CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

52.Voorontwerp-bestemmingsplan Ring 18A Simonshaven; toelichting t NL.IMRO.1930.BPRING18ASH-2001

Commissie Leefomgeving 7 februari 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: Punt 52; Voorontwerp-bestemmingsplan Ring 18A Simonshaven (op verzoek van de fractie Jong Nissewaard)16.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan ‘Ring 18a, Simonshaven’

Toelichting bestemmingsplan ‘Ring 18a, Simonshaven’

Opgesteld door: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Lekdijk 44 2967 GB Langerak In opdracht van: Herkon B.V. Stationspark 1100 3364 DA Sliedrecht Identificatiecode: NL.IMRO.1930.BPRING18ASH-2001 Planstatus: Ontwerp Datum: 21-11-2023

2

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

Inleiding ....................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .................................................................................................. 5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied .............................................................. 6

1.3

Vigerende bestemmingsplannen ................................................................. 7

1.4

Leeswijzer................................................................................................... 8

Planbeschrijving ....................................................................................................................... 9 2.1

Bestaande situatie ....................................................................................... 9

2.2

Nieuwe situatie ......................................................................................... 11

Beleidskader............................................................................................................................ 19 3.1

Rijksbeleid ................................................................................................ 19

3.2

Provinciaal beleid ...................................................................................... 23

3.3

Gemeentelijk beleid .................................................................................. 34

3.4

Conclusie .................................................................................................. 35

Milieuaspecten ....................................................................................................................... 36 4.1

M.e.r.-beoordeling .................................................................................... 36

4.2

Watertoets ................................................................................................ 37

4.3

Geluid ....................................................................................................... 45

4.4

Luchtkwaliteit ........................................................................................... 47

4.5

Bedrijven- en milieuzonering..................................................................... 49

4.6

Externe veiligheid ..................................................................................... 51

4.7

Ecologie .................................................................................................... 53

4.8

Bodem ...................................................................................................... 57

4.9

Archeologie .............................................................................................. 58

Juridische planbeschrijving .............................................................................................. 61 5.1

Inleiding ................................................................................................... 61

5.2

Systematiek van de regels ......................................................................... 61

5.3

Bestemmingen .......................................................................................... 61

5.4

Aanduidingen ........................................................................................... 62

Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 63 6.1

Uitvoerbaarheid ........................................................................................ 63

6.2

Kostenverhaal ........................................................................................... 63

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................ 64

3

Bijlage Omschrijving 1 Nieuwe situatietekening 2 Watercompensatietekeningen 3 Ecologische quickscan 4 Aanvullend huismusonderzoek 5 Stikstofdepositieonderzoek 6 Archeologisch onderzoek 7 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 8 Verkennend bodemonderzoek 9 Aanvullend bodemonderzoek 10 Oriënterend onderzoek ontplofbare oorlogsresten 11 Antwoordnota vooroverleg en inspraak

Auteur Referentie Architectenbureau SI-01-v1.3 Born BB BNA Adcim B.V. 20210254

Datum 10-03-2023

Blom Ecologie Blom Ecologie

BE/2021/1006/r 2021-1103

22-10-2021 25-05-2022

Van den Heuvel Milieuadvies ADC Archeoprojecten Adromi Groep

21106/versie 1.2

08-11-2023

Rapport 5697

27-06-2022

S202108

02-06-2023

DETA Milieu B.V.

1812029D

06-03-2019

DETA Milieu B.V.

2102001D

21-04-2021

REASeuro

RO-220078 versie 1.0

15-03-2022

Gemeente Nissewaard

-

Nov. 2023

16-05-2023

4

1.

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Ring 18a te Simonshaven is een bedrijfslocatie met aangrenzend agrarische gronden gelegen. De bedrijfsloodsen op het perceel zijn in gebruik voor opslag (waaronder caravanstalling). De gemeente Nissewaard heeft een woonanalyse uitgevoerd voor de kern Simonshaven. Uit de analyse blijkt dat er een onevenredige verdeling is tussen eenpersoonshuishoudens, gezinnen zonder kinderen en gezinnen met kinderen. Voor wat betreft woningbouw/inbreiding in de kern Simonshaven dient er aandacht gevestigd te worden op het feit dat er voor de doorstroming gebouwd dient te worden. Herkon B.V. is voornemens de bestaande loodsen te slopen ten behoeve van de herontwikkeling van de locatie voor woningbouw die inspeelt op de woningbehoefte van het dorp Simonshaven. Het plan is om een kwalitatief hoogwaardige, duurzame en toekomstbestendige woonwijk te realiseren met een maatschappelijke meerwaarde. De woonwijk wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast door de zuidwestzijde van het plangebied groen in te richten met waterberging, wat een impuls kan opleveren voor de biodiversiteit. Het plan voorziet in een gedifferentieerd woningbouwprogramma bestaande uit 34 eengezinswoningen (waarvan 4 senioren rijwoningen) en 10 twee-onder-éénkapwoningen (waarvan 4 seniorenwoningen). Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken wordt een bestemmingsplanprocedure doorlopen.

5

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied omvat twee deelgebieden: •

•

Deelgebied A: De locatie gelegen aan de Molendijk/Ring (ongenummerd), kadastraal bekend als Geervliet, Sectie F, nummers: 445, 529, 557, 558, gedeeltelijk 187 en sectie A nummer 1113 gedeeltelijk, met een oppervlakte van 19.149 m2; Deelgebied B: De locatie eveneens gelegen aan de Molendijk/Ring, kadastraal bekend als gemeente Bernisse, sectie A, nummer 722, met een oppervlakte van 8.550 m2.

