CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

53.M.K. en F.C.; Bezorgdheid bewoners Spijkenisse inzake windmolenpark bijlage 2

Gemeenteraad 25 januari 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst van ingekomen stukken51.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

[75]

Landtag Nordrhein-Westfalen, 17. Wahlperiode, „Gesetzentwurf der Landesregierung. Zweites Gesetz zur Änderung des Gesetzes zur Ausführung des Baugesetzbuches in Nordrhein-Westfalen,” Drucksache 17/13426, 21 april 2021.

[76]

Franse Overheid, „Code de l'environnement, Section 11: Eoliennes,” 1 maart 2017. [Online]. Available: https://www.legifrance.gouv.fr/codes/article_lc/LEGIARTI000033933299/. [Geopend 17 januari 2022].

[77]

Franse Overheid, „Arrêté du 26 août 2011 relatif aux installations de production d'électricité utilisant l'énergie mécanique du vent au sein d'une installation soumise à autorisation au titre de la rubrique 2980 de la législation

89

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

des installations classées pour la prot. ....,” 10 december 2021. [Online]. Available: https://www.legifrance.gouv.fr/loda/id/JORFTEXT000024507365/. [Geopend 17 januari 2022]. [78]

P. Dutilleux, „France - Germany: A Comparison of the Acoustic Assessment Procedures,” in 8th International Conference on Wind Turbine Noise, Lisbon, 2019.

[79]

Ierse Overheid, Department of Housing, Local Government and Heritage , „Wind Energy Development Guidelines,” 2006.

[80]

Ierse Overheid, Department of the Environment, Community and Local Government, „Proposed Revisions to Wind Energy Development Guidelines 2006, Targeted Review in relation to Noise, Proximity and Shadow Flicker,” 11 december 2013.

[81]

Ierse Overheid, „Wind Energy Guidelines, Dáil Éireann Debate,” 5 mei 2021. [Online]. Available: https://www.oireachtas.ie/en/debates/question/2021-05-05/39/. [Geopend 13 januari 2022].

[82]

Institute of Acoustics, Amplitude Modulation Working Group, „A Method for Rating Amplitude Modulation in Wind Turbine Noise,” 9 augustus 2016.

[83]

Institute of Acoustics, „A Good Practice Guide to the Application of ETSU-R-97 for the Assessment and Rating of Wind Turbine Noise,” mei 2013.

[84]

Poolse Overheid, „Ustawy o inwestycjach w zakresie elektrowni,” Druk nr 315, 19 februari 2016.

[85]

Poolse Overheid, „Rozporządzenie Ministra Środowiska z dnia 1 października 2012 r. zmieniające rozporządzenie w sprawie dopuszczalnych poziomów hałasu w środowisku,” Poz. 1109, 1 10 2012.

[86]

P. G. Pojmański, „Opinia dotycząca zagrożeń związanych z eksploatacją i awariami turbin wiatrowych,” [Online]. Available: http://gminagolcza.pl/wp-content/uploads/2013/04/opinia-bezpieczenstwo-a-wiatraki-g-pojmanski.pdf. [Geopend 2 12 2021].

[87]

WSP | Parsons Brinckerhoff, „Wind Turbine AM Review. Phase 2 Report. Department of Energy & Climate Change,” Report No 3514482A, Augustus 2016.

[88]

UK Department of Energy & Climate Change, „National Policy Statement for Renewable Energy Infrastructure (EN-3),” juli 2011.

[89]

Noord-Ierse Overheid, Department of the Environment, „Best Practice Guidance to Planning Policy Statement 18 ‘Renewable Energy’,” augustus 2009.

[90]

WHO, „Enironmental Health Criteria,” 12-Noise, 1980.

[91]

E. Nieuwenhuizen, „Consequenties van het verlagen van de norm voor windturbinegeluid voor plaatsbaarheid en energieopbrengst. Quick scan,” Presentatie M+P i.o.v. Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (https://www.rvo.nl/sites/default/files/2021/10/Consequenties_verlagen_norm_WTgeluid.pdf), 2020.

[92]

S. Janssen, H. Vos, A. Eisses en E. Pedersen, „A comparison between exposure–response relationships for wind turbine annoyance and annoyance due to other noise sources.,” The Journal of the Acoustical Society of America 130(6), p. 3746–53, 2011.

