CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

53.Plan van Aanpak uitvoeringsplannen aardgasvrij Abbenbroek, Geervliet en Heenvliet; bijlage

Gemeenteraad 3 juli 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst ingekomen stukken en mededelingen4.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Abbenbroek

Geervliet

Heenvliet

Plan van aanpak Uitvoeringsplannen

www.nissewaard.nl/aardgasvrij

Inhoud Introductie • •

(afgerond)

• • •

6

11

Technisch-economisch Communicatie en participatie Bestuurlijk

Regionaal kader Lokaal kader Netcongestie Wet- en regelgeving

8

Fasering naar het uitvoeringsplan

9

Fase 1: Richten (afgerond) • •

Technisch-economisch Communicatie en participatie

13 Fase 3: Analyse

Technisch-economisch Communicatie en participatie Bestuurlijk

Fase 4: Vergelijken

Achtergrond • • • •

Technisch-economisch Participatie en Communicatie Bestuurlijk Belangrijke stakeholders

Fase 2: Inrichten • • •

4

Een uitvoeringsplan als wegwijzer op de route naar aardgasvrij Plan van Aanpak als gedeeld startpunt voor de uitvoeringsplannen

Op weg naar een uitvoeringsplan • • • •

3

• • •

15

Technisch-economisch Communicatie en participatie Bestuurlijk

16 Vaststellen

Uitvoeringsplan • • •

Technisch-economisch Communicatie en participatie Bestuurlijk

2

Introductie De gemeente Nissewaard heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal, aardgasvrij, klimaatbestendig, water robuust en circulair te zijn. Alle energie die wordt gebruikt is lokaal en op duurzame wijze opgewekt. Op weg daar naartoe zijn er een aantal opgaven. Eén van die opgaven is het aardgasvrij maken van alle woningen en gebouwen in de gemeente. Daarom is de gemeente bezig met het opstellen van uitvoeringsplannen om een wijk, buurt of dorpskern aardgasvrij te maken. Het stuk dat nu voor u ligt is een plan van aanpak (hierna: ‘PvA’) om de uitvoeringsplannen voor de dorpskernen Abbenbroek, Geervliet en Heenvliet op te stellen. Eerst wordt er kort ingegaan op wat een uitvoeringsplan is, vervolgens wordt er ingegaan op de achtergrond van de warmtetransitie. Vervolgens worden de fasen toegelicht die doorlopen gaan worden om te komen tot de uitvoeringsplannen. Een uitvoeringsplan als wegwijzer op de route naar aardgasvrij In het uitvoeringsplan wordt beschreven hoe de dorpskern in de toekomst aardgasvrij wordt. Het is een gedetailleerde uitwerking van de Warmtetransitievisie Voorne-Putten (2020) (hierna: ‘WTV VP’) en draagt bij aan de onderbouwing voor de wijziging van het omgevingsplan.

Het uitvoeringsplan beschrijft op hoofdlijnen gezamenlijke uitgangspunten, koppelkansen, energiebehoefte en energiedekking, mogelijke uitvoeringsopties en een integrale planning. Daarnaast wordt er specifiek toegewerkt naar een handelingsperspectief voor bewoners en wordt er vastgelegd welke ondersteuningsbehoefte er is. Plan van Aanpak als gedeeld startpunt voor de uitvoeringsplannen Vanaf september 2023 tot en met het eerste kwartaal 2025 worden er drie uitvoeringsplannen opgesteld voor de drie dorpskernen Abbenbroek, Geervliet en Heenvliet. In dit document wordt beschreven hoe toegewerkt wordt naar deze uitvoeringsplannen. De drie dorpskernen verschillen van elkaar op sociale, economische en geografische aspecten. Er wordt daarom voor elk van de drie dorpskernen een uitvoeringsplan op maat gemaakt. Dit PvA is de kapstok voor het proces om tot die uitvoeringsplannen te komen. Het kan gedurende het proces worden verrijkt of herijkt, door de inbreng van bewoners, partners, andere gemeenten, de provincie of door nieuwe (technische) inzichten.

ROUTE VAN HET PLAN VAN AANPAK De stappen die in dit PvA zijn opgenomen, zijn gebaseerd op een grondige bureaustudie, bewonersbijeenkomsten in januari 2024, ingevulde vragenlijsten door bewoners van de dorpskernen, sessies met de verschillende afdelingen van de gemeente, meedenkgroepen van bewoners en gesprekken met professionele partners van de gemeente.