Deelgebied A

Deelgebied B

Afbeelding 1: Ligging en begrenzing plangebied

6

1.3 Vigerende bestemmingsplannen Bestemmingsplan ‘Simonshaven’ Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan ‘Simonshaven’ (vastgesteld op 21 mei 2013). Het plangebied heeft de enkelbestemmingen: • • • • •

Agrarisch met waarden – Weidevogelgebied*; Bedrijf; Sport; Water; Wonen;

De dubbelbestemmingen: • Waarde – Archeologie 1; • Waarde – Archeologie 2; • Waarde – Archeologie 3’; • Waterstaat – Waterkering; En de aanduidingen: • Bouwvlakken (op de bestemming ‘Bedrijf’) • Functieaanduiding ‘opslag’; • Functieaanduiding ‘sportveld’; • Maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 9 m. * Het weidevogelgebied foutief is opgenomen in huidige bestemmingsplan.

Afbeelding 2: Vigerende bestemmingsplan ‘Simonshaven’

7

Bestemmingsplan ‘Parkeren & laden en lossen’ Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden. Hierdoor zijn de stedenbouwkundige bepalingen - waaronder de parkeernormbepaling en de regeling over het laden en lossen van het bepaalde in artikel 2.5.3.0 van de Bouwverordening - komen te vervallen. Dit heeft tot gevolg dat het aspect 'parkeren' en 'laden en lossen' al bij de vaststelling van bestemmingsplannen moeten worden geborgd en niet meer in het kader van de beoordeling van een aanvraag van een omgevingsvergunning. Om ervoor te zorgen dat de regels over parkeernormen in álle betreffende ruimtelijke plannen van de gemeente Nissewaard wordt opgenomen, is de voorliggende parapluherziening opgesteld, alsmede een parapluherziening voor de beheersverordeningen. In paragraaf 2.2.2 ‘Verkeer en parkeren’ is beschreven dat dit plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid.

1.4 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van de planontwikkeling zijn beschreven: • • • • • •

Hoofdstuk 2: Planbeschrijving; Hoofdstuk 3: Beleidskader; Hoofdstuk 4: Milieuaspecten; Hoofdstuk 5: Juridische planbeschrijving; Hoofdstuk 6: Economische uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 7: Maatschappelijke uitvoerbaarheid.

8

2.

Planbeschrijving

2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Ontstaansgeschiedenis De polder Simonshaven is in 1305 ontstaan toen de ringpolders Biervliet en Vriesland met een dijk met elkaar werden verbonden. Deze polder is dan ook jonger dan de polders aan weerszijden ervan. De polder vormt een zogenaamde aanlanding die er toe heeft bijgedragen dat verschillende kleine eilandjes werden samengevoegd tot het grote eiland Putten. Simonshaven is in de Middeleeuwen gesticht (14e -15e eeuw). De ontstaansgeschiedenis van de nederzetting Simonshaven vertoont grote overeenkomsten met het ontstaan van de andere nederzettingen langs de Bernisse (Geervliet, Heenvliet, Abbenbroek en Zuidland). Alle nederzettingen ontwikkelden zich rondom een haven gelegen aan de Bernisse. Kenmerkend is de hoefijzervormige dijk waarbinnen de haven heeft gelegen en het polderpad landinwaarts waaraan de Hervormde kerk van Simonshaven is gelegen. De verlanding van zowel de havenmonding als de Bernisse aan het einde van de Middeleeuwen is bepalend geweest voor de verdere ontwikkeling van Simonshaven. De economische bloei kwam hierdoor tot een einde. De dorpskern is na die periode nog zeer goed af te lezen aan de ruimtelijke structuur. De hoefijzervormige dijk vormt nu het noordelijke gedeelte van de Ring. De haven is vermoedelijk snel verland, waardoor al vroeg bebouwing is ontstaan binnen de Ring.

Doordat de haven vrij snel is afgedamd door de aanleg van de Schuddebeursedijk, kon de Ring worden voltooid. In de jaren ‘60 van de vorige eeuw heeft een doorsnijding van de Ring plaatsgevonden om een directe verbinding tussen de Garsdijk en de Molendijk te realiseren. 2.1.2 Ruimtelijke structuur Ruimtelijk gezien is Simonshaven in twee deelgebieden te verdelen. Het hart van het dorp wordt gevormd door het historisch centrum. Simonshaven is een kleine compacte kern waarbij de bebouwing hoofdzakelijk aan de Ring gelegen is. Het plangebied maakt onderdeel uit van dit gebied. Sinds de jaren ‘50 wordt de groei van het dorp gerealiseerd ten zuidwesten van de oude kern aan de Beverwijkstraat. De latere uitbreiding van het dorp kan als tweede deelgebied worden aangemerkt. Het plangebied is gelegen tegen het historisch centrum van Simonshaven. Kenmerkend voor het dorp is het groene binnengebied met de holle maaiveldligging en de relatieve openheid (de locatie van de oorspronkelijke haven) met de bebouwingsschil om deze groene ruimte. De bebouwing heeft een hoge dichtheid met stroken aaneengesloten kleinschalige bebouwing. Langs de buitenzijde van de Ring (waar het plangebied in is gelegen) neemt de dichtheid af en wordt het beeld bepaald door grootschaligere oorspronkelijk agrarische bebouwing. De bebouwing telt op een enkele uitzondering na één laag plus kap.

Deze kappen zijn vrijwel uitsluitend uitgevoerd als zadeldaken, bedekt met keramische, oranje of donkere dakpannen. De gevels zijn opgebouwd uit bakstenen met verschillende aardkleurige tinten. Daarnaast wordt ook wit pleisterwerk en hout op de gevels toegepast.

9

Plangebied

Afbeelding 3: Ruimtelijke structuur Simonshaven (in twee deelgebieden)

2.1.3 Huidige status/gebruik Het plangebied bestaat uit een bedrijfsperceel met drie loodsen, een agrarische weide en een voetbalveld. De bedrijfsloodsen op het perceel zijn in gebruik voor opslag (waaronder caravanstalling).