[93]

S. Kuwano, T. Yano, T. Kageyama, S. Sueoka en H. Tachibanae, „Social survey on wind turbine noise in Japan,” Noise Control Engineering Journal 62(6), pp. 503-20, 2014.

[94]

E. Geertsema, M. Scheele en H. van den Brink, „Windgegevens voor het berekenen van de geluidsbelasting door windturbines, TR-370,” KNMI, 2018.

[95]

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, „Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, rapport 2020-0214,” RIVM, 2021.

[96]

D. Bijl, „Gezondheidseffecten van windturbinegeluid, Analyse van het RIVM-rapport 2020-0214,” Wind Wiki, Utrecht, 2021.

90

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

[97]

W. e. S. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu - Ministerie van Volksgezondheid, Reactie RIVM op het evaluatierapport van Bijl 03-11-2021, Bilthoven, 2021.

[98]

D. S. Michaud, L. Marro en J. McNamee, „Derivation and application of a composite annoyance reaction construct based on multiple wind turbine features,” Canadian Journal of Public Health, Ottawa, Canada, 2017.

[99]

D. S. Michaud, L. Marro en J. McNamee, „The association between self-reported and objective measures of health and aggregate annoyance scores toward wind turbine installations,” Canadian Journal of Public Health, Canada, 2018.

[100] G. Hübner, J. Pohl, B. Hoen, J. Firestone, J. Rand, D. Elliott en R. Haac, „Monitoring annoyance and stress effects of wind turbines on nearby residents: A comparison of U.S. and European samples,” Elsevier, 2019. [101] J. Pohl, J. Gabriel en G. Hübner, „Understanding stress effects of wind turbine noise – The integrated approach,” Elsevier, 2018. [102] R. T. Haac, K. Kaliski, M. Landis, B. Hoen, J. Rand, J. Firestone, D. Elliott, J. Pohl en G. Hübner, „Wind turbine audibility and noise annoyance in a national U.S. survey: Individual perception and influencing factors,” Acousstical Society of America, U.S., 2018. [103] D. S. Michaud, S. E. Keith, K. Feder, S. A. Voicescu en et al., „Personal and situational variables associated with wind turbine noise annoyance,” The Journal of the Acoustical Society of America, 2016. [104] K. Feder, D. S. Michaud, S. E. Keith, S. A. Voicescu en et al., „An assessment of quality of life using the WHOQOL-BREF among participants living in the vicinity of wind turbines,” Environmental Research, pp. 227238, 2015. [105] New Zealand Standard, „NZS 6808:2010 Acoustics - Wind farm noise,” 2010. [106] Kenniscentrum InfoMil, „Bepaling windsnelheidsverdeling bij windturbine,” [Online]. Available: https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/activiteitenbesluit/activiteiten/installaties/windturbine/windturbines/w indturbinetool/.

[Geopend 22 november 2021]. [107] Nederlandse overheid, „Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 november 2007, nr. DJZ2007104180, houdende algemene regels voor inrichtingen (Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer),” 2011. [108] E. Verheijen en J. Jabben, „Sanering windturbinegeluid. Een indicatieve raming van kosten,” RIVM Briefrapport 680375001/2011, 2011. [109] Provincie Noord-Holland, „Ontwerp-omgevingsverordening NH2022”. [110] Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, „Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving,” 21 december 2021.

91

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

Bijlage 1 Geluidbelasting op verschillende afstanden tot een windpark uitgaande van een specifiek type windturbine per windturbineklasse Uitgangspunten berekeningen Om de effecten van de geluidbelasting op verschillende afstanden tot een windpark in beeld te brengen zijn twee fictieve windparken gemodelleerd. Hierbij is uitgegaan van de opstellingsvarianten zoals beschreven in paragraaf 3.1. De berekeningen zijn verricht voor een specifiek type windturbine in de klassen 2 MW, 4 MW en 6 MW. De kenmerken van deze typen turbines zoals gehanteerd in de berekeningen zijn vermeld in Tabel 22. Deze typen windturbines betreft in principe een willekeurige keuze. Wel is gekozen voor windturbines van drie verschillende fabrikanten en voor windturbines met relatief grote verschillen in rotordiameter. Daarnaast is ervoor gekozen om voor de 2 MW klasse windturbines de laagste ashoogte te hanteren, voor de 6 MW klasse de hoogste ashoogte en voor de 4 MW klasse een tussenliggende ashoogte. In de praktijk zijn echter voor alle windturbineklassen meerdere ashoogtes beschikbaar. Zo is bijvoorbeeld de Type A-2.4 MW turbine ook met een ashoogte van 141 meter beschikbaar.