3

Achtergrond In het nationale Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat er in 2050 geen fossiele brandstof meer gebruikt wordt. Overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben daarom afgesproken om in 2050 zeven miljoen woningen en één miljoen utiliteiten met duurzame energie te verwarmen. Het Klimaatakkoord is onderdeel van het mondiale ‘Parijs-akkoord’ van 2015. De gemeente Nissewaard heeft zich achter het nationale Klimaatakkoord geschaard. De verandering van fossiele brandstof naar hernieuwbare energie is nodig door onder andere het snel veranderende klimaat en de wens om de aarde leefbaar te houden voor toekomstige generaties. Daarnaast werd sinds de jaren zestig aardgas uit Groningen gewonnen, maar door de aardbevingen in Groningen en de gevolgen van deze aardbevingen heeft de Nederlandse overheid besloten de gaskraan te sluiten. Tegelijkertijd wil Nederland niet afhankelijk zijn van gas uit bijvoorbeeld Rusland. Daarom gaat Nederland nu van het aardgas af. Hoe het eindbeeld er in 2050 precies uit gaat zien weet niemand. Wel is duidelijk dat er nu stappen gezet moeten worden. De wens is dat huizen goed verwarmd blijven, dat mensen weten waar ze aan toe zijn en dat warmte betaalbaar is. De warmtetransitie raakt voor een groot deel van de inwoners immers direct aan hun budget of zelfs hun bestaanszekerheid.

REGIONAAL KADER

LOKAAL KADER

Nissewaard maakt onderdeel uit van de Regionale Energie Strategie (hierna: ‘RES’) regio Rotterdam - Den Haag. De RES-regio Rotterdam - Den Haag vertaalt de afspraken uit het Klimaatakkoord in regionale ambities en oplossingsrichtingen. De RES is een strategie voor de regio en brengt de plannen van decentrale overheden bij elkaar. De RES wordt gebruikt om lokaal beleid en plannen verder uit te werken en in verbinding te brengen met de (inter-) nationale opgave. In de RES zijn op het thema warmte een aantal ‘sleutelprojecten’ benoemd, waarvoor voor Nissewaard de belangrijkste zijn: het onderzoeken van een warmtecluster Voorne-Putten in combinatie met geothermie (aardwarmte) en het verder onderzoeken van de kansen van restwarmte van de industrie in het Rotterdamse havengebied. De gemeente Nissewaard is afhankelijk van deze afstemming op regionaal niveau. De uitvoeringsplannen worden immers binnen dit regionale perspectief ontwikkeld.

Samen met de andere gemeenten op VoornePutten heeft de gemeente Nissewaard de WTV VP opgesteld om een route uit te stippelen richting de gestelde klimaatdoelen. Deze zal uiterlijk in 2026 overgaan in het nieuwe op te stellen Warmteprogramma. In de WTV VP hebben de gemeenten op Voorne-Putten gezamenlijk met bewoners van het eiland vier leidende principes opgesteld die leidend zijn bij de warmtetransitie. Deze zijn: 1. Solidariteit is belangrijk: niemand staat in de kou 2. Betrouwbaarheid door transparantie in de keuzes én de keuze voor een robuust warmtesysteem 3. Betaalbaarheid door inzet op besparing en ondernemerschap 4.

Zelf organiseren creëert draagvlak

Cijfers CBS, Gegevens die bekend zijn bij de gemeentelijke afdelingen

4

Deze principes zijn gehanteerd bij het opstellen van dit plan van aanpak en zullen centraal staan bij de op te stellen uitvoeringsplannen. De omvang van de opgave vraagt om een gestructureerde en efficiënte manier van werken. Daarom is er in het Programmaplan Duurzaamheid 2023-2024 vastgesteld dat in 2026 voor zes wijken, gebieden of dorpskernen een uitvoeringsplan is opgesteld en in uitvoering is en voor nog eens twee wijken, gebieden of dorpskernen een uitvoeringsplan wordt gemaakt. Dit is niet het eerste uitvoeringsplan. Van 2020 tot 2023 is er gewerkt aan het warmteprocesplan ofwel uitvoeringsplan voor drie gebieden: De Hoek, Akkers-Centrum en Vogelenzang-Zuid. Dit eerste uitvoeringsplan en de weg er naartoe heeft veel inzichten gegeven die bij het maken van dit plan van aanpak zijn meegenomen.

