CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

45.Reacties inspraak en vooroverleg BP Kolkplein en J.M. den Uyllaan; toelichting jmdenuyllaan

Gemeenteraad 27 januari 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Aanvullende lijst ingekomen stukken13.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting J.M. den Uyllaan te Spijkenisse gemeente Nissewaard

Voorontwerp: augustus 2020

INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding

PAG. 3

1.1 Aanleiding en ligging plangebied 1.2 Vigerend bestemmingsplan 1.3 Leeswijzer 2. Beleidskader 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal beleid 2.3 Gemeentelijk beleid 3. Ruimtelijke & functionele analyse 3.1 Ruimtelijke analyse 3.2 Functionele analyse 4. Algemene realiserings- en uitvoeringsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Verkeer 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bodem 4.5 Externe veiligheid 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Water 4.8 Flora en Fauna 4.9 Archeologie en cultuurhistorie 4.10 Geur 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Molenbiotoop 4.13 Milieueffectrapportage 5. Juridische planbeschrijving 5.1 Inleiding 5.2 Juridische vormgeving 6. Economische uitvoerbaarheid 7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro 8. Inspraak en zienswijzen 8.1 Inleiding 8.2 Bijeenkomsten 8.3 Reactieformulieren 8.4 Samenvattend

3 3 4 5 5 7 11 15 15 20 21 21 22 25 27 28 30 31 33 35 36 36 36 38 40 40 40 43 44 45 45 45 45 48

Bijlagen: - Bijlage 1: Verkennend bodem- asbestonderzoek - Bijlage 2: Akoestisch onderzoek - Bijlage 3: Archeologisch onderzoek (PM) - Bijlage 4: PvE Boor - Bijlage 5: Vormvrije Mer - Bijlage 6: Stikstofberekening - Bijlage 7: Ecologisch onderzoek - Bijlage 8: Onderbouwing verkeer en parkeren

-2-

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en ligging plangebied Initiatiefnemer, Haagsebaan Vastgoed B.V. wil 72 appartementen bouwen in het gebied tussen de Dr. J.M. den Uyllaan, de Van Houtenstraat en de Schenkelweg. Dit gebied is nooit bebouwd geweest, al is dit wel altijd de bedoeling geweest. In het verleden zijn plannen daartoe ontwikkeld die echter niet tot realisatie gekomen zijn. De toenemende vraag naar woningen en de ontwikkeling van naastgelegen gebied van winkel naar woongebied geven aanleiding om ook dit gebied op dit moment te ontwikkelen.

Figuur 1.1: Luchtfoto plangebied

1.2 Vigerend bestemmingsplan Het plan valt binnen het bestemmingsplan ‘Centrum 2012’. Op het perceel rust de bestemming ‘Groen’, ‘Verkeer 2’ en ‘Water’. Daarnaast ligt er een dubbelbestemming voor ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘2’ en een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. Tevens geldt voor een deel van het perceel het bestemmingsplan ‘Parapluplan opheffen geluidszone Haven- Hongerland’. In het betreffende bestemmingsplan wordt de geluidzone Haven-Hongerland opgeheven. Het plan om 72 nieuwe appartementen te realiseren is niet in overeenstemming met het huidige bestemmingsplan.

-3-

Figuur 1.2: deel verbeelding geldende bestemmingsplan ‘Centrum 2012’.

1.3 Leeswijzer Deze onderbouwing is als volgt opgezet: Hoofdstuk 2: Beleidskader van rijk, regio, provincie en gemeente Hoofdstuk 3: Ruimtelijke & functionele analyse Hoofdstuk 4: Algemene realiserings- en uitvoeringsaspecten (omgevingsaspecten) Hoofdstuk 5. Juridische planbeschrijving Hoofdstuk 6. Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid Hoofdstuk 7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro Hoofdstuk 8. Inspraak en zienswijzen

-4-

2. Beleidskader 2.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) De SVIR vervangt de Nota Ruimte uit 2006. In de SVIR kiest het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In de SVIR wordt ten aanzien van het onderwerp ‘Verstedelijkings- en landschapsbeleid’ aangegeven, dat het Rijk dit overlaat aan de provincies en gemeenten. Voor het te bebouwen gebied zijn in de rijksplannen geen specifieke punten opgenomen. Deze onderbouwing heeft tot doel woningen te realiseren in het centrum van Spijkenisse en komt niet in strijd met de door het rijk in het SVIR geformuleerde beleidsuitgangspunten. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Beoordeling. Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro bepaalt ten aanzien van de werking van de ladder, dat de ladder toegepast moet worden bij bestemmingsplannen, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro wordt verstaan onder stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Stedelijke ontwikkeling. De ladder is pas van toepassing indien er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Uit de uitspraak d.d. 28 juni 2017 ECLI:NL:RVS:2017:1724 blijkt dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid van het Bro kunnen worden aangemerkt, deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt. In onderhavig plan is sprake van het toevoegen van 72 woningen. Dit wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De ladder dient daarom afgelopen te worden.

-5-

Nieuwe ontwikkeling. De ontwikkeling betreft een nieuwe ontwikkeling. De bestaande parkeerplaats en een deel groen worden vervangen door woningen. Er wordt een functiewijziging met nieuwe bebouwing door gevoerd. Kwalitatieve behoefte. Zoals uit de structuurvisie blijkt wordt het gebied op de kaart aangeduid als herstructureringsgebied. Een van de opgaven van het ontwikkelperspectief voormalige groeikern Spijkenisse ‘Nissewaard naar 2040’ op middellange termijn is verdichting van wonen rondom metrostations en daarnaast transformatie van gebieden. Het plan ligt in het centrum van Spijkenisse nabij het metrostation Centrum. Daarnaast volgt uit de herijking Meerjarenvisie Stadscentrum Spijkenisse dat een van de maatregelen om te komen tot een gezonde en duurzame winkelstructuur gecombineerd met een aantrekkelijk en leefbaar centrumgebied het afbouwen van de winkelfunctie van het Kolkplein is. Spijkenisse kent een bijzonder stadscentrum met goede culturele kwaliteiten. De gemeente heeft al veel geïnvesteerd in het centrum. Nu is het belangrijk om de overgangsgebieden en aanlooproutes van de stad naar het stadscentrum aan te pakken. Dit plan is een van de laatste gebieden die heringericht wordt. De huidige bebouwing is verouderd, zodat een mooi ingericht woongebied op deze plaats gewenst is.

Uit het in 2020 uitgevoerde Woningbehoefteonderzoek Voorne-Putten blijkt dat in de kernen van de gemeente Nissewaard behoefte is aan bijna 2.000 appartementen in de vrije sectorhuur en koopsector tot 2030. In de nieuwe Gemeentelijke woonvisie 20202030 Nissewaard “Een plek voor iedereen!” staat dat de bouw van appartementen voor het grootste deel zal worden ingevuld in en rond het Centrum van Spijkenisse. De behoefte wordt bepaald door de confrontatie van de langetermijnprognose van de vraag naar woningen, met het woningaanbod in de bestaande plancapaciteit om in die vraag te voorzien. De provinciale Trendraming gaat uit van een extra behoefte aan woningen in Nissewaard van 1.890 tot 2030. In de woningbouwprogrammering is verder rekening gehouden met 30% overprogrammering ten behoeve van planuitval en de mogelijkheid om 500 extra woningen binnen het stadscentrum te ontwikkelen, zodat de plancapaciteit neerkomt op 3.000 woningen. De 72 appartementen van dit plan zijn reeds opgenomen in de planmonitor wonen bij de Provincie. De planmonitor wonen is een instrument om gegevens over woningbouwplannen te beheren voor het rijk, provincies, regio’s en gemeenten. De 72 appartementen worden gerealiseerd in het goedkope segment (tot 70m2 ) 10, in midden segment (70-100m2) 22 en duur ( 100-160m2) 40. Met de bouw van deze appartementen wordt tegemoet gekomen aan de vraag naar appartementen.