De klasse 2 MW is het meest representatief voor turbines die tot enkele jaren geleden zijn geplaatst, de klasse 4 MW is het meest representatief voor turbines die heden ten dage worden geplaatst en de klasse 6 MW voor turbines die de komende jaren worden geplaatst. Tabel 22. Onderzochte klassen windturbines en de hiervoor beschouwde typen windturbines en turbinekenmerken

Klasse windturbine

Beschouwd type windturbine

Vermogen RotorAshoogte [MW] diameter [m] [m]

2 MW Type A - 2,4 MW 2,4 4 MW Type B - 4,3 MW 4,3 6 MW Type C - 6,2 MW 6,2 * Maximaal bronvermogen ** Gewogen jaargemiddelde geluidemissie

117 138 162

91 131 166

Tiphoogte [m] 149,5 200 247

Geluidemissie LWA max* LE den** [dB] [dB(A)] 105,0 109,2 106,0 110,2 104,8 109,0

In de berekeningen is uitgegaan van de bronvermogens als functie van de windsnelheid en de geluidspectra van de beschouwde typen windturbines conform de specificaties van de turbinefabrikanten. Het bronvermogen bij het nominale vermogen van de windturbines – het maximale bronvermogen - per frequentieband is weergegeven in Afbeelding 14 in paragraaf 3.1. Voor de berekening van de geluidbelasting is ervan uitgegaan dat het voornoemde fictieve windpark in een landelijke omgeving in het midden van Nederland wordt gerealiseerd. Dit houdt in dat er wordt uitgegaan van een omgeving met overwegend gras- en akkerland – een overwegend absorberende bodem - en de KNMI-windstatistieken voor midden Nederland [106]. De berekeningen zijn verricht conform het Reken- en meetvoorschrift windturbines [107].

Bandbreedte in geluidbelasting op verschillende afstanden tot een windpark uitgaande van een specifiek type windturbine per windturbineklasse Voor een lijnopstelling van drie windturbines zijn de resultaten voor de geluidbelasting L den en het equivalente geluidniveau LAeq bij maximale geluidproductie van de windturbines voor de beschouwde typen windturbines samengevat in Tabel 23. Hieruit blijkt dat per klasse voor de beschouwde typen windturbines op een bepaalde afstand van het windpark een spreiding van 2 tot 4 dB in de geluidbelasting optreedt. De geluidcontouren in Afbeelding 15 in paragraaf 3.2 laten zien dat dit verschil komt door de oriëntatie ten opzichte van het windpark. De hoogste geluidbelasting treedt op ter hoogte van de middelste windturbine, omdat hier het gezamenlijke effect van de windturbines het grootste is. De laagste geluidbelasting treedt op in het verlengde van het windpark. Op de vaste afstanden bedragen de verschillen in geluidbelasting tussen de beschouwde typen windturbines 0 tot 2 dB. De afstanden waar aan een geluidbelasting van 47 dB Lden32 wordt voldaan varieert van circa 300 tot circa 500 meter.

32 47 dB Lden is de norm in het Activiteitenbesluit die sinds de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

inzake Windpark Delfzijl Zuid [15] niet meer op windparken mag worden toegepast. 92

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

Voor een dubbele lijnopstelling van tweemaal vijf windturbines zijn de resultaten voor de geluidbelasting L den en het equivalente geluidniveau bij maximale geluidproductie van de windturbines LAeq max samengevat in Tabel 24. Hieruit blijkt dat per klasse voor de beschouwde typen windturbines op een bepaalde afstand van het windpark een spreiding van 2 tot 5 dB in de geluidbelasting optreedt. De afstanden waar aan een geluidbelasting van 47 dB L den wordt voldaan varieert van circa 350 tot circa 650 meter. Het is opvallend dat op een afstand die gerelateerd is aan de as- of tiphoogte de hoogste geluidbelasting vanwege de 6 MW klasse windturbine 5 tot 7 dB lager is dan voor de 2 MW klasse windturbine. Dit komt doordat het geen vaste afstanden zijn. Voor de grotere windturbine gaat het om (veel) grotere afstanden (vanwege de grotere as- en tiphoogtes) dan voor de kleinere turbine terwijl het betreffende type niet meer geluid produceert. Als voor de 2 MW klasse turbine van een grotere as- en tiphoogte zou worden uitgegaan zou het verschil kleiner zijn. De geluidbelasting op vaste afstanden tot het windpark geeft een beter beeld van de verschillen in geluidbelasting tussen verschillende typen windturbines. Dit laat zien dat de verschillen tussen de verschillende typen windturbines klein zijn.

