CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

43. Memo VAWOZ, bijlage I; Ontwerpprogramma VAWOZ

Gemeenteraad 23 juni 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken (1 t/m 44)46.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

13 alinea's met “toegelicht”: 83 143 274 281 289 300 564 595 598 625 632 668 728

Ontwerpprogramma VAWOZ Datum: 22 mei 2026

8.3 8.4

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Samenvatting

4

Leeswijzer

7

1 1.1 1.2

Programma Verbindingen Aanlanding Wind op zee De noodzaak van windenergie geproduceerd op zee Onderdelen Verbindingen Aanlanding Wind op zee

9 9 9

2 2.1 2.2 2.3

Programma VAWOZ in context Meest relevante beleidskaders Hoeveel Wind op zee is nodig in de toekomst Andere trajecten rondom aanlandingen Wind op zee

12 12 14 15

3 3.1 3.2

Aanpak programma, onderzoek en participatie Aanpak programma en onderzoek Participatie

16 16 17

4 Opstellen, beoordelen en ordenen van de alternatieven voor elektrische aanlandingen 4.1 Samenstellen van de alternatieven 4.2 Beoordelen van de alternatieven 4.3 Ordening van alternatieven

19 19 19 20

5 Waar zijn aanlandingen van elektriciteit systeemtechnisch mogelijk? 5.1 Factoren van invloed op plek en moment van aanlanding van windenergie op zee 5.2 Voorkomen van onnodige kosten bij het aanlanden van elektriciteit 5.3 Resultaten van de modelberekeningen voor Programma VAWOZ

22

6 6.1 6.2 6.3 6.4

Regio Noordzee Vertrekpunt Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ Afweging corridors en voorkeursalternatieven op de Noordzee Verdere groei Wind op zee – doorkijk kabels op de Noordzee

26 26 26 28 37

7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6

Noord-Holland Vertrekpunt Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ Adviespunten uit regioadvies Afweging voorkeursalternatieven Voorkeursalternatief naar Kop van Noord-Holland Voorkeursalternatief naar A9-Zuid

39 39 40 40 42 47 48

8 8.1 8.2

Zuid-Holland Vertrekpunt Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ

50 50 50

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

22 22 23

Afweging voorkeursalternatief Voorkeursalternatief naar Europoort

50 54

9 Noord-Brabant 9.1 Vertrekpunt 9.2 Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ en afweging voorkeursalternatief 9.3 Afweging voorkeursalternatief 9.4 Voorkeursalternatief naar Moerdijk

55 55 55 56 58

10 10.1 10.2 10.3 10.4 10.5

Zeeland Vertrekpunt Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ Adviespunten uit de regio Afweging voorkeursalternatief Voorkeursalternatief naar Zeeuws-Vlaanderen

59 59 60 60 60 63

11 11.1 11.2 11.3 11.4

Noord-Nederland Vertrekpunt Beschrijving onderzoek in het kader van Programma VAWOZ Adviespunten uit regioadvies Afweging alternatieven

65 65 66 66 67

12 12.1 12.2 12.3 12.4

Aanlandingen waterstof op zee Belang van waterstof Resultaten onderzoek VAWOZ en PAWOZ-Eemshaven Resultaten onderzoek hergebruik waterstofleidingen Hoe verder met waterstof geproduceerd op zee

70 70 71 73 73

13 Grootschalige elektrolyse op land 13.1 Meerwaarde van grootschalige elektrolyse 13.2 Ruimtelijk beleid voor grootschalige elektrolyse 13.3 Rol Programma VAWOZ bij het ontwikkelen van grootschalige elektrolyse 13.4 Overzicht van de onderzoeksresultaten 13.5 Hoe verder met grootschalige elektrolyse?

74 74 74 74 74 81

14 Keuzes voor elektrische aanlandingen 14.1 Landelijk beeld van de voorkeursalternatieven, overige alternatieven en niet haalbare onderzoeksopties 14.2 Bijdrage aan de ambitie voor windenergie op zee

83 86

15 15.1 15.2 15.3 15.4 15.5 15.6

87 87 87 87 88 89 89

Vervolgproces Programma VAWOZ Keuzeproces voorafgaand aan projectprocedure Projectprocedure Verder uitwerken van de voorkeursalternatieven Borgen van locaties Verder uitwerken van overige alternatieven Vervolg voor waterstof op zee en grootschalige elektrolyse op land

83

2

Voorwoord Het beschikken over voldoende energie is helaas niet meer zo vanzelfsprekend als voorheen. Geopolitieke spanningen, handelssancties en de actuele energiecrisis hebben pijnlijk blootgelegd dat Nederland afhankelijk en kwetsbaar is in haar energievoorziening. Deze situatie onderstreept voor mij het belang van energieonafhankelijkheid en leveringszekerheid. We moeten als Nederland meer zelfvoorzienend worden om invulling te kunnen blijven geven aan onze energiebehoefte. Zo worden we minder kwetsbaar voor geopolitieke onrust. Wind op zee is daarvoor onze grootste, duurzame en bewezen bron. Het is ook een bron die heel goed bij ons past. Op het water komt de innovatiekracht van ons land naar boven. Niet voor niets staat Nederland wereldwijd bekend om de manier waarop we met het water samenleven. De windparken die we op zee bouwen, zijn daar een mooie uitwerking van. Het programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee zet hierin een noodzakelijke volgende stap, door te onderzoeken hoe energie opgewekt met windparken op zee aangesloten kan worden op het hoogspanningsnet op land. In nauwe samenwerking met de omgeving is zorgvuldig gekeken waar de aansluiting op het hoogspanningsnet het beste kan plaatsvinden, kijkend naar de beschikbare ruimte, met de minste natuur en milieueffecten, en de minste overlast voor omwonenden.

Die afwegingen zijn cruciaal om de beperkte ruimte die we hebben, zo goed mogelijk te benutten. Dit resulteert in nieuwe kansrijke aanlandlocaties waarmee we de volgende generatie windparken aan kunnen sluiten op het hoogspanningsnet. De 8GW die door dit programma aan land gebracht kan worden, vormt een cruciale hoeksteen in het toekomstige energiesysteem van Nederland en draagt bij aan een weerbare en duurzame energievoorziening. En daar ben ik trots op. Ik weet uit ervaring wat er komt kijken bij het verbinden van grote windparken op zee met het hoogspanningsnet op land. Het is een complexe puzzel. Het ontwerpprogramma dat nu voorligt is een eerste stap in het oplossen van deze puzzel. Komende tijd wil ik met u hier graag verder aan werken! Jo-Annes de Bat Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

3

Samenvatting Belang van windenergie op zee Windenergie van de Noordzee is de grootste duurzame energiebron die we als Nederland kunnen benutten. Daarmee is windenergie van de Noordzee noodzakelijk voor de energietransitie in Nederland. Windparken op de Noordzee zorgen ervoor dat Nederland minder afhankelijk wordt van andere landen voor haar energievoorziening en dragen bij aan de leveringszekerheid van energie. Bovendien zijn ze noodzakelijk voor het halen van de klimaatdoelen. Om deze doelen te halen heeft het kabinet de ambitie om 40GW aan Wind op zee te realiseren. Programma VAWOZ Het voorliggende Programma VAWOZ (Verbindingen Aanlanding Wind op zee) is een landelijk programma onder de Omgevingswet. Programma VAWOZ onderzoekt het aanlanden van windenergie vanuit de komende generatie windenergiegebieden. Met aanlanden wordt bedoeld het transporteren van elektriciteit of waterstof vanuit het windpark naar de kust via elektriciteitskabels of buisleidingen voor waterstof. En vervolgens het aansluiten op het hoogspanningsnet of het landelijke waterstofnetwerk. Voor waterstof worden in het kader van Programma VAWOZ geen besluiten genomen over mogelijke aanlandopties. De onderzoeksresultaten worden meegegeven ten behoeve van het vervolgonderzoek naar waterstofproductie op zee. Op dit moment is dit gepauzeerd voor vijf jaar.

