5. VRR; 2. Bijlage Kadernota 2027
Tekst van het document
Dit incidentbestrijdingsplan is een vertrouwelijk document. Gehele of gedeeltelijke overname of reproductie van de inhoud, het gebruik van gehele of gedeeltelijk bewerkte versies en verspreiding en/of verstrekking aan derden van dit rampbestrijdingsplan op welke wijze dan ook, is niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de VRR.
Kadernota VRR 2027
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
We zijn er. Altijd.
/ Colofon
Dit document is tot stand gekomen onder regie van Middelen en Control.
Adres Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Middelen en Control Postbus 9154, 3007 AD Rotterdam E-mail: secretariaatM&C@vr-rr.nl Versie 1
Eindredactie en beheer Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond – Middelen en Control
Redactie Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
Middelen en Control
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
/ Inhoudsopgave 1 / Inleiding ............................................................................................................................................................ 4 2 / Indeling van de programmabegroting ............................................................................................................ 4 3 / Baten ................................................................................................................................................................. 5 3.1. Gemeentelijke bijdragen ................................................................................................................................ 5 3.1.1. Indexering gemeentelijke bijdragen ............................................................................................................... 5 3.1.2. Kostenverdeelsystematiek ............................................................................................................................ 5 3.1.3. Totale gemeentelijke bijdrage basiszorg........................................................................................................ 7 3.1.4. Meerjarenraming Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) ........................................................................ 7 3.2.
Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) ................................................................................ 8 3.3. Opbrengsten uit Ambulanceritten ................................................................................................................ 8 4 / Lasten ............................................................................................................................................................... 9 4.1. Personeel ........................................................................................................................................................ 9 4.1.1. Cao VRR ....................................................................................................................................................... 9 4.1.2. Cao Ambulancezorg ...................................................................................................................................... 9 4.1.3. Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) .................................................................................. 9 4.1.4. Bouwsteen Verplichtend karakter .................................................................................................................. 9 4.1.5. 2e loopbaanbeleid veiligheidsregio’s en DOOR010 .....................................................................................
10 4.1.6. Verlofsparen ................................................................................................................................................ 10 4.1.7. Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) ............................................................................................................. 11 4.2. Indexering van de lasten ............................................................................................................................. 11 4.3. Investeringen en kapitaallasten .................................................................................................................. 11 4.4 Ontwikkeling Begroting ................................................................................................................................ 12 5 / Eigen Vermogen ............................................................................................................................................. 13 5.1. Weerstandsvermogen .................................................................................................................................. 13 5.2. Liquiditeitspositie ........................................................................................................................................ 13 5.3.
Reserves en voorzieningen ......................................................................................................................... 13 6 / Beleidsontwikkelingen .................................................................................................................................. 14 6.1. Nieuw VRR-meerjarenbeleidsplan .............................................................................................................. 14 6.2. Programma Weerbaarheid ........................................................................................................................... 14 6.3. Professionalisering Bevolkingszorg .......................................................................................................... 14 7 / Procedure ....................................................................................................................................................... 15
Kadernota VRR 2027 / 3
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
1 / Inleiding Voor u ligt de kadernota 2027. De kadernota vormt het startpunt van het proces van begroting en verantwoording.
Kadernota
Programmabegroting
Begrotingswijzigingen
Jaarrekening
Deze kadernota geeft de financiële en beleidsmatige kaders aan voor de programmabegroting van het jaar 2027. Vanaf hoofdstuk 2 wordt u eerst meegenomen in de indeling en de financiële kaders van de begroting. In hoofdstuk 6 vindt u de beleidsmatige kaders.
