53. GS brief aan PS - GS brief aan PS m.b.t. subsidies beheer recreatiegebieden na 2026 (bijlage)
Tekst van het document
GS brief aan Provinciale Staten Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070 - 441 66 11 www.zuid-holland.nl/contact Datum 22 april 2025 Ons kenmerk PZH-2025-872081461 Bijlagen -
Aan Provinciale Staten
Onderwerp: Subsidies beheer recreatiegebieden na 2026 Geachte Statenleden, In 2026 zal het nieuwe subsidiestelsel voor het beheer van recreatiegebieden voor gebieden van derden in Zuid-Holland worden ingevoerd. Met u is afgesproken over enkele aspecten van dit stelsel van gedachten te wisselen alvorens de subsidiemogelijkheden vanaf 2026 door Gedeputeerde Staten (GS) wordt vastgesteld. In deze brief wordt ingegaan op de punten die in eerdere besprekingen met u aan de orde zijn gekomen in de vorm van beoogde wijzigingen. Voorgesteld wordt om deze brief in dezelfde vergadering als de kadernota te agenderen. Voorgeschiedenis Voor het beheer en onderhoud van recreatiegebieden is in de vorige collegeperiode gekozen om te komen tot een uniforme systematiek voor alle gebieden, waarbij de provinciale middelen voor het beheer van recreatiegebieden daar worden ingezet waar ze het meest nodig zijn voor het aanbod van recreatiegebieden in Zuid-Holland. Dit is uitgewerkt in de Subsidieregeling beheer recreatiegebieden Zuid-Holland. Op 28 juni 2022 is deze nieuwe Subsidieregeling beheer recreatiegebieden Zuid-Holland vastgesteld. De volgende uitgangspunten om voor subsidie in aanmerking te komen, zijn opgenomen in die regeling: -
-
Het gebied heeft voldoende omvang (minimaal 100 ha); Het gebied staat op de subsidiekaart recreatiegebieden (deze is afgeleid van de categorie recreatiegebied in de Omgevingsverordening); Het gebied ontvangt geen subsidie via deze regeling als via een andere provinciale regeling subsidie voor beheer is aangevraagd of verstrekt of een bijdrage van de provincie in de vorm van afkoop is ontvangen; De bijdrage van de provincie is maximaal 40% van de door de aanvrager berekende kosten op basis van een normsystematiek.
In 2022 zijn met 2 openstellingsbesluiten de subsidiemogelijkheid voor 2023 -2025 opengesteld op basis waarvan subsidies zijn verstrekt aan partijen die nog niet eerder subsidie ontvingen.
PZH-2025-872081461 dd. 22-04-2025
Ons kenmerk PZH-2025-872081461
Hierover is in Provinciale Staten regelmatig van gedachten gewisseld waarbij de focus lag op het beschikbare budget en op de positie van de Recreatie om de Stad (RodS) gebieden van Staatsbosbeheer. In 2023 is de subsidieregeling geëvalueerd conform de toezegging aan de Staten. De evaluatie is aan de Staten aangeboden (kenmerk PZH-2023-842581914). In de uitwerking van de subsidiemogelijkheid na 2025 worden de aanbevelingen uit de evaluatie verwerkt. In de diverse schriftelijke en mondelinge inbreng van ontvangers van de subsidie is daarnaast aandacht gevraagd voor de omvang van de gebieden, de continuïteit van de subsidie en de administratieve lasten voor de aanvragers. In de periode 2023 -2025 zijn subsidies toegekend op basis van deze regeling aan de beheerders van de nieuwe gebieden, die niet eerder in aanmerking kwamen voor financiële ondersteuning. Vanaf 2026 zullen ook de gebieden, die sinds het uittreden van de provincie uit de natuur- en recreatieschappen (schappen) vanaf 2018 tot 2026 een boekjaarsubsidie ontvingen/ontvangen via deze subsidieregeling worden ondersteund. Daarvoor worden de middelen, die nu via begrotingssubsidies worden toegekend, aan het budget van de regeling toegevoegd. Beoogde wijzigingen Duur subsidieperiode Vanuit het perspectief van doelmatig beheer dient de subsidie voor een langere periode verstrekt te worden.