Ligging in bestaand stedelijk gebied De ontwikkeling ligt in het bestaand stedelijk gebied. Wij verwijzen naar figuur 2.1

-6-

2.2 Provinciaal beleid De omgevingsverordening en de omgevingsvisie Zuid-Holland De omgevingsverordening en de omgevingsvisie Zuid-Holland zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Deze vervangen de Verordening Ruimte en de Visie Ruimte. Het nieuwe omgevingsbeleid bestaat uit de volgende onderdelen: De introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur, een overzicht van de samenhangende beleidskeuzes per provinciale beleidsopgave en de ontwikkelrichting die is opgenomen onder ‘Ambities en sturing’. Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Bestaand stads-en dorpsgebied. In figuur 2.1 is de kaart van het bestaande stads- en dorpsgebied weergegeven. De provincie kiest ervoor om verstedelijking zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied te concentreren. Hiermee worden investeringen in de gebouwde omgeving gebundeld, waardoor de kwaliteit van het bebouwde gebied behouden blijft en versterkt wordt. De planlocatie ligt binnen dit gebied.

Figuur 2.1 Kaart bestaand stads- en dorpsgebied behorende bij Verordening ruimte.

-7-

Stedelijke ontwikkelingen In paragraaf 6.2.3 van de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen voor stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voldoet aan de volgende eisen: a. De toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6 tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. Indien de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. Het plan valt binnen bestaand stads- en dorpsgebied. In hoofdstuk 2.1 is uitvoerig in gegaan op de ladder van duurzame verstedelijking. Hieraan wordt voldaan. Gebiedskwaliteit. De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Om te kunnen bepalen of een ontwikkeling past bij de gebiedskwaliteit, waardeert de provincie de kwaliteit van gebieden in drie categorieën en onderscheidt ze ruimtelijke ontwikkelingen naar hun mate van impact op de omgeving. De bouwlocatie ligt in een gebied zonder een bijzondere kwaliteit. Ontwikkeling.

Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. In de Omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen (artikel 6.9). Inpassing Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een nieuwe woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit. Aanpassing Dit betreft een ontwikkeling van relatief beperkte omvang die niet past bij de aard van het landschap, of een gebiedseigen ontwikkeling die niet past bij de schaal van het landschap. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, zo nodig inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. In gebieden met bijzondere kwaliteit is aanpassing in principe uitgesloten.

-8-

Transformatie Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap ontstaat. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. In gebieden met bijzondere kwaliteit of een specifieke waarde is transformatie in principe uitgesloten. Het hier voorliggende bouwplan valt in categorie 1 (inpassing) en ligt niet in een gebied met een bijzondere beschermingscategorie. De planologische uitbreiding met 72 woningen betreft, gezien de ligging van het gebied in het centrum, een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Gebiedsprofiel Als uitwerking van de kwaliteitskaart die onderdeel vormt van de ‘Visie op ZuidHolland’ is voor een “gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit” opgesteld. Dit gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken, ontwikkelingen, kwaliteiten en ambities in het gebied. Een gebiedsprofiel is een compacte kwaliteitsgids met een beschrijving van ruimtelijke elementen die van bovenregionaal belang zijn.

De kwaliteitskaart is het kader voor dit gebiedsprofiel. De gebiedsprofielen geven vooral richting aan middelgrote ruimtelijke ingrepen en aanpassingen. Het gebiedsprofiel is een hulpmiddel om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren. Het is nadrukkelijk geen blauwdruk of ontwikkelingsplan. Er wordt niet bepaald waar welke functie mag komen; er staan dus geen contouren, bestemmingen of functies in. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Uit het gebiedsprofiel Voorne-Putten blijkt het volgende: Doel voor een Gebiedsprofiel is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit in de planvorming. Voor Voorne-Putten kan dit algemene doel worden geconcretiseerd in de volgende ambities, waarbij we de drie ruimtelijke landschappelijke thema’s als basis gebruiken. Kwaliteit in stad en dorpsgebied Kenmerken Op Voorne-Putten zijn vijf typen stads- of dorpsranden gedefinieerd; gebaseerd op de ligging in het landschap. Het zijn randen grenzend aan de duinen, de polders, groenstructuren, water of de dijk. De bebouwingsranden langs het water en de polders zijn vanaf grote afstand zichtbaar. De bebouwingsranden langs de duinen en de groenstructuren hebben een meer introvert en gelaagd karakter. Het is van belang dat ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand bijdragen aan het realiseren van kwaliteit in de

-9-

overgang tussen stad/dorp en land op basis van de landschappelijke kwaliteiten. Ontwikkelingen Natuurontwikkeling (inclusief water) in de stadsrand (zuidoostzijde Spijkenisse, zuidoostzijde Hellevoetsluis). In de binnenduinrand wordt de oorspronkelijke bebouwing vervangen door grotere bouwvolumes. Er worden waterfronten ontwikkeld bij Spijkenisse De planlocatie is aangeduid als ‘stad’. De ontwikkeling tast het gevarieerde en verbindende vrijetijdslandschap niet aan en geeft gezien de opzet een kwalitatieve meerwaarde aan het gebied. Doordat de winkelfunctie van het Kolkplein wordt opgeheven en in het plan wordt voorzien van kwalitatief groen. Molenbiotoop In artikel 6.25 van de omgevingsverordening is de bescherming van de molenbiotooop opgenomen. Dit artikel luidt als volgt: 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de molenbiotoop van traditionele windmolens, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 15 in bijlage II, garandeert in voldoende mate de vrije windvang en het zicht op de molen en voldoet aan de volgende voorwaarden: a. binnen een straal van 100 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, wordt geen nieuwe bebouwing opgericht of beplanting aangebracht, hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b.

binnen een straal van 100 tot 400 m, gerekend vanuit het middelpunt van de molen, gelden de volgende hoogtebeperkingen voor bebouwing en beplanting: 1°voor zover dit gebied is gelegen buiten bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte niet meer dan 1/100ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek; 2°voor zover dit gebied is gelegen binnen bestaand stads- en dorpsgebied bedraagt de maximale hoogte van bebouwing en beplanting niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen bouwwerk en beplanting en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek. Dezelfde regeling is opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Het plan past binnen de regels van het plan. Een beschrijving met toets is in paragraaf 4.12 nader opgenomen. Conclusie De conclusie is dan ook dat het provinciale beleid de voorgestane ontwikkeling niet in de weg staat.