2 / Indeling van de programmabegroting De indeling van de begroting 2027 voldoet aan het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Daarnaast houdt het, waar van toepassing, rekening met de Wet- en regelgeving Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en de specifieke bepalingen zoals vastgelegd in de Financiële Verordening van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. Wijzigingen als gevolg van het jaarverslag (en de jaarrekening) 2025 en wijzigingen in de begroting voor het jaar 2026 worden in de begroting 2027 verwerkt. Eveneens worden de uitkomsten van de toetsing van de omvang en noodzaak van de reserves en voorzieningen verwerkt. De begroting 2027 bestaat uit vier programma’s: • programma Ambulancezorg; • programma Brandweerzorg; • programma Risico & Crisisbeheersing. In dit programma is ook de GHOR opgenomen; • programma Weerbaarheid; Het programma Weerbaarheid is sinds de 2e begrotingswijziging 2025 toegevoegd aan de begroting. Dit programma komt voort uit een extra taak vanuit de BDuR . Onder de beleidsontwikkelingen geven we de laatste inzichten over dit programma. Daarnaast worden er verschillende paragrafen opgenomen in de begroting, conform de regelgeving van de BBV. Dit gaat o.a. om de paragraaf bedrijfsvoering, overhead en weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Kadernota 2027 / 4
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
3 / Baten 3.1. Gemeentelijke bijdragen 3.1.1. Indexering gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdrage dekt een deel van de kosten voor de basistaken van de VRR, zoals brandweerzorg, risico- en crisisbeheersing, etc. De colleges van Burgemeester en Wethouders van alle deelnemende gemeenten hebben een indexeringspercentage vastgesteld dat gebruikt mag worden voor het opstellen van de begroting 2027. Vanaf 2027 is er een nieuwe berekeningssystematiek die beter aansluit bij de indexering die gemeenten ontvangen via het gemeentefonds. Vanwege de overstap naar de nieuwe systematiek wordt geen correctie toegekend over 2025 en 2026 en wordt enkel een indexeringspercentage toegepast over 2027. Het bestuur heeft het indexpercentage overgenomen. De berekeningswijze is als volgt:
Jaar Bron Indexering 2025 (t) Meicirculaire (CEP) (publicatie 2025) Indexering 2026 (t+1) Septembercirculaire (MEV) (publicatie 2025) Indexering 2027 (t+2)
Status Definitief Actualisatie Eerste raming
De nieuwe systematiek resulteert voor de indexering voor de begroting 2027 als volgt:
Bron Jaar BBP PBBP Gewogen gemiddelde Correctie CEP 2025 2025 2,16% 3,63% 4,71% 0,00% MEV 2026 2026 1,91% 2,49% 3,45% 0,00% MEV 2026 2027 1,76% 2,53% 3,41% 0,00% Index begroting 2027: 3,41%
3.1.2. Kostenverdeelsystematiek Op 8 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de nieuwe kostenverdeelsystematiek voor de deelnemende gemeenten. Het aantal inwoners per gemeente is niet langer de basis voor het bepalen van de primaire bijdrage. Vanaf 2023 is dat het evenredig aandeel van de gemeente in het Gemeentefonds voor het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer. Op dit besluit zijn nadere uitwerkingsvoorstellen gemaakt waarmee het Algemeen Bestuur in december 2022 heeft ingestemd: -
De uitkering in het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer vanuit het Gemeentefonds wordt jaarlijks geactualiseerd en daarmee ook de verdeelsleutel per gemeente. De bijdrage die gemeente Rotterdam aan de Gezamenlijke Brandweer betaalt voor de reguliere brandweerzorg in het Europoort gebied wordt jaarlijks aangepast aan de bijdrage zoals opgenomen in de begroting van de Gezamenlijke Brandweer. De berekening van de verhouding voor de kostenverdeelsleutel wordt gebaseerd op de meicirculaire van twee jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar.
Voor de nieuwe kostenverdeelsystematiek is een ingroeitraject afgesproken die loopt tot en met 2026. Hierbij is een uitzondering gemaakt voor Goeree Overflakkee. Deze gemeente komt boven de gemaximaliseerde ingroei van € 4,25 per inwoner uit. Daarom is afgesproken om de ingroeiperiode te verlengen voor deze gemeente tot en met 2028.
Kadernota VRR 2027 / 5
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
Op basis van bovenstaande zou voor 2027 de kostenverdeelsleutel gebaseerd worden op de verhouding van het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer in het gemeentefonds conform de meicirculaire van 2025. Wij hebben deze verdeling nog niet mogen ontvangen van het ministerie. . Vandaar dat voor 2027 voorlopig wordt uitgegaan van de verdeelsleutel uit de begroting 2026.
Gebruikte bedragen subcluster Crisisbeheersing en Brandweer voor verdeelsleutel Begroting VRR 2026 Gemeente Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Totaal
Bedrag 1.929.093 3.719.191 6.089.796 5.352.389 2.324.250 4.752.778 3.033.806 7.489.106 3.957.907 80.866.217 8.542.980 7.362.454 6.160.113 141.580.081
Bedragen komen uit de meicirculaire 2024
In de volgende tabel zijn de verdeelsleutels naast elkaar gezet. In de laatste kolom is de kostenverdeelsleutel voor 2027 opgenomen. Zoals hierboven al is aangegeven wordt voorlopig de verdeling conform de Begroting 2026 aangehouden, waarbij wel de ingroei van Goeree Overflakkee wordt geactualiseerd.