De in Programma VAWOZ onderzochte aanlandingen van elektriciteit zijn een vervolg op de huidige Routekaart Wind op zee1. Deze routekaart, samen met 2 gigawatt (GW) uit windenergiegebied Doordewind II, voorziet in het realiseren van 23GW aan Wind op zee medio jaren ‘30. Op basis van het onderzoek en in afstemming met regionale en andere overheden zijn in Programma VAWOZ vijf voorkeursalternatieven voor aanlandingen van 2GW aan elektriciteit aangewezen. Als besloten wordt tot inpassing van kernenergie in Zeeland kunnen maximaal vier van deze vijf voorkeursalternatieven gerealiseerd worden. In totaal voorziet Programma VAWOZ daarmee in 8 GW aan Wind op zee. Samen met de huidige Routekaart Wind op zee betekent dit dat er met Programma VAWOZ in 2040 30GW aan Wind op zee aangeland kan worden. Het kabinet heeft de ambitie om door te groeien naar 40GW aan windenergie op zee. In de nieuwe Routekaart Wind op zee, die voor eind 2026 voorzien is, wordt onderzocht hoe deze verdere ontwikkeling van Wind op zee gestalte kan krijgen. Hierbij wordt ondermeer gekeken naar de mogelijkheden voor aanlandingen dieper landinwaarts. Ook kunnen hiervoor enkele van de overige alternatieven van Programma VAWOZ benut worden. 1

Routekaart 21 GW, versie november 2025 | Wind op zee

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Onderzoek voor Programma VAWOZ Om voorkeursalternatieven aan te kunnen wijzen is in Programma VAWOZ onderzoek gedaan naar: • De effecten van een converterplatform op zee2. • Welke routes op de Noordzee geschikt zijn voor elektriciteitskabels en waterstofbuisleidingen vanuit windenergiegebied 6/7 en windenergiegebied Hollandse Kust West 8 richting de kust. • Welke locaties langs de Nederlandse kust geschikt zijn om de primaire zeewering te kruisen met elektriciteitskabels en waterstofbuisleidingen. • Welke routes over land geschikt zijn voor elektriciteitskabels en waterstofleidingen. • Welke locaties binnen een straal van 6 kilometer van bestaande of nieuw te bouwen hoogspanningsstations geschikt zijn om een converterstation3 te realiseren. • Welke bestaande of nieuw te bouwen hoogspanningsstations benut kunnen worden om een aanlanding van elektriciteit op aan te sluiten. • Waar de mogelijkheden en de knelpunten zitten in het landelijk hoogspanningsnet voor het aanlanden en transporteren van elektriciteit naar het achterland. • Welke locaties geschikt zijn voor een aanlandingsstation voor waterstof. • Op welke locaties grootschalige elektrolyse op land mogelijk is binnen een straal van 6 km van het hoogspanningsstation en wat de meerwaarde hiervan is voor een aanlanding van Wind op zee.

In de onderzoeksfase van het programma is aan de hand van een IEA/plan-MER (Integrale Effectanalyse met daarin een plan-milieueffectrapport) onderzoek gedaan naar de landelijke en regionale effecten van aanlandingen. Hierbij is gekeken naar de effecten op het energiesysteem, op milieu- en ruimtelijke aspecten en naar effecten op de omgeving. Ook zijn (kosten)technische aspecten en de maatschappelijke kosten en baten in beeld gebracht. Samenwerken en participatie Tijdens het onderzoek en bij het opstellen van het programma heeft het ministerie van EZK intensief samengewerkt met programmapartners Gasunie, TenneT, provincies en Rijkswaterstaat. Diverse organisaties zoals (haven)bedrijven, belangenverenigingen, branche-, landbouw- en natuur- en milieuorganisaties waren betrokken. Met de provincies, gemeenten en waterschappen zijn dilemma’s en keuzes per regio in ambtelijke en bestuurlijke overleggen besproken. Deze overheden hebben in december 2025 een regio-

2 In een converterplatform op zee wordt de elektriciteit vanuit het windpark op zee verzameld en omgezet naar gelijkstroom. 3 Een converterstation is nodig om de aangelande elektriciteit om te zetten van gelijkstroom naar wisselstroom en om het spanningsniveau aan te passen naar 380kV zodat de elektriciteit kan worden aangesloten op het landelijke hoogspanningsnet. 4

advies gegeven. Rijkswaterstaat heeft ook een advies uitgebracht en het Noordzeeoverleg heeft aandachtspunten ten aanzien van ecologie, ruimte en vergunbaarheid meegegeven. De Commissie mer heeft een advies uitgebracht over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en het plan-MER. Deze informatie en adviezen – naast het onderzoek – zijn gebruikt bij het opstellen van de alternatieven. Resultaat: elektrische aanlandingen Om tot een systematische vergelijking van de onderzochte aanlandingen te komen, zijn de volgende vragen beantwoord: • Wat is een wenselijke landelijke verdeling van de aanlandingen over het hoogspanningsnet? • Welke overwegingen zijn er vanuit milieu, ruimte, techniek, omgeving, systeemintegratie, brede welvaart en kosten die een alternatief meer of minder kansrijk maken? • Wanneer kan er op een hoogspanningsstation aangesloten worden? • Welke (onderdelen van de) verschillende alternatieven kunnen op draagvlak rekenen van overheden, belangenorganisaties en bedrijven? Met deze kennis heeft de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei (KGG) vijf voorkeursalternatieven geïdentificeerd die verspreid zijn over Noord-Holland, ZuidHolland, Noord-Brabant en Zeeland.

Een voorkeursalternatief is een kansrijke route die vanaf het platform in een windenergiegebied over de zeebodem loopt en vervolgens de primaire zeewerking kruist en dan over land via een converterstation aansluit op een hoogspanningsstation. Voor Noord-Nederland is nu geen voorkeursalternatief aangewezen, omdat de routes in Noord-Nederland - de Tunnel route en de Oude Westereemsroute - een te hoge mate van onzekerheid en complexiteit kennen.

Overzicht vijf voorkeursalternatieven

1

Regio

Omschrijving

Noord-Holland

Voorkeursalternatief naar Kop van Noord-Holland: één 2GWverbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor4 naar de Kop van Noord-Holland loopt. De route komt aan land ten zuiden van Julianadorp en loopt richting een converterstation op bedrijventerrein Agriport en sluit aan op het toekomstige hoogspanningsstation NNHN-noord. Voorkeursalternatief naar A9-Zuid: één 2GW-verbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor naar de kust bij Velsen-Noord-Heemskerk óf Egmond aan Zee loopt. Daarna loopt de route naar een converterstation in de haven van Amsterdam aan de Kaapstadweg en sluit aan op het toekomstige hoogspanningsstation A9-Zuid.

2

3

Zuid-Holland

Voorkeursalternatief naar Europoort: één 2GW-verbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor loopt. De route komt aan land bij Hoek van Holland naar het gebied voor het converterstation op het industrieterrein Europoort óf de Hoekse Baan, en het toekomstige hoogspanningsstation Europoort op het industrieterrein Europoort.

4

Noord-Brabant

Voorkeursalternatief naar Moerdijk: één 2GW-verbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor naar de Voordelta loopt en daarna door het Haringvliet en het Hollands Diep. De kabels komen aan land nabij het havengebied van Moerdijk en sluiten daar via een converterstation aan op het toekomstige hoogspanningsstation Port of Moerdijk.

5

Zeeland

Voorkeursalternatief naar Zeeuws-Vlaanderen: één 2GWverbinding die op de Noordzee vanaf windenergiegebied 6/7 via de middencorridor naar de aanlandingszone bij NieuwvlietBad loopt. Op land loopt de route naar het gebied voor het converterstation in de Paulinapolder óf op industrieterrein de Mosselbanken, in de omgeving van het toekomstige hoogspanningsstation nabij Terneuzen.