De beheerders kunnen dan op basis van langjarig budget het beheer en onderhoud van een gebied op een planmatige wijze aanpakken. Door de schappen is gepleit voor een periode van 6 jaar, maar dan is het niet mogelijk om in elke bestuursperiode het belang van het beschikbaar stellen van middelen voor het beheer van recreatiegebieden af te wegen tegen andere belangen en de onderlinge verdeling. Daarom zijn wij voornemens te werken met een periode van 4 jaar met een evaluatie na 2 jaar. De uitkomsten van de evaluatie kunnen dan benut worden voor (aanpassing van) de regeling in de volgende periode van 4 jaar. Positie van Staatsbosbeheer (SBB) Uitgangspunt van elke subsidieregeling is het beginsel van gelijke behandeling. Toch overwegen we om voor SBB een uitzondering te maken. SBB ontvangt immers voor de RodS-gebieden die hun eigendom zijn1 geen bijdragen van de (omliggende) gemeenten, terwijl dat voor alle andere gebieden wel aan de orde is. Maar het bevoordelen van SBB brengt risico’s met zich mee. Als SBB voor dezelfde activiteit meer subsidie krijgt ten opzichte van andere organisaties, kan dit als ongelijke behandeling worden aangemerkt. Alleen als onderbouwd kan worden dat sprake is van objectieve en redelijke gronden die rechtvaardigen dat SBB wordt bevoordeeld ten opzichte van de andere aanvragers zou een uitzondering kunnen worden gemaakt.
1
Het betreft de gebieden Balij/Bieslandse Bos, de Elzen, het Valckesteijnse Bos en gebieden in Midden Delfland
2/5 PZH-2025-872081461 dd. 22-04-2025
Ons kenmerk PZH-2025-872081461
Daarnaast onderzoekt Staatsbosbeheer met ondersteuning van de provincie de mogelijkheden om extra inkomsten te verwerven om de gebieden te onderhouden. Het zal naar verwachting nog enige tijd duren voordat hiervoor de resultaten zichtbaar zullen zijn. Om de gebieden van SBB goed te kunnen blijven beheren is een bijdrage van de provincie noodzakelijk. We willen daarom meer onderzoek doen naar de mogelijke gevolgen van een eventuele uitzonderingspositie voor SBB. Verderop in deze brief onder ‘Eerste uitwerkingen en rekenvoorbeeld hoogte subsidiepercentage’ komt dit verder aan de orde. Vermogenspositie aanvragers Momenteel wordt uitgewerkt of rekening kan worden gehouden met de verschillende vermogensposities van de aanvragers voor het bepalen van het maximaal te verlenen subsidiebedrag. Indien mogelijk wordt dit vervolgens uitgewerkt in de regeling. Begrenzing gebieden, minimale norm van 100 ha In de huidige regeling worden de volgende eisen gesteld aan de gebieden: - Het gebied is begrensd in de omgevingsverordening als recreatiegebied - Het gebied staat op de subsidiekaart; - Het gebied heeft een aaneengesloten oppervlakte van minimale 100 ha.
Hierbij zijn twee uitzonderingen voor gebieden voorzien, om ook aanspraak te maken op een subsidie: - Gebieden waarvan de aanvrager één of meer aangrenzende recreatiegebieden in eigendom heeft en waar de provincie het beheer heeft afgekocht, waardoor het totaal van de gebieden minimaal 100 ha is (let wel: alleen subsidie voor het niet afgekochte deel); - Gebieden die langs rivieren of grote wateren liggen en samen meer dan 100 hectare zijn en een functioneel geheel vormen langs de oevers van deze wateren. Hierdoor komen de volgende gebieden in aanmerking voor beheersubsidie: de recreatiegebieden langs de Oude Maas, Bernisse, Brielse Meer en Oostvoornse Meer, de Dobbeplas en de recreatiegronden in de Biesbosch. Afgelopen periode is intensief ambtelijk contact geweest over de gebiedsgrenzen van de schappen. Vanuit de provincie is benadrukt dat alleen gebieden die in de omgevingsverordening begrensd zijn als recreatiegebied voor subsidie in aanmerking kunnen komen. In het overleg is geconstateerd dat voor het Loetbos een uitzondering te rechtvaardigen is gelet op de oorspronkelijke functie als recreatiegebied van het gebied bij aanleg. Het gebied ontvangt ook geen andere subsidie voor het beheer van het gebied van de provincie. We zijn dan ook voornemens om het Loetbos ook in aanmerking te laten komen voor de nieuwe regeling.
Voor een aantal andere gebieden is geconstateerd dat deze weliswaar zelfstandig niet aan de 100 ha grens voldoen, maar dat ze wel onderdeel zijn van een samenhangende groenstructuur die wel minimaal 100 ha groot is. We zijn voorstander ook deze gebieden in aanmerking te laten komen voor de subsidie. Hierbij geldt natuurlijk dat hoe meer gebieden aanspraak maken op dezelfde subsidiepot, er per gebied minder beschikbaar is. Bij het besluit tot subsidieopenstelling zal een kaart worden gevoegd waarop de gebieden staan die in aanmerking komen voor subsidie.