Gemeente
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal
Verdeelsleutel Verdeelsleutel Verdeelsleutel Verdeelsleutel 2024 conform 2025 conform 2026 conform 2024 aangepast Verdeelsleutel Verdeelsleutel Verdeel sleutel herijking o.b.v. herijking o.b.v. herijking obv i.v.m. 2025 2026 2027 meicirculaire meicirculaire meicirculaire ingroeitraject 2022 2023 2024 1,51% 2,94% 4,89% 4,14% 1,87% 3,67% 2,27% 5,89% 3,12% 52,52% 6,61% 5,68% 4,88% 100,00%
1,39% 2,72% 4,57% 3,44% 1,68% 3,80% 2,01% 5,70% 2,76% 55,00% 6,37% 5,75% 4,64% 99,82%
1,51% 2,94% 4,78% 4,11% 1,83% 3,66% 2,33% 5,86% 3,09% 52,73% 6,59% 5,72% 4,86% 100,00%
1,45% 2,83% 4,67% 3,62% 1,75% 3,73% 2,17% 5,78% 2,93% 53,86% 6,48% 5,73% 4,75% 99,75%
1,49% 2,86% 4,69% 4,12% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 100,00%
1,49% 2,86% 4,69% 3,80% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 99,68%
1,49% 2,86% 4,69% 3,97% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 99,84%
Kadernota 2027 / 6
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
3.1.3. Totale gemeentelijke bijdrage basiszorg De totale gemeentelijke bijdrage neemt voor 2027 toe met € 4,5 miljoen ten opzichte van 2026. Deze toename bestaat uit € 4,3 miljoen (indexatie kosten) en afgerond € 0,2 miljoen (ingroei gemeente Goeree Overflakkee). • •
2027: Voor het bepalen van de bijdragen voor 2027 wordt de vastgestelde indexering van 3,41% gebruikt (€ 4,3 miljoen). Daarbij is de ingroei gemeente Goeree Overflakkee € 211.448 en komt het totaal op € 131 miljoen. 2028: In 2028 zal de korting van gemeente Goeree Overflakkee volledig worden afgebouwd naar 0. Andere mutaties in de gemeentelijke bijdragen worden nu niet meegenomen voor de jaren na 2027.
In de volgende tabel staat de ontwikkeling van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen 2026-2029, exclusief de DVO’s (Dienstverleningsovereenkomsten), op basis van: - de afspraken over de kostenverdeelsleutel; - de geactualiseerde kostenverdeelsleutel op basis van de meicirculaire 2025; - de verwerking van de bezuiniging van 4%; - de indexatie van de gemeentelijke bijdrage en de tranches van de ontwikkelagenda (tot en met 2027); - de ingroeiperiode (2027) in het kader van het ingroeitraject van de gemeente Goeree Overflakkee.
Gemeente
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Rotterdam (excl. GB) Schiedam Vlaardingen Voorne aan zee Totaal
Verdeelsleutel 2026 conform herijking obv meicirculaire 2024
Verdeelsleutel 2026
1,49% 2,86% 4,69% 4,12% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 100,00%
1,49% 2,86% 4,69% 3,80% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 99,68%
Bijdrage 2026 excl DVO+ na herijking
1.880.521 3.625.547 5.936.463 4.794.727 2.265.729 4.633.110 2.957.419 7.300.541 3.858.252 67.421.784 8.327.880 7.177.077 6.005.010 126.184.063
Bijdrage 2027 Bijdrage 2028 Bijdrage 2029 Verdeel sleutel Verdeel sleutel Verdeel sleutel excl DVO+ (geen excl DVO+ (geen excl DVO+ (geen 2027 2028 2029 herijking meer) herijking meer) herijking meer)
1,49% 2,86% 4,69% 3,97% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 99,84%
1.944.433 3.748.766 6.138.220 5.183.502 2.342.732 4.790.572 3.057.930 7.548.658 3.989.379 69.713.188 8.610.912 7.420.998 6.209.097 130.698.388
1,49% 2,86% 4,69% 4,12% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 100,00%
1.944.433 3.748.766 6.138.220 5.394.950 2.342.732 4.790.572 3.057.930 7.548.658 3.989.379 69.713.188 8.610.912 7.420.998 6.209.097 130.909.836
1,49% 2,86% 4,69% 4,12% 1,79% 3,66% 2,34% 5,77% 3,05% 53,25% 6,58% 5,67% 4,74% 100,00%
1.944.433 3.748.766 6.138.220 5.394.950 2.342.732 4.790.572 3.057.930 7.548.658 3.989.379 69.713.188 8.610.912 7.420.998 6.209.097 130.909.836
3.1.4. Meerjarenraming Dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) Naast de bijdrage voor de basiszorg zijn er separate afspraken met gemeenten gemaakt over aanvullende dienstverlening. Als deze afspraken voor 2027 worden verlengd dan zullen deze afspraken in de begroting worden opgenomen. Het gaat om de volgende aanvullende afspraken: • • • •
Een aantal gemeenten heeft in het kader van preventie afspraken gemaakt over de inzet van wijkbrandweermannen. De kosten voor 1 wijkbrandweerman voor 2027 zullen naar verwachting uitkomen tussen de € 83.000,- en € 88.000,- per jaar (incl. indexering). De gemeente Lansingerland beëindigt met ingang van 2027 het contract voor de wijkbrandweermannen. De gemeente Voorne aan Zee heeft afspraken rondom cultureel erfgoed en de kazerne van Oudenhoorn. Deze kosten zullen naar verwachting uitkomen op ruim € 23.000,- in 2027. De gemeente Rotterdam heeft afspraken in het kader van de inzet van Strandwachten, Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Toezicht Controle en Handhaving (TCH). Op basis van de verwachte kosten in 2025 en de indexatie zullen deze kosten in 2027 uitkomen op € 709.000 voor de strandwachten en € 745.000 voor Wabo/TCH. Beide bedragen zijn inclusief de indexering.