4 In hoofdstuk 6 wordt nader toegelicht hoe de routes op zee zijn samengesteld. Er zijn hiervoor verschillende corridors onderzocht. De middencorridor komt als beste naar voren. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

5

De vijf voorkeursalternatieven kennen allen nog (grote) uitdagingen. Dit zijn zowel ruimtelijke en ecologische uitdagingen als ook de beperkte capaciteit op het landelijke hoogspanningsnet om de aangelande elektriciteit te kunnen transporteren. Deze aspecten moeten voorafgaand aan of tijdens de projectprocedure verder onderzocht en opgelost worden. Op basis daarvan wordt besloten of een voorkeursalternatief daadwerkelijk wordt gerealiseerd. In Programma VAWOZ zijn naast de vijf voorkeursalternatieven ook overige alternatieven voor elektrische aanlandingen opgenomen. Deze aanlandingen zijn nu niet kansrijk, vanwege (een combinatie van) grote net-technische aandachtspunten, ruimtelijke en ecologische belemmeringen en regionale voorkeuren. Als in de toekomst meer aanlandingen voor Wind op zee nodig zijn, dan kunnen naast ‘diepe aanlandingen’ ook één of meer van de overige alternatieven weer in beeld komen en nader onderzocht gaan worden. Voor de Tunnel-route naar Noord-Nederland en de aanlanding van 700MW wisselstroom uit windenergiegebied Hollandse Kust west 8 wordt al aanvullend onderzoek gedaan. Een aantal routes is definitief komen te vervallen vanwege technische onhaalbaarheid of wettelijke belemmeringen. Deze worden niet meer betrokken bij de toekomstige afweging over de aanlanding van Wind op zee.

Waterstofaanlandingen In de onderzoeksfase van Programma VAWOZ zijn diverse aanlandingsopties onderzocht voor waterstof geproduceerd op zee. Hieruit is naar voren gekomen dat een aanlanding van waterstof nabij Den Helder (provincie Noord-Holland), Grijpskerk en/of Eemshaven (provincie Groningen) kansrijk is. Een aanlanding in het Noordzeekanaalgebied of de Maasvlakte is minder kansrijk. In de Klimaat- en Energienota van september 2025 heeft de minister van KGG aangegeven de voorbereidingen voor waterstofproductie op zee voor vijf jaar te pauzeren.5 In de waterstofmarkt is sprake van hoge kosten, achterblijvende vraag en langzamere ontwikkeling van de techniek. Daarom wijst Programma VAWOZ geen aanlandingen voor waterstof aan. Bij een herstart van waterstofproductie op zee kunnen de hierboven genoemde kansrijke locaties verder onderzocht worden.

Figuur 0-1 Aangewezen voorkeursalternatieven in Programma VAWOZ 5 Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Klimaat en Energienota 2025 6

Grootschalige elektrolyse In Programma VAWOZ is onderzocht op welke locaties nabij de elektrische aanlandingen grootschalige elektrolyse op land mogelijk is. En wat de meerwaarde hiervan is voor het mogelijk maken van een aanlanding van Wind op zee. Voor de zoekgebieden zijn daarnaast de belangrijkste milieueffecten in beeld gebracht. In het kader van Programma VAWOZ zijn geen nieuwe voorkeursgebieden voor grootschalige elektrolyse aangewezen. De onderzoeksresultaten uit Programma VAWOZ worden meegenomen in het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) II (2028), het vervolg op de PEH I. Ook kunnen bevoegde gezagen en marktpartijen hun voordeel doen met de in het programma in beeld gebrachte inzichten ten aanzien van geschiktheid van locaties voor grootschalige elektrolyse nabij de aanlandlocaties. Vervolg Eind 2026 besluiten de minister en de staatssecretaris van KGG, op basis van het Programma VAWOZ, de nieuwe Routekaart Wind op Zee en het Ontwikkelkader waarin de uitrol van wind op zee is vastgelegd, wanneer projectprocedures voor de voorkeursalternatieven worden gestart.

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Leeswijzer Dit is de leeswijzer voor Programma VAWOZ. Het document bestaat uit vier delen zoals u kunt zien in onderstaande Figuur. In Deel A wordt in vier hoofdstukken het doel en de opgave van Programma VAWOZ omschreven. Verder wordt ingegaan op de aanpak van het onderzoek en op welke manier de alternatieven tot stand zijn gekomen. In Deel B wordt in zeven hoofdstukken ingegaan op waar elektrische aanlandingen mogelijk zijn en worden de voorkeursalternatieven per regio beschreven. Hierbij komt ook aan de orde welke overige alternatieven er zijn en wat er niet haalbare alternatieven zijn. Deel C gaat in twee hoofdstukken in op aanlandingen van waterstof op zee en grootschalige elektrolyse op land. Tenslotte wordt in Deel D met twee hoofdstukken ingegaan op de keuzes voor elektrische aanlandingen en het vervolgproces na het programma.

Deel A Introductie Programma

Deel B Voorkeursalternatieven elektrische aanlandingen

1. Programma Verbindingen Aanlanding Wind op Zee 2. Programma VAWOZ in context 3. Aanpak programma, onderzoek en participatie 4. Opstellen, beoordelen en ordenen van de alternatieven 5. Waar zijn de elektrische aanlandingen mogelijk? 6. Regio Noordzee 7. Regio Noord-Holland 8. Regio Zuid-Holland 9. Regio Noord-Brabant 10. Regio Zeeland 11. Regio Noord-Nederland

Deel C Aanlandingen waterstof en grootschalige elektrolyse

12. Aanlandingen waterstof op zee 13. Grootschalige elektrolyse op land

Deel D Gemaakte keuzes en vervolgstappen

14. Keuzes voor elektrische aanlandingen 15. Vervolgproces Programma VAWOZ

7

Deel A - Introductie Programma

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

8

1

Programma Verbindingen Aanlanding Wind op zee

1.1

De noodzaak van windenergie geproduceerd op zee

Windenergie op zee is van groot belang Windenergie van de Noordzee is de grootste duurzame energiebron die we als Nederland kunnen benutten. Daarmee is windenergie van de Noordzee noodzakelijk voor de energietransitie in Nederland. Met windenergie van zee, kernenergie, aardwarmte en duurzaam opgewekte energie op land, is het mogelijk dat Nederland in de toekomst voor haar energievoorziening niet meer afhankelijk is van andere landen. De mix van verschillende energiebronnen zorgt ook voor leveringszekerheid van energie in Nederland. De energietransitie is een noodzakelijke stap om energieonafhankelijkheid en weerbaarheid te garanderen voor nu en in de toekomst. Bovendien is dit noodzakelijk voor het halen van de klimaatdoelen en het verlagen van de CO2-uitstoot. Omdat windenergie op zee hierbij cruciaal is, zet het kabinet in op een ambitieuze, maar realistische uitrol van windenergie op zee. Uit het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee blijkt dat het nodig is om in te zetten op 30 tot 40 gigawatt (GW) Wind op zee tot en met 2040. Het kabinet heeft de ambitie om door te groeien naar 40 GW aan Wind op zee. Programma Verbinding Aanlanding Wind op zee (VAWOZ) Aanlanden van Wind op zee De energie die op de Noordzee wordt opgewekt moet van de windparken met elektriciteitskabels of waterstofleidingen aan land komen.

Deze kabels en leidingen worden aangesloten op respectievelijk het hoogspanningsnet en waterstofnetwerk. Dit heet ‘aanlanden’. Het voorliggende Programma VAWOZ beschrijft hoe de komende generatie windenergiegebieden, na de huidige Routekaart Wind op zee, aangesloten kunnen worden op het nationale energienetwerk. De afkorting VAWOZ staat voor Verbindingen Aanlanding Wind op zee. Programma VAWOZ heeft als doel inzicht te bieden in de mogelijke locaties voor toekomstige aanlandingen. Hierbij is gekeken naar zowel elektrische als waterstofaanlandingen, en ook hoe grootschalige elektrolyse op land van meerwaarde kan zijn bij een aanlanding. Er is gekeken naar een breed scala aan onderwerpen, zoals gevolgen voor natuur en milieu, de fysieke ruimte, de ruimte op het hoogspanningsnet, en het draagvlak in de omgeving. Voor elektriciteit worden concrete locaties voor aanlanding voorgesteld. De voorgestelde locaties voor elektrische aanlanding worden voorkeursalternatieven genoemd. Na afloop van het Programma VAWOZ kunnen deze voorkeursalternatieven uitwerkt worden in een projectprocedure. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Op basis van onderzoek en diverse marktontwikkelingen is besloten dat het Programma voor waterstof geproduceerd op zee geen voorkeursalternatieven benoemt maar, enkel de onderzoeksresultaten tot nu toe laat zien. Voor elektrolyse op land worden geen nieuwe voorkeursgebieden aangewezen; de informatie uit Programma VAWOZ hierover wordt meegenomen in het Programma energiehoofdstructuur (2028). Aard Programma VAWOZ In Programma VAWOZ is een integrale en landelijke afweging gemaakt over meerdere routes voor aanlandingen van Wind op zee. Het programma biedt - naast een set concrete voorkeursalternatieven - een doorkijk naar welke alternatieven langs de kust eventueel mogelijk zijn voor de langere termijn of in het geval van nieuwe ontwikkelingen. Dit komt tegemoet aan de wens van de betrokken regio's om vroegtijdig betrokken te zijn bij mogelijke ontwikkelingen vanuit het Rijk in de regio.

