53.M.K. en F.C.; Bezorgdheid bewoners Spijkenisse inzake windmolenpark bijlage 2
Tekst van het document
Voor het begrip en de leesbaarheid is in de volgende paragraaf eerst ingegaan op de vergelijking van de Nederlandse normen6 voor windturbines met de normen in de andere beschouwde landen. Hierbij is ook kort ingegaan op eerdere vergelijkende studies waarin nog meer landen waren betrokken, maar die een lager detailniveau kennen en deels door gewijzigde wet- en regelgeving achterhaald zouden kunnen zijn. In paragraaf 2.3 is in meer detail ingegaan op de normen in Nederland en in de paragrafen 2.4 t/m 2.10 op respectievelijk de andere zeven onderzochte landen. Voor de referenties van de gebruikte bronnen – aangeduid met [..] – wordt verwezen naar de paragrafen met de detailinformatie per land, met uitzondering van referenties die in de detailparagrafen niet gebruikt zijn.
Richtlijnen en doelstellingen Europese Unie In 2001 is de Europese Richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (SMB) [18] vastgesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 30 juni 2021 geoordeeld dat op grond van deze Europese richtlijn een planmilieueffectrapport had moeten worden gemaakt voor de landelijke milieuregels voor windparken [2]. Als reactie op voornoemde uitspraak wordt nu het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving opgesteld [110]. Voornoemde Richtlijn bevat procedurele bepalingen en heeft als doel om voorafgaand aan het vaststellen van een plan of programma de hiervan te verwachten milieueffecten in beeld te brengen. Hierdoor krijgt het milieu een volwaardige plek in de besluitvorming over een plan of programma. In het plan of programma moet met de uitkomsten van de plan-milieueffectrapportage, de raadpleging en de publieksparticipatie rekening worden gehouden. De Richtlijn heeft ten doel te voorzien in een hoog milieubeschermingsniveau. De Richtlijn bevat echter geen normen waaraan getoetst moet worden, noch bevat de Richtlijn algemene voorschriften ter verbetering van het milieu. In 2002 is de Europese Richtlijn Omgevingslawaai [5] vastgesteld die zich richt op de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai.
In het kader van het beleid van de Europese Gemeenschap dient een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en het milieu te worden bereikt en één van de na te streven doelstellingen is de bescherming tegen geluidhinder. Om deze doelstelling te verwezenlijken werd het wenselijk geacht om tot een gemeenschappelijke visie op het probleem van geluidhinder te komen. Om tot deze gemeenschappelijke visie te komen moeten er op grond van de Richtlijn gegevens over het niveau van het omgevingslawaai worden verzameld, vergeleken en doorgegeven aan de hand van onderling vergelijkbare
6 Op grond van de Raad van State uitspraak inzake Windpark Delfzijl Zuid moeten de Nederlandse normen voor windparken buiten
toepassing worden gelaten. Dit is nader toegelicht in paragraaf 2.3.1. 22
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
criteria. Hiervoor moeten geharmoniseerde indicatoren en beoordelingsmethoden worden gehanteerd, alsmede criteria voor de opstelling van geluidbelastingkaarten. De gekozen gemeenschappelijke geluidsbelastingindicatoren zijn Lden voor het bepalen van de hinder en Lnight voor het bepalen van slaapverstoring. Ook is het nuttig geacht dat de lidstaten aanvullende indicatoren kunnen hanteren voor het toezicht op en controleren van bijzondere geluidbelastingsituaties. Voor agglomeraties, belangrijke wegen, spoorwegen en luchthavens zijn strategische geluidbelastingkaarten verplicht gesteld die de gegevens bevatten die nodig zijn om een beeld te krijgen van de optredende geluidniveaus. Ook moeten hiervoor actieplannen worden opgesteld. Het doel hiervan is om omgevingslawaai zo nodig te voorkomen en te beperken in het bijzonder daar waar hoge blootstellingsniveaus schadelijke effecten op de gezondheid van de mens kunnen hebben en de milieukwaliteit uit het oogpunt van omgevingslawaai te handhaven waar zij goed is. De Richtlijn Omgevingslawaai is van toepassing op vervoersmiddelen, wegverkeer, spoorwegverkeer, luchtverkeer en locaties van industriële activiteiten als beschreven in bijlage I van de Europese Richtlijn 96/61/EG. Hierin worden windturbines en windparken niet genoemd. Dit betekent dat de Richtlijn Omgevingslawaai niet op windturbines en windparken van toepassing is.
Er geldt voor windturbines vanuit Europa dan ook geen verplichting om geharmoniseerde geluidbelastingindicatoren en beoordelingsmethoden te gebruiken. Ook is er geen gemeenschappelijke doelstelling om windturbinegeluid in beeld te brengen en om de milieueffecten te beperken. Uit de navolgende paragrafen blijkt dat een uniforme regelgeving voor windturbines binnen Europa ver te zoeken is. Op verzoek van lidstaten in de Europese regio heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) in 2018 de ‘Environmental Noise Guidelines for the European Region’ gepubliceerd [11]. Deze richtlijnen omvatten ook windturbinegeluid. Het advies van de WGO voor windturbinegeluid is beschreven in paragraaf 5.1 van het voorliggende rapport.
2.2
Vergelijking van Nederlandse normen met die in andere landen
2.2.1
Afstandsnormen
De afstandsnormen voor windturbines zijn voor de onderzochte landen samengevat in Tabel 1 en Afbeelding 8. Van de acht onderzochte landen hebben Nederland en het Verenigd Koninkrijk geen landelijke afstandsnorm. Het Vlaamse Gewest van België kent in principe ook geen afstandsnorm. Alleen indien op basis van het heersende achtergrondniveau voor de windturbines een geluidniveau van boven de richtwaarde wordt toegestaan geldt er een minimumafstand van 3 x de rotordiameter. Ierland kent geen afstandsnorm, maar hanteert wel een richtafstand van 500 meter. Ierland is voornemens om dit te wijzigen. In het ontwerp voor nieuwe regelgeving wordt voor het beperken van de visuele impact uitgegaan van een minimumafstand van 4 x de tiphoogte met een minimum van 500 meter. Polen en de Duitse deelstaat Beieren hanteren de ruimste afstandsnormen, namelijk 10 x de tiphoogte. In Polen is deze afstandsnorm gebaseerd op een opinieartikel dat beschrijft dat bij een brand in een windturbine na een blikseminslag tijdens een hevige storm sommige brandende fragmenten zich tot ongeveer op deze afstand zouden kunnen verspreiden. In de onderbouwing van de Poolse wet is aangegeven dat ook het visuele aspect bij de afstandsnorm van belang is en dat de beschikbare informatie over geluid, infrageluid, elektromagnetische straling, trillingen, slagschaduw en lichtschitteringen is geanalyseerd.
De afstandsnorm in Beieren is ingesteld om de natuur en het imago van het platteland te beschermen en om visueel overweldigende effecten te voorkomen. In de overige beschouwde landen varieert de afstandsnorm van 300 meter tot 1.100 meter en van 2 x de tiphoogte tot 4 x de tiphoogte. In die gevallen waar kon worden achterhaald waarom er afstandsnormen zijn vastgesteld, zijn deze ingesteld om de visuele impact van de windturbines te beperken. De kortste afstanden lijken vooral ingesteld om de visuele impact van de windturbines als object te beperken, met name om visueel beklemmende effecten door de windturbines te voorkomen. In de Duitse deelstaat Nedersaksen wordt hiervoor op basis van jurisprudentie een vuistregel van 2 x de tiphoogte gehanteerd. Hier wordt voor afstanden van minder dan 3 x de tiphoogte altijd onderzoek naar de specifieke situatie nodig geacht om vast te stellen of visueel beklemmende effecten kunnen optreden.
