42.Memo Documenten jeugdhulp n.a.v. commissie SD 16 juni GRJR; Bijlage 2 Management Letter 2021
Tekst van het document
Om deze reden heeft de NBA reeds in 2019 de notitie ‘controle interne beheersing Jeugd en Wmo voor gemeenten en accountants’ gepubliceerd. In deze notitie wordt onder andere het onderwerp prestatielevering nader uitgewerkt. Een aantal organisaties hebben de afgelopen jaren reeds meer aandacht geschonken aan het onderwerp prestatielevering binnen het sociaal domein. Meerdere gemeenten verrichten inmiddels bijvoorbeeld aanvullend onderzoek naar de prestatielevering voor zorg welke wordt gefinancierd middels persoonsgebonden budget waarmee eventuele rechtmatigheids- en getrouwheidsonzekerheden kunnen worden verminderd. Wij zien dat ook ten aanzien van ZIN verhoogde interesse bij diverse gemeenten is om voor het aspect prestatielevering de regie in eigen hand te nemen en ook hierin zijn de eerste stappen gezet door een aantal gemeenten. Wij adviseren uw organisatie om voor het aspect prestatielevering binnen het sociaal domein een ambitieniveau te bepalen. Is de huidige werkwijze omtrent het borgen van de prestatielevering binnen het sociaal domein de meest geschikte optie voor de regio, of hebben gemeenten de wens om meer de regie in eigen hand te nemen voor het borgen van de prestatielevering? Hierbij is er vanuit de wetgeving geen exacte methode bepaald op welke wijze de prestatielevering van ingekochte zorg aangetoond dient te worden.
Dit geeft uw organisatie een vorm van vrijheid om meerdere informatiebronnen en stromen, bijvoorbeeld reeds ontvangen informatie m.b.t. klachten, te gebruiken voor het aantonen van de prestatielevering. Wij denken graag mee met uw organisatie op welke wijze, die aansluit met de ambitie en behoefte, de prestatielevering van de ingekochte zorg kan worden aangetoond. Mogelijk kan dit bijdragen aan een verbeterde planning & control cyclus, waarbij op onverwachte en ongewenste gebeurtenissen eerder bijgestuurd kan worden. 32
01/03/2022
Bijlage 3:Afspraken jaarrekeningcontrole © Baker Tilly
33
Afspraken jaarrekeningcontrole Voorgaand jaar hebben wij tijdens de controle een zestal kernpunten gedefinieerd. Deze punten zijn essentieel in het opstellen van een betrouwbare jaarrekening. Dit betreft de volgende punten: •
• • • • •
Vorderingen en schulden eindafrekening voorgaande jaren Verantwoording subsidielasten en subsidieafrekeningen Transformatiefonds Verantwoording LTA Controle toeleiding en validatie (RTA en LTA) Inschatting afrekeningen zorglasten 2021
Voor de controle 2021 hebben wij hiernaast aangegeven op welke momenten wij verwachten dat de verantwoording van deze onderwerpen aangeleverd wordt.
