45. Raadsinformatiebrief Werkplan DCMR 2026; Bijlage
Tekst van het document
Auteur (s Afdeling Datum
DCMR Milieudienst Rijnmond Parallelweg 1 Postbus 843 3100 AV Schiedam T
010 - 246 80 00
E
info@dcmr.nl
W www.dcmr.nl
: Wilbert van Duinhoven en Wilco Lindenberg : Reguleren, Advies & Omgeving : 1 december 2025
Inhoud 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden .............................................. 4 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplannen ....................................................................... 4 1.3 Milieuaandachtspunten in de gemeente ........................................................................ 5 1.3.1 Milieubelastende activiteiten binnen de gemeente ................................................ 5 1.3.2 Beleid en prioriteiten van de gemeente Nissewaard .............................................. 5 1.3.3 Milieumeldingen van bewoners .............................................................................. 5 1.4 Wijze van verantwoorden .............................................................................................. 5 1.5 Uitdagingen van de arbeidsmarkt .................................................................................. 7 1.6 Escalatieladder .............................................................................................................. 8
2.
Financieel kader .................................................................................................................. 9 2.1 2.2 2.3 2.4
3.
Financieel kader 2026 ................................................................................................... 9 De tariefstructuur ........................................................................................................... 9 Budgetteringsmethodiek VTH-basistaken ..................................................................... 9 Indeling in producten en clusters ................................................................................. 10
Programma Milieubeheer ................................................................................................. 11 3.1 3.2 3.3
Inleiding ........................................................................................................................ 11 Uitgangspunten en programma VTH ........................................................................... 12 Uitgangspunten voor advisering over beleidsontwikkelingen en toetsing ...................... en advisering over de fysieke leefomgeving ................................................................ 14 3.4 Uitgangspunten voor databeheer, meten en monitoring ............................................. 14 3.5 Toelichting op de clusters ............................................................................................ 15 3.5.1 Cluster Reguleren ................................................................................................. 15 3.5.2 Cluster Milieutoezicht ........................................................................................... 15 3.5.3 Cluster Handhaving .............................................................................................. 17 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden ..................................................................... 18 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH .................................................................. 18 3.5.6 Cluster Overige VTH-taken ..................................................................................
18 3.5.7 Cluster Omgevingsadvies..................................................................................... 19 3.5.8 Cluster Beleidsadvisering ..................................................................................... 19 3.5.9 Cluster Bodem ...................................................................................................... 20 3.5.10 Cluster Geluid ....................................................................................................... 23 3.5.11 Cluster Omgevingsveiligheid ................................................................................ 23 3.5.12 Cluster Monitoring en databeheer ........................................................................ 24 3.5.13 Cluster Accountbeheer ......................................................................................... 25 3.5.14 Cluster Projectbijdragen ....................................................................................... 25 3.5.15 Cluster Materiële kosten ....................................................................................... 26 4
Aanvullende opdrachten .................................................................................................. 27
5
Bijlagen .............................................................................................................................. 29 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Samenvatting werkzaamheden ........................................................................ 29 Overzichtstabel DCMR-werkzaamheden Regiogemeenten ............................. 32 Taken, bevoegdheden en mandaat .................................................................. 43 Dienstbrede Projectbijdragen ........................................................................... 45 Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 ........................................................... 46 Reguleren en overzicht vergunningplichtige bedrijven ..................................... 53 Arrangementen ................................................................................................. 56 Afkortingenlijst ................................................................................................... 59
Werkplan 2026 I 3
1.
Inleiding
1.1 Gemeenschappelijke regeling, rollen en bevoegdheden Gemeente Nissewaard is aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling (GR) van DCMR. Naast de gemeente Nissewaard zijn 12 andere gemeenten en de provincie Zuid-Holland aangesloten bij het samenwerkingsverband. Zie bijlage 3 voor details over inhoud en taken. DCMR is één van de vijf regionale omgevingsdiensten in Zuid-Holland en verricht zijn taken voornamelijk in het Rijnmondgebied. Voor een aantal taken heeft DCMR een groter werkgebied, zoals bij de uitvoering van Seveso-taken voor de provincies Zeeland en ZuidHolland, de meldkamer en bij de landelijke Seveso-coördinatie. In het vervolg van dit werkplan wordt steeds gesproken over het Rijnmondgebied, wanneer het over het werkgebied gaat. De rol en taakuitvoering van DCMR wordt bepaald door de opdrachten die door de gemeenten en provincie Zuid-Holland, de participanten, bij DCMR zijn belegd. Deze opdrachten hebben betrekking op uitvoering van het door hen vastgestelde milieubeleid, binnen de daartoe beschikbaar gestelde middelen. Veel taken moeten door de omgevingsdiensten worden uitgevoerd. Dit is vastgelegd in het basistakenpakket1. Het werkplan 2026 is een uitwerking van de afspraken voor 2026 die met uw gemeente als opdrachtgever zijn gemaakt. Met de actuele product- dienstencatalogus als basis is de concrete taaktuitvoering in drie arrangementen uitwerkt.
Zie bijlage 7. Voor de uitvoering van de taken zijn bevoegdheden door uw gemeente aan DCMR gemandateerd. In 2025 is het mandaatbesluit aangepast aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024. Zie hiervoor bijlage 3. 1.2 Van beleidsbegroting naar werkplannen Het Rijnmondgebied kenmerkt zich door een grote bevolkingsdichtheid en een sterke concentratie van bedrijven en grote industrie. De bestuurlijke ambitie van de regio is erop gericht dat de ontwikkeling als economische topregio hand in hand gaat met behoud en verbetering van de leefkwaliteit en veiligheid. De regio verwacht een consequente en continue aandacht voor een gezond leefklimaat en veilige woon- en werkomgeving. Dat vergt professioneel toezicht op en regulering van bedrijvigheid in de regio. Om de ambities te verwezenlijken en alle functies in dit drukke gebied te combineren, is een adequate ruimtelijke planvorming cruciaal. De beleidsbegroting van DCMR heeft ten aanzien van de uit te voeren werkzaamheden een kaderstellend en richtinggevend karakter. Een belangrijk onderdeel van het beleidskader is het Meerjarenprogramma 2023-2026. Op basis van de vijf beleidsopgaven (veiligheid, tegengaan ondermijning, gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid), zijn 12 focuspunten voor de uitvoering vastgelegd. Zie verder bijlage 5.
Landelijk is afgesproken dat omgevingsdiensten vanaf 2026 over een innovatieagenda en een innovatiebudget beschikken. Hiermee is ook DCMR in staat om nieuwe ontwikkelingen en opgaven beter op te pakken, zoals een versterking in de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS), het beschermen van de gezondheid van bewoners en het verder ontwikkelen van DCMR als datagedreven organisatie via het programma Werken met data. De beleidsbegroting 2026 van DCMR is op 3 juli 2025 door het Algemeen Bestuur van DCMR vastgesteld. Daarmee is het financiële kader voor de werkplannen voor de door DCMR uit te voeren taken in 2026 voor Nissewaard vastgelegd. Voor het werkplan van Nissewaard is hiervoor € 1.448.222 opgenomen. Zie verder hoofdstuk 2. De concrete invulling van de uit te voeren werkzaamheden wordt per participant in de werkplannen vastgelegd. Met de actuele product- dienstencatalogus als basis is de concrete 1
Sinds 2015 zijn gemeenten en provincies op grond van de wet VTH verplicht de uitvoering van bepaalde taken, het basistakenpakket, door de omgevingsdiensten uit te laten voeren. Wet VTH: Wet van 9 december 2015 tot wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving). Het basistakenpakket is zoveel mogelijk beleidsneutraal omgezet van de Wabo naar de Omgevingswet (bijlage VI Omgevingsbesluit).