Kadernota VRR 2027 / 7
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
•
Op verzoek van de gemeenten wordt de mogelijkheid geboden om voor advisering op de Aevenementen een DVO af te sluiten. Zodra de DVO’s zijn afgesloten, worden deze opgenomen in de begrotingswijziging van 2026 en de begroting 2027. Op dit moment zijn de volgende gemeenten voornemens om te tekenen: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Goeree-Overflakkee, Lansingerland, Ridderkerk, Rotterdam en Voorne aan Zee en heeft Maassluis getekend.
Op basis van de huidige gegevens worden de volgende DVO’s verwacht:
Gemeente Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Lansingerland Ridderkerk Rotterdam
Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee
Omschrijving Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Strandwachten WABO/TCH Wijkbrandweer Wijkbrandweer Wijkbrandweer Cultureel erfgoed Kazerne Oudenhoorn
Totaal
DVO's 2027 87.125 83.034 83.034 0 83.034 709.376 745.030 83.878 83.878 83.034 22.750 501 2.064.674
3.2. Bijzondere Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) Elk jaar maakt het ministerie van Justitie en Veiligheid de bijdragen per brief bekend. De BDuR-bijdrage waar rekening mee gehouden wordt voor de begroting 2027 en de meerjarenraming is op basis van de brief van het ministerie van december 2025. In deze brief staat dat op grond van het Hoofdlijnenakkoord en de uitwerking van het regeerprogramma vanaf 2026 het budget wordt gekort met 10% (€ 27,7 miljoen) voor de veiligheidsregio’s. Voor de versterking van de veiligheidsregio’s ten behoeve van de lokale/regionale weerbaarheid is er voor 2027 € 25 miljoen voor de veiligheidsregio’s beschikbaar gesteld. Voor de noodsteunpunten en burgerhulpverlening verwijst de brief van december 2025 naar de landelijke projectorganisatie die bij de NIPV wordt belegd. In de loop van 2026 wordt er meer duidelijk over de projectorganisatie. Derhalve wordt er voor 2027 geen bijdrage voor de noodsteunpunten en burgerhulpverlening opgenomen in de begroting 2027. Voor 2027 bedraagt de totale BDuR voor de veiligheidsregio € 20,4 miljoen. In dit totaalbedrag wordt rekening gehouden met een geprognosticeerde indexatie over 2027. De definitieve indexatie wordt in juni 2027 bekendgemaakt. Voor de begroting 2027 is vooralsnog uitgegaan van het toegezegde bedrag (€ 25 miljoen) voor de versterking van de veiligheidsregio’s plus 3,41%.
3.3. Opbrengsten uit Ambulanceritten In Nederland zijn alle zorgverzekeraars gezamenlijk verantwoordelijk voor de inkoop van Ambulancezorg. De minister stelt voor de inkoop een landelijk macrobudget vast. De onderhandelingen over de regionale zorginkoop afspraken vinden jaarlijks plaats. Deze onderhandelingen starten ongeveer een halfjaar voor het begrotingsjaar. Dit betekent dat de onderhandelingen over het budget 2027 naar verwachting in het vierde kwartaal 2026 worden afgerond.
Kadernota 2027 / 8
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
Bij het opstellen van de begroting 2027 zullen de financiële uitgangspunten van het begrotingsjaar 2026 worden gebruikt. Na het vaststellen van het wettelijk budget met de zorgverzekeraars zal het definitieve budget via de begroting(swijziging) worden aangepast. Het financieringsstelsel van de Ambulancezorg maakt onderscheid tussen bekostiging en financiering. Met bekostiging wordt het budget bedoeld zoals dat jaarlijks door zorgverzekeraars beschikbaar wordt gesteld op basis van beleidsregels die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) vaststelt. Met financiering wordt de manier bedoeld waarop het budget via facturatie beschikbaar wordt gesteld. De facturatie van de ambulanceritten vindt plaats aan zorgverzekeraars of rechtstreeks naar de patiënt. Wanneer bekend is bij welke zorgverzekeraar de patiënt verzekerd is, wordt de factuur rechtstreeks naar de zorgverzekeraar verstuurd. Als dit niet bekend is, gaat de factuur naar de patiënt.
4 / Lasten 4.1. Personeel 4.1.1. Cao VRR Op het moment van schrijven van deze kadernota zijn de onderhandelingen voor een nieuwe cao Veiligheidsregio’s nog niet afgerond. Voor de cijfers in deze kadernota en de begroting nemen wij als basis de cijfers zoals opgenomen in de 1ste begrotingswijziging 2026. Deze cijfers worden voor 2027 geïndexeerd met het indexpercentage van 3,41%. De lopende cao-onderhandelingen bieden op dit moment voor 2027 onvoldoende duidelijkheid om een andere verhoging te verwerken. Bij het opstellen van de begroting 2027 zullen de meest actuele gegevens worden gebruikt. 4.1.2. Cao Ambulancezorg Voor het personeel in de ambulancesector geldt de cao Ambulancezorg. Hiervoor is in 2025 een cao afgesloten die loopt tot en met 31 januari 2027. Deze cao is de input voor de inkoopafspraken met de zorgverzekeraars. 4.1.3. Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (Wnra) Met de komst van de Wnra op 1 januari 2020 is het arbeidsvoorwaardenregime van de gemeentelijke sector geregeld in de cao Gemeenten/cao Samenwerkende gemeentelijke organisaties. Voor de veiligheidsregio’s is met ingang van 1 januari 2022 de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s ingesteld die namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelt met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maakt over arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s.