In Tabel 23 is ook het equivalente geluidniveau bij maximale geluidproductie van de windturbines L Aeq max weergegeven. Dit laat een vergelijkbare spreiding in geluidniveaus zien. Het equivalente geluidniveau bij maximale geluidproductie van de windturbines LAeq max is 4 tot 5 dB(A) lager dan de geluidbelasting in Lden. Bij vergelijking van de resultaten voor de dubbele lijnopstelling met de resultaten voor de enkele lijnopstelling is te zien dat de gevolgen van het grotere aantal turbines vooral zichtbaar zijn op een relatief grote afstand van de windturbines. Dit komt doordat op relatief korte afstand de geluidbelasting vooral wordt bepaald door de dichtstbijzijnde windturbine. Naarmate de afstand groter is, wordt het gezamenlijke effect van de turbines belangrijker. Indien van nog een veel groter windpark zou worden uitgegaan zal de geluidbelasting tot op circa 750 meter afstand met ten hoogste 1 dB toenemen, maar op grotere afstanden zou door het grotere aantal windturbines de gezamenlijke geluidbelasting met enkele decibellen kunnen toenemen tot circa 4 dB op een afstand van 2 kilometer. Tabel 23. Geluidbelasting Lden en het equivalente geluidniveau bij maximale geluidproductie van de windturbines LAeq max als functie van de afstand voor een fictief windpark van drie windturbines in een lijnopstelling voor de in Tabel 22 weergegeven beschouwde typen windturbines

Afstand

Geluidbelasting Lden en het equivalente geluidniveau LAeq bij maximale geluidproductie voor de beschouwde typen windturbines voor een locatie in midden Nederland Klasse 2 MW, Type A Klasse 4 MW, Type B Klasse 6 MW, Type C LAeq max LAeq max LAeq max Lden Lden Lden [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)] [dB] [dB] [dB] 300 49 – 51 44 – 47 49 – 52 44 – 47 47 – 50 43 – 45 400 46 – 49 42 – 45 47 – 49 42 – 45 45 – 48 41 – 44 500 44 – 47 40 – 43 45 – 47 40 – 43 44 – 46 39 – 42 750 41 – 43 36 – 39 41 – 44 37 – 39 40 – 43 36 – 38 1.000 38 – 40 33 – 36 38 – 41 34 – 36 37 – 40 33 – 36 1.500 32 – 36 27 – 31 33 – 36 29 – 32 33 – 36 29 – 32 2.000 28 – 32 24 – 28 29 – 33 24 – 28 29 – 32 25 – 28 1) 4 x ashoogte 47 – 50 43 – 45 44 – 47 40 – 42 41 – 44 37 – 39 4 x tiphoogte2) 43 – 45 39 – 41 41 – 43 36 – 38 38 – 40 33 – 36 3) 10 x ashoogte 39 – 42 34 – 37 35 – 38 31 – 34 32 – 35 28 – 31 4) 10 x tiphoogte 32 – 36 28 – 31 29 – 33 24 – 28 26 – 30 22 – 25 1) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 364, 524 en 664 meter. 2) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 598, 800 en 988 meter.

3) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 910, 1.310 en 1.660 meter. 4) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 1.495, 2.000 en 2.470 meter.