Werkplan 2026 I 4
taaktuitvoering in drie arrangementen uitwerkt. Zie bijlage 7. Dit betreft arrangementen voor: A. BESLUITEN B. ADVISEREN C. TOEZICHT Deze arrangementen geven inzicht in de mate van taakuitvoering op operationeel niveau. In de basis gaan deze arrangementen uit van een volledige uitvoering van de gemandateerde en genoemde taken. Als voorbeeld houdt dit in dat de DCMR de publicaties van besluiten zelfstandig verzorgt. Als tweede voorbeeld houdt dit in dat de DCMR de zelfstandig het verweer voert wanneer tegen een besluit rechtsmiddelen worden ingezet. Wanneer sprake is een samenloop van activiteiten met andere bestuursorganen, dan vindt overleg met de gemeente plaats over de taakuitvoering. De werkzaamheden die DCMR uitvoert voor Nissewaard zijn in hoofdstuk 3, het programma Milieubeheer, beschreven. Dit programma bevat alle bedrijfsgerichte activiteiten, zoals reguleren, inspecteren en handhaven, en ook de advisering over de fysieke leefomgeving, de ondersteuning bij beleidsontwikkeling en databeheer en monitoring. De in dit werkplan genoemde producten en diensten zijn gebaseerd op de Zuid-Hollandse PDC (Producten en Diensten Catalogus).
1.3 Milieuaandachtspunten in de gemeente 1.3.1 Milieubelastende activiteiten binnen de gemeente De gemeente Nissewaard is na Rotterdam, een van de grootste gemeenten in de regio Rijnmond en wordt gekenmerkt door een gevarieerd aanbod van woongebieden, bedrijventerreinen, natuur en landbouw. Het buitengebied heeft een open karakter en wordt aan de noordzijde afgebakend door het Rotterdamse havengebied. De bedrijvigheid in de gemeente is verspreid en veelal gelegen in de nabijheid van de kernen. In Nissewaard zijn 1.640 milieurelevante bedrijven en 17 met vergunningplicht. 1.3.2 Beleid en prioriteiten van de gemeente Nissewaard De gemeente Nissewaard heeft het VTH beleid fysieke leefomgeving 2023-2026 vastgesteld. Daarin zijn binnen de scope de prioriteiten en de risico’s en de strategie opgenomen voor de thuistaken. De basistaken (milieu) zijn opgenomen in het MJP 2023-2026 van de DCMR en daarom wordt verwezen naar het daar opgenomen beleid en prioriteiten. 1.3.3 Milieumeldingen van bewoners De meldkamer van DCMR registreert meldingen van bewoners van de gemeente over overlast uit hun omgeving. Het betreft de meldingen waar DCMR voor aan de lat staat, over overlast van de bewoners van Nissewaard van bedrijven binnen en buiten de gemeente. Informatie over de verdere behandeling van de meldingen staat in paragraaf 3.5.2.
Voor de behandeling van andere meldingen werkt DCMR samen met andere partijen, zoals de provincie, buurgemeenten, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en (bij vliegtuiglawaai) de Commissie Regionaal Overleg Rotterdam-The Hague Airport (RTHA). Een jaaroverzicht van de meldingen wordt opgenomen in het jaarverslag en in de eindrapportage. Een actueel overzicht van meldingen staat opgenomen op het participantendashboard op de Staat van Rijnmond. Selecteer hiervoor ‘meldingen’ en voer de gemeentenaam in. Dit platform bundelt, bewerkt en presenteert data van en over Rijnmondgemeenten op het gebied van het milieu en de leefomgeving. 1.4 Wijze van verantwoorden Opdrachtgever en opdrachtnemer In het werkplan zijn de taken opgenomen die DCMR in het kader van de Gemeenschappelijke Regeling uitvoert voor de gemeente. DCMR heeft bij de uitvoering van deze taken de rol van opdrachtnemer. In deze rol ondersteunt en adviseert DCMR de gemeente ten aanzien van de zorg voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Hierbij bepaalt de opdrachtgever welke producten en adviezen door DCMR worden geleverd. Periodiek bespreekt DCMR de voortgang op het werkplan met de opdrachtgever. Terugkoppeling over de voortgang en uitvoering
Werkplan 2026 I 5
Over de voortgang en uitvoering van de werkplannen zijn de volgende afspraken gemaakt: Maandrapportage Maandelijks genereert DCMR een cijfermatige rapportage. Het laat de uitputting van het werkplan in uren en euro’s op niveau van productgroepen zien. Deze maandrapportage wordt binnen drie weken na afloop van een maand per mail verzonden naar de gemeente. De rapportage sluit aan bij het (cluster)niveau van de overzichtstabel (Bijlage 1). Eindrapportage Over het gehele kalenderjaar stelt DCMR een eindrapportage op, die na afloop van het jaar in april naar de gemeente gemaild wordt. De eindrapportage bevat eindconclusies op financieel en inhoudelijk gebied, in de vorm van infographics met kernachtige teksten.
Werkplan 2026 I 6
Participantenoverleg Vijf keer per jaar vindt een participantenoverleg plaats tussen de milieucontactambtenaren van de participanten en DCMR over relevante ontwikkelingen van de werkzaamheden en de organisatie. Voortgangsoverleg Drie keer per jaar vinden voortgangsoverleggen plaats. In de overleggen bespreken de accountregisseur, de relatiebeheerder en de gebiedscoördinator de voortgang van het werkplan en relevante inhoudelijke dossiers met de milieucontactpersoon van de gemeente. In het overleg van augustus/september worden ook afspraken gemaakt over het werkplan voor het volgende jaar. Bestuurlijk overleg Tweemaal per jaar hebben een directielid, de accountverantwoordelijke unitmanager en de accountregisseur overleg met de verantwoordelijke wethouder. In deze overleggen bespreken zij onder andere de bestuurlijke thema’s, de voortgang van het werkplan en de milieumeldingen. Horeca-overleg Periodiek worden alle ontwikkelingen met betrekking tot het toezicht op en handhaving van de horeca vanuit de verschillende disciplines besproken. Dit overleg heeft tot doel om de handhavingspartners horeca onderling te informeren en waar nodig te zorgen voor een goede afstemming. 1.5 Uitdagingen van de arbeidsmarkt DCMR heeft net als voorgaande jaren te maken met de uitdagingen die de huidige arbeidsmarkt biedt: er is krapte aan ervaren vakmedewerkers.
Demografisch gezien is er sprake van vergrijzing en loopt het aantal jongeren terug, waardoor de krapte wordt versterkt. Deze krapte is sinds 2025 extra uitdagend door de handhaving van de belastingdienst op de Wet DBA. Hierdoor moest de samenwerking met enkele ervaren ZZP professionals worden beëindigd. Tot nu toe lukt het in het algemeen goed om vacatures in te vullen. Zeker de instroom van jong talent is goed op orde. Het is vooral lastig om ervaren professionals te vinden. Het vakgebied waar dit zich voordoet is door de fluctuaties in de arbeidsmarkt variabel. Vanuit dit oogpunt kiest DCMR voor een gecombineerde aanpak. 1. De formatie van de recruitment afdeling is in 2024 uitgebreid. Ook heeft DCMR een nieuwe branding campagne; 2. Met behulp van strategische personeelsplanning wordt verder vooruitgekeken en kan beter ingespeeld worden op de toekomstige personele behoefte vanuit de organisatie. Zo wordt bij pensionering van ervaren professionals veel eerder begonnen met het overdragen van kennis en ervaring; 3. Er wordt meer tijd en geld geïnvesteerd in de opleidingen en ontwikkeling van jonge professionals. Ook kunnen jonge collega’s die het goed doen sneller doorstromen naar vak volwassen posities; 4. De omgevingsdiensten (OD.NL) werken samen om het lerend vermogen van de organisaties te vergroten. Door o.a.
het benoemen van kennisregisseurs wordt gericht ingezet op het verbinden, faciliteren en verrijken van kennis. Binnen DCMR maar ook daarbuiten. De afdeling werving en selectie besteedt ruim aandacht aan netwerkbijeenkomsten en bedrijvendagen op (hoge)scholen, aanname van stagiaires en traineeships voor jong afgestudeerden. Dit laatste gebeurt onder de vlag van De Betere Wereldbaan, in samenwerking met de overige vier Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. De verwachting is dat het risico van capaciteitsgebrek in 2026 ook nog aanwezig zal zijn. Dit kan van invloed zijn op (het tempo van) de realisatie van het werkplan. Ook kan het gebeuren dat DCMR minder snel kan groeien in FTE bij een stijgende vraag.