23
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
De ruimere afstandsnormen lijken ook rekening te houden met andere visuele effecten. De afstandsnorm van 1.000 meter in de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen is ingesteld voor de bescherming van natuur en landschap en voor visueel overweldigende effecten, maar geldt niet voor individuele woningen en gefragmenteerde woongebieden. Denemarken hanteert een afstandsnorm van 4 x de tiphoogte om de visuele hinder door onder andere lichtschitteringen, slagschaduw en obstakelverlichting te beperken. Deze effecten zijn tegenwoordig met technische maatregelen goed te mitigeren. Door toepassing van niet-reflecterende materialen of coatinglagen zijn lichtschitteringen voor moderne windturbines nagenoeg geëlimineerd. Slagschaduw is goed te voorkomen of te beperken met een automatische stilstandsvoorziening die een windturbine stilzet op de momenten dat deze slagschaduw op gevoelige objecten kan veroorzaken. De obstakelverlichting op de windturbines is op dit moment in Nederland nog verplicht, maar er wordt gewerkt aan een alternatieve oplossing in de vorm van een naderingsdetectiesysteem. Dit wordt in Duitsland al toegepast. In Nederland loopt een pilotproject bij Windpark Fryslân en is recent een pilotproject bij Windpark Krammer succesvol afgerond [3]. Door toepassing van een radar- of transpondersysteem wordt het gesignaleerd als er een vliegtuig in de buurt van het windpark is.
De obstakelverlichting wordt dan ’s nachts alleen ingeschakeld als er daadwerkelijk een vliegtuig in de buurt is. Hiermee wordt de visuele impact van de obstakelverlichting sterk gereduceerd.
Tabel 1. Samenvatting van afstandsnormen in de onderzochte landen
Land België – Vlaanderen
België – Wallonië
Denemarken
Duitsland – Beieren
Afstand tot gevoelige objecten [m] Reden/motivatie afstandsnorm Geen afstandsnorm, tenzij op basis van Niet bekend. heersende achtergrondniveau een geluidniveau van boven de richtwaarde wordt toegestaan. Dan geldt een minimumafstand van 3 x rotordiameter. Aanbeveling voor een minimumafstand: Beperken van de visuele impact, gezien de • Vermogen: 100 kw – 1 MW: 350 m kortere afstand die bij visuele afscherming wordt toegestaan. • Vermogen >1 MW: 4 x tiphoogte Afstand tot individuele woningen bij beperking van visuele effecten door afscherming: 400 m 4 x tiphoogte. Om visuele hinder door onder andere Deze afstand geldt niet voor de woning van de lichtschitteringen, slagschaduw en eigena(a)r(en) van de windturbines. obstakelverlichting te voorkomen. 10 x tiphoogte. Beschermen van natuur en imago van het platteland en voorkomen van visueel overweldigende effecten. 1) Vuistregel van 2 x tiphoogte . Vuistregel op basis van jurisprudentie om visueel beklemmende effecten te voorkomen. 1.000 m, m.u.v. individuele woningen en Beschermen van natuur en landschap en voor gefragmenteerde woongebieden. visueel overweldigende effecten.
Duitsland – Nedersaksen Duitsland – NoordrijnWestfalen Duitsland – • Overige deelstaten •
Woongebieden: 400 tot 1.100 m of beoordeling per geval; Individuele woongebouwen en gefragmenteerde woongebieden: 300 tot 1.000 m of beoordeling per geval.
Frankrijk
Niet bekend.
500 m voor turbines met een ashoogte van meer -dan 50 m Ierland (vigerend) Geen afstandsnorm, maar 500 m wordt Windturbinegeluid is normaliter acceptabel bij acceptabel geacht. een afstand van meer dan 500 m. Ierland (ontwerp 4 x tiphoogte met een minimum van 500 m, Beperken van de visuele impact. Niet meer nieuwe m.u.v. aanvragen waarbij met de relevante beargumenteerd vanuit geluidhinder, omdat de regelgeving) eigena(a)r(en) kortere afstanden overeen zijn WGO in 2018 heeft vastgesteld dat er geen gekomen. Voor kleinschalige windenergiebewijs is voor een acceptabele uniforme afstand ontwikkelingen voor lokaal gebruik kan hiervan tussen windturbines en woongebied gezien het worden afgeweken. Voor de beperking van de 24
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Land
Nederland
Polen
Afstand tot gevoelige objecten [m] Reden/motivatie afstandsnorm visuele impact mag geen grotere afstand worden feit dat de overdracht van geluid van veel meer gehanteerd. factoren afhangt dan alleen afstand. Geen landelijke afstandsnorm, maar lokaal of In de meeste gevallen wordt in Nederland de regionaal worden soms wel normen of afstand van windturbines tot woningen bepaald richtwaarden voor afstanden gehanteerd. door de geluidnorm. 10 x tiphoogte. Externe veiligheid: verspreiding van brandende fragmenten bij een brand na een blikseminslag tijdens een hevige storm. Geen afstandsnorm. --
Verenigd Koninkrijk 1) Alleen als uit nader onderzoek blijkt dat in de specifieke situatie geen sprake is van visueel beklemmende effecten kan hiervan worden afgeweken. Voor afstanden van minder dan driemaal de tiphoogte is altijd onderzoek nodig naar de specifieke situatie om vast te stellen of visueel beklemmende effecten kunnen optreden.
Afbeelding 8. Overzicht van afstandsnormen voor windturbines. De bandbreedtes voor de zwarte balken – de gearceerde delen komen door de afhankelijkheid van de tiphoogte, waarbij in de afbeelding de bandbreedte is weergegeven voor een tiphoogte van 150 tot 250 meter. De bandbreedte voor de oranje balk voor de overige deelstaten in Duitsland – het gearceerde deel - komt door de verschillen in afstandsnorm tussen de verschillende deelstaten. In Vlaanderen geldt geen afstandsnorm, tenzij op basis van heersende achtergrondniveau en geluidniveau van boven de richtwaarde wordt toegestaan. Dan geldt een minimumafstand van 3 x rotordiameter.
25
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
2.2.2
Geluidnormen
De geluidnormen voor windturbines zijn voor de acht onderzochte landen samengevat in Tabel 2. Een vergelijking van de normen laat zien dat een uniforme benadering ver te zoeken is. Er zijn veel meer verschillen dan overeenkomsten tussen de normen. Zo worden er verschillende geluidparameters gebruikt voor de beoordeling van het windturbinegeluid, verschillen de grenswaarden, verschilt het beschermingsniveau voor woonwijken versus woningen in landelijk gebied, gelden er in bepaalde landen vaste grenswaarden en zijn in andere landen de grenswaarden afhankelijk van de bestemming van het gebied of het heersende achtergrondniveau van het omgevingsgeluid. Ook zijn er verschillen in berekeningsmethoden, waardoor ook al zouden de grenswaarden gelijk zijn de impact van de normen anders kan zijn [4]. De geluidnormen en de impact hiervan zijn derhalve lastig te vergelijken. De Nederlandse overheid heeft voor de beoordeling van windturbinegeluid in 2010 gekozen voor het gebruik van Lden en Lnight conform de definitie in de Europese Richtlijn Omgevingslawaai [5]7. Dit is echter geen verplichting, want de Richtlijn is niet op windturbines van toepassing. Deze jaargemiddelde beoordelingsmaten blijken voor windturbinegeluid in Europa weinig navolging te hebben gekregen.
Geen van de andere zeven onderzochte landen blijkt voor windturbinegeluid gebruik te maken van de parameters L den en/of Lnight. Uit een eerdere studie van Koppen en Fowler [6] waarin in totaal 41 rechtsgebieden in 13 landen zijn beschouwd blijkt dat alleen Noorwegen ook de parameter Lden hanteert, waarvoor een grenswaarde van 45 dB geldt. De andere zeven onderzochte landen gebruiken voor de beoordeling van windturbinegeluid het equivalente geluidniveau LAeq, het rating level Lr, of de statistische parameters L50,10min van de LAeq,1s waarden, LA90,10 min of het rating level LA rated,10 min. Voor laagfrequent geluid gebruikt Denemarken de parameter LpALF. Het rating level Lr wordt in Denemarken en Duitsland gebruikt, maar zij hanteren hiervoor verschillende definities. In Denemarken betreft dit het equivalente geluidniveau LAeq onder meewindcondities bij een windsnelheid van 6 en 8 m/s op 10 meter hoogte met een eventuele toeslag voor duidelijke hoorbare tonen. In Duitsland betreft dit het equivalente geluidniveau L Aeq gecorrigeerd voor de gemiddelde meteocondities, voor tijden van de dag met een verhoogde gevoeligheid en met een eventuele toeslag voor tonaal of impulsachtig geluid. De parameter L r is dus gebaseerd op het equivalente geluidniveau, maar houdt rekening met bepaalde correcties.