93

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

Tabel 24. Geluidbelasting Lden en het equivalente geluidniveau LAeq bij maximale geluidproductie van de windturbines als functie van de afstand voor een fictief windpark in een dubbele lijnopstelling van tweemaal vijf windturbines voor de in Tabel 22 weergegeven beschouwde typen windturbines

Afstand

Geluidbelasting Lden en het equivalente geluidniveau LAeq bij maximale geluidproductie voor de beschouwde typen windturbines voor een locatie in midden Nederland Klasse 2 MW, Type A Klasse 4 MW, Type B Klasse 6 MW, Type C LAeq max LAeq max LAeq max Lden Lden Lden [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)] [dB] [dB] [dB] 300 50 – 53 45 – 48 50 – 53 46 – 48 48 – 51 44 – 46 400 48 – 50 43 – 46 48 – 51 44 – 46 46 – 49 42 – 45 500 46 – 49 42 – 45 46 – 49 42 – 45 45 – 47 41 – 43 750 43 – 46 39 – 42 43 – 46 39 – 42 42 – 45 38 – 40 1.000 39 – 43 35 – 39 40 – 43 36 – 39 39 – 42 35 – 38 1.500 34 – 39 30 – 35 36 – 39 31 – 35 35 – 39 31 – 35 2.000 31 – 36 27 – 31 32 – 36 27 – 32 32 – 36 27 – 31 1) 4 x ashoogte 48 – 51 44 – 47 46 – 49 42 – 44 43 – 45 38 – 41 4 x tiphoogte2) 45 – 48 40 – 43 42 – 45 38 – 41 40 – 42 35 – 38 3) 10 x ashoogte 40 – 44 36 – 40 37 – 41 33 – 37 34 – 38 30 – 33 4) 10 x tiphoogte 34 – 39 30 – 35 32 – 36 27 – 32 29 – 33 25 – 29 1) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 364, 524 en 664 meter. 2) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 598, 800 en 988 meter.

3) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 910, 1.310 en 1.660 meter. 4) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 1.495, 2.000 en 2.470 meter.

94

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

Bijlage 2 Percentage ernstig gehinderden door geluid uitgaande van windparken met een specifiek type windturbine per windturbineklasse Bandbreedte percentage ernstig gehinderden op verschillende afstanden tot een windpark uitgaande van specifieke typen windturbines Op basis van de geluidbelasting in Lden zoals weergegeven in voor het fictieve windpark bestaande uit een lijnopstelling van drie windturbines in Tabel 23 in bijlage 1 en de dosis-effectrelaties zoals weergegeven in Afbeelding 20 en Afbeelding 21 in paragraaf 5.3.1 is het percentage ernstig gehinderden als functie van de afstand tot het windpark bepaald voor de beschouwde typen windturbines. De resultaten zijn weergegeven in Tabel 25. Uit deze tabel blijkt dat voor een bepaalde windturbineklasse, uitgaande van de door Janssen et al. afgeleide dosis-effectrelatie bij een bepaalde afstand, een spreiding tot 7% ernstig gehinderden binnenshuis en tot 11% ernstig gehinderden buitenshuis kan optreden. Zo varieert op een afstand van 300 meter tot het windpark het aantal ernstig gehinderden binnenshuis van 11 tot 18% en buitenshuis van 24 tot 35%. Op basis van de door Michaud et al. afgeleide relatie treedt een spreiding op tot 6% ernstig gehinderden. Deze verschillen komen door de oriëntatie ten opzichte van het windpark.

Het hoogste percentage treedt op ter hoogte van de middelste windturbine, omdat hier het gezamenlijke effect van de windturbines het grootste is. De minste hinder treedt op in het verlengde van het windpark waar de geluidbelasting het laagste is. De spreiding binnen een turbineklasse neemt af naarmate de afstand groter wordt. De resultaten voor het fictieve windpark bestaande uit een dubbele lijnopstelling van tweemaal vijf windturbines zijn vermeld in Tabel 26. In deze situatie kan uitgaande van Janssen et al. voor een bepaalde windturbineklasse bij een bepaalde afstand tot 8% ernstig gehinderden binnenshuis en tot 13% ernstig gehinderden buitenshuis optreden. Uitgaande van Michaud et al. treedt een spreiding op tot 7% ernstig gehinderden. Ook hier neemt de spreiding binnen een turbineklasse af naarmate de afstand groter wordt. De weergegeven spreidingen worden bepaald door de spreiding in de geluidbelasting. Er is geen rekening gehouden met de spreiding door het verschil in acceptatieniveau tussen verschillende gemeenschappen. Hierdoor kan de spreiding in werkelijkheid nog groter uitvallen. Tabel 25. Percentage ernstig gehinderden voor een windpark vanwege geluid van drie windturbines in een lijnopstelling voor de in Tabel 22 weergegeven beschouwde typen windturbines