1.2

Onderdelen Verbindingen Aanlanding Wind op zee

Programma op grond van de Omgevingswet Een programma op grond van de Omgevingswet is een uitwerking van het ruimtelijk beleid. In een programma kan de minister nationaal beleid concreter invullen voor specifieke gebieden, sectoren of onderwerpen. Programma VAWOZ is een uitvoeringsgericht programma, omdat het concreet richting geeft aan de routes en locaties voor de diverse aanlandingen. Het programma biedt de kaders voor projectprocedures om de aanlandingen te realiseren, die worden gestart na Programma VAWOZ. Programma VAWOZ is een ‘vrijwillig programma’, wat betekent dat er geen wettelijke verplichting is om een programma voor aanlandingen van Wind op zee op te stellen. Een programma is zelfbindend. Dit betekent dat het bestuursorgaan zelf, in dit geval de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei, gehouden is tot de uitvoering daarvan.

Een elektrische aanlanding van windenergie van zee bestaat uit de volgende onderdelen: • Het platform op zee dat wisselstroom omzet in gelijkstroom. • Ondergrondse kabels op zee en op land om de elektriciteit te transporteren. • Het converterstation op land dat gelijkstroom omzet in wisselstroom en het op het juiste spanningsniveau brengt voor het landelijke hoogspanningsnet. • Ondergrondse kabels om de elektriciteit van het converterstation naar een hoogspanningsstation te transporteren. 9

De windenergie van zee komt via kabels in de bodem van de Noordzee aan land. Nieuwe windparken komen steeds verder op zee te liggen. Om bij het vervoer zo min mogelijk elektriciteit te verliezen, worden voor de elektrische aanlanding voor het aansluiten van 2GW aan windenergie, gelijkstroomkabels met een hoog voltage (525 kilovolt - kV) gebruikt. Op land gaat de kabel eerst naar een converterstation, dat de gelijkstroom omzet in wisselstroom en converteert naar het spanningsniveau van het landelijke hoogspanningsnet (380 kV). Daarna gaat de elektriciteit met wisselstroomkabels naar een hoogspanningsstation, waar de elektriciteit op het landelijke hoogspanningsnet aangesloten wordt. Voor het realiseren of aanpassen van de hoogspanningsstations worden aparte procedures doorlopen. Een schematische weergave van een elektrische aanlanding is te zien in Figuur 1‑1.

In het integrale effectonderzoek (IEA/plan-MER) voor het programma is ook gekeken naar waterstofaanlandingen, waarbij elektrolyse op zee plaatsvindt. Elektrolyse is een proces waarbij elektriciteit en zuiver water omgezet worden in waterstof. Bij elektrolyse op zee wordt de waterstof van zee via een leiding aan land gebracht: de waterstofaanlanding.

Het converterstation ligt bij voorkeur zo dicht mogelijk bij het hoogspanningsstation waarop wordt aangesloten. De afstand tussen een converterstation en een hoogspanningsstation is maximaal zes kilometer. Voor het terrein van een converterstation is een oppervlakte van ongeveer vijfeneenhalf hectare nodig, per kabelsysteem van 2GW. Dit is ongeveer even groot als acht voetbalvelden. Hier komt tijdelijk twee hectare aan werkterrein bij.

Figuur 1‑1 Schematische weergave van een aanlanding van elektriciteit

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

10

Deze leiding wordt via het aanlandingsstation voor waterstof aangesloten op het waterstofnetwerk op land. Zo wordt de waterstof vervoerd naar de gebruikers. In het station wordt de hoeveelheid waterstof gemeten en de druk op het juiste niveau gehouden, voordat de waterstof het waterstofnetwerk op kan. In het aanlandingsstation zijn installaties aanwezig waarmee speciale apparaten door de leidingen gaan om de staat van de leiding te controleren. Een schematische weergave van een waterstofaanlanding is te zien in Figuur 1‑2.

Aanlandingen waterstof In Programma VAWOZ worden geen voorkeursalternatieven voor waterstof op zee vastgelegd. In de markt voor waterstof is sprake van een achterblijvende vraag en langzamere ontwikkeling van de techniek. In de Klimaat- en Energienota 2025 is besloten om de inzet op waterstofproductie op zee voor vijf jaar te pauzeren. Hoofdstuk 12 van Programma VAWOZ beschrijft welke routes kansrijk zijn om in de toekomst verder te onderzoeken na een eventuele herstart van waterstofproductie op zee.

Grootschalige elektrolyse In het integrale effectonderzoek voor het programma is ook gekeken naar grootschalige elektrolyse op land met een vermogen van 0,5GW tot 1GW. Hierbij worden grote hoeveelheden elektriciteit uit de windparken op zee omgezet in waterstof. De waterstof wordt aangesloten op het nog te realiseren landelijke waterstofnetwerk. Voor grootschalige elektrolyse op land worden in het kader van Programma VAWOZ geen nieuwe voorkeursgebieden aangewezen. De informatie uit Programma VAWOZ wordt meegenomen in de actualisatie van het Programma Energiehoofdstructuur (2028). Zie ook hoofdstuk 12. Hoofdstuk 13 van Programma VAWOZ geeft een overzicht van de onderzoeksresultaten en beschrijft het vervolg.

Waterstof

Windpark

Compressieplatform op zee Een compressieplatform op zee zorgt voor efficiënt vervoer van waterstof. Afsluiterlocatie

Aanlandstation

Afsluiterlocatie

Aansluiting op Waterstofnetwerk Nederland.

Figuur 1‑2 Onderdelen waterstofaanlanding Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

11

2

Programma VAWOZ in context

Programma VAWOZ staat niet op zichzelf. Er zijn diverse andere programma’s en procedures rondom ruimte, energie, klimaat, industrie, het gebruik van de Noordzee en elektrische aanlanding van Wind op zee die een samenhang hebben met Programma VAWOZ. Dit hoofdstuk beschrijft deze samenhang.

2.1

Meest relevante beleidskaders

2.1.1

Beleid voor benutten van ruimte op land en zee

Het ruimtelijke rijksbeleid is vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie. Momenteel geldt (formeel) de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) uit 2020. Er wordt gewerkt aan een nieuwe nationale omgevingsvisie met als titel ‘Nota Ruimte’. Met de (ontwerp-)Nota Ruimte herneemt het Rijk de regie in ruimtelijke ordening. Aanleiding is dat Nederland voor grote en urgente maatschappelijke opgaven staat, die veelal ook om (extra) ruimte vragen. In de Nota Ruimte komen de hoofdlijnen van het beleid voor de ontwikkeling van de leefomgeving van Nederland te staan. Daarmee biedt de Nota Ruimte een langetermijnvisie op de ruimtelijke inrichting van Nederland. De uitgangspunten uit de NOVI en Nota Ruimte vormen belangrijke randvoorwaarden voor Programma VAWOZ. Zo is voor de aanlanding van Wind op zee in de Nota Ruimte vastgelegd dat deze, vanuit het principe ‘vraag en aanbod in samenhang’, primair dienen plaats te vinden bij de industrieclusters. En dat bij de locatiekeuzes voor aanlandingslocaties een brede ruimtelijke afweging dient te worden gemaakt, waarbij ook de indirecte ruimtelijk-economische effecten worden meegewogen. De NOVI, de (ontwerp-)Nota Ruimte en het Nationaal plan energiesysteem kiezen voor windparken op de Noordzee als belangrijkste bron van de toekomstige (duurzame) energieproductie. De ruimte op de Noordzee is net als op het land schaars.