Ook de parameters L den en Lnight zijn gebaseerd op het equivalente geluidniveau, maar gaan in de beoordeling niet uit van de geluidbelasting onder specifieke condities maar van een (gewogen) jaargemiddelde geluidbelasting. Voor de beoordeling van windturbinegeluid wordt dus meestal gebruik gemaakt van het equivalente geluidniveau of een hierop gebaseerde parameter. Deze bevinding is in lijn met een eerdere studie waarbij in totaal 41 rechtsgebieden in 13 landen zijn onderzocht [6].
Tabel 2. Samenvatting van geluidnormen voor windturbines in de onderzochte landen (aanvullend op eventuele afstandsnormen zoals vermeld in Tabel 1)
Land België – Vlaanderen
Geluidparameter LAeq bij 95% nominaal vermogen LAeq [dB(A)] Lr [dB(A)]2) LpALF [dB]3)
Woonwijken Dag: 44 dB(A)1) Avond/nacht: 39 dB(A)1) 43 dB(A) 37 dB(A) Lr bij 6 m/s 39 dB(A) Lr bij 8 m/s 20 dB LpALF bij 6 en 8 m/s
Woningen in landelijke gebieden Dag: 48 dB(A) Avond/nacht: 43 dB(A)
Duitsland
Lr [dB(A)]4)
Dag: 50/55 dB(A)5) Nacht: 35/40 dB(A)5)
Dag: 60 dB(A) Nacht: 45 dB(A)
Frankrijk
L50,10min van de LAeq,1s Dag: toename van 5 dB(A) t.o.v. het heersende achtergrondniveau, met waarden [dB(A)] een ondergrens van 35 dB(A) Nacht: toename van 3 dB(A) t.o.v. het heersende achtergrondniveau, met een ondergrens van 35 dB(A)6)
België – Wallonië Denemarken
42 dB(A) Lr bij 6 m/s 44 dB(A) Lr bij 8 m/s 20 dB LpALF bij 6 en 8 m/s
7 Nederland heeft ook voor de beoordeling van wegverkeersgeluid, railverkeersgeluid en luchtvaartgeluid voor het gebruik van Lden
gekozen. Met de invoering van de Omgevingswet worden ook voor industriegeluid de geluidbelastingindicatoren Lden en Lnight gehanteerd. 26
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Land Ierland (vigerend)
Geluidparameter
Ierland (ontwerp nieuwe regelgeving)
LA rated, 10min8) [dB(A)]
- Het achtergrondniveau plus 5 dB(A) bij een beoordelingsniveau in de bandbreedte van 35 tot 43 dB(A) [≈ 37 tot 45 dB(A) LAeq]7) - 35 dB(A) bij een achtergrondniveau van minder dan 30 dB(A) [≈ 37 dB(A) LAeq]7) - 43 dB(A) bij een achtergrondniveau van 38 dB(A) of meer [≈ 45 dB(A) LAeq]7)
Nederland
Lden [dB] Lnight [dB]
Polen
LAeq [dB(A)]
Verenigd Koninkrijk
LA90, 10min. [dB(A)]
47 dB Lden 41 dB Lnight [≈ 43-46 dB(A) LAeq bij 8 m/s of bij (95%) nominaal vermogen]9) Dag: 50/55 dB(A)10) Nacht: 40/45 dB(A)10) Dag: achtergrondniveau + 5 dB(A), met een ondergrens van 35 tot 40 dB(A) [≈ 37 tot 42 dB(A) LAeq]11) Nacht: achtergrondniveau + 5 dB(A) met een ondergrens van 43 dB(A) [≈ 45 dB(A) LAeq]11)
LA90, 10min. [dB(A)]
Woonwijken Woningen in landelijke gebieden Dag: - Achtergrondniveau + 5 dB(A) met een ondergrens van 45 dB(A) [≈ 47 dB(A) LAeq]7) - In stille omgeving met achtergrondniveau van minder dan 30 dB(A): 35 tot 40 dB(A) [≈ 37 tot 42 dB(A) LAeq] 7) Nacht: 43 dB(A) [≈ 45 dB(A) LAeq] 7)
1) Voor woonwijken op minder dan 500 m afstand van een industrieterrein geldt een 4 dB(A) hoger niveau 2) Het rating level Lr is gelijk aan het equivalente geluidniveau LAeq gecorrigeerd voor de gemiddelde meteocondities,
voor tijden van de dag met een verhoogde gevoeligheid en met een eventuele toeslag voor tonaal of impulsachtig geluid. 3) Deze eis voor laagfrequent geluid betreft het niveau binnen in de woning 4) Het rating level Lr is gelijk aan het equivalente geluidniveau LAeq met een eventuele toeslag voor duidelijke hoorbare tonen. 5) De laagste grenswaarde geldt voor een puur woongebied, de hoogste grenswaarde voor een algemeen woongebied 6) Uitgaande van de aanname van een basis achtergrondniveau L50,10min van de LAeq,1s waarden in de nachtperiode van 30 dB(A) voor een landelijke omgeving en 40 dB(A) voor een woonwijk en de inschatting van een extra bijdrage aan het achtergrondniveau L50,10min van de LAeq,1s waarden van 40 dB(A) vanwege wind- en bladergeruis bij hoge windsnelheden, zou het L50,10min van de LAeq,1s waarden geluidniveau bij maximale geluidproductie van een windpark respectievelijk circa 40 en 43 dB(A) kunnen bedragen. 7) Het equivalente geluidniveau LAeq is circa 2 dB(A) hoger dan het LA90, 10min. niveau [7]. 8) Het rating level LA rated 10 min is gelijk aan het L90,10 min niveau plus eventuele toeslagen voor speciale hoorbare karakteristieken van het windturbinegeluid, zoals tonaal geluid en amplitudemodulatie met een modulatiediepte van 3 dB of meer. 9) Bij een geluidbelasting van 47 dB Lden bedraagt Lnight gewoonlijk 41 dB. Dit betreft een jaargemiddeld geluidniveau.
Op de momenten dat het hard waait treden hogere niveaus op. Het verschil tussen het jaargemiddelde niveau en het geluidniveau bij hogere windsnelheden is afhankelijk van het type turbine en het lokale windklimaat. Voor het Nederlandse windklimaat is het hoogst optredende equivalente geluidniveau L Aeq 2 tot 5 dB(A) hoger dan het Lnight niveau [8], maar meestal 2 tot 4 dB(A) hoger. Het verschil is over het algemeen kleiner naarmate de windturbine een grotere rotordiameter en ashoogte heeft, omdat deze dan een groter deel van de tijd maximaal geluid produceert. 10) Afhankelijk van het type gebied en de functie. 11) In de Britse regeling is vermeld dat het LA90,10 min typisch 1.5 tot 2,5 dB(A) lager is dan het LAeq,10 min. [9].
27
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Vanwege de verschillende parameters en definities zijn de grenswaarden in de verschillende landen lastig te vergelijken, maar toch is er voor de nachtperiode een redelijke vergelijking te maken. De grenswaarden voor het hoogst optredende equivalente geluidniveau LAeq in de nachtperiode, deels omgerekend vanuit andere geluidparameters, zijn samengevat in Afbeelding 9 en Afbeelding 10.De geluidparameters zijn als volgt omgerekend naar het hoogst optredende equivalente geluidniveau: • Vlaanderen: Het equivalente geluidniveau LAeq bij 95% nominaal vermogen komt in de praktijk vrijwel altijd overeen met het hoogst optredende equivalente geluidniveau. • Wallonië, Duitsland en Polen: Het equivalente geluidniveau LAeq geldt voor alle condities, dus het hoogst optredende equivalente geluidniveau is bepalend voor de beoordeling. • Denemarken: Het equivalente geluidniveau LAeq bij een windsnelheid van 8 m/s op 10 meter hoogte komt in de praktijk vrijwel altijd overeen met het hoogst optredende equivalente geluidniveau. • Denemarken en Duitsland: Bij afwezigheid van speciale hoorbare karakteristieken komt het rating level Lr overeen met het equivalente geluidniveau. In Ierland (ontwerp nieuwe regelgeving) komt bij afwezigheid van speciale hoorbare karakteristieken het rating level LA rated 10 min overeen met het L90,10min niveau.