Het onderwerp Wnra is een bespreekpunt op het onderhandelingsoverleg met de vakbonden. Op grond van artikel 11.2 Aanpassingswet Wnra is de Wnra niet op het personeel van Veiligheidsregio’s van toepassing, maar uitgesteld tot een nader bij koninklijk besluit te noemen tijdstip. De verwachting is dat er tot 2027 geen wijziging op dit punt zal plaatsvinden. Werkgevers en vakbonden verschillen van standpunt over de overgang naar de Wnra. Daarnaast heeft dit onderwerp op dit moment ook geen prioriteit bij het Ministerie. Deze ligt op de “Bouwsteen verplichtend karakter”. 4.1.4. Bouwsteen Verplichtend karakter Wegens normering conform Europese regelgeving en jurisprudentie staan de brandweervrijwilligers al geruime tijd nadrukkelijk ter discussie omdat ze onvoldoende onderscheidend zijn van de beroepskrachten. Landelijk is tot een denkrichting gekomen die bestaat uit vier met elkaar samenhangende bouwstenen, waarvan de eerste bouwsteen “Verplichtend karakter” is. Dit betekent
Kadernota VRR 2027 / 9
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
o.a. dat een vrijwilliger te allen tijde werkt op basis van vrijwilligheid en niet kan worden verplicht om taken uit te voeren of aanwezig te zijn op een bepaald moment. Verder zijn vormen van kazernering en consignatie van vrijwilligers niet meer aan de orde. Landelijk is in kaart gebracht wat de consequenties van deze eerste bouwsteen zijn waarbij het uitgangspunt is om vanuit een landelijke aanpak te komen tot een vergoeding vanuit het Rijk voor deze consequenties. De meerkosten worden op landelijk niveau ingeschat op € 35 miljoen per jaar. Voor de VRR komt het uit op een bedrag van € 3,5 miljoen. Het Veiligheidsberaad heeft voor deze eerste bouwsteen “Verplichtend karakter” een implementatieplan opgesteld. Om over te gaan tot implementatie van dit plan moet eerst aan een aantal randvoorwaarden voldaan worden door het Rijk. De randvoorwaarden zijn: - De benodigde financiën dienen structureel beschikbaar te zijn. Omdat het hier om een stelselwijziging gaat, zijn de Veiligheidsregio’s van mening dat deze kosten voor rekening komen van het Rijk. - Alle 25 veiligheidsregio’s verbinden zich op bestuurlijk niveau aan de uitgangspunten van het voorliggende implementatieplan.
- De huidige arbeidstijdenwetgeving maakt het vrijwel onmogelijk om parttime beroepsmedewerkers met een fulltime hoofdcontract te kunnen kazerneren, waardoor het omzetten van gekazerneerde vrijwilligers naar gekazerneerde parttime beroepsmedewerkers geen begaanbaar pad lijkt. Een belangrijke randvoorwaarde voor implementatie is dat deze juridische belemmeringen worden weggenomen. - Vrijwilligers moeten buiten de Wnra blijven, zodat er meer mogelijkheden zijn om aan het vrijwilligerschap invulling te geven. Dit onderwerp is een structureel bespreekpunt op de agenda van het Veiligheidsberaad. 4.1.5. 2e loopbaanbeleid veiligheidsregio’s en DOOR010 Binnen de cao veiligheidsregio’s zijn afspraken gemaakt over medewerkers in een bezwarende functie. Operationeel brandweerpersoneel dat na 1 januari 2006 in dienst is gekomen, kan dit beroep 20 jaar uitoefenen. In die 20 jaar worden de brandweerlieden voorbereid op een tweede loopbaan (2e loopbaanbeleid). Veel brandweermensen willen en kunnen echter langer doorwerken dan 20 jaar. Daarom wordt er landelijk gewerkt aan een herijking van het 2e loopbaanbeleid en worden er in dit kader diverse onderzoeken uitgevoerd. De VRR heeft een plan (“DOOR010”) opgesteld waarbij brandweermensen langer kunnen doorwerken in hun eigen functie. Dit plan is in september 2024 goedgekeurd door het Algemeen Bestuur.