- 10 -

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1 Structuurvisie 2010-2020 (2009) In de periode 2010-2020 realiseert de gemeente Spijkenisse (thans door herindeling opgegaan in de gemeente Nissewaard) haar laatste grote bouwprojecten. Het accent komt steeds meer te liggen op het bouwen in de stad in plaats van het bouwen aan de (randen van de) stad. In de Structuurvisie formuleert het gemeentebestuur een samenhangende visie op de ruimtelijke en functionele ontwikkeling van Spijkenisse, met aandacht voor het maatschappelijk functioneren van de stad. Vertrekpunt De Structuurvisie geeft de ruimtelijke en functionele ontwikkeling in Spijkenisse op hoofdlijnen weer. De visie is het uitgangspunt voor de politieke agenda. Geen dichtgetimmerd eindplan, maar het vertrekpunt van de gemeente voor gesprekken met hogere overheden, marktpartijen en partners om ontwikkelingen en investeringen in de stad te initiëren. Uiteraard kunnen verschillende accenten en prioriteiten in deze visie worden aangebracht bij toekomstige wijzigingen in inzichten. Communicatiemiddel De structuurvisie dient ook als communicatiemiddel. Bijvoorbeeld om duidelijk te maken welke kernkwaliteiten Spijkenisse heeft en welke kansen er zijn om deze kwaliteiten verder te versterken. De, in de structuurvisie vastgelegde, ruimtelijke en functionele ontwikkeling op hoofdlijnen, krijgt de verdere uitwerking in de bestemmingsplannen.

Gezien het feit dat het hier een kleine uitbreiding van het aantal woningen betreft past dit binnen de structuurvisie. Herstructurering en afronding nieuwbouw stadscentrum Het gebied wordt op de kaart aangeduid als herstructureringsgebied. Spijkenisse kent een bijzonder stadscentrum met goede culturele kwaliteiten. De gemeente heeft al veel geïnvesteerd in het centrum. Nu is het belangrijk om de overgangsgebieden en aanlooproutes van de stad naar het stadscentrum aan te pakken. Herijking Meerjarenvisie Stadscentrum Spijkenisse Een van de maatregelen in deze herijking is ‘Het afbouwen van de winkelfunctie van het Kolkplein’. De bedoeling is om dit gebied te herontwikkelen waaronder het plangebied van het J.M. den Uyllaan. Dit bestemmingsplan is een uitvoering van deze maatregel. Nissewaard naar 2040 ontwikkelperspectief voormalige groeikern Spijkenisse Met het ontwikkelperspectief ‘Nissewaard naar 2040’ is een stap gezet naar een schokbestendige en vitale gemeente. Het ontwikkelperspectief vat de opgave voor Nissewaard samen in vier principes: 1. goed groen is goud waard, 2. verbeter de bereikbaarheid en mobiliteit,

- 11 -

3. differentieer de woningvoorraad, 4. zet in op de ontwikkeling van werkgelegenheid, onderwijs en ruimte voor ondernemerschap. Het ontwikkelperspectief benoemd een aantal belangrijke aandachtsgebieden. Een van deze gebieden is het centrum. De opgaven voor het centrum zijn met name: clusteren van winkels, transformeren van leegstand, vitaal en leefbaar centrum, verdichten, differentiëren van de woningvoorraad, slechten barrière werking centrumring en nieuwe ontwikkeling rondom metro busstation. Het plan draagt op diverse punten bij aan deze opgaven. De nieuwbouw op deze locatie, langs de centrumring van Spijkenisse en bij de entree van het stadscentrum, draagt bij aan de verbinding van de wijk De Elementen met het centrum. Met de nieuwbouw wordt tevens voorzien in de verdichtingsopgave en de vraag naar nieuwbouw appartementen in het centrum en nabij het metro busstation. Waterstructuurplan Spijkenisse (04-06-2005) In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is afgesproken dat de gemeenten tussen 2003 en 2006 op grond van de stedelijke wateropgave en rekening houdend met de reeds beschikbare (stroom) gebiedsvisie, eigen waterplannen opstellen. Om uitvoering te geven aan dit akkoord heeft de gemeente samen met de waterbeheerders in het gebied een waterstructuurplan opgesteld voor het gemeentelijk grondgebied binnen de hoofdwaterkeringen.

De analyse van het waterstructuurplan gaf aan dat het watersysteem in Spijkenisse knelpunten kende. Zonder maatregelen zou in het licht van klimaatverandering, zeespiegelrijzing en bodemdaling, als mede verdere verstedelijking, deze situatie verergeren volgens dit rapport. In de jaren hierna is vooral in Spijkenisse Noord extra aandacht geschonken aan enerzijds het vergroten van de waterberging en anderzijds het verbeteren van de afvoermogelijkheden van overtollig oppervlaktewater uit dit gebied. Inmiddels voldoet Nissewaard aan de gestelde eisen. Onder 4.7 wordt de watertoets nader besproken. Verbreed Gemeente Rioleringsplan 2017-2021 Het VGRP is vastgesteld op 7 december 2016. Hierin is weergegeven hoe de gemeente haar rioleringstaak vorm wil geven. Het VGRP heeft de volgende speerpunten: Het blijven beschermen van de volksgezondheid en het milieu Lozen en beheer van aansluitleidingen Klimaatadaptatie & Integraal programmeren De verantwoordelijkheden ten aanzien van grondwater Samenwerking in de afvalwaterketen Voorne Putten De gemeente wil deze speerpunten realiseren door: Planmatig beheer en onderhoud van bestaande voorzieningen conform het dynamisch

- 12 -

beheerplan; Het vervangen en renoveren van kwalitatief slechte riolering in combinatie met de bovenliggende verharding, het groen en klimaatadaptieve maatregelen; Meten aan het systeem zodat de gemeente op de praktijk gebaseerde beslissingen kan nemen; Nader onderzoek naar de voor wateroverlast gevoelige locaties binnen het grondgebied. Het plan wordt aangesloten op de bestaande riolering. Verkeer: beleidsnota, wegcategoriseringsplan Mobiliteitsagenda 2020+ De gemeente Nissewaard heeft een Mobiliteitsagenda 2020 + vastgesteld. In dit rapport wordt de visie op verkeer en vervoer gegeven voor de middellange termijn met een doorkijk voor de periode na 2020. Hierin is opgenomen dat voor het parkeren in de nieuwbouw de (meeste actuele) CROW kengetallen worden aangehouden (midden van de bandbreedte, voor dit gebied categorie ‘niet stedelijk’). De parkeernota waarin deze CROW kengetallen zijn opgenomen is de Parkeernormering Nissewaard. Parkeernormering Nissewaard De Parkeernormering Nissewaard is op 9 februari 2016 door het College van Burgmeester en wethouders van Nissewaard als onderdeel van het besluit Harmonisering Parkeernormering vastgesteld. De notitie geeft de werkwijze weer voor het bepalen van de parkeer-eis bij een nieuwe ontwikkeling of functiewijziging van een locatie of gebied. Onder 4.2 wordt aandacht besteed aan het parkeren.

Woonvisie In de woonvisie ‘Nissewaard woont’ zijn de volgende punten voor onderhavig plan van belang: 1. Er worden alleen nog nieuwbouwwoningen gerealiseerd in segmenten en woonmilieus die iets toevoegen. Dat kan zowel een kwantitatieve als kwalitatieve toevoeging zijn. 2. De woningen zien er aantrekkelijk uit, hebben een eigen identiteit en een hoge kwaliteit. 3. Het straatbeeld kenmerkt zich door afwisseling. De buurten zijn transparanter en er is meer stedenbouwkundige samenhang. 4. De eenzijdigheid van de woningvoorraad wordt doorbroken, onder andere via renovatie of herstructurering. 5. Bestaande woonmilieus worden versterkt door verbetering van de openbare ruimte en woningen 6. In de wijken en kernen wordt het bestaande groen in stand gehouden en versterkt.