Bij aanwezigheid van geluid met speciale hoorbare karakteristieken zoals tonaal geluid geldt een strengere eis. • Frankrijk: Er is uitgegaan van de aanname dat het L50,10min niveau van de LAeq,1s waarden gelijk is aan het hoogste optredende equivalente geluidniveau vanwege het windpark, maar de werkelijkheid kan hiervan afwijken. Als ondergrens is uitgegaan van de gestelde waarde van 35 dB(A). Als bovengrens is op basis van een grove inschatting uitgegaan van een maximaal achtergrondniveau 40 dB(A) voor landelijke gebieden en 43 dB(A) voor woonwijken. Bij hoge windsnelheden kan het achtergrondniveau echter nog hoger zijn. • Ierland en Verenigd Koninkrijk: Het equivalente geluidniveau LAeq is circa 2 dB(A) hoger dan het statistische niveau LA90, 10 min. [7] [9]. • Nederland: Het hoogst optredende equivalente geluidniveau LAeq is 2 tot 5 dB(A) hoger dan het Lnight niveau [8], maar in de praktijk blijkt dit meestal 2 tot 4 dB(A) hoger te zijn. Het verschil is over het algemeen kleiner naarmate de windturbine een grotere rotordiameter en ashoogte heeft, omdat deze dan een groter deel van de tijd maximaal geluid produceert.
Afbeelding 9. Overzicht van grenswaarden voor het hoogst optredende equivalente geluidniveau L Aeq in de nachtperiode voor woonwijken, deels omgerekend vanuit andere geluidparameters. De bandbreedtes in grenswaarden – de gearceerde delen komen door de afhankelijkheid van het heersende achtergrondniveau, de bestemming van het gebied, de invloed van het lokale windklimaat e.d. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele toe te passen toeslagen in geval van windturbines met speciale hoorbare karakteristieken.
28
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Afbeelding 10. Overzicht van grenswaarden voor het hoogst optredende equivalente geluidniveau LAeq in de nachtperiode voor woningen in landelijk gebied, deels omgerekend vanuit andere geluidparameters. De bandbreedtes in grenswaarden – de gearceerde delen - komen door de afhankelijkheid van het heersende achtergrondniveau, de bestemming van het gebied, de invloed van het lokale windklimaat e.d. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele toe te passen toeslagen in geval van windturbines met speciale hoorbare karakteristieken.
Uit bovenstaande afbeeldingen blijkt dat voor de acht onderzochte landen de grenswaarde voor het equivalente geluidniveau in de nachtperiode varieert van 35 dB(A) – bij een achtergrondniveau van minder dan 32 dB(A) – tot en met 45 dB(A). Ook in andere landen ligt de grenswaarde meestal binnen deze bandbreedte, maar in de Verenigde Staten gelden in sommige staten of districten grenswaarden van 50 of 55 dB(A) [6]. In Frankrijk is de normstelling gerelateerd aan het achtergrondniveau van het omgevingsgeluid. Hierdoor zal deze norm in de praktijk bij relatief lage windsnelheden veelal strenger zijn dan de Nederlandse grenswaarde, maar bij hoge windsnelheden kan deze norm juist soepeler zijn. Daarnaast vindt de beoordeling plaats per windpark, hetgeen betekent dat na realisatie van een windpark het achtergrondniveau is toegenomen waardoor een eventueel tweede windpark in dezelfde omgeving meer geluid mag maken. De Nederlandse grenswaarde ligt dicht bij de grenswaarde voor de nachtperiode in het Verenigd Koninkrijk, Ierland en het Waalse Gewest van België. Ook ligt de Nederlandse grenswaarde dicht bij de Duitse, Deense en Vlaamse grenswaarde voor woningen in landelijke gebieden en de Vlaamse grenswaarde voor woonwijken binnen 500 meter van een industrieterrein. In Vlaanderen, Denemarken en Duitsland gelden voor woonwijken strengere grenswaarden dan voor woningen in landelijk gebied.
Hiermee zijn in deze landen de grenswaarden voor woonwijken strenger dan in Nederland. Overigens zijn er ook landen die voor woonwijken juist meer geluid toestaan dan voor woningen in landelijk gebied, zoals Zweden, Nieuw-Zeeland en de Australische deelstaat Zuid-Australië [6]. Dit geldt feitelijk ook voor Frankrijk en voor het ontwerp voor de nieuwe regelgeving in Ierland, omdat de grenswaarden hier gerelateerd zijn aan het achtergrondniveau van het omgevingsgeluid. Bepaalde landen kiezen er dus voor om een stille landelijke omgeving relatief stil te houden, terwijl andere landen ervoor kiezen om hier juist meer geluid toe te staan, waarschijnlijk vanwege de relatief lage bevolkingsdichtheid in landelijke gebieden. In Nederland wordt sinds 2011 in de normstelling geen rekening gehouden met het type omgeving of het heersende achtergrondniveau van het omgevingsgeluid. Hier
29
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
geldt voor alle gevoelige objecten in alle type omgevingen dezelfde grenswaarde8. Dit geldt ook voor Wallonië en in de nachtperiode ook voor het Verenigd Koninkrijk en de thans nog vigerende norm in Ierland. Wat betreft de Poolse grenswaarden voor geluid moet worden opgemerkt dat deze effectief niet veel betekenis hebben. Bij een afstand van minimaal 10 maal de tiphoogte van een windturbine zal in de praktijk namelijk altijd ruimschoots aan deze grenswaarden worden voldaan. In de meeste landen wordt voor tonaal geluid van windturbines een toeslag op het geluidniveau toegepast variërend van 1 tot 6 dB afhankelijk van de sterkte van het tonale karakter. In Nederland wordt hier voor windturbinegeluid hier geen toeslag voor toegepast. Ook zijn er landen die in bepaalde situaties een toeslag toepassen voor impulsachtig geluid of amplitudemodulatie. Dit betekent dat voor windturbines met speciale hoorbare karakteristieken in veel landen vaak een strengere norm geldt dan in Nederland. Op dit moment kent van de acht onderzochte Europese landen alleen Denemarken een specifieke norm voor laagfrequent geluid van windturbines. Blijkens het ontwerp voor de nieuwe regelgeving is Ierland echter ook voornemens om een norm voor laagfrequent geluid in te voeren.
In 2019 is door Peeters en Nusselder van M+P in opdracht van het European Network of the Heads of Environment Protection Agencies onderzoek verricht naar geluidnormen voor verschillende typen geluidbronnen in Europese landen [10]. Dit is niet gebaseerd op literatuuronderzoek, maar op vragenlijsten die aan geluiddeskundigen in 35 Europese landen zijn toegezonden. Hierop hebben 29 landen gereageerd. Hieruit blijkt dat circa 50% van de landen een geluidnorm voor windturbines heeft. Circa 60% van deze landen heeft voor windturbinegeluid een soepelere grenswaarde dan de voorwaardelijke aanbevolen grenswaarde van 45 dB Lden van de WGO [11]. De resultaten in de vorm van het percentage landen dat een bepaalde grenswaarde voor het Lnight niveau hanteert zijn samengevat in Tabel 3. Hier moet de kanttekening bij worden geplaatst dat dit overzicht een beperkte nauwkeurigheid heeft. Zo worden de resultaten als Lnight grenswaarde gepresenteerd, terwijl het in veel gevallen geen grenswaarde voor het jaargemiddelde niveau betreft maar voor het hoogst optredende equivalente geluidniveau. De vergelijking op basis van een gedetailleerde literatuurstudie zoals samengevat in Tabel 2, Afbeelding 9 en Afbeelding 10 biedt een nauwkeuriger beeld.