Afstand

300 400 500 750 1.000 1.500 2.000 4 x ashoogte1) 4 x tiphoogte2)

95

Percentage ernstig gehinderden conform Janssen et al. Binnenshuis (Buitenshuis) Klasse 2 MW, Type A

Klasse 4 MW, Type B

Klasse 6 MW, Type C

11 – 18 (24 – 35) 7 – 12 (17 – 25) 5–8 (12 – 19) 2–4 (5 – 10) 1–2 (2 – 5) 0–0 (0 – 1) 0–0 (0 – 0) 8 – 14 (19 – 29) 3–6 (9 – 14)

12 – 19 (26 – 37) 8 – 13 (18 – 27) 5–9 (13 – 20) 2–4 (6 – 11) 1–2 (3 – 6) 0–1 (1 – 2) 0–0 (0 – 1) 5–8 (12 – 19) 2–3 (5 – 9)

9 – 13 (20 – 28) 6 – 10 (14 – 21) 4–7 (10 – 16) 1–3 (5 – 8) 1–1 (2 – 5) 0–0 (1 – 1) 0–0 (0 – 0) 2–4 (6 – 10) 1–2 (2 – 5)

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

Percentage ernstig gehinderden conform Michaud en al. (Geen onderscheid binnens-/buitenshuis) Klasse 2 MW, Type A

Klasse 4 MW, Type B

Klasse 6 MW, Type C

18 – 23

18 – 24

15 – 20

13 – 18

14 – 19

11 – 16

10 – 14

10 – 15

8 – 13

5–8

6–9

4–7

2–5

3–5

2–4

0–1

1–2

1–2

0–0

0–1

0–1

15 – 20

10 – 14

5–9

7 – 12

5–8

2–4

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

Afstand

Percentage ernstig gehinderden conform Janssen et al. Binnenshuis (Buitenshuis) Klasse 2 MW, Type A

Klasse 4 MW, Type B

Klasse 6 MW, Type C

Percentage ernstig gehinderden conform Michaud en al. (Geen onderscheid binnens-/buitenshuis) Klasse 2 MW, Type A

Klasse 4 MW, Type B

Klasse 6 MW, Type C

1–2 0–1 0–0 0–1 3–6 1–3 (3 – 7) (1 – 3) (0 – 1) 10 x tiphoogte4) 0–0 0–0 0–0 0–0 0–1 0–1 (0 – 1) (0 – 1) (0 – 0) 1) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 364, 524 en 664 meter. 2) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 598, 800 en 988 meter. 3) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 910, 1.310 en 1.660 meter. 4) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 1.495, 2.000 en 2.470 meter 10 x ashoogte3)

Tabel 26. Percentage ernstig gehinderden binnenshuis en buitenshuis vanwege geluid voor een windpark van een dubbele lijnopstelling van tweemaal vijf windturbines voor de in Tabel 22 weergegeven beschouwde typen windturbines

Afstand

300 400 500 750 1.000 1.500 2.000 4 x ashoogte1) 4 x tiphoogte2) 10 x ashoogte3) 10 x tiphoogte4)

Percentage ernstig gehinderden conform Janssen et al. Binnenshuis (Buitenshuis)

Percentage ernstig gehinderden conform Michaud en al. (Geen onderscheid binnens-/buitenshuis)

Klasse 2 MW, Type A

Klasse 4 MW, Type B

Klasse 6 MW, Type C

Klasse 2 MW, Type A

Klasse 4 MW, Type B

Klasse 6 MW, Type C

14 – 22 (29 – 42) 9 – 15 (21 – 32) 7 – 12 (16 – 25) 3–7 (9 – 16) 1–3 (4 – 9) 0–1 (1 – 3) 0–0 (0 – 1) 11 – 17 (23 – 35) 5–9 (12 – 20) 2–4 (5 – 11) 0–1 (1 – 3)

14 – 22 (29 – 42) 10 – 16 (22 – 33) 7 – 12 (16 – 26) 3–7 (9 – 16) 2–4 (5 – 10) 0–1 (1 – 4) 0–1 (0 – 2) 7 – 11 (15 – 25) 3–6 (8 – 14) 1–2 (2 – 6) 0–0 (0 – 1)