NETCONGESTIE Tijdens het realiseren van de warmtetransitie zijn er een aantal uitdagingen. Eén daarvan is netcongestie. Dit betekent overbelasting van het elektriciteitsnet. In Nissewaard is er momenteel sprake van netcongestie aan de afnamekant. Dit betekent dat het elektriciteitsnet overbelast is, doordat de vraag naar elektriciteit groter is dan de capaciteit van het elektriciteitsnet. Ook kan er netcongestie ontstaan wanneer het aanbod van elektriciteit (bijv. door de opwek van elektriciteit met zonnepanelen) groter is dan het stroomnet aankan. Dit wordt netcongestie genoemd aan de invoeringskant. Dit is voor Nissewaard momenteel niet aan de orde. Omdat de overstap naar duurzame warmte kan betekenen dat er nog meer vraag komt naar elektriciteit (bijvoorbeeld voor warmtepompen) kan het zijn dat de druk op het elektriciteitsnet alleen maar groter wordt. Om te voorkomen dat stroom uitvalt of niet meer kan worden geleverd, heeft de gemeente nauw overleg met netbeheerder Stedin. In de plannen worden deze risico’s meegenomen en wordt er gekeken hoe deze zo klein mogelijk gehouden kunnen worden.

WET- EN REGELGEVING Er wordt wet- en regelgeving ontwikkeld om de warmtetransitie gemakkelijker te maken, zoals de Omgevingswet die op 1 januari 2024 van start is gegaan. De Omgevingswet stimuleert een integrale aanpak van ruimtelijke vraagstukken. Dit betekent dat het uitvoeringsplan niet alleen gericht is op het verwijderen van aardgas, maar ook op andere aspecten zoals ruimtelijke ordening, leefbaarheid, energie-efficiëntie en de sociale en economische impact van de transitie. Verder verplicht de wet participatie van burgers, bedrijven en andere belanghebbenden bij het opstellen van plannen. Het uitvoeringsplan wordt daarom opgesteld met inbreng van belanghebbenden zoals belangrijke partners, bedrijven en bewoners. Ook de bevoegdheden om de regierol van gemeenten zorgvuldig in te vullen, worden versterkt. De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is aangeboden aan de Tweede Kamer. De geplande inwerkingtreding is januari 2025. Via deze wet kunnen gemeenten, na een zorgvuldige procedure, gebieden aanwijzen waarin op een door hen uitgestippeld tijdspad het gasnet vervangen wordt door een duurzaam alternatief. Gemeenten krijgen daarnaast met de Wet collectieve warmte (Wcw) de regie in de ontwikkeling van warmtenetten.

In de Wcw is opgenomen dat warmtebedrijven voor de levering van warmte een publiek meerderheidsbelang krijgen of in handen komen van een warmtegemeenschap. De prijs van warmte is door deze wet niet langer gekoppeld aan de gasprijs en de warmtebronnen voor een warmtenet moeten duurzaam zijn. De geplande inwerkingtreding is ook hier 1 januari 2025.

5

Op weg naar een uitvoeringsplan Het proces richting de uitvoeringsplannen in de dorpskernen wordt uitgevoerd door een kleine projectgroep waarin zowel de gemeente Nissewaard, als adviesbureau Royal HaskoningDHV (hierna: ‘RHDHV’) vertegenwoordigd zijn. RHDHV voorziet het uitvoeringsplan van technischeconomische kennis. De gemeente heeft de regie over het opstellen van het uitvoeringsplan, bewaakt de integraliteit met andere lokale en regionale opgaven en coördineert de participatie en communicatie. Dit laatste gebeurt onder de campagne ‘Wij.Doen.Groen.’ van het gemeentelijke Programma Duurzaamheid. In dit PvA komen dit technisch-economische, het participatie-communicatie spoor en het bestuurlijke/gemeentelijke spoor bij elkaar in een aanpak om begin 2025 tot de uitvoeringsplannen te komen.

TECHNISCHECONOMISCH Een onderdeel van het uitvoeringsplan is een technisch-economische analyse, om te bepalen welke warmteoplossingen het meest kansrijk zijn. De technisch-economische uitgangspunten en oplossingen in het uitvoeringsplan moeten goed onderbouwd zijn. De keuzes in het uitvoeringsplan moeten zowel door de gemeente, als door het merendeel van de bewoners en pandeigenaren van een betreffend gebied gedragen worden. Daarom worden bewoners ook bij deze technischeeconomische analyse betrokken.

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE Om alle bewoners van de dorpskernen goed te kunnen informeren, raadplegen en betrekken bij de plannen zal de communicatie en participatie zo worden ingericht dat het de gewenste invloed en de mate van betrokkenheid stimuleert die nodig is om de weg naar uitvoeringsplannen tot een succes te maken. Alle vormen van betrokkenheid Het uitgangspunt is dat iedereen mee kan doen. Dat betekent dat verschillende vormen van betrokkenheid gestimuleerd worden. Mensen die mee willen denken, mee willen doen, koplopers of sceptici: er wordt gezorgd voor een juiste mix aan middelen en momenten om het goede gesprek met elkaar te voeren. Daarbij hoort bijvoorbeeld