Bij het inpassen van de verschillende opgaven dient rekening te worden gehouden met deze verschillende belangen én met de effecten op land van deze ontwikkelingen. Voor de Noordzee is de centrale opgave om de juiste maatschappelijke balans te vinden in de ruimtelijke ontwikkeling van de Noordzee binnen de randvoorwaarden van een gezond ecosysteem. Onder meer vanwege de essentiële rol die de industrieclusters spelen in de energietransitie, is in de (ontwerp-)Nota Ruimte ook aangekondigd dat het Rijk meer regie gaat nemen over de ruimtelijke ordening in en rond deze clusters en deze als van ‘nationaal belang’ beschouwt. De industrieclusters vormen namelijk dé knooppunten voor het toekomstige (inter)nationale systeem voor vervoer van energiedragers. Hiervoor moet voldoende ruimte vrijgemaakt worden, in samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven die spelen in deze industrieclusters. Dit gaat bijvoorbeeld over de circulaire transitie, defensie en havenactiviteiten. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Het Rijk werkt met de medeoverheden aan het uitwerken van NOVI in lokaal en regionaal passende ruimtelijke oplossingen. Dit gebeurt onder andere via het programma NOVEX. Een aantal NOVEX-gebieden heeft een belangrijke rol bij de beweging naar een klimaatneutrale samenleving in 2050. Dit zijn onder andere het Noordzeekanaalgebied, North Sea Port District en de Rotterdamse haven. Programma VAWOZ heeft in diverse NOVEX-gebieden deelgenomen aan de regionale gesprekken over de inpassing van energie infrastructuur in havenclusters. Het Programma Noordzee gaat over de ruimtelijke indeling van de Noordzee en het bereiken van de goede milieutoestand – in één van de intensiefst gebruikte zeeën ter wereld. De centrale opgave in het Programma Noordzee 2022–2027 (maart 2022) is het vinden van de juiste maatschappelijke balans in de ruimtelijke ontwikkeling van de Noordzee, waarbij wordt gekeken naar de drie transities op de Noordzee (voedsel, natuur en energie) en ander gebruik zoals scheepvaart en zandwinning. Hier valt ook onder het reserveren van voldoende fysieke ruimte voor windenergie die nodig is voor invulling van de klimaatambities. In het Partieel Herziene Programma Noordzee 2022-2027 (maart 2026) zijn nieuwe windenergiegebieden aangewezen. Het windenergiegebied 6/7 is aangewezen en het windenergiegebied Doordewind is uitgebreid.

Het kabinet gaat uit van water en bodem als richtinggevend6 en 7 principe in de ruimtelijke ordening. Deze wordt gehanteerd bij het inpassen van infrastructuur, waaronder aanlandingen van Wind op zee, in het water- en bodemsysteem. Het Rijk bouwt voort op het bestaande waterveiligheidsbeleid en reserveert ruimte rondom primaire keringen om toekomstige wateropgaven te kunnen opvangen. In Programma VAWOZ is het principe ‘water en bodem zijn richtinggevend’ onder andere meegewogen bij de effectbeoordeling van aanlandingen Wind op zee op het oppervlaktewatersysteem op basis van de criteria overstromingsrisico, wateroverlast en waterbergings- en noodoverloopgebieden. Daarnaast zijn ook verandering van bodemsamenstelling, zetting, verandering grondwaterstand, verandering grondwaterkwaliteit, verzilting en verandering oppervlaktewaterkwaliteit meegenomen in het effectonderzoek en de effectbeoordeling. De doorvertaling van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in nationale wet- en regelgeving borgt de bodem- en waterkwaliteit in Nederland. De effecten van aanlandingen Wind op zee op de KRW-doelen zijn beoordeeld voor Programma VAWOZ.

6  Kamerbrief over rol Water en Bodem bij de Ruimtelijke Ordening. Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 27 625, nr. 592 7 Kamerbrief over de visie op water en bodem, oktober 2024 12

In alle EU-landen geldt sinds 2024 de Natuurherstelverordening (NHV). Deze Europese wet moet ervoor zorgen dat ecosystemen niet alleen beschermd maar ook hersteld worden. Met de NHV moet het Rijk gebieden herstellen en beschermen op land, aan de kust, in zoet water en op zee. Wetten zoals de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn water beschermen en herstellen de natuur. De NHV bouwt hierop voort met extra doelen. Dit kan van invloed zijn op de verdere uitwerking van de voorkeursalternatieven in de projectprocedures. Dit is nader toegelicht in hoofdstuk 6 Noordzee. Het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) (december 2025) beschrijft de noodzakelijke ruimtelijke uitbreidingsbehoefte van defensie in Nederland die voortkomt uit de groei van de krijgsmacht. De noodzakelijke ruimte voor defensie is hierin passend gemaakt met andere behoeften van het Rijk, zo ook Programma VAWOZ. Er is beperkte overlap tussen de zoekgebieden van programma VAWOZ en de aangewezen gebieden uit de NPRD. In de gebieden waar wel overlap is, blijft multifunctioneel gebruik mogelijk. Het doel van het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) is om tijdig te zorgen voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur voor de energietransitie richting 2050.

PEH gaat onder meer over hoogspanningsverbindingen, grootschalige elektriciteitscentrales, grootschalige systeembatterijen, grootschalige elektrolysers, (diepe) aanlandingen, aanvullende voorkeursgebieden voor kernenergie en buisleidingen van nationaal belang. Het huidige PEH I (maart 2024) vormt mede het kader voor Programma VAWOZ en de uitkomsten van Programma VAWOZ worden weer meegenomen in het toekomstige PEH II (2028). In PEH I is de nut en noodzaak voor elektrolyse nabij aansluitlocaties van Wind op zee onderbouwd. In aanvulling op het PEH I is in Programma VAWOZ nader onderzoek gedaan naar kansrijke locaties voor grootschalige elektrolyse, nabij de elektrische aansluitlocaties. De procedure voor PEH II is in 2025 gestart; onderzoeksresultaten van VAWOZ zullen daarin worden meegenomen. PEH II komt tot een brede integrale afweging op basis van systeemintegratie (denk hierbij aan de verhouding met andere energetische vraagstukken zoals flexibele bronnen en kernenergie), bredere leefomgevingsaspecten (zoals water voor waterstof etc.) en kosten.

2.1.2

VAWOZ heeft ook verbinding met de CES (Cluster Energiestrategie), het strategische plan waarin industriële clusters, netbeheerders en overheden in Nederland samenwerken om de energievraag en de benodigde infrastructuur (elektriciteit, waterstof, warmte) voor verduurzaming in beeld te brengen. De aanlanding van windenergie van zee heeft een belangrijke samenhang met lopende procedures voor de uitbreiding van het hoogspanningsnet (ook MIEK-projecten). Deze projecten dragen bij aan het tijdig beschikbaar hebben van energie-infrastructuur van nationaal belang. Programma VAWOZ heeft raakvlakken met een aantal projecten, die noodzakelijk zijn om de aanlandingen uit Programma VAWOZ te realiseren. Dit zijn: • 380kV-Netuitbreiding Noord-Holland Noord (NNHN).8 Dit project bestaat uit de realisatie van een nieuwe 380kV-verbinding door Noord-Holland en twee nog te realiseren hoogspanningsstations (NNHN-noord en NNHN-zuid). • 380kV-station A9-Zuid.9 Met dit project wordt een nieuw hoogspanningsstation gerealiseerd in het Amsterdamse havengebied. • 380kV-station Europoort.10 Met dit project wordt een nieuw hoogspanningsstation gerealiseerd in het Rotterdamse havengebied. • 380kV Port of Moerdijk (POM).11 Met dit project wordt een nieuw 380-150-20kV-station gerealiseerd in de omgeving van het haven- en industrieterrein Port of Moerdijk in NoordBrabant.