Afbeelding 4: Fotografische indruk bestaande situatie

10

2.2 Nieuwe situatie 2.2.1 Plan Het plan betreft de nieuwbouw van 44 woningen, bestaande uit 34 eengezinswoningen (waarvan 4 senioren rijwoningen) en 10 twee-onder-één-kapwoningen (waarvan 4 seniorenwoningen). Wat betreft de bouw- en goothoogte van de woningen is aangesloten bij de woningen in de omgeving. De bestaande bedrijfsbestemming wordt gewijzigd en de bestaande bedrijfsloodsen met een gezamenlijke oppervlakte van circa 1.597 m2 worden gesloopt. Het plan is om een kwalitatief hoogwaardige, duurzame en toekomstbestendige woonwijk te realiseren met een maatschappelijke meerwaarde. De woonwijk wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast door de zuidwestzijde van het plangebied groen in te richten met waterberging, wat een impuls kan opleveren voor de biodiversiteit.

Afbeelding 5: Nieuwe situatie (uitvergroot in bijlage)

11

2.2.2 Verkeer en parkeren Verkeer Het plangebied wordt in de huidige situatie ontsloten via de Molendijk. In de nieuwe situatie wordt de woonwijk voor gemotoriseerd verkeer uitsluitend ontsloten via de Molendijk. Aan de westzijde wordt een calamiteitenontsluiting gerealiseerd op de Beverwijkstaat (voorzien van een breekpaal). De woonwijk heeft een goede toegankelijkheid voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) via de calamiteitenontsluiting en het pad aan noordoostzijde van het plangebied. Hiermee wordt een verbinding gemaakt met de (recreatieve) fietsmogelijkheden in de omgeving. De realisatie van dit plan zal de beleving van het gebied als wandel- en fietsgebied doen versterken. Gemotoriseerd en langzaam verkeer worden van elkaar gescheiden. In het plangebied wordt een doodlopende erftoegangsweg gerealiseerd met haaks- en langsparkeerplaatsen. Langs de weg en tussen de parkeervakken wordt groen ingekleed teneinde de woonwijk een groene uitstraling te geven. Verkeersgeneratie Om er zeker van te zijn dat het plan niet leidt tot negatieve effecten op de verkeersafwikkeling en verkeerveiligheid in het gebied is de extra verkeersgeneratie van het plan berekend. Voor de vaststelling van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 (Toekomstbestendig parkeren, 2018).

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is voor het plan uitgegaan van de gemiddelde kencijfers gelegen in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘niet stedelijk’ gebied. Tabel 1: Verkeersgeneratie Woningtype Eengezinswoningen Eengezinswoningen (senioren) Twee-onder-één-kapwoningen Twee-onder-één-kapwoningen (senioren)

Aantal 30 4 6 4

Voertuigbewegingen per woning 7,1 7,1 7,8 7,8

Verkeersgeneratie

Totaal

320 verkeersbewegingen

213 28,4 46,8 31,2

Het plan resulteert in afgerond 320 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. In de huidige situatie wordt het plangebied gebruikt als bedrijfslocatie. De bedrijfsloodsen, met een gezamenlijke oppervlakte van circa 1.597 m2, worden gebruikt voor opslag (waaronder caravanstalling). Conform het CROW-beleid vallen deze bedrijfsactiviteiten in de categorie ‘Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief’. Hiervoor geldt in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘niet stedelijk’ gebied een gemiddeld kengetal van 1,05 verkeersbewegingen per 100 m2 BVO (per weekdagetmaal). Omgerekend betekent dit 17 bedrijfsverkeersbewegingen per weekdagetmaal. Per saldo resulteert het plan in een verkeerstoename met 303 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Een dergelijke verkeerstoename is dermate laag, dat het niet aannemelijk is dat de doorstroming en verkeersveiligheid buitenproportioneel wordt 12

benadeeld. De verkeersafwikkeling van het plangebied zal plaatsvinden via de nieuwe ontsluitingsweg, welke wordt aangesloten op de Molendijk. Parkeren In overleg met de gemeente Nissewaard is bepaald dat er voor het plan minimaal 81 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd (een specifieke parkeerregeling gebaseerd op de normering ‘autobezit’). Er is een vergelijk voor normautobezit gemaakt met het autobezit in de Kreken van Nibbeland wat heeft geresulteerd in de volgende parkeernomen: Tabel 2: Parkeerberekening Woningtype Eengezinswoningen Eengezinswoningen (senioren) Twee-onder-één-kapwoningen Twee-onder-één-kapwoningen (senioren)

Aantal Parkeernorm (per woning) 30 1,8 4 1,8 6 1,9 4 1,9

Parkeerbehoefte 54 7,2 11,4 7,6

Totaal 80,2 parkeerplaatsen* * Parkeerbehoefte wordt volgens de CROW-richtlijnen naar boven afgerond. Totale parkeerbehoefte Het plan resulteert in een totale parkeerbehoefte van afgerond 81 parkeerplaatsen. Parkeeroplossing Het parkeren wordt opgelost binnen het plangebied. Binnen het plangebied worden 85 parkeerplaatsen gerealiseerd (incl. 11 opstelplaatsen op eigen terrein). Parkeerplaatsen in garages en de 14 parkeerplaatsen bij de woningen aan de Molendijk zijn niet meegeteld. Het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid (zie afbeelding 6).

13

Afbeelding 6: Parkeren (uitvergroot in bijlage)

14

2.2.3 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen aan de rand van een dorp wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied (beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing) teneinde een passende invulling geven aan de rand van Simonshaven. Het plan is om een kwalitatief hoogwaardige, duurzame en toekomstbestendige woonwijk te realiseren waarbij met respect wordt omgegaan met de karakteristieken van de omgeving. Een deel van de nieuwe woningen is gericht op het omliggende water ter verbetering van het aanzicht van het dorp Simonshaven. De groene uitstraling en luchtige stedenbouwkundige opzet van de nieuwe woonwijk past bij de bestaande dorpse bebouwing in Simonshaven. Wat betreft maatvoering, materiaal- en kleurgebruik wordt aangesloten bij de bestaande bebouwing in het dorp. Om te komen tot een prettig aanvoelend woonklimaat bevat de openbare inrichting voldoende groen. Hierbij wordt gedacht aan een grastaluds in de bochten en tussen de parkeervakken en het gebruik van streekeigen beplanting langs de erftoegangsweg. Om de groene uitstraling van het gebied te versterken krijgen erfafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied een groene uitstraling.