- 13 -

De bouw van de appartementen passen binnen de bovengenoemde richtpunten, behalve dat er voor een deel op bestaand groen wordt gebouwd. Wel wordt de waterpartij vergoot op een deel waar nu parkeerplaats is. De bouw van de appartementen betreft een binnenstedelijk herinrichting die nodig is om in de woningbehoefte te voorzien.

- 14 -

3. Ruimtelijke en functionele analyse 3.1 Ruimtelijke analyse. Inleiding Spijkenisse (nu Nissewaard) is in de 2e helft van de vorige eeuw geëvolueerd van klein dorp naar middelgrote stad van bijna 85.000 inwoners. Tussen 1978 en 1990 werden er in de groeikerntijd meer dan 14.000 nieuwe woningen gebouwd in een enorm tempo. In die tijd kreeg ook het centrum voorzieningen waar zij recht op had zoals een theater, een bibliotheek, een ziekenhuis en ook een metroverbinding met Rotterdam. In het afgelopen decennium is meer architectonische en stedenbouwkundige diversiteit gekomen met onder meer het nieuwe Centrumplan, het nieuwe Theater De Stoep, de nieuwe bibliotheek De Boekenberg en de recente uitbreidingen met o.a. hoogbouw langs de Oude Maas en het nieuwe plan De Haven van Spijkenisse. De diverse stadia waarin de groei heeft plaatsgevonden zijn goed afleesbaar aan de verschillende architectuurstijlen die zichtbaar zijn. Spijkenisse vormt een architectonische en stedenbouwkundige staalkaart voor het bouwen van de afgelopen 50 jaar. Bijzonder is dat in de dynamische groei van dorp naar complete stad nu al relatief jonge bebouwing gesloopt gaat worden om plaats te maken voor nieuwe gebouwen. Je zou kunnen zeggen dat Spijkenisse daarmee volwassen is geworden of aan het worden is.

In de 'Meerjarenvisie Stadscentrum Spijkenisse' wordt naast het advies de winkelfuncties rond het Kolkplein af te bouwen ook geadviseerd het aanwezige parkeren direct voor de winkels voor het winkelend publiek op deze locatie op te heffen. De planlocatie ligt tegenover het Kolkplein. Dit deel is nooit bebouwd geweest, al is dit wel altijd de bedoeling geweest. In het verleden zijn plannen daartoe ontwikkeld die echter niet tot realisatie gekomen zijn. Beschrijving ligging Het plangebied is gelegen aan de rand van het centrum en vormt in feite de entree naar het stadscentrum vanaf de noordwestzijde. Het her in te richten gebied is gelegen tussen de Dr. J.M. den Uyllaan, de Van Houtenstraat en de Schenkelweg. J.M. den Uyllaan grenst aan een woonbuurt met voornamelijk grondgebonden woningen, 2 lagen met kap. Op de locatie is een waterpartij aanwezig en een grote parkeerplaats, bedoeld voor centrumbezoekers en langparkeerders. De parkeerruimte zal verkleind worden tot een omvang die voldoende is voor de parkeerbehoefte van de direct omwonenden en bezoekersplaatsen voor de nieuwbouw. De te vergroten waterpartij zal in een aangepaste vorm onderdeel zijn van het nieuwe ontwerp op deze plek. Omgevingsfactoren Het plangebied grenst aan de Schenkelweg. Deze weg is onderdeel van de hoofdverkeersstructuur van Spijkenisse.

Dat de Schenkelweg een belangrijke functie heeft in de hoofdstructuur wordt onder meer benadrukt door het weidse profiel en de relatief grote volumes van het theatergebouw en de parkeergarage die hun gevels aan deze weg hebben. Deze gebouwen maken dit deel van de centrumomranding door hun

- 15 -

grote volumes hier goed afleesbaar is. De introverte, gesloten verschijningsvorm met weinig openingen richting Schenkelweg passen bij de functie van de Schenkelweg, die tot nu toe vooral bedoeld lijkt voor de dynamiek van autoverkeer en niet zozeer om te verblijven. Voor voetganger en fietser is de Schenkelweg aan de zijde van Kolkplein weinig uitnodigend ondanks de aanwezige infrastructuur voor deze weggebruikers. De nieuwe bebouwing binnen het plangebied zal onderdeel worden van de centrumrand en kan bijdrage aan een hogere belevingswaarde voor voetganger en fietser. Aan de overzijde van de Schenkelweg zijn in de afgelopen jaren diverse woningbouwprojecten gerealiseerd. Zoals onder meer de forse hoogbouwvolumes langs de Oude Maas, met aan de voet daarvan een woonwijk met grondgebonden woningen en het plan 'De Haven' dat momenteel ontwikkeld wordt, dit is het plangebied van het project “De Elementen” en bevat in totaal circa 3000 woningen. Door deze nieuwe ontwikkelingen krijgt ook het plangebied een andere betekenis. Tot voor kort lag de locatie gevoelsmatig aan de rand van Spijkenisse, nu ligt het plangebied centraler en vormt het de nieuwe en veel meer een markante toegang naar het stadshart van Spijkenisse.

Niet alleen voor autoverkeer maar ook voor de bewoners van deze nieuwe wijk, die vanwege de korte afstanden eerder te voet of met de fiets vanuit De Elementen naar het Centrum zullen gaan dan met de auto. Een andere belangrijke factor in de huidige situatie is de korenmolen “Nooit Gedacht”, die vanwege de molenbiotoop een hoogtebeperking oplegt aan alle nieuwe ontwikkelingen. Bijzonder is dat de molen in het jaar 2009 is opgevijzeld met 7 meter vanwege de plannen voor een nieuw theater (met hoge toneeltoren) in de directe nabijheid van de molen. Nu is de molen geen “lage” maar een “hoge” stellingmolen geworden. Tenslotte dient vermeld te worden dat binnen het plangebied flinke hoogteverschillen aanwezig zijn, omdat de Schenkelweg 2 tot 3 meter hoger ligt dan het plangebied. Dit deel van de Schenkelweg is secondaire waterkering, vanuit dat oogpunt gelden hier beperkingen. Voorzieningen Het voorzieningenniveau in de directe omgeving is hoog. Dat maakt deze locatie uitermate geschikt voor woningbouw. In de directe omgeving zijn op loopafstand onder meer aanwezig het winkelgebied van het stadshart, het stadhuis, culturele voorzieningen zoals het theater De Stoep en bibliotheek De Boekenberg. Op iets grotere afstand medische voorzieningen zoals Spijkenisse Medisch Centrum met een metrostation met verbinding naar Rotterdam Centrum (beiden op 7 tot 9 min loopafstand).

Onderwijsinstellingen zijn iets verder weg maar per fiets goed bereikbaar (5 tot 10 min), al moet dan wel altijd de ringweg worden overgestoken. De aanwezigheid van goede voorzieningen op loopafstand kan invloed hebben op het autobezit van de nieuwe bewoners. Ervaringen uit soortgelijke andere locaties leren dat de noodzaak om een auto te hebben daardoor daalt.