Uit een vergelijking van voornoemde M+P studie met de gedetailleerde literatuurstudie wordt geconcludeerd dat in de meeste gevallen de normstelling in de nachtperiode het hoogste equivalente geluidniveau betreft en Nederland met een jaargemiddelde grenswaarde voor de nachtperiode naar alle waarschijnlijkheid de enige uitzondering is. Dit betekent dat de in Tabel 3 gepresenteerde grenswaarden meer representatief worden geacht voor het hoogste equivalente geluidniveau in de nachtperiode dan voor het jaargemiddelde L night niveau. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat circa 50% van de landen een grenswaarde van 41 dB(A) t/m 45 dB(A) hanteert voor het hoogst optredende equivalente geluidniveau in de nachtperiode. Circa 35% van de landen hanteert een strengere grenswaarde en circa 15% van de landen een soepelere grenswaarde. Dit is redelijk in lijn met de bevindingen van de gedetailleerde literatuurstudie zoals samengevat in Tabel 2, Afbeelding 9 en Afbeelding 10. Deze laat namelijk een bandbreedte voor de grenswaarde van hoogst optredende equivalente geluidniveau zien van 35 dB(A) t/m 45 dB(A) met voor de meeste landen een grenswaarde in de bandbreedte van 39 dB(A) t/m 45 dB(A). De M+P studie laat wel zien dat er ook Europese landen zijn waar een equivalent geluidniveau van meer dan 45 dB(A) voor windturbinegeluid is toegestaan. Tabel 3.
Overzicht van het percentage Europese landen dat een bepaalde grenswaarde voor windturbinegeluid hanteert [10]
Grenswaarde nachtperiode*
Percentage Europese landen
35 dB(A) of lager
Circa 8%
40 dB(A) of lager
Circa 35%
45 dB(A) of lager
Circa 85%
50 dB(A) of lager
Circa 95%
55 dB(A) of lager
Circa 95%
60 dB(A) of lager
100%
8 Noot: Sinds de uitspraak van de Raad van State inzake Windpark Delfzijl Zuid moeten de normen in het Activiteitenbesluit voor
windturbineparken buiten beschouwing worden gelaten en geldt er feitelijk dus geen landelijk geldende grenswaarde meer voor het geluid van windturbineparken. 30
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
* Hier moet de kanttekening bij worden geplaatst dat in de M+P studie [10] de resultaten als L night grenswaarde zijn gepresenteerd, terwijl het in de meeste gevallen geen grenswaarde voor het jaargemiddelde niveau betreft maar voor het hoogst optredende equivalente geluidniveau. Dit betekent dat de gepresenteerde grenswaarden meer representatief worden geacht voor het hoogste equivalente geluidniveau in de nachtperiode dan voor het jaargemiddelde Lnight niveau.
2.2.3
Slagschaduwnormen
De slagschaduwnormen voor windturbines zijn voor de acht onderzochte landen samengevat in Tabel 4. Een vergelijking van de normen voor slagschaduw laat zien dat de regelgeving hiervoor uniformer is dan voor de normen voor geluid. Duitsland heeft in 2002 op basis van onderzoek door Pohl et al. in 1999 [12] en in 2000 [13] een richtlijn voor het berekenen en beoordelen van slagschaduw opgesteld [14]. De meeste landen die regelgeving of een richtlijn hebben voor de beoordeling van slagschaduw, hebben deze op de Duitse richtlijn gebaseerd. Dit geldt ook voor landen buiten Europa [15]. De Duitse richtlijn stelt een grenswaarde van 30 uur per jaar en 30 minuten per dag voor de astronomisch maximaal mogelijke schaduwduur (worst-case scenario). In het geval dat een automatische stilstandsvoorziening wordt gebruikt, moet de werkelijke slagschaduwduur worden beperkt tot 8 uur per jaar. In Wallonië, Frankrijk en Ierland is aansluiting gezocht bij voornoemde grenswaarde voor de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw. In Frankrijk en Ierland is echter niet specifiek aangegeven dat ook de astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw wordt bedoeld. Het is opvallend dat in deze landen de slagschaduw alleen op een relatief korte afstand hoeft te worden onderzocht en in Frankrijk alleen voor kantoorgebouwen.
Blijkens het ontwerp voor de nieuwe regelgeving is Ierland voornemens om geen slagschaduw meer op gevoelige objecten toe te staan. De exploitant dient passende maatregelen te treffen om slagschaduw te voorkomen, zoals het telkens stilzetten van een windturbine op het moment dat deze slagschaduw zou kunnen veroorzaken. In Vlaanderen wordt de effectieve slagschaduwduur beoordeeld, maar is met een grenswaarde van 8 uur/per jaar en 30 minuten/dag effectieve slagschaduw ook aansluiting gezocht bij de Duitse richtlijn. Wel is ervoor gekozen om voor gevoelige objecten op industrieterrein niet zijnde woningen meer slagschaduw toe te staan. In Denemarken is voor een iets soepelere norm gekozen, namelijk 10 uur/jaar effectieve slagschaduw. Het Verenigd Koninkrijk kent geen slagschaduwnorm, maar in de praktijk wordt ook hier meestal aansluiting gezocht bij de grenswaarden van de Duitse richtlijn. Polen kent ook geen slagschaduwnorm, maar gezien de ruime afstandsnorm van 10 x tiphoogte is erbij gevoelige objecten ook geen slagschaduw te verwachten. Nederland heeft de meest afwijkende norm voor slagschaduw, omdat de grenswaarde bestaat uit een combinatie van dagen per jaar en minuten per dag9. De grenswaarde van gemiddeld niet meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten slagschaduw per dag wordt meestal vereenvoudigd toegepast.
Zo wordt in de praktijk veelal uitgegaan van een grenswaarde van 5 uur en 40 minuten (of afgerond 5 of 6 uur) slagschaduw per jaar 10. Dit is gebaseerd op 17 keer 20 minuten slagschaduw. De Activiteitenregeling stelt echter geen limiet als er niet meer dan 17 dagen per jaar, of minder dan 20 minuten per dag, slagschaduw optreedt. Als de grens van de regeling wordt opgezocht kan er aanzienlijk meer dan 6 uur per jaar slagschaduw optreden. Uitgaande van 17 x 20 minuten zou Nederland de strengste slagschaduwnorm van de onderzochte landen hebben, maar door de vreemde definitie van de norm zou er bij het opzoeken van de maximale ruimte die de norm biedt juist veel meer slagschaduw kunnen optreden dan er in andere landen met een grenswaarde voor slagschaduw is toegestaan. Kantoren worden in het Nederlandse Activiteitenbesluit niet als gevoelige objecten aangemerkt. In België, Duitsland, Frankrijk en Ierland worden deze wel als slagschaduwgevoelige objecten gezien.
9 Sinds de uitspraak van de Raad van State inzake het Windpark Delfzijl Zuid moeten de normen in het Activiteitenbesluit voor
windparken buiten beschouwing worden gelaten en geldt er feitelijk dus geen landelijk geldende grenswaarde meer voor de slagschaduw van windparken. 10 Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State nummer 201809023/1/R1 van 18 december 2019 inzake Windpark Greenport Venlo en nummer 201902414/1/R1 van 29 januari 2020 inzake Windpark Egchelse Heide. 31
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Tabel 4. Samenvatting van slagschaduwnormen in de onderzochte landen (aanvullend op eventuele afstandsnormen zoals vermeld in Tabel 1)
Land
Slagschaduwnorm
België – Vlaanderen
Woningen: - 8 uur/per jaar en 30 minuten/dag effectieve slagschaduw. Overige gevoelige objecten: - Buiten industriegebied: 8 uur/per jaar en 30 minuten/dag effectieve slagschaduw. - In industriegebied: 30 uur/per jaar en 30 minuten/dag effectieve slagschaduw.
België – Wallonië
Slagschaduwgevoelige zones: - 30 uur/jaar en 30 minuten per dag astronomisch maximaal mogelijke slagschaduw. Richtlijn: 10 uur/jaar effectieve slagschaduw.