Voor de verwachte kosten van het 2e loopbaanbeleid is de afgelopen jaren een bestemmingsreserve gevormd. De mutaties van deze reserve voor de komende jaren zullen worden herijkt, omdat de verwachting is dat er meer medewerkers gebruik zullen maken van DOOR010 en minder van het 2e loopbaanbeleid. Om te voorkomen dat werknemers niet genoeg verlofuren kunnen sparen om volledig van de DOOR010 regeling gebruik te kunnen maken is eind 2024 een voorziening gevormd om hen te compenseren voor dit tekort aan verlofuren. Deze voorziening wordt jaarlijks aangepast aan de CAOafspraken. Landelijk wordt er nu ook gewerkt aan een regeling waarbij brandweermedewerkers langer kunnen doorwerken. Zodra deze regeling is geformaliseerd komt de DOOR010-regeling te vervallen. 4.1.6. Verlofsparen Volgens de cao veiligheidsregio’s is verlofsparen een mogelijkheid tot een maximum van 3.600 uur. Verlofsparen houdt in dat medewerkers bovenwettelijke vakantie-uren kunnen sparen en vervolgens inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. In het kader van DOOR010 mogen ook de overwerkuren ingezet worden in het verlofsparen. Op grond van de financiële regelgeving is hiervoor een voorziening gevormd. Op basis van de gespaarde uren in 2022-2025 zal een prognose worden gemaakt voor de dotatie van 2027
Kadernota 2027 / 10
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
4.1.7. Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) Op basis van veranderingen in de regelgeving in 2023 is begin 2024 een nieuwe berekening gemaakt van de verwachte kosten voor FLO. Daarbij is naar voren gekomen dat de eerste jaren de lasten lager zijn dan eerder was aangenomen, maar dat de lasten in latere jaren juist hoger zijn. Om de lasten in deze latere jaren te egaliseren is in 2024 een bestemmingsreserve gevormd. De actualisatie van de berekening voor de FLO-kosten voor 2026 (en verder) wordt gemaakt door een extern bureau en is naar verwachting half februari 2026 gereed. De uitkomsten van deze berekening wordt verwerkt in de begroting 2027.
4.2. Indexering van de lasten Voor de materiele lasten wordt rekening gehouden met een indexeringspercentage van 3,41%.
4.3. Investeringen en kapitaallasten Bij het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenraming wordt uitgegaan van de meest actuele investeringsplanning 2027-2030. Deze planning is samengesteld op basis van de nu bekende gegevens. Omdat enkele grote investeringen zijn doorgeschoven van 2025 naar 2026, wordt er in 2026 een hoger investeringsvolume verwacht. Gelet op de ontwikkelingen in de markt en op basis van de ervaringen in de afgelopen twee jaar is in 2027 een ingeschatte vertraging ingeboekt op het investeringsprogramma. Hierbij is rekening gehouden met het kunnen realiseren van 70% van de geplande investeringen. Daarnaast zijn de kapitaalslasten verlaagd met 15%. Het investeringsoverzicht ziet er dan als volgt uit: Investeringen Investeringen (*1000)
2026 24.006
2027 14.837
2028 13.056
2029 8.416
2030 25.633
De kapitaallasten bestaan uit de afschrijvingen en de rente. De afschrijvingen worden gebaseerd op de reeds geactiveerde activa waarover nog wordt afgeschreven de komende jaren, en de afschrijvingen op de geplande investeringen. Voor de berekening van de rente op kapitaallasten wordt gerekend met de te verwachte reële rente op de leningen. Voor de huidige leningen is dit gebaseerd op de voorwaarden die reeds zijn afgesproken. Dit rentepercentage ligt lager dan bij de nieuw aan te trekken leningen. Voor de nieuw aan te trekken leningen wordt gerekend met een rentepercentage van 3,5% . De omvang van nieuw af te sluiten leningen wordt gebaseerd op basis van een geactualiseerde balansprognose, waarin de geplande investeringen en verwachte exploitatieresultaten een belangrijke factor zijn. Door de gestegen rente is de afgelopen jaren ook rente ontvangen op de uitgezette middelen in het kader van schatkistbankieren. Dit wordt ook voor de komende jaren verwacht en zal worden meegenomen in de begroting 2027. Bij de overname van de ambulancedienst zijn er leaseverplichtingen meegekomen die in 2028 aflopen. Hierin is ook een rentecomponent opgenomen die wordt meegenomen in de kapitaallasten.