Werkplan 2026 I 7
1.6 Escalatieladder Voor een prettige samenwerking is in het verleden gebleken dat een heldere escalatieladder van belang is. De uitgangspunten zijn: • Operationeel (zaken en beleid) is de escalatie horizontaal. Bij urgentie via de relatiebeheerder DCMR. • Projecten en programma’s via de Programmamanager projectleider Nissewaard bij de projectleider DCMR, bij urgentie via de relatiebeheerder DCMR. • Opdrachtgeverschap DCMR, zaak, project en programma overstijgend bestuurlijk, via de accounthouder Nissewaard, afhankelijk van casus via accountregie DCMR en relatiebeheerder DCMR . • Management onderwerpen, via Accounthouder NSW of Teamleider VTH, via accountregie DCMR. • Bestuurlijke onderwerpen (Raad en College) via Accounthouder NSW, via Accountregie DCMR. Als het uitgangspunt niet werkt, dan is de basislijn om na overleg met de accountregisseur DCMR een niveau op te schalen.
Werkplan 2026 I 8
2.
Financieel kader
2.1 Financieel kader 2026 Het budget voor het werkplan Nissewaard 2026 is € 1.448.222. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Het werkplanbudget voor 2026 is ten opzichte van 2025 met 5,2 % verhoogd conform de indexeringsbrief van 14 januari 2025 (met kenmerk: zaaknummer 1675007) voor gemeenschappelijke regelingen. Deze indexering is door de deelnemende gemeenten vastgesteld op basis van de voorstellen van de Financiële Werkgroep Sturing Gemeenschappelijke Regelingen. Dit betekent dat er een bedrag van € 1.448.222 kan worden ingezet voor de uitvoering van de werkzaamheden van het programma Milieubeheer. 2.2 De tariefstructuur Voor de uitvoering van de in dit werkplan opgenomen activiteiten worden de tarieven 2026 gehanteerd, die door het Algemeen Bestuur van DCMR op 3 juli 2025 zijn goedgekeurd. Voor 2026 gaat het om een gemiddelde tariefsverhoging van 1,8 % ten opzichte van 2025. Tabel 2: Tarieven 2026 Tariefgroep 1 2 3 4 5 6 7
Salarisschaal 5 t/m 8 9 10 11 12 13 14 t/m 18
Tarief 2025 € 105 € 117 € 128 € 139 € 147 € 151 € 159
Tarief 2026 € 107 € 119 € 130 € 141 € 150 € 154 € 162
2.3 Budgetteringsmethodiek VTH-basistaken Voor uitvoering van de bedrijfsgebonden taken met een wettelijke basis (vergunningverlening, toezicht en handhaving) vormt het beschikbare budget een belangrijk kader. In het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 (vastgesteld in het AB van 8 december 2022) is de berekeningsmethodiek van het basisbudget voor de gemeentelijke bedrijven vastgesteld. Uit deze berekening blijkt dat er meer uren nodig zouden zijn. Vanwege krapte die de laatste jaren in het basisbudget is gevoeld voor de uitvoering van deze taken, is binnen het werkplan 2026 meer uren gereserveerd. Samengevat hanteert DCMR voor de budgetsystematiek de volgende uitgangspunten: Er wordt gewerkt met bedrijfskentallen. Het bedrijfskental staat voor de bewerkelijkheid van een bedrijf, uitgedrukt in een gemiddeld aantal uren per jaar.
Impliciet zijn daarmee in het bedrijfskental de structurele factoren milieurelevantie, grootte en juridische status verdisconteerd; Een vast deel van het budget wordt gereserveerd voor de zogenoemde borgingstaken; De omvang en aard van het bedrijvenbestand van een participant is bepalend voor de hoogte van het budget; Voor milieutoezicht geldt dat het intrinsiek risico (themascores per branche voor gemeenten en per installatie voor PZH) medebepalend is voor de hoogte van het deelbudget voor milieutoezicht; De uitvoering van het MJP 2023-2026 past binnen de basis. In 2024 is in het kader van het Interbestuurlijk programma landelijk een budgetberekeningsmethodiek opgesteld, die in grote lijnen overeenkomt met de hierboven beschreven methodiek. De methodiek van DCMR is (nu nog) geënt op de
Werkplan 2026 I 9
standaardbedrijfsindeling (sbi code), terwijl de Omgevingswet uitgaat van milieubelastende activiteiten (mba’s). 2.4 Indeling in producten en clusters Voor de werkplannen van DCMR is een verdeling gemaakt in clusters. De eerste vijf clusters betreffen de VTH-basisbudgettaken. In de overzichtstabel van bijlage 2, is per cluster aangegeven welke producten eronder vallen. Deze producten sluiten aan bij de Producten- en Dienstencatalogus Zuid-Holland (PDC). In de volgende tabel zijn de voor de gemeente Nissewaard relevante clusters opgenomen en is de begrote inzet in uren en budget voor 2026 per cluster aangegeven. Tabel 3: De clusters van het programma Milieubeheer Clusters Reguleren Milieutoezicht Handhaving Juridische werkzaamheden Kwaliteit en ontwikkeling VTH Overige VTH-taken Omgevingsadvies Beleidsadvisering Bodem Lucht Geluid Omgevingsveiligheid Monitoring en databeheer Accountbeheer Projectbijdragen Materiële kosten Totaal
Begroting Uren 968 5.856 328 37 341 1.000 187 189 752 51 36 117 188 552 10.602
Budget € 126.876 € 744.765 € 45.464 € 5.222 € 48.436 € 116.190 € 24.936 € 25.736 € 93.609 € 7.039 € 4.761 € 15.988 € 24.382 € 72.146 € 18.136 € 74.537 € 1.448.222
Werkplan 2026 I 10
3.
Programma Milieubeheer
3.1 Inleiding DCMR geeft uitvoering aan zijn werkzaamheden in een samenhangend programma Milieubeheer, waarin alle primaire VTH- en advieswerkzaamheden zijn ondergebracht. Het werk van DCMR is in te delen in de volgende drie kerntaken. Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) Dit betreft reguleren, inspecteren en handhaven op basis van wetgeving. Dit gebeurt onder meer op basis van de Omgevingswet, de invoeringswetten, de uitvoeringsbesluiten Besluit kwaliteit leefomgeving, Omgevingsbesluit, Besluit activiteiten leefomgeving en Besluit bouwwerken leefomgeving en de Omgevingsregeling. Voorschriften voor milieubelastende activiteiten zijn te vinden in het Bal, het Bbl en in het Omgevingsplan. Een milieubelastende activiteit is een breed begrip. Volgens de definitie is elke activiteit die een nadelige invloed kan hebben op het milieu, een milieubelastende activiteit. Daarom is het nodig om iets duidelijker te specificeren waarvoor DCMR aan de lat staat. In het participantenoverleg is de volgende specificering afgesproken: DCMR is standaard verantwoordelijk voor milieubelastende activiteiten behalve als ze plaatsvinden bij een woonbestemming, in de openbare buitenruimte, bij het bouwen/slopen of bij evenementen.
In een aantal gevallen is DCMR wel verantwoordelijk als het om een woonbestemming gaat: Sloopwerkzaamheden waarbij asbest betrokken is; Opslag van propaan/propeen (of andere brandbare stoffen) in tanks; Bedrijf of beroep aan huis behalve als het uitsluitend administratief is; Bodemenergiesystemen; Hobby's of werkzaamheden die een bedrijfsmatige omvang hebben. Let wel: het gaat om de standaardtaken. Als een gemeente extra taken wil laten uitvoeren door DCMR, kan daarover afstemming plaatsvinden. Afhankelijk van capaciteit en middelen kan DCMR deze taken op zich nemen. In de praktijk worden bijvoorbeeld werkzaamheden uitgevoerd bij evenementen; dit zijn (plus)taken waarvoor DCMR wordt gevraagd vanwege haar expertise.