3/5 PZH-2025-872081461 dd. 22-04-2025
Ons kenmerk PZH-2025-872081461
Eerste uitwerkingen en rekenvoorbeeld hoogte subsidiepercentage Voor dit onderwerp is in de meerjarenbegroting een bedrag van € 8,7 miljoen jaarlijks structureel opgenomen. Hoe de verdeling van dit budget zal plaatsvinden is afhankelijk van welke partijen zullen aanvragen en hoe hoog het voor subsidie in aanmerking komende bedrag is. Op basis van de huidige inzichten is wel een 1e inschatting gemaakt waarbij is berekend dat rond de € 28 miljoen aan kosten subsidiabel is, ruim meer dan verwacht. Bij gelijke toekenning kan elke aanvrager dan 31% toegekend krijgen. Uitgaande van het beschikbare budget en rekening houdend met de wens voor een hoger percentage voor Staatsbosbeheer van bijvoorbeeld 60%, leidt dat tot een percentage van ongeveer 25. Dit ligt (ruim) onder het maximale percentage van 40 dat is opgenomen in de regeling. In eerste instantie lijkt dat problematisch maar als nader op de cijfers wordt ingezoomd is dat beeld genuanceerder. Kijkend naar alleen de huidige ontvangers van een boekjaarsubsidie ((voormalige) schappen) dan leidt een percentage van 40 tot een verhoging van de gezamenlijk te ontvangen subsidies (+30%, € 3,7 miljoen wordt € 5 miljoen).
Bij 25% is sprake van een verlaging van de subsidies voor alle schappen gezamenlijk van ruim 10% (€ 3,7 miljoen wordt € 3,2 miljoen) met meer subsidie voor het Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-Delfland, IJsselmonde en Dordrecht (Biesbosch) en lagere subsidie voor Groenalliantie, Voorne-Putten en Pijnacker-Nootdorp. Voor de andere aanvragers die ook in 2024/2025 hebben aangevraagd leidt een percentage van 25% tot een beperkt lager bedrag dan de subsidie welke ze voor 2024/2025 (27%) hebben ontvangen. Recreatieschap Rottemeren zal voor het eerst sinds de uittreding van de provincie uit de schappen subsidie ontvangen van rond de € 1,3 mln. op basis van de 25%. Tijdelijke compensatie partijen schappen die er op achter uit gaan De overstap van een jaarlijkse begrotingssubsidie naar de nieuwe regeling betekent voor de voormalige schappen een grote wijziging. Niet alleen wijzigt de subsidiegrondslag van een historisch gegroeid bedrag naar een objectief op basis van normkosten vastgesteld bedrag, maar ook de hoogte van de subsidie zal significant wijzigen. Daarbij zijn er schappen die erop vooruitgaan en schappen die erop achteruitgaan. De schappen die er op achteruitgaan zijn de Groen Alliantie, Pijnacker-Nootdorp en waarschijnlijk ook Voorne Putten. Deze partijen hebben al deels geanticipeerd op een verlaging van de subsidie.
Daarnaast is in ieder geval bij de Groenalliantie sprake van met provinciale subsidies opgebouwde reserve waarmee ze de teruggang tijdelijk voor een deel kunnen opvangen. De inschatting is dat dit niet voldoende zal zijn voor een “zachte landing”. Wij zijn daarom voornemens een tijdelijk compensatie te geven van 66% van het verschil tussen de oude en nieuwe subsidie in jaar 1 en 33% in jaar 2, voor zover de achteruitgang niet kan worden opgevangen met de uit provinciale subsidies opgebouwde reserve. Dat incidentele bedrag is naar inschatting € 0,5 mln. en gaat dan ten koste van andere gebieden of kan incidenteel worden opgenomen in de begroting voor 2026.
4/5 PZH-2025-872081461 dd. 22-04-2025
Ons kenmerk PZH-2025-872081461
Administratieve lasten aanvragers In de uitwerking van de regeling is het beperken van de administratieve lasten voor de aanvragers een belangrijk aspect. Door met een 4 jarige subsidie te werken zal de last van het aanvragen en definitief vaststellen beperkt blijven. Daarnaast zal voor de voortgangsrapportages waar mogelijk worden aangesloten bij de reguliere P&C producten van de aanvragers. Graag gaan we over bovenstaande punten met u in gesprek. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, secretaris,
voorzitter,
drs. M.J.A. van Bijnen MBA
mr. A.W. Kolff
5/5 PZH-2025-872081461 dd. 22-04-2025