Op basis van de huidig bekende gegevens ontwikkelen de kapitaallasten zich als volgt (rente is het saldo van de rentelasten enerzijds en de rentebaten anderzijds): Kapitaalslasten Afschrijvingen Rente Totaal kapitaalslasten (*1.000)
2026 9.702 124 9.826
2027 9.847 270 10.117
2028 11.322 411 11.733
2029 11.742 433 12.175
2030 12.264 515 12.779
Kadernota VRR 2027 / 11
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
4.4 Ontwikkeling Begroting In deze paragraaf staat de raming op hoofdlijnen 2026-2030 op basis van de ontwikkelingen zoals in deze kadernota zijn aangegeven. Voor het programma Ambulancezorg is uitgegaan van het meeste actuele begrotingsvoorstel 2026 aan de zorgverzekeraars. Programma's (* € 1000,-) Programma Ambulancedienst Programma BRW Programma R&C Weerbaarheid Overhead Totaal lasten (* € 1.000,-) Programma Ambulancedienst Programma BRW Programma R&C Weerbaarheid Overhead Totaal baten (* € 1.000,-) Resultaat voor bestemming Toevoeging bestemmingsreserve Onttrekking bestemmingsreserve Resultaat na bestemming (* € 1.000,-)
Meerjarenontwikkeling 2026-2030 1e BW 2026 2027 2028 80.710 80.845 80.845 108.516 111.279 111.078 15.610 16.428 16.416 120 29.282 30.802 30.774 234.238 239.354 239.112 80.511 80.679 80.679 135.183 140.539 140.539 15.575 17.880 17.880 120 85 88 88 231.474 239.186 239.186 -2.764 -168 74 1.163 940 664 2.581 1.161 591 -1.346 54 0
2029 80.845 111.190 16.355 30.752 239.142 80.679 140.539 17.880 88 239.186 44 574 530 0
2030 80.845 111.190 16.355 30.752 239.142 80.679 140.539 17.880 88 239.186 44 620 576 0
In 2027 wordt een resultaat na bestemming van per saldo € 54.000 verwacht. De jaren daarna is de begroting in evenwicht. Incidentele baten en lasten (* € 1.000,-) (incl. mutaties bestemmingsreserves)
Programma
1e BW 2026
2027
2028
2029
2030
Totale lasten begroting
234.238
239.354
239.112
239.142
239.142
Totale baten begroting
231.474
239.186
239.186
239.186
239.186
Resultaat
-2.764
-168
74
44
44
Beoogde toevoeging aan reserve
1.163
940
664
574
620
Beoogde onttrekking aan reserve
2.581
1.161
591
530
576
Begrotingssaldo na bestemming (geraamd resultaat)
-1.346
54
0
0
501
518
-
-
-
Lasten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine
R&C
0
Beoogde toevoeging aan reserve
1.163
940
664
574
620
Totaal incidentele lasten
1.664
1.458
664
574
620
501
518
Beoogde onttrekking aan reserve
2.581
1.161
591
530
576
Totaal incidentele baten
3.082
1.679
591
530
576
Saldo incidentele baten en lasten
1.417
221
-73
-44
-44
Structureel begrotingssaldo
-2.764
-168
74
44
44
Baten t.b.v. opvang ontheemden Oekraine
R&C
Kadernota 2027 / 12
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
5 / Eigen Vermogen 5.1. Weerstandsvermogen Jaarlijks worden de geraamde risico’s (met een financiële consequentie) geactualiseerd. Voor de begroting 2027 worden deze risico’s wederom herijkt. Dit betekent dat, bij de berekening van het weerstandsvermogen, ook in de begroting 2027 met een zo actueel mogelijke raming van de financiële implicatie kan worden gewerkt. Bij het opstellen van de begroting 2027 zal goed gekeken worden welke risico’s opgenomen worden in de risicoparagraaf en wat de mogelijke beheersmaatregelen voor deze risico’s zijn. Voor het vaststellen van de weerstandscapaciteit heeft het bestuur op 11 september 2024 besloten om de norm voor de weerstandsratio aan te passen. Bij gemeenschappelijke regelingen staan gemeenten garant voor de financiële tekorten die ontstaan door hogere uitgaven, financiële risico’s of andere onvoorziene omstandigheden van de gemeenschappelijke regeling. Het aanhouden van een algemene reserve zorgt voor (financiële) stabiliteit van de gemeenschappelijke regeling. Het is wél van belang om deze niet onnodig groot te maken om te voorkomen dat het geld stilligt en hierdoor niet door de deelnemende gemeenten/andere stakeholders ingezet kan worden. De norm voor de weerstandsratio is daarom aangepast naar een bandbreedte tussen de 0,5 – 0,8.
Daarnaast is besloten om bij de risicoanalyse uit te gaan van de netto risico’s en deze op te splitsen naar de drie grootste stakeholders (gemeenten, het Rijk en de zorgverzekeraars). Voor 2025 wordt een positief resultaat verwacht. Een deel van dit resultaat zal gebruikt worden ter dekking van het incidentele tekort dat begroot is voor 2026 door de bezuiniging op de BDuR. Definitieve besluitvorming omtrent de bestemming van het resultaat 2025 vindt plaats bij de vaststelling van de jaarrekening, waarbij terugvloeien van middelen naar de deelnemende gemeenten tot de mogelijkheden behoort. Voor 2027 voorzien wij geen positief resultaat. Als de middelen in 2026 terugvloeien naar de gemeenten is de verwachting dat de weerstandsratio binnen de vastgestelde bandbreedte blijft.
5.2. Liquiditeitspositie Met de liquiditeitsplanning is de organisatie in staat om voor de komende jaren de vermogensbehoefte op de kapitaalmarkt in te schatten. De investeringen hebben daarbij een grote impact. Op basis van de actuele investeringsprognose zal worden bekeken in hoeverre voor het jaar 2027 extra vreemd vermogen nodig is. Op basis van de huidige verwachtingen wordt rekening gehouden met een aan te trekken langlopende lening van € 5 miljoen.
