk gestuurd, maar er ziOen wel grenzen aan de mogelijkheden voor verhuurders om daar iets aan te doen. Vraag: Je hebt ook complexen waar je woont met zorg. Houd je daar ook rekening mee met bemiddeling? Antwoord corporaFe: Daar hebben of maken we afspraken over. In Maassluis hebben we nieuwbouwcomplexen en dan hebben we de Regionale IndicaFe Commissie die vaststelt hoeveel zorg iemand nodig hee3. Het kan ook zijn dat die zorginstanFe de toewijzing doet van een bepaald complex. Lokaal worden er afspraken gemaakt over waar dat gebeurt. We zijn ook voor Voorne aan Zee bezig met Stadsdorp, een klein knarrenhoye, daar worden 19 of 20 woningen verhuurd door de zorginstanFe zelf waarvan negen woningen met een hele zware zorg indicaFe. Verdere verduidelijking van vraag: Er worden in onze gemeente woningen gebouwd voor mensen met zware demen=e, maar eigenlijk hebben we niet zoveel dementen op de wachtlijst staan. Komen er dan anderen mensen met demen=e, want daarin zijn ze gespecialiseerd, die dan van buiten de regio komen? Het is namelijk ook belangrijk om nabij mogelijke mantelzorgers te wonen, die de zorg kunnen ontlasten.
Antwoord corporaFe: Er zijn vrij veel mensen in die hogere categorieën en dan gaat het met name over demenFe, dus ook uit de gemeente zelf. Die worden gewoon zo goed mogelijk toegewezen door die zorginstanFes. Uiteraard zijn het de mensen uit de gemeente zelf die eerst worden aangewezen. Dit hee3 overigens niets te maken met directe bemiddeling, maar is een afspraak. Vraag: Het mandaat om te verdelen is vanuit de gemeente naar corpora=es overgeheveld en vervolgens doen corpora=es de toewijzing ook via mandatering aan de zorginstan=e? Antwoord corporaFe: Ja, in onderling overleg met de gemeente, maar wel met randvoorwaarden. Je bespreekt dan ook het doel bij zo'n complex. Vaak doe je maar een gedeelte van het complex, want je wil ook acFeve Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
13
ouderen hebben die juist die mensen, die die zorg nodig hebben, ook kunnen helpen. We proberen een gezonde mix te krijgen van mensen die zorg nodig hebben en mensen die het niet nodig hebben. We weten allemaal dat die mensen die die zorg nu niet nodig hebben, die hebben dan wel een soort van garanFe dat ze die zorg op termijn wel kunnen krijgen, omdat die zorginstanFe daar veelal aanwezig is. Bijvoorbeeld in 1/4 van die woningen wordt die zwaardere zorg al geleverd. Vraag: In de toelich=ng, bij paragraaf 2.5., staat leegstandsbeheer. Dat wordt alleen in RoBerdam gedaan. Wat houdt dat precies in? Antwoord RIGO: Wat met name in RoOerdam en vooral de oudere wijken de bedoeling is, is het opkopen van parFculiere woningen om die vervolgens op te knappen. Dan worden daar Fjdelijk, met bijvoorbeeld Fjdelijke contracten, een paar jongere woningzoekenden geplaatst. Daar ontbraken eerder eigenlijk regels voor in de verordening. RoOerdam wil daar wel wat regels voor opnemen. Antwoord corporaFe: Wij verhuren ook wel woningen in het kader van de leegstandswet, met het doel ze te slopen. Dat betekent dat we 1,5 jaar bezig zijn met het uitverhuizen. Tot het moment van de sloop verhuren we die leeggekomen woningen dan ook tegen gereduceerde prijs. Dit gebeurt in het kader van de leegstandswet, als het sloopbesluit genomen is.