Hierbij moet men denken aan erfafscheidingen in de vorm van een open hekwerk, groene hagen en/of gaas hekwerk met beplanting. De woonwijk wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast door de zuidwestzijde van het plangebied groen in te richten met waterberging, wat een impuls kan opleveren voor de biodiversiteit. Door het groengebied/park zal een wandelpad worden aangelegd dat twee bestaande voetpaden met elkaar verbind. In het groengebied/park wordt een grote waterpartij met natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in voldoende waterberging, krijgt de biodiversiteit in het gebied een impuls en wordt een bijdrage geleverd aan een klimaatadaptieve groene (woon)omgeving. Het groengebied/park wordt verder ingericht met streekeigen beplanting. Het plan is hiermee een maatschappelijke meerwaarde voor het dorp Simonshaven.

Afbeelding 7: Indicatieve inrichting groengebied met wandelverbinding (uitvergroot in bijlage)

15

2.2.4 Duurzaamheid en klimaatadaptatie Beleidskader Programmaplan Duurzaamheid In het Programmaplan Duurzaamheid staat de ambitie van de gemeente Nissewaard op het gebied van duurzaamheid, de doelen, activiteiten, het netwerk en de middelen beschreven De ambitie van de gemeente Nissewaard is om in 2050 energieneutraal, circulair en bestand tegen veranderingen in het klimaat. Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland zijn de afspraken van het convenant klimaatadaptief bouwen vertaald in de beleidsbeslissingen klimaatadaptatie en toekomstbestendig bouwen. In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is artikel 6.27a Risico’s van klimaatverandering toegevoegd. Dit houdt in dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. Wateroverlast door overvloedige neerslag; b. Overstroming; c. Hitte; d. Droogte. alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Voor zover risico’s zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico’s. Onderzoek Het plan is om een kwalitatief hoogwaardige, duurzame en toekomstbestendige woonwijk te realiseren.

In de uitwerking van dit plan is rekening gehouden met duurzaamheid en klimaatadaptatie. Duurzaamheid De woningen zullen voldoen aan de landelijke eisen met betrekking tot duurzaamheid en energieverbruik. De woningen worden gebouwd conform de meest actuele normen uit het Bouwbesluit. Deze normen schrijven een zeer hoge kwaliteit voor met betrekking tot energiezuinige bouwwerken en duurzame materialen. De woningen worden gebouwd volgens de nieuwste eisen en technieken. Het plan zal conform de BENG-norm gerealiseerd worden. Deze eis wordt gehaald met zo veel mogelijk permanente oplossingen, zoals isolatie en kierdichting, en gebruiksvriendelijke installaties. De toegepaste materialen zijn duurzaam en voor hergebruik geschikt. De woningen worden zonder gasaansluiting gerealiseerd. De energievraag wordt ingevuld met warmtepompsystemen al dan niet in combinatie met zonneenergie.

16

Klimaatadaptatie Wateroverlast door overvloedige neerslag Uit de klimaatatlas Zuid-Holland blijkt dat het plangebied is gelegen in een gebied met een relatief hoge infiltratiecapaciteit. In gebieden met een hoge infiltratiecapaciteit zal er in het algemeen minder snel wateroverlast ontstaan door de snelle infiltratie van water in de bodem en omdat er meer bodemberging beschikbaar is. Om wateroverlast bij extreme neerslag te voorkomen worden aan de zuidwestzijde van de woonwijk een grote waterpartij gerealiseerd waarop het hemelwater bij extreme neerslag kan afstromen. Dit plan houdt hier verder rekening mee door het plangebied zo groen mogelijk in te richten, de parkeervakken uit te voeren in halfverharding (bv. grasdoorgroeistenen). Langs de ontsluitingswegen is ruimte voor het realiseren van groenstroken. Hierdoor kan het hemelwater bij een piekbui op een goede wijze worden afgevoerd en/of infiltreren in de bodem. De woningen worden op een aanleghoogte gerealiseerd waarmee maximaal wordt voorgesorteerd op het voorkomen van schade door hoge waterstanden. Uit de klimaatatlas ZuidHolland blijkt dat de Molendijk goed begaanbaar is bij extreme neerslag. Overstroming De klimaatatlas Zuid-Holland met het overstromingsbeeld na doorbraak van de primaire waterkeringen laat zien dat er een lage kans is op overstroming in het plangebied (<0,5 m).

Het overstromingsbeeld na doorbraak van de regionale waterkeringen laat zien dat er een kleine kans is op overstroming in het plangebied (> 0,5 – 1,0 m). De risico’s ten aanzien van overstroming voor deze ontwikkeling zijn aanvaardbaar. Hitte Uit de klimaatatlas Zuid-Holland blijkt dat het plangebied gevoelig is voor hittestress. Gezien het warmer wordt, wordt bij de uitwerking van de woningen rekening gehouden met de accumulatie van warmte. Hierbij kan gedacht worden aan bouwtechnische voorzieningen en/of beplanting die zorgen voor schaduwvorming. De woningen kunnen worden voorzien van overstekken/ overkappingen boven de raampartijen (schaduwvorming) teneinde overmatige opwarming van de woningen te voorkomen. Verder is vanuit de BENG-norm een goede thermische schil vereist en is het toepassen van een doordacht ventilatiesysteem van groot belang. De installaties in de woningen worden geschikt gemaakt om naast verwarmen ook te kunnen koelen. Verder kan worden gedacht aan het toepassen van groene daken (sedum) op de bijgebouwen bij de woningen. Het openbaar gebied wordt groen ingericht middels streekeigen beplanting die bestand zijn tegen deze weersomstandigheden. Droogte Gezien het droger wordt is het van belang om hemelwater zo lang mogelijk vast te houden, zodat het water kan worden gebruikt in tijden van droogte.