5.3. Reserves en voorzieningen De ‘Nota reserves en voorzieningen’ is de leidraad bij de waardering van de voorzieningen en (bestemmings-)reserves voor de begroting 2027.
Kadernota VRR 2027 / 13
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
6 / Beleidsontwikkelingen 6.1. Nieuw VRR-meerjarenbeleidsplan Het jaar 2027 wordt het eerste jaar van het nieuwe VRR-meerjarenbeleidsplan. Op het moment van opstellen van de Kadernota 2027 is gestart met het schrijven van het VRR-meerjarenbeleidsplan 2027 – 2030. In 2026 zal dit plan via het bekende bestuurlijke traject inclusief een zienswijzeprocedure vastgesteld worden. De activiteiten voortvloeiend uit het meerjarenbeleidsplan zullen worden opgenomen in het jaarplan.
6.2. Programma Weerbaarheid De geopolitieke verhoudingen in de wereld zijn verschoven. Dit vraagt om aanpassingen op internationaal, nationaal, regionaal en lokaal niveau. De Veiligheidsregio’s spelen een cruciale rol in het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving, zowel in de uitvoering als in de coördinatie tussen alle betrokken partijen. Het afgelopen jaar zijn hier landelijk afspraken over gemaakt. Landelijk is afgesproken om een robuust netwerk van noodsteunpunten en coördinatiepunten op te zetten om de samenleving beter te beschermen bij langdurige crises, zoals grootschalige stroomuitval en uitval van communicatiemiddelen. Dit netwerk moet inwoners in staat stellen om informatie en hulp te krijgen, ook wanneer reguliere systemen niet functioneren. Het Rijk, VNG en Veiligheidsberaad hebben hiervoor kaders vastgesteld en middelen beschikbaar gesteld. Voor het netwerk van noodsteunpunten en coördinatiepunten gaat de VRR samenwerken met de gemeenten. 2026 zal in het teken staan van pilots. Samen met gemeenten en crisispartners wordt getest hoe de noodsteunpunten en coördinatiepunten in onze regio effectief kunnen worden ingericht. Op basis van de resultaten van deze pilots zal eind 2026 bepaald worden, wat er in 2027 (en verder) gaat gebeuren en hoe de verdeling van de middelen tussen de veiligheidsregio en gemeenten gaat plaatsvinden.
6.3. Professionalisering Bevolkingszorg Binnen crisisbeheersing wordt zowel op landelijk als regionaal gewerkt aan de versterking en toekomstbestendigheid van bevolkingszorg, zodat zij ook nieuwe soorten crises aankan. Om hieraan invulling te geven is op verzoek van de bestuurlijke portefeuillehouder voor bevolkingszorg in Rotterdam-Rijnmond het programma Versterking en doorontwikkeling Bevolkingszorg gestart. Dit programma heeft als ambitie: “Het versterken van Bevolkingszorg door het realiseren van een hoogwaardige en toekomstbestendige gemeentelijke crisisorganisatie in onze regio om zo blijvend passende zorg aan en met de inwoners te kunnen leveren. Hierbij werken de gemeenten binnen Rotterdam-Rijnmond op regionaal niveau samen waar het kan en wordt op lokaal niveau versterkt waar het moet. Bevolkingszorg is en blijft daarbij een volwaardige partner van de hulpdiensten binnen de steeds veranderende maatschappelijke context. “ Deze ambitie wordt gerealiseerd aan de hand van vier doelstellingen die eerder al in het beleidsplan van de VRR als belangrijke thema’s zijn benoemd: 1. Betere regionale samenwerking en coördinatie 2. Robuustere meer hybride organisatievorm 3. Sterkere kolom Bevolkingszorg 4. Duidelijkere positie en proces crisiscommunicatie Afhankelijk van de uitkomsten van het programma wordt bepaald hoe hier in 2027 invulling aan gegeven wordt.
Kadernota 2027 / 14
Classificatie: VRR-Standaard (V2)
Kadernota VRR 2027
7 / Procedure De kadernota is de eerste stap bij het opstellen van de begroting 2027. Hierin worden de financiële en beleidsmatige kaders vastgelegd voor de begroting 2027. Na de behandeling van de kadernota in het Algemeen Bestuur wordt deze ter informatie aan de gemeenten gezonden. Op basis van de kadernota wordt de programmabegroting 2027 opgesteld. De programmabegroting zal op 8 april 2026 in het Dagelijks Bestuur behandeld worden en daarna aan de gemeenten gezonden worden voor de zienswijzeprocedure. De zienswijzeprocedure loopt van 13 april 2026 tot en met 6 juli 2026. Op 23 april 2026 wordt een informatiebijeenkomst voor gemeenten georganiseerd, waarin vragen gesteld kunnen worden over de begroting 2027. Op 9 september 2026 zal de begroting aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling worden voorgelegd.
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Postbus 9154 3007 AD Rotterdam Wilhelminakade 947 3072 AP Rotterdam 088-877 90 00 vr-rr.nl rijnmondveilig.nl
Kadernota VRR 2027 / 15
Classificatie: VRR-Standaard (V2)