ook de ruimte voor weerstand en vragen. Er wordt gekeken naar de diversiteit in de kernen en de drijfveren die daarbij horen om het gesprek op de passende manier te faciliteren. Eén van de dingen die al concreet daarvoor gedaan wordt is de inzet van meedenkgroepen: een kleine groep betrokken bewoners die vanuit eigen beweegredenen mee wilt praten en denken over het proces. Gezien en gehoord voelen Uiteindelijk wil de gemeente dat dit plan leidt tot beweging. Om bewoners in beweging te krijgen is het belangrijk dat bewoners serieus genomen worden: zij willen zich (terecht) gezien en gehoord voelen. Dat betekent dat er actief en open gecommuniceerd moet worden en dat het belangrijk is om tijdig te informeren, terugkoppelen en evalueren. Er wordt een vertrouwde en transparante omgeving gecreëerd. Op deze manier wordt gezamenlijk gebouwd aan een community – niet alleen om tot het uitvoeringsplan te komen maar vooral om er daarna ook invulling aan te geven. Dit community-gevoel komt niet enkel vanuit de gemeente, maar bestaat al actief in de dorpskernen omdat dorpen zich van oudsher al zo organiseren. Als gemeente wordt geprobeerd hierop aan te sluiten. Het hoogst haalbare doel is dat de bewoners van de dorpskernen zich medeeigenaar of ambassadeur gaan voelen van de opdracht (van PvA naar uitvoeringsplan) en de opgave (zelf actief aan de slag gaan).

>

6

Gelijkwaardige informatiepositie Het is belangrijk dat iedereen die wil meepraten, ideeën heeft of aan de slag wil de juiste informatie heeft om dit te kunnen doen. De gemeente doet daarom actief haar best om informatie tijdig, helder en op verschillende manieren aan te bieden. Dit maakt de gesprekken beter, de vragen duidelijker en de verwachtingen passender. Belangrijk is dat bewoners aan de start minimaal dezelfde kennis hebben over het wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe. Dit wordt onder andere al gedaan door het actief aanbieden van de brochure (zie: bijlage 1) over duurzame warmte die huis-aan-huis wordt verspreid. Communicatiestijl Verschillende drijfveren vragen om verschillende manieren van communiceren. Er wordt geprobeerd ook in de communicatietoon te kiezen voor een passende boodschap. Hierbij helpen ook de persona´s die zijn ontwikkeld vanuit het programma duurzaamheid. Deze spelen in op de drijfveren van verschillende type bewoners in Nissewaard en welke kernboodschap daarbij past als het gaat om de duurzaamheidsopgave. Voor de een is namelijk de urgentie (de tijd gaat snel, het gas raakt op) een prikkel om iets te doen, voor de ander is dat het feit dat het om de eigen woning gaat (komt heel dichtbij) of juist het perspectief van de alternatieven (een voorkeur voor duurzaam).

BESTUURLIJK Het bestuur (College en Raad) zal betrokken worden bij het uitvoeringsplan vanwege de politieke legitimiteit, verantwoordelijkheid in besluitvorming en het vergroten van publieke betrokkenheid. Het zorgt voor een breed draagvlak, zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie in het proces. Het betrekken van het bestuur bij het opstellen van een uitvoeringsplan zal gebeuren door vroegtijdige informatievoorziening en betrokkenheid door het informeren en raadplegen van de zogeheten gemeentelijke stuurgroep bestaande uit de programmamanager Duurzaamheid, een directeur en de wethouder Duurzaamheid. Ook zal er regelmatige communicatie over voortgang worden besproken. Wanneer er besluiten genomen worden zal het College en de Raad betrokken worden. Daarin wordt ook input en feedback verzameld en eventuele bespreking van beleidskeuzes.

BELANGRIJKE STAKEHOLDERS Daarnaast organiseert de gemeente de warmtetransitie niet alleen. Tal van partijen zijn hier onderdeel van. De opgave die we met elkaar aangaan vraagt om een integrale aanpak. De gemeente neemt het voortouw om partijen aan elkaar te verbinden. In het uitvoeringsplan zullen daarom bewoners (woningeigenaren en huurders), de netbeheerder, de woningcorporatie, particuliere verhuurders, VvE beheerders, maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed worden meegenomen.

7

Fasering naar het uitvoeringsplan Om te komen tot een uitvoeringsplan wordt er gewerkt in vier fasen: richten, inrichten, analyseren en vergelijken. De drie verschillende gebieden zijn verwerkt in deze verschillende fasen. Omdat gewerkt wordt in een iteratief proces worden deze fasen als leidraad gebruikt, het is dus mogelijk dat tussentijds het proces wordt aangepast. Ook is een eerste planning toegevoegd. Wanneer het proces daarom vraagt, worden de fasen en het tijdspad aangepast om zo tot een goed resultaat te komen.