Door de aanleg van een grote waterpartij en de groene inrichting van het gebied kan hemelwater langer worden vastgehouden op de locatie. De beplanting in het openbaar gebied zal hierop worden afgestemd. De beplanting moet blijven voorzien in het afbreken van CO2 en het produceren van zuurstof voor mens en dier. In de groene inrichting wordt gekozen voor beplanting die bestand is tegen deze weersomstandigheden en erosie tegengaat. Dit komt naast de klimaatadaptatie de groene uitstraling van het gebied ten goede.

17

Bodemdaling Uit de klimaatatlas Zuid-Holland blijkt dat het plangebied is gelegen in een gebied dat tot 2050 te maken heeft met een bodemdaling van circa 5 mm/jaar. Dit is op veel plaatsen in de regio aan de orde. Het plan wordt door een civieltechnisch bureau nader uitgewerkt. Hierbij wordt rekening gehouden met de zetting van het gebied. Logischerwijs zullen alle gebouwen worden onderheid en zal het te ontwikkelen gebied worden voorbelast. Hiermee wordt voldoende rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen de risico’s van bodemdaling. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de diverse ambities en eisen op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie van de gemeente Nissewaard en de provincie Zuid-Holland.

18

3.

Beleidskader

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • • • •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Het plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.

Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.

19

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting van een bestemmingsplan waarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, een beschrijving op te nemen over de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt.

In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Het plan betreft de realisatie van in totaal 44 woningen. Hiermee is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ vereist. De gemeente Nissewaard heeft een woonanalyse uitgevoerd voor de kern Simonshaven. Simonshaven heeft 585 inwoners. Uit de analyse blijkt dat er een onevenredige verdeling is tussen eenpersoonshuishoudens, gezinnen zonder kinderen en gezinnen met kinderen. Voor wat betreft woningbouw/inbreiding in de kern Simonshaven dient er aandacht gevestigd te worden op het feit dat er voor de doorstroming gebouwd dient te worden. Momenteel is de verdeling meer dan 60% aan rijwoningen in de kern Simonshaven, het toevoegen van alleen deze type woningen brengt geen kwaliteit in de kern Simonshaven. Met het toevoegen van andere woningtypen, zoals de twee-onder-een-kap en seniorenwoningen komt er meer balans in de woningvoorraad en kunnen senioren doorstromen naar andere woonvormen. De componenten sociale huur en betaalbare koop zijn meegenomen in de vooronderzoeken van de ontwikkeling van de locatie Ring 18A.

In algemene zin dient een ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied (BSD) sociale huur/betaalbare koop en betaalbaarheid meegenomen te worden in de samenstelling van de woningvoorraad die toegevoegd wordt. De gemeente Nissewaard heeft via het Regioakkoord getekend om deze segmenten toe te voegen waar dit mogelijk is met de kwalitatieve toevoeging in zijn geheel. Er is afgesproken met de ontwikkelaar en vastgelegd in de anterieure overeenkomst om voldoende betaalbare koopwoningen toe te voegen met een anti-speculatiebeding en de zelfbewoningsplicht welke verplicht zijn op de koopwoningen tot de

20

NHG grens. Daarom is besloten om betaalbare koop toe te voegen in plaats van sociale huur. Het plan voorziet in een gedifferentieerd woningbouwprogramma bestaande uit 34 eengezinswoningen (waarvan 4 senioren rijwoningen) en 10 twee-onder-éénkapwoningen (waarvan 4 seniorenwoningen). De bouwnummers 12 t/m 21 (10 woningen) worden geschaard in de categorie ‘betaalbare koop’. De overige woningen zijn koopwoningen in het middeldure (rond de NHG grens 2023) en enkele in het dure segment. Vooral de middeldure woningvoorraad ontbreekt in de kern Simonshaven. Daardoor is het juist zeer wenselijk om een mix toe te passen van gevarieerde woningtypen met verschillende oppervlakten, zodat de starter en senior goed kunnen slagen in het plan qua woningaanbod. Hiermee wordt een mix van doelgroepen bewerkstelligd die belangrijk is voor de algehele kwaliteit van de leefomgeving in het plan en waarbij de doorstroming in de wijk wordt gegeneerd. Het woningbouwprogramma levert een maatschappelijke meerwaarde voor de kern Simonshaven. Dit door het aanbrengen van differentiatie in de woningvoorraad, in verschillende grootte en typen. De zelfbewoningsplicht en anti-speculatiebeding voor de betaalbare koop tot en met de NHG grens zorgt ervoor dat deze woningen ook echt beschikbaar komt voor starters en doorstromers. De zelfbewoningsplicht geldt voor de koopwoningen tot de NHG grens 2023 € 405.000.

Na oplevering van de woning, mag men als eigenaar er de komende 4 jaar alleen zelf wonen en niet verhuren aan derden. In de zelfbewoningsplicht geldt voor de koopwoningen tot de sociale koopgrens dat hierboven op nog een anti-speculatiebeding komt van maximaal 4 jaar. Mocht de ontwikkeling op welke manier dan ook blijven liggen of gewijzigd worden van eigenaar, dan dienen de gesprekken en onderhandelingen opnieuw gevoerd te worden met de gemeente Nissewaard. Dit is opgenomen in de anterieure overeenkomst. Leeftijdsopbouw Simonshaven

0 tot 15 jaar

Gemeente Nissewaard 16%

15 tot 25 jaar

11%

10%

25 tot 45 jaar

25%

20%

45 tot 65 jaar

28%

42%

65 jaar of ouder

20%

21%

Totaal bevolking

85.440

585

9%

21

Huishoudenssamenstelling Gemeente Nissewaard 34%

Simonshaven

30%

38%

36%

29%

38.735

280

Gemeente Nissewaard 57,5%

Simonshaven

Geschakeld

2,4%

0,6%

Twee-onder-één-kap

4,1%

4,0%

Vrijstaand

4,2%

25,8%

Appartement

31,5%

10,5%

Geen woning

0,3%

32,6%

(leeg)

0,0%

0,0%

totaal

39.143

325

Simonshaven

Corporatiewoning

Gemeente Nissewaard 36,9%

Eigenaar-bewoner

57,4%

67,4%

Anders

5,6%

7,4%

Totaal

39.143

325

Simonshaven

Lager dan 100.000

Gemeente Nissewaard 2,7%

100.000 tot 150.000

18,1%

0,6%

150.001 tot 225.000

46,6%

67,1%

225.001 tot 300.000

20,4%

10,5%

Meer dan 300.000

12,2%

20,6%

Totaal

39.143

325

Eenpersoonshuishoudens Huishoudens zonder kinderen Huishoudens met kinderen Huishoudens totaal

32%

Woningtype

Rij

26,5%

Eigendom

25,2%

WOZ-waarde

1,2%

Conclusie Het plan voldoet aan ‘de Ladder voor duurzame verstedelijking’.