Dat besluit nemen we samen met de gemeente en dan kunnen we in het kader van de leegstandswet die woningen verhuren, zodat die jongeren bijvoorbeeld Fjdelijk een huurwoning hebben. Dat duurt dan 1,5 jaar of 1 jaar. Die verhuringen vallen buiten de verordening, maar binnen het kader van de leegstandswet. Het hee3 ook het doel om te voorkomen dat er iets fout gaat. Dat het nog bewoond is en dat het ook voor de mensen die achterblijven nog een beetje leevaar blij3. Dat is de belangrijkste moFvaFe om dat te doen en ook jongeren een kans te bieden in de huidige drukke woningmarkt. Vraag: Nog een vraag over de jongerenwoningen, met de lee?ijdsgrens van 28 jaar. Zit daar ook een lee?ijd bij, waarop ze weer dat huis uitmoeten? Antwoord corporaFe: Je kan voor jongeren een Fjdelijk huurcontract afsluiten. We hebben bijvoorbeeld in Maasluis de mogelijkheid van een huur voor 5 jaar. Dat is de termijn van een jongerencontract. Volgens mij ziOen veel mensen op het spoor dat ze denken dat jongeren minder kansen hebben. Over het algemeen hebben senioren meer kansen, maar jongeren gek genoeg ook. Die hebben eigenlijk meer slaagkans, dan bijvoorbeeld de middengroep van, over het algemeen, 35 jaar tot 45 jaar. Het is veel lasFger om daarvoor een geschikte woning te vinden. Vraag.: Met het oog op de doorstroming, is het belangrijk dat ouderen naar een ouderenwoning of naar een appartement gaan.
Maar jongeren, of een jong gezin, wil je toch eigenlijk ook een kans geven? Antwoord RIGO: Dat klopt. Met een Fjdelijk contract kun je ondertussen in ieder geval inschrijfduur opbouwen, zodat je na afloop van je Fjdelijke contract meer kansen hebt. In deze verordening is bijvoorbeeld geregeld voor mensen, ook bijvoorbeeld voor jongeren die een Fjdelijk huurcontract hebben, dat zij niet hun opgebouwde inschrijfduur kwijtraken. Goed om te bedenken: iedere oudere/doorstromer die je een woning toewijst, laat ook weer een woning achter. Daar profiteren ook jongeren/starters van.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
14
Vraag: Maar als die vijf jaar zijn afgelopen en er is geen woning beschikbaar, wordt die persoon er dan uitgezet? Antwoord RIGO: Ja, dat is ingewikkeld. Dat is namelijk wel hoe dat dan kan gaan. Je kunt ook zeggen, we doen geen Fjdelijke contracten meer. Dat was ook een poliFeke discussie. Tijdelijke contracten zijn als het ware afgescha3. De jongeren vormen hierbij een heel specifieke groep waarbij dat wel nog kan. Vraag: Zolang er schaarste is, doe je er toch verstandig aan je alvast in te schrijven, want anders ben je aangewezen op lo=ng. Dat klopt toch? Antwoord RIGO: We kennen bijvoorbeeld de gemeente Soest bij Utrecht. Die hee3 een Fjdje 100% geloot. Met als gedachte dat ze van de inschrijfduur af willen. Daar krijg je dus dat bijvoorbeeld mensen die heel graag een woning willen 100 keer achter elkaar worden uitgeloot. Dat gee3 dan ook weer een onrechtvaardig gevoel/effect. Dus heel vaak komen uiteindelijk gemeenten en regio’s tot de conclusie dat je op zoek wil naar een soort gebalanceerde manier van aanbieden, waarbij in ieder geval meerdere groepen bedient. Dat is ook het huisje uit de presentaFe dat we hebben toegelicht. Antwoord corporaFe: Ik denk dat het toch wel de opgave is om meer te gaan doen met loFng om juist die mensen die nul inschrijfduur hebben een kans te geven. Woningzoekenden die scheiden en op de korte termijn een woning zoeken hebben weinig kans.
Hun posiFe op de kandidatenlijst is lager dan die van urgent woningzoekenden en mensen met een lange inschrijfduur. Terwijl voor hen de nood hoog is. Daarom willen we ook loten. Antwoord SvWrR: Die vergelijking of die beeldspraak van kassarijen vond ik wel goed. Want vroeger gingen de urgenten ook nog een keertje voor andere groepen. Als je in die kassarij staat, bij loFng, ben je niet meer a{ankelijk van de urgenten. Bij loFng is de gemiddelde wachmjd gemiddeld 10 maanden. Sommige mensen krijgen soms zelfs al na een maand een woning. Daarmee trekken ze de gemiddelde inschrijfduur enorm naar beneden. Het kan wel onrechtvaardig voelen als jij al langer zoekt of meeloot, maar dat is dan het effect. Antwoord Maaskoepel: We moeten ons blijven realiseren dat we bij urgenFes heel erg kriFsch zijn. De lat om een urgenFe te krijgen is hoog. Op het moment dat iemand een urgenFe krijgt, vinden jullie als gemeente ook dat je die persoon met spoed zou moeten helpen. Ik hoor ook bij corporaFes wel eens dat die urgenten de gewone woningzoekenden wegduwen. Maar urgenten zijn echt niet voor niets urgent geworden.