UITVOERINGSPLAN KERNEN FASE SEPT

DEC JAN

MRT APR

JUN JUL

SEPT OKT

DEC

JAN

RICHTEN INRICHTEN ANALYSE VERGELIJKEN VASTSTELLEN

8

Periode september 2023 – januari 2024

Fase 1: Richten (afgerond) Fase 1 heeft met name als doel om een visie te ontwikkelen op de opgave in de dorpskernen. Daarnaast is duidelijk geformuleerd wat de belangrijkste afwegingen zijn in dit proces. De woningcorporatie en de netbeheerder zijn in deze fase geïnformeerd en gevraagd mee te denken over de plannen.

TECHNISCHECONOMISCH Vanaf december 2023 is er per dorpskern een beeld gevormd op technisch-economisch gebied over waar de behoeftes liggen vanuit de betrokken partijen en bewoners en aan welke criteria een toekomstige warmteoplossing moet voldoen. Dit gebeurde op basis van de uitkomsten van de enquête en de bewonersavonden. Het beeld dat daar tot nu toe uit ontstaan is, is als volgt: Bewoners geven aan dat ze het liefst kiezen voor een warmteoplossing die de minste aanpassingen aan de woning/ het pand vereisen. Gevolgd door de oplossing met de minste gevolgen voor de openbare- en ondergrondse ruimte. Gevolgd door de meest duurzame oplossing voor de buurt, of de meest goedkope oplossing. Bewoners vinden betaalbaarheid, betrouwbaarheid van de techniek en keuzevrijheid belangrijke aspecten aan de warmteoplossing. De warmteoplossing speelt met een cruciale rol als een milieuvriendelijke optie die streeft naar minimaal energieverbruik en uiteindelijk voordelen biedt op financieel vlak, qua ruimtebesparing en warmteproductie. Het zal een uitdaging worden om een geschikte warmteoplossing te realiseren die aan alle aspecten kan voldoen. Dit vraagt om een hoge inspanning van de gemeente en een goede dialoog met de bewoners.

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE In deze eerste fase is ingezet op het inrichten van een proces en het ontwikkelen van een community. Er is gezorgd dat iedereen die betrokken zou moeten worden over de juiste informatie beschikt. Dit gebeurde onder andere door het versturen

van huis-aan-huis brieven over de plannen van de gemeente, het uitnodigen van de bewoners voor bewonersavonden en de website van de gemeente Nissewaard (www.nissewaard.nl/aardgasvrij). Er is kenbaar gemaakt dat de gemeente aan de slag gaat met een uitvoeringsplan en wat dit inhoudt. Hierdoor weet iedereen waar hij/zij aan toe is en kan verwachten. Daarnaast worden wensen, zorgen en ideeën opgehaald over zowel het proces als de uiteindelijke oplossing. Het is belangrijk in deze fase goed te luisteren naar de vragen die er zijn, zodat hier gedurende het proces een antwoord op komt. De participatie- en communicatiedoelstellingen in deze fase zijn: •

Informeren: bewoners en andere partijen bekend maken met de opgave waar we voor staan, de stappen tot 2050 en de mogelijke oplossingen.

•

In gesprek over zorgen, wensen en ideeën: via diverse middelen ruimte geven aan bewoners om zorgen, wensen en ideeën te uiten. Ook halen we vragen op die in het proces moeten worden beantwoord.

•

Relatie opbouwen: de komende jaren gaan bewoners zelf aan de slag met het verduurzamen van hun woning. Daar hebben ze de gemeente voor nodig. Andersom heeft de gemeente de bewoners nodig om bepaalde keuzes te maken. In deze fase staat het centraal dat we elkaar leren kennen.

•

Opzetten structurele communicatie- en participatieactiviteiten: we bouwen aan middelen en acties die we komende jaren kunnen toepassen.

9

Om dit te bereiken zijn de volgende middelen ingezet: •

Er is in september 2023 een bewonersbrief verzonden met een aankondiging om de bewoners te informeren over de plannen van de gemeente om een uitvoeringsplan richting aardgasvrij te gaan opstellen voor de dorpskernen Abbenbroek, Geervliet en Heenvliet.

•

Er is in december 2023 een bewonersbrief verzonden met daarin een link naar een vragenlijst om zo de belangen en behoeftes van de bewoners te achterhalen. En de bewoners uit te nodigen voor de bewonersavonden op 10, 15 en 16 januari. De vragenlijst in de bewonersbrief is in Abbenbroek 87 keer ingevuld, in Geervliet 100 keer ingevuld en in Heenvliet 168 keer.