Denemarken Duitsland
Gevoelige objecten: - 30 uur/jaar en 30 minuten per dag astronomisch maximaal mogelijke situatie. - Bij automatische stilstand voorziening: 8 uur/jaar effectieve slagschaduw. Frankrijk 30 uur/jaar en 30 minuten per dag voor turbines < 250 m afstand van kantoorgebouwen. Er zijn geen eisen voor slagschaduw op woningen. Ierland (vigerend) 30 uur/jaar en 30 minuten per dag voor turbines < 500 m afstand van woningen en kantoorgebouwen. Ierland (ontwerp nieuwe Er mag geen slagschaduw optreden op bestaande nabijgelegen woningen of andere regelgeving) gevoelige objecten. De exploitant dient passende maatregelen te treffen om slagschaduw te voorkomen. Nederland1) Het is verplicht om de windturbine van een automatische stilstandsvoorziening te voorzien die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en gemiddeld meer dan 17 dagen/jaar gedurende meer dan 20 minuten/dag slagschaduw kan optreden. Polen Polen heeft geen wetgeving of richtlijnen met betrekking tot slagschaduw. Op een afstand van 10 maal de tiphoogte zal de slagschaduw echter nihil zijn. Verenigd Geen wettelijke slagschaduwnorm.
Er moet een slagschaduwonderzoek worden Koninkrijk uitgevoerd als zich binnen een straal van tienmaal de rotordiameter van geplande windturbines gevoelige objecten bevinden. Er wordt in onderzoeken gewoonlijk aansluiting gezocht bij de in Duitsland gehanteerde normstelling: 30 uur/jaar en 30 minuten per dag astronomisch maximaal slagschaduwduur en 8 uur/per jaar effectieve slagschaduw. Noot: Sinds de uitspraak van de Raad van State inzake het Windpark Delfzijl Zuid moeten de normen in het Activiteitenbesluit voor windparken buiten beschouwing worden gelaten en geldt er in Nederland feitelijk dus geen landelijk geldende grenswaarde meer voor de slagschaduw van windparken.
2.3
Nederland
2.3.1
Uitspraak Raad van State inzake milieubeoordeling voor windturbinenormen
Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan over het bestemmingsplan ‘Windpark Delfzijl Uitbreiding 2020’ en de omgevingsvergunning voor Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding [2]. In de uitspraak oordeelt de Afdeling dat de algemene regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer [16] en de bijbehorende Activiteitenregeling milieubeheer [17] voor windparken buiten toepassing moeten worden gelaten. Voor deze algemene regels had op grond van EU-recht een planmilieueffectrapport (planMER) moeten worden gemaakt. Voor één of twee losse windturbines blijven de algemene regels wel gelden. De Europese Richtlijn 2001/42/EG [18] geldt namelijk alleen voor windturbineparken en één of twee losse windturbines worden op grond van het Besluit milieueffectrapportage [19] niet als een windturbinepark aangemerkt. De uitspraak heeft tot gevolg dat bij het vaststellen van bestemmingsplannen en het verlenen van omgevingsvergunningen voor windparken niet meer van deze algemene regels kan worden uitgegaan, totdat voor de windturbinebepalingen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling een plan-m.e.r. is uitgevoerd en op basis daarvan de algemene regels 32
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
voor windturbines worden gehandhaafd of aangepast. Een gemeente of provincie kan in een bestemmingsplan, inpassingsplan of omgevingsvergunning wel eigen normen stellen, mits deze normen worden voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering [2].
2.3.2
Afstandsnorm
In Nederland geldt geen landelijke afstandsnorm voor windturbines. Wel komt het voor dat er regionaal of lokaal afstandsnormen worden gehanteerd als uitgangspunt voor de zoekgebieden voor windenergie. Zo is in de Omgevingsverordening NH2020 van de Provincie Noord-Holland [20] opgenomen dat windturbines op minimaal 600 meter afstand van gevoelige bestemmingen dienen te worden geplaatst 11 en heeft de Gemeente Emmen in de Structuurvisie Windenergie [21] een minimale afstand gehanteerd van 1.100 meter tot woongebieden12 en 500 meter tot individuele woningen. In de meeste gevallen wordt in Nederland de afstand van windturbines tot woningen echter bepaald door de geluidnorm.
2.3.3
Geluidnorm
In Nederland zijn de geluidnormen voor windturbines vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer [16]. De beoordelingsmethode is vastgelegd in het ‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’ zoals opgenomen in de Activiteitenregeling milieubeheer [17]. Deze geluidregels voor windturbines zijn op 14 oktober 2010 vastgesteld [22] en op 1 januari 2011 van kracht geworden. Voor een windturbine of een combinatie van windturbines geldt de eis dat het geluidniveau op de gevel van gevoelige gebouwen13, tenzij deze zijn gelegen op een gezoneerd industrieterrein, en op de grens van gevoelige terreinen14, niet hoger mag zijn dan: • •
47 dB Lden 41 dB Lnight
Lden15 is het gewogen jaargemiddelde van het equivalente geluidniveau16 met een toeslag van 5 dB op het niveau in de avond- en 10 dB in de nachtperiode17. Lnight is het equivalente geluidniveau gemiddeld over alle nachtperioden in een jaar. De reden van de toeslag op het geluidniveau in de avond- en nachtperiode bij de bepaling van het Lden-niveau is dat in het algemeen het niveau van omgevingsgeluid in de avond- en nachtperiode lager is dan overdag. Daarnaast is de nachtperiode extra gevoelig omdat mensen dan gewoonlijk slapen. Hierdoor zal een bepaald geluidniveau in de avond- en nachtperiode in het algemeen als hinderlijker worden ervaren dan eenzelfde geluidniveau overdag. In Tabel 5 is een voorbeeldberekening voor het Lden-niveau gegeven uitgaande van eenzelfde geluidniveau gedurende de dag-, avond- en nachtperiode. Deze tabel laat zien dat door de toeslag van 10 dB op het geluidniveau in de nachtperiode, de nachtperiode in sterke mate bepalend voor het Lden-niveau. In de praktijk blijkt voor het Nederlandse windklimaat het geluidniveau in de dag- en avondperiode gemiddeld iets lager te zijn dan voor de nachtperiode. Het Lden-niveau is hierdoor in de regel 6,2 à 6,3 dB hoger dan het Lnight-niveau. In de praktijk blijkt de Lnight grenswaarde derhalve geen extra bescherming te bieden18.
11 Blijkens de Ontwerp-omgevingsverordening NH2022 [109] is de Provincie Noord-Holland voornemens om in 2022 de
afstandsnorm van 600 meter tot gevoelige bestemmingen af te schaffen. 12 Woongebieden zijn gedefinieerd als dorpen, woonwijken en woonlinten. 13 Woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting. 14 Terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidgevoelige terreinen, met uitzondering van die terreinen behorende bij de betreffende inrichting. 15 Level day-evening-night 16 Dat wil zeggen het energetisch gemiddelde geluidniveau. 17 De dagperiode is van 07:00 tot 19:00 uur, de avondperiode van 19:00 tot 23:00 uur en de nachtperiode van 23:00 tot 07:00 uur. 18 Bij toepassing van een zogenaamde ‘noise mode’ om het geluid in een bepaalde periode te reduceren, verandert het verschil tussen Lden en Lnight, maar omdat de nachtperiode zwaar meetelt in de bepaling van Lden worden in Nederland de ‘noise modes’ in de regel vooral toegepast in de nachtperiode. Dat betekent dat het niveau in L den ook dan nog steeds bepalend is voor de beoordeling. 33
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Tabel 5. Voorbeeldberekening geluidbelasting Lden
Geluidparameter Periode
Lday* Levening* Lnight* Lden*
Jaargemiddeld equivalent geluidniveau 41 dB
Toeslag
Dagperiode 0 dB (07.00-19.00 uur) Avondperiode 41 dB 5 dB (19.00-23.00 uur) Nachtperiode 41 dB 10 dB (23.00-07.00 uur) Etmaal inclusief toeslag voor avond- en nachtperiode
Niveau incl. toeslag
41 dB gedurende 12 uur 46 dB gedurende 4 uur 51 dB gedurende 8 uur 47 dB
Bij de bepaling van de Lden- en de Lnight-waarden wordt in de ontwikkelingsfase conform het ‘Reken- en meetvoorschrift windturbines’ voor de windturbines uitgegaan van de gemiddelde geluidemissie op basis van de langjarige windverdeling op ashoogte van de windturbines, tenzij wordt aangetoond dat er gegevens beschikbaar zijn die een beter beeld geven van de geluidemissie van de windturbines. In de operationele fase van windturbines dient de exploitant de jaargemiddelde geluidemissie te registreren op basis van de productiegegevens van de windturbines. Het bevoegd gezag kan voor een windturbine of een windpark een maatwerkvoorschrift met een lagere geluidnorm vaststellen om rekening te houden met de cumulatie van het geluid van verschillende windturbines of windparken. Hierbij wordt geen rekening gehouden met windturbines die op 1 januari 2011 reeds vergund waren. Daarnaast kan het bevoegd gezag in uitzonderlijke situaties zoals in wettelijk aangewezen stiltegebieden vanwege bijzondere lokale omstandigheden een maatwerkvoorschrift met een andere geluidnorm vaststellen. Als een woning zodanig bij een windpark is betrokken dat deze tot de sfeer van de inrichting hoort, is deze op grond van het Activiteitenbesluit niet beschermd tegen het geluid van de windturbines die deze inrichting omvat.