22

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. De Omgevingsvisie is nadien een aantal keer herzien/gewijzigd. Provinciale Staten hebben op 1 april 2023 de laatste wijziging doorgevoerd in de Omgevingsvisie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie van Zuid-Holland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie ZuidHolland. De Omgevingsvisie vormt samen met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsbeleid van de provincie ZuidHolland. Het Omgevingsbeleid beschrijft hoe de provincie werkt aan een goede leefomgeving, welke plannen daarvoor zijn, welke regels daarbij gelden en welke inspanningen de provincie daarvoor levert. De provincie Zuid-Holland heeft in de Omgevingsvisie zeven richtinggevende ambities geformuleerd. Deze ambities dienen als stip op de horizon: 1. Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2. Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3. Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4.

Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6. Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7. Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Hierbij gaat het om een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Niet alle vraag naar wonen en werken kan en hoeft te worden opgevangen binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD).

Conform de Omgevingsvisie kunnen kleinschalige stedelijke ontwikkelingen in het landelijk gebied plaatsvinden in

23

aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten (in de bebouwde ruimte). Het plangebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD). Er is sprake van een overgangsgebied. Het plangebied ligt ingeklemd tussen het historisch centrum van Simonshaven en de latere nieuwbouw aan de Beverwijkstraat. Met deze ontwikkeling ontstaat een logische afronding van het stedelijk gebied (zie afbeelding 8). Het plan voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (zie paragraaf 3.1.3). Het plangebied (ca. 1.3 ha), ligt onder de grens van 3 ha, waardoor het plan niet hoeft te worden voorgelegd aan Provinciale Staten.

Afbeelding 8: Bestaand stedelijk gebied (BSD)

Ruimtelijke kwaliteit De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit : een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke kwaliteit speelt op verschillende niveaus: veelal plek gebonden, maar ook op het niveau van de gehele provincie en soms daarbuiten. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). De essentie van ‘verbeteren van ruimtelijke kwaliteit’ is dat initiatiefnemers van ruimtelijke ontwikkelingen enerzijds inspelen op de aanwezige kwaliteiten in de omgeving (zeker als de omgeving hoge cultuurhistorische of identiteitsbepalende waarden vertegenwoordigt) en er anderzijds specifieke kwaliteiten aan toevoegen die te maken hebben met de samenleving van vandaag.

24

Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Hierin wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: 1. Inpassing. Dit betreft een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De ontwikkeling is gebiedseigen, passend bij de maat en de aard van de bestaande kenmerken van een gebied. De ontwikkeling speelt zich af op het niveau van een kavel. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks en wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. 2. Aanpassing. Dit betreft een ontwikkeling die aansluit bij de huidige identiteit van een gebied, maar op structuurniveau wijzigingen of aanvullingen voorziet. Een voorbeeld is de aanleg of verbreding van een provinciale weg, een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied of een nieuw landgoed. Bewoners en gebruikers uit de bestaande omgeving merken duidelijk invloed van de nieuwe ontwikkeling. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief zo gunstig mogelijk resultaat.

Omdat in deze gevallen niet aan (alle) richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, zijn ontwerpoptimalisatie, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. 3. Transformatie. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap of stedelijk gebied ontstaat. Er ontstaat een nieuwe toekomst voor het gebied met een nieuwe gebiedsidentiteit. De impact van deze plannen op een gebied is groot. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Gelet op de wezenlijke verandering van het gebied is het reëel om aan te nemen dat niet aan alle richtpunten van de kwaliteitskaart kan worden voldaan, maar dat door middel van een nieuw integraal ontwerp er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit ontstaat die nog niet is ondervangen in de richtpunten. In de meest verregaande vorm van transformatie is van de huidige identiteit niets meer zichtbaar. In alle gevallen is het belangrijk om aansluiting te zoeken bij structuren en patronen aan de rand van de omgeving, bijvoorbeeld een bosrand, waterloop of woonlint. Het ontwerp kan gepaard gaan met inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen in de omgeving.

Gelet op de omvang van de ontwikkeling kunnen dergelijke maatregelen – eenvoudiger dan bij aanpassing – onderdeel uitmaken van hetzelfde plan. Bij transformatie-opgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie.

25

Een woningbouwontwikkeling van deze omvang (44 woningen) kan worden geschaard in de categorie ‘aanpassing’. Het plangebied grenst aan bestaand stadsen dorpsgebied (BSD). Er is sprake van een overgangsgebied. Het plangebied ligt ingeklemd tussen het historisch centrum van Simonshaven en de latere nieuwbouw aan de Beverwijkstraat. Het plan is om in dit overgangsgebied een kwalitatief hoogwaardige, duurzame en toekomstbestendige woonwijk te realiseren waarbij met respect wordt omgegaan met de huidige identiteit van het gebied. De groene uitstraling en luchtige stedenbouwkundige opzet van de nieuwe woonwijk past bij de bestaande dorpse bebouwing in Simonshaven. Wat betreft maatvoering, materiaal- en kleurgebruik wordt aangesloten bij de bestaande bebouwing in het dorp. In paragraaf 2.2.3 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing is dit nader uitgewerkt. De woonwijk wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast door de zuidwestzijde van het plangebied groen in te richten met waterberging, wat een impuls kan opleveren voor de biodiversiteit. Door het groengebied/park zal een wandelpad worden aangelegd dat twee bestaande voetpaden met elkaar verbind. In het groengebied/park wordt een grote waterpartij met natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in voldoende waterberging en wordt een bijdrage geleverd aan een klimaatadaptieve groene (woon)omgeving.