10 – 16 (22 – 33) 7 – 12 (17 – 26) 5–9 (13 – 20) 2–5 (7 – 12) 1–3 (4 – 8) 0–1 (1 – 3) 0–0 (0 – 1) 3–6 (8 – 14) 1–3 (4 – 8) 0–1 (1 – 2) 0–0 (0 – 1)

20 – 27

20 – 27

17 – 22

16 – 22

16 – 22

13 – 18

12 – 18

13 – 18

10 – 15

8 – 12

8 – 12

6 – 10

4–8

5–8

4–7

1–3

1–4

1–3

0–1

0–2

0–1

17 – 23

12 – 18

7 – 11

10 – 15

7 – 11

4–7

5–9

2–5

1–3

1–3

0–2

0–1

1) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer

op een afstand van respectievelijk 364, 524 en 664 meter.

96

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

Afstand

Percentage ernstig gehinderden conform Janssen et al. Binnenshuis (Buitenshuis) Klasse 2 MW, Type A

Klasse 4 MW, Type B

Klasse 6 MW, Type C

Percentage ernstig gehinderden conform Michaud en al. (Geen onderscheid binnens-/buitenshuis) Klasse 2 MW, Type A

Klasse 4 MW, Type B

Klasse 6 MW, Type C

2) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit

neer op een afstand van respectievelijk 598, 800 en 988 meter. 3) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 910, 1.310 en 1.660 meter. 4) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 1.495, 2.000 en 2.470 meter

Bandbreedte percentage ernstig gehinderden vanwege geluid volgens Michaud et al. op verschillende afstanden tot een windpark Op basis van de geluidbelasting in Lden zoals weergegeven in Tabel 15 voor de beschouwde klassen windturbines voor een windpark bestaande uit een lijnopstelling van drie windturbines en de dosis-effectrelatie volgens Michaud et al. zoals weergegeven in Afbeelding 21 in paragraaf 5.3.1, is het percentage gehinderden als functie van de afstand tot het windpark bepaald. Dit betreft de resultaten bepaald uitgaande van gunstige en ongunstige omstandigheden en uitgangspunten zoals beschreven in paragraaf 3.1. Dit betekent dat er rekening is gehouden met de bandbreedte in het bronvermogen binnen de turbineklassen, met de bandbreedte in het jaargemiddelde bronvermogen door het windklimaat en met de bandbreedte voor de invloed van het bodemgebied. De resultaten zijn weergegeven in Tabel 27. Uit deze tabel blijkt dat voor een bepaalde windturbineklasse, uitgaande van de door Michaud et al. afgeleide relatie, bij een bepaalde afstand een spreiding tot 26% ernstig gehinderden kan optreden. Zo varieert op een afstand van 300 meter het aantal ernstig gehinderden van 8 tot 34%. De spreiding binnen een turbineklasse neemt af naarmate de afstand groter wordt.

De resultaten voor het fictieve windpark bestaande uit een dubbele lijnopstelling van tweemaal vijf windturbines zijn vermeld in Tabel 28. In deze situatie kan uitgaande van Michaud et al. voor een bepaalde windturbineklasse bij een bepaalde afstand een spreiding tot 28% ernstig gehinderden optreden. Zo varieert op een afstand van 300 meter het aantal ernstig gehinderden van 9 tot 37%. Ook hier neemt de spreiding binnen een turbineklasse af naarmate de afstand groter wordt. De weergegeven spreidingen worden bepaald door de spreiding in de geluidbelasting. Er is geen rekening gehouden met de spreiding door het verschil in acceptatieniveau tussen verschillende gemeenschappen. Hierdoor kan de spreiding in werkelijkheid nog groter uitvallen.

Tabel 27. Bandbreedte percentage ernstig gehinderden binnenshuis en buitenshuis vanwege geluid voor een windpark van drie windturbines in een lijnopstelling voor de beschouwde klassen windturbines

Afstand

Percentage ernstig gehinderden conform Michaud en al. (Geen onderscheid binnens-/buitenshuis) Klasse 2 MW

Klasse 4 MW

Klasse 6 MW

300

8 – 34

12 – 34

13 – 28

400

5 – 28

8 – 28

9 – 24

500

3 – 24

6 – 23

7 – 20

750

1 – 16

3 – 15

3 – 13

1.000

0 – 11

1 – 11

2–9

97

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

Afstand

Percentage ernstig gehinderden conform Michaud en al. (Geen onderscheid binnens-/buitenshuis) Klasse 2 MW