Advisering over beleidsontwikkeling en toetsing van en/of advisering voor de fysieke leefomgeving Dit betreft de bevoegd gezag taken voor de milieueffectrapportage, de advisering op de milieueffectrapportage en de (milieu)advisering op en toetsing van omgevingsplannen. Verder ondersteunt DCMR op verzoek bij het ontwikkelen van leefomgevingsbeleid van participanten. Databeheer en monitoring Door het verzamelen, bewerken, analyseren en presenteren van data, het monitoren van trends en het ontwikkelen van een transparante informatievoorziening, wordt de kwaliteit van de leefomgeving in kaart gebracht en de uitvoering van DCMR-werkzaamheden verbeterd en geoptimaliseerd. Informatie die op deze wijze wordt verzameld en beheerd, vormt de basis voor de VTH-taken van DCMR, voor de advisering bij planontwikkeling bij gemeenten, voor het ontwikkelen van toezichtinterventies en het onderbouwen van (nieuw) beleid van participanten. Daarnaast geeft de informatie inzicht in de staat van de fysieke leefomgeving en de ontwikkelingen daarin. Programma milieubeheer en programmamanagement Voor een groot deel van het reguliere werk is DCMR georganiseerd in vaste teams en units, waarin vaak projectmatig wordt samengewerkt aan de te bereiken resultaten. Sommige van de opgaven waaraan DCMR werkt zijn te complex of bestuurlijk gevoelig om aan te pakken vanuit de taakgerichte lijnorganisatie.
Daarom is het programmamanagement ingevoerd. Een programma in deze context is vaak tijdelijk, flexibel, multidisciplinair en gericht op vernieuwing. Er is dan sprake van intensieve samenwerking dwars door de organisatie heen.
Werkplan 2026 I 11
Lopende dienst brede programma’s: • Programma Energie- en grondstoffentransitie in beweging; • Programma Haven, Wonen en Geluid (HWG); • Toezichtprogrammering; • Werken met data; • Gezondheid; • ZZS; • Artificial intelligence. 3.2 Uitgangspunten en programma VTH Doelgericht innoveren, doortastend met focus op effect DCMR wil vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) verder ontwikkelen. Daarbij ligt het accent op innovatie en meer aandacht voor het effect van ons werk. Het doel van de inzet van het instrumentarium is het voorkomen en oplossen van milieuschade en het beschermen van de kwaliteit van de leefomgeving. Beleidsuitgangspunten Bij de uitvoering van taken hanteert DCMR de volgende beleidsuitgangspunten: •
•
•
•
•
•
•
Verantwoordelijkheid en vertrouwen Veiligheid en milieu zijn primair de verantwoordelijkheid van bedrijven. Vertrouwen is niet vanzelfsprekend, maar moet worden verdiend en blijkt uit adequate naleving van de regels en een proactieve houding van de bedrijven. Sturen op effect DCMR zet zijn instrumenten gericht en effectief in waar de risico’s het grootst zijn. In het toezicht wordt gebruik gemaakt van een doordachte mix aan instrumenten, en worden daarbij onze ketenpartners betrokken. Bij het verlenen van vergunningen vindt risicobepaling en prioriteitenstelling plaats aan de hand van het beleid van de participant en het DCMR Meerjarenbeleidsplan. DCMR zet in op de bijdrage aan een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie, onder meer door circulaire economie en energietransitie. Consequente en voortvarende handhaving Handhaving vindt plaats op strikte en consequente wijze, volgens de vastgestelde sanctiestrategie. De inzet van handhavingsinstrumenten wordt, waar nodig, afgestemd met andere inspectiediensten. Actuele vergunningen Vergunningen van bedrijven moeten actueel en handhaafbaar zijn. Nieuwe wetgeving en richtlijnen worden uiterlijk binnen 4 jaar na van kracht worden verankerd in de vergunning. Incidenten kunnen aanleiding zijn om een vergunning versneld te actualiseren.
Professioneel DCMR voldoet aan de op basis van de Omgevingswet vastgestelde kwaliteitscriteria 3.0, baseert zich bij de uitvoering van taken op “state-of-the-art” kennis, en voldoet aan de verordeningen die door participanten zijn vastgesteld aan kwaliteit. Transparantie DCMR communiceert met alle belanghebbenden op een toegankelijke manier over de uitvoering van onze taken en over initiatieven en ontwikkelingen die mogelijk effect hebben op de woon- en werkomgeving van mensen. De organisatie kent een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus, die de resultaten van onze werkzaamheden inzichtelijk maakt. Samenwerken Het samenwerkingsverband SEVESO+ voert regie op de uitvoering van VTH-taken bij Seveso-bedrijven en initieert ontwikkeltrajecten om de kwaliteit van de uitvoering en het level playing field voor bedrijven te verbeteren. De inspectiepartners acteren daarbij als één overheid richting bedrijfsleven. De inzichten en richtlijnen die hieruit voortkomen zijn medebepalend voor het inrichten van Uitvoeringsbeleidsplan MJP en de uitvoering van taken in het algemeen.
Werkplan 2026 I 12
Beleidscyclus Participanten hebben beleidsplannen opgesteld die richtinggevend zijn voor de uitvoering van VTH-taken door DCMR. De beleidskaders van de participanten en de taakuitvoering door DCMR zijn volgens het principe van de Big-8 met elkaar verbonden (zie figuur 1). De Big-8 kent een strategisch/beleidsmatige plan-do-check-act-cyclus en een meer operationele uitvoeringscyclus. Figuur 1: de Big-8 cyclus
De bovenste cyclus die een periode van meer (doorgaans vier) jaren omvat, begint bij de beleidsprioriteiten van de participanten. Op strategisch niveau worden die vertaald in het Uitvoeringsbeleidsplan MJP 2023-2026 en daarin opgenomen een bijgesteld Meerjarenprogramma met inhoudelijke doelen en prioriteiten. Het Uitvoeringsbeleidsplan MJP omschrijft wat de uitgangspunten, hoofdlijnen en prioriteiten zijn voor vergunningverlening, toezicht en handhaving en adviestaken. De Omgevingswet vormt hiervoor de wettelijke basis. In de evaluatiefase doet DCMR aan de hand van uitvoeringsresultaten aanbevelingen voor eventuele bijstelling van het beleid en de strategische uitgangspunten voor de uitvoering. In 2024 is de handreiking regionale beleidscyclus vastgesteld in het kader van het Interbestuurlijk programma VTH (IBP). Aan de hand van de handreiking zal worden beoordeeld of de werkwijze onder de borgingstaken wijziging behoeft. Belangrijk onderdeel van de handreiking is bijvoorbeeld de strategische samenwerking met partners om tot gezamenlijke focus en aanpak en inzet te komen. In 2025 is gestart met de implementatie van de handreiking regionale beleidscyclus en worden daarvoor strategische afspraken gemaakt met externe partners en andere OD's in Zuid-Holland voor het volgende MJP. Dit loopt door in 2026.
Het IBP heeft daarnaast een kennisinfrastructuur VTH (KIS) opgeleverd om goede informatieuitwisseling en kennisdeling tussen de OD’s te versterken.