Het groengebied/park wordt verder ingericht met streekeigen beplanting. Het plan is hiermee een maatschappelijke meerwaarde voor het dorp Simonshaven. De ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en de omgeving is met dit integrale plan gewaarborgd. Kwaliteitskaart De kwaliteitskaart is voor de provincie Zuid-Holland een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil de karakteristieken van de Zuid-Hollandse landschappen, herkenbaar en beleefbaar houden en tegelijk ook ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteitskaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart biedt een middel om vroeg in het planproces een integrale afweging te maken die de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Het verbinden van nieuwe ontwikkelingen aan de bestaande gebiedskenmerken vormt hierbij uitgangspunt. Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen in het gebied ‘Rivierdeltacomplex – Jonge zeeklei’. De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven.

Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen.

26

Richtpunt: • Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Het plangebied betreft weilanden ingeklemd tussen de woonbebouwing van Simonshaven. Er is met dit plan geen sprake van aantasting van dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden.

Afbeelding 9: Provinciale kwaliteitskaart (laag van de ondergrond)

Laag van de cultuur- en natuurlandschappen Het plangebied is gelegen in het ‘Zeekleipolderlandschap’. Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaande polders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders. De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere

27

elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken. Voor ontwikkelingen in het ‘zeekleipolderlandschap’ heeft de provincie de volgende richtpunten vastgesteld: • Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. • Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren. • Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. • Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap. • Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. • Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur.

Afbeelding 10: Provinciale kwaliteitskaart (laag van cultuur- en natuurlandschappen)

De nieuwe woonwijk heeft een luchtige stedenbouwkundige opzet. Het deel dat grenst aan het zeekleipolderlandschap wordt ingericht als waterrijk natuurgebied. Hiermee ontstaat een passende zachte overgang van het dorp Simonshaven naar de open polder. Het dorp Simonshaven vormt een compacte kern in het open zeekleipolderlandschap. 28

Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied is gelegen in het ‘de ‘stads- en dorpsrand’. Voor de ontwikkelingen in de ‘stads- en dorpsrand’ heeft de provincie één richtpunt vastgesteld: • Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap).

Afbeelding 11: Provinciale kwaliteitskaart (laag van de stedelijke occupatie)

Het plangebied is gelegen in een overgangsgebied tussen het historisch centrum van Simonshaven en de latere nieuwbouw aan de Beverwijkstraat. Het plan is om in dit overgangsgebied een kwalitatief hoogwaardige, duurzame en toekomstbestendige woonwijk te realiseren waarbij met respect wordt omgegaan met de huidige identiteit van het gebied. De groene uitstraling en luchtige stedenbouwkundige opzet van de nieuwe woonwijk past bij de bestaande dorpse bebouwing in Simonshaven. Wat betreft maatvoering, materiaal- en kleurgebruik wordt aangesloten bij de bestaande bebouwing in het dorp. De woonwijk wordt op een passende wijze landschappelijk ingepast door de zuidwestzijde van het plangebied groen in te richten met waterberging, wat een impuls kan opleveren voor de biodiversiteit. Door het groengebied/park zal een wandelpad worden aangelegd dat twee bestaande voetpaden met elkaar verbind. In het groengebied/park wordt een grote waterpartij met natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in voldoende waterberging en wordt een bijdrage geleverd aan een klimaatadaptieve groene (woon)omgeving. Het groengebied/park wordt verder ingericht met streekeigen beplanting. Het plan is hiermee een maatschappelijke meerwaarde voor het dorp Simonshaven.

29

Laag van de beleving De vierde laag bestaat uit de beleving van Zuid-Holland en betreft plekken van cultuurhistorische waarde, maar gaat ook over het zorgdragen voor een recreatief toegankelijke provincie met een heldere groenstructuur als basis. Het plangebied valt niet binnen de aangegeven lagen van beleving. Conclusie Het plan betreft een passende invulling van het gebied tussen het historisch centrum van Simonshaven en de latere nieuwbouw aan de Beverwijkstraat. Met dit plan blijft de ruimtelijke kwaliteit van het gebied gewaarborgd. Behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied is aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving. Er is in voldoende mate rekening gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart. 3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Gelijktijdig met de Omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. De Omgevingsverordening is gelijktijdig met de Omgevingsvisie herzien/gewijzigd. De Provinciale Staten hebben op 1 april 2023 de laatste wijziging doorgevoerd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. De Omgevingsverordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd.

In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Ruimtelijke kwaliteit In paragraaf 6.2.2 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor ruimtelijke kwaliteit (artikel 6.9). Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en houdt rekening met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, zodanig dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. De ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c.

De ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden 30

met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: • Een kleinschalige ontwikkeling heeft in beginsel minder ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten dan een grootschalige ontwikkeling en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid; • Hoe hoger en specifieker de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Aanpassen Een woningbouwontwikkeling van deze omvang (44 woningen) kan worden geschaard in de categorie ‘aanpassen’. Het plangebied grenst aan bestaand stadsen dorpsgebied (BSD). Er is sprake van een overgangsgebied. Het plangebied ligt ingeklemd tussen het historisch centrum van Simonshaven en de latere nieuwbouw aan de Beverwijkstraat. Het plan is om in dit overgangsgebied een kwalitatief hoogwaardige, duurzame en toekomstbestendige woonwijk te realiseren waarbij met respect wordt omgegaan met de huidige identiteit van het gebied. De groene uitstraling en luchtige stedenbouwkundige opzet van de nieuwe woonwijk past bij de bestaande dorpse bebouwing in Simonshaven.