•

In december 2023 zijn er interviews geweest met woningcorporatie De Zes Kernen, de directeur van de Albert Heijn in Heenvliet en een bewoner en lid van het kernplatform om zo meer de diepte in te gaan en door te kunnen vragen over de stand in de dorpskern.

•

Er is een ontwerpsessie in december 2023 geweest in Heenvliet waar er bewoners gezamenlijk met de gemeente hebben gekeken hoe de bewoners het beste geïnformeerd kunnen worden door middel van de methode Design Thinking.

•

Verslaglegging: alles wat we ophalen leggen we vast in verslagen en delen we met het hele team. Zo heeft iedereen toegang tot de kennis en informatie die we ophalen.

•

Vaste informatieplek: de gemeentepagina nissewaard.nl/aardgasvrij is een vaste online pagina voor bewoners die op zoek zijn naar meer informatie of hulp en advies. We houden deze website up-to-date, delen resultaten actief en stellen online vragen (groot bereik) als dat nodig is. Daarnaast komt er regelmatig een nieuwsbericht op de sociale media of de website. Hiermee houden we de ‘community’ levend.

•

Er zijn in januari 2024 bewonersavonden georganiseerd in Abbenbroek, Geervliet en Heenvliet waar het doel was om bewoners te informeren en in gesprek te gaan over hoe bewoners betrokken willen worden in het proces.

•

Oprichten meedenkgroepen: per dorpskern kunnen actieve bewoners zich aanmelden voor een meedenkgroep. Zij bepalen onderwerpen, frequentie en uitgangspunten samen met de gemeente.

BESTUURLIJK College-advies (23CA00406) en Raadsmemo zijn in augustus 2023 goedgekeurd dat akkoord gaf om een plan van aanpak op te gaan stellen voor een uitvoeringsplan voor de dorpskernen Abbenbroek, Geervliet en Heenvliet. De Stuurgroep is geïnformeerd over de plannen richting het uitvoeringsplan en de wethouder Duurzaamheid had een specifieke rol bij de bewonersavonden in januari 2024.

10

Periode januari 2024 - mei 2024

Fase 2: Inrichten (afgerond) TECHNISCHECONOMISCH In deze fase worden technische-concepten gekoppeld aan de randvoorwaarden van de dorpskernen. Wat technisch mogelijk is moet maatschappelijk wenselijk zijn, maar ook betaalbaar en organisatorisch haalbaar zijn. In fase 2 wordt op basis van de resultaten uit fase 1 gekozen welke drie voorkeursoplossingen (scenario’s) er verder onderzocht gaan worden op haalbaarheid. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de ligging van de verschillende dorpskernen ten opzichte van elkaar, het aandeel monumentale panden en beschermd dorps-stadsgezicht. Op hoofdlijnen zijn de mogelijke duurzame warmteoplossingen hernieuwbaar gas (waterstof of groen gas), een warmtenet (met geothermie, aquathermie of restwarmte als bron) en individuele oplossingen (zoals een hybride of volledig elektrische warmtepomp). Elke oplossing heeft voor- en nadelen. Er wordt met de gemeente besloten welke drie scenario’s onderzocht gaan worden. Deze drie scenario's zijn hieronder toegelicht. De netbeheerder wordt op de hoogte gesteld over welke scenario’s onderzocht gaan worden. Voorbeelden van scenario’s die onderzocht gaan worden zijn: 1. Individuele oplossing: Alle woningen stappen individueel over op volledig elektrische warmteoplossingen. Dit kan een volledig elektrische warmtepomp zijn, al dan niet in combinatie met PV(T)-panelen.

Voor deze oplossing is een hoog energielabel noodzakelijk. 2. Dorpsoplossing: Er wordt per dorp een collectieve warmteoplossing aangelegd, zoals een warmtenet met geothermie, aquathermie, en/ of PVT-panelen als warmtebron, eventueel met een WKO-systeem. 3. Gemeenschappelijke oplossing: De drie dorpskernen worden aan elkaar verbonden met een warmtenet, waaraan één of meerdere warmtebronnen worden aangesloten met voldoende potentie.

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE Het koppelen van technische concepten aan de randvoorwaarden van de verschillende dorpskernen staat in deze fase centraal. Wat technisch mogelijk is, moet ook maatschappelijk wenselijk zijn. Als ook betaalbaar en haalbaar. Ook staat informatievoorziening in deze fase weer centraal, het ontwikkelen van een brochure over duurzame warmte en diverse bijeenkomsten dragen daaraan bij. De participatie- en communicatie-doelstellingen in deze fase zijn: •

Informeren over oplossingsrichtingen: we zorgen dat alle mogelijke oplossingen duidelijk zijn, benoemen voor- en nadelen en praten door over de gevolgen die de voorkeursoplossingen individueel en/of gemeenschappelijk (afhankelijk van hoe je woont) hebben.