- 16 -

Programma In de nieuwe ontwikkeling worden uitsluitend appartementen gebouwd. Voor het plangebied gaat het om 72 appartementen. Binnen het programma zal een grote diversiteit in woninggrootte zijn. De kleinste appartementen zijn 2-kamer woningen en hebben een oppervlakte van ca 50m2. Het merendeel van de woningen heeft 3 kamers. De gemiddelde grootte van de woningen zijn ca 85m2 per woning. Er wordt geen galerijontsluiting toegepast. Alle woningen worden ontsloten vanuit een binnen corridor of rechtstreeks vanuit de lift hal. Hierdoor krijgen de bouwblokken een “alzijdige” uitstraling en worden doodse galerijgevels vermeden. Alle appartementen krijgen een buitenruimte die minimaal 3,0 x 3,0m groot is. Een grote buitenruimte draagt bij aan de woonkwaliteit en vergroot bovendien de interactie tussen privé en publieke ruimte. In het basement worden de fietsenbergingen en parkeerplaatsen ondergebracht. Het streven is om op maaiveldniveau alleen een berging voor fietsen te maken. Dit kan ofwel een beperkte bergingsruimte zijn van ca. 15x2,1m waar 2 fietsen inpassen, of een gemeenschappelijke fietsenberging eventueel met fietskluizen, of een combinatie van beide. In de woning zelf wordt het resterende deel van de bergingsruimte gerealiseerd.

Het voordeel is dat de bewoner een groot deel van de berging direct aan de woning heeft en dus niet naar een bergingencomplex hoeft op een andere bouwlaag. Dit geeft meer gevoel van veiligheid en ook meer wooncomfort. Ook wordt de ruimte die voor de resterende fietsenbergingen op maaiveld nodig is beperkt. Omdat een berging van 5m2 buiten de woning volgens de eisen van het Bouwbesluit verplicht is, zal de hier voorgestelde oplossing alleen mogelijk zijn op basis van gelijkwaardigheid. In diverse grote steden is dit al de praktijk. Ruimtelijke inpassing De ontwikkeling van de planlocatie neemt een speciale positie in als onderdeel van de omranding van het centrumgebied. Op deze plek ligt één van de belangrijke toegangen naar het centrum, zowel voor de auto als voor voetganger en fietser. In het ontwerp zal dit tot uiting komen. De bouwmassa's verbeelden door hun compositie en plaatsing de entree naar het stadshart. Door de lichte verdraaiing in de Schenkelweg, als men uit noordelijke richting het plangebied benadert, komt het bouwvolume op de planlocatie al snel in het zichtveld. Dit kan benut worden om het entreegebaar extra vorm te geven. Het plangebied ligt aan de Dr. J.M. Den Uyllaan. Dit een belangrijke route richting het bestuurlijk centrum rond het stadhuis.

Deze laan heeft een eenduidig profiel met continue straatwanden met een gemiddelde hoogte van ca 6 tot 8 bouwlagen. De breedte/hoogte verhouding van het straatprofiel is uitgewogen en past bij de functie die deze straat heeft binnen de hoofdstructuur van Spijkenisse. De lichte buiging in het verloop van de Dr. J.M. Den Uyllaan is een mooie introductie naar de verdichting rondom het stadhuis en winkelhart.

- 17 -

Het ligt voor de hand dat binnen de nieuwe bebouwing dit profiel zal worden voortgezet. Ook in materialisatie, kleur, textuur en gevelbehandeling kan de nieuwe bebouwing voortborduren op de bouwvolumes rond de Dr. J.M. Den Uyllaan, maar het nieuwe bouwvolume zal wel duidelijke kenmerken van deze tijd hebben. Juist de diversiteit en datering van de gebouwde omgeving maakt de stad interessant. Door het plangebied lopen diverse verkeersroutes. Voor autoverkeer wordt de planlocatie ontsloten op de Dr. J.M. Den Uyllaan. Voor fietsers en voetgangers is de route vanaf het kruispunt Dr. J.M. Den Uyllaan/Schenkelweg richting het centrumgebied belangrijk. Dit is ook de voornaamste toegangsroute voor bewoners vanuit het deelgebied De Elementen. Fietsers en auto's zullen richting centrum vooral via de Gorsstraat worden geleid. Voor de voetganger wordt een nieuwe route gemaakt die door het verkeersluwe binnen gebied van het Kolkplein loopt. Dit zal een beschutte, veilige en groene wandelroute zijn, waarbij veel wisselwerking is tussen het openbare gebied en de aangrenzende woongebouwen. Sociale veiligheid gedurende alle delen van de dag is belangrijk. Dode hoeken en enge plekken worden vermeden. Het parkeren wordt zoveel mogelijk onder de woongebouwen gerealiseerd.

Figuur 3.1 Verkeersstromen

- 18 -

De waterpartij op de planlocatie zal worden verlegd om ruimte te maken voor de nieuwbouw. Deze waterpartij heeft een functie in het bestaande watersysteem maar geeft ook een extra kwaliteit aan de buitenruimte. Een groot deel van de aangrenzende woningen heeft de buitenruimte aan deze zijde en kijkt uit over het water. Door de positie van de bouwblokken zal de beeldbepalende treurwilg helaas gekapt moeten worden. Het plan voorziet echter ruimschoots in vervangend groen.

Figuur 3.2 impressie bouw

Openbare ruimte/Groen In de huidige situatie is hebben de Dr. J.M. Den Uyllaan en Schenkelweg geen hoge verblijfskwaliteit. Voor de Schenkelweg is dat niet vreemd, deze weg heeft voornamelijk een functie voor autoverkeer, wel zijn er recent statige bomenrijen geplant recht tegenover de planlocatie. De Dr. J.M. Den Uyllaan heeft richting gemeentehuis vooral een functie als centrumontsluitingsweg, met een eenduidig profiel dat daarbij past: er is een duidelijke scheiding tussen de diverse weggebruikers. Auto's, fietsers en voetgangers hebben elk hun eigen domein. De Gorsstraat en Thorbeckelaan zijn ontsluitingswegen op buurtniveau. Hier worden de verschillende soorten weggebruikers meer met elkaar geconfronteerd, al is in de Gorsstraat de fietser nog wel gescheiden van de auto, er is een ruim fietspad aanwezig als directe toegangsroute naar het stadscentrum. Belangrijke knooppunten zijn de kruising van de Dr. J.M. Den Uyllaan met de Schenkelweg en de kruising van de Dr. J.M. Den Uyllaan met de Gorststraat/Thorbeckelaan. Omdat over het plangebied diverse langzaam verkeerroutes lopen en vanuit De Elementen ook steeds meer langzaam verkeer bewegingen te verwachten zijn, verdient het aanbeveling deze kruispunten zodanig in te richten dat deze verkeersstromen als vanzelfsprekend en veilig gefaciliteerd worden.

Niet alleen verkeerskundige maatregelen kunnen dit versterken maar ook met de inrichting van de buitenruimte kan de routing

- 19 -

door het plangebied verduidelijkt worden. Een prettige buitenruimte stimuleert het gebruik ervan. Het ligt voor de hand het profiel van de Dr. J.M. Den Uyllaan door te zetten tot aan het (grote)kruispunt met de Schenkelweg. Dit profiel heeft een uitgewogen hoogte/breedte verhouding, een logische scheiding van verkeersstromen en past bij de functie als hoofdontsluiting voor de wijk. Deze voortzetting zal ook gelden voor de buitenruimte inrichting en groenvoorziening met bomen. De vijverpartij in het plangebied achter de Thorbeckelaan wordt verplaatst en opnieuw vorm gegeven. Aan één zijde staan de woonblokken met het basement in het water. De gevels hebben hier royale terrassen, die een groot deel van de dag de zon krijgen. De overige oevers van de vijver krijgen een zachte overgang en groen karakter. Tussen de vijver en de maaiveldparkeerplaatsen is ruimte voor bomen, die het zicht tussen nieuwbouw en de laagbouwwoningen onderling beperkt. 3.2 Functionele analyse. Het plangebied is in de structuurvisie aangewezen als herstructureringsgebied. Het plangebied is nooit bebouwd geweest, al is dit wel altijd de bedoeling geweest. In het verleden zijn plannen daartoe ontwikkeld die echter niet tot realisatie gekomen zijn.