Wat betreft maatvoering, materiaal- en kleurgebruik wordt aangesloten bij de bestaande bebouwing in het dorp. In paragraaf 2.2.3 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing is dit nader uitgewerkt. Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen (artikel 6.10). Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a) toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b) Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan betreft de realisatie van in totaal 44 woningen. Hiermee is sprake van een stedelijke ontwikkeling. Met deze ontwikkeling ontstaat een logische afronding van het stedelijk gebied. Het plan voldoet aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (zie paragraaf 3.1.3).

31

Risico’s van klimaatverandering (klimaatadaptatie) Op grond van artikel 6.27a Risico’s van klimaatverandering van de Omgevingsverordening Zuid-Holland dient in een ruimtelijk plan rekening te worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: 1. Wateroverlast door overvloedige neerslag; 2. Overstroming; 3. Hitte; 4. Droogte. alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. In de uitwerking van dit plan wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.2.4 Duurzaamheid en klimaatadaptatie. Groene buffers (beschermingscategorie 2) Op grond van artikel 6.9d kan een bestemmingsplan voor een locatie binnen groene buffers worden voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover dit geen grootschalige ontwikkelingen behelzen en de bufferfunctie blijkens een afdoende motivering niet onevenredig wordt verstoord. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. De functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek; b. De identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving; c. De bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling; d. De recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.

Het plangebied is gelegen in het overgangsgebied tussen het centrum van Simonshaven en de latere uitbreiding en ligt ingeklemd in het bestaand stedelijk gebied (BSD). Het plangebied grenst aan het historisch centrum van Simonshaven (aan de noordoostzijde), de voetbalvelden (aan de zuidwestzijde) en de latere nieuwbouw aan de Beverwijkstraat (aan de noordwestzijde). De locatie is daarmee uitermate geschikt om in te vullen met woningen. Met deze ontwikkeling ontstaat een logische afronding van het stedelijk gebied. Het plan past qua schaal en aard bij de dorpse identiteit van Simonshaven. Een woningbouwontwikkeling van deze omvang kan worden geschaard in de categorie ‘aanpassing’. De nieuwe woonwijk zal een ontspannen stedenbouwkundige opzet krijgen, geënt op de dorpse waarden en in aansluiting bij de bestaande bebouwing. Zo is ervoor gekozen om de blokken rijwoningen aan de noordwestzijde van het plangebied te situeren (in aansluiting bij de historische kern) en de twee-onder-een-kapwoningen en seniorenwoningen aan de zuidzijde van het plangebied. Hierdoor is sprake van meer ‘lucht’ in het zuidwestelijk deel van het plangebied. Hiermee ontstaat een zachte overgang van de dichtbebouwde historische kern naar de rand van het dorp Simonshaven. Een deel van de nieuwe woningen is gericht op het omliggende water ter verbetering van het aanzicht van het dorp Simonshaven.

Wat betreft maatvoering, materiaal- en kleurgebruik wordt aangesloten bij de bestaande bebouwing in het dorp. 32

Ter bescherming van de groene buffer tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling zal allereerst de openbare inrichting voldoende groen bevatten. Hierbij wordt gedacht aan grastaluds in de bochten en tussen de parkeervakken en het gebruik van streekeigen beplanting langs de erftoegangsweg. Om de groene uitstraling van het gebied te versterken krijgen erfafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied een groene uitstraling. Hierbij moet gedacht worden aan erfafscheidingen in de vorm van een open hekwerk, groene hagen en/of gaas hekwerk met beplanting. De woonwijk krijgt hiermee een prettig aanvoelend dorps woonklimaat. Daarnaast wordt aan de zuidwestzijde van het plangebied een openbaar groengebied/park gerealiseerd. Door het groengebied/park zal een wandelpad worden aangelegd dat twee bestaande voetpaden met elkaar verbind. Hiermee is sprake van een versterking van de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde van het gebied voor de inwoners van Simonshaven. In het groengebied/park wordt een grote waterpartij met natuurvriendelijke oevers gerealiseerd. Hiermee wordt voorzien in voldoende waterberging, krijgt de biodiversiteit in het gebied een impuls en wordt een bijdrage geleverd aan een klimaatadaptieve groene (woon)omgeving. Het groengebied/park wordt verder ingericht met streekeigen beplanting.

De woonwijk wordt hiermee, in combinatie met de groene inrichting van het openbaar gebied, op een passende wijze landschappelijk ingepast. Dit is nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.2.3 Beeldkwaliteit en landschappelijke inpassing.

33

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Ontwikkelperspectief Vitale kernen De kernen van Nissewaard – Abbenbroek, Geervliet, Heenvliet, Hekelingen, Simonshaven (waaronder Biert) en Zuidland liggen op de overgang van de metropool Rotterdam-Den Haag naar de rust en ontspanning van de Zuid-Hollandse delta. De dorpen worden gekenmerkt door hun kleinschalige opzet, hechte gemeenschappen, sterke lokale identiteiten, cultureel erfgoed, groene karakter en ligging in het open landschap. Dat betekent niet dat de wereld in en rond de kernen stilstaat. Om die reden is het van belang om te blijven werken aan de vitaliteit van de kernen. Met het ontwikkelperspectief Vitale kernen wil de gemeente Nissewaard bewoners, ondernemers en ontwikkelaars uitnodigen hieraan bij te dragen. Er is gekeken naar de actuele opgaven, de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en de samenhang tussen de kernen met de regio. Het geeft een duidelijk beeld van de gewenste ontwikkelrichting van de kernen en de bijdrage die de stad Spijkenisse en het buitengebied hier aan kunnen leveren. Dit ontwikkelperspectief is een aanvulling op het ontwikkelperspectief ‘Nissewaard naar 2040’ dat zich hoofdzakelijk focust op Spijkenisse. Samen vormen zij belangrijke bouwstenen voor de omgevingsvisie die de gemeente vanaf 2022 met haar bewoners en partners zal opstellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13765184/1