19 Als gevolg van de Raad van State uitspraak inzake Windpark Delfzijl Zuid [2] moet de geluidnorm in het Activiteitenbesluit voor windturbineparken buiten toepassing worden gelaten totdat een plan-m.e.r. voor de windturbinebepalingen is uitgevoerd en op basis daarvan de algemene regels voor windturbines worden gehandhaafd of aangepast.
2.3.4
Slagschaduwnorm
In Nederland is de slagschaduwnorm voor windturbines vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer [16] en de Activiteitenregeling milieubeheer [17]. Deze milieuregels voor windturbines zijn op respectievelijk 19 oktober 2008 [23] en 9 november 2007 [24] vastgesteld en op 1 januari 2008 van kracht geworden. Op grond van artikel 3.12 van de Activiteitenregeling is het verplicht om de windturbine van een automatische stilstandsvoorziening te voorzien die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voor zover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden. Deze afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het gevoelige object. Voornoemde norm is niet van toepassing als zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige gebouwen of woonwagens geen ramen bevinden. Het bevoegd gezag kan aanvullend een maatwerkvoorschrift stellen als voornoemde norm in een specifiek geval niet toereikend is.
Op grond van artikel 3.13 van de Activiteitenregeling dient lichtschittering vanwege een windturbine zoveel mogelijk te worden voorkomen of beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betreffende onderdelen.
19 Zie de uitspraken met zaaknummer 200900794/1/M1 d.d. 16 september 2009, 201001213/1/R4 d.d. 11 januari 2012 en
201204281/1/A1 d.d. 14 november 2012 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar ook de meer recente uitspraken met zaaknummer 201709490/1/R6 d.d. 19 december 2018 en 201706086/3/R1 d.d. 1 april 2020 die paal en perk stellen aan de woningen die tot de sfeer van de inrichting kunnen worden gerekend. 34
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
Als gevolg van de Raad van State uitspraak inzake Windpark Delfzijl Zuid [2] moet de slagschaduwnorm in de Activiteitenregeling voor windturbineparken buiten toepassing worden gelaten totdat een plan-m.e.r. voor de windturbinebepalingen is uitgevoerd en op basis daarvan de algemene regels voor windturbines worden gehandhaafd of aangepast.
2.3.5
Onderzoeken en overwegingen die aan de buiten toepassing verklaarde normen ten grondslag lagen
De in juni 2021 buiten toepassing verklaarde [2] geluidregels voor windturbines in het Activiteitenbesluit zijn op 14 oktober 2010 vastgesteld [22] en op 1 januari 2011 van kracht geworden. Met dit besluit is destijds beoogd om tot harmonisering van de normstelling voor windturbines te komen, onafhankelijk van het geïnstalleerde vermogen. Voorafgaand aan het besluit tot wijziging van de milieuregels voor windturbines was het gezamenlijk vermogen van een windpark namelijk bepalend of windturbines onder het Activiteitenbesluit vielen of vergunningplichtig waren. Bij een geïnstalleerd vermogen van meer dan 15 megawatt (MW) was voorheen sprake van een vergunningplicht en was het regime van de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening [25] van toepassing. Bij een lager vermogen was het toenmalige Activiteitenbesluit en de hierin opgenomen normstelling van toepassing [26]. Tevens werd het in 2010 wenselijk geacht om de geluidnormering aan te passen aan de Europese dosismaat L den die beter met de ervaren hinder zou correleren dan de tot dan toe in het Activiteitenbesluit gebruikte dosismaat. Ook was gebleken dat de toenmalige berekeningsmethodiek voor het vaststellen van de geluidniveaus van hoge windturbines op wetenschappelijke gronden aanpassing behoefde. De aanleiding hiervoor was het promotieonderzoek in 2006 van G.P. van den Berg [27] en een studie van W.K.G.
Palmer uit 2007 [28] [22]. Destijds was de normstelling voor windturbines afhankelijk van de windsnelheid, aangeduid als de WindNormCurve [26]. Bij hogere windsnelheden werden hogere geluidniveaus toegestaan, omdat er dan door wind- en bladergeruis ook meer omgevingsgeluid zou heersen waardoor het windturbinegeluid meer werd gemaskeerd. Hierbij werd uitgegaan van een vaste relatie tussen de windsnelheid op een referentiehoogte van 10 meter en de ashoogte van de windturbines. Voornoemd promotieonderzoek bracht aan het licht dat bij een stabiele atmosfeer de windturbines maximaal geluid konden produceren, terwijl de windsnelheid op 10 meter hoogte en het hieraan gerelateerde omgevingsgeluid minimaal was. Dit komt doordat bij een stabiele atmosfeer veel grotere verschillen tussen de windsnelheid op 10 meter hoogte en op ashoogte optreden dan bij een neutrale atmosfeer. Het maskerende effect waar de toenmalige regelgeving voor geluid op gebaseerd was, bleek in nachten met een stabiele atmosfeer niet op te treden. Voor de invoering van de gewijzigde regels voor geluid in 2010 is onderzoek verricht naar meerdere aspecten. Hierbij is uitgegaan van een geluidnormering op basis van de geluidmaat Lden zoals gedefinieerd in de Europese Richtlijn Omgevingslawaai [5]. Destijds zijn de volgende aspecten onderzocht: •
•
• •
In 2008 is door TNO onderzoek verricht naar de dosis-effectrelaties voor windturbinegeluid [29]. In deze studie is voor de volwassen bevolking het percentage gehinderden en ernstig gehinderden binnenshuis en buitenshuis als functie van de geluidbelasting in Lden in beeld gebracht. Ook is het percentage slaapverstoorden als functie van de geluidbelasting in beeld gebracht. In 2009 is door het RIVM onderzoek verricht naar de invloed van mogelijke grenswaarden op blootstelling, hinder en mogelijkheden van ontwikkelingslocaties [30]. In deze studie is het aantal (ernstig) gehinderden in de destijds aanwezige situatie (peiljaar 2009) geschat op basis van het aantal geluidbelaste woningen met een geluidbelasting van meer dan 29, 40, 45, 47 en 50 dB. Het percentage ernstig gehinderden vanwege windturbinegeluid bij een mogelijke grenswaarde is vergeleken met het percentage ernstig gehinderden behorende bij de voorkeursgrenswaarden en hoogst toelaatbare waarden voor weg- en railverkeersgeluid. Ook is de beschikbare plaatsingsruimte voor windturbines in beeld gebracht voor mogelijke grenswaarden van 37,40, 43, 45, 47 en 50 dB Lden. Tevens is 2009 door het (toenmalige) Ministerie van VROM een vergelijking gemaakt met de geluidnormen voor windturbines in andere landen [31]. Ook is in 2009 een vergelijking gemaakt met de op dat moment geldende geluidnormen voor windturbines [22] [31].