De ontwikkeling voorziet in de grote vraag naar appartementen en biedt met de toevoeging van extra water een extra kwaliteit aan de buitenruimte Er worden 72 appartementen gerealiseerd in het goedkope segment (tot 70m2 ) 10, in midden segment (70-100m2) 22 en duur ( 100-160m2) 40. Met de bouw van deze appartementen wordt tegemoet gekomen aan de vraag naar appartementen.

- 20 -

4. Algemene realiserings- en uitvoeringsaspecten 4.1 Geluid. Het geluidsaspect is relevant in relatie tot industrielawaai, wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai. Toetsingskader is de Wet geluidhinder en enkele uitvoeringsbesluiten. Industrielawaai/spoorweglawaai Het perceel ligt binnen een geluidscontour van een gezoneerd bedrijfsterrein dan wel een spoorweg. Wegverkeerslawaai Wettelijk kader: Voor gevoelige bestemmingen binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek te worden overlegd. De breedte van de zone van een weg wordt omschreven in artikel 74 van de Wet geluidhinder: Artikel 74 [1] Langs een weg bevindt zich een zone die aan weerszijden van de weg de volgende breedte heeft: a. in stedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit 3 of meer rijstroken: 350 meter; 2. voor een weg, bestaande uit 1 of 2 rijstroken: 200 meter; b. in buitenstedelijk gebied: 1. voor een weg, bestaande uit 5 of meer rijstroken: 600 meter; 2. voor een weg, bestaande uit 3 of 4 rijstroken: 400 meter; 3. voor een weg, bestaande uit 1 of 2 rijstroken: 250 meter. [2] Het eerste lid geldt niet met betrekking tot: a. wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; b. wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt.

Artikel 82 Voorkeursgrenswaarde Conform artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder (Wgr) geldt voor de geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelige bestemming binnen de zone van een weg een voorkeursgrenswaarde Lden van 48 dB. In juni 2020 heeft Kuiper compagnons een akoestisch onderzoek uit gevoerd. De conclusie van dit onderzoek luidt als volgt: Binnen het bestemmingsplan ‘J.M. den Uyllaan’ wordt voorzien in de bouw van appartementen op de hoek van de Schenkelweg en de Dr. J.M. den Uyllaan. Deze nieuwe woningen zijn gelegen binnen de onderzoekszone van de Schenkelweg en de route Elementenweg/Dr. J.M. den Uyllaan en het industrieterrein Botlek/Pernis. Op grond van

- 21 -

de Wgh moet daarom akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is eveneens onderzoek gedaan naar de omliggende 30 km-wegen. Uit het onderzoek blijkt dat het verkeer op de Schenkelweg en de route Elementenweg/ Dr. J.M. den Uyllaan leidt tot een geluidsbelasting die de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. De geluidsbelasting bedraagt maximaal respectievelijk 61 en 58 dB, zodat de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden. De activiteiten op het industrieterrein Botlek/Pernis leiden ook tot een geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A), te weten maximaal 51 dB(A). De maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A) wordt ook niet overschreden. Verder blijkt uit het onderzoek dat bron- en overdrachtsmaatregelen op en langs de beschouwde wegen niet mogelijk zijn. Aan de voorwaarden met betrekking tot een geluidsluwe gevel, buitenruimte kan bij alle woningen worden voldaan door toepassing van een gesloten borstwering rond de buitenruimte van de woning. De exacte dimensionering is afhankelijk van de definitieve bouwplannen. Door middel van een aanvullende berekening zal bij de voorbereiding van de bouwaanvraag de exacte dimensionering van deze gesloten borstwering worden bepaald. Voor zover niet bij alle woningen kan worden voldaan aan deze voorwaarden kan worden afgeweken van deze voorwaarden.

Om hinderlijke geluidsreflecties tegen te gaan is het noodzakelijk dat het plafond van het bovenliggende balkon (voor zover aanwezig) wordt voorzien van geluidsabsorberende materiaal voor zover deze balkons zijn gelegen aan de wegzijde. Bij het beoordelen van de karakteristieke geluidwering van de gevels moet als uitgangspunt worden aangehouden de gevelbelasting ínclusief het verkeer op de 30 km-wegen. Gezien het bovenstaande is het noodzakelijk dat een hogere waarde wordt vastgesteld. Het ontwerpbesluit tot vaststelling van de hogere waarde moet gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Conclusie Het bouwplan voor de 72 woningen kan met het vaststellen van een hogere waarde uit oogpunt van akoestiek worden gerealiseerd. 4.2 Verkeer. Verkeer, ontsluiting en parkeren Voor het verkeer en het parkeren heeft Goudappel en Coffeng een onderbouwing geschreven. Deze is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Verkeer.

- 22 -

Uit figuur 4.1 blijkt dat de nieuwbouwontwikkeling van de woningen (locatie Kolkplein en J.M. den Uyllaan samen) een verkeersgeneratie hebben van circa 1.160 mvt per gemiddelde werkdagetmaal. In beide maatgevende spitsuren (werkdagochtend- en werkdagavondspits) bedraagt de verkeersgeneratie circa 110 mvt. De verkeersgeneratie van de bestaande detailhandel is ook in deze figuur opgenomen. Als gevolg van de ontwikkeling komen deze verkeersbewegingen te vervallen. De gepresenteerde waarden betreffen motorvoertuigbewegingen (mvt) en zijn afgerond op. tientallen.

Figuur 4.1 Netto-verkeersgeneratie herontwikkeling Spijkenisse

Uit figuur 4.1 blijkt dat als gevolg van de herontwikkeling de verkeersgeneratie van de locaties afneemt met circa 1.070 mvt per gemiddelde werkdagetmaal. In het ochtendspitsuur neemt de verkeersgeneratie af met circa 10 mvt en in het avondspitsuur bedraagt de afname circa 120 mvt. Enkel de vertrekken in het ochtendspitsuur nemen licht toe. PM samen ter plaatse van kolkplein aanwezige detailhandelGeconcludeerd wordt dat de nieuwe woonfuncties substantieel minder verkeer genereren dan de bestaande detailhandelsfuncties. Dit betekent dat geen nader onderzoek naar de verkeersafwikkeling van de woningbouwontwikkeling benodigd is. Parkeren. Conform gemeentelijk beleid dienen de meest actuele parkeerkencijfers van CROW aangehouden te worden als parkeernorm. De Parkeernormering Nissewaard maakt onderscheid naar stedelijkheidsgraad en stedelijke zone (gebiedstypologie). Voor Spijkenisse geldt een stedelijkheidsgraad van ‘sterk stedelijk’. Voor het plangebied geldt de stedelijke zone ‘centrumschil’. Conform de Parkeernormering Nissewaard dient het gemiddelde binnen de bandbreedte van de CROW-kencijfers aangehouden te worden. Gemeentelijke parkeernormering Aan de hand van het functieprogramma, de gehanteerde parkeernormen en aanwezigheidspercentages is de gemeentelijke parkeerbalans voor de ontwikkellocatie J.M. den Uyllaan bepaald.