Het enige wat lasFg is, door de krapte op de woningmarkt, dat je ziet dat er allerlei spoedzoekers zijn, dus iemand die gaat scheiden en daardoor op straat komt te staan, en men zich dan afvraagt: Waarom is dat niet urgent? Door de krapte op de woningmarkt wordt dat probleem pijnlijk duidelijker. Het neemt niet weg dat de mensen die urgenFe hebben gekregen niet voor niets urgent zijn. Vraag: Ik had nog een vraag over de statushouders. U gaf aan dat voorrang voor hun nodig was om die taakstelling te halen. Is die voorrang verplicht? Antwoord RIGO: Gemeenten hebben van de Minister een taakstelling gekregen voor het huisvesten van statushouders, ook voor het komende half jaar. De Wet schrij3 daarbij niet voor dat dat moet middels Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
15
het huisvesten via een huisvesFngsverordening. De Wet zegt wel dat als je het niet via een huisvesFngsverordening organiseert, dat een gemeente dan aannemelijk maken hoe zij dan denkt de taakstelling in te vullen. Omdat het overgrote deel van de gemeenten niet beschikt over eigen geschikt vastgoed, wordt daardoor in de prakFjk toch meestal gekeken naar de corporaFevoorraad. Vraag: Dat ik het eigenlijk vraag is: bij ons in de gemeente is een mo=e aangenomen om te onderzoeken of sobere huisves=ng geregeld kan worden voor statushouders. Een gemeente de voorrang eruit kunnen halen als ze het op een andere manier regelen? Antwoord RIGO: De gemeente moet een taakstelling vervullen. Vervolgens biedt deze verordening de mogelijkheid om met voorrang statushouders te huisvesten om aan de taakstelling te voldoen. Waarbij het ook denkbaar is om dat via andere wegen te organiseren. Het is alleen lasFg om dat meerjarig voor elkaar te krijgen. Ik moet er wel bij zeggen dat er een aantal gemeenten zijn die het in het verleden geprobeerd hebben, de gemeente Alkmaar was daar de eerste van, die hebben dat uit de verordening gehaald. Vervolgens gingen ze prestaFeafspraken met de corporaFes maken om met voorrang statushouders te gaan huisvesten: daar veranderde dus in feite niks Ook daar bleek de prakFjk ingewikkelder dan de wens.
Op het moment dat je het eruit haalt, krijg je direct van de minister de vraag, of van de provincie in ieder geval, hoe denk je dan de taakstelling te realiseren, want in het algemeen hebben gemeenten geen eigen woningen om elk halyaar in de taakstelling te voorzien. Vraag: Nu staat de voorrang voor statushouders in de verordening. Er is ook de boot in de haven voor statushouders. Hoe zit dat? Antwoord SvWrR: Dit is complexe materie en zeker met het huidige kabinet, dat zegt dit gaat veranderen, maar dat is nog niet zo. Iedere gemeente krijgt ieder half jaar een taakstelling. Tenzij een gemeente ergens een kazerne of zoiets dergelijks opkoopt, is het heel moeilijk om dat op een andere manier op te lossen dan met voorrang. Vraag: Kan een gemeente ervoor kiezen om de voorrang statushouders uit in de verordening te halen? Als we het op een andere manier kunnen regelen, kunnen we het dan uit de verordening halen? Antwoord RIGO: De gemeenten hebben in de bestuursovereenkomst van het SvWrR met elkaar afgesproken om één regionale tekst voor de verordening te hanteren en daarom staat dit wel in de tekst. Van de voorrangsmogelijkheid voor statushouders hoe3 geen gebruik te worden gemaakt als die in de verordening is opgenomen en een gemeente de taakstelling op een andere manier kan invullen.