Op basis van voornoemde onderzoeken is door de politiek een belangenafweging gemaakt wat geresulteerd heeft in een grenswaarde van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Uit voornoemd TNO-onderzoek blijkt dat bij een grenswaarde van 47 dB Lden een percentage gehinderden wordt verwacht van 17% binnenshuis en 34% buitenshuis, waarvan een percentage ernstig gehinderden van 8% binnenshuis en 19% buitenshuis. Uit het RIVM-onderzoek blijkt dat bij deze grenswaarde er in Nederland naar schatting 34 GW aan plaatsingsruimte voor windturbines is. Het onderzoek laat ook
35
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
zien dat er in 2009 naar schatting 810 woningen20 waren waar deze grenswaarde werd overschreden en waarvoor een sanering noodzakelijk zou zijn. Het RIVM-onderzoek geeft ook aan dat een grenswaarde van ongeveer 48 dB Lden qua hinderlijkheid vergelijkbaar is met de hoogst toelaatbare grenswaarden voor weg- en railverkeersgeluid. De voorkeursgrenswaarden voor weg- en railverkeersgeluid zouden qua hinderlijkheid vergelijkbaar zijn met een waarde van 40 dB Lden voor windturbinegeluid. Bij een grenswaarde van 40 dB Lden zou de beschikbare plaatsingsruimte bijna een factor 5 lager zijn dan bij een grenswaarde van 47 dB Lden, namelijk naar schatting 7 GW [30]. Een vergelijking door het Ministerie van VROM met de geluidnormen in andere landen liet zien dat er letterlijk geen twee gelijke waren te vinden. In sommige gevallen kon op basis van de documentatie niet uitgemaakt worden welke dosismaat bedoeld werd. Een goede vergelijking van geluidnormen werd door de Minister van VROM niet mogelijk geacht [31]. De nota van toelichting van het Besluit wijziging milieuregels windturbines [22] is aangegeven dat de toenmalige normering in het Activiteitenbesluit van 50 dB(A) voor de dagperiode, 45 dB(A) voor de avondperiode en 40 dB(A) voor de nachtperiode zou overeenkomen met 47 dB Lden en 41 dB Lnight.
Voor vergunningplichtige windparken is in voornoemde nota vermeld dat was vastgesteld dat de in de praktijk verleende vergunningen eveneens correspondeerden met een maximaal niveau van 47 dB Lden. Hiermee werd een norm van 47 dB Lden en 41 dB Lnight in lijn geacht met de uitvoeringspraktijk van de jaren voorafgaand aan de invoering van deze nieuwe norm. In de nota van toelichting is niet vermeld dat destijds voor vergunningsplichtige windparken moest worden gestreefd naar een lagere geluidbelasting. Voorafgaand aan de invoering van het Besluit wijziging milieuregels windturbines [22] werd het geluid van vergunningsplichtige windparken namelijk beoordeeld op basis van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening [32]. Deze Handreiking stelt een richtwaarde die afhankelijk is van de aard van de woonomgeving. Voor de nachtperiode bedraagt de richtwaarde 30 dB(A) voor een landelijke omgeving, 35 dB(A) voor een rustige woonwijk en 40 dB(A) voor een woonwijk in de stad21. Op grond van een bestuurlijk afwegingsproces kan deze richtwaarde worden overschreden, waarbij het bestaande referentieniveau van het omgevingsgeluid een belangrijke rol speelt. Als maximumniveau geldt voor de nachtperiode een waarde van 40 dB(A) op woningen of het heersende referentieniveau van het omgevingsgeluid21.
In 2009 is door de Minister van VROM in reactie op Kamervragen aangegeven dat de indruk bestond dat in de toenmalige uitvoeringspolitiek op vrij ruime schaal van de richtwaarden werd afgeweken, waarbij dan veelal de norm van het toenmalige Activiteitenbesluit werd gehanteerd [33]. In de nota van toelichting [22] is ook vermeld dat naar aanleiding van inspraakreacties en een motie van de Tweede kamer ervoor gekozen is om naast de Lden grenswaarde ook een Lnight grenswaarde in te voeren om de nachtrust voldoende te beschermen. Er is gekozen voor een Lnight van 41 dB op grond van de overweging dat de Wereldgezondheidsorganisatie een voorkeurswaarde van 40 dB Lnight en een maximale waarde van 55 dB Lnight aanbeveelt. Ook bij het besluit in 2010 was al duidelijk dat de grenswaarde van 47 dB Lden effectief overeenkomt met een grenswaarde van 41 dB Lnight en dat deze grenswaarde voor de nachtperiode in de praktijk geen extra bescherming biedt [34]. De in juni 2021 buiten toepassing verklaarde [2] normering voor slagschaduw in het Activiteitenbesluit is gelijk aan de voorgaande regeling zoals opgenomen in artikel 5.1 van het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van 2001 [26]. Uit de toelichting van de Activiteitenregeling [24] is op te maken dat de slagschaduwnormering een codificatie van jurisprudentie uit het verleden is.
In de toelichting is beschreven ‘Uit jurisprudentie van de Raad van State is gebleken dat, afgezien van de beperkingen ten aanzien van de passeerfrequenties van de rotorbladen (niet tussen 2,5–14 Hz), ten aanzien van de hinderduur en gelet op het alara-beginsel van de Wm geen nulhinder als uitgangspunt genomen hoeft te worden (E03.95 1961, 24 oktober 1996). Zo is een hinderduur van maximaal 64 (en gemiddeld 17) dagen per jaar met een maximum van 20 minuten per dag als aanvaardbaar te beschouwen.’ Voor zover bekend kon worden nagegaan ligt hier geen onderzoek naar de hinderbeleving van slagschaduw aan ten grondslag.
20 Een nader onderzoek uit 2011 liet zien dat dit 525 woningen betrof, waarvan 345 bedrijfswoningen. Nabij vanaf 1997 geplaatste
windturbines betrof dit 451 woningen, waarvan 285 bedrijfswoningen [108]. 21 In de dag- en avondperiode zijn de richt- en grenswaarden respectievelijk 10 en 5 dB(A) hoger. 36
Onze referentie: D10048616.25 - Datum: 19 april 2022
ONDERZOEK AFSTANDSNORMEN WINDTURBINES
2.3.6
Kritiek op Nederlandse geluidnormen
De afgelopen jaren is door belangengroepen van omwonenden regelmatig kritiek geuit op de geluidnormen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit. Deze kritiek richt zich met name op de onderstaande punten die door in de klankbordgroep betrokken partijen nogmaals onder de aandacht zijn gebracht: • • •
• •
• • • • •
De geluidparameter Lden – een gewogen jaargemiddelde geluidbelasting – is niet geschikt om windturbinegeluid te beoordelen. Er wordt gepleit voor een grenswaarde in direct meetbare decibellen. De geluidparameter L night biedt geen extra bescherming. In gebieden met weinig wind mogen op basis van de geluidparameters Lden en Lnight hogere equivalente geluidniveaus optreden dan in gebieden met veel wind. De huidige afstand van windturbines tot woningen staat niet in relatie tot de richtafstanden conform de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ voor de hierin opgenomen kleinere windturbines. Er zou een grotere afstand tot woningen in acht moeten worden genomen. Er wordt regelmatig gepleit voor een afstand van tienmaal de ashoogte of tienmaal de tiphoogte tot woningen. De geluidnorm in het Activiteitenbesluit is een verruiming ten opzichte van de wet- en regelgeving die tot 2011 van toepassing was. Voor 2011 was voor vergunningplichtige inrichtingen namelijk sprake van een gebiedsgedifferentieerde geluidnorm. Er is gekozen voor een norm die qua hinderbeleving overeenkomt met de hinderbeleving bij de hoogst toelaatbare geluidbelasting voor weg- en railverkeersgeluid. Er zou vergelijkbaar met weg- en railverkeersgeluid ook een voorkeurswaarde voor windturbinegeluid moeten worden ingevoerd. Dit zou neerkomen op een voorkeursgrenswaarde van 40 dB Lden [30].