De ontwikkelaar is voornemens alle woningen één vaste parkeerplaats binnen het gebouw toe te wijzen (te verkopen). De gemeente heeft aangegeven dat binnen J.M. den Uyllaan daarom de POET-regeling (parkeren op eigen terrein) van kracht is. Alle bewoners hebben één parkeerplaats in het gebouw en krijgen zodoende voor de 1e auto geen parkeervergunning voor parkeren ‘op straat’. Voor de 2e en opvolgende auto’s zijn de bewoners aangewezen op een parkeervergunning op het langparkeerterrein Breestraat of een parkeerabonnement in een van de parkeergarages. Het resultaat van de parkeerbalans is opgenomen in tabel 4.1. Voor de vaste parkeerplaatsen geldt voor elk moment in de week een aanwezigheidspercentage van 100%. Voor de parkeerplaatsen ten

- 23 -

behoeve van dubbelgebruik zijn de reguliere aanwezigheidspercentages toegepast van bewoners en bezoekers.

Uit tabel 4.1 blijkt dat de totale parkeervraag van J.M. den Uyllaan, rekening houdend met het toewijzen van vaste parkeerplaatsen aan bewoners, 107 parkeerplaatsen bedraagt op het maatgevende moment (zaterdagavond). Met een parkeeraanbod van 113 parkeerplaatsen is op alle momenten van de week de parkeerbalans sluitend. 4.2 Langparkeerterrein Van Houtenstraat Als gevolg van de woningbouwontwikkeling verdwijnt het langparkeerterrein Van Houtenstraat. In totaal bedraagt de capaciteit van dit terrein 68 parkeerplaatsen. Om te onderzoeken wat de huidige bezetting van het terrein is, is een parkeerdrukmeting uitgevoerd op zaterdag 9 november en dinsdag 12 november 2019. In tabel 4.2 is het resultaat van de parkeerdrukmeting van dit parkeerterrein opgenomen.

Uit tabel 4.2 blijkt dat op zaterdagmiddag 15 parkeerplaatsen bezet zijn. Op dinsdagmiddag is de bezetting 19 parkeerplaatsen en dinsdagavond 29 parkeerplaatsen. Deze langparkeerders met een vergunning dienen ergens anders in Spijkenisse de mogelijkheid te krijgen om te parkeren. Tijdelijk parkeerterrein toevoegen PM Mogelijkheid is het gebruik maken van de twee andere langparkeerterrein rondom het centrum van Spijkenisse, namelijk LP Breestraat en LP Vredehofstraat. Door middel van een parkeerdrukmeting is onderzocht of deze langparkeerterreinen over voldoende restcapaciteit beschikken om de huidige bezetting van LP Van Houtenstraat op te vangen. In figuur 4.1 is de ligging van de langparkeerterreinen inzichtelijk gemaakt. Tabel 4.3 presenteert per alternatief langparkeerterrein de huidige bezetting.

- 24 -

Uit tabel 4.3 blijkt dat de bezetting op de overige langparkeerterreinen in Spijkenisse laag is. Op zaterdagmiddag bedraagt de bezettingsgraad 16%, op dinsdagmiddag 22% en op dinsdagavond 13%. Tabel 4.4 maakt inzichtelijk wat de bezetting is op de terreinen inclusief de huidige bezetting van langparkeerterrein Van Houtenstraat.

Uit tabel 4.4 wordt geconcludeerd dat de huidige bezetting van langparkeerterrein Van Houtenstraat opgevangen kan worden op de langparkeerterreinen Breestraat en Vredehofstraat. De bezettingsgraad van deze parkeerterreinen blijft onder de 30%. 4.2.1 Parkeerbezetting omgeving Van Houtenstraat. Voor het inzichtelijk maken van de parkeerbezetting in de directe omgeving van de ontwikkellocatie is een parkeerdrukmeting uitgevoerd (zie figuur 4.2 voor het onderzoeksgebied). In tabel 4.5 is de parkeerbezetting van de directe omgeving opgenomen.

Uit tabel 4.5 blijkt dat de bezetting in de omgeving van J.M. den Uyllaan (Van Houtenstraat) relatief laag is. Op zaterdagmiddag is de hoogste bezettingsgraad gemeten van 72%. Doordeweeks is de bezettingsgraad lager met 65% op de werkdagavond en 48% op werkdagmiddag. Conclusie Bij de woningbouwontwikkeling J.M. den Uyllaan is de parkeerbalans sluitend op basis van het uitgangspunt dat alle woningen één vaste parkeerplaats toegewezen krijgen. De resterende parkeervraag van bewoners en de parkeervraag van bezoekers wordt op

- 25 -

basis van dubbelgebruik gefaciliteerd op maaiveld waar parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het langparkeerterrein Van Houtenstraat verdwijnt om J.M. den Uyllaan te kunnen ontwikkelen. De overige langparkeerterreinen rondom het centrum van Spijkenisse hebben ruim voldoende restcapaciteit om de auto’s (langparkeerder met vergunning) die daar nu geparkeerd staan op te vangen. De verkeersgeneratie van de woningbouwontwikkelingen (J.M. den Uyllaan + Kolkplein) ligt lager dan die van de bestaande (en te vervallen) detailhandel. Nader onderzoek naar de verkeersafwikkeling is daarom niet nodig. 4.3 Luchtkwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het nemen van een projectbesluit, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. Er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. b. De concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk. c. Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht. d. De ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Er worden in onderhavig plan 72 woningen toegevoegd. Voor de volledigheid hebben we de verkeerscijfers voor het Kolkplein ( 150 woningen) en J.M. den Uyllaan (72 woningen) samen gevoegd. De verkeerscijfers betreffen voor beide plannen gezamenlijk 1160 verkeersbewegingen per etmaal (zie bijlage Verkeer en Parkeren) In de Nibm tool ziet de berekening er als volgt uit:

- 26 -

Figuur 4.3: Nibm tool

Voor de volledigheid is uit oogpunt van goede ruimtelijke ordening ook de heersende luchtkwaliteit in ogenschouw te nemen. Op basis van de landelijk beschikbare GCNwaarden (Grootschalige Concentratiekaarten Nederland) kan gesteld worden dat de jaargemiddelde achtergrondconcentratie voor stikstofdioxide 22,0 (2015, gebaseerd op gegevens gcn 2013) microgram per kubieke meter lucht bedraagt en voor fijn stof is dit 22,8 (2015, gebaseerd op gcn 2013) microgram per kubieke meter. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de luchtconcentraties ruim voldoen aan de normering Wet milieubeheer onderdeel luchtkwaliteit (grenswaarde voor stikstofdioxide en fijn stof bedragen 40 microgram per kubieke meter, te bereiken in 2015 respectievelijk in 2011). Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft de uitbreiding van 72 woningen. Uit de berekeningen blijkt dat deze toevoeging (samen met de uitbreiding van het Kolkplein van 150 woningen) uit het oogpunt van luchtkwaliteit geen belemmeringen worden ondervonden. 4.4 Bodem. In het kader van de voorbereiding van het bouwplan is er door Arnicon op 16 juni 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De conclusie van het onderzoek luidt als volgt: Conclusies Op basis van de onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd, dat de hypothese "onverdacht" voor bodemverontreiniging wordt bevestigd.