Werkplan 2026 I 13
De 28 OD’s hebben ieder een kennismakelaar aangesteld. Daarnaast zijn er per (6) Sevesoregio 6 kennisvertegenwoordigers aangesteld en landelijk per thema een kennisregisseur. De thema’s zijn ZZS, energietransitie, waterkwaliteit, bodem/ondergrond, circulaire economie en data/informatievoorziening. In de robuustheidscriteria van het IBP is bepaald dat OD’s minimaal 1% van de VTH-begroting reserveren voor een innovatiebudget. De innovatie-agenda 2026 is gericht op de programma’s ZZS, gezondheid, werken met data, artificial intelligence en energietransitie en circulaire economie. Met de 5 Zuid-Hollandse OD’s wordt voor de periode daarna gewerkt aan een gezamenlijke innovatie-agenda. Een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus en professionele medewerkers met adequate kennis zijn van belang om de kwaliteit en continuïteit van de werkzaamheden te kunnen waarborgen. Dit betekent ook dat DCMR tijdig wordt betrokken bij het evalueren, actualiseren en opstellen van provinciale en gemeentelijke (thematische) beleidsstukken die voor de uitvoeringspraktijk van belang zijn. Op basis van het MJP 2023- 2026 en een inhoudelijke probleemanalyse, stelt DCMR een risico gestuurd en effectgericht programma op voor de uitvoering, het startpunt voor de onderste cyclus van de Big-8.
Het actualisatieprogramma voor de vergunningverlening en de toezicht programmering zijn belangrijke onderdelen in de onderste cyclus van de Big-8. Het programma wordt jaarlijks op uitvoeringsniveau bijgesteld op basis van ervaringen en resultaten uit het voorgaande jaar. De uitvoering wordt per participant vastgelegd in een jaarlijks werkplan, dat de basis vormt voor de financiering. Naast de plannen per proces heeft DCMR op bepaalde focuspunten uit het MJP een programma opgesteld, waarbij zowel intern als extern interdisciplinair wordt gewerkt, waarmee ook ruimtelijke- en beleidsadvisering een plek hebben in de aanpak. Zo zijn er programma´s voor energietransitie en circulaire economie en ZZS. Tevens vinden er verkenningen plaats naar nieuwe focuspunten voor het MJP in een programma in oprichting voor waterkwaliteit en gezondheid. De onderdelen risicosturing, de thema’s met risicoscores per branche, de sanctiestrategie, borgingstaken en het meerjarenprogramma worden in bijlage 5 nader toegelicht. 3.3
Uitgangspunten voor advisering over beleidsontwikkelingen en toetsing en advisering over de fysieke leefomgeving De uitdaging voor Nissewaard is om duurzame ontwikkeling te realiseren en de leefkwaliteit te verbeteren in een gezonde balans tussen milieu, economie en ruimte. Dat vergt een aanpak waarin niet alleen gekeken wordt naar de afzonderlijke thema’s van milieu en duurzaamheid (geluid, lucht, licht, veiligheid, bodem, energie, klimaat), maar ook naar de verbanden tussen deze thema’s en naar de relaties tot andere beleidsterreinen, zoals gezondheid, verkeer, economie en ruimtelijke ordening. De Omgevingswet biedt hiervoor goede mogelijkheden. Op verzoek van de gemeente kan DCMR hierover adviseren in alle fasen van de besluitvorming binnen het omgevingsrecht en omgevingsbeleid. Dit gebeurt op basis van betrouwbare en actuele (milieu)gegevens en de meest actuele kennis van beschikbaar instrumentarium. De werkzaamheden die DCMR hiertoe uitvoert, zijn opgenomen in de paragrafen 3.5.7 tot en met 3.5.12. 3.4 Uitgangspunten voor databeheer, meten en monitoring DCMR werkt aan data die beschikbaar, bruikbaar en betaalbaar zijn voor alle processen en producten (vergunningverlening, toezicht, handhaving, advies en monitoring) die de dienst levert. DCMR heeft de ambitie uitgesproken om een datagedreven organisatie te worden.
Deze ambitie is in 2020 onderschreven door het Algemeen Bestuur. ‘Datagedreven’ impliceert: • Een professionalisering van het databeheer van DCMR; • Een verbeterslag op datakwaliteit; • De inzet van data om de (VTHA-)producten slimmer en beter te maken, onder andere door toepassing van de (kwalitatief goede en professioneel beheerde) data in informatieproducten (viewers, dashboards etc.);
Werkplan 2026 I 14
•
Een versterking van planning, sturing en verantwoording op basis van data.
Het gegevensmanagement (‘databeheer’ in de strikte zin van het woord) is ondergebracht in de afdeling Bedrijfsvoering. Onder de noemer ‘databeheer, meten en monitoring’ in het werkplan zet DCMR in op het toepassen van (geografische) data en informatie in informatieproducten (zie ook paragraaf 3.5.13). 3.5 Toelichting op de clusters In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op de werkzaamheden binnen de clusters van het programma Milieubeheer. 3.5.1 Cluster Reguleren Onder het cluster reguleren vallen de volgende taken: • Vooroverleg en advies aan de omgevingstafel of intaketafel; • Vergunningaanvragen beoordelen, vergunning opstellen en verlenen; • Uitvoeren van een actualisatietoets bij oudere vergunningen (conform actualisatieprogramma); • Meldingen en informatieverstrekking accepteren, registreren, beoordelen en bevestigen; • Maatwerkvoorschriften opstellen. Vraaggestuurd en risicogericht Reguleren vindt veelal vraaggestuurd plaats. Een aanvraag voor een vergunning van een milieubelastende activiteit (mba), een maatwerkvoorschrift, een melding of een informatieverstrekking komt op initiatief van een bedrijf. Daarnaast is het van belang om verouderde vergunningen te actualiseren en zo nieuwe wetgeving en richtlijnen te implementeren. Dit gebeurt risicogericht en door middel van een jaarlijks op te stellen actualiseringsprogramma.
Bij het opstellen wordt rekening gehouden met de focuspunten uit het MJP en de (wettelijke) termijnen voor implementatie. 3.5.2 Cluster Milieutoezicht In het cluster Milieutoezicht zijn de volgende taken ondergebracht: • Preventief toezicht (conform brancheplannen), inclusief het toezicht op de informatieplicht energiebesparing; • Afhandeling overlastmeldingen/voorvallen, incidenten en bedrijfsmeldingen; • Repressief toezicht naar aanleiding van eerder geconstateerde overtredingen tijdens preventief toezicht en voorvalonderzoek; • Gebiedstoezicht; • Werkzaamheden van de meldkamer. Programmatische aanpak DCMR pakt preventief toezicht risicogericht en programmatisch op. Enerzijds vinden preventieve inspecties plaats op basis van het prioriteringsmodel (RIAN 2.0). Anderzijds worden enkele prioritaire branches programmatisch aangepakt. Dit betreffen branches die prioriteit krijgen op basis van de focuspunten uit het MJP en waar DCMR een mix aan instrumenten inzet om zo effectief mogelijk naleving te bereiken. Voor het thema energiebesparing is een apart team ingericht. Bij asbest wordt de programmatische aanpak ook landelijk afgestemd vanuit de Asbestkamer van ODNL. Risicoanalyse Toezicht houden, betekent keuzes maken. Dat gebeurt op verschillende momenten en niveaus. Ten eerste in het MJP en andere kader stellende stukken zoals het IHP.
Deze worden door vertaald naar afdelingsbrede prioriteiten voor Toezicht & handhaving. Tot slot vindt de uitwerking plaats in een toezichtsaanpak/brancheplan en/of het prioriteringsmodel. Het prioriteringsmodel (RIAN 2.0) Er wordt gewerkt met een prioriteitenalgoritme. In dit algoritme wordt op basis van de eigen data en een groot aantal externe databronnen per bedrijfslocatie een milieurisico berekend. Zo wordt er o.a. gekeken welke mba’s er aanwezig zijn, hoeveel energie er wordt verbruikt,
Werkplan 2026 I 15
hoeveel afval er wordt afgegeven, wat het naleefgedrag is op basis van eerdere controles en hoe lang geleden DCMR een controle heeft uitgevoerd. Op basis van al deze informatie worden controles voorgesteld en geprioriteerd. Ook branchespecifieke inzichten worden meegenomen in de totale afweging. Toezichtsaanpak/ brancheplan Afdelingsbrede prioriteiten zijn bijvoorbeeld milieu gerelateerde gezondheid, ZZS en water. Daarnaast krijgen sommige branches prioriteit op basis van de focuspunten uit het MJP. Bovendien zet DCMR bij deze branches een mix aan instrumenten in, om zo effectief mogelijk naleving te bereiken. Branchetrekkers onderzoeken systematisch de motivatie bij onder toezicht gestelden (OTG) en mogelijk ander gedrag van de OTG-beïnvloedende partijen. Al deze inzichten helpen een effectieve toezichtstrategie te formuleren die bij elke (sub)branche er anders uit kan zien. Verder zet DCMR ook gericht gebiedscontroles in om ontwikkelingen en veranderingen bij bedrijven in beeld te hebben en daarmee het bedrijvenbestand actueel te houden. Ook kunnen signalen van klokkenluiders aanleiding zijn voor de inzet van (extra) toezicht.