• 380kV Zeeuws-Vlaanderen.12 Dit project bestaat uit de realisatie van een nieuwe 380kVverbinding naar Zeeuws-Vlaanderen en een hoogspanningsstation in de omgeving van Terneuzen. Naast Wind op zee kijkt het Rijk ook naar andere energiebronnen voor energiezekerheid, waaronder kernenergie. Het kabinet werkt daarom door aan de bouw van ten minste vier nieuwe kerncentrales. Dit kunnen conventionele en ook modulaire reactoren zijn.

Nationaal energiebeleid en energieprojecten

De aanlandingen uit Programma VAWOZ landen aan waar de verwachte vraag naar energie is. Uit het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI) blijkt dat, met het oog op de klimaatdoelstellingen uit onder andere het Nederlandse Klimaatakkoord, het aannemelijk is dat de vraag naar duurzame energie in diverse regio’s zal toenemen door elektrificatie van de industrie. Programma VAWOZ heeft mede daarom in deze regio’s aanlandingen onderzocht. Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) helpt om de verduurzaming en elektrificatie te versnellen. Dit programma kan de projectprocedures na afloop van Programma VAWOZ helpen versnellen. Programma Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

8 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord | RVO.nl 9 380/150 kV hoogspanningsstation A9-Zuid | RVO.nl 10 Nieuw hoogspanningsstation Europoort 380kV 11 Hoog- en middenspanningsstations Port of Moerdijk (POM 380-150-20 kV) | RVO.nl 12 380 kV Netuitbreiding Zeeuws-Vlaanderen | RVO.nl 13

In de Projectprocedure Nieuwbouw Kerncentrales (NKC) 13 wordt momenteel onderzoek gedaan naar de nieuwbouw van twee conventionele kerncentrales op locaties in het Sloegebied, nabij Terneuzen, de Tweede Maasvlakte en in de Eemshaven. De locatiekeuze voor kerncentrales is medebepalend of aanlandingen in deze regio’s mogelijk zijn en vice versa. Naar verwachting wordt na de zomer in 2026 de keuze voor de voorkeurslocatie van het kabinet gepubliceerd in de vorm van een ontwerp-voorkeursbeslissing. De definitieve voorkeursbeslissing wordt naar verwachting begin 2027 vastgesteld. Daarnaast gaat wordt in PEH II onderzocht worden of er ook (aanvullende) locaties geschikt zijn voor de realisatie van twee extra kerncentrales. De principes uit de Nota Ruimte zijn hierbij leidend.

2.2

In het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee16 (WIN, juli 2025) heeft het kabinet laten zien dat het nodig is om tot en met 2040 in te zetten op een bandbreedte van 30 tot 40GW Wind op zee, waarbij de meeste energiescenario’s boven in deze bandbreedte zitten. 17 In het Coalitieakkoord 2026-203018 is een ambitie van 40GW aan Wind op zee geformuleerd om energieonafhankelijker te worden, de klimaatdoelen te halen en om een betaalbaar energiesysteem op te bouwen.

Hoeveel Wind op zee is nodig in de toekomst

Wind op zee is de grootste bron van de toekomstige Nederlandse energievoorziening. In het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE, december 2023), de kabinetsvisie voor het energiesysteem tot 2050, zijn streefdoelen voor Wind op zee neergezet. Om te zorgen dat deze doelen gehaald kunnen worden, is in 2022 de aanvullende Routekaart 21GW vastgesteld. In 2022 heeft Kabinet Rutte IV besloten14 om in te zetten op de bovenkant van scenario’s over toekomstige energiebehoefte, zodat er zekerheid is dat tijdige verduurzaming van de samenleving mogelijk is. Er zijn destijds stevige streefdoelen gesteld van 50GW in 2040 en 70GW in 2050. Programma VAWOZ is gestart met het doel de ambitie voor 2040 mogelijk te maken en een doorkijk te geven naar het doel voor 2050. Concreet is onderzoek gedaan naar kansrijke mogelijkheden voor aanlanding voor ongeveer tien elektrische aanlandingen en twee waterstofaanlandingen in 2040. De risico’s en uitdagingen die bij de hoge ambitie uit 2022 zijn geïdentificeerd, manifesteren zich nu in de praktijk. Door uitdagingen bij de elektrificatie van onder andere onze industrie blijft grootschalige vraag naar duurzame energie achter.15 Er is een mismatch tussen vraag- en aanbod. Deze situatie speelt in meerdere landen en is een normale fase in de energietransitie, waarbij het elektriciteitsaanbod voor een steeds groter deel uit hernieuwbare energie bestaat.

Tegen deze achtergrond is realisme geboden bij het stellen van doelen en het plannen van de uitrol van windenergie op zee. De capaciteit van het hoogspanningsnet is ook een bepalende factor en kent lokaal knelpunten. Het transport van aangelande windenergie naar andere delen van het land is daardoor niet overal en in grote hoeveelheden mogelijk.

13 Nieuwbouw Kerncentrales | RVO.nl 14 Kamerbrief windenergie op zee 2030 - 2050 d.d. 16 september 2022 15  Kamerbrief Ontwikkelingen tenders windenergie op zee IJmuiden Ver Gamma en Nederwiek I-A, d.d. 16 mei 2025. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

16 Het Windenergie Infrastructuurplan Noordzee 17 Klimaat- en Energienota 2025 18 Aan de slag - Coalitieakkoord 2026-2030 | Kabinetsformatie 14

De staatssecretaris en minister van KGG besluiten wanneer projectprocedures voor de aanlandingen van wind op zee worden gestart. Hierbij wordt gekeken naar onder andere de vraagontwikkeling, leveringszekerheid, strategische energie-onafhankelijkheid en de beschikbaarheid van andere energiebronnen. Dit vraagt enerzijds om een adaptieve aanpak. Anderzijds hebben diverse (uitvoerings)organisaties belang bij een voorspelbare uitrol van Wind op zee. Het beleid voor de uitrol van Wind op zee wordt vastgelegd in het Ontwikkelkader (zie onderstaand tekstkader).

Ontwikkelkader en Routekaart Wind op zee Het beleid voor de uitrol Wind op zee wordt vastgelegd in het Ontwikkelkader. Het doel van het Ontwikkelkader Windenergie op zee is om -op hoofdlijnen- kaders te stellen aan de vormgeving, aanleg, beschikbaarheid en levensduur van het net op zee. Dit geeft vooraf duidelijkheid aan ontwikkelaars van windparken op zee over de planning van en randvoorwaarden aan de ontwikkeling van windenergie op zee. Onderdeel van het Ontwikkelkader is de Routekaart Wind op zee. Hierin wordt de snelheid en omvang van de tendering en bouw van de windparken op zee en de bijbehorende aanlandingen uitgewerkt en vastgelegd. Op dit moment ligt er een concreet uitrolpad voor de realisatie van 23GW. Dit is de uitrol van de aanvullende Routekaart van 21GW met daar bovenop 2GW vanuit windenergiegebied Doordewind II. Het uitrolpad wordt periodiek aangevuld, waarbij tegelijkertijd ook een afweging gemaakt moet worden over de aansluitlocatie voor de beoogde ontwikkeling (tendering) van kavels voor nieuwe windparken.

2.3

Andere trajecten rondom aanlandingen Wind op zee

2.3.1

Relatie Programma VAWOZ en PAWOZ-Eemshaven

Programma Aansluiting Wind op zee-Eemshaven (hierna: PAWOZ-Eemshaven, juli 2025) heeft de mogelijkheden voor aanlanding van Wind op zee in de Eemshaven (NoordNederland) onderzocht. Hierbij is onderzoek gedaan naar de aanlanding van windenergie geproduceerd in de windenergiegebieden Doordewind (voor 4GW) en Ten Noorden van de Waddeneilanden. Daarnaast zijn routes onderzocht vanaf het demarcatiepunt19 voor windenergiegebied 6/7 naar de Eemshaven. Programma VAWOZ heeft voor de aansluiting in 19 Tot aan dit punt heeft Programma VAWOZ de routes voor aanlandingen op de Noordzee onderzocht en vanaf dit punt heeft PAWOZ-Eemshaven de routes en zoekgebieden voor aanlandingen naar Noord-Nederland onderzocht. Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Noord-Nederland de mogelijkheden vanuit windenergiegebied 6/7 tot het demarcatiepunt bekeken. Tevens heeft Programma VAWOZ voor Noord-Nederland voor systeemintegratie en brede welvaart de effecten voor de gehele aanlanding (vanaf het windenergiegebied tot aansluiting in Eemshaven) onderzocht, zoals dit ook voor andere VAWOZ-regio's is gedaan. De afwegingen over elektrische routes zijn beschreven in hoofdstuk 11 Noord-Nederland en over waterstofroutes zijn deze beschreven in hoofdstuk 12 Aanlandingen waterstof op zee. Voor beide hoofdstukken zijn de resultaten uit Programma VAWOZ (tot het demarcatiepunt) en PAWOZ-Eemshaven (vanaf het demarcatiepunt) integraal bekeken.