1 februari 2022
•RTA en LTA: aanlevering toeleiding en validatie (t.b.v. detailcontroles) •Subsidies: opstelling subsidielasten 2021 (verlening en vaststelling) gereed
•Schulden en vorderingen (afrekening voorgaande jaren): Aanlevering specificatie en onderbouwing per openstaande vordering of schuld 15 februari •Transformatiefonds: Aanlevering van de lasten Transformatiefonds 2022 inclusief de documentatie waaruit blijkt hoeveel prestaties geleverd zijn in 2022 2022
maart
•RTA en LTA: Controle bij de gemeente op de toeleiding en validatie (door een externe partij) •Overige onderwerpen: Controle door financiën en accountant op de reeds opgeleverde specificaties (waaronder de afrekening zorgkosten voorgaande jaren)
1 april
•Definitieve verantwoording LTA en RTA: (Indien nodig: aanpassen van de jaarrekening en) analyseren van de toegevoegde items toeleiding en validatie (ten opzichte van de data 1 februari) •Inschatting afrekening zorglasten 2021: Op basis van de definitieve productieverantwoordingen kan de eindafrekening 2021 bepaald worden. Deze moet verwerkt worden in de jaarrekening
mei
•Controle van de accountant op de toeleiding en validatie (werkzaamheden van de externe partij) •Controle op de inschatting afrekening zorglasten 2021 •Controle op de overige jaarrekeningposten (o.a. WNT vereisten, overige bedrijfskosten, liquide middelen, bijdragen gemeenten)
34
01/03/2022
Bijlage 4: De evaluatie van onze bevindingen bij de controle © Baker Tilly
35
De evaluatie van onze bevindingen bij de controle Voordat wij een controleverklaring verstrekken moeten wij de constateringen en bevindingen van onze controle evalueren. Bij deze evaluatie zijn wij gebonden aan de voorschriften NV COS 450. Eén van de punten waarmee wij rekening moeten houden bij deze evaluatie is de impact van de eventuele ‘niet-ontdekte afwijking’
De ‘niet ontdekte afwijking’ Na afloop van een controle evalueren wij aan de hand van onze bevindingen tot welk oordeel wij komen en of eventuele controleverschillen verwerkt moeten worden in de jaarrekening. Bij deze evaluatie houden wij rekening met: • •
Het totaal van de tijdens de controle geaccumuleerde afwijkingen ten opzichte van de materialiteit; en De aard van de geïdentificeerde afwijkingen en de omstandigheden waarin deze voorkomen.
Een van de aspecten die onder het laatste onderdeel valt is de evaluatie of de geconstateerde bevinding een mogelijke indicatie is voor andere ‘niet-ontdekte afwijkingen’. Doordat wij bij de controle van de Jeugdhulp lasten bij onze werkzaamheden gebruik maken van steekproeven moeten wij in onze controle evaluatie rekening houden met deze ‘niet-ontdekte afwijking’. Werken met steekproeven heeft als ‘voordeel’ dat wij niet de hele massa hoeven te controleren, maar op basis van een selectie een oordeel kunnen vellen. De consequentie is echter wel dat er een kans bestaat dat wij een afwijking in de jaarrekening niet ontdekken. Deze niet-ontdekte afwijking bepalen wij voorgaande aan de controle door te werken met een lagere ‘uitvoeringsmaterialiteit’ dan de door het algemeen bestuur bepaalde materialiteit. In de ‘planning’ van onze controle berekenen we enerzijds de materialiteit op basis van de voorschriften en anderzijds de materialiteit waarmee wij de controle verrichten. De omvang van deze ‘niet-ontdekte fout’ is afhankelijk van de diepgang waarmee wij onze controle insteken. Daarbij geld: ‘Hoe groter de diepgang van onze controle, hoe kleiner de niet-ontdekte fout’. De omvang van deze ‘niet-ontdekte fout’ berekenen wij aan de hand van de materialiteit waarmee wij controleren. Schematisch ziet dit er als volgt uit: Omschrijving
Bedrag
Totaal materialiteit (gebaseerd op Burap Q3)
€ 2.800.000
-/- Niet-ontdekte afwijking
€ 1.400.000
Totaal maximaal te accepteren afwijking
€ 1.400.000
Bij een cumulatieve afwijking van meer dan € 1.400.000 moeten wij evalueren of wij voldoende hebben gedaan dat het aannemelijk is dat de nietontdekte afwijking kleiner is dan € 1.400.000. Om dit te concluderen kan het zijn dat wij aanvullende werkzaamheden moeten uitvoeren. Wanneer sprake is van een mogelijke fout, moeten wij evalueren of we deze ‘onzekerheid’ weg kunnen halen door aanvullende werkzaamheden. Indien dit mogelijk is, mogen wij de controle niet afronden. Aangezien veel constateringen samenhangen met het afwikkelen van de eindafrekeningen Jeugdhulp is het ons inziens meestal mogelijk deze onzekerheid weg te nemen. Op zo’n moment zal de controle enkel extra tijd kosten. Gedurende het jaarrekeningtraject hebben wij periodiek besprekingen ingeplant met de secretaris en de business controller om de voortgang hierop te bewaken.
36
37