•

Actief communiceren over de inzet van de Energiecoach voor de kernen en het energieloket: Duurzaam Bouwloket, zodat bewoners aan de slag kunnen.

Om dit te bereiken gaan we zó communiceren en participeren: •

Brochure: Er is een brochure beschikbaar waar we bewoners aan de hand nemen langs de mogelijkheden en belangrijke wetenswaardigheden. In deze brochure staat ook een overzichtelijke tijdlijn die in kaart brengt hoe we de komende periode aan de slag gaan. We maken deze tijdlijn ook online toegankelijk.

•

Energiecoach: de energiecoach staat klaar voor bewoners uit de dorpskernen. Zij kunnen tijdens de afspraak op maat bewoners op weg helpen in onder andere het meteen starten met besparen.

•

Meedenkgroepen: de eerste gesprekken met de meedenkgroepen vinden plaats en er wordt samen met hen een programma opgesteld hoe zij het komende jaar betrokken willen zijn.

11

•

We brengen in kaart hoe we het verhaal zichtbaar kunnen maken op bestaande evenementen en binnen bestaande structuren. Denk aan de inzet van de combinatiefunctionaris van de gemeente, aansluiting op dagen zoals Burendag of de Nationale Klimaatweek en andere momenten in de kernen die veel bezoekers trekken. We maken een planning voor het komende jaar waar we ons verhaal willen vertellen en in gesprek willen gaan.

•

De ervaringen uit de startwijken worden actief meegenomen. Dat betekent onder andere dat we antwoorden op veel gestelde vragen kennen en zorgen voor een duidelijk narratief (verhaal) richting bewoners.

•

Een Q&A wordt op de website geplaatst om mensen te helpen op hun eigen plek en tijd gerust te stellen en antwoorden te geven. De teksten zijn altijd in Duidelijke Taal.

BESTUURLIJK De brochure die naar de bewoners toe zijn gezonden is met de Stuurgroep gedeeld. Daarnaast wordt er een oplegmemo naar de Stuurgroep verzonden en een collegeadvies en een raadsmemo opgesteld, om het college te vragen om te besluiten dat het plan van aanpak dat nu voor u ligt vastgesteld kan worden en de raad te informeren over dit besluit.

12

Periode mei 2024 - oktober/november 2024

Fase 3: Analyse TECHNISCHECONOMISCH In totaal worden er drie varianten (scenario’s) van een duurzame warmteoplossing doorgerekend op technische en economische haalbaarheid. Dit wordt stapsgewijs uitgerekend middels de quickscan methode. Op basis van de uitkomsten is het mogelijk om keuzes te maken over vervolgstappen. Het is niet mogelijk om definitieve investeringsbeslissingen voor een warmte-concept te maken op basis van de quickscans, een aanvullende verdiepende analyse is altijd nodig. De uitkomsten van de analyse zijn onder meer: • • •

De omvang van de investering; Gebruikerskosten; Operationele kosten.

In het berekenen van verschillende scenario’s wordt een gevoeligheidsanalyse gehanteerd wat tot een bandbreedte leidt in de uitkomsten. De uitkomsten van de quickscans zullen door de netbeheerder Stedin doorgerekend worden op het gebied van belasting op het elektriciteitsnet waardoor eventuele netcongestie wordt voorkomen. Vervolgens worden deze uitkomsten meegenomen naar fase 4.

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE In deze fase worden de scenario’s op technische en economische haalbaarheid doorgerekend. Op basis van de uitkomsten worden keuzes gemaakt voor de vervolgstappen. Omdat in Nissewaard haalbaarheid en betrouwbaarheid belangrijk worden gevonden zal de kennis die uit deze doorrekeningen komt voor veel mensen waardevol zijn. De participatie- en communicatie-doelstellingen in deze fase zijn: •

Begrijpelijke taal: de resultaten van het technische onderzoek worden omgezet naar Duidelijke Taal zodat het voor alle bewoners begrijpelijk is.

•

Stakeholders aan zet: belangrijke betrokken partijen, zoals de woningcorporatie, brengen in kaart wat de uitkomsten van de onderzoeken voor hun maatschappelijke doelstellingen betekent en in hoeverre zij zich hieraan kunnen en willen committeren.

•

In gesprek gaan over de voorkeursoplossingen: op basis van de kennis die op dat moment beschikbaar is wordt met de meedenkgroep gesproken over de voorkeuren, belemmeringen, verwachtingen en zorgen die zij tegenkomen of hebben.