2.3.2 Lopende projectprocedures voor realisatie van elektrische aanlandingen Er zijn al projectprocedures gaande of afgerond voor de invulling van de huidige Routekaart Wind op zee. Programma VAWOZ maakt waar mogelijk gebruik van de opgedane kennis in die projectprocedures. Zo is voor Net op zee Nederwiek 3 in januari 2025 in de projectprocedure de route door binnenwateren naar Geertruidenberg vastgesteld als voorkeursalternatief. De andere routes naar- en zoekgebieden voor converterstations nabij Moerdijk die in deze projectprocedure zijn onderzocht, zijn onderdeel van de afweging die in Programma VAWOZ is gemaakt. Zie hiervoor hoofdstuk 9 Noord-Brabant.

2.3.3

Relatie Programma VAWOZ en Voorverkenning Diepe Aanlandingen

Uit onderzoek van het Programma VAWOZ blijkt dat landelijke spreiding en diepe aanlandingen gunstige effecten hebben op het voorkomen en verminderen van knelpunten op het hoogspanningsnet . In de Voorverkenning Diepe Aanlandingen brengt het ministerie van EZK in samenwerking met TenneT, Rijkswaterstaat en provincies in beeld: • Welke mogelijke aansluitlocaties verder landinwaarts (in Gelderland, Noord-Brabant, Flevoland, Overijssel en Limburg) geschikt zijn om windenergie van zee aan te sluiten op het hoogspanningsnet, zowel vanuit ruimtelijk als systeemperspectief. • Welke zoekzones voor kabelroutes kansrijk zijn om de elektriciteit van zee naar die locaties te brengen. • Ook zal er een variant worden onderzocht met een gelijkstroomhub. Een gelijkstroomhub fungeert als schakelstation tussen twee of meerdere gelijkstroomkabels en stelt TenneT in staat om in windluwe periodes beter te sturen waar de elektriciteit naartoe gaat. Diepe aanlandingen zijn onderdeel van de scope van PEH II omdat PEH II het gehele Nederlandse energiesysteem omvat. Er is nauwe afstemming tussen de Voorverkenning Diepe Aanlandingen en PEH II. Afronding van de voorverkenning is medio 2026 voorzien. De voorverkenning levert een eerste selectie van alternatieven op die in een volgende fase nader worden onderzocht.

De verwachting is dat uit dit traject kansrijke diepe aanlandopties kunnen komen die aanvullend zijn op de voorkeursalternatieven uit Programma VAWOZ. 15

3

Aanpak programma, onderzoek en participatie

3.1

Aanpak programma en onderzoek

Om afwegingen te kunnen maken in het Programma VAWOZ over welke opties er zijn om de windenergiegebieden 6/7 en Holland Kust west 8 (HKW8) aan te sluiten op de energienetwerken op land, is onderzoek uitgevoerd. Daarbij stonden de volgende vragen centraal: • Wat zijn de effecten van een converterplatform op zee? • Welke routes op de Noordzee zijn geschikt zijn voor elektriciteitskabels en waterstofbuisleidingen vanuit windenergiegebied 6/7 en windenergiegebied Hollandse Kust West 8? • Welke locaties langs de Nederlandse Kust zijn geschikt om de primaire zeewering te kruisen met elektriciteitskabels en waterstofbuisleidingen? • Welke routes zijn geschikt voor elektriciteitskabels over land? • Welke routes zijn geschikt voor waterstofbuisleidingen over land? • Welke bestaande of nieuw te bouwen hoogspanningsstations kunnen benut worden om een aanlanding van windenergie op zee op aan te sluiten? • Waar zitten de mogelijkheden en knelpunten in het landelijk hoogspanningsnet voor het aanlanden van elektriciteit? • Welke locaties binnen een straal van 6 kilometer van bestaande of nieuw te bouwen hoogspanningsstations zijn geschikt om een converterstation te realiseren? • Welke locaties zijn geschikt voor een aanlandingsstation voor waterstof? • Op welke locaties is grootschalige elektrolyse op land mogelijk en wat de meerwaarde hiervan is voor een aanlanding van Wind op zee? De

routes en zoekgebieden zijn onderzocht in een Integrale Effectanalyse (zie Hoofdrapport IEA) en plan-milieueffectrapport (plan-MER, zie IEA Bijlage C). Het alternatievendocument (zie IEA Bijlage A Alternatievendocument) beschrijft de (ontwikkeling van) de routes en zoekgebieden. In de IEA/plan-MER zijn de effecten van alle routes en zoekgebieden op zes verschillende thema’s onderzocht: Energiesysteem (o.a. past de elektriciteit op een bepaalde locatie op het hoogspanningsnet), Milieu & Ruimte, Techniek & Kosten, Toekomstvastheid, Brede welvaart en Omgeving. Onder dit laatste thema zijn de aandachtspunten, kansen en risico’s van de aanlandingen die zijn ingebracht door omgevingspartijen meegenomen.

Brede welvaart

Toekomstvastheid

Systeemintegratie

Omgeving

Techniek & kosten

Milieu & ruimte (Plan-MER)

Figuur 3‑1 De zes thema's van de Integrale Effectanalyse (IEA) De samenvatting en conclusies zijn gebundeld in het hoofdrapport van de IEA. Voor elk van de zes thema’s Figuur 3‑1 uit de IEA is een apart deelrapport opgesteld. Het plan-MER is het deelrapport voor het thema Milieu & Ruimte. Voor een programma zoals VAWOZ is het verplicht om een milieueffectrapport op te stellen. De aanleg van kabelverbindingen en waterstofleidingen kan namelijk gevolgen hebben voor het milieu. In het planMER voor Programma VAWOZ zijn de volgende milieuaspecten voor zowel het zee- als landdeel meegenomen: Natuur, Bodem en water, Ruimtelijke kwaliteit (o.a. landschap), cultuurhistorie en archeologie en tenslotte Leefomgeving, ruimtegebruik en overige gebruiksfuncties. Onderdeel van het plan-MER is een Passende Beoordeling. De Passende Beoordeling is integraal opgenomen in de hoofdstukken Natuur op zee en Natuur op land met de andere effecten op natuurwaarden (zie IEA Bijlage C Plan-MER hoofdstuk 4 en 5). Dit is passend voor de besluiten in het Programma. Voor natuur op zee is aanvullend de huidige staat van de natuurwaarden in de beschermde gebieden in beeld gebracht en zijn aanbevelingen voor mitigerende maatregelen gedaan. Het programma is gestart met de publicatie van het voornemen en voorstel participatie.

Voorafgaand aan het uitvoeren van het effectenonderzoek is een onderzoeksplan opgesteld: de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Met de (concept) NRD zijn

Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

16

belanghebbenden geïnformeerd over de achtergrond en het doel van het programma, de te onderzoeken routes voor de verbindingen en de zoekgebieden voor converterstations, aanlandstations waterstof en elektrolysers. Ook bevat de NRD het beoordelingskader op basis waarvan de effecten van de routes en zoekgebieden zijn onderzocht.

doorlopen. De uitgebreide beschrijving van het doorlopen participatieproces is opgenomen in het IEA Bijlage D Deelrapport Omgeving en het Addendum Deelrapport Omgeving.