De aangetoonde licht verhoogd gehalten aan minerale olie, PCB’s en nikkel in de grond en minerale olie in het slib duiden niet op lokale bronnen van verontreiniging. Bij toetsing aan de normen van het Besluit bodemkwaliteit voldoet de grond op de locatie grotendeels aan de criteria

- 27 -

voor schone grond. De lichte verontreinigingen geven geen aanleiding tot het verrichten van een nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen. De locatie wordt geschikt geacht voor de beoogde bestemming (wonen). De bodemkwaliteit stemt overeen met de verwachting op basis van voorgaande bodemonderzoeken. Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek wordt geconcludeerd dat de verdenking van bodemverontreiniging met asbest onterecht is. De vrijkomende bovengrond is naar verwachting ten minste geschikt voor hergebruik als klasse industrie grond. De ondergrond is toepasbaar als klasse achtergrondwaarde. Het slib is niet toepasbaar, maar mag op basis van de onderzoeksresultaten wel op de kant worden verspreid. Aanbevelingen Aan hergebruik van licht verontreinigde grond zijn beperkingen verbonden. Wanneer grond van de locatie vrijkomt en elders wordt toegepast, dient in principe te worden gehandeld conform het Besluit bodemkwaliteit. Indien grond vrijkomt is de gemeente waar de grond wordt toegepast bevoegd gezag ten aanzien van de bestemming van de grond. Conclusie: Dit betekent dat uit het onderzoek blijkt dat er geen milieuhygiënische bezwaren zijn tegen het beoogde gebruik van de grond (wonen). Het rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. 4.5 Externe veiligheid.

Normstelling en beleid Alle ruimtelijke plannen moeten worden getoetst aan het externe veiligheidsbeleid. Deze verplichting is voor wat betreft de risico's van bedrijven vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en in de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (cRNVGS) voor wat betreft het transport van gevaarlijke stoffen. De toetsing aan het externe veiligheidsbeleid moet worden uitgevoerd wanneer het plangebied gelegen is binnen het invloedsgebied van een risicobron. Wanneer dit het geval is moet beoordeeld worden of het plan voldoet aan de grens c.q. richtwaarde van het plaatsgebonden risico van deze risicobron. Verder zal in dat geval het groepsrisico verantwoord moeten zijn. De DCMR Milieudienst Rijnmond heeft op verzoek van de gemeente een inventarisatie gemaakt van alle risicovolle inrichtingen en transportroutes die invloed kunnen hebben op het gemeentelijk grondgebied. Deze inventarisatie heeft de basis gevormd voor de opgestelde signaalkaart NissewaardKernpunt in dit beleid is dat de gemeente bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening houdt met de door de veiligheidsregio RotterdamRijmond aangehouden effectzones bij ongevallen.

Voor bestaande situaties is in de visie als uitgangsprincipe aangegeven dat er geen maatregelen op het gebied van externe veiligheid worden opgelegd.

- 28 -

Het plangebied. In het kader van de externe veiligheid is het dus van belang om te onderzoeken of er in of in de nabijheid van de plangebieden nabij de bouwlocatie relevante inrichtingen en transportroutes aanwezig zijn en zo ja of nader onderzoek noodzakelijk is. Er vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats in de omgeving van het plangebied. Vervoer over water vindt plaats op de Oude Maas. Echter de Oude Maas bevindt zich op circa 750 meter van de planlocatie, zodat dit geen invloed heeft. Er kan worden geconstateerd dat er zich in de directe omgeving geen gevaarzettende ondergrondse leidingen dan wel LPG-stations aanwezig zijn. Ook wordt nog verwezen naar de risicokaart van de provincie Zuid-Holland. Uit deze kaart is op te maken dat er voor het plangebied geen risicovolle zaken aan de orde zijn. De herinrichting van deze locatie heeft geen invloed op deze situatie en levert ook geen extra risico op.

Figuur 4.4: Risicokaart provincie Zuid-Holland met pijl bij planlocatie

Ten slotte wordt nog opgemerkt dat de gemeente Nissewaard haar bewoners actief informeert op het gebied van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Door middel van de campagne Denk Vooruit ('Rampen vallen niet te plannen, voorbereidingen wel') worden burgers geïnformeerd hoe men zich kan voorbereiden op een eventuele calamiteit. Conclusie: Gezien het voorgaande kan geconcludeerd worden dat in het onderhavige plan voldaan wordt aan de wettelijke eisen en het geldende beleid op het gebied van externe veiligheid.

- 29 -

4.6 Bedrijven en milieuzonering. Ter bepaling van de mogelijkheid om milieubelastende bestemmingen te realiseren in de nabijheid van milieugevoelige bestemmingen, zoals woningen, wordt gebruik gemaakt van de systematiek van milieuzonering. In de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is één en ander nader beschreven en uitgewerkt. In deze VNG-publicatie is ook een Staat van Bedrijfsactiviteiten (SvB) opgenomen, waarbij per type bedrijf wordt aangegeven welke afstanden tussen milieugevoelige en milieubelastende bestemmingen moet worden aangehouden. Zo ontstaat een zone rond een perceel met een bedrijfsbestemming waar in principe geen milieugevoelige bestemmingen zijn toegestaan. Op deze wijze wordt geborgd dat er geen onaanvaardbare milieuoverlast voor milieugevoelige bestemmingen aan de orde zal zijn. Aangezien in het centrumgebied van Spijkenisse bedrijven en milieugevoelige functies reeds naast elkaar voorkomen, wordt voor ruimtelijke plannen gebruik gemaakt van de SvB 'functiemenging'. Bij deze milieuzonering van aanwezige gebieden met functiemenging wordt geen rekening gehouden met richtafstanden, maar met de bouwkundige situatie ten opzichte van milieugevoelige functies in de directe omgeving.

Deze SvB is opgesteld voor functiemengingsgebieden, zoals stadscentra, dorpskernen en winkelcentra en is ontleend aan een model uit de VNG-brochure "Bedrijven en Milieuzonering". De activiteiten in deze staat bestaan uit categorie A, B of C. De betekenis voor de toelaatbaarheid is als volgt: Categorie A: Activiteiten, die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn, dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B: Activiteiten, die in gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelasting voor hun omgeving, dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en andere gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C: De activiteiten zoals genoemd onder B, waarbij vanwege de relatief grote verkeersaantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdstructuur is aangewezen. In het aangrenzende gebied worden alleen bedrijven in categorie A en categorie B1 toegestaan. Daar de nieuwe bebouwing los van de bestaande bebouwing wordt uitgevoerd is voldaan aan het vereiste dat zij bouwkundig afgescheiden zijn. Conclusie: Dit betekent dat dit onderdeel niet aan de planvorming in de weg staat.

- 30 -

4.7 Water. Beleidskader De beleidscontext voor de visie op de ontwikkeling van het plangebied wordt gevormd door een aantal landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk zijn de meest relevante gemeentelijke beleidsaspecten op het gebied van riolering en waterhuishouding beknopt samengevat. Beleidskader Europees en Rijksniveau Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is een wettelijke richtlijn die tot doel heeft de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater binnen de EU-lidstaten te beschermen en te verbeteren. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) hebben de overheden (Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten) in 2003 afspraken gemaakt om gezamenlijk het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden. De focus lag daarbij sterk op waterkwantiteit (wateroverlast). Waterschap Hollandse Delta Waterstructuurplan Spijkenisse (06-04-2005) In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is afgesproken dat de gemeenten tussen 2003 en 2006 op grond van de stedelijke wateropgave en rekening houdend met de reeds beschikbare (stroom)gebiedsvisie, eigen waterplannen opstellen. Om uitvoering te geven aan dit akkoord heeft de gemeente samen met de waterbeheerders in het gebied een waterstructuurplan opgesteld voor het gemeentelijk grondgebied binnen de hoofdwaterkeringen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9668576/3