Klasse 4 MW

Klasse 6 MW

1.500

0–4

0–5

0–4

2.000

0–2

0–2

0–2

4 x ashoogte1)

6 – 30

5 – 22

4 – 15

4 x tiphoogte2)

2 – 20

2 – 14

2–9

10 x ashoogte3)

1 – 12

0–7

0–3

10 x tiphoogte4)

0–4

0–2

0–1

1) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines

komt dit neer op een afstand van respectievelijk 364, 524 en 664 meter. 2) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 598, 800 en 988 meter. 3) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 910, 1.310 en 1.660 meter. 4) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 1.495, 2.000 en 2.470 meter

Tabel 28. Bandbreedte percentage ernstig gehinderden binnenshuis en buitenshuis vanwege geluid voor een windpark met een dubbele lijnopstelling van tweemaal vijf windturbines voor de beschouwde klassen windturbines

Afstand

Percentage ernstig gehinderden conform Michaud en al. (Geen onderscheid binnens-/buitenshuis) Klasse 2 MW

Klasse 4 MW

Klasse 6 MW

300

9 – 37

14 – 36

14 – 31

400

6 – 32

10 – 31

11 – 27

500

4 – 28

8 – 27

8 – 23

750

2 – 21

4 – 20

5 – 17

1.000

1 – 15

2 – 15

3 – 12

1.500

0–8

0–8

1–7

2.000

0–4

0–4

0–4

4 x ashoogte1)

7 – 34

7 – 26

6 – 18

4 x tiphoogte2)

3 – 25

4 – 19

3 – 12

10 x ashoogte3)

1 – 17

1 – 10

1–6

10 x tiphoogte4)

0–8

0–4

0–2

1) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines

komt dit neer op een afstand van respectievelijk 364, 524 en 664 meter. 2) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 598, 800 en 988 meter.

98

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

Afstand

Percentage ernstig gehinderden conform Michaud en al. (Geen onderscheid binnens-/buitenshuis) Klasse 2 MW

Klasse 4 MW

Klasse 6 MW

3) Uitgaande van een ashoogte van 91, 131 en 166 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines

komt dit neer op een afstand van respectievelijk 910, 1.310 en 1.660 meter. 4) Uitgaande van een tiphoogte van 149,5, 200 en 247 meter voor respectievelijk 2, 4 en 6 MW klasse turbines komt dit neer op een afstand van respectievelijk 1.495, 2.000 en 2.470 meter

In Afbeelding 23 is de maximale bandbreedte weergegeven uitgaande van de door Michaud et al. afgeleide dosiseffectrelatie (zie Afbeelding 21). Deze afbeelding laat zien dat het percentage ernstig gehinderden als functie van de afstand tot een windpark afneemt, maar dat er door de vele factoren die een rol spelen een zeer grote spreiding optreedt in het percentage ernstig gehinderden op een specifieke afstand. Op een afstand van 10 x de ashoogte varieert het percentage ernstig gehinderden volgens Michaud et al. varieert het percentage ernstig gehinderden op een afstand van 10 x de ashoogte van 0 tot 17% en op een afstand van 10 x de tiphoogte van 0 tot 8%. Er is geen rekening gehouden met de spreiding door het verschil in acceptatieniveau tussen verschillende gemeenschappen. Hierdoor kan voor specifieke situaties de spreiding in werkelijkheid nog groter uitvallen.

Percentage ernstig gehinderden

80

Conform dosis-effectrelatie Michaud et al.

70 Ondergrens

60 50

Bovengrens

40 30 20 10 0 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

1600

1800

2000

Afstand [m]

Afbeelding 23. Onder- en bovengrens van de bandbreedte van het percentage ernstig gehinderden vanwege geluid als functie van de afstand tot een windpark, conform het Michaud et al. van 2016 [103]

99

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

Colofon ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES

KLANT Ministerie van Economische Zaken en Klimaat AUTEUR Erik Koppen / Madelon Ekelschot - Smink PROJECTNUMMER 30106989 ONZE REFERENTIE D10048616.25 DATUM 19 april 2022 STATUS Definitief GECONTROLEERD DOOR

Erik Koppen Senior adviseur geluid en windenergie

100

Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12347938/1