Gedurende het onderzoek is in najaar 2024 een selectie gemaakt waarbij routes en zoekgebieden die technisch niet haalbaar of wettelijk niet vergunbaar bleken, niet verder zijn onderzocht. Daarnaast hebben de onderzoeksresultaten en ingebrachte informatie uit het omgevingsproces geleid tot enkele wijzigingen in routes en zoekgebieden. Zie voor de ontwikkeling van de routes en zoekgebieden het alternatievendocument (IEA Bijlage A Alternatievendocument).

Regionale projectteams Elke regio in Programma VAWOZ had haar eigen regionale projectteam. Hierin waren het ministerie van EZK, de provincie, Rijkswaterstaat en netbeheerders Gasunie en TenneT vertegenwoordigd. De netbeheerders en Rijkswaterstaat hebben vanuit hun technische en inhoudelijke expertise meegedacht over inhoudelijke vraagstukken en de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de te onderzoeken oplossingsrichtingen. Ze hebben ook de ambtelijke en bestuurlijke overleggen in de regio’s bijgewoond. TenneT is de initiatiefnemer in de ruimtelijke procedures voor de elektrische verbindingen die starten na afloop van Programma VAWOZ. Gasunie heeft expertise ingebracht over de waterstofverbindingen. De provincie bracht ruimtelijke expertise in en kennis over regionale vraagstukken.

In de zomer van 2025 is het onderzoek voor de IEA/plan-MER afgerond. Op basis van hiervan zijn (regio)adviezen opgesteld in Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland. Aan de hand van deze (regio)adviezen, de onderzoeksresultaten en het participatieproces zijn voorkeursalternatieven in beeld gebracht die door de Ministerraad worden vastgelegd in het definitieve Programma VAWOZ.

3.2

Participatie

3.2.1

Doel en aanpak van het participatieproces

Er is veel waarde gehecht aan de inbreng en bijdrage van medeoverheden, omgevingspartijen en andere belangstellenden bij Programma VAWOZ. Het doel van het participatieproces was om door samenwerking te komen tot een breed gedragen onderzoeksaanpak en oplossingsrichtingen (routes en zoekgebieden) om zo de besluitvorming goed te kunnen voorbereiden. In een doorlopend proces heeft afstemming plaatsgevonden met andere bestuursorganen, maatschappelijke organisaties, bewoners en bedrijven. Binnen het participatieproces is onderscheid gemaakt tussen het proces en de procedure. Met de procedure wordt bedoeld de formele stappen en de wettelijke kaders tot aan de vaststelling van het programma, met daarin een aantal formele mijlpalen. Deze mijlpalen zijn voorbereid via bestuurlijke overleggen op regionaal en landelijk niveau. Met procesactiviteiten worden de informele activiteiten tussen deze formele momenten in bedoeld. Beiden hebben bijgedragen aan de benodigde kennis en perspectieven en de ontwikkeling van oplossingsrichtingen. In het participatieplan voor Programma VAWOZ20 is uitgewerkt hoe de afstemming zowel landelijk als regionaal is vormgegeven. Per regio is op maat een participatieproces

3.2.2 Samenwerking en participatie

Participatie en communicatie medeoverheden en omgevingspartijen Per stap in het onderzoek en de totstandkoming van het programma is informatie opgehaald, verwerkt en weer teruggekoppeld. In regionale ambtelijke en bestuurlijke overleggen met decentrale overheden en havenbedrijven zijn afwegingen en dilemma's besproken. Ook zijn er per regio interactieve werksessies met omgevingspartijen (waaronder (haven) bedrijven, belangenverenigingen, brancheorganisaties, landbouworganisaties, natuur- en milieuorganisaties) en informatiebijeenkomsten voor alle regionale belangstellenden georganiseerd. Buiten deze sessies en bijeenkomsten is informatie gedeeld via communicatiemiddelen zoals nieuwsbrieven, persberichten, advertenties en een website, waarbij de mogelijkheid bestond om contact op te nemen, om informatie te delen of te reageren. Gedurende het participatieproces is in de regio's zoveel mogelijk opgetrokken met andere Rijksenergieprojecten van het ministerie van EZK, zoals bijvoorbeeld de procedure voor twee nieuwe kerncentrales in Zeeland en procedures voor inpassing van hoogspanningsstations. Naast de inbreng van wettelijke adviseurs heeft er brede interdepartementale afstemming plaatsgevonden over de onderzoeken en de afwegingen voor Programma VAWOZ.

Dit betreft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselvoorziening en Natuur, het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en het ministerie van Defensie.

20 Participatieplan Programma VAWOZ, november 2023 Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

17

De participatieactiviteiten hebben per regio geleid tot een overzicht van aandachtspunten die van belang zijn bij de afweging van routes en zoekgebieden. De aandachtspunten zijn onderverdeeld in thema's als ruimtelijke inpassing, economische ontwikkeling, natuur, milieu, samenhang met andere projecten, water en bodem. Deze regionale aandachtspunten zijn per locatie en route beschreven in de IEA en IEA Bijlage Deelrapport Omgeving.

in afstemming met gemeenten, waterschappen en andere organisaties. Het ministerie van EZK heeft ook een advies ontvangen van Rijkswaterstaat en een brief met aandachtspunten van de voorzitter van het Noordzeeoverleg. De (regio)adviezen vormen een belangrijke bouwsteen in de afweging over de voorkeur voor een alternatief in de regio. Eind 2025 zijn de adviezen ingediend bij het ministerie van EZK.

3.2.3

Het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage over de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau is meegenomen in het IEA/plan-MER-onderzoek. Het advies van de Commissie op de IEA/plan-MER wordt meegenomen bij de vaststelling van het programma.

Formele procedurestappen

Als formele stap in de participatie is de concept-NRD van de IEA/plan-MER van 23 februari tot en met 4 april 2024 ter inzage gelegd21. Tijdens deze terinzagelegging zijn in totaal 2.273 reacties ontvangen. In deze reacties zijn onder andere als aandachtspunten benoemd: de complexe ruimtelijke opgaven die er al liggen en de effecten op wonen, economie, natuur, scheepvaart, visserij en landbouw. Ook werd aandacht gevraagd voor effecten op de lange termijn, voor het beperken/voorkomen van hinder en voor de samenhang met verschillende programma’s en projecten die tegelijk (regionaal) in ontwikkeling zijn. De reacties zijn beantwoord in de Nota van Antwoord22. Op 31 oktober 2024 heeft de minister van KGG de definitieve Notitie Reikwijdte en Detailniveau vastgesteld. In de oplegnotitie bij de vastgestelde NRD23 is beschreven hoe de reacties hebben geleid tot wijzigingen en aanvullingen in de onderzoeksaanpak. Alle reacties en het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage, zijn meegenomen bij het vaststellen van de NRD. Van 22 mei tot en met 2 juni 2026 liggen het ontwerpprogramma met de IEA/plan-MER ter inzage. Hierbij worden, net als bij de terinzagelegging van de concept-NRD, de wettelijke adviseurs geïnformeerd.

Iedereen kan tijdens de terinzagelegging zienswijzen indienen op het ontwerpprogramma en voor de reactie op de zienswijzen wordt weer een Nota van Antwoord opgesteld. Ten slotte wordt het definitieve programma door de staatssecretaris van KGG vastgesteld. Daarop is geen bezwaar of beroep mogelijk. In hoofdstuk 15 is beschreven hoe het vervolg eruitziet na het vaststellen van Programma VAWOZ.

3.2.4 Adviezen De regio's Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland zijn gevraagd om, op basis van alle kennis en informatie uit de participatie en uit de onderzoeksresultaten in de IEA/plan-MER, een advies uit te brengen over de te maken afweging over de voorkeursalternatieven. Het regioadvies is opgesteld door elk van de betrokken provincies 21 Concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau - Programma VAWOZ 2031-2040 22 De Nota van Antwoord is in delen gepubliceerd op de RVO website: Programma Verbindingen Aanlanding Wind op zee (VAWOZ) | RVO.nl 23 Oplegnotitie vastgestelde Notitie Reikwijdte en Detailniveau - Programma VAWOZ 2031-2040 Ontwerpprogramma VAWOZ - Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17072383/1