Stel dat er bij wijze van spreken ergens een project voor statushouders wordt gerealiseerd, dan is de tekst in de verordening zo opgesteld, dat je er geen gebruik van hoe3 te maken als je dat alternaFef hebt. Vraag: Volgens mij was ook het antwoord dat dat niet kon, omdat we dus in een verordening ziBen met verschillende gemeentes. Antwoord RIGO: De gemeenten in de regio hebben met elkaar afgesproken dat ze één verordeningstekst voor de sociale huur vaststellen. Dus misschien is die opmerking daarop gericht.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
16
Vraag: Is er een verband tussen deze woonruimteverdeling en tussen het samenwerkingsverband? Antwoord SvWrR: Misschien is de vraag wel: legt het SvWrR de verordening bijvoorbeeld op? Dat is niet zo. Vraag: De vraag die leBerlijk is gesteld: kun je lid zijn van het SvWrR zonder dat je de woonruimte verdelingsverordening aanneemt? Antwoord SvWrR: Op dit moment niet, want in onze afspraken staat dat de verordening één van de dingen is die je met zijn allen doet en waarvoor je gelijkluidende regels wil. Vraag: Op het moment dat je een kazerne opkopen en daar de taakstelling in realiseert, dan heb je die voorrangsregeling toch niet nodig? Antwoord wethouder Nissewaard: Dat kan nu al. We hebben het in Nissewaard eerder gehad. Nissewaard hee3 een taakstelling van 86. Ik heb een kazerne en ik kan er 86 kwijt. Dan ben ik in een keer klaar, hoef ik niks te doen, niks met voorrang via de corporaFes te regelen. Het jaar erna krijgt de gemeente weer een taakstelling van 86. Sterker nog, in de tweede hel3 van datzelfde jaar nog eens. De gemeente hee3 dan geen kazerne meer en de mensen in de locaFe kunnen lasFg doorstromen. Je hebt dan telkens weer een kazerne nodig om de taakstelling te behalen en die hee3 een gemeente vaak niet. Vraag: Kun je als één gemeente ervoor kiezen om er één stukje van de verordening anders in te zeBen? Antwoord RIGO: Dat is voor veel onderdelen zo.
Ga ik iets doen met de parFculiere huur of kies je voor een bepaalde voorrangsregeling, hoe wil ik mijn binding inzeOen? Dat stukje is onderdeel van de gehele gereedschapskist en gee3 vrijheid om te kiezen. Dat is mogelijk gemaakt in de verordeningstekst. Vraag: De mensen die urgen=e hebben zullen veelal ook problemen hebben, want anders dan kun je het zelf regelen. Soms zijn ze misschien aangewezen op de WMO of ze hebben schulden en doorlopen daarvoor een traject, blijven die dan in beeld bij de gemeente? Verdwijnt die persoon dan niet uit beeld? Antwoord Maaskoepel: De ervaring leert dat mensen met urgenFe een probleem hebben, anders hadden ze geen urgenFeverklaring gekregen. Maar die zijn niet per definiFe een probleem voor een omgeving. We zien juist als ze bijvoorbeeld een fysieke of WMO-voorziening nodig hebben, dat ze juist eraan hechten om in de buurt van hun netwerk, familie, vrienden of kennissen te gaan wonen. Want dat is hun ondersteuningsnetwerk. Dat is waarom een urgenFe ook vaak voor de eigen gemeente wordt afgegeven en daar wordt benut. Als mensen met een urgenFe ten gevolge van een beperking er voor kiezen om in de buurt van hun dochter te gaan wonen in een buurgemeente, dan is het natuurlijk aan diegene om een warme overdracht te organiseren.
Een heleboel van die organisaFes waarmee wordt gewerkt, zoals bijvoorbeeld Careyn of Argos, werken gelukkig ook regionaal. Dus dat gaat voor een heel groot deel wel goed. Maar als het probleem echt complex is, dan is er wel een overgang, ja. Antwoord corporaFe: Maar misschien hebben we het al verteld. In de eerste en tweede fase is er verandering gekomen. We kunnen nu in de eerste fase ook urgenten direct bemiddelen, met name met het doel om te voorkomen dat mensen met een rugzakje in dezelfde valkuil vallen. We kunnen daar in onderling Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
17
overleg met de gemeente afspraken over maken om bijvoorbeeld een huurcontract aan te bieden in combinaFe met een zorgcontract. Iemand die ooit ontruimd is en in de daklozenopvang zit op basis van huurschuld gaan wij weer opnieuw huisvesten, maar wel een zorgcontract erbij zodat hij begeleiding krijgt voor de schuldenproblemaFek. Dit om te voorkomen dat de woningzoekende over een jaar weer hetzelfde probleem hee3 en dat we weer iemand moeten ontruimen. Antwoord RIGO: Voor een bepaalde uitstroming uit instellingen bijvoorbeeld, daar zijn in de verordening criteria voor opgesteld, waarbij kan worden gezegd u krijgt alleen nog urgenFe als u accepteert dat u zorg krijgt. Dus als daar zorg nodig is, dan moet iemand daar ook mee instemmen. Anders krijgt hij simpelweg de urgenFe niet om uit te stromen.
Verslaglegging regionale bijeenkomsten WRB januari 2025, deel 2
18