•

In gesprek blijven: de meedenkgroepen bepalen samen met de gemeente hoe alle andere bewoners het beste kunnen worden meegenomen in wat er in deze fase allemaal gebeurt. Hier kan ook gekozen worden voor wat minder gangbare communicatiemiddelen, die wel bij deze tijd passen. Hieronder zetten we een paar voorbeelden op een rij.

>

13

Mogelijke communicatie- en participatiemiddelen: •

Het gebruiken van spelelementen kan in de verschillende dorpskernen een mooie manier zijn om het thema levendig te houden en mensen op een sympathieke manier te betrekken bij wat er op dit moment gaande is.

•

Een animatie is een manier van communiceren wat een groter publiek zal aanspreken. De combinatie van beeld, geluid en ondertiteling maakt de communicatie inclusiever (en begrijpelijker voor een grotere groep).

•

Nieuwsbrieven blijven een goede manier om tussentijds te informeren.

•

Dorpsbijeenkomsten om informatie over te brengen en input op te halen.

•

Met QR-codes of invulformulieren in supermarkten, buurthuizen, sportverenigingen en in kerken worden meningen opgehaald bij de mensen die niet online actief zijn.

BESTUURLIJK De Stuurgroep zal tussentijds regelmatig op de hoogte gehouden worden van de vorderingen en acties die uitgevoerd worden.

14

Periode oktober/november 2024 – januari 2025

Fase 4: Vergelijken TECHNISCHECONOMISCH In fase 4 worden de uitkomsten van de analyse samengevat in een afwegingsmatrix. Aan de hand van eerder opgehaalde randvoorwaarden en analyses worden verschillende opties per dorpskern beoordeeld. Hierbij kan gedacht worden aan betaalbaarheid, overlast van nodige werkzaamheden, doorlooptijd en “duurzaamheid”. De concept afwegingsmatrix wordt opgesteld door deskstudie en daarna gepresenteerd aan de gemeente, de meedenkgroepen (per meedenkgroep van elke dorpskern één presentatie) en tijdens de bewonersavond. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen ook: •

Kaders en randvoorwaarden voor de te maken keuzes worden opgehaald;

•

Keuzes worden gemaakt over de nader te onderzoeken scenario’s;

Na afloop van deze bijeenkomsten zal er een voorstel gedaan worden voor de benodigde vervolgstappen.

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE In deze fase van de werkzaamheden wordt vanuit technisch-economisch perspectief gefocust op het samenvatten van de uitkomsten en de analyse tot een afwegingsmatrix. Hierin worden de verschillende scenario’s (opnieuw) beoordeeld, nu wordt ook gekeken naar betaalbaarheid, overlast van eventuele nodige werkzaamheden, doorlooptijden en ‘duurzaamheid’. Als deze fase is aangebroken is het belangrijk om met elkaar (bewoners, gemeente, alle betrokken partijen) in gesprek te gaan over de communicatie en participatie die nodig is om zoveel mogelijk bewoners van de dorpskernen te betrekken. Daarom zijn ook in deze fase, naast de gangbare communicatie-inzet, de meedenk-groepen heel belangrijk. Een van de onderwerpen in deze meedenkgroepen zal ‘Kaders en randvoorwaarden’ zijn als het gaat over bijvoorbeeld haalbaarheid. De informatiebijeenkomsten zullen hierbij de grote groep bewoners gaan betrekken en informeren. Mogelijke communicatie- en participatiemiddelen: •

Het organiseren van een meedenkgroep en bewonersavond om de bewoners te informeren over de verschillende warmteoplossingen in de afwegingsmatrix en input op te halen voor de vervolgstappen.

BESTUURLIJK De Stuurgroep zal tussentijds regelmatig op de hoogte gehouden worden van de vorderingen en acties die uitgevoerd worden.

15

Vaststellen Uitvoeringsplan TECHNISCHECONOMISCH De uitkomsten van onderzoeken worden verwerkt in het uitvoeringsplan.

COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE Nadat de mogelijke oplossing is vastgesteld begint misschien wel de belangrijkste fase. Bewoners moeten dan zelf in actie (kunnen) komen. In de gesprekken door de tijd heen zal steeds vaker worden gesproken waar mee gestart kan worden (en dan vooral wat de bewoners zouden willen), welke ondersteuning daarbij nodig is en welke samenwerking met de gemeente daarbij kan helpen. Dit wordt vertaald in een ‘Handelingsperspectief’. In dit perspectief is ruimte voor de technische en strategische uitgangspunten, en vooral ook voor de energie en ideeën van bewoners. Het handelingsperspectief zal een onderdeel vormen van het uitvoeringsplan.

BESTUURLIJK Alle informatie die in de verschillende fasen zijn opgehaald worden verwerkt in het daadwerkelijke uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het college, waarna de raad hier vervolgens over wordt geïnformeerd.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14352582/1