OT01 Toezicht Milieubelastende activiteiten (preventief): Toezichtslab Het Toezichtslab draagt bij aan doelgericht en effectief toezicht, door inzichten uit de gedrags-, data- en communicatiewetenschappen te vertalen naar praktische tools en interventies. Deze kennis wordt ingezet bij belangrijke toezichtuitdagingen en het ontwikkelen van een effectieve aanpak daarop. Dit kan gaan om incidentele uitdagingen (bijvoorbeeld een bedrijf dat regels blijft overtreden) of structurele en duurzame gedragsveranderingen (bijvoorbeeld het tegengaan van morsen van plastic korrels naar het milieu en de beïnvloeding van de veiligheidscultuur bij bedrijven). Er wordt ingezet op datagedreven werken om het toezicht gerichter te maken, onder andere door de ontwikkeling van risicomodellen op basis waarvan het preventieve toezicht gepland wordt. Daarnaast richt de inzet zich op instrumenten om de toezichthouder altijd van de juiste informatie te voorzien, ongeacht het moment van de dag of de plaats waar hij/zij zich op dat moment bevindt. De processen die DCMR gebruikt om deze modellen en instrumenten te maken zijn gebaseerd op de best-practices, zowel binnen als buiten de wereld van het milieutoezicht. De opgedane kennis wordt daarnaast steeds meer gebruikt bij andere taken van DCMR (reguleren en advisering).
Werkplan 2026 I 16
OT02 Toezicht (repressief): Milieupiket Het milieupiket is een belangrijke schakel in het operationele toezicht. Het is ongepland en direct inzetbaar op basis van signalen van acute overlast of andere milieuproblematiek. Binnen het operationele toezicht wordt het milieupiket onder regie van de meldkamer ingezet om de bron van overlast te achterhalen. Voor zover mogelijk zet het milieupiket ook de eerste interventie in of wordt de problematiek in kaart gebracht zodat anderen dat kunnen doen. OD10 Meldkamer De meldkamer van DCMR vormt gedurende 24 uur per dag en 7 dagen per week, een schakel tussen de dienst, bewoners en bedrijven in het Rijnmondgebied en voor de Seveso - en RIE4bedrijven in heel Zuid-Holland en Zeeland. Binnen de meldkamer van DCMR wordt operationeel toezicht uitgevoerd. Operationeel toezicht is gericht op het stoppen of (als dit niet mogelijk is) het in kaart brengen van de acute milieuoverlast, door het vinden van de bron en het (laten) uitvoeren van de eerste noodzakelijke interventie. De ambitie is om het operationeel toezicht in de toekomst zo goed te kunnen uitvoeren dat milieuoverlast voorkomen wordt. Ter uitvoering van het operationele toezicht ontvangen meldkamer-inspecteurs, via onder meer telefoon en sensoren, signalen van milieuhinder vanuit de omgeving.
Bewoners kunnen bij de meldkamer overlast in hun leefomgeving melden en de bedrijven melden verstoringen van hun processen. Deze signalen worden vervolgens door de meldkamer-inspecteurs geïnterpreteerd, gecombineerd en gekoppeld aan o.a. meteo- en sensorgegevens om de bron van overlast te achterhalen. Daarna beoordelen de meldkamer-inspecteurs of er direct acties ingezet moeten worden om de overlast te stoppen. Wanneer het stoppen van de overlast niet van afstand mogelijk is of er meer onderzoek nodig is, dan wordt het binnen de afdeling Inspectie en Handhaving georganiseerde milieupiket ingeschakeld om het voorval te onderzoeken. De meldkamer DCMR monitort het e-nose netwerk, niet alleen voor afwijkende patronen vanuit de industrie, maar ook op het verbod op varend ontgassen. Hiervoor is een tool op de e-noses geïnstalleerd en de meldkamer voert deze werkzaamheden uit voor de gehele provincie Zuid – Holland en Zeeland en de provincies Gelderland en Utrecht. Ook vervult de meldkamer de rol van backoffice tijdens de crisisbeheersing. De meldkamer houdt tijdens een incident het overzicht van een crisissituatie en informeert zowel de piketmedewerkers in het veld als de directiewacht in het Regionaal Operationeel Team ROT, waar de incidentbestrijding gecoördineerd wordt.
Verder wordt de directie, het bestuur en (indirect) de omgeving per mail door of op aangeven van de meldkamer, via het 24/7-communicatiepiket, geïnformeerd. Bij vijftien of meer overlastmeldingen per voorval, bij incidenten of bijzondere voorvallen bij Seveso- en RIE4bedrijven, of bij een groot incident, informeert de meldkamer het communicatiepiket, betrokkenen binnen DCMR en de andere operationele diensten zoals politie, brandweer en het Havenbedrijf Rotterdam. Het communicatiepiket informeert vervolgens de bestuurders van de betrokken gemeenten en de provincie. Ook informeert het communicatiepiket de bewoners via website en het X-account van DCMR. 3.5.3 Cluster Handhaving Bij constatering van milieuovertredingen treedt DCMR repressief op conform de ‘Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)’. De LHSO geeft, in de vorm van een matrix, een richtinggevend kader voor het opleggen van een passende sanctie op basis van de ernst van de overtreding en het gedrag van de overtreder. Zie ook bijlage 5. Bestuursrechtelijke maatregelen zijn een last onder dwangsom, een last onder bestuursdwang en de intrekking van de omgevingsvergunning. Daarnaast is het met de inwerkingtreding van de Omgevingswet mogelijk geworden om voor Seveso-overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen.
Alle bestuursrechtelijke handhavingsbeschikkingen die door het college aan bedrijven worden opgelegd, worden gepubliceerd op de website van DCMR.
Werkplan 2026 I 17
Strafrechtelijke maatregelen zijn een proces-verbaal, een voorlopige maatregel en een bestuurlijke strafbeschikking fysieke leefomgeving (bsb-fl). 3.5.4 Cluster Juridische werkzaamheden Onder dit cluster vallen diverse juridische werkzaamheden, zoals werkzaamheden voor de verdediging van besluiten voor een bezwarencommissie, de rechtbank of de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 3.5.5 Cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH In het cluster Kwaliteit en ontwikkeling VTH zijn de borgingstaken en de inhoudelijke uitwerking van het MJP en themabeheer opgenomen. De benodigde uren worden over alle participanten verdeeld. OD24: Borgingstaken Op basis van de wet gelden eisen die erop neerkomen dat in de uitvoering van VTH-taken een complete plan-do-check-act cyclus (inclusief kwaliteitsborging) moet zijn opgenomen. Activiteiten die daarop betrekking hebben zijn: meerjarenprogrammering, uitvoeringsprogramma’s, monitoring, omgevings- en risicoanalyse, planning en control, werkinstructies en protocollen, plannen van aanpak (onder meer voor sancties, gedoogbeleid, en vergunningen), volgen van ontwikkelingen in beleid en regelgeving voor VTH-taken en het voeren van overleg met externe partners. Dergelijke taken worden in dit werkplan samengevat onder de term ‘borgingstaken’.
Voor deze ‘borgingstaken’ wordt in totaal maximum 6.500 uur uit het gezamenlijke budget van de participanten ingezet. Elke participant draagt bij aan deze borgingstaken, naar rato van de zwaarte van het bedrijvenbestand waarvoor de participant bevoegd gezag is. Het budget voor de borgingstaken is onderdeel van het budget dat op basis van de bedrijfskentallen wordt bepaald. Ook regie, verantwoording naar de participanten en monitoring (totaal 900 uur) betreffen de aansturing van de uitvoering en het verwerken van resultaten. Daarom zijn deze taken toegevoegd aan de borgingstaken. In bijlage 5 is een beschrijving van de werkzaamheden binnen borgingstaken opgenomen. A01 Advies milieuaspecten: Themabeheer en MJP Themabeheer en MJP gaan over de inhoudelijke ontwikkeling en sturing van de VTH-taken. 3.5.6 Cluster Overige VTH-taken In dit cluster zijn VTH-taken opgenomen die niet meegenomen worden in de budgetteringsmethodiek VTH-taken voor bedrijven. Deze taken worden wel, niet of op verzoek van de gemeente uitgevoerd. In bijlage 7 zijn deze taken uitgewerkt in arrangementen. Tabel 4: Overige VTH-taken Wel, Niet, Op verzoek
PDC
A01 OR01 OR09 OR12 OR26
Advies milieuaspecten - Overleg met betrekking tot handhaving - Toets mba aan het Omgevingsplan Omgevingsvergunning milieu/ Bibob Behandeling melding Bal voor het aanleggen en gebruiken van een gesloten bodemenergiesysteem /melding GBES Ontheffing vervoer gevaarlijke stoffen Ontheffing geluidsbelasting - Advisering bij evenementen
Wel Wel Wel Wel Wel Op verzoek
Werkplan 2026 I 18
Wel, Niet, Op verzoek
PDC R28 OR41 OT01
OT05
OT09 OT12 T13
(Sloop)melding asbest Beschikking Woo-verzoek Toezicht milieubelastende activiteit - Toezicht EPBDIII - Toezicht Label C Beoordeling verplichte rapportage - Toezicht registratieverplichting werkgebonden personen mobiliteit - E-PRTR Toezicht bodembescherming - Controle GBES Toezicht geluidnormen - Toezicht bij evenementen Controle BRIKS - Toezicht op asbestverwijdering Totaal
Wel Wel Wel Wel Wel
Niet Wel Op verzoek Wel 1000 Uren
3.5.7 Cluster Omgevingsadvies Op verzoek van de gemeente adviseert DCMR in ruimtelijke planprocessen en in het kader van de Omgevingswet. Dit gebeurt met name buiten dit werkplan om, via een aanvullende opdracht (zie hoofdstuk 4). Binnen dit cluster blijven de administratieve handelingen van de advisering staan, evenals de adviezen omgevingsveiligheid. In de volgende tabel is een overzicht opgenomen van mogelijke werkzaamheden. De werkzaamheden worden op verzoek en in nauw overleg met de gemeente uitgevoerd. Tabel 5: Omgevingsadvies PDC Producten Omgevingsadvies A01 Advies milieuaspecten: - Advies omgevingsveiligheid - Administratieve handelingen voor advies milieuaspecten Totaal
Uren 2026
187 Uren
3.5.8 Cluster Beleidsadvisering Onder dit cluster vallen diverse milieuadviezen en overleggen. Een milieuadvies kan gaan over concrete milieuvraagstukken, (landelijke en Europese) wetgeving, beleidsvelden, bedrijfstakken en branches. Ook werkzaamheden die voortvloeien als gevolg van de implementatie van de Omgevingswet zijn in dit cluster gepland. De volgende tabel geeft de werkzaamheden van DCMR voor de gemeente Nissewaard in schema weer. Tabel 6: Werkzaamheden/producten ten behoeve van beleidsadvisering PDC DCMR-product typering Beleidsadvisering A01
Uren 2026
Advies milieuaspecten - Verstrekken van algemene adviezen op verzoek van de gemeente. - Voorbereiden en deelnemen aan bestuurlijke overleggen, beantwoorden van raadsvragen en vragen vanuit het bestuur. - Regiegroep Adviezen Omgevingsplannen
Werkplan 2026 I 19
PDC
DCMR-product typering Beleidsadvisering
Totaal
Uren 2026 189 Uren
Toelichting Regiegroep Adviezen Omgevingsplannen De gemeenten vragen adviezen over de inrichting van hun omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat veel regels en informatie die belangrijk zijn voor de uitvoering van het werk van DCMR. Zo zullen de door het rijk overgedragen milieuregels omgezet moeten worden naar het definitieve omgevingsplan. Het is belangrijk dat de adviezen onderling afgestemd worden en dat DCMR op een eenduidige wijze adviseert in het werkgebied om het dagelijks werk goed te kunnen uitvoeren. Daarom is een regiegroep in het leven geroepen die als doel heeft om alle omgevingsplan-adviezen integraal vorm te geven. De regiegroep bestaat uit vertegenwoordigers van diverse thema’s en specialismen. Een eerste doelstelling is om een integraal basisadvies te ontwikkelen voor alle gemeenten. De regiegroep overlegt regelmatig om kennis te ontwikkelen en tot een basisadvies te komen. De kosten voor deze werkzaamheden worden verhoudingsgewijs verdeeld over gemeente Rotterdam (70%) en de regiogemeenten (30%). Bij het berekenen van de percentages is gekeken naar de geplande uren omgevingsadvies voor gemeente Rotterdam en de regiogemeenten. 3.5.9 Cluster Bodem Onder de Omgevingswet is de gemeente bevoegd gezag voor de bodem. DCMR voert diverse bodemwerkzaamheden uit voor de gemeente, waarvan een groot deel in het basistakenpakket van de omgevingsdiensten is ondergebracht.
Ook in 2026 kan een gemeente SPUK-middelen aanvragen bij het ministerie van I&W voor projecten over diffuus lood. DCMR zal, net als in 2024, voor deze aanvraag een kant-en-klare aanvraag aanreiken. Zodra de middelen zijn toegekend, kan DCMR projecten voor de gemeente in uitvoering nemen. In onderstaande tabel is aangegeven welke taken DCMR voor de gemeente kan uitvoeren. Tabel 7: Bodemwerkzaamheden PDC
A01
OA03 OD03
D11
Bodemwerkzaamheden
Uren 2026
Advies milieuaspecten - Advies over aanpassing van beleid, bijvoorbeeld BBK (gemeentelijke nota’s bodembeheer en opstellen bodemkwaliteitskaarten/gebieds-specifiek beleid), PFAS, ZZS en bodembeleid t.b.v. invulling Omgevingswet en Eenheid in Beleid. - Adviseren bij omgevings-procedures (bouw) en grondtransacties en procedures in het kader van de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld een MER of omgevingsplan. - Meedenken bij integrale benadering ruimtelijke ontwikkeling: verbreding en ondergrondkwaliteiten (zie figuur onder.) Vooroverleg: - Advisering van de initiatiefnemer van een activiteit voorafgaand aan de indiening van de formele aanvraag voor een vergunning/ontheffing of mba bodem/ontheffing. Coördinatie bodemsanering - in uitvoering nemen SPUK-projecten met diffuus lood, mits de gemeente deze heeft aangevraagd Informatie-ontsluiting - Databeheer: Invoeren van rapporten in het bodeminformatiesysteem en onderhouden van het systeem. - Beantwoorden van Ad hoc vragen van gemeenten, bedrijven en burgers via de bodemtelefoon en bodem-mailadres.
Werkplan 2026 I 20
PDC OR14
OR15
OR55
OT08
OT09
OT10
Bodemwerkzaamheden
Uren 2026
Behandeling melding sanering van de bodem - Beoordeling van de melding van de uitvoering van een eenvoudige bodemsanering. Mba graven boven en beneden interventiewaarden. Mba toepassen grond en bagger en tijdelijk opslaan - Coördinatie en advisering grondstromen - Beoordelen van meldingen in het kader van het besluit bodemkwaliteit, adviseren over grondstromen, eventueel op basis van de bodemkwaliteitskaart. Maatwerkvoorschrift bodem - Nadere voorschriften betreffende het uitvoeren van bodemactiviteiten. Indien activiteiten niet passen in de mba saneren of bij mba toepassen grond en bagger. Beoordeling rapportage bodemonderzoek Betreft: Onderzoek rapportage bodemonderzoek, beoordeling plan van aanpak, beoordelen evaluatieverslag toevalsvondst, beoordelen monitoringsrapportage. Toezicht bodembescherming Betreft toezicht houden op het toepassen van grond (ook schone grond), bagger en (circulaire) bouwstoffen. Controleren van tijdelijke opslag van grond. Controleren naar aanleiding van meldingen, klachten en voorvallen. Waar nodig vindt handhaving plaats. Dit omvat ook het toezicht op de mba’s met betrekking tot het graven en saneren voor die werkzaamheden die niet onder overgangsrecht vallen. Het toezicht op de het aanleggen van gesloten bodemenergiesystemen is elders in het werkplan opgenomen. Gebiedstoezicht bodembescherming
Totaal
752 Uren
Figuur 2: Ondergrondkwaliteiten
Werkplan 2026 I 21
Werkplan 2026 I 22
Cluster Lucht Rapportage luchtkwaliteit OD08 Rapportage en monitoring luchtkwaliteit vindt vanaf 2023 plaats met het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Dit is een rekentool en nationale database met verkeersgerelateerde invoergegevens. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jaarlijkse actualisatie van de database met onder andere verkeersgegevens en milieukenmerken. Vanaf 2018 verzorgt DCMR in een gezamenlijk project de actualisatie van verkeersgegevens en milieukenmerken voor alle gemeenten. Verkeersgegevens worden kosteloos geleverd door de gemeente Rotterdam. Milieukenmerken worden geactualiseerd op basis van door gemeenten beschikbaar gestelde data. Daarnaast levert DCMR ook een “CIMLK”-coördinator, die namens alle gemeenten het proces van actualisatie begeleidt en landelijke overleggen bezoekt. Voor de regiogemeenten betreft dit project in 2026 gezamenlijk 290 uur en voor de gemeente Rotterdam 250 uur. 3.5.10 Cluster Geluid RAK Op 8 juli 2015 ondertekenden de provincie Zuid-Holland, de gemeenten Rotterdam, Brielle, Maassluis, Nissewaard, Schiedam, Vlaardingen, Westvoorne, Deltalinqs, het Havenbedrijf Rotterdam en DCMR voor het eerst een afsprakenkader over geluid en ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied Rijnmond-West. In 2023 is het convenant geactualiseerd.
In het convenant is geregeld op welke manier de betrokken partijen in het gebied samenwerken om haven en woonkernen binnen de geldende geluidskaders te kunnen blijven ontwikkelen. De looptijd van het geactualiseerde convenant is gekoppeld aan de vaststelling van de geluidproductieplafonds onder de Omgevingswet. Partijen streven ernaar om op dat moment een aangepast convenant (de volgende actualisatie) in werking te laten treden. Op dit moment is Albrandswaard aspirant lid, bij de volgende actualisatie zal Albrandswaard als lid bij het convenant aansluiten. DCMR voert het secretariaat. Het secretariaat wordt gefinancierd door de provincie ZuidHolland, gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf en de deelnemende regiogemeenten ieder voor een vierde deel. De eerste jaren sinds ondertekening van het convenant stonden vooral in het teken van gezamenlijk overleg over nieuwe woningbouwplannen. De inwerkingtreding van de Omgevingswet, het vooruitzicht op GPP’s (geluidproductieplafonds), de druk op woningbouw, beschikbare geluidruimte en voorkomen van geluidoverlast voor bewoners en het vinden van een balans tussen ontwikkelingen in de haven enerzijds en woningbouw anderzijds maken dat het accent van de overleggen is verschoven. Er wordt nu meer gesproken over visie en toekomstige ontwikkelingen.
Het bespreken van concrete procedures gebeurt ook, maar toekomstige ontwikkeling vormen het hoofdpunt. Het RAK-overleg draagt bij aan de economische ontwikkelingen en de bouwopgave in het gebied en zorgt voor het tijdige bespreken van belangen tussen betrokken partners. Geluidsaneringen D05 Voorbereidingswerkzaamheden voor geluidsaneringen bij woningen en adviezen hierover aan de opdrachtgever worden verantwoord op deze post. Voor de geluidsaneringen zelf is een externe opdracht verstrekt door de opdrachtgever, zie hiervoor 4.3.3. 3.5.11 Cluster Omgevingsveiligheid Informatie ontsluiting D11 Het beheer van het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV) is een wettelijke taak voor het bevoegd gezag (Rijk, provincies en gemeenten). Het REV is onderdeel van het digitale stelsel onder de Omgevingswet waaruit de gegevens worden getoond in de Atlas Leefomgeving. De informatie in het REV is gebaseerd op de wet- en regelgeving die valt onder de Omgevingswet. In de omgevingswet zijn er verschillende categorieën installaties bij gekomen waarvoor een registratieplicht geldt.
Werkplan 2026 I 23
Regelmatig worden categorieën installaties toegevoegd aan de registratieplicht. Het REV is nog in ontwikkeling om de datakwaliteit te verbeteren waardoor steeds nieuwe informatie moet worden toegevoegd. Naast de informatieplicht en wijzigingen vanuit het rijk, verandert de omgeving ook constant. Daarom is DCMR is voortdurend bezig met actualisatie van de gegevens voor het REV. Het vraagt zeer veel inspanning om alle gegevens in het REV actueel te krijgen en houden. DCMR stemt met de gemeente af over de actualisatie en de daarin gemaakte keuzes. DCMR beheert een eigen kaart. Zo kan gedetailleerdere informatie opgenomen voor de advisering aan gemeenten ten aanzien van een veilige woonomgeving. Met deze kaart kunnen geodata worden geanalyseerd voor advisering t.b.v. ruimtelijke ontwikkelingen en VTH. Het invoeren van de kwetsbare locaties in het REV is een nieuwe taak die valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. DCMR kan de gemeenten ondersteunen hoe de input vanuit de BAG-registratie kan worden gebruikt om de informatie voor de kwetsbaarheid van gebouwen en locaties aan te leveren aan het REV.
3.5.12 Cluster Monitoring en databeheer D11 Informatie ontsluiting Databeheer algemeen Databeheer, in de strikte zin van het woord, betreft het daadwerkelijk uitvoeren van het gegevensbeheer (zoals aanschaffen, beschrijven, opslaan, actualiseren, publiceren, archiveren en verwijderen) ten dienste van de primaire processen bij DCMR. DCMR heeft het databeheer geprofessionaliseerd in zogenoemde dataregisters. Het Dataloket vervult een belangrijke schakel tussen de registerbeheerders (bij de afdeling Bedrijfsvoering) en de rest van de organisatie (afdelingen RA&O en T&H). Functie van het loket is het stroomlijnen van de gegevensvragen die zowel van buiten komen als de vragen die binnen de organisatie leven. GIS/geo-informatie en geo-visualisaties In het dagelijks werk van DCMR wordt de inzet van geo-visualisaties en geo-toepassingen steeds belangrijker. De Omgevingswet eist veel meer toepassing van geo-informatie. Steeds meer geodata komen beschikbaar, ook op lokaal niveau (data van gemeenten) en bovenregionaal. Bovendien stelt het schaarser worden van zowel de milieu- als de fysieke ruimte in combinatie met een forse woningbouwopgave in de regio, hoge eisen aan de ruimtelijke informatievoorziening van DCMR. Onder de Omgevingswet vragen participatie en transparantie om een level playing field met betrekking tot (geo-)informatie.